Is scholierenstaking voor beter klimaatbeleid geoorloofd?

DINSDAG 5 FEBRUARI 2019 Aanstaande donderdag is de eerste (landelijke) scholierenstaking voor het klimaat in Nederland. Veel leerlingen uit het voortgezet onderwijs (VWO, HAVO, MAVO, VMBO) gaan overmorgen niet naar school. Ze kunnen op het Malieveld in Den Haag demonstreren voor een beter klimaatbeleid. In België zijn afgelopen maand al verschillende scholierenstakingen geweest. Wat zegt de wet over schoolverzuim, als dat gebeurt om te betogen voor een beter klimaatbeleid van de overheid?

Leerplicht Scholieren hebben een wettelijke leerplicht. Dat houdt in dat leerlingen van bijvoorbeeld middelbare scholen geen enkele les of praktijktijd mogen verzuimen. Naleving van deze wettelijke verplichting is de verantwoordelijkheid van scholier én ouders.

Straf Schoolverzuim is een strafbaar feit. De leerling hangt een taakstraf of geldboete boven het hoofd terwijl de ouders zelfs een gevangenisstraf kan worden opgelegd.

100.000 De schooldirecteur moet het melden bij het ministerie als een leerling binnen vier weken 16 uur verzuimt. Hij of zij riskeert een boete die kan oplopen tot 100.000 euro per jaar, als die meldplicht niet wordt nagekomen.

Dwang De politie mag een verzuimende scholier die zich op een voor het publiek toegankelijke plaats bevindt onder dwang terug naar school brengen. Het Malieveld in Den Haag is zo’n plaats.

Goede redenen Uiteraard geldt de wettelijke leerplicht niet altijd. Er zijn omstandigheden waaronder schoolverzuim is toegestaan. In die gevallen plegen scholier en zijn ouders geen strafbare feiten. Zo’n geval doet zich bijvoorbeeld voor als de leerling ziek is of als de school een dag dicht is in verband met een studiedag voor de docenten. De leerlingen zijn dan vrijgesteld van hun leerplicht. Uiteraard moet de school er wel fatsoenlijk van op de hoogte worden gebracht als een leerling ziek is.

Andere goede redenen Het hangt dus van de verzuimreden af of schoolverzuim geoorloofd is. Demonstreren voor een beter klimaatbeleid is geen reden die in de wet wordt genoemd, tenminste het is niet één van de redenen die de wet heel duidelijk noemt. In de wet staat namelijk ook een restcategorie voor vrijstelling: andere gewichtige omstandigheden.

Zoals Wat zijn andere gewichtige omstandigheden? Enkele jaren geleden heeft de minister van Onderwijs uitgelegd wat dat voor hem zijn, en daarmee ook wat dat zijn voor de ambtenaren op het ministerie. Daarin wordt bijvoorbeeld heel duidelijk uitgelegd dat bij de bruiloft van een oudere broer of zus, bij de koperen bruilof van de ouders (of gouden bruiloft van de grootouders) en bij een verhuizing sprake is van zo’n andere gewichtige omstandigheid voor verlof, en dus van geoorloofd verzuim. Verlof om te gaan demonstreren – al dan niet voor een beter klimaatbeleid – staat er echter niet in.

Wil Gelukkig zijn dit voor de minister slechts voorbeelden van gevallen waarin schoolverzuim is geoorloofd is. Hij zegt namelijk dat verlof bovendien is geoorloofd als er volgens de schooldirecteur sprake is van gewichtige omstandigheden, tenzij er sprake is van omstandigheden die niet buiten de wil of invloedssfeer van de ouders of leerling zijn gelegen. Een directeur mag dus alleen verlof geven voor omstandigheden die buiten de wil of invloedssfeer van ouders of leerling liggen. Vindt de scholierenstaking voor een beter klimaatbeleid niet juist plaats omdát de leerling dit wil? Hoe dan ook: misschien legt de minister de wet niet goed uit. De uitleg van de rechter gaat hier boven die van de minister!

Grondrecht In elk geval moet het verlof worden aangevraagd. De directeur mag aan het geven van verlof voorwaarden stellen. Zou de directeur als voorwaarde mogen stellen dat de leerling erbij moet zijn op het Malieveld? Het is zo dat demonstreren (betogen) een recht is van eenieder, ook van minderjarigen. Het is zelfs een grondrecht, een mensenrecht dus. Een mensenrecht is een recht, nimmer een plicht: het houdt ook het recht in om niet te demonstreren. Oké, de leerling vraagt verlof aan om te demonstreren. Hij wil dus sowieso gaan demonstreren. Toch legt zo’n voorwaarde van de directeur iets op wat de leerling niet sowieso al zou doen, want is zijn schoolstaking/schoolverzuim van aanstaande donderdag op zichzelf niet al een vorm van demonstreren voor een beter klimaatbeleid? Ik zou zeggen: van wel. Zou de directeur mogen eisen dat een leerling (ook) gaat demonstreren op het Malieveld? Ik zou zeggen: van niet.

BRONNEN:

”Leerplicht”

Artikel 2 van de Leerplichtwet 1969 luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Degene die het gezag over een jongere uitoefent, en degene die zich met de feitelijke verzorging van een jongere heeft belast, zijn verplicht overeenkomstig de bepalingen van deze wet te zorgen, dat de jongere als leerling van een school staat ingeschreven en deze school na inschrijving geregeld bezoekt. Lid 2. De in het eerste lid bedoelde verplichtingen gelden niet voor zover de daarin bedoelde personen kunnen aantonen dat zij daarvoor niet verantwoordelijk kunnen worden geacht. Lid 3. De jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt, is verplicht overeenkomstig de bepalingen van deze wet de school waaraan hij als leerling staat ingeschreven, geregeld te bezoeken, onverminderd het bepaalde in het eerste lid.

Artikel 4 luidt (gedeeltelijk): Het schoolbezoek vindt geregeld plaats, zolang geen les of praktijktijd wordt verzuimd.

Artikel 4c luidt: Lid 1. De jongere die als leerling of deelnemer van een school of instelling staat ingeschreven op grond van artikel 4a, eerste lid, is verplicht het volledige onderwijsprogramma, het volledige programma van de combinatie leren en werken, het onderwijsprogramma, bedoeld in artikel 25a, derde lid, onderdeel d, van de Wet op het voortgezet onderwijs, respectievelijk het onderwijsprogramma, bedoeld in artikel 58a, derde lid, onderdeel d, van de Wet op het voortgezet onderwijs, te volgen dat door die school of instelling wordt aangeboden. Lid 2. De jongere voldoet aan de verplichting, bedoeld in artikel 4a, eerste lid, om de school of instelling na inschrijving geregeld te bezoeken, zolang hij geen les of praktijktijd verzuimt anders dan op een van de gronden, bedoeld in artikel 11.

Artikel 1 luidt (gedeeltelijk): Deze wet verstaat onder:

b. “school”: 1. een openbare of een uit de openbare kas bekostigde bijzondere basisschool, speciale school voor basisonderwijs, school voor speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of dagschool voor voortgezet onderwijs, dan wel een openbare of een uit de openbare kas bekostigde bijzondere instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs; 2. een ingevolge artikel 56 van de Wet op het voortgezet onderwijs aangewezen bijzondere dagschool voor voortgezet onderwijs

d. “hoofd”: 1. hij die met de leiding van de school is belast; 2. hij die met de leiding van de instelling is belast; e. “de ambtenaar”: de ambtenaar, bedoeld in artikel 16;

h. meldingsregister relatief verzuim: meldingsregister relatief verzuim als bedoeld in artikel 24h van de Wet op het onderwijstoezicht;

”Straf”

Artikel 26 van de Leerplichtwet 1969 luidt: Strafbedreiging verantwoordelijke personen. Lid 1. De in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen die de in artikel 2, eerste lid, of artikel 4a opgelegde verplichtingen niet nakomen, worden gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie. Lid 2. De leerplichtige jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt of de jongere die kwalificatieplichtig is, die de verplichting tot geregeld volgen van het onderwijs niet nakomt, wordt gestraft met een hoofdstraf als genoemd in artikel 77h, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafrecht, met dien verstande dat de geldboete een geldboete van de tweede categorie is.

Artikel 28 luidt: De bij deze wet strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als overtredingen.

Artikel 77h, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van Strafrecht luidt: De hoofdstraffen zijn: b. in geval van overtreding: taakstraf of geldboete.

”100.000”

Artikel 21a van de Leerplichtwet 1969 luidt (gedeeltelijk): Indien een ingeschreven leerling van een school als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, subonderdelen 1 en 2, zonder geldige reden les- of praktijktijd heeft verzuimd en dit verzuim gedurende een periode van vier opeenvolgende lesweken in totaal zestien uren les- of praktijktijd bedraagt, geeft het hoofd van de school hiervan onverwijld kennis aan Onze minister, zo mogelijk onder opgave van de reden die naar zijn oordeel ten grondslag ligt aan het verzuim

Artikel 27 luidt (gedeeltelijk): Onze minister dan wel, voor zover het betreft het onderwijs op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, kan een bestuurlijke boete van ten hoogste 1 000 euro per overtreding, met een maximum van 100 000 euro per schooljaar, opleggen aan het hoofd dat: b. niet voldoet aan een der verplichtingen, opgelegd in de artikelen 18, 21 en 21a.

”Dwang”

Artikel 24 van de Leerplichtwet 1969 luidt: Ambtenaren van politie, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, zijn bevoegd een jongere die zij onder schooltijd op een voor het publiek toegankelijke plaats aantreffen, te brengen naar het hoofd van de school waarop de jongere als leerling staat ingeschreven. Afdeling 5.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

”Goede redenen”

Artikel 11 van de Leerplichtwet 1969 luidt (gedeeltelijk): De in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen zijn vrijgesteld van de verplichting te zorgen dat de jongere de school waarop hij staat ingeschreven, geregeld bezoekt, en de leerplichtige jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt alsmede de jongere die kwalificatieplichtig is, zijn vrijgesteld van de verplichting de school of de instelling geregeld te bezoeken, indien

a. de school onderscheidenlijk de instelling is gesloten of het onderwijs is geschorst;

b. bij of op grond van algemeen verbindende voorschriften het bezoeken van de school onderscheidenlijk de instelling is verboden;

c. de jongere bij wijze van tuchtmaatregel tijdelijk de toegang tot de school onderscheidenlijk de instelling is ontzegd;

d. de jongere wegens ziekte verhinderd is de school onderscheidenlijk de instelling te bezoeken;

e. de jongere wegens vervulling van plichten voortvloeiend uit godsdienst of levensovertuiging verhinderd is de school onderscheidenlijk de instelling te bezoeken;

f. de jongere vanwege de specifieke aard van het beroep van één van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen slechts buiten de schoolvakanties met hen op vakantie kan gaan;

Artikel 13 luidt: Een beroep op vrijstelling wegens vervulling van plichten voortvloeiend uit godsdienst of levensovertuiging kan slechts worden gedaan indien daarvan uiterlijk twee dagen vóór de verhindering aan het hoofd kennis is gegeven.

Artikel 13b luidt: Een beroep op vrijstelling wegens ziekte van de jongere, wegens vervulling van plichten voortvloeiend uit godsdienst of levensovertuiging wordt gedaan door middel van kennisgeving aan het hoofd door de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen, tenzij de leerplichtige jongere of de jongere die kwalificatieplichtig is niet meer woonachtig is bij deze personen, in welk geval de kennisgeving wordt gedaan door de jongere zelf.

”Andere goede redenen”

Artikel 11 van de Leerplichtwet 1969 luidt: De in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen zijn vrijgesteld van de verplichting te zorgen dat de jongere de school waarop hij staat ingeschreven, geregeld bezoekt, en de leerplichtige jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt alsmede de jongere die kwalificatieplichtig is, zijn vrijgesteld van de verplichting de school of de instelling geregeld te bezoeken, indien g. de jongere door andere gewichtige omstandigheden verhinderd is de school onderscheidenlijk de instelling te bezoeken.

”Zoals”

Artikel 2 van de Beleidsregel uitleg ‘specifieke aard van het beroep’ en ‘andere gewichtige omstandigheden’ bedoeld in de Leerplichtwet 1969 luidt (gedeeltelijk): Andere gewichtige omstandigheden (…) In de hierna te noemen gevallen kan, zolang het totaal aan een jongere te verlenen verlof het aantal van 10 verlofdagen in een schooljaar niet te boven gaat, verlof worden gegeven voor de hierna genoemde periode: Voor verhuizing: maximaal 1 schooldag; voor het bijwonen van het huwelijk van bloed- of aanverwant tot en met de 3e graad: in Nederland maximaal 2 schooldagen indien er ver gereisd moet worden, anders maximaal 1 dag, in het buitenland maximaal 5 schooldagen. Soort bewijs: trouwkaart (indien twijfelachtig kopie trouwakte); bij 25, 40 of 50 jarig ambtsjubileum en het 12 ½, 25, 40, 50 en 60 jarig huwelijksjubileum van ouder(s)/verzorger(s) of grootouders: maximaal 1 schooldag;

”Wil”

Artikel 2 van de Beleidsregel uitleg ‘specifieke aard van het beroep’ en ‘andere gewichtige omstandigheden’ bedoeld in de Leerplichtwet 1969 luidt (gedeeltelijk): Andere gewichtige omstandigheden. Op grond van artikel 11, onderdeel g, en artikel 14 van de Leerplichtwet zijn in bepaalde situaties bijzondere vormen van verlof toegestaan voor maximaal tien dagen per schooljaar. Het gaat hier om zogenaamde ‘andere gewichtige omstandigheden’. Dit zijn omstandigheden die niet eerder in de limitatieve opsomming van artikel 11 van de Leerplichtwet zijn genoemd en die veelal buiten de wil of invloedsfeer van de ouders of leerling zijn gelegen. Het hoofd van de school of instelling kan verlof verlenen voor afwezigheid als gevolg van een dergelijke andere gewichtige omstandigheid. In de hierna te noemen gevallen kan, zolang het totaal aan een jongere te verlenen verlof het aantal van 10 verlofdagen in een schooljaar niet te boven gaat, verlof worden gegeven voor de hierna genoemde periode: (…) voor andere naar het oordeel van het hoofd van de school/instelling gewichtige omstandigheden: maximaal 10 dagen.

”Grondrecht”

Artikel 2 van de Beleidsregel uitleg ‘specifieke aard van het beroep’ en ‘andere gewichtige omstandigheden’ bedoeld in de Leerplichtwet 1969 luidt (gedeeltelijk): Andere gewichtige omstandigheden. In de hierna te noemen gevallen kan, zolang het totaal aan een jongere te verlenen verlof het aantal van 10 verlofdagen in een schooljaar niet te boven gaat, verlof worden gegeven voor de hierna genoemde periode: (…) voor andere naar het oordeel van het hoofd van de school/instelling gewichtige omstandigheden: maximaal 10 dagen.

Daarbij geldt het volgende:

. Verlofaanvragen dienen schriftelijk en binnen een redelijke termijn bij het hoofd van de school/instelling te worden ingediend. Indien de aanvraag niet binnen een redelijke termijn is ingediend, moet door de aanvrager worden beargumenteerd waarom dit niet is gebeurd;

. er kunnen voorwaarden gesteld worden aan het toekennen van verlof, bijvoorbeeld het achteraf tonen van bepaalde bescheiden;

. de toestemming of afwijzing moet schriftelijk worden vastgelegd en in geval van afwijzing goed worden gemotiveerd door het hoofd van de school/instelling;

Artikel 9 Grondwet luidt (gedeeltelijk): Het recht tot vergadering en betoging wordt erkend, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.

IPO, wolvenplan en de provincie

DINSDAG 29 JANUARI 2019 Afgelopen donderdag is het Interprovinciaal wolvenplan vastgesteld. Dat gaat over de wettelijke bescherming die de wolf in Nederland geniet, over de schade die hij kan aanrichten (aan reeën en schapen, aan honden) en de vergoeding en/of preventie van die schade, over de bedreiging die de wolf voor de mens vormt en over de (onwenselijke) kruising tussen wolf en hond (hybridisatie). Wie heeft dit wolvenplan gemaakt?

Beschermen Het zijn de provincies die wettelijk verantwoordelijk zijn voor behoud en herstel van de in het wild levende wolf in ons land, de Canis lupus. Deze diersoort geniet een wettelijke bescherming: hij mag daarom niet gedood of verstoord worden. De provincie mag van dit verbod soms vrijstelling of ontheffing verlenen.

Provincie Elke provincie is daarvoor in eigen gebied verantwoordelijk. Het Interprovinciaal wolvenplan richt zich echter op het hele land. De keuze voor een landelijk plan heeft ermee te maken dat het leefgebied zich meestal niet beperkt tot het gebied van één provincie.

IPO Het Interprovinciaal wolvenplan is vastgesteld door het IPO: IPO is de afkorting voor Interprovinciaal Overleg. Het IPO wil beleidscoördinatie en gemeenschappelijke standpuntbepaling/besluitvorming tussen de provincies stimuleren. Het wolvenplan is daarvan een voorbeeld: het wil richting geven aan gezamenlijke beleidsuitvoering van provinciale taken rondom de wolf en de afzonderlijke provincies de basis bieden om beleid formeel te verankeren in verordeningen of beleidsregels.

Zangvereniging Het IPO is een vereniging volgens het Burgerlijk Wetboek, zoals ook de voetbalvereniging en de zangvereniging privaatrechtelijke verenigingen zijn. Het IPO is geen gemeenschappelijke regeling, want dat is publiekrechtelijk.

Twaalf ledenHet IPO is een vereniging volgens het Burgerlijk Wetboek die aan dezelfde wettelijke eisen moet voldoen als al die andere verenigingen die bij de notaris zijn opgericht. Het IPO zal dus onder anderen leden moeten hebben, een algemene vergadering (de ledenvergadering), een bestuur en statuten. IPO-leden kunnen volgens de statuten alleen maar Nederlandse provincies zijn. Het IPO is dus een vereniging van (en voor) de provincies. Elk van de twaalf provincies is er lid van. Het IPO heeft dus twaalf leden.

Stem Iedere provincie kiest twee personen die namens haar de lidmaatschapsrechten uitoefenen, in de algemene vergadering (ledenvergadering). Elke provincie – groot of klein – heeft dus evenveel vertegenwoordigers. Deze vertegenwoordigers worden gekozen door Provinciale Staten. Vertegenwoordigers moeten zelf ook Statenleden zijn. De algemene vergadering neemt allerlei besluiten. Besluiten worden genomen doordat de vertegenwoordigers hun stem uitbrengen. Elke vertegenwoordiger heeft één stem. Elke provincie – groot of klein – heeft dus evenveel stemmen. Een gewone meerderheid van stemmen is in principe genoeg voor het nemen van een besluit.

Voordracht De algemene vergadering besluit er onder andere over wie in het bestuur van het IPO zitten. Dat bestuur bestaat uit dertien personen. Bestuursleden moeten gedeputeerde of commissaris zijn. Het college van Gedeputeerde Staten van iedere provincie mag voor één bestuurder een voordracht doen. Als de algemene vergadering al die voordrachten overneemt, heeft elke provincie dus haar eigen bestuurslid. De algemene vergadering kan zo’n voordracht alleen weigeren, maar dat kan alleen met minstens twee derden van de uitgebrachte stemmen; bovendien geldt een quorumeis. Het gaat hier dus om bindende voordrachten. Het huidige bestuur is politiek als volgt samengesteld: CDA (4), VVD (3), PvdA (3), D66 (2) en SP (1).

Wolvenplan Het Interprovinciaal wolvenplan is een besluit van het bestuur van het IPO. Het bestuur neemt besluiten met een gewone meerderheid van stemmen. Elk bestuurslid heeft één stem. Het bestuurslid van een grote provincie brengt dus evenveel stemmen uit als het bestuurslid van een kleine provincie. Wat elke bestuurder stemt, is niet openbaar.

Gebonden? Is een provincie juridisch gebonden aan bestuursbesluiten? In de statuten staat dat de provincies in beginsel juridisch gebonden zijn aan cao-afspraken die het bestuur met de vakbonden maakt. Het wolvenplan bevat dit soort afspraken natuurlijk niet. In de statuten staat ook dat de algemene vergadering kan besluiten dat de provincies ook door andere bestuursbesluiten worden gebonden, tenminste voor zover het gaat om privaatrechtelijke rechtshandelingen. Het wolvenplan lijkt niet te gaan over privaatrechtelijke rechtshandelingen. Besluiten van de algemene vergadering zijn trouwens – voor zover ik weet – niet openbaar. Conclusie: provincies zijn juridisch niet op grond van de statuten gebonden aan het Interprovinciaal wolvenplan. Provincies kunnen jegens het IPO alleen verplichtingen hebben als dit uit de statuten volgt.

Ten slotte ”Een wolf is een roofdier, geen knuffel, die met respect behandeld moet worden, maar vormt niet op voorhand een bedreiging voor mensen. Menselijke activiteiten in het buitengebied als wandelen, trimmen, mountainbiken, paardrijden, jagen, vissen, kamperen enzovoort zijn in een wolventerritorium gewoon mogelijk.” Gelukkig maar!

Bronnen:

”Beschermen” en ”Provincie”

Artikel 3.5 Wet natuurbescherming luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Lid 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Lid 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.

Artikel 3.8 luidt (gedeeltelijk): Gedeputeerde staten kunnen ontheffing verlenen van een of meer van de verboden, bedoeld in de artikelen 3.5 (…), ten aanzien van dieren of planten van daarbij aangewezen soorten, dan wel ten aanzien van de voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren van daarbij aangewezen soorten. Provinciale staten kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van een of meer van de verboden, bedoeld in de artikelen 3.5 (..), ten aanzien van dieren of planten van daarbij aangewezen soorten, dan wel ten aanzien van de voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren van daarbij aangewezen soorten. Een ontheffing of een vrijstelling wordt uitsluitend verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a. er bestaat geen andere bevredigende oplossing; b. zij is nodig (..); c. er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.

Bijlage IV onderdeel a van de Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (Habitatrichtlijn) luidt (gedeeltelijk):

DIER- EN PLANTESOORTEN VAN COMMUNAUTAIR BELANG DIE STRIKT MOETEN WORDEN BESCHERMD

a) DIERSOORTEN

GEWERVELDE DIEREN

ZOOGDIEREN

CARNIVORA

Canidae

Canis lupus (uitgezonderd de Spaanse populaties ten noorden van de Duero en de Griekse populaties benoorden de 39e breedtegraad)

”IPO”

Artikel 3 Statuten van het IPO :Statuten december 2017 van het IPO: https://ipo.nl/files/6615/4176/8219/afschrift_akte_statutenwijziging.pdf

”Vereniging”

Artikel 1 van de IPO-statuten:

https://ipo.nl/files/6615/4176/8219/afschrift_akte_statutenwijziging.pdf

Artikel 40 Wet gemeenschappelijke regelingen luidt (gedeeltelijk): Provinciale staten, gedeputeerde staten en de commissarissen van de Koning van twee of meer provincies kunnen afzonderlijk of tezamen, ieder voor zover zij voor de eigen provincie bevoegd zijn, een gemeenschappelijke regeling treffen ter behartiging van een of meer bepaalde belangen van die provincies.

”Twaalf leden”

Artikel 5 van de IPO-statuten: 

https://ipo.nl/files/6615/4176/8219/afschrift_akte_statutenwijziging.pdf

Artikel 27 van het Burgerlijk Wetboek (Tweede Boek) luidt gedeeltelijk: Wordt een vereniging opgericht bij een notariële akte, dan moeten de volgende bepalingen in acht worden genomen. De akte bevat de statuten van de vereniging. De statuten houden in: a. de naam van de vereniging en de gemeente in Nederland waar zij haar zetel heeft; b. het doel van de vereniging; c. de verplichtingen die de leden tegenover de vereniging hebben, of de wijze waarop zodanige verplichtingen kunnen worden opgelegd; d. de wijze van bijeenroeping van de algemene vergadering; e. de wijze van benoeming en ontslag van de bestuurders; f. de bestemming van het batig saldo van de vereniging in geval van ontbinding, of de wijze waarop de bestemming zal worden vastgesteld.

”Stem”

Artikelen 5, 18 en 20 van de IPO-statuten:

https://ipo.nl/files/6615/4176/8219/afschrift_akte_statutenwijziging.pdf

”Voordracht”

Artikel 10 van de IPO-statuten:

https://ipo.nl/files/6615/4176/8219/afschrift_akte_statutenwijziging.pdf

”Wolvenplan”

Artikelen 14 en 20 van de IPO-statuten:

https://ipo.nl/files/6615/4176/8219/afschrift_akte_statutenwijziging.pdf

”Gebonden?”

Artikel 9 van de IPO-statuten:

https://ipo.nl/files/6615/4176/8219/afschrift_akte_statutenwijziging.pdf

Artikel 27 van het Burgerlijk Wetboek (Tweede Boek) luidt gedeeltelijk: Wordt een vereniging opgericht bij een notariële akte, dan moeten de volgende bepalingen in acht worden genomen. De akte bevat de statuten van de vereniging. De statuten houden in: c. de verplichtingen die de leden tegenover de vereniging hebben, of de wijze waarop zodanige verplichtingen kunnen worden opgelegd.

Energiecoöperatie Betuwewind

MAANDAG 21 JANUARI 2019 Vorige week stond er een interview in de krant met de voorzitter van energiecoöperatie Betuwewind. Het interview ging over problemen met de energietransitie in Nederland, zoals dat sommige regionale netbeheerders onvoldoende capaciteit hebben om alle lokale initiatieven voor teruggeleverde stroom uit zonneweiden en windparken af te nemen (zie http://staatsrechtpraktijk.nl/?p=609). Wat doet energiecoöperatie Betuwewind en hoe is het (juridisch) ingericht?

Burgerwind Energiecoöperatie Burgerwind – dat is de officiële naam – gaat zeven windmolens bouwen in (de buurt van) het Gelderse Geldermalsen. De molens gaan naar verwachting eind dit jaar stroom leveren. Overigens is Geldermalsen sinds begin dit jaar deel gaan uitmaken van de nieuwe gemeente West Betuwe.

Coöperatie Burgerwind is een coöperatie. Dat is een vereniging. De coöperatie heeft als elke vereniging leden. Burgerwind heeft 900 leden. Een coöperatie is een bijzondere vereniging. Het heeft namelijk een bedrijf dat met elk lid een overeenkomst sluit en op die manier voorziet in een stoffelijke behoefte van hen. De stoffelijke behoefte waarin Burgerwind voorziet bij haar leden is het leveren van door de molens opgewekte windenergie. De eventuele winst wordt onder de leden verdeeld.

Lenen De overeenkomst die Burgerwind met leden tekent, is een overeenkomst van geldlening: een lid leent (aan) Burgerwind minstens 50 euro en ontvangt daarover (van Burgerwind) jaarlijks een rentevergoeding. Leden mogen ook (veel) meer dan 50 euro lenen, al dan niet verspreid over een langere periode. De rentevergoeding is een bepaald percentage van het geleende bedrag. Dat kan nul zijn: geen rentevergoeding dat jaar dan!

Leden Zowel particulieren als ondernemingen kunnen lid worden. Het bestuur beslist over hun aanvraag. Dit zijn de leden die spreekrecht én stemrecht hebben in de algemene vergadering. Elk van hen heeft één stem, ongeacht het geleende bedrag; of een lid 5.000 euro of 50 euro heeft geleend, hij heeft maar één stem.

ALV Leden oefenen hun stemrecht uit in de algemene vergadering, de ALV. Besluiten worden genomen met een gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Er geldt geen quorumeis. Voldoende is dat van de aanwezige leden de helft plus een vóór een voorstel stemt. De algemene vergadering besluit bijvoorbeeld wat het te vergoeden rentepercentage is van het voorbije jaar. Ook mag het voor de toekomst een maximum leenbedrag per lid instellen. Het besluit tevens over het geleende bedrag dat op korte termijn gaat worden afgelost. Én natuurlijk kiest en benoemt het het bestuur van de coöperatie. Bestuursleden moeten lid zijn. Het bestuur doet de ALV voorstellen voor het te vergoeden rentepercentage en voor het bedrag dat gaat worden afgelost.

B.A. Leden van een coöperatie zijn op grond van het Burgerlijk Wetboek aansprakelijk voor de eventuele financiële tekorten van de coöperatie. Zij kunnen na faillissement worden aangesproken om de resterende schulden uit hun privégelden te voldoen. Ze lopen dus niet alleen het risico dat ze hun lening niet terugkrijgen! Deze privé-aansprakelijkheid is in beginsel onbeperkt. Echter, in de statuten van de coöperatie kan ze worden beperkt. De leden mogen daarop t.z.t. bij faillissement een beroep doen, mits in de naam van de coöperatie de letters B.A. voorkomen. Dat is de afkorting voor beperkte aansprakelijkheid. Burgerwind heeft de ledenaansprakelijkheid statutair beperkt én haar officiële naam is Burgerwindcoöperatie West-Betuwe B.A. Particulieren zijn statutair aansprakelijk tot 1.000 euro en ondernemingen zijn het tot 10.000 euro. Het maakt daarbij niet uit hoeveel een particulier (of onderneming) heeft geleend: de aansprakelijkheid is altijd tot 1.000 euro (of 10.000 euro).

BRONNEN:

”Coöperatie ”

Artikel 53 van het Burgerlijk Wetboek (Tweede Boek) luidt (gedeeltelijk): De coöperatie is een bij notariële akte als coöperatie opgerichte vereniging. Zij moet zich blijkens de statuten ten doel stellen in bepaalde stoffelijke behoeften van haar leden te voorzien krachtens overeenkomsten, anders dan van verzekering, met hen gesloten in het bedrijf dat zij te dien einde te hunnen behoeve uitoefent of doet uitoefenen.

Zie verder artikel 2.3 van de Statuten van de Burgerwindcoöperatie West-Betuwe.

”Lenen”

Zie artikelen 1 en 2 van het Leningreglement van de Burgerwindcoöperatie West-Betuwe.

‘Leden”

Zie artikelen 4.1 en 4.3 en 4.4 en 16.1 van de Statuten van de Burgerwindcoöperatie West-Betuwe.

”ALV”

Zie artikelen 1 en 2 en 3 en 4 en 7 en 8 en 9 en 10 en 12 van het Leningreglement van de Burgerwindcoöperatie West-Betuwe.

Zie artikel 16.3 van de Statuten van de Burgerwindcoöperatie West-Betuwe..

Artikel 37 van het Burgerlijk Wetboek (Tweede Boek) luidt (gedeeltelijk): Het bestuur wordt uit de leden benoemd, De statuten kunnen echter bepalen dat bestuurders ook buiten de leden kunnen worden benoemd.

Artikel 53a luidt (gedeeltelijk): De bepalingen van de vorige titel zijn (..) op de coöperatie van toepassing, voor zover daarvan in deze titel niet wordt afgeweken.

Zie verder artikel 10 van de Burgerwindcoöperatie West-Betuwe.

”B.A.”

Artikel 55 van het Burgerlijk Wetboek (Tweede Boek) luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Zij die bij de ontbinding leden waren, of minder dan een jaar te voren hebben opgehouden leden te zijn, zijn tegenover de rechtspersoon naar de in de statuten aangegeven maatstaf voor een tekort aansprakelijk; wordt een coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij ontbonden door haar insolventie nadat zij in staat van faillissement is verklaard, dan wordt de termijn van een jaar niet van de dag der ontbinding, maar van de dag der faillietverklaring gerekend. De statuten kunnen een langere termijn dan een jaar vaststellen. Lid 2. Bevatten de statuten niet een maatstaf voor ieders aansprakelijkheid, dan zijn allen voor gelijke delen aansprakelijk. Lid 3. Kan op een of meer van de leden of oud-leden het bedrag van zijn aandeel in het tekort niet worden verhaald, dan zijn voor het ontbrekende de overige leden en oud-leden, ieder naar evenredigheid van zijn aandeel, aansprakelijk. Deze aansprakelijkheid bestaat ook, indien de vereffenaars afzien van verhaal op een of meer leden of oud-leden, op grond dat door de uitoefening van het verhaalsrecht een bate voor de boedel niet zou worden verkregen. Indien de vereffening geschiedt onder toezicht van personen, door de wet met dat toezicht belast, kunnen de vereffenaars van dat verhaal slechts afzien met machtiging van deze personen.

Artikel 56 luidt (gedeeltelijk): Een coöperatie of een onderlinge waarborgmaatschappij kan in afwijking van het in het vorige artikel bepaalde in haar statuten iedere verplichting van haar leden of oud-leden om in een tekort bij te dragen, uitsluiten of tot een maximum beperken. De leden kunnen hierop slechts een beroep doen, indien de rechtspersoon aan het slot van zijn naam in het eerste geval de letters U.A. (uitsluiting van aansprakelijkheid), en in het tweede geval de letters B.A. (beperkte aansprakelijkheid) heeft geplaatst. Een rechtspersoon waarop de eerste zin niet is toegepast, plaatst de letters W.A. (wettelijke aansprakelijkheid) aan het slot van zijn naam.

Zie verder artikelen 1.1 en 9.1 en 9.3 van de Statuten van de Burgerwindcoöperatie West-Betuwe: De Coöperatie draagt de naam: Burgerwindcoöperatie West-Betuwe B.A.

Statuten

https://www.betuwewind.nl/wp-content/uploads/2018/04/20180404-Statuten-BBC-W-B-B.A.-publiek-.pdf

Leningreglement

https://www.betuwewind.nl/wp-content/uploads/2018/05/Leenreglement-BWCWB-ALV-20180220-1.pdf

Netbeheerder Enexis zet FC Nieuw Buinen buiten spel. Terecht?

MAANDAG 14 JANUARI 2019 Een voetbalclub in de Drentse gemeente Borger-Odoorn – vlakbij het Groningse Stadskanaal – moet afzien van haar vergevorderde plannen om met 246 zonnepanelen op de kantine stroom te gaan leveren aan het elektriciteitsnet. De regionale netbeheerder – Enexis – zegt dat zijn net daarvoor te weinig capaciteit heeft, omdat er namelijk ook al vergevorderde plannen zijn voor een groot windpark in de provincie, De Drentse Monden en Oostermoer, en dit windpark haar plannen eerder had aangemeld. De hoeveelheid zonne-energie die voetbalvereniging Nieuw Buinen wilde gaan leveren bedraagt echter nog geen kwart procent van die van het windpark. Wat is de juridische positie van deze grote en kleine spelers?

TenneT Waar TenneT enig beheerder is van de (landelijke) hoogspanningskabels – 110 kV en hoger – zijn er zeven beheerders van regionale middenspannings- en laagspanningskabels, elk met een eigen regio. Enexis verzorgt het beheer in Groningen, Drenthe, Overijssel, Noord-Brabant en Limburg. Andere regionale netbeheerders zijn bijvoorbeeld Liander in onder andere Gelderland en Noord-Holland en Stedin in de Randstad.

Wet verplicht tot aansluiten Netbeheerders hebben een wettelijke plicht om iedereen die daarom verzoekt aan te sluiten op hun net. Dat staat in de Elektriciteitswet 1998. Op die plicht bestaan geen uitzonderingen. Bovendien moet die aansluiting binnen een redelijke termijn worden aangelegd. Dankzij de aansluiting kan de aangeslotene gebruik maken van de elektriciteit op het net. De aansluiting maakt het bovendien technisch mogelijk dat de aangeslotene elektriciteit gaat leveren aan datzelfde net.

Wet verplicht ook tot afname Netbeheerders hebben ook de wettelijke plicht om van iedereen die daarom verzoekt elektriciteit af te nemen. Zoals van de particulier met zonnepanelen op zijn woonhuis of van de voetbalclub met zonnepanelen op het dak van haar kantine.

Maar met uitzondering Echter, op deze wettelijke plicht bestaat wel een uitzondering: als de netbeheerder voor de aangeboden elektriciteit ”redelijkerwijs geen capaciteit ter beschikking heeft. Het is trouwens óók zijn wettelijke plicht om ”voldoende reservecapaciteit aan te houden”; net als het zijn wettelijke plicht is om zijn net tijdig uit te breiden. Aan een beroep op die uitzondering zijn voor de netbeheerder drie wettelijke voorwaarden verbonden.

Motiveren Toegespitst op de situatie voor voetbalvereniging Nieuw Buinen: Ten eerste moet hij uitleggen dát en waaróm hij redelijkerwijs geen capaciteit heeft voor haar zonnestroom. Netbeheerder Enexis zegt in de krant dat er geen capaciteit meer is vanwege de komst van een windpark op land. Kan die uitleg wel voldoen als de elektriciteit van de zonnepanelen van de voetbalvereniging minder dan een kwart procent is dan de elektriciteit van het windpark, met andere woorden minder dan een kwart van een honderdste?

Niet discrimineren Ten tweede mag een beheerder niet discrimineren tussen degenen die elektriciteit willen leveren aan zijn net. Hij moet zich van ”iedere vorm van discriminatie” tussen hen onthouden. Wanneer is daarvan sprake? Van discriminatie is in elk sprake als de ene aangeslotene op een andere wijze wordt behandeld dan de andere in een vergelijkbare situatie op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat. Deze discriminatie wordt al verboden in de Algemene wet gelijke behandeling (en deels ook in de Grondwet). De Elektriciteitswet 1998 verbiedt ”iedere vorm van discriminatie”. Gaat dit niet (veel) verder? Is daardoor bijvoorbeeld niet evenzeer discriminatie tussen grootschalige professionele windparken en kleinschalige amateuristische zonneparken verboden? In de krant staat dat het windpark na haar aanmelding zijn geplande elektriciteitsleveranties met bijna 20% heeft uitgebreid. Als de aanmelding van de voetbalclub dateert van vóór deze uitbreiding, zou dit dan geen verboden discriminatie opleveren? Bovendien: zou een netbeheerder anno 2018 bij het maken van afspraken met grootschalige initiatiefnemers niet gewoon rekening moeten houden met de mogelijkheid dat veel kleinschalige initiatieven in de pipeline zitten?

ACM Ten derde moet Enexis de weigering van vv Nieuw Buinen melden bij de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en bij deze organisatie aangeven welke maatregelen worden genomen om dergelijke weigeringen in de toekomst te voorkomen.

BRONNEN:

”TenneT”

Artikel 1 lid 1 van de Electriciteitswet 1998 luidt (gedeeltelijk): In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: net: één of meer verbindingen voor het transport van elektriciteit en de daarmee verbonden transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations en andere hulpmiddelen, behoudens voor zover deze verbindingen en hulpmiddelen onderdeel uitmaken van een directe lijn of liggen binnen de installatie van een producent of van een afnemer;

Artikel 1 lid 1 luidt (gedeeltelijk): In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: landelijk hoogspanningsnet: het net, bedoeld in artikel 10, eerste lid;

Artikel 10 eerste lid luidt: Het landelijk hoogspanningsnet omvat de netten die bestemd zijn voor transport van elektriciteit op een spanningsniveau van 110 kV of hoger en die als zodanig worden bedreven, met uitzondering van het net op zee, en landsgrensoverschrijdende netten met wisselstroom.

Artikel 1 lid 1 luidt (gedeeltelijk): In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: k. netbeheerder: een vennootschap die op grond van artikel 10, 13, 14 of 15a is aangewezen voor het beheer van een of meer netten;

”Wet verplicht tot aansluiten”

Artikel 1 lid 1 luidt (gedeeltelijk): In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: b. aansluiting: één of meer verbindingen tussen een net en een onroerende zaak (..)

Artikel 23 van de Electriciteitswet 1998 luidt (gedeeltelijk): Lid 1. De netbeheerder is verplicht degene die daarom verzoekt te voorzien van een aansluiting op het door hem beheerde net (..). Lid 2. De netbeheerder onthoudt zich van iedere vorm van discriminatie tussen degenen jegens wie de verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt. Lid 3. Een aansluiting wordt door de netbeheerder gerealiseerd binnen een redelijke termijn.

‘Wet verplicht ook tot afname”

Artikel 24 van de Electriciteitswet 1998 luidt (gedeeltelijk): Lid 1. De netbeheerder is verplicht aan degene die daarom verzoekt een aanbod te doen om met gebruikmaking van het door hem beheerde net ten behoeve van de verzoeker transport van elektriciteit uit te voeren (..).

”Maar met uitzondering”

Artikel 24 van de Electriciteitswet 1998 luidt (gedeeltelijk): Lid 1. De netbeheerder is verplicht aan degene die daarom verzoekt een aanbod te doen om met gebruikmaking van het door hem beheerde net ten behoeve van de verzoeker transport van elektriciteit uit te voeren (..).

Artikel 16 lid 1 luidt (gedeeltelijk): De netbeheerder heeft in het kader van het beheer van de netten in het voor hem (..) vastgestelde gebied tot taak: de netten aan te leggen, te herstellen, te vernieuwen of uit te breiden, waarbij in overweging worden genomen maatregelen op het gebied van duurzame elektriciteit, energiebesparing en vraagsturing of decentrale elektriciteitsproductie waardoor de noodzaak van vervanging of vergroting van de productiecapaciteit ondervangen kan worden; voldoende reservecapaciteit voor het transport van elektriciteit aan te houden;

”Motiveren”

Artikel 24 van de Electriciteitswet 1998 luidt (gedeeltelijk): Lid 1. De netbeheerder is verplicht aan degene die daarom verzoekt een aanbod te doen om met gebruikmaking van het door hem beheerde net ten behoeve van de verzoeker transport van elektriciteit uit te voeren (..). Lid 2. De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor zover de netbeheerder voor het gevraagde transport redelijkerwijs geen capaciteit ter beschikking heeft.

”Niet discrimineren”

Artikel 24 van de Electriciteitswet 1998 luidt (gedeeltelijk): Lid 1. De netbeheerder is verplicht aan degene die daarom verzoekt een aanbod te doen om met gebruikmaking van het door hem beheerde net ten behoeve van de verzoeker transport van elektriciteit uit te voeren (..). Lid 3. De netbeheerder onthoudt zich van iedere vorm van discriminatie tussen degenen jegens wie de verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt.

Artikel 1 van de Algemene wet gelijke behandeling luidt: Lid 1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. onderscheid: direct en indirect onderscheid, alsmede de opdracht daartoe; b. direct onderscheid: indien een persoon op een andere wijze wordt behandeld dan een ander in een vergelijkbare situatie wordt, is of zou worden behandeld, op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat; c. indirect onderscheid: indien een ogenschijnlijk neutrale bepaling, maatstaf of handelwijze personen met een bepaalde godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat in vergelijking met andere personen bijzonder treft. Lid 2. Onder direct onderscheid op grond van geslacht wordt mede verstaan onderscheid op grond van zwangerschap, bevalling en moederschap.

Artikel 7 luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Onderscheid is verboden bij het aanbieden van of verlenen van toegang tot goederen of diensten en bij het sluiten, uitvoeren of beëindigen van overeenkomsten ter zake, indien dit geschiedt: a. in de uitoefening van een beroep of bedrijf; b. door de openbare dienst; c.

Artikel 1 Grondwet luidt: Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

”ACM”

Artikel 24 van de Electriciteitswet 1998 luidt (gedeeltelijk): Lid 1. De netbeheerder is verplicht aan degene die daarom verzoekt een aanbod te doen om met gebruikmaking van het door hem beheerde net ten behoeve van de verzoeker transport van elektriciteit uit te voeren (..). Lid 2. De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor zover de netbeheerder voor het gevraagde transport redelijkerwijs geen capaciteit ter beschikking heeft. Indien ten aanzien van duurzame elektriciteit een weigering transport uit te voeren als bedoeld in de eerste volzin plaatsvindt, meldt de netbeheerder dit aan de Autoriteit Consument en Markt, waarbij de netbeheerder aangeeft welke maatregelen worden genomen om toekomstige weigeringen te voorkomen.

Artikel 1 lid 1 luidt (gedeeltelijk): 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:u. duurzame elektriciteit: elektriciteit, opgewekt in productie-installaties die uitsluitend gebruikmaken van hernieuwbare energiebronnen, alsmede elektriciteit die is opgewekt met hernieuwbare energiebronnen in hybride productie-installaties die ook met conventionele energiebronnen werken, met inbegrip van elektriciteit die is opgewekt met hernieuwbare energiebronnen en die wordt gebruikt voor accumulatiesystemen, en met uitzondering van elektriciteit die afkomstig is van accumulatiesystemen;

Artikel 1 lid 1 luidt (gedeeltelijk): 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:t. hernieuwbare energiebronnen: wind, zonne-energie, omgevingslucht-, oppervlaktewater- en aardwarmte, energie uit de oceanen, waterkracht, biomassa, stortgas, rioolwaterzuiveringsgas en biogas;

25-kilometerscooter zit op Amsterdams fietspad niet meer snor

WOENSDAG 19 DECEMBER 2018 De gemeente Amsterdam gaat het 25-kilometerscooters verbieden om nog langer van de fietspaden gebruik te maken. Het verbod gaat niet gelden voor alle fietspaden, maar wel voor heel veel fietspaden. De motivering is divers, zoals: het is al zo druk op de Amsterdamse fietspaden; deze scooters hebben moeite met het inhalen van fietsers omdat ze nogal breed zijn; veel fietsers schrikken ervan; de maximumsnelheid van deze scooters is veel hoger dan die van fietsers en bovendien houden ze zich zelfs niet aan die maximumsnelheid.

Snorfiets = bromfiets De wettelijke term voor de 25-kilometerscooter is snorfiets. De wet ziet de snorfiets als een bijzondere bromfiets.

Snorfiets = fiets Desondanks zijn de wettelijke regels voor fietsen en fietsers van toepassing op snorfietsen en snorfietsers, en dus niet de wettelijke regels voor bromfietsen en bromfietsers. Snorfietsers mogen (en moeten) dus net als fietsers zowel het verplichte fietspad als het fiets/bromfietspad gebruiken;bromfietsers mogen (en moeten) alleen het fiets/bromfietspad gebruiken.

VerkeersbesluiGemeenten mogen snorfietsers weren van de verplichte fietspaden, tenminste als ze daarvoor goede redenen hebben. Dat is anders met fietsers: zij mogen daarvan niet geweerd worden. Amsterdam gaat de snorfietsers weren van veel verplichte fietspaden. Dat kon echter niet zonder meer gebeuren: de gemeente moest er een verkeersbesluitover nemen.

B&W Het is binnen het gemeentebestuur het college van burgemeester en wethouders dat bevoegd is om zo’n verkeersbesluit te nemen. Het is dus geen bevoegdheid van de gemeenteraad of van de burgemeester(alleen). Natuurlijk kan er wel over worden gesproken in de gemeenteraad.

Ontwerpbesluit Het Amsterdams college van B&W heeft in juli van dit jaar het ontwerpbesluit genomen. Dat was nog geen definitief besluit. In augustus en september kon iedereen de officiële stukken inzien en bezwaren (zienswijzen) indienen over dit ontwerp besluit. Uit de krant begrijp ik dat daarvan veel gebruik is gemaakt.

Definitief besluiDesondanks heeft het Amsterdams college het ontwerpbesluit onlangs omgezet in een definitief besluit, zo begrijp ik uit de krant. Tal van verplichte fietspaden in Amsterdam zijn door dit verkeersbesluit straks verboden voor de 25-kilometerscooters; in plaats daarvan zullen ze gebruik moeten maken van de rijbaan. Op de rijbaan rijden ook auto’s.

Helmplicht Aan het gebruik van de rijbaan verbindt de wet voor 25-kilometerscooters de verplichting om een helm te dragen. Op fietspaden is er voor hun geen helmplicht.

1 juli 2018 Gemeentebesturen kunnen pas sinds kort zo’n verkeersbesluit nemen. Tot 1 juli van dit jaar was er voor hen geen wettelijke mogelijkheid om zo’n verkeersbesluit te nemen. Tegelijkertijd is een nieuw verkeersbord ingevoerd: een verbodsbord dat 25-kilometerscootersverbiedt om van het verplichte fietspad gebruik te maken.

BRONNEN:

Kop:

Uit het ontwerp-besluit van 17 juli 2018 van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam: De snorfiets is op veelplaatsen een specifieke hinderlijke factor voor het volledig kunnen benutten van de capaciteit van het fietspad, door de grotere breedte van het voertuig en het snelheidsverschil met fietsen. Andere weggebruikers ondervinden veel overlast: stank, hinder en gevaarzetting door snorfietsers. De drukte op de fietspaden leidt ook tot verkeersonveilige situaties, bijvoorbeeld doordat er te weinig ruimte is voor inhalende snorfietsen of door schrikreacties die ontstaan doordat gebruikers van het fietspad onvoldoende afstand kunnen houden. De groeiende drukte en de grote diversiteit aan voertuigen op de relatief smalle fietspaden vormen een steeds groter probleem voor de verkeersveiligheid en bereikbaarheid van de stad per fiets. (..) Uit onderzoek is gebleken dat het aantal snorfietsers in Amsterdam de afgelopen jaren is gegroeid van 11.000 in 2008 naar35.000 in 2016 (groei van 223%). Ondanks het feit dat al jaren minimaal 20% van de handhavingscapaciteit van het team Verkeershandhaving van de nationale politie eenheid Amsterdam gericht is op snelheidsovertredingen van snor- en bromfietsen, moet worden geconstateerd dat anno 2016 nog altijd 87% van de snorfietsen te hard rijdt. Meer inzet van de politiecapaciteit is disproportioneel en gaat ten koste van andere verkeersveiligheidsprioriteiten zoals alcoholgebruik in het verkeer, roodlichtnegatie, te hoge snelheid van auto’s, afleiding door de smartphone en de aanpak van veelplegers.

Snorfiets = bromfiets:

Artikel 1 Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV): In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

snorfiets: bromfiets die blijkens de gegevens in het kentekenregister is geconstrueerd voor een maximumsnelheid die niet meer bedraagt dan 25 km per uur, met uitzondering van de speed-pedelec, of bromfiets als bedoeld in (..);

rijbaan: elk voor rijdende voertuigen bestemd weggedeelte met uitzondering van de fietspaden en de fiets/bromfietspaden;

wet: Wegenverkeerswet 1994;

Snorfiets = fiets:

Artikel 2b Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV): De regels van dit besluit betreffende fietsen en fietsers zijn, in plaats van de regels betreffende bromfietsen en bromfietsers, mede van toepassing op snorfietsen en snorfietsers, tenzij anders is bepaald.

Artikel 5 RVV luidt (gedeeltelijk): Fietsers gebruiken het verplichte fietspad of het fiets/bromfietspad. Zij gebruiken de rijbaan indien een verplicht fietspad of een fiets/bromfietspad ontbreekt.

Artikel 6 RVV luidt: Bromfietsers gebruiken het fiets/bromfietspad. Zij gebruiken de rijbaan indien een fiets/bromfietspad ontbreekt.

Verkeersbesluit:

Artikel 5 lid 8 RVV luidt (per 1 juli 2018): Bestuurders van snorfietsengebruiken de rijbaan indien dit bij verkeersbesluit, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet is bepaald en bij het verkeersteken dat het verplichte fietspad aangeeft een onderbord dit aanduidt.

(Het RVV is een algemene maatregel van bestuur.)

Artikel 15 Wegenverkeerswet 1994: De plaatsing of verwijdering van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen verkeerstekens, en onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd, geschiedt krachtens een verkeersbesluit.

B&W:

Artikel 18 Wegenverkeerswet 1994 (WVW) luidt (gedeeltelijk): Verkeersbesluiten worden genomen: voor zover zij betreffen het verkeer op andere wegen door burgemeester en wethouders, of krachtens besluit van hen, door een door hen ingestelde bestuurscommissie.

Artikel20 WVW luidt (gedeeltelijk): Een belanghebbende kan tegen een verkeersbesluit tot plaatsing of verwijdering van verkeerstekens en onderborden of tot het treffen van maatregelen op of aan de weg ter regeling van het verkeer beroep instellen bij de rechtbank.

Ontwerp besluit:

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2018-45691.html

Helmplicht en 1 juli 2018:

Artikel 60 Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV) luidt (gedeeltelijk): Lid 1. De bestuurder en de passagiers van bromfietsen, brommobielen zonder gesloten carrosserie, motorfietsen en driewielige motorvoertuigen zonder gesloten carrosserie moeten een goed passende helm dragen, die door middel van een sluiting op deugdelijke wijze op het hoofd is bevestigd en die is voorzien vaneen goedkeuringsmerk als bedoeld in artikel 22, zesde lid van de wet.Lid 2. Het eerste lid geldt niet voor: a. de bestuurder en de passagiers van een snorfiets, behoudens wanneer artikel 5, achtste lid, van toepassing is;

Artikel 5 achtste lid RVV luidt (per 1 juli 2018): Bestuurders van snorfietsen gebruiken de rijbaan indien dit bij verkeersbesluit, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet is bepaald en bij het verkeersteken dat het verplichte fietspad aangeeft een onderbord dit aanduidt.

Artikel 8 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) luidt (gedeeltelijk) (per 1 juli 2018): Onder verkeersborden kunnen onderborden worden geplaatst. Deze onderborden kunnen: (…) bij het verkeersbord G11 van bijlage 1, behorende bij het RVV 1990, een aanduiding inhoudende dat het gebruik van het fietspad niet is toegestaan voor snorfietsen, waaronder hier niet begrepen worden bromfietsen die zijn aangewezen op grond van artikel 20b, eerste lid, van de wet.

Rookverbod op de voetbaltribune

MAANDAG 17 DECEMBER 2018 In de krant van vanochtend wordt bericht over een boete van 2400 euro die de Johan Cruijff Arena in 2016 kreeg opgelegd vanwege het niet handhaven van het wettelijk rookverbod op de publiekstribune. In de rechtszaak stelt de advocaat van het voetbalstadion dat de boete onterecht is, want de tribune is in de open lucht en moet bovendien op één lijn worden gesteld met een horecaterras. De rechter – het College van Beroep voor het bedrijfsleven – was het daarmee niet eens. Hier volgt een analyse van de uitspraak die 4 december jongstleden is gedaan.

Terras? Op sommige terrassen bij een horecagelegenheid mag worden gerookt.Een publiekstribune bij een voetbalstadion kan echter volgens de rechter niet op één lijn worden gesteld met een horecaterras. De rechter geeft daarvoor twee redenen.

Andere vorm In de eerste plaats ziet een terras bij bijvoorbeeld een café of restaurant er heel anders uit dan een publiekstribune bij een voetbalstadion.

Consumptie verplicht In de tweede plaats wil een terras dat hoort bij café of restaurant haar bezoekers vooral rust bieden, met een kopje koffie, biertje en/of hapje erbij. Het is waar dat men op een tribune ook kan uitrusten en dat al dan niet kan doen in combinatie met het consumeren van een ter plekke bestelde koffie of snack. Een publiekstribune wil echter vooral het bekijken van de wedstrijd mogelijk maken. Uitrusten en consumpties zijn daaraan ondergeschikt.

Open lucht? In de open lucht mag gerookt worden, althans volgens de huidige wetgeving. Het stadion van de Johan Cruijff Arena is volledig overkapt. Het dak boven het voetbalveld kan worden geopend. Dat kan niet met het dak boven de publiekstribune. Als het dak boven het voetbalveld open is, dan merken de bezoekers op de tribune dat aan den lijve: als het buiten koud is, dan hebben zij het ook koud. Desondanks is er bij een wedstrijd die met open dak wordt gespeeld toch altijd sprake van een overdekte tribune.

TenniDeze uitspraak ging over het stadion van Ajax, een stadion van een voetbalclub uit de eredivisie. Wat hierin gezegd wordt over overdekte stadions van voetbalclubs, geldt natuurlijk ook voor overdekte stadions van andere sportclubs. Ook op hun publiekstribunes mag dus niet gerookt worden.

Langs de lijn Veelvoetbalclubs uit het amateurvoetbal zullen geen overdekte publiekstribunes hebben. Het publiek staat er langs de lijn, met andere woorden in de open lucht. Veel opener dan dat kun je het buitenshuis niet hebben! Het wettelijk rookverbod geldt hier dus niet. De KNVB is echter sinds vorig jaar partner van de Rookvrije Generatie en faciliteert sindsdien voetbalclubs om roken langs de lijn tegen te gaan. Inmiddels hebben sommige clubs inderdaad zo’n rookverbod ingevoerd. Een voorbeeld is het dicht bij Amsterdam gelegen FC Weesp.

BRONNEN:

Andere vorm:

Rechtsoverweging 5.5 van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 4 december 2018 luidt (gedeeltelijk): Uit deze passage is duidelijk dat zij betrekking heeft op terrassen bij horecagelegenheden. Voor die terrassen is beoogd dat zij, afhankelijk van de wijze waarop zij van de omgeving zijn afgescheiden, al dan niet onder de uitzondering “inde open lucht” vallen. Naar het oordeel van het College kunnen de tribunes van het stadion van appellante, waar de vakken, galerij en omloop waarop de overtreding is geconstateerd, zijn gelegen, niet worden aangemerkt als een terras bij een horecagelegenheid. Hiertoe is allereerst in aanmerking genomen dat de tribunes wat betreft uiterlijke verschijningsvorm aanzienlijk verschillen van een terras bij een horecagelegenheid en wel zodanig dat de in de passage genoemde onderscheidende criteria daarop niet goed zijn toe te passen.

Consumptie verplicht:

Rechtsoverweging 5.5 van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 4 december 2018 luidt (gedeeltelijk): Voorts is van belang dat de tribunes primair de functie hebben om mensen de mogelijkheid te bieden een sportwedstrijd te bekijken. Deze functie valt niet op één lijn te stellen met die van een terras bij een horecagelegenheid, welke er vooral op is gericht de bezoekers de gelegenheid te bieden uit te rusten of iets te consumeren (aldus de in de bedoelde passage geciteerde definitie uit het Van Dale Groot woordenboek hedendaags Nederlands). Dat bezoekers op de tribunes (ook) kunnen uitrusten en iets kunnen consumeren is zodanig ondergeschikt aan de hoofdfunctie van het bekijken van een sportwedstrijd dat daarin geen aanleiding kan worden gevonden de bedoelde uitzondering op het strikter ook beleid van toepassing te achten.

Open lucht:

Rechtsoverweging 5.3 van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 4 december 2018 luidt: Niet in geschil is dat het dak van het stadion alleen boven het speelveld open kan, zodat, ook als het dak open is, de tribunes (met de galerij) en de omloop van het stadion nog steeds overkapt zijn. Gelet op de Nota van Toelichting bij het Besluit uitzonderingen rookvrije werkplek geldt de verplichting om een rookverbod in te stellen, aan te duiden en te handhaven ook onder overkappingen, ongeacht de aard of het materiaal van de overkapping. Het College ziet geen aanleiding om aan te nemen dat de regelgever dit uitgangspunt heeft verlaten bij het Besluit uitvoering Tabakswet.Het enkele feit dat de tribunes met de buitenlucht zijn verbonden,maakt – anders dan appellante heeft betoogd – niet dat reeds daarom sprake is van open lucht als bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, onder c, van het Besluit uitvoering Tabakswet. Dat een tribune een zodanige constructie heeft dat de weersomstandigheden zich ook opeen overkapte tribune kunnen doen gevoelen, betekent niet dat niet van een overdekte ruimte kan worden gesproken (vergelijk de uitspraak van het College van 13 juni 2013, ECLI:NL:CBB:2013:47). Het College is dan ook van oordeel dat in het geval van appellante het uitzonderingsregime voor ‘in de open lucht’ toepassing mist.

Wetsvoorstel Klimaatwet

DONDERDAG 13 DECEMBER 2018 Vorige week donderdag heeft de Tweede Kamer gesproken over het wetsvoorstel Klimaatwet. Het wetsvoorstel is nog niet aangenomen. Wat is er tot nu toe gebeurd?

Het wetsvoorstel heet voluit het voorstel voor een wet houdende een kader voor het ontwikkelen van beleid gericht op onomkeerbaar en stapsgewijs terugdringen van de Nederlandse emissies van broeikasgassen teneinde wereldwijde opwarming van de aarde en de verandering van het klimaat te beperken (Klimaatwet). Als het eenmaal wet is, zal het Klimaatwet heten.

Initiatiefwetsvoorstel De meeste wetsvoorstellen worden door de regering ingediend. Het wetsvoorstel Klimaatwet is echter ingediend door twee Kamerleden,Jesse Klaver (GroenLinks) en Diederik Samsom (PvdA). Dat was in september 2016, dus vóór de laatste Tweede Kamerverkiezingen. Het is dus een initiatiefwetsvoorstel. In januari van vorig jaar hebben enkele andere Kamerleden zich bij de indieners aangesloten; daar waren ook Kamerleden bij van SP, D66 en ChristenUnie. In juni 2018hebben er zich bovendien enkele Kamerleden van VVD en CDA bij aangesloten. Kamerleden van alle coalitiepartijen plus van drie oppositiepartijen zijn dus nu mede-indieners van het wetsvoorstel. Indieners mogen hun wetsvoorstel wijzigen, zolang het nog niet is aangenomen; de indieners van de Klimaatwet hebben dat inderdaad gedaan. Zo is de (formulering van de) emissiedoelstelling in het wetsvoorstel gewijzigd, nadat Kamerleden van CDA en VVD mede-indieners werden. Over die wijziging is vorige week nog uitgebreid bericht in de krant.

 Verslag Het wetsvoorstel is – zoals altijd gebeurd met wetsvoorstellen– eerst onderzocht in een Kamercommissie, in dit geval de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat. Dat onderzoek bestond eruit dat verschillende fracties over het wetsvoorstel schriftelijke vragen hebben gesteld en opmerkingen gemaakt. Daarvan is op 6 november 2018 een officieel verslag gemaakt, zoals altijdverslag geheten.

Nota n.a.v. het verslag Zij hebben daarop enkele weken later – op 22november – schriftelijk antwoord gekregen van de (mede) indieners van het wetsvoorstel. Ook daarvan is een officieel verslag gemaakt,zoals altijd nota naar aanleiding van het verslag geheten. De indieners gaven daarin gezamenlijk antwoord.

Plenair Vorige week donderdag was er dan de eerste plenaire vergadering over dit wetsvoorstel. Veel fracties hebben het woord gevoerd. De (mede) indieners van het wetsvoorstel hebben alleen geluisterd; ook de minister was aanwezig. De reactie op wat er is gezegd, gebeurt echter in een volgende vergadering.

Amendementen Op de plenaire vergadering van afgelopen donderdag heeft het Kamerlid Lammert Van Raan (Partij voor de Dieren) verschillende amendementen ingediend. Dat zijn voorstellen om het wetsvoorstel te wijzigen. Van Raan is geen mede-indiener van het wetsvoorstel, maar dat hoeft ook niet om wijzigingsvoorstellen in te mogen dienen: elk Kamerlid heeft het recht om voorstellen in te dienen om het wetsvoorstel te wijzigen. Dat is het recht van amendement. Een Kamerlid hoeft niet tot de plenaire vergadering te wachten met de indiening van amendementen. De amendementen van Van Raan stellen onder andere een andere formulering van de emissiedoelstelling voor.

BRONNEN:

Initiatiefwetsvoorstel:

Artikel 82 Grondwet luidt (gedeeltelijk): Voorstellen van wet kunnen worden ingediend door of vanwege de Koning en door de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Voorstellen van wet, in te dienen door de Tweede Kamer worden bij haar door een of meer leden aanhangig gemaakt.

Artikel 84 Grondwet luidt (gedeeltelijk): Zolang de Tweede Kamer een door haar in te dienen voorstel van wet niet heeft aangenomen, kan het door haar, door het lid of de leden door wie het aanhangig is gemaakt, worden gewijzigd.

Verslag:

Artikel 93 Reglement van Orde Tweede Kamer luidt (gedeeltelijk):De leden van de Kamer zijn bevoegd binnen een door de commissie te bepalen termijn schriftelijk hun opmerkingen omtrent een voorstel van wet aan haar in te zenden. Van de gestelde termijn wordt mededeling gedaan aan de leden van de Kamer.

Amendementen:

Artikel 84 Grondwet luidt (gedeeltelijk) ook: Zolang de Tweede Kamer een door haar in te dienen voorstel van wet niet heeft aangenomen, kan het door haar, op voorstel van een of meer leden, worden gewijzigd.

Artikel 96 Reglement van Orde Tweede Kamer luidt: Indienen amendementen. Vanaf het tijdstip dat een voorstel van wet in handen van een commissie is gesteld staat het ieder lid vrij amendementen, voorzien van een beknopte toelichting, in te dienen. Een amendement wordt met de meeste spoed vermenigvuldigd en rondgedeeld.

Energietransitie met brandhout in waterval?

DONDERDAG 29 NOVEMBER 2018 In de krant van gisteren staat een groot artikel over energiemaatschappij Vattenfall. Deze onderneming gaat in Diemen (bij Amsterdam) een grote houtverbrandingsinstallatie bouwen. De verbranding van pellets gaat straks in 90 duizend woningen zorgen voor warme woonkamers, in Amsterdam en Almere. Dat gebeurt volgens het bedrijf in het kader van de energietransitie. Deskundigen die in het krantenartikel aan het woord komen, twijfelen er echter aan of de stook van korrels van geperst hout wel zo goed is voor het klimaat. Hoe dan ook: deze bijdrage gaat erover wie of wat Vattenfall is?

Aktiebolag Vattenfall is een Zweedse onderneming. Het hoofdkantoor staat in de buurt van hoofdstad Stockholm. De rechtsvorm van de onderneming is de Zweedse Aktiebolag, afgekort tot AB. Een Aktiebolag is vergelijkbaar met de Nederlandse Naamloze Vennootschap (de NV).

Veel aandelen Aandeelhouders zijn dus de eigenaren. Een aandeelhouder kan één of meer aandelen hebben. Vattenfall moet volgens haar statuten minstens 80 miljoen (!) aandelen hebben uitgegeven.

Eén aandeelhouder Vattenfall heeft dan wel minstens 80 miljoen aandelen uit staan, maar alle aandelen zijn volgens de website in handen van één persoon: Zweden (de Zweedse staat). De rechten die aan al deze aandelen zijn verbonden worden uitgeoefend door de regering.

Aandeelhoudersvergadering Vattenfall heeft een Zweedse rechtsvorm en het Zweedse recht is dus toepasselijk. In Zweden kiest de aandeelhoudersvergadering de leden van de Raad van Bestuur en de voorzitter in functie. De aandeelhoudersvergadering kan instructies geven; die instructies zijn bindend voor de Raad van Bestuur. Parlementariërs mogen aandeelhoudersvergaderingen bijwonen en er het woord voeren.

Raad van Bestuur De Raad van Bestuur kiest op haar beurt de directie, waaronder de president directeur (de CEO). De directie gaat onder leiding van de CEO over de dagelijkse gang van zaken. De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor hoe dat gebeurt.

NUON Vattenfall AB heeft dochterondernemingen. Eén van die dochters is NUON of voluit: NV NUON Energy. NUON is actief in Nederland. NUON heeft een Nederlandse rechtsvorm: het is een Naamloze Vennootschap (NV), het Nederlands recht is toepasselijk. NUON heeft dus aandelen uitgegeven, maar die zijn allemaal in handen van moeder Vattenfall AB. Vattenfall is dus 100% eigenaar van NUON. Er is maar met andere woorden maar één aandeelhouder: Vattenfall.

Aandeelhoudersvergadering De aandeelhoudersvergadering (met Vattenfall als enige aandeelhouder) kiest de Raad van Bestuur van NUON. De Raad van Bestuur bestaat onder andere uit een CEO (de voorzitter) en een CFO (de financiële man of vrouw). Zij worden in functie gekozen door de aandeelhoudersvergadering. Er zijn allerlei besluiten die de Raad van Bestuur niet zonder goedkeuring van de aandeelhoudersvergadering mag nemen. Een directie komt in de statuten van NUON niet voor. Wel een Raad van Commissarissen die toezicht houdt op het Bestuur: ook die wordt gekozen door de aandeelhoudersvergadering, maar het is wel zo dat het Nederlandse vennootschapsrecht de keuzemogelijkheden beperkt.

Vattenfall is het Zweedse woord voor waterval.

BRONNEN:

Statuten van Vattenfall AB (de moeder):

https://corporate.vattenfall.com/globalassets/corporate/about_vattenfall/corporate_governance/articles_of_association.pdf

Annual report state owned companies (2014), zie met name de eerste bladzijden:

https://www.government.se/4adb0a/contentassets/0126b664c843479d8696d1be546fe4b6/annual-report-state-owned-companies-2014

Zweedse Corporate Governance Code (2016), zie met name onderdelen 2, 3 en 4:

http://www.corporategovernanceboard.se/UserFiles/Archive/496/The_Swedish_Corporate_Governance_Code_1_December_2016.pdf

Zweedse wet voor kapitaalvennootschappen (NV’s), vertaald in het Engels, zie met name hoofdstuk 7 en 8:

http://law.au.dk/fileadmin/www.asb.dk/omasb/institutter/erhvervsjuridiskinstitut-skjultforgoogle/EMCA/NationalCompaniesActsMemberStates/Sweden/THE_SWEDISH_COMPANIES_ACT.pdf

Statuten van NUON (2015), zie met name artikelen 1, 2, 4, 16, 17, 19, 22, 23:

https://www.nuon.com/globalassets/nederland/bedrijf/corporate_governance/aoa-nuon_energy-01-07-2015-eng4.pdf

Groningen wel verplicht tot handhaven bij overtreding rookverbod

MAANDAG 1 OKTOBER 2018 Vorige week stond een artikel in de krant over de gemeente Groningen. De gemeenteraad heeft geregeld dat het college van burgemeester en wethouders roken kan gaan verbieden op openbare plaatsen, zoals straten en pleinen. Dat kan gebeuren op verzoek van instellingen zoals scholen en ziekenhuizen. Het gemeentebestuur is echter niet van plan om het verbod op die plaatsen te gaan handhaven door tegen overtredingen van het verbod op te treden. Het wordt aan de scholen, ziekenhuizen en dergelijke overgelaten om het verbod zelf uit te voeren. Kan de gemeente zich wel aan handhaving onttrekken?

APV Het rookverbod is geregeld in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Elke gemeente heeft zo’n verordening. Daarin zijn zeer uiteenlopende onderwerpen geregeld, gerangschikt in hoofdstukken. Er zijn in Groningen hoofdstukken over bijvoorbeeld openbare orde, regulering prostitutie en natuur- en milieubescherming.

Artikel 2:47a Het rookverbod is geregeld in artikel 2:47a; dat is in het hoofdstuk over openbare orde. Het staat tussen een verbod op openbare plaatsen voor drankgebruik en een verbod voor hinderlijk gedrag. In de toelichting op het rookverbod wordt vooral de stank- en rookoverlast van het roken benadrukt. Het rookverbod had volgens mij daarom ook opgenomen kunnen worden in het hoofdstuk over milieubescherming, als een van de maatregelen tegen stankoverlast.

Handhaven APV Politie en gemeentelijke boa’s houden toezicht op naleving van de APV. Er staat onder andere een boete op overtreding van een verbod maar handhaving kan ook met andere bestuurlijke sancties gebeuren.

Geen plicht tot handhaven? Kan de gemeente zich onttrekken aan handhaving doordat politie en boa’s geen toezicht houden op het rookverbod en er geen boetes of andere bestuurlijke sancties worden opgelegd bij overtreding van dit verbod? Met andere woorden: heeft de gemeente geen handhavingsplicht? Groningen gaat er van uit dat ze geen handhavingsplicht heeft. Ik wil bij dat uitgangspunt een kritische opmerking maken.

Wel plicht tot handhaven! Weliswaar mag en moet de gemeente volgens de wet (ook) bij handhavend optreden steeds een belangenafweging maken, maar de hoogste bestuursrechter heeft in 2004 overwogen dat overheden in beginsel verplicht zijn om handhavend op te treden bij overtreding van een wettelijk voorschrift. Ook APV-verboden zijn wettelijke voorschriften. Dit wordt de beginselplicht tot handhaving genoemd. Slechts in uitzonderlijke omstandigheden is die plicht er niet. Daarvan lijkt mij in de Groningse situatie geen sprake. Als het college van burgemeester en wethouders bij een school een verbod heeft ingesteld, en de school (of een andere belanghebbende) vraagt de gemeente vervolgens om handhavend op te treden tegen overtredingen, dan zou de rechter de gemeente daartoe best wel eens kunnen dwingen.

BRONNEN

Artikel 2:47A van de Algemene Plaatselijke Veordening Groningen 2009 luidt als volgt: Verbod verspreiding hinderlijke rookgassen. Het is verboden om op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, hinderlijke rookgassen te verspreiden. Een rechthebbende van een gebouw met een publieke/openbare functie kan een verzoek indienen bij het college tot het opnemen van een bepaald gebied in een aanwijzingsbesluit. Bij toewijzing van het verzoek, als bedoeld in lid 2, draagt de rechthebbende zorg voor een juiste uitvoering daarvan.

HOOFDSTUK 2 van deze APV luidt: OPENBARE ORDE

HOOFDSTUK 3 van deze APV luidt: REGULERING PROSTITUTIE, SEKSBRANCHE EN AANVERWANTE ONDERWERPEN

HOOFDSTUK 4 van deze APV luidt: BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE

Afdeling 4 daarvan luidt: Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast

Artikel 6:1 van deze APV luidt (gedeeltelijk): Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde, en van de voorschriften en beperkingen die zijn verbonden aan de op grond van deze verordening verleende vergunningen of ontheffing

Artikel 6:3 van deze APV luidt (gedeeltelijk): Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.

Artikel 3:4 Algemene wet bestuursrecht luidt: Het bestuursorgaan weegt de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af, voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit. De voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.

Uitspraak 200306199/1. Datum uitspraak: 7 juli 2004. AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK (Raad van State) 2.4. Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd, dit niet te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet uitzicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.

Voor de hele uitspraak: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RVS:2004:AP8242

Actie tegen afgraving bos voor bruinkool in Duitsland

MAANDAG 27 AUGUSTUS 2018 Vanmorgen stond in de krant een groot artikel over actievoerders die proberen te voorkomen dat een bos ergens tussen Keulen en Aken – het Hambacher Forst – steeds verder wordt opgeofferd voor bruinkoolwinning. Bruinkool is een delfstof die wordt gewonnen door afgraving aan de oppervlakte (dagbouw). Uit het artikel volgt dat zowel regering en parlement in Berlijn als Noordrijn-Westfalen gaat over deze bruinkoolwinning.

Bondsstaat Duitsland is een bondsstaat (Bundesstaat). De Duitse bondsstaat bestaat uit bond en deelstaten.

Bond Er is één bond (Bund). De bond heeft in Berlijn haar regering en parlement. De bondsregering wordt al weer enige tijd geleid door Angela Merkel.

Länder En er zijn 16 deelstaten (Länder).

Noordrijn-Westfalen Een van die 16 is Noordrijn-Westfalen (Nordrhein-Westfalen). Aken, Bonn, Duisburg, Keulen en Wuppertal maken deel uit van deze deelstaat. Dit Land grenst aan Nederlands Limburg, Gelderland en Overijssel. Er wonen bijna 18 miljoen mensen. Dat zijn er meer dan in Nederland!

Düsseldorf Noordrijn-Westfalen heeft een eigen regering en parlement (Landtag), beide gezeteld in Düsseldorf.

Grundgesetz Duitsland is een bondsstaat. Dat betekent dat zowel de bond als de deelstaten eigen bevoegdheden hebben. Die bevoegdheden – zoals het maken van wetten (Gesetzgebung) – zijn dus verdeeld over bond en deelstaten. Dat is gebeurd in de Duitse grondwet (Grundgesetz).

Bergbau Over wetgeving voor mijnbouw en dagbouw van delfstoffen staat in de Grondwet onder andere dat de bond daarover wetten mag maken en dat de deelstaten dat slechts mogen indien en voor zover de bond daarover geen wetten heeft gemaakt.

Federatie Duitsland is een bondsstaat of te wel een federatie. Nederland is dat niet. Nederland is een eenheidsstaat. De Nederlandse Grondwet heeft de provincies (zoals Limburg, Gelderland en Overijssel) geen eigen bevoegdheden gegeven.

NOTEN

Artikel 20 lid 1 Grundgesetz luidt: Die Bundesrepublik Deutschland ist ein demokratischer und sozialer Bundesstaat.

Artikel 70 lid 1 Grundgesetz luidt: Die Länder haben das Recht der Gesetzgebung, soweit dieses Grundgesetz nicht dem Bunde Gesetzgebungsbefugnisse verleiht.

Artikel 72 luidt (gedeeltelijk): Im Bereich der konkurrierenden Gesetzgebung haben die Länder die Befugnis zur Gesetzgebung, solange und soweit der Bund von seiner Gesetzgebungszuständigkeit nicht durch Gesetz Gebrauch gemacht hat.

Artikel 74 luidt (gedeeltelijk): Die konkurrierende Gesetzgebung erstreckt sich auf folgende Gebiete: (…) das Recht der Wirtschaft (Bergbau) (..).