CDA-congres en de regeling van het kinderpardon

DINSDAG 12 FEBRUARI 2019 Het CDA heeft afgelopen zaterdag haar partijcongres – ledenvergadering – gehouden in de Amsterdamse Kromhouthal. Op de agenda stond onder andere de regeling van het kinderpardon. CDA is een regeringspartij met 19 zetels in de Tweede Kamer. Wat is er besloten?

Pardon De regeling van het kinderpardon is een regeling waardoor iemand in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning als hij of zijn ouders op of voor zijn 13e asiel hebben aangevraagd en daarna ons land niet meer hebben verlaten. In de afgelopen jaren hebben maar weinig asielzoekers daadwerkelijk zo’n verblijfsvergunning gekregen. De IND heeft hun aanvraag veelal geweigerd, omdat ouders zich na de asielprocedure enige tijd aan het toezicht van de overheid hebben onttrokken of niet genoeg hebben meegewerkt aan vertrek uit Nederland.

Congres Elk partijlid mag volgens de CDA-statuten het partijcongres bezoeken en er zijn stem uitbrengen; ieder heeft één stem. Dit lidmaatschap staat open voor iedereen vanaf 14 jaar (!) die de Nederlandse nationaliteit bezit. Ik weet niet hoeveel leden het congres van afgelopen zaterdag hebben bezocht, maar voor geldige besluitvorming voldoet de aanwezigheid van 75 leden. Een besluit wordt genomen met een gewone meerderheid van stemmen, dus de helft plus één.

Resoluties Het congres van afgelopen zaterdag heeft zich onder andere gebogen over resoluties. Die resoluties gaan bijvoorbeeld over de proeftijd in het arbeidsrecht, studieschuld, AOW, asbest, energietransitie en over de regeling van het kinderpardon. 25 leden mogen gezamenlijk een resolutie voorleggen aan het partijcongres, die het vervolgens bespreekt en ten slotte over besluit om hem al dan niet aan te nemen. Niet alleen (25) leden maar ook elke provinciale of gemeentelijke afdeling mag een resolutie voorleggen. Ook het jongeren- en het vrouwennetwerk van de partij mogen dat doen, tenzij het bestuur bezwaar maakt. Afgelopen zaterdag zijn er 17 resoluties voorgelegd. Elke resolutie wordt samen met een preadvies van het partijbestuur voorgelegd; dat preadvies kan luiden overnemen, gewijzigd overnemen of niet overnemen.

Geworteld 4 van die 17 resoluties zijn ingediend door individuele leden. Dat is ook het geval met de twee resoluties over de regeling van het kinderpardon. De ene heet Oplossing voor in Nederland gewortelde kinderen; deze is ingediend door ruim 100 individuele leden plus enkele provinciale en gemeentelijke afdelingen en het vrouwennetwerk. De andere Snelle oplossing voor met uitzetting bedreigde gewortelde kinderen is ingediend door ongeveer 30 individuele leden. Het preadvies luidt voor beide overnemen.

Tweede Kamer Uit de krant heb ik begrepen dat de eerstgenoemde resolutie is aangenomen, per acclamatie. Ik beperk me nu in deze bijdrage tot deze resolutie. In Oplossing voor in Nederland gewortelde kinderen worden twee oproepen gedaan aan de eigen Tweede Kamerfractie. Ten eerste: de regeling moet voor bestaande gevallen aanzienlijk worden versoepeld; gevallen waarin de vergunning is geweigerd moeten worden heroverwogen. Die regeling is opgenomen in de Vreemdelingencirculaire, dat is een beleidsregel. Ten tweede: de oproep dat in 2019 nieuwe, uitvoerbare wetgeving wordt uitgewerkt waardoor toekomstige verblijfsrechtelijke procedures voor gezinnen met kinderen binnen vijf jaar worden afgerond. Met andere woorden: ervoor zorgen dat dit jaar een wet met zekere inhoud tot stand komt.

Statuten Het partijcongres mag op grond van de statuten het politieke beleid van de Tweede Kamerfractie bespreken en toetsen, en het mag ook resoluties aannemen over vraagstukken van politiek beleid.

Grondwet Maar zou deze statutaire bevoegdheid in strijd kunnen komen met de Grondwet? In de resolutie wordt de Tweede Kamerfractie opgeroepen om (zich in te spannen) een nieuwe wet met een zekere inhoud tot stand te brengen. Hoe verhoudt zich deze oproep tot het lastverbod van Kamerleden? Kamerleden moeten volgens de Grondwet namelijk stemmen zonder last! Kamerleden moeten hun stem dus in elk geval uitbrengen zonder opdracht van het partijbestuur of de ledenvergadering/partijcongres. Dat geldt natuurlijk niet alleen voor het uitbrengen van hun stem, maar voor al hun werkzaamheden in de Kamer, inclusief de indiening van wetsvoorstellen en de mondelinge of schriftelijk bijdrage die aan wetsvoorstellen wordt geleverd. De (leden van de) Tweede Kamerfractie zijn dus niet juridisch gebonden aan de oproep uit de resolutie om een wet met zekere inhoud tot stand te brengen. Echter, de Grondwet laat eenieder vrij – zeker ook het partijcongres – om bij Kamerleden zo’n oproep te doen. Bovendien: Kamerleden mogen er natuurlijk wel gevolg aan geven.

Staatssecretaris Resoluties moeten geruime tijd voor de dag van het partijcongres worden ingediend bij het partijbestuur. De Tweede Kamerfractie moet daarom al in januari op de hoogte zijn geweest van de resolutie. De fractie heeft al in de loop van januari binnen de coalitie aangedrongen op aanzienlijke versoepeling van de regeling van het kinderpardon op bestaande gevallen; ze heeft dus niet de stemming van afgelopen zaterdag afgewacht. Eind januari heeft dit ertoe geleid dat de staatssecretaris de regeling van het kinderpardon in de Vreemdelingencirculaire heeft herzien. Tot zover de eerste oproep. Ik weet niet of er in verband met de tweede oproep (bij de fractie) plannen zijn om stappen te maken.

BRONNEN:

pardon

De oude regeling van het kinderpardon in de Vreemdelingencirculaire (tot 29 januari):

https://wetten.overheid.nl/BWBR0012289/2019-01-01/#Circulaire.divisieB9_Circulaire.divisie6

Vindplaatsen Statuten en Huishoudelijk Reglement (2018) van het CDA:

https://d2vry01uvf8h31.cloudfront.net/CDA/Documenten/2018/Diverse/CDA%20Statuten%20%26%20Huishoudelijk%20Reglement%20%282018%29.pdf

”Congres”

Zie achtereenvolgens de artikelen 33, 7, 102 van de CDA-statuten en artikel 22 van het Huishoudelijk Reglement en de artikelen 5, 104 en 103 van weer de statuten.

”Resoluties”

Zie artikel 23 Huishoudelijk Reglement van het CDA.

”Statuten”

Artikel 34 van de CDA-statuten

”Grondwet”

Artikel 67 Grondwet luidt (gedeeltelijk): De (Kamer)leden stemmen zonder last.

”Staatssecretaris”

De nieuwe regeling van het kinderpardon in de Vreemdelingencirculaire (vanaf 29 januari):

https://ind.nl/over-ind/Paginas/Alles-over-de-Regeling-langdurig-verblijvende-kinderen.aspx

De visumplichtige cineast op het IFFR

WOENSDAG 23 JANUARI 2019 Vandaag is het International Film Festival Rotterdam (IFFR) begonnen. Het filmfestival dat films uit de hele wereld vertoont, is er niet alleen voor het publiek, maar ook voor de makers.Vorige week stond een groot interview in de krant met de artistiek directeur, Bero Beyer. Beyer zegt daarin dat cineasten van wie de film zijn (internationale) première beleeft op het festival, een officiële uitnodiging ontvangen om daarbij aanwezig te zijn. Sommige genodigden kunnen Nederland evenwel niet binnenkomen zonder een visum. Wat is een visum? En wat zijn de visumregels?

Visum Het visum waar het hierover gaat, geeft toegang tot Nederland en daarna recht op kort verblijf in ons land. Men komt er dus mee langs de douane en mag vervolgens korte tijd ons land bezoeken.

Sticker Het visum moet worden aangevraagd bij het consulaat in het land waar de aanvrager woont. Als daar geen Nederlands consulaat is, dan kan het meestal bij het consulaat van een ander EU-land worden aangevraagd. In uitzonderlijke gevallen kan een aanvraag ook aan de grens gebeuren. De afgifte van het visum blijkt uit een (ingevulde) sticker die in het paspoort wordt geplakt.

Doel Uiteraard kan een visum ook worden geweigerd, bijvoorbeeld als de aanvrager het doel en de omstandigheden van zijn verblijf in Nederland niet genoeg heeft aangetoond. Dat doel moet uit documenten blijken. Het doel van een filmmaker die het IFFR wil bezoeken kan bijvoorbeeld blijken uit een officiële uitnodiging van het IFFR. Men mag hier ook komen voor een heel ander doel, bijvoorbeeld een zakenreis. Of een toeristisch doel, zoals een bezoek aan de Keukenhof.

Duur Het visum wordt voor hooguit drie maanden (90 dagen) verleend, maar het kan ook voor een (veel) kortere periode worden verleend.

Paspoort Een visum is nodig maar niet voldoende voor een kort verblijf hier te lande. Men heeft daarvoor bijvoorbeeld ook een geldig paspoort nodig. Het paspoort wordt afgegeven door het land waarvan men de nationaliteit heeft.

EU Bovenstaande regels voor het visum zijn regels van de EU. De EU heeft deze regels gemaakt. Ze zijn gedeeltelijk overigens wel terug te vinden in nationale regels. Diezelfde EU-regels gelden ook in de meeste andere EU-landen. Ze gelden in alle EU-landen die deel uitmaken van de zogenaamde Schengenzone, zoals Duitsland, België en Frankrijk. Groot-Brittannië en Ierland maken geen deel uit van de Schengenzone. Zij kunnen dus hun eigen visumregels maken.

Visumplichtige landen Niet elke buitenlandse bezoeker van ons land (of een ander Schengenland) heeft een visum nodig. Uiteraard is er geen visumplicht voor mensen met de nationaliteit van een ander Schengenland en evenmin voor Britten en Ieren. Er zijn echter nog veel meer landen waarvoor geen visumplicht geldt. Zo hebben ook Amerikanen (VS), Canadezen, Australiërs en Nieuw-Zeelanders geen visum nodig voor een kort verblijf aan ons land. Datzelfde geldt voor mensen met de nationaliteit van Bosnië-Herzegovina, Servië, Oekraïne, Japan of Singapore. Russen zijn wel visumplichtig. Ook Chinezen, Indonesiërs, Surinamers, (mensen met de nationaliteit van) Papoea-Nieuw-Guinea, Zuid-Afrikanen, Marokkanen en Turken zijn dat. De geïnterviewde artistiek directeur van het IFFR vertelde over een Bengaalse cineast; ook voor hem geldt een visumplicht.

Olympische Spelen Voor landen die de Olympische Spelen (of de Paralympische Spelen) organiseren, gelden andere regels. Dat zijn soepelere regels. Deelnemers aan de Spelen kunnen gemakkelijker een visum krijgen. Frankrijk zal deze soepelere regels moeten toepassen in 2024, als het de Olympische Zomerspelen organiseert. Ik weet niet welke regels Groot-Brittannië in 2012 heeft gehanteerd; de EU-visumregels golden hier in elk geval niet.

BRONNEN:

”Visum”

Artikel 1a Vreemdelingenwet luidt (gedeeltelijk): visum: elk der visa voor toegang tot Nederland met het oog op verblijf van niet langer dan 90 dagen, afgegeven door of vanwege een bevoegde autoriteit als bedoeld in een bindend besluit van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, alsmede de onder b en c bedoelde visa.

”Sticker”

Artikel 6 van de VERORDENING (EG) Nr. 810/2009 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 13 juli 2009 tot vaststelling van een gemeenschappelijke visumcode (Visumcode) luidt (gedeeltelijk): Een aanvraag wordt onderzocht en er wordt over beslist door het consulaat van de bevoegde lidstaat in het ambtsgebied waarvan de aanvrager legaal woonachtig is.

Artikel 8 luidt (gedeeltelijk): Een lidstaat kan ermee instemmen een andere lidstaat die op grond van artikel 5 bevoegd is, te vertegenwoordigen voor het onderzoeken van aanvragen voor en de afgifte van visa namens die lidstaat.

Artikel 35 luidt (gedeeltelijk): In uitzonderlijke gevallen kan een visum aan een grensdoorlaatpost worden afgegeven indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

Artikel 20 luidt (gedeeltelijk): Indien een aanvraag ontvankelijk is, stempelt het bevoegde consulaat het reisdocument van de aanvrager af. Het stempel komt overeen met het model als omschreven in bijlage III en wordt in overeenstemming met de bepalingen van die bijlage aangebracht.

Artikel 27 luidt : Bij het invullen van de visumsticker worden de verplichte vermeldingen als omschreven in bijlage VII ingevuld en wordt tevens het machineleesbare gedeelte ingevuld dat wordt omschreven in ICAO-document 9303, deel 2.

Artikel 29 luidt (gedeeltelijk): De geprinte visumsticker met de gegevens als bedoeld in artikel 27 en bijlage VII wordt in het reisdocument aangebracht overeenkomstig de voorschriften van bijlage VIII.

”Doel”

Artikel 32 van de Visumcode luidt (gedeeltelijk): (…) wordt een visum geweigerd: a) indien de aanvrager: i) een vals, nagemaakt of vervalst reisdocument heeft overgelegd; ii) het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf niet heeft aangetoond; (..)

Artikel 14 luidt (gedeeltelijk): Van aanvragers van een (..) visum wordt verlangd dat zij het volgende verstrekken:

a) documenten waaruit het doel van de reis blijkt; (..)

Bijlage II van de Visumcode luidt (gedeeltelijk): De in artikel 14 bedoelde bewijsstukken die door visumaanvragers dienen te worden verstrekt, kunnen onder meer zijn:

A. DOCUMENTEN WAARUIT HET DOEL VAN DE REIS BLIJKT

4. voor reizen met het oog op politieke, wetenschappelijke, culturele, sportieve of religieuze evenementen of om andere redenen:

uitnodigingen, toegangsbewijzen, inschrijvingen of programma’s, (zo mogelijk) met vermelding van de naam van de uitnodigende instantie en de duur van het verblijf dan wel enig ander geschikt document waaruit het doel van het bezoek blijkt;

Bijlage II luidt (gedeeltelijk): De in artikel 14 bedoelde bewijsstukken die door visumaanvragers dienen te worden verstrekt, kunnen onder meer zijn:

A. DOCUMENTEN WAARUIT HET DOEL VAN DE REIS BLIJKT

1. bij zakenreizen: (..)

3. voor reizen in het kader van toerisme of met een privékarakter: (..)

”Duur”

Artikel 1a van de Vreemdelingenwet luidt (gedeeltelijk): visum: elk der visa voor toegang tot Nederland met het oog op verblijf van niet langer dan 90 dagen, afgegeven door of vanwege een bevoegde autoriteit als bedoeld in een bindend besluit van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, alsmede de onder b en c bedoelde visa.

”Paspoort”

Artikel 6 van de VERORDENING (EU) 2016/399 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) luidt (gedeeltelijk): Voor een voorgenomen verblijf op het grondgebied van de lidstaten van ten hoogste 90 dagen binnen een periode van 180 dagen, waarbij voor iedere dag van het verblijf de 180 voorafgaande dagen in aanmerking worden genomen, gelden voor onderdanen van derde landen de volgende toegangsvoorwaarden:

a) in het bezit zijn van een geldig reisdocument of van een document dat de houder recht geeft op grensoverschrijding en dat aan de volgende criteria voldoet:

i) het is geldig tot minstens drie maanden na de voorgenomen datum van vertrek uit het grondgebied van de lidstaten. In gemotiveerde spoedeisende gevallen mag echter van deze verplichting worden afgezien;

ii) het is afgegeven in de voorafgaande tien jaar;

”Visumplichtige landen”

Artikel 4 van de VERORDENING (EU) 2018/1806 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 14 november 2018 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld luidt (gedeeltelijk): De onderdanen van de in de lijst van bijlage II opgenomen derde landen zijn van de in artikel 3, lid 1, bedoelde visumplicht vrijgesteld voor een verblijf van maximaal 90 dagen binnen een periode van 180 dagen.

BIJLAGE II LIJST VAN DERDE LANDEN WAARVAN DE ONDERDANEN BIJ OVERSCHRIJDING VAN DE BUITENGRENZEN VAN DE LIDSTATEN VAN DE VISUMPLICHT ZIJN VRIJGESTELD VOOR EEN VERBLIJF VAN MAXIMAAL 90 DAGEN BINNEN EEN PERIODE VAN 180 DAGEN luidt (gedeeltelijk):

Australië

Bosnië-Herzegovina

Canada

Japan

Mexico

Nieuw-Zeeland

Servië

Singapore

Oekraïne

Verenigde Staten

Heilige Stoel

Venezuela

Artikel 3 luidt (gedeeltelijk): De onderdanen van de in de lijst van bijlage I opgenomen derde landen dienen bij overschrijding van de buitengrenzen van de lidstaten in het bezit te zijn van een visum.

BIJLAGE I LIJST VAN DERDE LANDEN WAARVAN DE ONDERDANEN BIJ OVERSCHRIJDING VAN DE BUITENGRENZEN VAN DE LIDSTATEN IN HET BEZIT MOETEN ZIJN VAN EEN VISUM luidt (gedeeltelijk):

Bangladesh

China

Indonesië

Papoea-Nieuw-Guinea

Marokko

Rusland

Suriname

Turkije

Zuid-Afrika

”Olympische Spelen”

Artikel 49 van de Visumcode luidt: Lidstaten die optreden als gastland voor de Olympische of de Paralympische Spelen passen de bijzondere procedures en voorwaarden van bijlage XI toe, die de afgifte van visa vergemakkelijken.

Havens gesloten voor schip met drenkelingen

VRIJDAG 28 DECEMBER 2018 Gisteren stond in de Frankfurter Allgemeine Zeitung het bericht dat een schip vorige week zaterdag enkele tientallen drenkelingen heeft gered uit de Middellandse Zee, en sindsdien op zoek is naar een haven waar ze aan land mogen gaan. Italië en Malta lagen het meest voor de hand, maar de autoriteiten van deze landen hebben het verzoek afgewezen. De drenkelingen zijn migranten die ergens voor de Libische kust op volle zee aan boord zijn gekomen. Hierbij enige staatsrechtelijke helderheid bij deze problematiek.

Duitse vlag Het schip heet Sea-Watch. Het is een in Enkhuizen gebouwd schip dat sinds enkele jaren wordt gebruikt door een ngo, Mare Liberum. Het vaart tegenwoordig onder Duitse vlag. Over de betekenis van de vlag: zie http://staatsrechtpraktijk.nl/?p=535.

Territoriale wateren Het schip moet om een haven van een land aan te doen de territoriale wateren van dat land in. Territoriale wateren worden ook wel territoriale zee genoemd. De territoriale wateren strekken zich uit over een strook van ongeveer 20 km langs de kust. Deze wateren vallen onder de soevereiniteit van de kuststaat. Italië en Malta hebben territoriale wateren, net als bijvoorbeeld Nederland.

Onschuldige doorvaart Die soevereiniteit moet echter wijken voor schepen die de territoriale wateren gebruiken voor een onschuldige doorvaart. Daarvan is sprake als het schip – eenvoudig gezegd – alleen maar gebruik maakt van de territoriale wateren om er doorheen te varen op weg naar een verder gelegen bestemming. De kuststaat mag die doorvaart niet verbieden, omdat het recht op onschuldige doorvaart in verdragen is geregeld.

Haven aandoen Bij een schip dat van plan is om een haven van de kuststaat aan te doen, bijvoorbeeld om daar drenkelingen aan land te brengen, is geen sprake van onschuldige doorvaart. De kuststaat mag die doorvaart dan ook wel verbieden en er handhavend tegen optreden.

Ontschepening op zee Ook bij een schip dat midden op zee – ver van een haven maar wel ergens in de territoriale wateren – voor anker gaat om de drenkelingen over te brengen naar een ander schip, is geen sprake van onschuldige doorvaart. De kuststaat mag haar de doorvaart verbieden en er handhavend tegen optreden.

Veilige plaats Dat is echter niet het hele verhaal. Volgens een ander verdrag kan een land namelijk verplicht zijn om een schip te helpen met drenkelingen aan boord. Die hulp bestaat er dan uit dat dit land de drenkelingen overneemt en naar een veilige plaats brengt. Die verplichting is er voor het land dat verantwoordelijk is voor de opsporing en redding van drenkelingen in het gebied waar zij aan boord van het reddende schip zijn gekomen. Wat de Middellandse Zee betreft, is er altijd wel een land dat zo’n verantwoordelijkheid op zich heeft genomen, ook in gebieden die deel uitmaken van de volle zee (high seas).

Plaats versus haven Het verdrag is er niet duidelijk over of onder een veilige plaats altijd moet worden verstaan dat dit ergens aan land is. Een veilige plaats zou dus ook kunnen zijn een ander schip, maar dan wel een met meer faciliteiten, zoals ziekenboeg en genoeg eten en drinken. Ik weet niet welk land verantwoordelijk is voor de opsporing en redding van de drenkelingen die zich aan boord van de Sea-Watch bevinden.

Nederland Italië en Malta willen hun havens in elk geval niet open stellen voor de Sea-Watch. In de Frankfurter Allgemeine Zeitung stond dat Mare Liberum ook aan de Duitse, Franse, Spaanse en Nederlandse autoriteiten toestemming heeft gevraagd om een haven aan te doen zodat de drenkelingen daar aan land kunnen. In het krantenbericht stond dat nog geen enkele autoriteit heeft gereageerd!

BRONNEN:

Territoriale wateren:

Artikel 2 van United Nations Convention on the Law of the Sea – UNCLOS- luidt (gedeeltelijk): The sovereignty of a coastal State extends, beyond its land territory and internal waters and, in the case of an archipelagic State, its archipelagic waters, to an adjacent belt of sea, described as the territorial sea.

Artikel 3 luidt (gedeeltelijk): Every State has the right to establish the breadth of its territorial sea up to a limit not exceeding 12 nautical miles, measured from baselines determined in accordance with this Convention.

Artikel 11 luidt (gedeeltelijk): For the purpose of delimiting the territorial sea, the outermost permanent harbour works which form an integral part of the harbour system are regarded as forming part of the coast. Off-shore installations and artificial islands shall not be considered as permanent harbour works.

Onschuldige doorvaart:

Artikel 17 van United Nations Convention on the Law of the Sea luidt (gedeeltelijk): Subject to this Convention, ships of all States, whether coastal or land-locked, enjoy the right of innocent passage through the territorial sea.

Haven aandoen:

Artikel 18 United Nations Convention on the Law of the Sea luidt (gedeeltelijk): Passage means navigation through the territorial sea for the purpose of: (a) traversing that sea without entering internal waters or calling at a roadstead or port facility outside internal waters; or (b) proceeding to or from internal waters or a call at such roadstead or port facility. Passage shall be continuous and expeditious. However, passage includes stopping and anchoring, but only in so far as the same are incidental to ordinary navigation or are rendered necessary by force majeure or distress or for the purpose of rendering assistance to persons, ships or aircraft in danger or distress.

Ontschepening op zee:

Artikel 19 van United Nations Convention on the Law of the Sea luidt (gedeeltelijk): Passage is innocent so long as it is not prejudicial to the peace, good order or security of the coastal State. Such passage shall take place in conformity with this Convention and with other rules of international law. Passage of a foreign ship shall be considered to be prejudicial to the peace, good order or security of the coastal State if in the territorial sea it engages in any of the following activities: (g) the loading or unloading of any commodity, currency or person contrary to the customs, fiscal, immigration or sanitary laws and regulations of the coastal State; (l) any other activity not having a direct bearing on passage.

Artikel 25: The coastal State may take the necessary steps in its territorial sea to prevent passage which is not innocent.

Artikel 21: The coastal State may adopt laws and regulations, in conformity with the provisions of this Convention and other rules of international law, relating to innocent passage through the territorial sea, in respect of all or any of the following: (h) the prevention of infringement of the customs, fiscal, immigration or sanitary laws and regulations of the coastal State. The coastal State shall give due publicity to all such laws and regulations. Foreign ships exercising the right of innocent passage through the territorial sea shall comply with all such laws and regulations and all generally accepted international regulations relating to the prevention of collisions at sea.

Veilige plaats en plaats versus haven:

Artikel 98 van United Nations Convention on the Law of the Sea luidt (gedeeltelijk): Every State shall require the master of a ship flying its flag, in so far as he can do so without serious danger to the ship, the crew or the passengers: (a) to render assistance to any person found at sea in danger of being lost; (b) to proceed with all possible speed to the rescue of persons in distress, if informed of their need of assistance, in so far as such action may reasonably be expected of him.

Artikel 1.3 van de Annex van de International Convention on maritime search and rescue, 1979 – SAR – luidt (gedeeltelijk): The terms listed below are used in the Annex with the following meanings: .1 ‘Search’. An operation, normally co-ordinated by a rescue co-ordination centre or rescue sub-centre, using available personnel and facilities to locate persons in distress; .2 ‘Rescue’. An operation to retrieve persons in distress, provide for their initial medical or other needs, and deliver them to a place of safety;

Artikel 3.1.9 luidt (gedeeltelijk): Parties shall co-ordinate and co-operate to ensure that masters of ships providing assistance by embarking persons in distress at sea are released from their obligations with minimum further deviation from the ships’ intended voyage, provided that releasing the master of the ship from these obligations does not further endanger the safety of life at sea. The Party responsible for the search and rescue region in which such assistance is rendered shall exercise primary responsibility for ensuring such co-ordination and co-operation occurs, so that survivors assisted are disembarked from the assisting ship and delivered to a place of safety, taking into account the particular circumstances of the case and guidelines developed by the Organization. In these cases, the relevant Parties shall arrange for such disembarkation to be effected as soon as reasonably practicable.

Het belang van een vlag voor een schip: de Aquarius van Artsen Zonder Grenzen

DINSDAG 27 NOVEMBER 2018 De Aquarius is een schip van (onder andere) Artsen Zonder Grenzen. Het schip heeft in de afgelopen jaren veel bootmigranten afkomstig uit Syrie en andere Afrikaanse landen gered in de Middellandse Zee. Velen van hen zijn vervolgens in Griekenland, Malta en Italie aan land gebracht, zodat zij in die landen asiel konden aanvragen. De huidige Italiaanse regering was daar – een understatement – niet blij mee. Trouwens, vorige week heeft de Italiaanse justitie opdracht gegeven om beslag te leggen op het schip vanwege het (gestelde) dumpen van illegaal (ziekenhuis) afval in Italiaanse havens. Uitvoering van die beslaglegging kan bijvoorbeeld gebeuren zodra het schip weer een Italiaanse haven aandoet. Die kans is niet zo groot: het ligt sinds bijna twee maanden aangemeerd in Marseille, een Franse havenstad. Het kan daar niet weg omdat het niet langer een vlag heeft waaronder het mag varen.

Hoe zit dat precies met de vlag waaronder een schip vaart?

Vlaggenstaat Een schip vaart onder de vlag van een staat; het kan ook onder de vlaggen van verschillende staten varen. Die staat moet daarvoor toestemming hebben gegeven. Een schip dat vaart onder de vlag van een staat is gebonden aan recht en regelgeving van die staat. Er worden (nog) geen eisen gesteld aan de feitelijke band tussen (belanghebbenden bij het) schip en de keuze van de vlaggenstaat. Een staat mag dus elk schip toestemming geven om onder haar vlag te varen.

Vlag De vlag geeft het schip het recht om te varen op de volle zee (High Seas).

Middellandse Zee Aquarius heeft (boot)migranten gered op de Middellandse Zee. De Middellandse Zee is de zee gelegen tussen Europa en Afrika. EU-landen als Spanje, Frankrijk, Italie en Griekenland grenzen eraan net als de Noord-Afrikaanse landen Marokko, Tunesie en Libie. Malta is een eiland in de Middellandse Zee, en tevens EU-land.

Volle zee De Aquarius voerde reddingsacties uit op volle zee. De Middellandse Zee bestaat uit territoriale wateren en internationale wateren. Internationale wateren kunnen meer of minder dicht bij land liggen. De volle zee in de Middellandse Zee maakt deel uit van de verder weg gelegen internationale wateren.

Gibraltar Als ik het goed begrepen heb, was Duitsland de eerste vlaggenstaat van de Aquarius. Later is dat Gibraltar geworden. De laatste vlaggenstaat was Panama (Midden-Amerika). Panama is het nog niet zo lang geleden geworden, namelijk eind augustus (2018). Gibraltar is een schiereiland in de Middellandse Zee, het zit vast aan Spanje. Gibraltar is een gebied dat valt onder de soevereiniteit van Groot-Brittanie. Dat laatste wordt door Spanje overigens betwist, zoals in de afgelopen dagen weer eens duidelijk werd bij de brexit-onderhandelingen. Gibraltar valt onder de souvereiniteit van Groot-Brittannie, maar zonder deel uit te maken van dat land. De Britse betrokkenheid voor de overzeese gebiedsdelen mag echter niet worden onderschat, zoals in 1992 bleek bij een ander overzees gebiedsdeel: de Falklandeilanden (bij Argentinie). Hoe dan ook: een schip kan varen onder de vlag van Gibraltar (een rood kasteel met gele sleutel).

Panama heeft haar toestemming na een maand al weer ingetrokken, namelijk in september van dit jaar. Sinds die tijd kan de Aquarius geen reddingsacties meer uitvoeren; ze ligt nu in de haven van het Franse Marseille. Het schip zal eerst een nieuwe vlaggenstaat moeten vinden. Tot op heden is er nog geen land gevonden dat daartoe bereid is.

BRONNEN:

Artikel 86 van de United Nations Convention On The Law Of The Seas (UNCLOS) of Zeerechtverdrag luidt: The provisions of this Part apply to all parts of the sea that are not included in the exclusive economic zone, in the territorial sea or in the internal waters of a State, or in the archipelagic waters of an archipelagic State. This article does not entail any abridgement of the freedoms enjoyed by all States in the exclusive economic zone in accordance with article 58.

Article 90 luidt: Every State, whether coastal or land-locked, has the right to sail ships flying its flag on the high seas.

Article 91 luidt: Every State shall fix the conditions for the grant of its nationality to ships, for the registration of ships in its territory, and for the right to fly its flag. Ships have the nationality of the State whose flag they are entitled to fly. There must exist a genuine link between the State and the ship. Every State shall issue to ships to which it has granted the right to fly its flag documents to that effect.

Article 92 luidt: Ships shall sail under the flag of one State only and, save in exceptional cases expressly provided for in international treaties or in this Convention, shall be subject to its exclusive jurisdiction on the high seas. A ship may not change its flag during a voyage or while in a port of call, save in the case of a real transfer of ownership or change of registry. A ship which sails under the flags of two or more States, using them according to convenience, may not claim any of the nationalities in question with respect to any other State, and may be assimilated to a ship without nationality.

Article 98 luidt (gedeeltelijk): Duty to render assistance. Every State shall require the master of a ship flying its flag, in so far as he can do so without serious danger to the ship, the crew or the passengers:(a) to render assistance to any person found at sea in danger of being lost;(b) to proceed with all possible speed to the rescue of persons in distress, if informed of their need of assistance, in so far as such action may reasonably be expected of him;

Sinterklaas is in ons land

MAANDAG 19 NOVEMBER 2018 Sinterklaas is weer in ons land. De Goedheiligman is afgelopen zaterdag met zijn Pieten aan land gekomen in Zaanstad, Noord-Holland. Ze blijven zoals elk jaar tot 6 december. Sint maar vooral de Pieten gaan in de komende weken hard aan het werk. Ze gaan bijvoorbeeld scholen en winkelcentra bezoeken en pakjes bezorgen bij de mensen thuis. Dat betekent hard werken en veel reizen. De Pieten doen dit in opdracht van Sint. Mogen ze dat wel allemaal doen? Ok, ze willen alleen maar goed doen. Maar dan nog: mogen zij hier zomaar enkele weken verblijven en (hard) werken?

Een vreemdeling zeker Hun verblijf en werkzaamheden hier te lande zou problematisch kunnen zijn. Sint en de Pieten zijn namelijk vreemdelingen. Want ze hebben niet de Nederlandse nationaliteit en wonen evenmin in ons land. Alles wijst er namelijk op – maar zeker is het niet – dat ze uit Spanje komen.

Spanje Stel dat (Sint en) de Pieten inderdaad uit Spanje komen. In dat geval is er geen vuiltje aan de lucht. Want dan mogen de Pieten hier zomaar enkele weken verblijven om hard te werken. Spanje is namelijk net als Nederland een EU-land, een lidstaat van de Europese Unie. Daardoor zijn Spaanse Pieten gemeenschapsonderdanen of te wel ”burgers van de EU”. Iedere EU burger mag in andere lidstaten verblijven en aldaar werken; dat mag dus ook in ons land.

Stoomboot Het is evenwel niet zeker dat ze uit Spanje komen. Ze komen elk jaar per stoomboot (dat geeft wel de nodige vuiltjes in de lucht). Waarom de reis van Spanje naar Nederland per boot afgelegd? Kan die reis niet beter over land worden afgelegd? Is die boot daarom geen aanwijzing dat ze over water wel móeten reizen? Zo ja: ligt het dan niet meer voor de hand dat (Sint en) de Pieten uit Engeland komen?

Engeland Stel dat (Sint en) de Pieten inderdaad uit Engeland komen. Ook dat zou vreemdelingrechtelijk in de afgelopen jaren geen enkele probleem zijn geweest. Want Engeland (Groot-Brittannië) is net als Spanje een EU-land. De Pieten mogen daardoor zomaar enkele weken in ons land verblijven om er hard te werken. Maar, let wel: dat gaat veranderen!

Brexit Eind maart 2019 verlaat Groot-Brittannië de Europese Unie. Wat daarvan de gevolgen zijn, is nog erg onduidelijk. Daarover is een jaar of nog langer onderhandeld met de EU. Dat heeft weliswaar recentelijk geleid tot een akkoord, maar het is allerminst zeker dat het Britse parlement daarmee zal instemmen. Dat geldt zowel de oppositie als de regeringspartij.

Brexi(n)t? Stel nu dat het akkoord wordt afgewezen en er geen nieuw akkoord tot stand komt, zelfs geen tijdelijk akkoord tot eind 2020. Britten zijn dan geen burgers van de EU meer. Zij mogen dan niet meer automatisch in ons land verblijven en werken. Wat betekent dat voor (Sint en) de Pieten als ze volgend jaar rond deze tijd weer aan land willen komen in ons land? Zijn ze dan niet meer welkom? Daarover zal dan de Nederlandse overheid gaan, in het bijzonder de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).

Vergunning (Werkgever) Sint zal dan bij de IND voor zijn (werknemers) Pieten een vergunning moeten aanvragen. Een vergunning om hier enkele weken te mogen verblijven en in die tijd te werken. Dat werk is seizoensgebonden en dus seizoensarbeid. Sint zal bij de autoriteiten (IND) moeten opgeven wat het doel is van het verblijf, waaruit het werk precies bestaat (pakjes bezorgen bij de mensen thuis, scholen en winkelcentra bezoeken enzovoorts). Als Sint de vergunning krijgt, mogen de Pieten slechts de opgegeven werkzaamheden verrichten. Het is echter nog maar de vraag of hij de gevraagde vergunning krijgt. Vaak worden zulke vergunningen namelijk geweigerd, bijvoorbeeld als er in ons land of in een ander land van de EU werknemers zijn die dat werk kunnen en willen doen.

Kom maar binnen! Zullen er volgend jaar EU burgers zijn die het werk van de Pieten kunnen en willen doen? Het Pietenwerk is gevaarlijk (lopen over gladde daken) en vereist de nodige deskundigheid (?) en je moet er maar zin in hebben. Het zou daarom zomaar eens kunnen gebeuren dat de IND die vergunning verleent. Het kost Sint natuurlijk wel geld (leges!). En hij moet er ook aan denken om hem tijdig aan te vragen.

Iets van vinden Trouwens, de IND neemt haar beslissingen namens de minister. Daardoor zal de minister – en daarmee de regering – toch iets moeten gaan vinden van de Pieten!

BRONNEN:

Artikel 8 Vreemdelingenwet luidt (gedeeltelijk): De vreemdeling heeft in Nederland uitsluitend rechtmatig verblijf (onder andere) als gemeenschapsonderdaan zolang deze onderdaan verblijf houdt op grond van een regeling krachtens het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Artikel 21 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie luidt (gedeeltelijk): Iedere burger van de Unie heeft het recht vrij op het grondgebied van de lidstaten te reizen en te verblijven, onder voorbehoud van de beperkingen en voorwaarden die bij de Verdragen en de bepalingen ter uitvoering daarvan zijn vastgesteld.

Artikel 45 luidt (gedeeltelijk): Het verkeer van werknemers binnen de Unie is vrij. Het houdt het recht in om a. in te gaan op een feitelijk aanbod tot tewerkstelling; b. zich te dien einde vrij te verplaatsen binnen het grondgebied der lidstaten; c. in een der lidstaten te verblijven teneinde daar een beroep uit te oefenen.

Artikel 8 Vreemdelingenwet luidt (gedeeltelijk): De vreemdeling heeft in Nederland uitsluitend rechtmatig verblijf (onder andere) op grond van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14;

Artikel 14 luidt (gedeeltelijk): Een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder beperkingen, verband houdende met het doel waarvoor het verblijf is toegestaan. Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden.

Artikel 3.4 Vreemdelingenbesluit luidt (gedeeltelijk): De in artikel 14 van de Wet bedoelde beperkingen houden (onder andere) verband met seizoenarbeid.

Artikel 8 Wet arbeid vreemdelingen luidt (gedeeltelijk): (De IND namens) de minister weigert een vergunning (onder andere) indien voor de desbetreffende arbeidsplaats prioriteitgenietend aanbod op de arbeidsmarkt aanwezig is.

Naturalisatie, wonen en topsporters

VRIJDAG 27 JULI 2018. Afgelopen zaterdag stond in de krant een artikel over een buitenlandse topsporter die de Nederlandse nationaliteit kreeg nadat hij hier drie jaar had gewoond. Voor zo’n naturalisatie gelden wettelijke voorwaarden.

Rijkswet op het Nederlanderschap In deze wet staan de voorwaarden. Een voorwaarde is dat men moet het Nederlanderschap aanvragen. Een andere voorwaarde is dat men hier enige tijd moet hebben gewoond en wel onmiddellijk voorafgaand aan de aanvraag.

Vijf jaar Hoofdregel is dat men hier minstens vijf jaren heeft gewoond. De drie jaar voor de topsporter is dus een (gunstige) uitzondering op de hoofdregel.

Drie jaar of minder In sommige gevallen eist de wet geen vijf jaar maar drie jaar of een nog lager aantal. Enkele voorbeelden. De ongehuwde partner die samenwoont met een Nederlander (drie jaar). De echtgenoot die samenwoont met een Nederlander (geen wooneis). Iemand die door erkenning het kind is geworden van een Nederlander (drie jaar).

Topsporters De lagere wooneis voor topsporters is gebaseerd op artikel 10 van de wet. Volgens dit artikel is ”in bijzondere gevallen (..) afwijking” van de vijf jaren wooneis mogelijk. In de wet staat niet om welke gevallen het hier gaat. Dat is wel gebeurd in de Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003. Daarin staat bijvoorbeeld dat topsporters een beroep kunnen doen op artikel 10. De Handleiding is echter geen wet! De handleiding bevat dus geen wettelijke rechten en geeft dus minder zekerheid dan de wet.

Artikel 8 lid 1, onder c, luidt (gedeeltelijk): Voor verlening van het Nederlanderschap komt slechts in aanmerking de verzoeker die tenminste sedert vijf jaren onmiddellijk voorafgaande aan het verzoek in het Europese deel van Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, toelating en hoofdverblijf heeft.

Artikel 8 lid 2 luidt (gedeeltelijk): Het eerste lid, onder c, geldt niet met betrekking tot de verzoeker die sedert tenminste drie jaren de echtgenoot is van en samenwoont met een Nederlander.

Artikel 8 lid 4 luidt (gedeeltelijk): De termijn bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt op drie jaren gesteld voor de verzoeker die hetzij ongehuwd tenminste drie jaren onafgebroken met een ongehuwde Nederlander in een duurzame relatie anders dan het huwelijk samenleeft.

Artikel 8 lid 5 luidt (gedeeltelijk): De termijn bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt eveneens op drie jaren gesteld voor de verzoeker die door erkenning het kind van een Nederlander is geworden.

Artikel 10 luidt (gedeeltelijk): Wij kunnen, de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, in bijzondere gevallen het Nederlanderschap verlenen met afwijking van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c.

Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap, toelichting op artikel 10, paragraaf 3 (Topsporters), luidt (gedeeltelijk): Indien een sporter een beroep doet op artikel 10 RWN dient hij aan te tonen dat met zijn naturalisatie een Nederlands belang op sportief gebied wordt gediend.

Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn als de verzoeker om naturalisatie na zijn naturalisatie als vertegenwoordiger voor Nederland kan deelnemen aan internationale concoursen of internationale sportwedstrijden (…). Bij individuele takken van sport dient betrokkene bij de Nederlandse kampioenschappen ten minste bij de top acht te (gaan) behoren; bij teamsporten dient de betrokkene ten minste op het hoogste nationale niveau van de desbetreffende tak van sport te (gaan) presteren.

Paspoort verlengen in het buitenland

WOENSDAG 30 MEI 2018. Nederland heeft in de afgelopen jaren het aantal ambassades en consulaten waar men zijn paspoort kan ”verlengen” fors verminderd, zo blijkt uit een recent krantenbericht.

In welke wetten is deze dienstverlening op ambassades en consulaten geregeld?

Op grond van de Paspoortwet mag de minister van Buitenlandse Zaken aanvragen voor de verlenging van een paspoort in ontvangst nemen en mag hij paspoorten uitreiken. Natuurlijk gaat de minister dat alles niet zelf doen. Daar zouden Nederlanders die in het buitenland wonen ook weinig aan hebben. Daarom heeft hij besloten dat de ambassadeurs en consuls dat namens hem mogen doen. Zijn meest recente besluit daartoe dateert van 10 februari 2017. Volgens de Algemene wet bestuursrecht is er sprake van mandaat als ambassadeurs en consuls namens de minister besluiten nemen. Niet elke ambassadeur of consul hoeft een mandaat in verband met de paspoortverlenging te krijgen. Alle gemandateerden zijn genoemd in de bijlage bij het besluit van de minister (bijlage is hieronder vanwege zijn omvang niet opgenomen).

Artikel 42 Paspoortwet luidt (gedeeltelijk): Bevoegd tot uitreiking van reisdocumenten zijn de autoriteiten, die ingevolge artikel 26 bevoegd zijn de aanvragen daarvoor in ontvangst te nemen.

Artikel 26 Paspoortwet luidt (gedeeltelijk): Bevoegd tot het in ontvangst nemen van aanvragen voor nationale paspoorten zijn in het buitenland: Onze Minister van Buitenlandse Zaken, voor zover het personen betreft die zich buiten het Koninkrijk bevinden.

Artikel 1 Besluit van de Minister van Buitenlandse Zaken van 10 februari 2017 tot aanwijzing van posten bevoegd tot het in ontvangst nemen van aanvragen voor reisdocumenten en identiteitskaarten luidt (gedeeltelijk): De hoofden van de in bijlage A genoemde consulaire posten zijn bevoegd tot het in ontvangst nemen van aanvragen voor, alsmede het uitreiken van nationale paspoorten.

Considerans van het Besluit van de Minister van Buitenlandse Zaken van 10 februari 2017 tot aanwijzing van posten bevoegd tot het in ontvangst nemen van aanvragen voor reisdocumenten en identiteitskaarten luidt (gedeeltelijk): Gelet op titel 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht,

Titel 10.1 Algemene wet bestuursrecht luidt: Mandaat, delegatie en attributie

Afdeling 10.1.1. Algemene wet bestuursrecht luidt: Mandaat

Artikel 10:1 Algemene wet bestuursrecht luidt: Onder mandaat wordt verstaan: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen.