Exxpose en het burgerinitiatief bij de Tweede Kamer

DINSDAG 16 APRIL 2019 Jongerenbeweging Exxpose heeft vorige week woensdag een burgerinitiatief ingediend bij de Tweede Kamer. Het heet ”Ik ben onbetaalbaar” en heeft als onderwerp de strafbaarstelling van prostitutiebezoek. De wetgever moet het kopen van seksuele diensten strafbaar maken, omdat prostitutie de waardigheid van prostituee en bezoeker aantast. Bij indiening stond het aantal steunverklaringen op ruim 40 duizend.

Voorstel Met een burgerinitiatief wordt aan de Tweede Kamer voorgesteld om een onderwerp te behandelen. Een burgerinitiatief kan bijvoorbeeld de behandeling van een wijziging van het Wetboek van Strafrecht voorstellen.

Kamercommissie Nadat het burgerinitiatief bij de Tweede Kamer is ingediend, gaat eerst een speciale Kamercommissie toetsen of het aan alle voorwaarden voldoet. Dat is de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven.

Voorwaarden Ten eerste moet het burgerinitiatief gaan over een onderwerp waarover de centrale overheid gaat, dus bijvoorbeeld niet waarover gemeente of provincie gaan. Ten tweede mag de Tweede Kamer over dit onderwerp geen besluit hebben genomen in de afgelopen twee jaren. De Kamer kan een onderwerp behandelen zonder er een besluit over te nemen. Een Kamerbesluit is bijvoorbeeld de aanvaarding of verwerping van een motie. Veel burgerinitiatieven lopen hierop stuk. Vorig jaar gebeurde dat bijvoorbeeld bij die voor een (beter) werkende kinderpardonregeling en bij die voor een beter politiepensioen. In 2016 was dat het geval bij die voor de invoering van een basisinkomen. Er zijn ook burgerinitiatieven die wel deze voorwaarde voldoen, zoals die voor de aanpak van internetpesters, uit 2016. Dit laatste burgerinitiatief wilde dat wettelijk wordt vastgelegd in welke gevallen providers verplicht zijn om hen ter beschikking staande accountgegevens te verstrekken, bijvoorbeeld in geval van bedreiging, identiteitsfraude en het «posten» van seksueel getinte filmpjes (wraakporno) via de bewuste account.

Farao Ten derde mag het burgerinitiatief geen voorstel inhouden dat in strijd is met de Grondwet. Heel soms blijkt ook dat een sta-in-de-weg, zoals bij die uit 2015 om Arjen Lubach – bekend van radio en tv – tot Eerste farao der Nederlanden te benoemen en om van zijn verjaardag een nationale feestdag te maken.

40.000 Ten vierde moeten minstens 40 duizend mensen het burgerinitiatief steunen; een steunverklaring kan ook op een website worden gegeven. Alleen de steunbetuigingen van hen die mogen stemmen bij de Tweede Kamerverkiezingen tellen mee: alleen die van Nederlandse meerderjarigen dus. Van iedereen moeten de personalia zijn vastgelegd. Soms blijkt ook dat een obstakel, zoals bij het burgerinitiatief uit 2017 om voor patiënten met MS (multiple sclerose) stamceltherapie mogelijk te maken en collectief te vergoeden.

Kamer Voor het burgerinitiatief dat de toetsing doorstaat, doet de commissie een behandelvoorstel aan de Tweede Kamer. De Kamer gaat vervolgens al dan niet akkoord met de uitgevoerde toetsing en het behandelvoorstel. De Kamer zal meestal wel akkoord gaan. In de praktijk komt het behandelvoorstel er ten eerste op neer dat het burgerinitiatief in handen wordt gesteld van de vaste Kamercommissie die gaat over het onderwerp uit het burgerinitiatief. Het burgerinitiatief van vorige week woensdag zal daarom in handen worden gesteld van de vaste Kamercommissie voor Justitie en Veiligheid. Ten tweede dat de indieners hun burgerinitiatief mogen toelichten in die vaste Kamercommissie. Ten derde dat de commissiebehandeling ertoe leidt dat de Kamer een standpunt over het burgerinitiatief zal innemen. Dat was ook het behandelvoorstel voor het burgerinitiatief over de aanpak van internetpesters, uit 2016. Dit burgerinitiatief had zoals gezegd de toetsing doorstaan en is daarna behandeld in de vaste Kamercommissie voor – wat toen nog heette– Veiligheid en Justitie. Na behandeling heeft deze commissie de minister om een reactie op het burgerinitiatief gevraagd en stelt ze de Kamer voor om ”het burgerinitiatief te agenderen voor een plenair debat, waarna daarover en over eventuele moties kan worden gestemd”. Ik heb niet kunnen achterhalen wat er vervolgens mee is gebeurd. Vergaderingen van Kamer en vaste Kamercommissies zijn trouwens openbaar.

Ook als niet aan alle voorwaarden is voldaan, wordt soms toch behandeling in een vaste Kamercommissie voorgesteld mét gelegenheid voor de initiatiefnemers om daarin een toelichting te geven. Dat was bijvoorbeeld het geval met de burgerinitiatieven voor een beter politiepensioen en voor de invoering van een basisinkomen. Beide voorstellen zijn door de Kamer overgenomen.

Gelderland Burgerinitiatieven kunnen ook bij provincies en gemeenten worden ingediend. Daarmee kan dan de agenda van die gemeenteraad of die Provinciale Staten worden beïnvloed. Provincie en gemeente regelen zelf de voorwaarden en rechtsgevolgen van zo’n burgerinitiatief. Zo kan in Gelderland voor bijna alle onderwerpen waarover Provinciale Staten gaat een burgerinitiatief worden ingediend. Nodig zijn 750 steunverklaringen van Gelderlanders van 16 jaar of ouder. Een burgerinitiatief dat aan alle voorwaarden voldoet, moet – zo snel mogelijk – op de agenda van Provinciale Staten komen. Anders dan bij de Tweede Kamer is Provinciale Staten van Gelderland dus verplicht om het burgerinitiatief te agenderen.

Geen referendum Het burgerinitiatief is iets anders dan het referendum. Tot juli vorig jaar kon een landelijk referendum worden gehouden over wetten en verdragen die al waren tot stand gekomen. Daarmee konden recente wetten en verdragen worden afgewezen. Zo’n afwijzing leidde niet automatisch tot hun intrekking: de uitslag was slechts raadgevend. Een referendum werd op dezelfde manier georganiseerd als verkiezingen: men bracht zijn stem uit in een stembureau. Het was allemaal geregeld in een wet: de Wet raadgevend referendum. Lang heeft die wet niet bestaan: hij trad pas in 2015 in werking.

Bordeelverbod Tot zo’n twintig jaar geleden stond de exploitatie van prostitutie door houders van bordelen of ramen in het Wetboek van Strafrecht, net als het soeteneur (pooier) zijn. Prostitutiebezoek was geen strafbaar feit, net zomin als prostitutie.

BRONNEN:

”Voorstel”

Artikel 132a van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer luidt (gedeeltelijk): Het burgerinitiatief is een voorstel om een onderwerp voor behandeling door de Kamer voor te dragen en is gericht op de vervaardiging, wijziging of intrekking van een wettelijke regeling dan wel op het te voeren regeringsbeleid.

”Kamercommissie”

Artikel 20 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer luidt (gedeeltelijk): Er is een commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven, waarvan de werkwijze bij afzonderlijk door de Kamer vast te stellen reglement wordt geregeld. Zij is belast met het uitbrengen van verslag over alle door de Kamer of een commissie van de Kamer in haar handen gestelde verzoekschriften en burgerinitiatieven. De commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven toetst of een burgerinitiatief voldoet aan de ontvankelijkheidscriteria, genoemd in artikel 132a, en aan de vormvereisten, vastgesteld in het in het eerste lid bedoelde reglement.

”Voorwaarden” en ”Farao”

Artikel 132a van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer luidt (gedeeltelijk): Het burgerinitiatief kan niet betreffen:a. een aangelegenheid van een decentrale overheid; b. een vraag over, klacht of bezwaar tegen het regeringsbeleid; c. een onderwerp waarover korter dan twee jaar voor indiening van het burgerinitiatief door de Kamer een besluitis genomen, behoudens in het geval van substantiële en voldoende concrete nieuwe feiten of omstandigheden die ten tijde van de beraadslaging over het onderwerp in de Kamer niet bekend waren; d. belastingen en begrotingen; e. zaken die in strijd zijn met de Grondwet en de goede zeden.

Burgerinitiatief Kinderpardon: Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 035, nr. 7; burgerinitiatief Politiepensioen: Tweede Kamer, vergaderjaar 2017–2018, 34 790, nr. 7; burgerinitiatief Basisinkomen: Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 564, nr. 3; burgerinitiatief Internetpesters aangepakt: Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 564, nr. 1; burgerinitiatief Farao der Nederlanden: Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 34 307, nr. 17

”40.000”

Artikel 9a van het Reglement voor de commissie voor de verzoekschriften en de burgerinitiatieven luidt (gedeeltelijk): Om een burgerinitiatief voor onderzoek door de commissie in aanmerking te doen komen, dient het burgerinitiatief te bevatten: a. naam, adres, geboortedatum en handtekening van een of meer natuurlijk personen; b. een bijlage waaruit blijkt dat ten minste 40 000 natuurlijke personen het voorstel steunen door bekendmaking van hun naam, geboortedatum en handtekening; c. een nauwkeurige omschrijving van het voorstel alsmede een nauwkeurige motivering daarvan.

Artikel 10 luidt: Een burgerinitiatief komt slechts voor onderzoek door de commissie in aanmerking indien de personen bedoeld in het vorige artikel kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de Kamer.

Burgerinitiatief Stamceltherapie voor mensen met MS in Nederland: Tweede Kamer, vergaderjaar 2017–2018, 34 790, nr. 4

”Kamer”

Artikel 4 van het Reglement voor de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven luidt (gedeeltelijk): De commissie brengt ten aanzien van burgerinitiatief verslag uit aan de Kamer, tenzij de commissie daartoe geen termen aanwezig acht. Dit verslag bevat een voorstel aan de Kamer met de gronden waarop dit voorstel steunt.

Artikel 20 Reglement van Orde voor de Tweede Kamer luidt (gedeeltelijk): Elk verslag over een burgerinitiatief bevat een duidelijke conclusie of een behandelingsvoorstel. De commissie kan een burgerinitiatief dat in overweging geeft de wet voor te bereiden dan wel te wijzigen, in handen stellen van een commissie uit de Kamer die daarvoor het meest lijkt aangewezen.

Artikel 132a luidt (gedeeltelijk): De initiatiefnemer kan verzocht worden een toelichting te geven op zijn burgerinitiatief.

Artikel 37 luidt (gedeeltelijk): De vergaderingen van commissies zijn openbaar. De Kamer kan besluiten dat vergaderingen van een bepaalde commissie besloten mogen zijn.

Artikel 132a luidt (gedeeltelijk). De Kamer neemt ten aanzien van elk geagendeerd burgerinitiatief een besluit.

Artikel 69 luidt (gedeeltelijk): Nadat de beraadslaging is gesloten, gaat de Kamer zo nodig over tot het nemen van een besluit.De stemming over moties kan worden aangehouden.

Behandelvoorstel van het burgerinitiatief Internetpesters aangepakt: Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 564, nr. 1; Verslag van de vaste commissie:Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 602, nr. 1

”Gelderland”

Artikel 84 van het Reglement van Orde van Provinciale Staten van Gelderland luidt (gedeeltelijk): Een burgerinitiatiefvoorstel heeft betrekking op een aangelegenheid, waarover Provinciale Statenbeslissingsbevoegd zijn. Het burgerinitiatiefvoorstel bestaat uit een nauwkeurig omschreven voorstel voor een door Provinciale Staten te nemen beslissing, voorzien van een uiteenzetting over de daaraan ten grondslag liggende motieven. Het voorstel heeft geen betrekking op een aangelegenheid die gaat over de rechtspositie van ambtsdragers of gewezen ambtsdragers als zodanig dan wel hun nagelaten betrekkingen of hun rechthebbenden, of de provinciale belastingen.

Artikel 86 luidt (gedeeltelijk): Provinciale Staten beslissen in de eerstvolgende vergadering na ontvangst van het verzoek over de geldigheid van het burgerinitiatiefvoorstel. Indien de eerstvolgende vergadering plaatsvindt binnen twee weken na ontvangst van het verzoek, beslissen zij in de daaropvolgende vergadering. Het verzoek is geldig indien: ten minste 750 andere personen die 16 jaar of ouder en woonachtig in Gelderland zijn het verzoek ondersteunen; het voldoet aan de overige vereisten uit dit hoofdstuk.

Artikel 87 luidt (gedeeltelijk): Indien Provinciale Staten het verzoek als geldig aanmerken, agenderen zij het burgerinitiatiefvoorstel voor hun eerstvolgende vergadering. Zij agenderen het voorstel voor een latere vergadering indien dat noodzakelijk is in verband met de wettelijke vereiste voorbereidingsprocedure van de voorgestelde beslissing of wanneer voorafgaande behandeling door een Statencommissie wenselijk wordt geacht.

Is scholierenstaking voor beter klimaatbeleid geoorloofd?

DINSDAG 5 FEBRUARI 2019 Aanstaande donderdag is de eerste (landelijke) scholierenstaking voor het klimaat in Nederland. Veel leerlingen uit het voortgezet onderwijs (VWO, HAVO, MAVO, VMBO) gaan overmorgen niet naar school. Ze kunnen op het Malieveld in Den Haag demonstreren voor een beter klimaatbeleid. In België zijn afgelopen maand al verschillende scholierenstakingen geweest. Wat zegt de wet over schoolverzuim, als dat gebeurt om te betogen voor een beter klimaatbeleid van de overheid?

Leerplicht Scholieren hebben een wettelijke leerplicht. Dat houdt in dat leerlingen van bijvoorbeeld middelbare scholen geen enkele les of praktijktijd mogen verzuimen. Naleving van deze wettelijke verplichting is de verantwoordelijkheid van scholier én ouders.

Straf Schoolverzuim is een strafbaar feit. De leerling hangt een taakstraf of geldboete boven het hoofd terwijl de ouders zelfs een gevangenisstraf kan worden opgelegd.

100.000 De schooldirecteur moet het melden bij het ministerie als een leerling binnen vier weken 16 uur verzuimt. Hij of zij riskeert een boete die kan oplopen tot 100.000 euro per jaar, als die meldplicht niet wordt nagekomen.

Dwang De politie mag een verzuimende scholier die zich op een voor het publiek toegankelijke plaats bevindt onder dwang terug naar school brengen. Het Malieveld in Den Haag is zo’n plaats.

Goede redenen Uiteraard geldt de wettelijke leerplicht niet altijd. Er zijn omstandigheden waaronder schoolverzuim is toegestaan. In die gevallen plegen scholier en zijn ouders geen strafbare feiten. Zo’n geval doet zich bijvoorbeeld voor als de leerling ziek is of als de school een dag dicht is in verband met een studiedag voor de docenten. De leerlingen zijn dan vrijgesteld van hun leerplicht. Uiteraard moet de school er wel fatsoenlijk van op de hoogte worden gebracht als een leerling ziek is.

Andere goede redenen Het hangt dus van de verzuimreden af of schoolverzuim geoorloofd is. Demonstreren voor een beter klimaatbeleid is geen reden die in de wet wordt genoemd, tenminste het is niet één van de redenen die de wet heel duidelijk noemt. In de wet staat namelijk ook een restcategorie voor vrijstelling: andere gewichtige omstandigheden.

Zoals Wat zijn andere gewichtige omstandigheden? Enkele jaren geleden heeft de minister van Onderwijs uitgelegd wat dat voor hem zijn, en daarmee ook wat dat zijn voor de ambtenaren op het ministerie. Daarin wordt bijvoorbeeld heel duidelijk uitgelegd dat bij de bruiloft van een oudere broer of zus, bij de koperen bruilof van de ouders (of gouden bruiloft van de grootouders) en bij een verhuizing sprake is van zo’n andere gewichtige omstandigheid voor verlof, en dus van geoorloofd verzuim. Verlof om te gaan demonstreren – al dan niet voor een beter klimaatbeleid – staat er echter niet in.

Wil Gelukkig zijn dit voor de minister slechts voorbeelden van gevallen waarin schoolverzuim is geoorloofd is. Hij zegt namelijk dat verlof bovendien is geoorloofd als er volgens de schooldirecteur sprake is van gewichtige omstandigheden, tenzij er sprake is van omstandigheden die niet buiten de wil of invloedssfeer van de ouders of leerling zijn gelegen. Een directeur mag dus alleen verlof geven voor omstandigheden die buiten de wil of invloedssfeer van ouders of leerling liggen. Vindt de scholierenstaking voor een beter klimaatbeleid niet juist plaats omdát de leerling dit wil? Hoe dan ook: misschien legt de minister de wet niet goed uit. De uitleg van de rechter gaat hier boven die van de minister!

Grondrecht In elk geval moet het verlof worden aangevraagd. De directeur mag aan het geven van verlof voorwaarden stellen. Zou de directeur als voorwaarde mogen stellen dat de leerling erbij moet zijn op het Malieveld? Het is zo dat demonstreren (betogen) een recht is van eenieder, ook van minderjarigen. Het is zelfs een grondrecht, een mensenrecht dus. Een mensenrecht is een recht, nimmer een plicht: het houdt ook het recht in om niet te demonstreren. Oké, de leerling vraagt verlof aan om te demonstreren. Hij wil dus sowieso gaan demonstreren. Toch legt zo’n voorwaarde van de directeur iets op wat de leerling niet sowieso al zou doen, want is zijn schoolstaking/schoolverzuim van aanstaande donderdag op zichzelf niet al een vorm van demonstreren voor een beter klimaatbeleid? Ik zou zeggen: van wel. Zou de directeur mogen eisen dat een leerling (ook) gaat demonstreren op het Malieveld? Ik zou zeggen: van niet.

BRONNEN:

”Leerplicht”

Artikel 2 van de Leerplichtwet 1969 luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Degene die het gezag over een jongere uitoefent, en degene die zich met de feitelijke verzorging van een jongere heeft belast, zijn verplicht overeenkomstig de bepalingen van deze wet te zorgen, dat de jongere als leerling van een school staat ingeschreven en deze school na inschrijving geregeld bezoekt. Lid 2. De in het eerste lid bedoelde verplichtingen gelden niet voor zover de daarin bedoelde personen kunnen aantonen dat zij daarvoor niet verantwoordelijk kunnen worden geacht. Lid 3. De jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt, is verplicht overeenkomstig de bepalingen van deze wet de school waaraan hij als leerling staat ingeschreven, geregeld te bezoeken, onverminderd het bepaalde in het eerste lid.

Artikel 4 luidt (gedeeltelijk): Het schoolbezoek vindt geregeld plaats, zolang geen les of praktijktijd wordt verzuimd.

Artikel 4c luidt: Lid 1. De jongere die als leerling of deelnemer van een school of instelling staat ingeschreven op grond van artikel 4a, eerste lid, is verplicht het volledige onderwijsprogramma, het volledige programma van de combinatie leren en werken, het onderwijsprogramma, bedoeld in artikel 25a, derde lid, onderdeel d, van de Wet op het voortgezet onderwijs, respectievelijk het onderwijsprogramma, bedoeld in artikel 58a, derde lid, onderdeel d, van de Wet op het voortgezet onderwijs, te volgen dat door die school of instelling wordt aangeboden. Lid 2. De jongere voldoet aan de verplichting, bedoeld in artikel 4a, eerste lid, om de school of instelling na inschrijving geregeld te bezoeken, zolang hij geen les of praktijktijd verzuimt anders dan op een van de gronden, bedoeld in artikel 11.

Artikel 1 luidt (gedeeltelijk): Deze wet verstaat onder:

b. “school”: 1. een openbare of een uit de openbare kas bekostigde bijzondere basisschool, speciale school voor basisonderwijs, school voor speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of dagschool voor voortgezet onderwijs, dan wel een openbare of een uit de openbare kas bekostigde bijzondere instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs; 2. een ingevolge artikel 56 van de Wet op het voortgezet onderwijs aangewezen bijzondere dagschool voor voortgezet onderwijs

d. “hoofd”: 1. hij die met de leiding van de school is belast; 2. hij die met de leiding van de instelling is belast; e. “de ambtenaar”: de ambtenaar, bedoeld in artikel 16;

h. meldingsregister relatief verzuim: meldingsregister relatief verzuim als bedoeld in artikel 24h van de Wet op het onderwijstoezicht;

”Straf”

Artikel 26 van de Leerplichtwet 1969 luidt: Strafbedreiging verantwoordelijke personen. Lid 1. De in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen die de in artikel 2, eerste lid, of artikel 4a opgelegde verplichtingen niet nakomen, worden gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie. Lid 2. De leerplichtige jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt of de jongere die kwalificatieplichtig is, die de verplichting tot geregeld volgen van het onderwijs niet nakomt, wordt gestraft met een hoofdstraf als genoemd in artikel 77h, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafrecht, met dien verstande dat de geldboete een geldboete van de tweede categorie is.

Artikel 28 luidt: De bij deze wet strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als overtredingen.

Artikel 77h, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van Strafrecht luidt: De hoofdstraffen zijn: b. in geval van overtreding: taakstraf of geldboete.

”100.000”

Artikel 21a van de Leerplichtwet 1969 luidt (gedeeltelijk): Indien een ingeschreven leerling van een school als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, subonderdelen 1 en 2, zonder geldige reden les- of praktijktijd heeft verzuimd en dit verzuim gedurende een periode van vier opeenvolgende lesweken in totaal zestien uren les- of praktijktijd bedraagt, geeft het hoofd van de school hiervan onverwijld kennis aan Onze minister, zo mogelijk onder opgave van de reden die naar zijn oordeel ten grondslag ligt aan het verzuim

Artikel 27 luidt (gedeeltelijk): Onze minister dan wel, voor zover het betreft het onderwijs op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, kan een bestuurlijke boete van ten hoogste 1 000 euro per overtreding, met een maximum van 100 000 euro per schooljaar, opleggen aan het hoofd dat: b. niet voldoet aan een der verplichtingen, opgelegd in de artikelen 18, 21 en 21a.

”Dwang”

Artikel 24 van de Leerplichtwet 1969 luidt: Ambtenaren van politie, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, zijn bevoegd een jongere die zij onder schooltijd op een voor het publiek toegankelijke plaats aantreffen, te brengen naar het hoofd van de school waarop de jongere als leerling staat ingeschreven. Afdeling 5.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

”Goede redenen”

Artikel 11 van de Leerplichtwet 1969 luidt (gedeeltelijk): De in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen zijn vrijgesteld van de verplichting te zorgen dat de jongere de school waarop hij staat ingeschreven, geregeld bezoekt, en de leerplichtige jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt alsmede de jongere die kwalificatieplichtig is, zijn vrijgesteld van de verplichting de school of de instelling geregeld te bezoeken, indien

a. de school onderscheidenlijk de instelling is gesloten of het onderwijs is geschorst;

b. bij of op grond van algemeen verbindende voorschriften het bezoeken van de school onderscheidenlijk de instelling is verboden;

c. de jongere bij wijze van tuchtmaatregel tijdelijk de toegang tot de school onderscheidenlijk de instelling is ontzegd;

d. de jongere wegens ziekte verhinderd is de school onderscheidenlijk de instelling te bezoeken;

e. de jongere wegens vervulling van plichten voortvloeiend uit godsdienst of levensovertuiging verhinderd is de school onderscheidenlijk de instelling te bezoeken;

f. de jongere vanwege de specifieke aard van het beroep van één van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen slechts buiten de schoolvakanties met hen op vakantie kan gaan;

Artikel 13 luidt: Een beroep op vrijstelling wegens vervulling van plichten voortvloeiend uit godsdienst of levensovertuiging kan slechts worden gedaan indien daarvan uiterlijk twee dagen vóór de verhindering aan het hoofd kennis is gegeven.

Artikel 13b luidt: Een beroep op vrijstelling wegens ziekte van de jongere, wegens vervulling van plichten voortvloeiend uit godsdienst of levensovertuiging wordt gedaan door middel van kennisgeving aan het hoofd door de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen, tenzij de leerplichtige jongere of de jongere die kwalificatieplichtig is niet meer woonachtig is bij deze personen, in welk geval de kennisgeving wordt gedaan door de jongere zelf.

”Andere goede redenen”

Artikel 11 van de Leerplichtwet 1969 luidt: De in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen zijn vrijgesteld van de verplichting te zorgen dat de jongere de school waarop hij staat ingeschreven, geregeld bezoekt, en de leerplichtige jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt alsmede de jongere die kwalificatieplichtig is, zijn vrijgesteld van de verplichting de school of de instelling geregeld te bezoeken, indien g. de jongere door andere gewichtige omstandigheden verhinderd is de school onderscheidenlijk de instelling te bezoeken.

”Zoals”

Artikel 2 van de Beleidsregel uitleg ‘specifieke aard van het beroep’ en ‘andere gewichtige omstandigheden’ bedoeld in de Leerplichtwet 1969 luidt (gedeeltelijk): Andere gewichtige omstandigheden (…) In de hierna te noemen gevallen kan, zolang het totaal aan een jongere te verlenen verlof het aantal van 10 verlofdagen in een schooljaar niet te boven gaat, verlof worden gegeven voor de hierna genoemde periode: Voor verhuizing: maximaal 1 schooldag; voor het bijwonen van het huwelijk van bloed- of aanverwant tot en met de 3e graad: in Nederland maximaal 2 schooldagen indien er ver gereisd moet worden, anders maximaal 1 dag, in het buitenland maximaal 5 schooldagen. Soort bewijs: trouwkaart (indien twijfelachtig kopie trouwakte); bij 25, 40 of 50 jarig ambtsjubileum en het 12 ½, 25, 40, 50 en 60 jarig huwelijksjubileum van ouder(s)/verzorger(s) of grootouders: maximaal 1 schooldag;

”Wil”

Artikel 2 van de Beleidsregel uitleg ‘specifieke aard van het beroep’ en ‘andere gewichtige omstandigheden’ bedoeld in de Leerplichtwet 1969 luidt (gedeeltelijk): Andere gewichtige omstandigheden. Op grond van artikel 11, onderdeel g, en artikel 14 van de Leerplichtwet zijn in bepaalde situaties bijzondere vormen van verlof toegestaan voor maximaal tien dagen per schooljaar. Het gaat hier om zogenaamde ‘andere gewichtige omstandigheden’. Dit zijn omstandigheden die niet eerder in de limitatieve opsomming van artikel 11 van de Leerplichtwet zijn genoemd en die veelal buiten de wil of invloedsfeer van de ouders of leerling zijn gelegen. Het hoofd van de school of instelling kan verlof verlenen voor afwezigheid als gevolg van een dergelijke andere gewichtige omstandigheid. In de hierna te noemen gevallen kan, zolang het totaal aan een jongere te verlenen verlof het aantal van 10 verlofdagen in een schooljaar niet te boven gaat, verlof worden gegeven voor de hierna genoemde periode: (…) voor andere naar het oordeel van het hoofd van de school/instelling gewichtige omstandigheden: maximaal 10 dagen.

”Grondrecht”

Artikel 2 van de Beleidsregel uitleg ‘specifieke aard van het beroep’ en ‘andere gewichtige omstandigheden’ bedoeld in de Leerplichtwet 1969 luidt (gedeeltelijk): Andere gewichtige omstandigheden. In de hierna te noemen gevallen kan, zolang het totaal aan een jongere te verlenen verlof het aantal van 10 verlofdagen in een schooljaar niet te boven gaat, verlof worden gegeven voor de hierna genoemde periode: (…) voor andere naar het oordeel van het hoofd van de school/instelling gewichtige omstandigheden: maximaal 10 dagen.

Daarbij geldt het volgende:

. Verlofaanvragen dienen schriftelijk en binnen een redelijke termijn bij het hoofd van de school/instelling te worden ingediend. Indien de aanvraag niet binnen een redelijke termijn is ingediend, moet door de aanvrager worden beargumenteerd waarom dit niet is gebeurd;

. er kunnen voorwaarden gesteld worden aan het toekennen van verlof, bijvoorbeeld het achteraf tonen van bepaalde bescheiden;

. de toestemming of afwijzing moet schriftelijk worden vastgelegd en in geval van afwijzing goed worden gemotiveerd door het hoofd van de school/instelling;

Artikel 9 Grondwet luidt (gedeeltelijk): Het recht tot vergadering en betoging wordt erkend, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.

Demonstratievrijheid van Franse Gele hesjes wordt beperkt

VENDREDI LE 25 JANVIER 2019 Op tal van zaterdagen in de afgelopen maanden zijn er in Frankrijk demonstraties geweest van de gele hesjes, les gilets jaunes. Die protesten van mensen die een geel hesje dragen ging op veel plaatsen gepaard met vernielingen, brandstichtingen en geweld tegenover de politie. De Franse Tweede Kamer – Assemblée nationale – heeft deze week een wetsvoorstel in behandeling genomen dat de vrijheid om te betogen (demonstreren) beperkt. Deze bijdrage is op 28 januari aangepast.

Doel van het wetsvoorstel is om gewelddadigheden bij demonstraties te voorkomen en de daders te straffen, prévenir les violences lors des manifestations et à sanctionner leurs auteurs. Diverse maatregelen worden voorgesteld. Bijvoorbeeld om de demonstranten te omringen met politie zodanig dat ze (de demonstranten) geen vernielingen kunnen aanrichten.

Deelnameverbod Een andere maatregel – en alleen daarover gaat mijn verdere bijdrage – die wordt voorgesteld is het opleggen van een verbod aan een of meer mensen om aan een demonstratie deel te gaan nemen, interdire de prendre part à une manifestation. Het is de prefect van het departement waar zal worden gedemonstreerd die dit verbod kan opleggen, want hij is de vertegenwoordiger van de Staat aldaar; en in Parijs is het de politieprefect. Hij mag dit verbod opleggen aan iedereen van wie er een redelijk vermoeden bestaat dat zijn gedrag een ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde, à toute personne à l’égard de laquelle il existe des raisons sérieuses de penser que son comportement constitue une menace d’une particulière gravité pour l’ordre public. De prefect kan het deelnameverbod combineren met een meldplicht.

Contacten Tenminste, als iemand die daarvan wordt verdacht zich  al eens schuldig heeft gemaakt aan bepaalde strafbare feiten of als zoiemand die daarvan wordt verdacht in contact staat met anderen die aanzetten tot of gelegenheid geven tot (of daadwerkelijk plegen van) bepaalde strafbare feiten, et qui appartient à un groupe ou entre en relation de manière régulière avec des individus incitant, facilitant ou participant à la commission de ces mêmes faits.

Welke strafbare feiten Bij die strafbare feiten gaat het dan niet alleen om het bij demonstraties plegen van gewelddadigheden tegen personen, om vernielingen en om vandalisme, des infractions mentionnées aux articles 222-7 à 222-13, 222-14-2, 322-1 à 322-3, 322-6 à 322-10 (..) du code pénal. De prefect mag namelijk ook een verbod opleggen aan mensen mensen van wie wordt vermoed dat hun gedrag een ernstige bedreiging voor de openbare orde is en die contacten onderhouden met anderen die niet anders misdoen dan aanzetten tot of gelegenheid geven tot het zonder vergunning organiseren van een demonstratie, et des infractions mentionnées aux articles 431-9 (..) du code pénal. De burgemeester – le maire – gaat over de vergunningverlening. Dat verbod mag de prefect ook opleggen aan mensen van wie wordt vermoed dat hun gedrag een ernstige bedreiging voor de openbare orde is en die contacten onderhouden met anderen die aanzetten of gelegenheid geven tot een (legale) demonstratie waar een deelnemer een wapen bij zich draagt, et des infractions mentionnées aux articles (..) 431-10 du code pénal.

Kortom: het wetsvoorstel gaat best ver in het beperken van de vrijheid om te demonstreren. Wie ondanks zo’n verbod toch gaat demonstreren, riskeert een gevangenisstraf van een half jaar en een boete. De vrijheid om te protesteren en te betogen valt onder de vrijheid van meningsuiting, en daarmee onder de wettelijke en verdragsrechtelijke bescherming die deze vrijheid geniet. Het is dan ook niet zo vreemd dat zelfs in de fractie van regeringspartij La République En Marche (LREM) kritische geluiden hoorbaar zijn over dit wetsvoorstel, zoals blijkt uit dagblad Le Monde van afgelopen dinsdag.

Regering bepaalt agenda Kamer Het is de Franse regering die het wetsvoorstel op de agenda van de Franse Tweede Kamer heeft geplaatst. In Frankrijk gaat de regering namelijk over een deel van de Kameragenda. In zoverre mag de regering de wetsvoorstellen agenderen waarover de Kamer vervolgens moet debatteren en uiteindelijk stemmen.

Commissie Afgelopen woensdag is het wetsvoorstel over de beperking van de demonstratievrijheid voor het eerst behandeld in de vaste Kamercommissie, la commission des lois constitutionnelles, de la législation et de l’administration générale de la République.

Senaat Zowel de regering als het parlement mogen wetsvoorstellen indienen. Het wetsvoorstel over de beperking van de demonstratievrijheid is geen wetsvoorstel van de regering. Het is een parlementair voorstel – een initiatiefwetsvoorstel – en bovendien is het een initiatief van die andere Kamer in het Franse parlement, Le Sénat. De Franse senaat heeft namelijk – anders dan onze senaat – het recht van initiatief. Initiatiefwetsvoorstellen heten in Frankrijk propositions de loi, regeringswetsvoorstellen heten projets de loi. Het was oppositiepartij Les Républicains die het wetsvoorstel beperking demonstratievrijheid vorig jaar juni indiende. In oktober nam de Sénat het aan. Dat gebeurde trouwens zonder steun van regeringspartij LREM. Maar de LREM-fractie in de Sénat is klein, dit in tegenstelling tot die in de Assemblée nationale waar de fractie over een riante meerderheid beschikt. Vervolgens is het wetsvoorstel naar deze Franse Tweede Kamer gestuurd. Hier lag het een half jaartje op de planken, tot de regering het afgelopen week op de agenda van deze Kamer plaatste. Het parlementaire wetgevingsproces in Frankrijk hoeft dus niet per se van deze Kamer naar Sénat te lopen, maar kan ook – anders dan in ons land – andersom verlopen!

Gele hesjes De timing van agendering is niet zo heel vreemd: het nieuwe jaar heeft geen einde gemaakt aan de vernielingen en schermutselingen bij de demonstraties van de gele hesjes. Overigens: de procedure die het wetsvoorstel in de Sénat doorliep, was vóór hun eerste demonstraties plaatsvonden (dat was in de herfst van vorig jaar).

Assemblée nationale De Kamer mag het wetsvoorstel niet alleen aannemen of verwerpen maar ook amenderen. Dit amendementsrecht komt trouwens ook de Sénat toe, anders dan in Nederland waar de Eerste Kamer dit recht ontbeert. Als de Assemblée nationale het wetsvoorstel inderdaad geamendeerd aanneemt, zal het daarna weer terug worden gestuurd naar de Sénat. Immers, beide Kamers moeten dezelfde wettekst aannemen.

BRONNEN:

Onderstaande Franse wetsbepalingen zijn afkomstig van DILA. Constitution Version consolidée au 8 mars 2018 https://www.legifrance.gouv.fr/Droit-francais/Constitution. Code pénal Version consolidée 25 novembre 2018https://www.legifrance.gouv.fr/affichCode.do?cidTexte=LEGITEXT000006070719. Code de la sécurité intérieure   https://www.legifrance.gouv.fr/affichCode.do?cidTexte=LEGITEXT000025503132&dateTexte=20120618. Onderstaand wetsvoorstel is afkomstig van http://assemblee-nationale.fr/.

”Doel” en ”Deelnameverbod” en ”Contacten”

Artikel 2 van het voorstel PROPOSITION DE LOI visant à prévenir les violences lors des manifestations et à sanctionner leurs auteurs luidt (gedeeltelijk):

La section 1 du chapitre Ier du titre Ier du livre II du code de la sécurité intérieure est complétée par un article L. 211-4-1 ainsi rédigé:

« Art. L. 211-4-1. – Le représentant de l’État dans le département ou, à Paris, le préfet de police peut, par arrêté motivé, interdire de prendre part à une manifestation déclarée ou dont il a connaissance à toute personne à l’égard de laquelle il existe des raisons sérieuses de penser que son comportement constitue une menace d’une particulière gravité pour l’ordre public et qui soit s’est rendue coupable, à l’occasion d’une ou plusieurs manifestations sur la voie publique, des infractions mentionnées aux articles 222-7 à 222-13, 222-14-2, 322-1 à 322-3, 322-6 à 322-10 et 431-9 à 431-10 du code pénal, soit appartient à un groupe ou entre en relation de manière régulière avec des individus incitant, facilitant ou participant à la commission de ces mêmes faits.

« Le représentant de l’État dans le département ou, à Paris, le préfet de police peut imposer, par l’arrêté mentionné au premier alinéa du présent article, à la personne concernée par cette mesure de répondre, au moment de la manifestation, aux convocations de toute autorité ou de toute personne qualifiée qu’il désigne. Cette obligation doit être proportionnée au comportement de la personne.

« L’arrêté précise la manifestation concernée ainsi que l’étendue géographique de l’interdiction, qui doit être proportionnée aux circonstances et qui ne peut excéder les lieux de la manifestation et leurs abords immédiats ni inclure le domicile ou le lieu de travail de la personne intéressée. La durée de l’interdiction ne peut excéder celle de la manifestation concernée.

« L’arrêté est notifié à la personne concernée au plus tard quarante-huit heures avant son entrée en vigueur.

”Kortom”

Artikel 2 van het voorstel PROPOSITION DE LOI visant à prévenir les violences lors des manifestations et à sanctionner leurs auteurs luidt (gedeeltelijk): La section 1 du chapitre Ier du titre Ier du livre II du code de la sécurité intérieure est complétée par un article L. 211-4-1 ainsi rédigé:

« Le fait pour une personne de participer à une manifestation en méconnaissance de l’interdiction prévue au premier alinéa est puni de six mois d’emprisonnement et de 7 500 € d’amende.

« Le fait pour une personne de méconnaître l’obligation mentionnée au deuxième alinéa est puni de trois mois d’emprisonnement et de 3 750 € d’amende. »

Article 431-9 van de Code pénal luidt (gedeeltelijk): Est puni de six mois d’emprisonnement et de 7 500 euros d’amende le fait: 1° D’avoir organisé une manifestation sur la voie publique n’ayant pas fait l’objet d’une déclaration préalable dans les conditions fixées par la loi ;

Article 431-10 luidt: Le fait de participer à une manifestation ou à une réunion publique en étant porteur d’une arme est puni de trois ans d’emprisonnement et de 45 000 euros d’amende.

”Welke strafbare feiten”

Artikel L211-1 Code de la securite interieure luidt (gedeeltelijk): Sont soumis à l’obligation d’une déclaration préalable tous cortèges, défilés et rassemblements de personnes, et, d’une façon générale, toutes manifestations sur la voie publique.
Toutefois, sont dispensées de cette déclaration les sorties sur la voie publique conformes aux usages locaux.

Artikel L211-2 luidt: La déclaration est faite à la mairie de la commune ou aux mairies des différentes communes sur le territoire desquelles la manifestation doit avoir lieu, trois jours francs au moins et quinze jours francs au plus avant la date de la manifestation.

”Regering bepaalt agenda Kamer”

Artikel 48 van de Constitution luidt (gedeeltelijk): (..) l’ordre du jour est fixé par chaque assemblée. Deux semaines de séance sur quatre sont réservées par priorité, et dans l’ordre que le Gouvernement a fixé, à l’examen des textes et aux débats dont il demande l’inscription à l’ordre du jour.

”Commissie”

Artikel 43 Constitution luidt (gedeeltelijk): Les projets et propositions de loi sont envoyés pour examen à l’une des commissions permanentes dont le nombre est limité à huit dans chaque assemblée.

”Senaat”

Artikel 39 Constitution luidt (gedeeltelijk): L’initiative des lois appartient concurremment au Premier ministre et aux membres du Parlement.

Artikel 24 luidt (gedeeltelijk): Le Parlement vote la loi. Il contrôle l’action du Gouvernement. Il évalue les politiques publiques. Il comprend l’Assemblée nationale et le Sénat.

”Assemblée nationale”

Artikel 44 luidt (gedeeltelijk): Les membres du Parlement et le Gouvernement ont le droit d’amendement.

Artikel 45 luidt (gedeeltelijk): Tout projet ou proposition de loi est examiné successivement dans les deux Assemblées du Parlement en vue de l’adoption d’un texte identique.

De inspraakverordening van waterschappen (2): waarover inspraak en hoe?

DONDERDAG 10 JANUARI 2019 Over twee maanden zijn er weer verkiezingen voor de waterschappen. Waterschappen worden ook wel hoogheemraadschappen genoemd. Wekelijks staat hier een bijdrage over waterschappen of de verkiezingen daarvoor. De bijdrage van deze week gaat over inspraak bij het algemeen bestuur, niet te verwarren met inspreken in een vergadering van het algemeen bestuur. Inspraak kan per waterschap verschillen. Hoe is dat geregeld in het (Zuid-Hollandse) hoogheemraadschap Delfland en in het (grotendeels) Gelderse Rivierenland? Gisteren ging het over de personen die inspraak hebben, vandaag over omvang van en regels voor de inspraak. Naar volledigheid is niet gestreefd.

Algemeen bestuur Het algemeen bestuur bestaat niet alleen uit vertegenwoordigers van de (meerderjarige) mensen die in het waterschap wonen (de ingezetenen), maar ook uit vertegenwoordigers van andere belanghebbenden. Die andere belanghebbenden zijn de bezitters van land- of tuinbouwgronden en van natuurterreinen en het bedrijfsleven (de ondernemers), die hun onderneming of bezit (o.a.) in het waterschap hebben. Het algemeen bestuur is tot op zekere hoogte vergelijkbaar met de gemeenteraad in de gemeente. In Delfland heet het algemeen bestuur verenigde vergadering (VV). In Rivierenland heet het algemeen bestuur.

Taken Het algemeen bestuur maakt onder andere verordeningen, waaronder de keur en de belastingverordening, stelt de jaarlijkse begroting en rekening vast, heft belastingen, stelt peilbesluiten en tal van plannen vast, waaronder de projectplannen uit de Waterwet.

Inspraak Ingezetenen en belanghebbenden hebben op grond van de Waterschapswet recht op inspraak bij het algemeen bestuur, dat wil zeggen dat zij er recht op hebben om bij de voorbereiding van zijn beleid betrokken te worden. Voor hun inspraakrechten moet elk waterschap een verordening maken, de inspraakverordening. Soms heeft men trouwens ook via andere wegen inspraakrechten, maar die blijven hier buiten beschouwing. Het algemeen bestuur stelt zelf de inspraakverordening vast. Daarin legt het regels voor de inspraak vast. Voor zover die regels niet alles regelen wat nodig is, zijn de wettelijke regels voor de openbare uniforme voorbereidingsprocedure toepasselijk; deze ouv-procedure is geregeld in de Algemene wet bestuursrecht.

Voorbereiding van beleid van het algemeen bestuur. Wat is dat in algemene zin? In de inspraakverordening van Delfland is sprake van te nemen besluiten (ontwerpbesluiten). In die van Rivierenland is sprake van beleidsvoornemens en voorgenomen besluiten. Ik denk niet dat te nemen besluiten en voorgenomen besluiten in de praktijk uiteenlopen. Maar Rivierenland creëert met zijn toevoeging beleidsvoornemens ruimere inspraak dan Delfland. Rivierenland sluit met ruimere inspraakmogelijkheden beter aan bij wat de Waterschapswet verlangt, namelijk: betrokkenheid bij de voorbereiding van beleid.

Uitzonderingen Beide waterschappen hebben geregeld dat het dagelijks bestuur kan afzien van inspraak als aard of belang van het (voorgenomen) beleid of besluit in kwestie zich daartegen verzetten. In Rivierenland is dat altijd het geval met beleidsvoornemens over begroting en belastingtarieven en met voorgenomen besluiten over belastingverordeningen en subsidieverordeningen. In Delfland is dat altijd het geval met te nemen besluiten die slechts interne werking hebben of die slechts een beperkte groep personen raken. Wat is eigenlijk de juridische basis voor deze uitzonderingen? Ik laat het hier bij een vraag.

Ongeregeld hebben beide waterschappen hoe men kan inspreken: of dat mondeling of schriftelijk moet danwel of de inspreker de keuze heeft. Dan zijn de regels uit de aov-procedure toepasselijk. Volgens die regels kan men zijn zienswijze naar keuze schriftelijk of mondeling geven. Ook ongeregeld is hoe lang men zienswijzen kan indienen. Dan geldt weer de termijn uit de aov-procedure: zes weken. De overheid moet in de aov-procedure ook een schriftelijk verslag maken van een mondelinge zienswijze. Weliswaar hebben zowel Delfland als Rivierenland geregeld dat het dagelijks bestuur schriftelijk reageert op de ingebrachte zienswijzen, maar betekent dit automatisch dat er ook een schriftelijk verslag wordt gemaakt van de mondelingen zienswijzen?

Andere inspraakprocedure Beide waterschappen regelen dat het dagelijks bestuur een andere inspraakprocedure kan vaststellen, die afwijkt van de ouv-procedure.

BRONNEN:

”Algemeen bestuur”

Artikel 12 Waterschapswet luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Het algemeen bestuur is samengesteld uit vertegenwoordigers van categorieën van belanghebbenden bij de uitoefening van de taken van het waterschap. Lid 2. In het algemeen bestuur zijn de volgende categorieën van belanghebbenden vertegenwoordigd: a. de ingezetenen; b. degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van ongebouwde onroerende zaken, niet zijnde natuurterreinen als bedoeld in artikel 116, onder c; c. degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van natuurterreinen als bedoeld in artikel 116, onder c; d. degenen die krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebouwde onroerende zaken in gebruik hebben als bedrijfsruimte.

Artikel B 2a van de Kieswet luidt (gedeeltelijk): De leden van het algemeen bestuur worden gekozen door degenen die op de dag van de kandidaatstelling ingezetenen zijn van het waterschap en op de dag van de stemming de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt.

Artikel B 4 luidt (gedeeltelijk): Onder ingezetenen van Nederland, van de provincie, van het waterschap en van de gemeente verstaat deze wet hen die onderscheidenlijk in Nederland, in de provincie, in het waterschap en in de gemeente werkelijke woonplaats hebben.

”Taken”

Artikel 78 van de Waterschapswet luidt: Lid 1. Het algemeen bestuur maakt de verordeningen die het nodig oordeelt voor de behartiging van de taken die het waterschap zijn opgedragen. Lid 2. Tevens stelt het algemeen bestuur vast de legger waarin onderhoudsplichtigen of onderhoudsverplichtingen worden aangewezen.

Artikel 83 luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur bevoegdheden van het algemeen bestuur overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich tegen overdracht verzet. Lid 2 Het algemeen bestuur kan het dagelijks bestuur niet overdragen de bevoegdheid tot: a. het vaststellen of wijzigen van de begroting;b. het vaststellen van de rekening; d. het heffen van belastingen of rechten; e. het vaststellen van verordeningen, behoudens het bepaalde in het derde lid; f. het vaststellen van peilbesluiten; g. het vaststellen van plannen krachtens bijzondere wetten, met uitzondering van projectplannen als bedoeld in hoofdstuk 5 van de Waterwet. Lid 3. De bevoegdheid tot het maken van keuren kan het algemeen bestuur slechts overdragen voorzover het betreft de vaststelling van nadere regels met betrekking tot bepaalde door het algemeen bestuur in zijn verordeningen aangewezen onderwerpen.

‘Inspraak”

Artikel 79 van de Waterschapswet luidt:Lid 1. Het algemeen bestuur stelt een verordening vast waarin regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van het beleid van dat bestuur worden betrokken. Lid 2. De in het eerste lid bedoelde inspraak wordt verleend door toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, voorzover in de verordening niet anders is bepaald.

Inspraakverordening Delfland 2011:

http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Actueel/Hoogheemraadschap%20van%20Delfland/CVDR271735.html

Inspraakverordening Waterschap Rivierenland 2010: http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/actueel/Waterschap%20Rivierenland/CVDR272798.html

‘Voorbereiding van beleid”

Artikel 79 van de Waterschapswet luidt:Lid 1. Het algemeen bestuur stelt een verordening vast waarin regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van het beleid van dat bestuur worden betrokken. Lid 2. De in het eerste lid bedoelde inspraak wordt verleend door toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, voorzover in de verordening niet anders is bepaald.

”Ongeregeld en Andere inspraakprocedure”

Artikel 3:10 Algemene wet bestuursrecht luidt: Deze afdeling (3.4) is van toepassing op de voorbereiding van besluiten indien dat bij wettelijk voorschrift of bij besluit van het bestuursorgaan is bepaald.

Artikel 1:3 luidt (gedeeltelijk): Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

Artikel 3:11 luidt (gedeeltelijk): Het bestuursorgaan legt het ontwerp van het te nemen besluit, met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van het ontwerp, ter inzage. De stukken liggen ter inzage gedurende de in artikel 3:16, eerste lid, bedoelde termijn.

Artikel 3:12 luidt (gedeeltelijk): Voorafgaand aan de terinzagelegging geeft het bestuursorgaan in een of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze kennis van het ontwerp. Volstaan kan worden met het vermelden van de zakelijke inhoud.

Artikel 3:13 luidt (gedeeltelijk): Indien het besluit tot een of meer belanghebbenden zal zijn gericht, zendt het bestuursorgaan voorafgaand aan de terinzagelegging het ontwerp toe aan hen, onder wie begrepen de aanvrager.

Artikel 3:15 luidt (gedeeltelijk): Belanghebbenden kunnen bij het bestuursorgaan naar keuze schriftelijk of mondeling hun zienswijze over het ontwerp naar voren brengen.

Artikel 3:16 luidt (gedeeltelijk): De termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen (..) bedraagt zes weken, tenzij bij wettelijk voorschrift een langere termijn is bepaald. De termijn vangt aan met ingang van de dag waarop het ontwerp ter inzage is gelegd.

Artikel 3:17 luidt (gedeeltelijk): Van hetgeen overeenkomstig artikel 3:15 mondeling naar voren is gebracht, wordt een verslag gemaakt.

De inspraakverordening van waterschappen (1): wie krijgt inspraak?

WOENSDAG 9 JANUARI 2019 Over twee maanden zijn er weer verkiezingen voor de waterschappen. Waterschappen worden ook wel hoogheemraadschappen genoemd. Wekelijks staat hier een bijdrage over waterschappen of de verkiezingen daarvoor. De bijdrage van deze week gaat over inspraak bij het algemeen bestuur, niet te verwarren met inspreken in een vergadering van het algemeen bestuur. Inspraak kan per waterschap verschillen. Hoe is dat geregeld in het (Zuid-Hollandse) hoogheemraadschap Delfland en in het (grotendeels) Gelderse Rivierenland? Vandaag beperk ik me tot de personen die inspraak hebben. Morgen komen ook andere aspecten van de inspraak ter sprake.

Algemeen bestuur Het algemeen bestuur bestaat niet alleen uit vertegenwoordigers van de (meerderjarige) mensen die in het waterschap wonen (de ingezetenen), maar ook uit vertegenwoordigers van andere belanghebbenden. Die andere belanghebbenden zijn de bezitters van land- of tuinbouwgronden en van natuurterreinen en het bedrijfsleven (de ondernemers), die hun onderneming of bezit (o.a.) in het waterschap hebben. Het algemeen bestuur is tot op zekere hoogte vergelijkbaar met de gemeenteraad in de gemeente. In Delfland heet het algemeen bestuur verenigde vergadering (VV). In Rivierenland heet het algemeen bestuur.

Taken Het algemeen bestuur maakt onder andere verordeningen, waaronder de keur en de belastingverordening, stelt de jaarlijkse begroting en rekening vast, heft belastingen, stelt peilbesluiten en tal van plannen vast, waaronder de projectplannen uit de Waterwet.

Inspraak Ingezetenen en belanghebbenden hebben recht op inspraak bij het algemeen bestuur, dat wil zeggen dat zij er recht op hebben om bij zijn beleidsvoorbereiding betrokken te worden. Voor hun inspraakrechten moet elk waterschap een verordening maken, de inspraakverordening. Soms heeft men trouwens ook via andere wegen inspraakrechten, maar die blijven hier buiten beschouwing. Het algemeen bestuur stelt zelf de inspraakverordening vast.

Waterschapswet Het is de Waterschapswet die ingezetenen en belanghebbenden recht geven op inspraak. Wie zijn dat hier? De wet is hierover niet expliciet, maar ik neem aan dat belanghebbenden hier dezelfde zijn als de belanghebbenden die stemrecht hebben bij de verkiezingen voor het algemeen bestuur. Dat zijn dus de bezitters van land- of tuinbouwgronden, het bedrijfsleven (de ondernemers), de bezitters van natuurterreinen en de meerderjarigen. De wet geeft inspraak aan belanghebbenden én ingezetenen. Ik neem aan dat daarom ook de ingezetenen zonder stemrecht inspraak hebben, waaronder – in beginsel – de minderjarigen.

Waterschapswet en Awb Mogen waterschappen ook aan anderen een recht op inspraak geven? Ik denk van niet, tenminste niet in de inspraakverordening. Degenen aan wie het waterschap hierin inspraak moet geven, zijn dus ook meteen de enigen aan wie het hierin inspraak mag geven. Nu is het zo dat er in de Waterschapswet staat dat het waterschap op deze inspraak de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van toepassing mag verklaren. De uniforme openbare voorbereidingsprocedure is een inspraakprocedure uit een andere wet, namelijk de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De overheid mag volgens deze laatste procedure aan iedereen inspraak geven. Ik denk echter dat de regels die gaan over wie inspraakrecht heeft niet toepasselijk mogen worden verklaard in de inspraakverordening. Dat lees ik zo in de Waterschapswet.

Rivierenland Aan wie is in de inspraakverordeningen van Delfland en Rivierenland inspraak gegeven? Ik begin met Rivierenland. Dit waterschap verleent in zijn verordening inspraak aan ”ingezetenen en belanghebbenden”. In de verordening staat niet wie daartoe worden gerekend. We kunnen er daarom van uitgaan dat het de ondernemers en bezitters van land- of tuinbouwgronden of natuurterreinen en bewoners (al dan niet meerderjarig) zijn. De groep personen aan wie inspraak wordt verleend, is in Rivierenland dus in overeenstemming met de wet.

Delfland: ingezetenen In de inspraakverordening van Delfland staat wel een omschrijving van wie tot ingezetenen en tot belanghebbenden worden gerekend. Laat ik beginnen met de ingezetenen. Voor hun omschrijving wordt in de verordening verwezen naar een wetsartikel uit de Waterschapswet. Een beetje onzorgvuldig, want dat wetsartikel bestaat niet meer. In dat wetsartikel was vroeger de ingezetene gedefinieerd als degene die in het waterschap woont. Uitgaande van deze vroegere wettekst is de omschrijving van ingezetenen in overeenstemming met de wet.

Delfland: belanghebbenden De omschrijving van belanghebbenden in de inspraakverordening zou echter wel eens strijdig met de wet kunnen zijn. Ten eerste wordt in Delfland namelijk tot de belanghebbenden gerekend iedereen van wie het belang rechtstreeks is betrokken bij een voorgenomen besluit van het algemeen bestuur. Niet uitgesloten is dat hieronder óók een persoon valt die geen ingezetene is en evenmin ondernemer of bezitter van land- of tuinbouwgrond of natuurterrein is. Ten tweede worden in Delfland bovendien tot de belanghebbenden gerekend andere overheden. Andere overheden zijn hier nimmer ingezetene of ondernemer of bezitter van land- of tuinbouwgrond of natuurterrein. Ten derde ten slotte worden in Delfland tot de belanghebbenden gerekend rechtspersonen (zoals stichtingen en verenigingen) die algemene en collectieve belangen behartigen, zoals bijvoorbeeld een milieuorganisatie, een vakbond of een huurdersvereniging. Ook deze rechtspersonen hoeven geen ingezetene, ondernemer of bezitter van land- en tuinbouwgrond of natuurterrein te zijn. Mijn conclusie is daarom dat de omschrijving die Delfland aan belanghebbenden geeft te ruim is en niet in overeenstemming is met de wet. Ik moet hieraan wel toevoegen dat in de inspraakverordening weliswaar een omschrijving wordt gegeven van belanghebbenden maar er nergens expliciet staat aan wie inspraak wordt verleend. Evenmin zorgvuldig!

BRONNEN:

”Algemeen bestuur”

Artikel 12 Waterschapswet luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Het algemeen bestuur is samengesteld uit vertegenwoordigers van categorieën van belanghebbenden bij de uitoefening van de taken van het waterschap. Lid 2. In het algemeen bestuur zijn de volgende categorieën van belanghebbenden vertegenwoordigd: a. de ingezetenen; b. degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van ongebouwde onroerende zaken, niet zijnde natuurterreinen als bedoeld in artikel 116, onder c; c. degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van natuurterreinen als bedoeld in artikel 116, onder c; d. degenen die krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebouwde onroerende zaken in gebruik hebben als bedrijfsruimte.

Artikel B 2a van de Kieswet luidt (gedeeltelijk): De leden van het algemeen bestuur worden gekozen door degenen die op de dag van de kandidaatstelling ingezetenen zijn van het waterschap en op de dag van de stemming de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt.

Artikel B 4 luidt (gedeeltelijk): Onder ingezetenen van Nederland, van de provincie, van het waterschap en van de gemeente verstaat deze wet hen die onderscheidenlijk in Nederland, in de provincie, in het waterschap en in de gemeente werkelijke woonplaats hebben.

”Taken”

Artikel 78 van de Waterschapswet luidt: Lid 1. Het algemeen bestuur maakt de verordeningen die het nodig oordeelt voor de behartiging van de taken die het waterschap zijn opgedragen. Lid 2. Tevens stelt het algemeen bestuur vast de legger waarin onderhoudsplichtigen of onderhoudsverplichtingen worden aangewezen.

Artikel 83 luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur bevoegdheden van het algemeen bestuur overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich tegen overdracht verzet. Lid 2 Het algemeen bestuur kan het dagelijks bestuur niet overdragen de bevoegdheid tot: a. het vaststellen of wijzigen van de begroting;b. het vaststellen van de rekening; d. het heffen van belastingen of rechten; e. het vaststellen van verordeningen, behoudens het bepaalde in het derde lid; f. het vaststellen van peilbesluiten; g. het vaststellen van plannen krachtens bijzondere wetten, met uitzondering van projectplannen als bedoeld in hoofdstuk 5 van de Waterwet. Lid 3. De bevoegdheid tot het maken van keuren kan het algemeen bestuur slechts overdragen voorzover het betreft de vaststelling van nadere regels met betrekking tot bepaalde door het algemeen bestuur in zijn verordeningen aangewezen onderwerpen.

”Inspraak”

Artikel 79 luidt (gedeeltelijk): Het algemeen bestuur stelt een verordening vast waarin regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van het beleid van dat bestuur worden betrokken.

”Waterschapswet”

Artikel 12 Waterschapswet luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Het algemeen bestuur is samengesteld uit vertegenwoordigers van categorieën van belanghebbenden bij de uitoefening van de taken van het waterschap. Lid 2. In het algemeen bestuur zijn de volgende categorieën van belanghebbenden vertegenwoordigd: a. de ingezetenen; b. degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van ongebouwde onroerende zaken, niet zijnde natuurterreinen als bedoeld in artikel 116, onder c; c. degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van natuurterreinen als bedoeld in artikel 116, onder c; d. degenen die krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebouwde onroerende zaken in gebruik hebben als bedrijfsruimte.

Artikel B 2a van de Kieswet luidt (gedeeltelijk): De leden van het algemeen bestuur worden gekozen door degenen die op de dag van de kandidaatstelling ingezetenen zijn van het waterschap en op de dag van de stemming de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt.

Artikel B 4 luidt (gedeeltelijk): Onder ingezetenen van Nederland, van de provincie, van het waterschap en van de gemeente verstaat deze wet hen die onderscheidenlijk in Nederland, in de provincie, in het waterschap en in de gemeente werkelijke woonplaats hebben.

Waterschapswet en Awb”

Artikel 79 van de Waterschapswet luidt:Lid 1. Het algemeen bestuur stelt een verordening vast waarin regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van het beleid van dat bestuur worden betrokken. Lid 2. De in het eerste lid bedoelde inspraak wordt verleend door toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, voorzover in de verordening niet anders is bepaald.

Artikel 3:15 (uit afdeling 3.4) van de Algemene wet bestuursrecht luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Belanghebbenden kunnen bij het bestuursorgaan naar keuze schriftelijk of mondeling hun zienswijze over het ontwerp naar voren brengen. Lid 2. Bij wettelijk voorschrift of door het bestuursorgaan kan worden bepaald dat ook aan anderen de gelegenheid moet worden geboden hun zienswijze naar voren te brengen.

”Rivierenland”

Artikel 4 van de Inspraakverordening waterschap Rivierenland 2010 luidt: Inspraakgerechtigden. Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden.

”Delfland: ingezetenen”

Artikel 1 van de Inspraakverordening Delfland 2011 luidt: Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. inspraak: een door of namens het college van dijkgraaf en hoogheemraden geboden gelegenheid voor ingezetenen en belanghebbenden om hun mening over te nemen besluiten van de verenigde vergadering van het Hoogheemraadschap van Delfland kenbaar te maken; b. ingezetenen: ingezeten als bedoeld in artikel 11 Waterschapswet; c. belanghebbenden: belanghebbenden als bedoeld in artikel 1:2 Algemene wet bestuursrecht.

”Delfland: belanghebbenden”

Artikel 1 van de Inspraakverordening Delfland 2011 luidt: Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. inspraak: een door of namens het college van dijkgraaf en hoogheemraden geboden gelegenheid voor ingezetenen en belanghebbenden om hun mening over te nemen besluiten van de verenigde vergadering van het Hoogheemraadschap van Delfland kenbaar te maken; b. ingezetenen: ingezeten als bedoeld in artikel 11 Waterschapswet; c. belanghebbenden: belanghebbenden als bedoeld in artikel 1:2 Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht luidt: Lid 1. Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Lid 2. Ten aanzien van bestuursorganen worden de hun toevertrouwde belangen als hun belangen beschouwd. Lid 3. Ten aanzien van rechtspersonen worden als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.

Gilets jaunes en de Franse Tweede Kamer

VENDREDI LE 14 DÉCEMBRE 2018 De gelehesjesbeweging in Frankrijk – gilets jaunes – heeft afgelopen dinsdag ook de Franse Tweede Kamer in beweging gebracht. Want hoewel het Palais Bourbon op zaterdagen onbereikbaar is voor de demonstranten, is hier dinsdag naar aanleiding van de gilets jaunes een motie van wantrouwen ingediend tegen de regering.

Assemblée nationale Zo heet de Franse Tweede Kamer. Deze Kamer heeft 577 Kamerleden, députés genaamd. Het Franse parlement is een tweekamerstelsel. De andere Kamer is de Sénat.

 Motion de censure De gilets jaunes roepen op de Parijse Champs Elysées om het aftreden van de president, Macron démission! Een parlementaire motie van wantrouwen – motion de censure –is echter altijd gericht tegen de regering, le gouvernement. Die regering in Frankrijk bestaat uit de Premier ministre en de andere ministers. Philippe Edouard is de huidige Premier ministre. De president maakt geen deel uit van de regering, ofschoon hij de Premier ministre – en op diens voordracht de overige ministers – heeft benoemd en hij bovendien voorzitter is van de wekelijkse ministerraad. Het parlement kan geen motie van wantrouwen tegen de president indienen, want hij heeft een eigen democratische legitimatie. Ook hij is namelijk (rechtstreeks) gekozen door de burgers.

 Démission Net als in Nederland zorgt een aangenomen motie van wantrouwen ervoor dat de regering haar ontslag aanbiedt. In Frankrijk biedt de regering haar ontslag – démission – aan bij de president; in Nederland bij de Koning. Alleen de Assemblée nationale kan een motie van wantrouwen aannemen; de Sénat kan dat niet. In Nederland zijn de meningen verdeeld of ook de Eerste Kamer een motie van wantrouwen kan aannemen.

58 Een motie van wantrouwen kan in Frankrijk pas worden ingediend als minstens 58 Kamerleden – députés – er hun handtekening onder hebben geplaatst. In Nederland kan zo’n motie van wantrouwen door één enkel Kamerlid worden ingediend. De motie van wantrouwen die afgelopen dinsdag om kwart voor vijf `s middags werd ingediend in de Assemblée nationale is ondertekend door 62 députés.

Le refus de la politique sociale et fiscale injuste conduite depuis dix-huit mois. Dat is een zinsnede uit die motie. De indieners verklaren de demonstraties van de gilets jaunes als verzet van gepensioneerden, ambtenaren, jongeren en huurders tegen de sociale en fiscale politiek van de regering in de afgelopen anderhalf jaar, dus sinds het presidentschap van Macron. De indieners steunen het verzet. Ze nemen echter afstand van de vernielingen en gewelddadigheden. Volgens de indieners wordt het hoog tijd voor een nieuwe regering en een nieuwe sociale en fiscale politiek.

289Tussen indiening van de motie van wantrouwen en de stemming hierover moet minstens 48 uur liggen. De stemming heeft dan ook pas gisteren plaatsgevonden. Voor het aannemen van een motie van wantrouwen moet minstens de helft plus één van de députés vóór de motie stemmen. Er zijn dus minstens 289 vóór stemmers nodig. Er waren gisteren slechts 70 députés die vóór de motie stemden. Deze stemmen waren vrijwel volledig afkomstig van de linkse oppositiepartijen en van de partij van Marine Le Pen. Van de rechtse oppositiepartij Les Républicains heeft slechts één député vóór gestemd. Het was overigens op voorhand duidelijk dat de motie het niet ging halen, want de twee regeringspartijen bezitten een ruime meerderheid in de Assemblée nationale.

De indiening van zo’n (spontane) motie van wantrouwen is voor de indienende députés niet zonder gevolg, want het aantal moties van wantrouwen dat hij of zij mag mede-ondertekenen is beperkt tot drie per parlementair jaar; een parlementair jaar loopt van oktober tot juni. De motie van afgelopen dinsdag was niet de eerste van het afgelopen jaar. Het was geloof ik wel de eerste sinds afgelopen oktober.

BRONNEN:

Onderstaande Franse wetsbepalingen zijn afkomstig van DILA. Constitution  Version consolidée au 8 mars 2018https://www.legifrance.gouv.fr/Droit-francais/Constitution.

Assemblée nationale:

Artikel 24 Constitution luidt (gedeeltelijk): Le Parlement vote la loi. Il contrôle l’action du Gouvernement. Il évalue les politiques publiques. Il comprend l’Assemblée nationale et le Sénat.

Motion de censure:

Artikel 49 Constitution luidt (gedeeltelijk): L’Assemblée nationale met en cause la responsabilité du Gouvernement par le vote d’une motion de censure.

Artikel 5 luidt (gedeeltelijk): Le Président de la République est élu pour cinq ans au suffrage universel direct.

Artikel 8 luidt: Le Président de la République nomme le Premier Ministre .Il met fin à ses fonctions sur la présentation par celui-ci de la démission du Gouvernement. Sur la proposition du Premier ministre, il nomme les autres membres du Gouvernement et met fin à leurs fonctions.

Article 9 luidt: Le Président de la République préside le conseil des ministres.

Démission:

Artikel 50 Constitution luidt (gedeeltelijk): Lorsque l’Assemblée nationale adopte une motion de censure (..), le Premier ministre doit remettre au Président de la République la démission du Gouvernement.

Artikel 49 luidt (gedeeltelijk): L’Assemblée nationale met en cause la responsabilité du Gouvernement par le vote d’une motion de censure.

58:

Artikel 49 Constitution luidt (gedeeltelijk): Une telle motion n’est recevable que si elle est signée par un dixième au moins des membres de l’Assemblée nationale.

Le refus:

De motie staat op:

http://www2.assemblee-nationale.fr/static/15/motions_censure/motion_censure_111218.pdf

289:

Artikel 49 Constitution luidt (gedeeltelijk): Le vote ne peut avoir lieu que quarante-huit heures après son dépôt.

Artikel 49 luidt (gedeeltelijk): Seuls sont recensés les votes favorables à la motion de censure qui ne peut être adoptée qu’à la majorité des membres composant l’Assemblée.

3:

Artikel 28 Constitution luidt (gedeeltelijk): Le Parlement se réunit de plein droit en une session ordinaire qui commence le premier jour ouvrable d’octobre et prend fin le dernier jour ouvrable de juin. Le nombre de jours de séance que chaque assemblée peut tenir au cours de la session ordinaire ne peut excéder cent vingt. Les semaines de séance sont fixées par chaque assemblée.

Artikel 49 luidt (gedeeltelijk): Sauf dans le cas prévu à l’alinéa ci-dessous, un député ne peut être signataire de plus de trois motions de censure au cours d’une même session ordinaire et de plus d’une au cours d’une même session extraordinaire.

Twee Zwitserse volksinitiatieven op 25 november: over verdrag vs grondwet en over koeien

VRIJDAG 23 NOVEMBER 2018 Zwitserland houdt aanstaande zondag een volksinitiatief over de verhouding tussen verdragen en de grondwet: Volksinitiative Schweizer Recht statt fremder Richter (Selbstbestimmungsinitiative). Welke willen de initiatiefnemers hiermee bereiken? Wat zijn de regels bij Zwitserse volksinitiatieven? Hopelijk heb ik alles goed begrepen.

Volksinitiative Het volksinitiatief is geregeld in de grondwet; er zijn ook nog referenda. Ze kunnen worden gehouden over grondwetswijzigingen, gewone wetten en overheidsbesluiten, maar ook over verdragen en toetreding tot een internationale organisatie. Een referendum gaat in tegenstelling tot een volksinitiatief over een besluit of wet die door regering en volksvertegenwoordiging is aangenomen. Aanstaande zondag gaat het over een volksinitiatief.

Bundesverfassung De initiatiefnemers willen dat de Zwitserse grondwet – Bundesverfassung – boven verdragen komt te staan, zodat bij strijd tussen verdrag en grondwet die laatste voorrang krijgt. Er mogen geen nieuwe verdragen worden gesloten die strijdig zijn met de grondwet. Bestaande verdragen moeten worden aangepast of – als andere verdragspartijen daaraan niet willen meewerken – opgezegd. Overheid en rechters zijn alleen gebonden aan de verdragen waarmee in een referendum is ingestemd. Een uitzondering wordt gemaakt voor fundamentele mensenrechten zoals het folterverbod, het slavernijverbod en het verbod om iemand twee keer te straffen voor dezelfde daad (ne bis in idem). Dergelijke verdragsbepalingen blijven wel voorrang houden op de grondwet.

Teilrevision Het volksinitiatief van aanstaande zondag gaat over een wijziging van enkele grondwettelijke bepalingen, een zogenaamde Teilrevision. De Zwitserse regering en volksvertegenwoordiging ontraden deze grondwetswijziging. De initiatiefnemers kunnen de precieze tekst van de te wijzigen bepalingen voorstellen. Dat is dan een volksinitiatief met ausgearbeitetes Entwurf. Dat is het geval met het volksinitiatief van aanstaande zondag.

100.000 Er zijn honderdduizend steunbetuigingen nodig voor het houden van een volksinitiatief zoals dat van komende zondag. Ze moeten worden verkregen in een periode van anderhalf jaar. Het volksinitiatief van aanstaande zondag heeft ongeveer 116.000 steunbetuigingen verkregen.

Bindend Het Zwitsers volksinitiatief en referendum zijn bindend. De uitslag dat het voorstel is aangenomen, is juridisch bindend. Wetgever en regering mogen die uitslag niet naast zich neerleggen.

Twee meerderheden Voor het aannemen van een voorstel is in elk geval de meerderheid van de uitgebrachte stemmen nodig. Elke Zwitser van 18 jaar of ouder is stemgerechtigd, ook als hij of zij in het buitenland woont. Voor het aannemen van het voorstel van aanstaande zondag is echter meer nodig. Daarvoor is namelijk ook van belang hoe de stemmen zijn verdeeld over de ongeveer 25 kantons die samen Zwitserland vormen. Dat zit als volgt in elkaar. In de meerderheid van de kantons moet een meerderheid van de stemmen voor het voorstel hebben gestemd. Er zijn zes kantons die wat dit betreft slechts elk voor de helft meetellen, zoals kanton Basel-Stadt. De overige kantons tellen elk voor heel mee, zoals St. Gallen. Kantons worden Kantone of Stände genoemd.

Koe bij de hoornen Het is zondag niet het enige voorstel waarover zondag in Zwitserland gestemd wordt. Er zijn nog twee andere. De ene is ook weer een volksinitiatief en ook weer voor een grondwetswijziging. Het gaat over de introductie van overheidssubsidie die het onthoornen van kalveren moet tegengaan, Hornkuh-Initiative. Ook dit initiatief wordt door regering en volksvertegenwoordiging ontraden. De andere is geen volksinitiatief maar een referendum.

BRONNEN:

Over volksinitiatieven en referendum van zondag 25 november 2018: https://www.admin.ch/gov/de/start/dokumentation/abstimmungen/20181125.html

Artikel 139 van de Bundesverfassung der Schweizerischen Eidgenossenschaft luidt (gedeeltelijk): 100 000 Stimmberechtigte können innert 18 Monaten seit der amtlichen Veröffentlichung ihrer Initiative eine Teilrevision der Bundesverfassung verlangen. Die Volksinitiative auf Teilrevision der Bundesverfassung kann die Form der allgemeinen Anregung oder des ausgearbeiteten Entwurfs haben. Eine Initiative in der Form des ausgearbeiteten Entwurfs wird Volk und Ständen zur Abstimmung unterbreitet. Die Bundesversammlung empfiehlt die Initiative zur Annahme oder zur Ablehnung. Sie kann der Initiative einen Gegenentwurf gegenüberstellen.

Artikel 140 luidt (gedeeltelijk): Volk und Ständen werden zur Abstimmung unterbreitet: a. die Änderungen der Bundesverfassung.

Artikel 142 luidt (gedeeltelijk): Die Vorlagen, die dem Volk zur Abstimmung unterbreitet werden, sind angenommen, wenn die Mehrheit der Stimmenden sich dafür ausspricht. Die Vorlagen, die Volk und Ständen zur Abstimmung unterbreitet werden, sind angenommen, wenn die Mehrheit der Stimmenden und die Mehrheit der Stände sich dafür aussprechen. Das Ergebnis der Volksabstimmung im Kanton gilt als dessen Standesstimme. Die Kantone Obwalden, Nidwalden, Basel-Stadt, Basel-Landschaft,

Artikel 136 luidt (gedeeltelijk): Die politischen Rechte in Bundessachen stehen allen Schweizerinnen und Schweizern zu, die das 18. Altersjahr zurückgelegt haben und die nicht wegen Geisteskrankheit oder Geistesschwäche entmündigt sind. Alle haben die gleichen politischen Rechte und Pflichten. Sie können an den Nationalratswahlen und an den Abstimmungen des Bundes teilnehmen sowie Volksinitiativen und Referenden in Bundesangelegenheiten ergreifen und unterzeichnen.

Inwoners van Canadese Calgary spreken zich uit tegen Olympische Winterspelen

DINSDAG 20 NOVEMBER 2018 Het Canadese Calgary heeft zich teruggetrokken uit de race voor de organisatie van de Olympische Winterspelen van 2026. Dat is gebeurd na een referendum dat vorige week dinsdag onder de inwoners is gehouden. Van de 767.000 inwoners die daaraan mochten meedoen is minder dan de helft gaan stemmen (304.000). Daarvan stemden 132.000 voor de komst van de Winterspelen en 171.000 tegen.

City of Calgary Calgary is een gemeente in de provincie Alberta. De stad telt meer dan een miljoen inwoners.

Council De gemeenteraad, city council, heeft besloten tot het houden van het referendum. Dat is gebeurd in de vergadering van 31 juli.

Councillors De gemeenteraad van Calgary bestaat uit 15 volksvertegenwoordigers, councillors. Daarvan zijn er 14 gekozen in kiesdistricten; in elk kiesdistrict – ward – kiezen de mensen die daar wonen één volksvertegenwoordiger. Bovendien kiezen de inwoners van heel Calgary een burgemeester, mayor of ook wel chief elected official genoemd, hun 15e volksvertegenwoordiger.

Quorum Het besluit tot het houden van een referendum was niet unaniem. Elk gemeenteraadslid heeft één stem. Als ik het officiële verslag van de vergadering goed heb begrepen, is het besluit genomen met tien stemmen voor en één stem tegen. De gemeenteraad was dus niet voltallig. Maar dat is ook niet nodig: er hoefden slechts 8 councillors aanwezig te zijn.

Vote of the electors De gemeenteraad kan over elk onderwerp waarover zij zelf gaat een referendum houden, vote of the electors geheten. De gemeenteraad is niet juridisch gebonden aan de uitslag van een referendum.

Are you for or are you against? De gemeenteraad heeft de volgende vraag voorgelegd aan haar inwoners. “Are you for or are you against Calgary hosting the 2026 Olympic and Paralympic Winter Games? … I am for Calgary hosting. … I am against Calgary hosting.”

En nu? In de (Nederlandse) krant staat dat de burgemeester van Calgary vooraf heeft aangekondigd ”de uitkomst hoe dan ook te respecteren en bij een meerderheid van de kandidatuur af te zien”. Ik zou zeggen dat de voltallige gemeenteraad daarover gaat. Misschien dat de burgemeester die aankondiging mede namens de gemeenteraad mocht doen. Er is nog geen gemeenteraadsvergadering gehouden sinds het referendum.

BRONNEN:

© Alberta Queen’s Printer, 2018: Municipal Government Act van de Province of Alberta:

Artikel 148 luidt (gedeeltelijk): Unless otherwise provided for in a bylaw under this section, when a municipality is divided into wards, (a) only an elector who is resident in the ward may vote for a councillor in that ward, and (b) councillors are elected for each ward.

Artikel 150 luidt (gedeeltelijk): The chief elected official of a city or town is to be elected by a vote of the electors of the municipality.

Artikel 153 luidt (gedeeltelijk): Councillors have the following duties: to consider the welfare and interests of the municipality as a whole and to bring to council’s attention anything that would promote the welfare or interests of the municipality;

Verslag gemeenteraadsvergadering van Calgary van 30 en 31 juli 2018, zie met name agendapunt 14: https://pub-calgary.escribemeetings.com/FileStream.ashx?DocumentId=67033

Artikel 180 luidt (gedeeltelijk): A council may act only by resolution or bylaw.

Artikel 181 luidt (gedeeltelijk): A bylaw or resolution of council is not valid unless passed at a council meeting held in public at which there is a quorum present.

Artikel 167 luidt (gedeeltelijk): Except as provided in this or another enactment, the quorum of a council is (a) the majority of all the councillors.

Artikel 182 luidt (gedeeltelijk): A councillor has one vote each time a vote is held at a council meeting at which the councillor is present.

Artikel 236 luidt (gedeeltelijk): (1) A council may provide for the submission of a question to be voted on by the electors on any matter over which the municipality has jurisdiction. (2) A vote of the electors under subsection (1) does not bind council.

Twee Gelderse burgerinitiatieven: wie niet waagt, die niet wint.

VRIJDAG 2 NOVEMBER 2018. Dit is de tweede bijdrage over het burgerinitiatiefvoorstel in de provincie. Dat is het recht van burgers om een onderwerp op de agenda van de vergadering van Provinciale Staten te plaatsen. Provinciale Staten kunnen dat recht aan de burgers geven. In Zuid-Holland is dat gebeurd in een aparte verordening; in Gelderland is dat sinds dit jaar geregeld in het reglement van orde en in de decennia daarvoor in een nagenoeg gelijkluidende aparte verordening. Eerst vergelijk ik de regelingen van Zuid-Holland en Gelderland; deze vergelijking is (met wijzigingen) overgenomen van de bijdrage van 19 oktober. Daarna ga ik in op de gang van zaken bij twee Gelderse burgerinitiatiefvoorstellen.

Provinciale Staten Provinciale Staten is als het ware het parlement van een provincie. Het aantal volksvertegenwoordigers kan per provincie verschillen. Gelderland en Zuid-Holland hebben elk 55 Statenleden, verdeeld over respectievelijk 11 en 12 fracties.

Vergaderagenda Provinciale Staten stellen zelf de agenda van hun vergadering vast. Dat gebeurt steeds aan het begin van de vergadering. Uiteraard ligt er dan al een voorstel. Agendapunten worden voorgesteld door de Statencommissies of door de Agendacommissie, en ook wel door individuele Statenleden. Maar dat zijn allemaal slechts voorstellen: uiteindelijk beslissen de Statenleden (in vergadering) bij meerderheid over de agenda. De vergaderingen van Provinciale Staten zijn openbaar.

Burgerinitiatiefvoorstel Het burgerinitiatiefvoorstel is een voorstel. Provinciale Staten moeten er een besluit over nemen. Ze hoeven het voorstel natuurlijk niet aan te nemen. Maar ze moeten het wél op hun agenda plaatsen, behandelen en er een besluit over nemen. Het recht van burgerinitiatiefvoorstel gaat dus verder dan het recht van individuele Statenleden om een voorstel te doen om een agendapunt toe te voegen, want Provinciale Staten hoeven zo’n voorstel van een Statenlid niet toe te voegen! Er worden in beide provinciale regelingen aan het burgerinitiatiefvoorstel eisen gesteld, soms dezelfde en soms verschillende.

Woonplaats De indiener en degenen die met hun handtekening het voorstel willen ondersteunen, moeten in de provincie wonen.

Nederlander? In beide provincies moet de indiener de Nederlandse nationaliteit bezitten. In Zuid-Holland moeten ook degenen die met hun handtekening het voorstel willen ondersteunen Nederlander zijn.

18+? In beide provincies hoeven degenen die met hun handtekening het voorstel willen ondersteunen niet meerderjarig te zijn: 15 (Zuid-Holland) of 16 jaar (Gelderland) is oud genoeg. In Gelderland moet de indiener wel meerderjarig zijn.

750/1000 In Zuid-Holland is het vereiste minimumaantal handtekeningen die het voorstel ondersteunen 1/3 hoger dan in Gelderland, namelijk 1000 in plaats van 750. In Zuid-Holland wonen dan ook anderhalf keer zoveel mensen.

Onderwerp Uiteraard moet het een onderwerp zijn waarover Provinciale Staten gáán. In Zuid-Holland wordt bovendien geëist dat het onderwerp in de afgelopen 12 maanden niet reeds stond op de agenda van Provinciale Staten. In Gelderland mag het niet over provinciale belastingen gaan.

Schriftelijke toelichting Het voorstel moet schriftelijk worden ingediend bij de Commissaris van de Koning, inclusief schriftelijke toelichting (motivering).

Geldig of ongeldig Voordat men aan de inhoudelijke behandeling van het voorstel toekomt, wordt eerst de geldigheid ervan getoetst. In Gelderland nemen provinciale staten in hun eerstvolgende vergadering een besluit over die geldigheid en wordt het voorstel – als het geldig wordt bevonden– in een volgende vergadering inhoudelijk behandeld.

Mondelinge toelichting In Zuid-Holland wordt het geldige burgerinitiatiefvoorstel altijd eerst inhoudelijk behandeld in een Statencommissie; in Gelderland hoeft dat niet per se het geval te zijn, maar kan het wel zo gaan. In beide provincies wordt de indiener uitgenodigd om het voorstel in de commissievergadering mondeling toe te lichten. In Gelderland mag hij zelfs aan de discussie in die commissie deelnemen. Daarna wordt het in de eerstvolgende plenaire vergadering van Provinciale Staten geagendeerd. Ook daarvoor wordt de indiener uitgenodigd, maar is zijn spreektijd beperkt tot 5 minuten (Zuid-Holland) en mag hij niet aan de discussie deelnemen (beide provincies).

Stop de hobbyjacht In april 2016 wordt bij de provincie Gelderland het burgerinitiatiefvoorstel ingediend Van vogelvrij naar kogelvrij, Stop de hobbyjacht. Het voorstel vraagt provinciale staten onder andere om beleid te maken waardoor voor de jacht op vrij bejaagbare diersoorten alleen nog vergunningen worden afgegeven als dat echt noodzakelijk is. Hazen, fazanten en wilde eenden zijn enkele van de vrij bejaagbare diersoorten in ons land.

2200 De geldigheid van het voorstel moest in de eerstvolgende vergadering van Provinciale Staten op de agenda staan. Dat is ook gebeurd. Het onderwerp stond als zestiende punt op de agenda van 26 mei 2016. De twee indieners en de handtekeningen van degenen die het voorstel ondersteunden voldeden aan alle eisen; zo waren er bijvoorbeeld 2200 handtekeningen, bijna drie keer zoveel als nodig.

Toch vonden de fracties van VVD, CDA, D66, PvdA en SGP dat het voorstel ongeldig was, omdat Provinciale Staten er niet over gingen. Het onderwerp was geen bevoegdheid van Provinciale Staten; het was een bevoegdheid van de minister van Economische Zaken. De fracties van ChristenUnie, PVV en GroenLinks waren het daarmee niet eens. Maar zij vormden de minderheid.

N345 Voorst Enkele jaren eerder – begin november 2010 – wordt bij de provincie Gelderland het burgerinitiatiefvoorstel N345 Voorts ingediend. Het voorstel vraagt provinciale staten te bevorderen dat de zogenoemde Spoorlijnvariant zal worden meegenomen in de MER-procedure voor de aanpassing van de provinciale weg N345 in of bij de gemeente Voorst.

Voorstel geldig De twee indieners en de handtekeningen van degenen die het voorstel ondersteunden voldeden aan alle eisen; zo waren er bijvoorbeeld 1250 handtekeningen geplaatst. Volgens Provinciale Staten was ook aan de overige eisen voldaan, want in hun vergadering van 10 november is het burgerinitiatiefvoorstel geldig verklaard.

Voorstel behandeld In de daaropvolgende Statenvergadering van 15 december 2010 stond de inhoudelijke behandeling van het burgerinitiatiefvoorstel op de agenda, onder punt 11. Allereerst kreeg de indiener het woord om een mondelinge toelichting te geven. Daarna gaven de fracties een reactie op het voorstel. Ten slotte reageerde de verantwoordelijke gedeputeerde; die adviseerde om het voorstel niet aan te nemen.

Voorstel afgewezen Helaas voor de indieners blijkt een Statenmeerderheid dat inderdaad niet te doen. Alleen VVD, GroenLinks, D66, Partij voor de Dieren en regionale partij GVB steunen het voorstel, om uiteenlopende redenen.

BRONNEN

Artikel 12 Reglement van Orde voor de vergaderingen van Provinciale Staten, de Statencommissies, het Fractievoorzittersoverleg en de Agendacommissie van de provincie Zuid-Holland (2017) luidt (gedeeltelijk): Provinciale Staten stellen bij aanvang van de vergadering de agenda voor de vergadering vast.

Artikel 13 luidt (gedeeltelijk): Ieder lid kan Provinciale Staten verzoeken punten aan de agenda toe te voegen of af te voeren.

Artikel 104 luidt (gedeeltelijk): Tot de werkzaamheden ter uitvoering van de taken van de Agendacommissie behoren in ieder geval het opstellen van de conceptagenda’s voor de vergaderingen van Provinciale Staten, alsmede het doen van voorstellen omtrent de wijze van behandeling van de daarop gestelde agendapunten.

Artikel 12 Rectificatie Besluit van Provinciale Staten van de provincie Gelderland houdende regels omtrent het reglement van orde Reglement van Orde provinciale Staten van Gelderland 2017 luidt (gedeeltelijk): Lid 1. De voorzitter stelt met inachtneming van de behandeladviezen van de Statencommissies de agenda van de vergadering voorlopig op. Lid 2. Ieder lid van Provinciale Staten kan tot 12.00 uur op de maandag voorafgaand aan de vergadering onderwerpen indienen ter plaatsing op de agenda. De voorzitter kan eveneens aanvullingenvoorstellen op de agenda. Lid 3. Bij aanvang van de vergadering beslissen Provinciale Staten over de aanvullingen op de agenda als bedoeld in het tweede lid en stellen de agenda vast.

Artikel 23 Provinciewet luidt (gedeeltelijk): De vergadering van provinciale staten wordt in het openbaar gehouden.

Artikel B2 Kieswet luidt: De leden van provinciale staten worden gekozen door degenen die op de dag van de kandidaatstelling ingezetenen zijn van de provincie, mits zij Nederlander zijn en op de dag van de stemming de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt.

Verordening recht van initiatief Zuid-Holland, 2014:

Artikel 2 luidt: Lid 1. Ingezetenen van de provincie Zuid-Holland hebben de mogelijkheid om aan Provinciale Staten van Zuid-Holland een initiatiefvoorstel ter besluitvorming voor te leggen. Lid 2. Gerechtigd tot het indienen van een initiatiefvoorstel als bedoeld in het eerste lid zijn degenen die krachtens de Kieswet kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van Provinciale Staten van Zuid-Holland, alsmede ingezetenen van de provincie Zuid-Holland van vijftien jaar en ouder die met uitzondering van hun leeftijd voldoen aan de vereisten voor het kiesrecht voor de leden van Provinciale Staten. Lid 3.Voor de beoordeling of aan de vereisten voor initiatiefgerechtigdheid is voldaan, is de toestand op de dag van indiening van het burgerinitiatiefvoorstel bepalend.  

Artikel 3 luidt (gedeeltelijk): Een burgerinitiatiefvoorstel houdt niet in: a. een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van Provinciale Staten; d. een onderwerp waarover korter dan een jaar voor indiening van het burgerinitiatiefvoorstel door Provinciale Staten een besluit is genomen, dan wel in een vergadering van Provinciale Staten onderwerp van behandeling is geweest.

Artikel 4 luidt: Niet ontvankelijk is het verzoek dat: -niet door ten minste 1000 initiatiefgerechtigden wordt ondersteund; -een onderwerp als bedoeld in artikel 3 bevat, of -niet voldoet aan de voorwaarden en vereisen voor indiening, als gesteld in artikel 5.  

Artikel 5 luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Een burgerinitiatiefvoorstel wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter van Provinciale Staten. 2. Het verzoek bevat ten minste: a. een nauwkeurige omschrijving van het burgerinitiatiefvoorstel; b. een toelichting op het burgerinitiatiefvoorstel; c. een globale raming van de kosten indien uit de realisering van het burgerinitiatief kosten voortvloeien; d. de achternaam, de voornamen, het adres, de geboortedatum (alle duidelijk leesbaar) en de handtekening van de indiener en zijn plaatsvervanger, en e. een lijst met de voornamen, achternamen, adressen, geboortedata (alle duidelijk leesbaar) en handtekeningen van de initiatiefgerechtigden die het voorstel ondersteunen.

Artikel 6 luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Het Presidium van Provinciale Staten vormt zich zo spoedig mogelijk na de datum van indiening van het burgerinitiatiefvoorstel een oordeel over de vraag of het voorstel voldoet aan de vereisten, zoals gesteld in artikel 2 t/m 5 van deze verordening. Lid 2. Indien het Presidium van oordeel is dat het burgerinitiatiefvoorstel niet aan de daaraan te stellen vereisten voldoet, zendt het Presidium het voorstel aan Provinciale Staten, met het advies dit in haar eerstvolgende vergadering niet ontvankelijk te verklaren. Lid 4. Indien het Presidium van oordeel is dat het burgerinitiatiefvoorstel aan de daaraan te stellen vereisten voldoet, verklaart het Presidium het voorstel ontvankelijk en zendt dit ter behandeling aan de Statencommissie die het aangaat.

Artikel 7 luidt (gedeeltelijk): Nadat het Presidium een burgerinitiatiefvoorstel overeenkomstig artikel 6, vierde lid aan een Statencommissie heeft gezonden, wordt het voorstel door die commissie zo spoedig mogelijk voor inhoudelijke behandeling geagendeerd. De voorzitter van Statencommissie nodigt de indiener van het burgerinitiatiefvoorstel schriftelijk uit voor de commissievergadering waarvoor het burgerinitiatiefvoorstel is geagendeerd en stelt deze in de gelegenheid het voorstel tijdens die vergadering mondeling toe te lichten.

Artikel 8 luidt (gedeeltelijk): Nadat de Statencommissie het burgerinitiatief ter besluitvorming aan Provinciale Staten hebben gezonden, agenderen Provinciale Staten het voorstel voor haar eerstvolgende vergadering. De voorzitter van Provinciale Staten nodigt de indiener schriftelijk uit voor de vergadering waarvoor het burgerinitiatiefvoorstel is geagendeerd en verleent tijdens die vergadering aan de indiener maximaal vijf minuten spreektijd om het burgerinitiatiefvoorstel nogmaals toe te lichten.

Hoofdstuk 11 Burgerinitiatief Rectificatie Besluit van Provinciale Staten van de provincie Gelderland houdende regels omtrent het reglement van orde Reglement van Orde provinciale Staten van Gelderland 2017:

Artikel 84 luidt: Een burgerinitiatiefvoorstel heeft betrekking op een aangelegenheid, waarover Provinciale Statenbeslissingsbevoegd zijn. Het burgerinitiatiefvoorstel bestaat uit een nauwkeurig omschreven voorstel voor een door Provinciale Staten te nemen beslissing, voorzien van een uiteenzetting over de daaraan ten grondslag liggende motieven. Het voorstel heeft geen betrekking op een aangelegenheid die gaat over: de rechtspositie van ambtsdragers of gewezen ambtsdragers als zodanig dan wel hun nagelaten betrekkingen of hun rechthebbenden; of de provinciale belastingen, bedoeld in hoofdstuk XV van de Provinciewet.

Artikel 85 luidt (gedeeltelijk): Ieder die gerechtigd is tot deelname aan de verkiezing van de leden van Provinciale Staten van Gelderland kan een verzoek tot agendering van een burgerinitiatiefvoorstel indienen. De indiener dient zijn verzoek tot agendering van een burgerinitiatiefvoorstel schriftelijk in bij de voorzitter van Provinciale Staten. Het verzoek wordt ondertekend door de indiener en bevat zijn achternaam, voornamen, adres en geboortedatum. De indiener voegt bij het verzoek een lijst van personen die het verzoek ondersteunen. De lijst bevat de achternaam, voornamen, adres, geboortedatum en handtekening van deze personen.

Artikel 86 luidt (gedeeltelijk): Provinciale Staten beslissen in de eerstvolgende vergadering na ontvangst van het verzoek over de geldigheid van het burgerinitiatiefvoorstel. Indien de eerstvolgende vergadering plaatsvindt binnen twee weken na ontvangst van het verzoek, beslissen zij in de daaropvolgende vergadering. Het verzoek is geldig indien: ten minste 750 andere personen die 16 jaar of ouder en woonachtig in Gelderland zijn het verzoek ondersteunen; het voldoet aan de overige vereisten uit dit hoofdstuk.

Artikel 87 luidt (gedeeltelijk): Indien Provinciale Staten het verzoek als geldig aanmerken, agenderen zij het burgerinitiatiefvoorstel voor hun eerstvolgende vergadering. Zij agenderen het voorstel voor een latere vergadering indien dat noodzakelijk is in verband met de wettelijke vereiste voorbereidingsprocedure van de voorgestelde beslissing of wanneer voorafgaande behandeling door een Statencommissie wenselijk wordt geacht. De indiener van het verzoek wordt in de gelegenheid gesteld om het burgerinitiatiefvoorstel tijdens de vergadering van Provinciale Staten toe te lichten, direct voorafgaande aan de behandeling van het voorstel. Hij neemt niet deel aan de beraadslaging over het voorstel. Indien het burgerinitiatiefvoorstel geagendeerd is voor de vergadering van een Statencommissie wordt de indiener in de gelegenheid gesteld om het burgerinitiatiefvoorstel tijdens de vergadering toe te lichten en deel te nemen aan de beraadslaging over het voorstel.

Verordening burgerinitiatief Gelderland 2003 (inhoudelijk vrijwel gelijk):

http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Actueel/Gelderland/CVDR321607.html

Verslag van de vergadering van Provinciale Staten van Gelderland van 26 mei 2016, zie agendapunt 16:

https://gelderland.stateninformatie.nl/document/3603495/1/PS_-_Verslag_van_de_vergadering_van_Provinciale_Staten_van_25_mei_2016_%28PS2016-400%29

Verslag van de vergadering van Provinciale Staten van Gelderland van 15 december 2010, zie agendapunt 11:

https://gelderland.stateninformatie.nl/document/2388612/1/Bijlage_3_Verslag_van_de_vergadering_van_Provinciale_Staten_op_15_december_2010

Burgerinitiatief in Gelderland en Zuid-Holland

VRIJDAG 19 OKTOBER 2018 (gewijzigd op 2 november) In deze bijdrage gaat het over het burgerinitiatiefvoorstel in de provincie. Dat is het recht van burgers om een onderwerp op de agenda van de vergadering van Provinciale Staten te plaatsen. Provinciale Staten kunnen dat recht aan de burgers geven. In Zuid-Holland is dat gebeurd in een aparte verordening; in Gelderland is dat sinds dit jaar geregeld in het reglement van orde en in de decennia daarvoor in een nagenoeg gelijkluidende aparte verordening. Ik vergelijk de regelingen van Zuid-Holland en Gelderland.

Provinciale Staten Provinciale Staten is als het ware het parlement van een provincie. Het aantal volksvertegenwoordigers kan per provincie verschillen. Gelderland en Zuid-Holland hebben elk 55 Statenleden, verdeeld over respectievelijk 11 en 12 fracties.

Vergaderagenda Provinciale Staten stellen zelf de agenda van hun vergadering vast. Dat gebeurt steeds aan het begin van de vergadering. Uiteraard ligt er dan al een voorstel. Agendapunten worden voorgesteld door de Statencommissies of door de Agendacommissie, en ook wel door individuele Statenleden. Maar dat zijn allemaal slechts voorstellen: uiteindelijk beslissen de Statenleden (in vergadering) bij meerderheid over de agenda. De vergaderingen van Provinciale Staten zijn openbaar.

Burgerinitiatiefvoorstel Het burgerinitiatiefvoorstel is een voorstel. Provinciale Staten moeten er een besluit over nemen. Ze hoeven het voorstel natuurlijk niet aan te nemen. Maar ze moeten het wél op hun agenda plaatsen, behandelen en er een besluit over nemen. Het recht van burgerinitiatiefvoorstel gaat dus verder dan het recht van individuele Statenleden om een voorstel te doen om een agendapunt toe te voegen, want Provinciale Staten hoeven zo’n voorstel van een Statenlid niet toe te voegen! Er worden in beide provinciale regelingen aan het burgerinitiatiefvoorstel eisen gesteld, soms dezelfde en soms verschillende.

Woonplaats De indiener en degenen die met hun handtekening het voorstel willen ondersteunen, moeten in de provincie wonen.

Nederlander? In beide provincies moet de indiener de Nederlandse nationaliteit bezitten. In Zuid-Holland moeten ook degenen die met hun handtekening het voorstel willen ondersteunen Nederlander zijn.

18+? In beide provincies hoeven degenen die met hun handtekening het voorstel willen ondersteunen niet meerderjarig te zijn: 15 (Zuid-Holland) of 16 jaar (Gelderland) is oud genoeg. In Gelderland moet de indiener wel meerderjarig zijn.

750/1000 In Zuid-Holland is het vereiste minimumaantal handtekeningen die het voorstel ondersteunen 1/3 hoger dan in Gelderland, namelijk 1000 in plaats van 750. In Zuid-Holland wonen dan ook anderhalf keer zoveel mensen.

Onderwerp Uiteraard moet het een onderwerp zijn waarover Provinciale Staten gáán. In Zuid-Holland wordt bovendien geëist dat het onderwerp in de afgelopen 12 maanden niet reeds stond op de agenda van Provinciale Staten. In Gelderland mag het niet over provinciale belastingen gaan.

Schriftelijke toelichting Het voorstel moet schriftelijk worden ingediend bij de Commissaris van de Koning, inclusief schriftelijke toelichting (motivering).

Geldig of ongeldig Voordat men aan de inhoudelijke behandeling van het voorstel toekomt, wordt eerst de geldigheid ervan getoetst. In Gelderland nemen provinciale staten in hun eerstvolgende vergadering een besluit over die geldigheid en wordt het voorstel – als het geldig wordt bevonden– in een volgende vergadering inhoudelijk behandeld.

Mondelinge toelichting In Zuid-Holland wordt het geldige burgerinitiatiefvoorstel altijd eerst inhoudelijk behandeld in een Statencommissie; in Gelderland hoeft dat niet per se het geval te zijn, maar kan het wel zo gaan. In beide provincies wordt de indiener uitgenodigd om het voorstel in de commissievergadering mondeling toe te lichten. In Gelderland mag hij zelfs aan de discussie in die commissie deelnemen. Daarna wordt het in de eerstvolgende plenaire vergadering van Provinciale Staten geagendeerd. Ook daarvoor wordt de indiener uitgenodigd, maar is zijn spreektijd beperkt tot 5 minuten (Zuid-Holland) en mag hij niet aan de discussie deelnemen (beide provincies).

BRONNEN

Artikel 12 Reglement van Orde voor de vergaderingen van Provinciale Staten, de Statencommissies, het Fractievoorzittersoverleg en de Agendacommissie van de provincie Zuid-Holland (2017) luidt (gedeeltelijk): Provinciale Staten stellen bij aanvang van de vergadering de agenda voor de vergadering vast.

Artikel 13 luidt (gedeeltelijk): Ieder lid kan Provinciale Staten verzoeken punten aan de agenda toe te voegen of af te voeren.

Artikel 104 luidt (gedeeltelijk): Tot de werkzaamheden ter uitvoering van de taken van de Agendacommissie behoren in ieder geval het opstellen van de conceptagenda’s voor de vergaderingen van Provinciale Staten, alsmede het doen van voorstellen omtrent de wijze van behandeling van de daarop gestelde agendapunten.

Artikel 12 Rectificatie Besluit van Provinciale Staten van de provincie Gelderland houdende regels omtrent het reglement van orde Reglement van Orde provinciale Staten van Gelderland 2017 luidt (gedeeltelijk): Lid 1. De voorzitter stelt met inachtneming van de behandeladviezen van de Statencommissies de agenda van de vergadering voorlopig op. Lid 2. Ieder lid van Provinciale Staten kan tot 12.00 uur op de maandag voorafgaand aan de vergadering onderwerpen indienen ter plaatsing op de agenda. De voorzitter kan eveneens aanvullingenvoorstellen op de agenda. Lid 3. Bij aanvang van de vergadering beslissen Provinciale Staten over de aanvullingen op de agenda als bedoeld in het tweede lid en stellen de agenda vast.

Artikel 23 Provinciewet luidt (gedeeltelijk): De vergadering van provinciale staten wordt in het openbaar gehouden.

Artikel B2 Kieswet luidt: De leden van provinciale staten worden gekozen door degenen die op de dag van de kandidaatstelling ingezetenen zijn van de provincie, mits zij Nederlander zijn en op de dag van de stemming de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt.

Verordening recht van initiatief Zuid-Holland, 2014:

Artikel 2 luidt: Lid 1. Ingezetenen van de provincie Zuid-Holland hebben de mogelijkheid om aan Provinciale Staten van Zuid-Holland een initiatiefvoorstel ter besluitvorming voor te leggen. Lid 2. Gerechtigd tot het indienen van een initiatiefvoorstel als bedoeld in het eerste lid zijn degenen die krachtens de Kieswet kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van Provinciale Staten van Zuid-Holland, alsmede ingezetenen van de provincie Zuid-Holland van vijftien jaar en ouder die met uitzondering van hun leeftijd voldoen aan de vereisten voor het kiesrecht voor de leden van Provinciale Staten. Lid 3.Voor de beoordeling of aan de vereisten voor initiatiefgerechtigdheid is voldaan, is de toestand op de dag van indiening van het burgerinitiatiefvoorstel bepalend.  

Artikel 3 luidt (gedeeltelijk): Een burgerinitiatiefvoorstel houdt niet in: a. een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van Provinciale Staten; d. een onderwerp waarover korter dan een jaar voor indiening van het burgerinitiatiefvoorstel door Provinciale Staten een besluit is genomen, dan wel in een vergadering van Provinciale Staten onderwerp van behandeling is geweest.

Artikel 4 luidt: Niet ontvankelijk is het verzoek dat: niet door ten minste 1000 initiatiefgerechtigden wordt ondersteund; een onderwerp als bedoeld in artikel 3 bevat, of niet voldoet aan de voorwaarden en vereisen voor indiening, als gesteld in artikel 5.  

Artikel 5 luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Een burgerinitiatiefvoorstel wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter van Provinciale Staten. 2. Het verzoek bevat ten minste: a. een nauwkeurige omschrijving van het burgerinitiatiefvoorstel; b. een toelichting op het burgerinitiatiefvoorstel; c. een globale raming van de kosten indien uit de realisering van het burgerinitiatief kosten voortvloeien; d. de achternaam, de voornamen, het adres, de geboortedatum (alle duidelijk leesbaar) en de handtekening van de indiener en zijn plaatsvervanger, en e. een lijst met de voornamen, achternamen, adressen, geboortedata (alle duidelijk leesbaar) en handtekeningen van de initiatiefgerechtigden die het voorstel ondersteunen.

Artikel 6 luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Het Presidium van Provinciale Staten vormt zich zo spoedig mogelijk na de datum van indiening van het burgerinitiatiefvoorstel een oordeel over de vraag of het voorstel voldoet aan de vereisten, zoals gesteld in artikel 2 t/m 5 van deze verordening. Lid 2. Indien het Presidium van oordeel is dat het burgerinitiatiefvoorstel niet aan de daaraan te stellen vereisten voldoet, zendt het Presidium het voorstel aan Provinciale Staten, met het advies dit in haar eerstvolgende vergadering niet ontvankelijk te verklaren. Lid 4. Indien het Presidium van oordeel is dat het burgerinitiatiefvoorstel aan de daaraan te stellen vereisten voldoet, verklaart het Presidium het voorstel ontvankelijk en zendt dit ter behandeling aan de Statencommissie die het aangaat.

Artikel 7 luidt (gedeeltelijk): Nadat het Presidium een burgerinitiatiefvoorstel overeenkomstig artikel 6, vierde lid aan een Statencommissie heeft gezonden, wordt het voorstel door die commissie zo spoedig mogelijk voor inhoudelijke behandeling geagendeerd. De voorzitter van Statencommissie nodigt de indiener van het burgerinitiatiefvoorstel schriftelijk uit voor de commissievergadering waarvoor het burgerinitiatiefvoorstel is geagendeerd en stelt deze in de gelegenheid het voorstel tijdens die vergadering mondeling toe te lichten.

Artikel 8 luidt (gedeeltelijk): Nadat de Statencommissie het burgerinitiatief ter besluitvorming aan Provinciale Staten hebben gezonden, agenderen Provinciale Staten het voorstel voor haar eerstvolgende vergadering. De voorzitter van Provinciale Staten nodigt de indiener schriftelijk uit voor de vergadering waarvoor het burgerinitiatiefvoorstel is geagendeerd en verleent tijdens die vergadering aan de indiener maximaal vijf minuten spreektijd om het burgerinitiatiefvoorstel nogmaals toe te lichten.

Hoofdstuk 11 Burgerinitiatief Rectificatie Besluit van Provinciale Staten van de provincie Gelderland houdende regels omtrent het reglement van orde Reglement van Orde provinciale Staten van Gelderland 2017:

Artikel 84 luidt: Een burgerinitiatiefvoorstel heeft betrekking op een aangelegenheid, waarover Provinciale Statenbeslissingsbevoegd zijn. Het burgerinitiatiefvoorstel bestaat uit een nauwkeurig omschreven voorstel voor een door Provinciale Staten te nemen beslissing, voorzien van een uiteenzetting over de daaraan ten grondslag liggende motieven. Het voorstel heeft geen betrekking op een aangelegenheid die gaat over: de rechtspositie van ambtsdragers of gewezen ambtsdragers als zodanig dan wel hun nagelaten betrekkingen of hun rechthebbenden; of de provinciale belastingen, bedoeld in hoofdstuk XV van de Provinciewet.

Artikel 85 luidt (gedeeltelijk): Ieder die gerechtigd is tot deelname aan de verkiezing van de leden van Provinciale Staten van Gelderland kan een verzoek tot agendering van een burgerinitiatiefvoorstel indienen. De indiener dient zijn verzoek tot agendering van een burgerinitiatiefvoorstel schriftelijk in bij de voorzitter van Provinciale Staten. Het verzoek wordt ondertekend door de indiener en bevat zijn achternaam, voornamen, adres en geboortedatum. De indiener voegt bij het verzoek een lijst van personen die het verzoek ondersteunen. De lijst bevat de achternaam, voornamen, adres, geboortedatum en handtekening van deze personen.

Artikel 86 luidt (gedeeltelijk): Provinciale Staten beslissen in de eerstvolgende vergadering na ontvangst van het verzoek over de geldigheid van het burgerinitiatiefvoorstel. Indien de eerstvolgende vergadering plaatsvindt binnen twee weken na ontvangst van het verzoek, beslissen zij in de daaropvolgende vergadering. Het verzoek is geldig indien: ten minste 750 andere personen die 16 jaar of ouder en woonachtig in Gelderland zijn het verzoek ondersteunen; het voldoet aan de overige vereisten uit dit hoofdstuk.

Artikel 87 luidt (gedeeltelijk): Indien Provinciale Staten het verzoek als geldig aanmerken, agenderen zij het burgerinitiatiefvoorstel voor hun eerstvolgende vergadering. Zij agenderen het voorstel voor een latere vergadering indien dat noodzakelijk is in verband met de wettelijke vereiste voorbereidingsprocedure van de voorgestelde beslissing of wanneer voorafgaande behandeling door een Statencommissie wenselijk wordt geacht. De indiener van het verzoek wordt in de gelegenheid gesteld om het burgerinitiatiefvoorstel tijdens de vergadering van Provinciale Staten toe te lichten, direct voorafgaande aan de behandeling van het voorstel. Hij neemt niet deel aan de beraadslaging over het voorstel. Indien het burgerinitiatiefvoorstel geagendeerd is voor de vergadering van een Statencommissie wordt de indiener in de gelegenheid gesteld om het burgerinitiatiefvoorstel tijdens de vergadering toe te lichten en deel te nemen aan de beraadslaging over het voorstel.

Verordening burgerinitiatief Gelderland 2003 (inhoudelijk vrijwel gelijk):

http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Actueel/Gelderland/CVDR321607.html