De gerechtsdeurwaarder

DONDERDAG 31 JANUARI 2019 Uit krantenberichten in de afgelopen weken blijkt dat het niet goed gaat met (gerechts)deurwaarders in ons land. Ondanks toename van de schuldenaren. De voorzitter van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders zegt in een interview dat dit vooral komt door de verhoogde griffierechten. Wat is de rechtspositie van de deurwaarder en wat mag en moet hij zoal doen?

Beslag De deurwaarder overhandigt de dagvaarding aan iemand die door een ander is gedagvaard om voor de rechtbank te verschijnen. De deurwaarder legt beslag op zaken van de schuldenaar als die zijn schuld niet op tijd betaalt. Als de huur voor een woning niet op tijd is betaald, kan de deurwaarder (soms) tot ontruiming overgaan. Hij doet dit achtereenvolgens in opdracht van de eisende partij, de schuldeiser en de verhuurder.

Ambtenaar De deurwaarder is een ambtenaar. Hij wordt benoemd per koninklijk besluit. Het gebruik van de gerechtsdeurwaarderstitel is wettelijk beschermd. Wat zijn taken zijn, is vastgelegd in de wet.

Nederlander De deurwaarder moet onder andere de opleiding tot deurwaarder hebben gevolgd en de Nederlandse nationaliteit hebben of de nationaliteit van een ander land van de EU.

Eed Hij heeft ook een eed of belofte afgelegd, waarin hij bijvoorbeeld getrouwheid aan de Koning en de Grondwet zweert of belooft.

Mag of Moet De deurwaarder werkt in opdracht. Zonder opdrachtgever doet hij (of zij) niets. Hij mag overal in Nederland opdrachten uitvoeren. Hij moet alle opdrachten uitvoeren in zijn arrondissement. Het arrondissement is het deel van Nederland waarin zijn vestigingsplaats is gelegen. Bij benoeming wordt hem een vestigingsplaats toegewezen. De omvang van het arrondissement verschilt per arrondissement. Soms valt het samen met een provincie, zoals het arrondissement Gelderland. Soms valt het samen met meer dan één provincie, zoals het arrondissement Noord-Nederland, dat de drie noordelijke provincies omvat. Maar soms omvat het slechts een deel van een provincie, zoals het arrondissement Den Haag. Als zijn arrondissement meer dan één provincie omvat, moet hij alleen de opdrachten uitvoeren in de provincie van zijn vestigingsplaats.

Dreverhaven De deurwaarder mag geen opdrachten uitvoeren voor zichzelf en zijn familie. Hij mag evenmin opdrachten uitvoeren tégen hen. Hij mag bijvoorbeeld geen beslag leggen op zaken van zichzelf of zijn familie. Dat alles geldt ook voor kinderen waarvan hij niet de juridische vader is maar wel de biologische verwekker. In de Nederlandse speelfilm Karakter uit 1997 van Mike van Diem (naar een boek van Ferdinand Bordewijk uit 1928) legt de Rotterdamse deurwaarder Dreverhaven beslag op boeken van Johan Katadreuffe, het door hem verwekte kind dat woont bij zijn moeder. Bovendien is het beslag het gevolg van een schuld die Katadreuffe eigenlijk aan Dreverhaven zélf heeft, dat wil zeggen hij heeft geld geleend van de bank waarvan Dreverhaven eigenaar is. Anno 2019 had Dreverhaven dat beslag niet mogen leggen.

Rechtshulp De deurwaarder is ook aan allerlei gedragsregels gebonden die niet in de wet staan, bijvoorbeeld regels die de Koninklijke Organisatie van Gerechtsdeurwaarders heeft opgesteld, een organisatie waarvan elke deurwaarder lid moet zijn. Zo´n regel is bijvoorbeeld dat hij schuldenaren er soms op moet wijzen dat ze gefinancierde rechtshulp kunnen inroepen.

Geweld Voor het leggen van beslag mag de deurwaarder elke plaats betreden. Als hij beslag gaat leggen op de zaken die een schuldenaar in zijn woning heeft, dan mag hij ook die woning binnengaan. Ook als de schuldenaar dat weigert of niet thuis is. In diet laatste twee gevallen moet de deurwaarder de hulp inroepen van de politie en kan hij vervolgens de woning zo nodig met geweld binnengaan.

Pensioen Deurwaarders moeten uiterlijk op hun zeventigste van hun welverdiende pensioen gaan genieten.

BRONNEN:

Beslag”

Artikel 2 van de Gerechtsdeurwaarderswet luidt (gedeeltelijk): Lid 1. De gerechtsdeurwaarder is in het bijzonder belast met: a. het doen van dagvaardingen en andere betekeningen, behorende tot de rechtsingang of de instructie van gedingen; b. het doen van gerechtelijke aanzeggingen, bekendmakingen, protesten en verdere exploten; c. ontruimingen, beslagen, executoriale verkopingen, gijzelingen en andere handelingen, behorende tot of vereist voor de uitvoering van executoriale titels dan wel voor de bewaring van rechten; d. het doen van protesten van non-acceptatie of non-betaling van wissels, orderbiljetten en dergelijke en het opmaken van een akte van interventie aan de voet van het protest; e. het ambtelijk toezicht bij vrijwillige openbare verkopingen van roerende lichamelijke zaken bij opbod, bij opbod en afslag, of bij afslag. Lid 4. De hoofdstukken 3 en 4 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing op ambtshandelingen en de weigering deze te verrichten.

Ambtenaar”

Artikel 2 Gerechtsdeurwaarderswet luidt (gedeeltelijk): De gerechtsdeurwaarder is een openbaar ambtenaar belast met de taken die bij of krachtens de wet, al dan niet bij uitsluiting van ieder ander, aan deurwaarders onderscheidenlijk gerechtsdeurwaarders zijn opgedragen of voorbehouden.

Artikel 4 luidt (gedeeltelijk): Een gerechtsdeurwaarder wordt benoemd bij koninklijk besluit. In het besluit wordt de plaats van vestiging aangegeven. Hij mag zijn werkzaamheden als gerechtsdeurwaarder eerst aanvangen nadat hij is ingeschreven in het gerechtsdeurwaardersregister. Tot het voeren van de titel van gerechtsdeurwaarder is uitsluitend bevoegd degene die als zodanig is ingeschreven in het gerechtsdeurwaardersregister en die niet geschorst of ontslagen is.

Nederlander”

Artikel 5 Gerechtsdeurwaarderswet luidt (gedeeltelijk): Tot gerechtsdeurwaarder is slechts benoembaar degene die: a. de Nederlandse nationaliteit bezit of de nationaliteit van een andere lidstaat van de Europese Unie, van een overige staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of van de Zwitserse Bondsstaat; b. met goed gevolg een door Onze Minister erkende opleiding ter voorbereiding op het beroep van gerechtsdeurwaarder heeft doorlopen.

Eed”

Artikel 9 Gerechtsdeurwaarderswet luidt (gedeeltelijk): De gerechtsdeurwaarder legt binnen twee maanden na de dagtekening van zijn benoeming ter openbare terechtzitting voor de rechtbank van het arrondissement waarin de plaats van vestiging is gelegen de navolgende eed of belofte af:

«Ik zweer (beloof) getrouwheid aan de Koning en de Grondwet.»

«Ik zweer (beloof), dat ik mij zal gedragen naar de wetten en voorschriften op mijn ambt van toepassing en dat ik mijn taak eerlijk en nauwgezet zal uitvoeren.»

«Voorts zweer (verklaar) ik, dat ik, om tot gerechtsdeurwaarder te worden benoemd, direct of indirect aan niemand, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige giften of gaven beloofd of afgegeven heb, noch beloven of afgeven zal».

Mag of Moet”

Artikel 3 Deurwaarderswet luidt (gedeeltelijk): De gerechtsdeurwaarder is bevoegd tot het verrichten van ambtshandelingen op het grondgebied van Nederland.

Artikel 4 luidt (gedeeltelijk): Een gerechtsdeurwaarder wordt benoemd bij koninklijk besluit. In het besluit wordt de plaats van vestiging aangegeven.

Artikel 11 luidt: De gerechtsdeurwaarder is te allen tijde verplicht in het gehele arrondissement waarin zijn plaats van vestiging is gelegen dan wel, indien het arrondissement meer dan één provincie omvat, in het deel van het arrondissement dat is gelegen in de provincie waarin zijn plaats van vestiging is gelegen de ambtshandelingen waartoe hij bevoegd is, te verrichten wanneer hierom wordt verzocht, tenzij: a. met het oog op zijn persoonlijke omstandigheden dit redelijkerwijs niet van hem kan worden verlangd, of b. de verzoeker niet bereid is het krachtens deze wet door de gerechtsdeurwaarder aan hem gevraagde voorschot voor het verrichten van ambtshandelingen te voldoen.

Artikel 5a Wet op de rechterlijke indeling luidt: Het arrondissement Gelderland omvat het grondgebied van de provincie Gelderland.

Artikel 9 luidt: Het arrondissement Noord-Nederland omvat het grondgebied van de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen.

Artikel 5 luidt: Het arrondissement Den Haag omvat het grondgebied van de gemeenten Alphen aan den Rijn, Bodegraven-Reeuwijk, Delft, Gouda, ’s-Gravenhage, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Krimpenerwaard, Leiden, Leiderdorp, Leidschendam-Voorburg, Lisse, Midden-Delfland, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Teylingen, Voorschoten, Waddinxveen, Wassenaar, Westland, Zoetermeer, Zoeterwoude en Zuidplas.

Karakter”

Artikel 3 Gerechtsdeurwaarderswet luidt (gedeeltelijk): De gerechtsdeurwaarder is bevoegd tot het verrichten van ambtshandelingen op het grondgebied van Nederland. De gerechtsdeurwaarder is niet bevoegd tot het verrichten van ambtshandelingen ten behoeve van of gericht tegen: a. zichzelf, zijn echtgenoot, geregistreerde partner of een persoon met wie hij een duurzame relatie onderhoudt en samenwoont; b. zijn bloed- of aanverwanten, in rechte lijn onbepaald en in de zijlijn tot en met de derde graad; Lid 4. Ambtshandelingen, verricht in strijd met het tweede of derde lid, zijn nietig.

Artikel 3 Burgerlijk Wetboek (Eerste Boek) luidt (gedeeltelijk): De graad van bloedverwantschap wordt bepaald door het getal der geboorten, die de bloedverwantschap hebben veroorzaakt. Hierbij telt een erkenning, een gerechtelijke vaststelling van het ouderschap of een adoptie als een geboorte.

Rechtshulp”

Artikel 13 Verordening beroeps- en gedragsregels gerechtsdeurwaarders luidt: Indien de gerechtsdeurwaarder goede gronden heeft om aan te nemen dat zijn cliënt in aanmerking komt voor gefinancierde rechtsbijstand, wijst hij deze cliënt op de mogelijkheid daartoe

Geweld”

Artikel 444 Wetboek Burgerlijke Rechtsvordering luidt: De deurwaarder heeft ter inbeslagneming toegang tot elke plaats, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is. Indien de deuren gesloten zijn, of de opening daarvan geweigerd wordt, gelijk mede indien geweigerd wordt enige kamer of stuk huisraad te openen, alsmede wanneer bij niet-tegenwoordigheid van de geëxecuteerde er niemand gevonden wordt om hem te vertegenwoordigen, zal de deurwaarder zich vervoegen bij de burgemeester der gemeente in wiens tegenwoordigheid de opening van de deuren en van het huisraad zal worden gedaan voor zover dat redelijkerwijs nodig is. De burgemeester kan zich doen vertegenwoordigen door een ambtenaar van politie die tevens hulpofficier van justitie is. Van de tegenwoordigheid van deze ambtenaar en van hetgeen in zijn bijzijn, uit kracht van dit en de volgende drie artikelen, is verricht, zal melding gemaakt worden in het proces-verbaal van beslag. Bij het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner zijn de artikelen 10 en 11, tweede lid, van de Algemene wet op het binnentreden op het proces-verbaal van beslag van overeenkomstige toepassing. Deze artikelen gelden eveneens in het geval dat na het binnentreden geen beslag wordt gelegd.

Pensioen”

Artikel 52 Gerechtsdeurwaarderswet luidt (gedeeltelijk): De gerechtsdeurwaarder is met ingang van de eerstvolgende maand na het bereiken van de leeftijd van zeventig jaar van rechtswege ontslagen.

IPO, wolvenplan en de provincie

DINSDAG 29 JANUARI 2019 Afgelopen donderdag is het Interprovinciaal wolvenplan vastgesteld. Dat gaat over de wettelijke bescherming die de wolf in Nederland geniet, over de schade die hij kan aanrichten (aan reeën en schapen, aan honden) en de vergoeding en/of preventie van die schade, over de bedreiging die de wolf voor de mens vormt en over de (onwenselijke) kruising tussen wolf en hond (hybridisatie). Wie heeft dit wolvenplan gemaakt?

Beschermen Het zijn de provincies die wettelijk verantwoordelijk zijn voor behoud en herstel van de in het wild levende wolf in ons land, de Canis lupus. Deze diersoort geniet een wettelijke bescherming: hij mag daarom niet gedood of verstoord worden. De provincie mag van dit verbod soms vrijstelling of ontheffing verlenen.

Provincie Elke provincie is daarvoor in eigen gebied verantwoordelijk. Het Interprovinciaal wolvenplan richt zich echter op het hele land. De keuze voor een landelijk plan heeft ermee te maken dat het leefgebied zich meestal niet beperkt tot het gebied van één provincie.

IPO Het Interprovinciaal wolvenplan is vastgesteld door het IPO: IPO is de afkorting voor Interprovinciaal Overleg. Het IPO wil beleidscoördinatie en gemeenschappelijke standpuntbepaling/besluitvorming tussen de provincies stimuleren. Het wolvenplan is daarvan een voorbeeld: het wil richting geven aan gezamenlijke beleidsuitvoering van provinciale taken rondom de wolf en de afzonderlijke provincies de basis bieden om beleid formeel te verankeren in verordeningen of beleidsregels.

Zangvereniging Het IPO is een vereniging volgens het Burgerlijk Wetboek, zoals ook de voetbalvereniging en de zangvereniging privaatrechtelijke verenigingen zijn. Het IPO is geen gemeenschappelijke regeling, want dat is publiekrechtelijk.

Twaalf ledenHet IPO is een vereniging volgens het Burgerlijk Wetboek die aan dezelfde wettelijke eisen moet voldoen als al die andere verenigingen die bij de notaris zijn opgericht. Het IPO zal dus onder anderen leden moeten hebben, een algemene vergadering (de ledenvergadering), een bestuur en statuten. IPO-leden kunnen volgens de statuten alleen maar Nederlandse provincies zijn. Het IPO is dus een vereniging van (en voor) de provincies. Elk van de twaalf provincies is er lid van. Het IPO heeft dus twaalf leden.

Stem Iedere provincie kiest twee personen die namens haar de lidmaatschapsrechten uitoefenen, in de algemene vergadering (ledenvergadering). Elke provincie – groot of klein – heeft dus evenveel vertegenwoordigers. Deze vertegenwoordigers worden gekozen door Provinciale Staten. Vertegenwoordigers moeten zelf ook Statenleden zijn. De algemene vergadering neemt allerlei besluiten. Besluiten worden genomen doordat de vertegenwoordigers hun stem uitbrengen. Elke vertegenwoordiger heeft één stem. Elke provincie – groot of klein – heeft dus evenveel stemmen. Een gewone meerderheid van stemmen is in principe genoeg voor het nemen van een besluit.

Voordracht De algemene vergadering besluit er onder andere over wie in het bestuur van het IPO zitten. Dat bestuur bestaat uit dertien personen. Bestuursleden moeten gedeputeerde of commissaris zijn. Het college van Gedeputeerde Staten van iedere provincie mag voor één bestuurder een voordracht doen. Als de algemene vergadering al die voordrachten overneemt, heeft elke provincie dus haar eigen bestuurslid. De algemene vergadering kan zo’n voordracht alleen weigeren, maar dat kan alleen met minstens twee derden van de uitgebrachte stemmen; bovendien geldt een quorumeis. Het gaat hier dus om bindende voordrachten. Het huidige bestuur is politiek als volgt samengesteld: CDA (4), VVD (3), PvdA (3), D66 (2) en SP (1).

Wolvenplan Het Interprovinciaal wolvenplan is een besluit van het bestuur van het IPO. Het bestuur neemt besluiten met een gewone meerderheid van stemmen. Elk bestuurslid heeft één stem. Het bestuurslid van een grote provincie brengt dus evenveel stemmen uit als het bestuurslid van een kleine provincie. Wat elke bestuurder stemt, is niet openbaar.

Gebonden? Is een provincie juridisch gebonden aan bestuursbesluiten? In de statuten staat dat de provincies in beginsel juridisch gebonden zijn aan cao-afspraken die het bestuur met de vakbonden maakt. Het wolvenplan bevat dit soort afspraken natuurlijk niet. In de statuten staat ook dat de algemene vergadering kan besluiten dat de provincies ook door andere bestuursbesluiten worden gebonden, tenminste voor zover het gaat om privaatrechtelijke rechtshandelingen. Het wolvenplan lijkt niet te gaan over privaatrechtelijke rechtshandelingen. Besluiten van de algemene vergadering zijn trouwens – voor zover ik weet – niet openbaar. Conclusie: provincies zijn juridisch niet op grond van de statuten gebonden aan het Interprovinciaal wolvenplan. Provincies kunnen jegens het IPO alleen verplichtingen hebben als dit uit de statuten volgt.

Ten slotte ”Een wolf is een roofdier, geen knuffel, die met respect behandeld moet worden, maar vormt niet op voorhand een bedreiging voor mensen. Menselijke activiteiten in het buitengebied als wandelen, trimmen, mountainbiken, paardrijden, jagen, vissen, kamperen enzovoort zijn in een wolventerritorium gewoon mogelijk.” Gelukkig maar!

Bronnen:

”Beschermen” en ”Provincie”

Artikel 3.5 Wet natuurbescherming luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Lid 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Lid 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.

Artikel 3.8 luidt (gedeeltelijk): Gedeputeerde staten kunnen ontheffing verlenen van een of meer van de verboden, bedoeld in de artikelen 3.5 (…), ten aanzien van dieren of planten van daarbij aangewezen soorten, dan wel ten aanzien van de voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren van daarbij aangewezen soorten. Provinciale staten kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van een of meer van de verboden, bedoeld in de artikelen 3.5 (..), ten aanzien van dieren of planten van daarbij aangewezen soorten, dan wel ten aanzien van de voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren van daarbij aangewezen soorten. Een ontheffing of een vrijstelling wordt uitsluitend verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a. er bestaat geen andere bevredigende oplossing; b. zij is nodig (..); c. er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.

Bijlage IV onderdeel a van de Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (Habitatrichtlijn) luidt (gedeeltelijk):

DIER- EN PLANTESOORTEN VAN COMMUNAUTAIR BELANG DIE STRIKT MOETEN WORDEN BESCHERMD

a) DIERSOORTEN

GEWERVELDE DIEREN

ZOOGDIEREN

CARNIVORA

Canidae

Canis lupus (uitgezonderd de Spaanse populaties ten noorden van de Duero en de Griekse populaties benoorden de 39e breedtegraad)

”IPO”

Artikel 3 Statuten van het IPO :Statuten december 2017 van het IPO: https://ipo.nl/files/6615/4176/8219/afschrift_akte_statutenwijziging.pdf

”Vereniging”

Artikel 1 van de IPO-statuten:

https://ipo.nl/files/6615/4176/8219/afschrift_akte_statutenwijziging.pdf

Artikel 40 Wet gemeenschappelijke regelingen luidt (gedeeltelijk): Provinciale staten, gedeputeerde staten en de commissarissen van de Koning van twee of meer provincies kunnen afzonderlijk of tezamen, ieder voor zover zij voor de eigen provincie bevoegd zijn, een gemeenschappelijke regeling treffen ter behartiging van een of meer bepaalde belangen van die provincies.

”Twaalf leden”

Artikel 5 van de IPO-statuten: 

https://ipo.nl/files/6615/4176/8219/afschrift_akte_statutenwijziging.pdf

Artikel 27 van het Burgerlijk Wetboek (Tweede Boek) luidt gedeeltelijk: Wordt een vereniging opgericht bij een notariële akte, dan moeten de volgende bepalingen in acht worden genomen. De akte bevat de statuten van de vereniging. De statuten houden in: a. de naam van de vereniging en de gemeente in Nederland waar zij haar zetel heeft; b. het doel van de vereniging; c. de verplichtingen die de leden tegenover de vereniging hebben, of de wijze waarop zodanige verplichtingen kunnen worden opgelegd; d. de wijze van bijeenroeping van de algemene vergadering; e. de wijze van benoeming en ontslag van de bestuurders; f. de bestemming van het batig saldo van de vereniging in geval van ontbinding, of de wijze waarop de bestemming zal worden vastgesteld.

”Stem”

Artikelen 5, 18 en 20 van de IPO-statuten:

https://ipo.nl/files/6615/4176/8219/afschrift_akte_statutenwijziging.pdf

”Voordracht”

Artikel 10 van de IPO-statuten:

https://ipo.nl/files/6615/4176/8219/afschrift_akte_statutenwijziging.pdf

”Wolvenplan”

Artikelen 14 en 20 van de IPO-statuten:

https://ipo.nl/files/6615/4176/8219/afschrift_akte_statutenwijziging.pdf

”Gebonden?”

Artikel 9 van de IPO-statuten:

https://ipo.nl/files/6615/4176/8219/afschrift_akte_statutenwijziging.pdf

Artikel 27 van het Burgerlijk Wetboek (Tweede Boek) luidt gedeeltelijk: Wordt een vereniging opgericht bij een notariële akte, dan moeten de volgende bepalingen in acht worden genomen. De akte bevat de statuten van de vereniging. De statuten houden in: c. de verplichtingen die de leden tegenover de vereniging hebben, of de wijze waarop zodanige verplichtingen kunnen worden opgelegd.

Demonstratievrijheid van Franse Gele hesjes wordt beperkt

VENDREDI LE 25 JANVIER 2019 Op tal van zaterdagen in de afgelopen maanden zijn er in Frankrijk demonstraties geweest van de gele hesjes, les gilets jaunes. Die protesten van mensen die een geel hesje dragen ging op veel plaatsen gepaard met vernielingen, brandstichtingen en geweld tegenover de politie. De Franse Tweede Kamer – Assemblée nationale – heeft deze week een wetsvoorstel in behandeling genomen dat de vrijheid om te betogen (demonstreren) beperkt. Deze bijdrage is op 28 januari aangepast.

Doel van het wetsvoorstel is om gewelddadigheden bij demonstraties te voorkomen en de daders te straffen, prévenir les violences lors des manifestations et à sanctionner leurs auteurs. Diverse maatregelen worden voorgesteld. Bijvoorbeeld om de demonstranten te omringen met politie zodanig dat ze (de demonstranten) geen vernielingen kunnen aanrichten.

Deelnameverbod Een andere maatregel – en alleen daarover gaat mijn verdere bijdrage – die wordt voorgesteld is het opleggen van een verbod aan een of meer mensen om aan een demonstratie deel te gaan nemen, interdire de prendre part à une manifestation. Het is de prefect van het departement waar zal worden gedemonstreerd die dit verbod kan opleggen, want hij is de vertegenwoordiger van de Staat aldaar; en in Parijs is het de politieprefect. Hij mag dit verbod opleggen aan iedereen van wie er een redelijk vermoeden bestaat dat zijn gedrag een ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde, à toute personne à l’égard de laquelle il existe des raisons sérieuses de penser que son comportement constitue une menace d’une particulière gravité pour l’ordre public. De prefect kan het deelnameverbod combineren met een meldplicht.

Contacten Tenminste, als iemand die daarvan wordt verdacht zich  al eens schuldig heeft gemaakt aan bepaalde strafbare feiten of als zoiemand die daarvan wordt verdacht in contact staat met anderen die aanzetten tot of gelegenheid geven tot (of daadwerkelijk plegen van) bepaalde strafbare feiten, et qui appartient à un groupe ou entre en relation de manière régulière avec des individus incitant, facilitant ou participant à la commission de ces mêmes faits.

Welke strafbare feiten Bij die strafbare feiten gaat het dan niet alleen om het bij demonstraties plegen van gewelddadigheden tegen personen, om vernielingen en om vandalisme, des infractions mentionnées aux articles 222-7 à 222-13, 222-14-2, 322-1 à 322-3, 322-6 à 322-10 (..) du code pénal. De prefect mag namelijk ook een verbod opleggen aan mensen mensen van wie wordt vermoed dat hun gedrag een ernstige bedreiging voor de openbare orde is en die contacten onderhouden met anderen die niet anders misdoen dan aanzetten tot of gelegenheid geven tot het zonder vergunning organiseren van een demonstratie, et des infractions mentionnées aux articles 431-9 (..) du code pénal. De burgemeester – le maire – gaat over de vergunningverlening. Dat verbod mag de prefect ook opleggen aan mensen van wie wordt vermoed dat hun gedrag een ernstige bedreiging voor de openbare orde is en die contacten onderhouden met anderen die aanzetten of gelegenheid geven tot een (legale) demonstratie waar een deelnemer een wapen bij zich draagt, et des infractions mentionnées aux articles (..) 431-10 du code pénal.

Kortom: het wetsvoorstel gaat best ver in het beperken van de vrijheid om te demonstreren. Wie ondanks zo’n verbod toch gaat demonstreren, riskeert een gevangenisstraf van een half jaar en een boete. De vrijheid om te protesteren en te betogen valt onder de vrijheid van meningsuiting, en daarmee onder de wettelijke en verdragsrechtelijke bescherming die deze vrijheid geniet. Het is dan ook niet zo vreemd dat zelfs in de fractie van regeringspartij La République En Marche (LREM) kritische geluiden hoorbaar zijn over dit wetsvoorstel, zoals blijkt uit dagblad Le Monde van afgelopen dinsdag.

Regering bepaalt agenda Kamer Het is de Franse regering die het wetsvoorstel op de agenda van de Franse Tweede Kamer heeft geplaatst. In Frankrijk gaat de regering namelijk over een deel van de Kameragenda. In zoverre mag de regering de wetsvoorstellen agenderen waarover de Kamer vervolgens moet debatteren en uiteindelijk stemmen.

Commissie Afgelopen woensdag is het wetsvoorstel over de beperking van de demonstratievrijheid voor het eerst behandeld in de vaste Kamercommissie, la commission des lois constitutionnelles, de la législation et de l’administration générale de la République.

Senaat Zowel de regering als het parlement mogen wetsvoorstellen indienen. Het wetsvoorstel over de beperking van de demonstratievrijheid is geen wetsvoorstel van de regering. Het is een parlementair voorstel – een initiatiefwetsvoorstel – en bovendien is het een initiatief van die andere Kamer in het Franse parlement, Le Sénat. De Franse senaat heeft namelijk – anders dan onze senaat – het recht van initiatief. Initiatiefwetsvoorstellen heten in Frankrijk propositions de loi, regeringswetsvoorstellen heten projets de loi. Het was oppositiepartij Les Républicains die het wetsvoorstel beperking demonstratievrijheid vorig jaar juni indiende. In oktober nam de Sénat het aan. Dat gebeurde trouwens zonder steun van regeringspartij LREM. Maar de LREM-fractie in de Sénat is klein, dit in tegenstelling tot die in de Assemblée nationale waar de fractie over een riante meerderheid beschikt. Vervolgens is het wetsvoorstel naar deze Franse Tweede Kamer gestuurd. Hier lag het een half jaartje op de planken, tot de regering het afgelopen week op de agenda van deze Kamer plaatste. Het parlementaire wetgevingsproces in Frankrijk hoeft dus niet per se van deze Kamer naar Sénat te lopen, maar kan ook – anders dan in ons land – andersom verlopen!

Gele hesjes De timing van agendering is niet zo heel vreemd: het nieuwe jaar heeft geen einde gemaakt aan de vernielingen en schermutselingen bij de demonstraties van de gele hesjes. Overigens: de procedure die het wetsvoorstel in de Sénat doorliep, was vóór hun eerste demonstraties plaatsvonden (dat was in de herfst van vorig jaar).

Assemblée nationale De Kamer mag het wetsvoorstel niet alleen aannemen of verwerpen maar ook amenderen. Dit amendementsrecht komt trouwens ook de Sénat toe, anders dan in Nederland waar de Eerste Kamer dit recht ontbeert. Als de Assemblée nationale het wetsvoorstel inderdaad geamendeerd aanneemt, zal het daarna weer terug worden gestuurd naar de Sénat. Immers, beide Kamers moeten dezelfde wettekst aannemen.

BRONNEN:

Onderstaande Franse wetsbepalingen zijn afkomstig van DILA. Constitution Version consolidée au 8 mars 2018 https://www.legifrance.gouv.fr/Droit-francais/Constitution. Code pénal Version consolidée 25 novembre 2018https://www.legifrance.gouv.fr/affichCode.do?cidTexte=LEGITEXT000006070719. Code de la sécurité intérieure   https://www.legifrance.gouv.fr/affichCode.do?cidTexte=LEGITEXT000025503132&dateTexte=20120618. Onderstaand wetsvoorstel is afkomstig van http://assemblee-nationale.fr/.

”Doel” en ”Deelnameverbod” en ”Contacten”

Artikel 2 van het voorstel PROPOSITION DE LOI visant à prévenir les violences lors des manifestations et à sanctionner leurs auteurs luidt (gedeeltelijk):

La section 1 du chapitre Ier du titre Ier du livre II du code de la sécurité intérieure est complétée par un article L. 211-4-1 ainsi rédigé:

« Art. L. 211-4-1. – Le représentant de l’État dans le département ou, à Paris, le préfet de police peut, par arrêté motivé, interdire de prendre part à une manifestation déclarée ou dont il a connaissance à toute personne à l’égard de laquelle il existe des raisons sérieuses de penser que son comportement constitue une menace d’une particulière gravité pour l’ordre public et qui soit s’est rendue coupable, à l’occasion d’une ou plusieurs manifestations sur la voie publique, des infractions mentionnées aux articles 222-7 à 222-13, 222-14-2, 322-1 à 322-3, 322-6 à 322-10 et 431-9 à 431-10 du code pénal, soit appartient à un groupe ou entre en relation de manière régulière avec des individus incitant, facilitant ou participant à la commission de ces mêmes faits.

« Le représentant de l’État dans le département ou, à Paris, le préfet de police peut imposer, par l’arrêté mentionné au premier alinéa du présent article, à la personne concernée par cette mesure de répondre, au moment de la manifestation, aux convocations de toute autorité ou de toute personne qualifiée qu’il désigne. Cette obligation doit être proportionnée au comportement de la personne.

« L’arrêté précise la manifestation concernée ainsi que l’étendue géographique de l’interdiction, qui doit être proportionnée aux circonstances et qui ne peut excéder les lieux de la manifestation et leurs abords immédiats ni inclure le domicile ou le lieu de travail de la personne intéressée. La durée de l’interdiction ne peut excéder celle de la manifestation concernée.

« L’arrêté est notifié à la personne concernée au plus tard quarante-huit heures avant son entrée en vigueur.

”Kortom”

Artikel 2 van het voorstel PROPOSITION DE LOI visant à prévenir les violences lors des manifestations et à sanctionner leurs auteurs luidt (gedeeltelijk): La section 1 du chapitre Ier du titre Ier du livre II du code de la sécurité intérieure est complétée par un article L. 211-4-1 ainsi rédigé:

« Le fait pour une personne de participer à une manifestation en méconnaissance de l’interdiction prévue au premier alinéa est puni de six mois d’emprisonnement et de 7 500 € d’amende.

« Le fait pour une personne de méconnaître l’obligation mentionnée au deuxième alinéa est puni de trois mois d’emprisonnement et de 3 750 € d’amende. »

Article 431-9 van de Code pénal luidt (gedeeltelijk): Est puni de six mois d’emprisonnement et de 7 500 euros d’amende le fait: 1° D’avoir organisé une manifestation sur la voie publique n’ayant pas fait l’objet d’une déclaration préalable dans les conditions fixées par la loi ;

Article 431-10 luidt: Le fait de participer à une manifestation ou à une réunion publique en étant porteur d’une arme est puni de trois ans d’emprisonnement et de 45 000 euros d’amende.

”Welke strafbare feiten”

Artikel L211-1 Code de la securite interieure luidt (gedeeltelijk): Sont soumis à l’obligation d’une déclaration préalable tous cortèges, défilés et rassemblements de personnes, et, d’une façon générale, toutes manifestations sur la voie publique.
Toutefois, sont dispensées de cette déclaration les sorties sur la voie publique conformes aux usages locaux.

Artikel L211-2 luidt: La déclaration est faite à la mairie de la commune ou aux mairies des différentes communes sur le territoire desquelles la manifestation doit avoir lieu, trois jours francs au moins et quinze jours francs au plus avant la date de la manifestation.

”Regering bepaalt agenda Kamer”

Artikel 48 van de Constitution luidt (gedeeltelijk): (..) l’ordre du jour est fixé par chaque assemblée. Deux semaines de séance sur quatre sont réservées par priorité, et dans l’ordre que le Gouvernement a fixé, à l’examen des textes et aux débats dont il demande l’inscription à l’ordre du jour.

”Commissie”

Artikel 43 Constitution luidt (gedeeltelijk): Les projets et propositions de loi sont envoyés pour examen à l’une des commissions permanentes dont le nombre est limité à huit dans chaque assemblée.

”Senaat”

Artikel 39 Constitution luidt (gedeeltelijk): L’initiative des lois appartient concurremment au Premier ministre et aux membres du Parlement.

Artikel 24 luidt (gedeeltelijk): Le Parlement vote la loi. Il contrôle l’action du Gouvernement. Il évalue les politiques publiques. Il comprend l’Assemblée nationale et le Sénat.

”Assemblée nationale”

Artikel 44 luidt (gedeeltelijk): Les membres du Parlement et le Gouvernement ont le droit d’amendement.

Artikel 45 luidt (gedeeltelijk): Tout projet ou proposition de loi est examiné successivement dans les deux Assemblées du Parlement en vue de l’adoption d’un texte identique.

De visumplichtige cineast op het IFFR

WOENSDAG 23 JANUARI 2019 Vandaag is het International Film Festival Rotterdam (IFFR) begonnen. Het filmfestival dat films uit de hele wereld vertoont, is er niet alleen voor het publiek, maar ook voor de makers.Vorige week stond een groot interview in de krant met de artistiek directeur, Bero Beyer. Beyer zegt daarin dat cineasten van wie de film zijn (internationale) première beleeft op het festival, een officiële uitnodiging ontvangen om daarbij aanwezig te zijn. Sommige genodigden kunnen Nederland evenwel niet binnenkomen zonder een visum. Wat is een visum? En wat zijn de visumregels?

Visum Het visum waar het hierover gaat, geeft toegang tot Nederland en daarna recht op kort verblijf in ons land. Men komt er dus mee langs de douane en mag vervolgens korte tijd ons land bezoeken.

Sticker Het visum moet worden aangevraagd bij het consulaat in het land waar de aanvrager woont. Als daar geen Nederlands consulaat is, dan kan het meestal bij het consulaat van een ander EU-land worden aangevraagd. In uitzonderlijke gevallen kan een aanvraag ook aan de grens gebeuren. De afgifte van het visum blijkt uit een (ingevulde) sticker die in het paspoort wordt geplakt.

Doel Uiteraard kan een visum ook worden geweigerd, bijvoorbeeld als de aanvrager het doel en de omstandigheden van zijn verblijf in Nederland niet genoeg heeft aangetoond. Dat doel moet uit documenten blijken. Het doel van een filmmaker die het IFFR wil bezoeken kan bijvoorbeeld blijken uit een officiële uitnodiging van het IFFR. Men mag hier ook komen voor een heel ander doel, bijvoorbeeld een zakenreis. Of een toeristisch doel, zoals een bezoek aan de Keukenhof.

Duur Het visum wordt voor hooguit drie maanden (90 dagen) verleend, maar het kan ook voor een (veel) kortere periode worden verleend.

Paspoort Een visum is nodig maar niet voldoende voor een kort verblijf hier te lande. Men heeft daarvoor bijvoorbeeld ook een geldig paspoort nodig. Het paspoort wordt afgegeven door het land waarvan men de nationaliteit heeft.

EU Bovenstaande regels voor het visum zijn regels van de EU. De EU heeft deze regels gemaakt. Ze zijn gedeeltelijk overigens wel terug te vinden in nationale regels. Diezelfde EU-regels gelden ook in de meeste andere EU-landen. Ze gelden in alle EU-landen die deel uitmaken van de zogenaamde Schengenzone, zoals Duitsland, België en Frankrijk. Groot-Brittannië en Ierland maken geen deel uit van de Schengenzone. Zij kunnen dus hun eigen visumregels maken.

Visumplichtige landen Niet elke buitenlandse bezoeker van ons land (of een ander Schengenland) heeft een visum nodig. Uiteraard is er geen visumplicht voor mensen met de nationaliteit van een ander Schengenland en evenmin voor Britten en Ieren. Er zijn echter nog veel meer landen waarvoor geen visumplicht geldt. Zo hebben ook Amerikanen (VS), Canadezen, Australiërs en Nieuw-Zeelanders geen visum nodig voor een kort verblijf aan ons land. Datzelfde geldt voor mensen met de nationaliteit van Bosnië-Herzegovina, Servië, Oekraïne, Japan of Singapore. Russen zijn wel visumplichtig. Ook Chinezen, Indonesiërs, Surinamers, (mensen met de nationaliteit van) Papoea-Nieuw-Guinea, Zuid-Afrikanen, Marokkanen en Turken zijn dat. De geïnterviewde artistiek directeur van het IFFR vertelde over een Bengaalse cineast; ook voor hem geldt een visumplicht.

Olympische Spelen Voor landen die de Olympische Spelen (of de Paralympische Spelen) organiseren, gelden andere regels. Dat zijn soepelere regels. Deelnemers aan de Spelen kunnen gemakkelijker een visum krijgen. Frankrijk zal deze soepelere regels moeten toepassen in 2024, als het de Olympische Zomerspelen organiseert. Ik weet niet welke regels Groot-Brittannië in 2012 heeft gehanteerd; de EU-visumregels golden hier in elk geval niet.

BRONNEN:

”Visum”

Artikel 1a Vreemdelingenwet luidt (gedeeltelijk): visum: elk der visa voor toegang tot Nederland met het oog op verblijf van niet langer dan 90 dagen, afgegeven door of vanwege een bevoegde autoriteit als bedoeld in een bindend besluit van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, alsmede de onder b en c bedoelde visa.

”Sticker”

Artikel 6 van de VERORDENING (EG) Nr. 810/2009 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 13 juli 2009 tot vaststelling van een gemeenschappelijke visumcode (Visumcode) luidt (gedeeltelijk): Een aanvraag wordt onderzocht en er wordt over beslist door het consulaat van de bevoegde lidstaat in het ambtsgebied waarvan de aanvrager legaal woonachtig is.

Artikel 8 luidt (gedeeltelijk): Een lidstaat kan ermee instemmen een andere lidstaat die op grond van artikel 5 bevoegd is, te vertegenwoordigen voor het onderzoeken van aanvragen voor en de afgifte van visa namens die lidstaat.

Artikel 35 luidt (gedeeltelijk): In uitzonderlijke gevallen kan een visum aan een grensdoorlaatpost worden afgegeven indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

Artikel 20 luidt (gedeeltelijk): Indien een aanvraag ontvankelijk is, stempelt het bevoegde consulaat het reisdocument van de aanvrager af. Het stempel komt overeen met het model als omschreven in bijlage III en wordt in overeenstemming met de bepalingen van die bijlage aangebracht.

Artikel 27 luidt : Bij het invullen van de visumsticker worden de verplichte vermeldingen als omschreven in bijlage VII ingevuld en wordt tevens het machineleesbare gedeelte ingevuld dat wordt omschreven in ICAO-document 9303, deel 2.

Artikel 29 luidt (gedeeltelijk): De geprinte visumsticker met de gegevens als bedoeld in artikel 27 en bijlage VII wordt in het reisdocument aangebracht overeenkomstig de voorschriften van bijlage VIII.

”Doel”

Artikel 32 van de Visumcode luidt (gedeeltelijk): (…) wordt een visum geweigerd: a) indien de aanvrager: i) een vals, nagemaakt of vervalst reisdocument heeft overgelegd; ii) het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf niet heeft aangetoond; (..)

Artikel 14 luidt (gedeeltelijk): Van aanvragers van een (..) visum wordt verlangd dat zij het volgende verstrekken:

a) documenten waaruit het doel van de reis blijkt; (..)

Bijlage II van de Visumcode luidt (gedeeltelijk): De in artikel 14 bedoelde bewijsstukken die door visumaanvragers dienen te worden verstrekt, kunnen onder meer zijn:

A. DOCUMENTEN WAARUIT HET DOEL VAN DE REIS BLIJKT

4. voor reizen met het oog op politieke, wetenschappelijke, culturele, sportieve of religieuze evenementen of om andere redenen:

uitnodigingen, toegangsbewijzen, inschrijvingen of programma’s, (zo mogelijk) met vermelding van de naam van de uitnodigende instantie en de duur van het verblijf dan wel enig ander geschikt document waaruit het doel van het bezoek blijkt;

Bijlage II luidt (gedeeltelijk): De in artikel 14 bedoelde bewijsstukken die door visumaanvragers dienen te worden verstrekt, kunnen onder meer zijn:

A. DOCUMENTEN WAARUIT HET DOEL VAN DE REIS BLIJKT

1. bij zakenreizen: (..)

3. voor reizen in het kader van toerisme of met een privékarakter: (..)

”Duur”

Artikel 1a van de Vreemdelingenwet luidt (gedeeltelijk): visum: elk der visa voor toegang tot Nederland met het oog op verblijf van niet langer dan 90 dagen, afgegeven door of vanwege een bevoegde autoriteit als bedoeld in een bindend besluit van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, alsmede de onder b en c bedoelde visa.

”Paspoort”

Artikel 6 van de VERORDENING (EU) 2016/399 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) luidt (gedeeltelijk): Voor een voorgenomen verblijf op het grondgebied van de lidstaten van ten hoogste 90 dagen binnen een periode van 180 dagen, waarbij voor iedere dag van het verblijf de 180 voorafgaande dagen in aanmerking worden genomen, gelden voor onderdanen van derde landen de volgende toegangsvoorwaarden:

a) in het bezit zijn van een geldig reisdocument of van een document dat de houder recht geeft op grensoverschrijding en dat aan de volgende criteria voldoet:

i) het is geldig tot minstens drie maanden na de voorgenomen datum van vertrek uit het grondgebied van de lidstaten. In gemotiveerde spoedeisende gevallen mag echter van deze verplichting worden afgezien;

ii) het is afgegeven in de voorafgaande tien jaar;

”Visumplichtige landen”

Artikel 4 van de VERORDENING (EU) 2018/1806 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 14 november 2018 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld luidt (gedeeltelijk): De onderdanen van de in de lijst van bijlage II opgenomen derde landen zijn van de in artikel 3, lid 1, bedoelde visumplicht vrijgesteld voor een verblijf van maximaal 90 dagen binnen een periode van 180 dagen.

BIJLAGE II LIJST VAN DERDE LANDEN WAARVAN DE ONDERDANEN BIJ OVERSCHRIJDING VAN DE BUITENGRENZEN VAN DE LIDSTATEN VAN DE VISUMPLICHT ZIJN VRIJGESTELD VOOR EEN VERBLIJF VAN MAXIMAAL 90 DAGEN BINNEN EEN PERIODE VAN 180 DAGEN luidt (gedeeltelijk):

Australië

Bosnië-Herzegovina

Canada

Japan

Mexico

Nieuw-Zeeland

Servië

Singapore

Oekraïne

Verenigde Staten

Heilige Stoel

Venezuela

Artikel 3 luidt (gedeeltelijk): De onderdanen van de in de lijst van bijlage I opgenomen derde landen dienen bij overschrijding van de buitengrenzen van de lidstaten in het bezit te zijn van een visum.

BIJLAGE I LIJST VAN DERDE LANDEN WAARVAN DE ONDERDANEN BIJ OVERSCHRIJDING VAN DE BUITENGRENZEN VAN DE LIDSTATEN IN HET BEZIT MOETEN ZIJN VAN EEN VISUM luidt (gedeeltelijk):

Bangladesh

China

Indonesië

Papoea-Nieuw-Guinea

Marokko

Rusland

Suriname

Turkije

Zuid-Afrika

”Olympische Spelen”

Artikel 49 van de Visumcode luidt: Lidstaten die optreden als gastland voor de Olympische of de Paralympische Spelen passen de bijzondere procedures en voorwaarden van bijlage XI toe, die de afgifte van visa vergemakkelijken.

Energiecoöperatie Betuwewind

MAANDAG 21 JANUARI 2019 Vorige week stond er een interview in de krant met de voorzitter van energiecoöperatie Betuwewind. Het interview ging over problemen met de energietransitie in Nederland, zoals dat sommige regionale netbeheerders onvoldoende capaciteit hebben om alle lokale initiatieven voor teruggeleverde stroom uit zonneweiden en windparken af te nemen (zie http://staatsrechtpraktijk.nl/?p=609). Wat doet energiecoöperatie Betuwewind en hoe is het (juridisch) ingericht?

Burgerwind Energiecoöperatie Burgerwind – dat is de officiële naam – gaat zeven windmolens bouwen in (de buurt van) het Gelderse Geldermalsen. De molens gaan naar verwachting eind dit jaar stroom leveren. Overigens is Geldermalsen sinds begin dit jaar deel gaan uitmaken van de nieuwe gemeente West Betuwe.

Coöperatie Burgerwind is een coöperatie. Dat is een vereniging. De coöperatie heeft als elke vereniging leden. Burgerwind heeft 900 leden. Een coöperatie is een bijzondere vereniging. Het heeft namelijk een bedrijf dat met elk lid een overeenkomst sluit en op die manier voorziet in een stoffelijke behoefte van hen. De stoffelijke behoefte waarin Burgerwind voorziet bij haar leden is het leveren van door de molens opgewekte windenergie. De eventuele winst wordt onder de leden verdeeld.

Lenen De overeenkomst die Burgerwind met leden tekent, is een overeenkomst van geldlening: een lid leent (aan) Burgerwind minstens 50 euro en ontvangt daarover (van Burgerwind) jaarlijks een rentevergoeding. Leden mogen ook (veel) meer dan 50 euro lenen, al dan niet verspreid over een langere periode. De rentevergoeding is een bepaald percentage van het geleende bedrag. Dat kan nul zijn: geen rentevergoeding dat jaar dan!

Leden Zowel particulieren als ondernemingen kunnen lid worden. Het bestuur beslist over hun aanvraag. Dit zijn de leden die spreekrecht én stemrecht hebben in de algemene vergadering. Elk van hen heeft één stem, ongeacht het geleende bedrag; of een lid 5.000 euro of 50 euro heeft geleend, hij heeft maar één stem.

ALV Leden oefenen hun stemrecht uit in de algemene vergadering, de ALV. Besluiten worden genomen met een gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Er geldt geen quorumeis. Voldoende is dat van de aanwezige leden de helft plus een vóór een voorstel stemt. De algemene vergadering besluit bijvoorbeeld wat het te vergoeden rentepercentage is van het voorbije jaar. Ook mag het voor de toekomst een maximum leenbedrag per lid instellen. Het besluit tevens over het geleende bedrag dat op korte termijn gaat worden afgelost. Én natuurlijk kiest en benoemt het het bestuur van de coöperatie. Bestuursleden moeten lid zijn. Het bestuur doet de ALV voorstellen voor het te vergoeden rentepercentage en voor het bedrag dat gaat worden afgelost.

B.A. Leden van een coöperatie zijn op grond van het Burgerlijk Wetboek aansprakelijk voor de eventuele financiële tekorten van de coöperatie. Zij kunnen na faillissement worden aangesproken om de resterende schulden uit hun privégelden te voldoen. Ze lopen dus niet alleen het risico dat ze hun lening niet terugkrijgen! Deze privé-aansprakelijkheid is in beginsel onbeperkt. Echter, in de statuten van de coöperatie kan ze worden beperkt. De leden mogen daarop t.z.t. bij faillissement een beroep doen, mits in de naam van de coöperatie de letters B.A. voorkomen. Dat is de afkorting voor beperkte aansprakelijkheid. Burgerwind heeft de ledenaansprakelijkheid statutair beperkt én haar officiële naam is Burgerwindcoöperatie West-Betuwe B.A. Particulieren zijn statutair aansprakelijk tot 1.000 euro en ondernemingen zijn het tot 10.000 euro. Het maakt daarbij niet uit hoeveel een particulier (of onderneming) heeft geleend: de aansprakelijkheid is altijd tot 1.000 euro (of 10.000 euro).

BRONNEN:

”Coöperatie ”

Artikel 53 van het Burgerlijk Wetboek (Tweede Boek) luidt (gedeeltelijk): De coöperatie is een bij notariële akte als coöperatie opgerichte vereniging. Zij moet zich blijkens de statuten ten doel stellen in bepaalde stoffelijke behoeften van haar leden te voorzien krachtens overeenkomsten, anders dan van verzekering, met hen gesloten in het bedrijf dat zij te dien einde te hunnen behoeve uitoefent of doet uitoefenen.

Zie verder artikel 2.3 van de Statuten van de Burgerwindcoöperatie West-Betuwe.

”Lenen”

Zie artikelen 1 en 2 van het Leningreglement van de Burgerwindcoöperatie West-Betuwe.

‘Leden”

Zie artikelen 4.1 en 4.3 en 4.4 en 16.1 van de Statuten van de Burgerwindcoöperatie West-Betuwe.

”ALV”

Zie artikelen 1 en 2 en 3 en 4 en 7 en 8 en 9 en 10 en 12 van het Leningreglement van de Burgerwindcoöperatie West-Betuwe.

Zie artikel 16.3 van de Statuten van de Burgerwindcoöperatie West-Betuwe..

Artikel 37 van het Burgerlijk Wetboek (Tweede Boek) luidt (gedeeltelijk): Het bestuur wordt uit de leden benoemd, De statuten kunnen echter bepalen dat bestuurders ook buiten de leden kunnen worden benoemd.

Artikel 53a luidt (gedeeltelijk): De bepalingen van de vorige titel zijn (..) op de coöperatie van toepassing, voor zover daarvan in deze titel niet wordt afgeweken.

Zie verder artikel 10 van de Burgerwindcoöperatie West-Betuwe.

”B.A.”

Artikel 55 van het Burgerlijk Wetboek (Tweede Boek) luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Zij die bij de ontbinding leden waren, of minder dan een jaar te voren hebben opgehouden leden te zijn, zijn tegenover de rechtspersoon naar de in de statuten aangegeven maatstaf voor een tekort aansprakelijk; wordt een coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij ontbonden door haar insolventie nadat zij in staat van faillissement is verklaard, dan wordt de termijn van een jaar niet van de dag der ontbinding, maar van de dag der faillietverklaring gerekend. De statuten kunnen een langere termijn dan een jaar vaststellen. Lid 2. Bevatten de statuten niet een maatstaf voor ieders aansprakelijkheid, dan zijn allen voor gelijke delen aansprakelijk. Lid 3. Kan op een of meer van de leden of oud-leden het bedrag van zijn aandeel in het tekort niet worden verhaald, dan zijn voor het ontbrekende de overige leden en oud-leden, ieder naar evenredigheid van zijn aandeel, aansprakelijk. Deze aansprakelijkheid bestaat ook, indien de vereffenaars afzien van verhaal op een of meer leden of oud-leden, op grond dat door de uitoefening van het verhaalsrecht een bate voor de boedel niet zou worden verkregen. Indien de vereffening geschiedt onder toezicht van personen, door de wet met dat toezicht belast, kunnen de vereffenaars van dat verhaal slechts afzien met machtiging van deze personen.

Artikel 56 luidt (gedeeltelijk): Een coöperatie of een onderlinge waarborgmaatschappij kan in afwijking van het in het vorige artikel bepaalde in haar statuten iedere verplichting van haar leden of oud-leden om in een tekort bij te dragen, uitsluiten of tot een maximum beperken. De leden kunnen hierop slechts een beroep doen, indien de rechtspersoon aan het slot van zijn naam in het eerste geval de letters U.A. (uitsluiting van aansprakelijkheid), en in het tweede geval de letters B.A. (beperkte aansprakelijkheid) heeft geplaatst. Een rechtspersoon waarop de eerste zin niet is toegepast, plaatst de letters W.A. (wettelijke aansprakelijkheid) aan het slot van zijn naam.

Zie verder artikelen 1.1 en 9.1 en 9.3 van de Statuten van de Burgerwindcoöperatie West-Betuwe: De Coöperatie draagt de naam: Burgerwindcoöperatie West-Betuwe B.A.

Statuten

https://www.betuwewind.nl/wp-content/uploads/2018/04/20180404-Statuten-BBC-W-B-B.A.-publiek-.pdf

Leningreglement

https://www.betuwewind.nl/wp-content/uploads/2018/05/Leenreglement-BWCWB-ALV-20180220-1.pdf

Jeremy Corbyn’s motie van wantrouwen

WOENSDAG 16 JANUARI 2019 Gisterenavond heeft het Britse lagerhuis May’s Brexit-deal weggevaagd. Even later diende Jeremy Corbyn een motie van wantrouwen in. Die wordt vandaag in stemming gebracht. Wat is een Britse motie van wantrouwen?

House of Commons Het voltallige Britse Lagerhuis bestaat uit 650 leden, Members of Parliament (MP’s) geheten. De zittingsduur is vijf jaar. De huidige zittingsperiode loopt af in mei 2020.

Mays Brexit-deal 432 MP’s stemden gisterenavond rond half acht tégen de European Union Withdrawal Act; 202 MP’s stemden vóór. Met deze 432 Noes en 202 Ayes is Mays Brexit-deal verworpen.

Motie van wantrouwen Jeremy Corbyn – fractieleider van de Labour Party en Leader of the Opposition – diende enkele minuten na de stemming een motie van wantrouwen in. Stemming over de motie staat vandaag op de agenda. Bij mijn weten is er nog niet gestemd.

Gevolg Het aannemen van een motie van wantrouwen leidt altijd tot vervroegde verkiezingen voor het Lagerhuis; daarna wordt een nieuw kabinet gevormd. In Nederland leidt het aannemen van een motie van wantrouwen meestal niet tot vervroegde verkiezingen, ook niet als de aangenomen motie gevolgen heeft voor het hele kabinet. Het leidt er dan toe dat het kabinet ontslag aanbiedt aan de Koning (en demissionair wordt).

Niet één maar twee Een Britse motie van wantrouwen – motion of no confidence – komt voor in twee soorten, met verschillende consequenties. De consequentie van het aannemen van de ene motie – ik noem hem gemakshalve motie A – is dat er zonder meer vervroegde verkiezingen worden gehouden. De consequentie van de andere motie – gemakshalve hier motie B genoemd – is dat hij kan worden overruled, namelijk als binnen twee weken een motie van vertrouwen wordt aangenomen (motion of confidence). Vervroegde verkiezingen blijven dan uit; dan leidt de eerder aangenomen motie van wantrouwen (motion of no confidence) toch niet tot vervroegde verkiezingen! Voor het aannemen van motie A is een gekwalificeerde meerderheid nodig: minstens 434 Lagerhuisleden (van de 650) moeten altijd vóór stemmen. Voor het aannemen van motie B voldoet een gewone meerderheid: slechts 326 Lagerhuisleden hoeven vóór te stemmen en dat mogen er zelfs nog minder zijn als niet alle Lagerhuisleden stemmen.

Woorden Hoe is duidelijk wat voor motie van wantrouwen is ingediend: motie A of motie B? Welnu, dat wordt duidelijk aan de hand van de formulering. In motie A moet staan That there shall be an early parliamentary general election. In motie B moet staan That this House has no confidence in Her Majesty’s government.

Corbyn’s motie van wantrouwen De motie van wantrouwen die Jeremy Corbyn gisteren heeft ingediend en waarover dus vandaag wordt gestemd is een motie B. Oppositieleider Corbyn zei gisteren namelijk tegen de Kamervoorzitter: Mr Speaker, that I have now tabled a motion of no confidence in this Government. Voor het aannemen ervan voldoet een gewone meerderheid. Als deze motion of no confidence vandaag wordt aangenomen, kan hij tot eind januari worden overruled door een motion of confidence als die wordt aangenomen. Als Corbyn de andere motie van wantrouwen zou hebben ingediend – door mij motie A genoemd – waren minstens 434 vóór stemmers nodig. May’s Brexit-deal is gisteren afgewezen door 432 Lagerhuisleden, terwijl het Lagerhuis niet voltallig (aanwezig) was. Dat zijn er weliswaar slechts twee minder, maar een stem uitgebracht tegen of voor May’s Brexit-deal betekent niet automatisch een stem uitbrengen voor respectievelijk tegen Corbyn’s motie van wantrouwen.

BRONNEN:

”House of Commons”

Artikel 1 van de Fixed-term Parliaments Act 2011 luidt (gedeeltelijk): The polling day for the next parliamentary general election after the passing of this Act is to be 7 May 2015. The polling day for each subsequent parliamentary general election is to be the first Thursday in May in the fifth calendar year following that in which the polling day for the previous parliamentary general election fell.

”Motie van wantrouwen”

Voorlopig verslag van de zitting van het Lagerhuis van 15 januari 2019:

https://hansard.parliament.uk/Commons/2019-01-15/debates/2504FA7B-45BE-423D-8971-E451EF0594A9/EuropeanUnion(Withdrawal)Act

”Gevolg”, ”Niet een maar twee” en ”woorden”

Artikel 2 van de Fixed-term Parliaments Act 2011 luidt (gedeeltelijk): (Section 1) Early parliamentary general elections

(Subsection 1)An early parliamentary general election is to take place if—

(a) the House of Commons passes a motion in the form set out in subsection (2), and

(b) if the motion is passed on a division, the number of members who vote in favour of the motion is a number equal to or greater than two thirds of the number of seats in the House (including vacant seats).

(Subsection 2)The form of motion for the purposes of subsection (1)(a) is—

That there shall be an early parliamentary general election.”

(Subsection 3) An early parliamentary general election is also to take place if—

(a) the House of Commons passes a motion in the form set out in subsection (4), and

(b) the period of 14 days after the day on which that motion is passed ends without the House passing a motion in the form set out in subsection (5).

(Subsection 4)The form of motion for the purposes of subsection (3)(a) is—

That this House has no confidence in Her Majesty’s Government.”

(Subsection 5)The form of motion for the purposes of subsection (3)(b) is—

That this House has confidence in Her Majesty’s Government.”

(Subsection 7) If a parliamentary general election is to take place as provided for by subsection (1) or (3), the polling day for the election is to be the day appointed by Her Majesty by proclamation on the recommendation of the Prime Minister (and, accordingly, the appointed day replaces the day which would otherwise have been the polling day for the next election determined under section 1).

Artikel 3 luidt (gedeeltelijk): (Section 1) The Parliament then in existence dissolves at the beginning of the 17th working day before the polling day for the next parliamentary general election as determined under section 1 or appointed under section 2(7). (Section 2) Parliament cannot otherwise be dissolved.

”Corbyn’s motie van wantrouwen”

Uit het voorlopig verslag van de zitting van 15 januari 2019: Jeremy Corbyn: The Prime Minister’s governing principle of delay and denial has reached the end of the line. She cannot seriously believe that after two years of failure, she is capable of negotiating a good deal for the people of this country. The most important issue facing us is that the Government have lost the confidence of this House and this country. I therefore inform you, Mr Speaker, that I have now tabled a motion of no confidence in this Government, and I am pleased that that motion will be debated tomorrow so that this House can give its verdict on the sheer incompetence of this Government and pass that motion of no confidence in the Government.

Netbeheerder Enexis zet FC Nieuw Buinen buiten spel. Terecht?

MAANDAG 14 JANUARI 2019 Een voetbalclub in de Drentse gemeente Borger-Odoorn – vlakbij het Groningse Stadskanaal – moet afzien van haar vergevorderde plannen om met 246 zonnepanelen op de kantine stroom te gaan leveren aan het elektriciteitsnet. De regionale netbeheerder – Enexis – zegt dat zijn net daarvoor te weinig capaciteit heeft, omdat er namelijk ook al vergevorderde plannen zijn voor een groot windpark in de provincie, De Drentse Monden en Oostermoer, en dit windpark haar plannen eerder had aangemeld. De hoeveelheid zonne-energie die voetbalvereniging Nieuw Buinen wilde gaan leveren bedraagt echter nog geen kwart procent van die van het windpark. Wat is de juridische positie van deze grote en kleine spelers?

TenneT Waar TenneT enig beheerder is van de (landelijke) hoogspanningskabels – 110 kV en hoger – zijn er zeven beheerders van regionale middenspannings- en laagspanningskabels, elk met een eigen regio. Enexis verzorgt het beheer in Groningen, Drenthe, Overijssel, Noord-Brabant en Limburg. Andere regionale netbeheerders zijn bijvoorbeeld Liander in onder andere Gelderland en Noord-Holland en Stedin in de Randstad.

Wet verplicht tot aansluiten Netbeheerders hebben een wettelijke plicht om iedereen die daarom verzoekt aan te sluiten op hun net. Dat staat in de Elektriciteitswet 1998. Op die plicht bestaan geen uitzonderingen. Bovendien moet die aansluiting binnen een redelijke termijn worden aangelegd. Dankzij de aansluiting kan de aangeslotene gebruik maken van de elektriciteit op het net. De aansluiting maakt het bovendien technisch mogelijk dat de aangeslotene elektriciteit gaat leveren aan datzelfde net.

Wet verplicht ook tot afname Netbeheerders hebben ook de wettelijke plicht om van iedereen die daarom verzoekt elektriciteit af te nemen. Zoals van de particulier met zonnepanelen op zijn woonhuis of van de voetbalclub met zonnepanelen op het dak van haar kantine.

Maar met uitzondering Echter, op deze wettelijke plicht bestaat wel een uitzondering: als de netbeheerder voor de aangeboden elektriciteit ”redelijkerwijs geen capaciteit ter beschikking heeft. Het is trouwens óók zijn wettelijke plicht om ”voldoende reservecapaciteit aan te houden”; net als het zijn wettelijke plicht is om zijn net tijdig uit te breiden. Aan een beroep op die uitzondering zijn voor de netbeheerder drie wettelijke voorwaarden verbonden.

Motiveren Toegespitst op de situatie voor voetbalvereniging Nieuw Buinen: Ten eerste moet hij uitleggen dát en waaróm hij redelijkerwijs geen capaciteit heeft voor haar zonnestroom. Netbeheerder Enexis zegt in de krant dat er geen capaciteit meer is vanwege de komst van een windpark op land. Kan die uitleg wel voldoen als de elektriciteit van de zonnepanelen van de voetbalvereniging minder dan een kwart procent is dan de elektriciteit van het windpark, met andere woorden minder dan een kwart van een honderdste?

Niet discrimineren Ten tweede mag een beheerder niet discrimineren tussen degenen die elektriciteit willen leveren aan zijn net. Hij moet zich van ”iedere vorm van discriminatie” tussen hen onthouden. Wanneer is daarvan sprake? Van discriminatie is in elk sprake als de ene aangeslotene op een andere wijze wordt behandeld dan de andere in een vergelijkbare situatie op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat. Deze discriminatie wordt al verboden in de Algemene wet gelijke behandeling (en deels ook in de Grondwet). De Elektriciteitswet 1998 verbiedt ”iedere vorm van discriminatie”. Gaat dit niet (veel) verder? Is daardoor bijvoorbeeld niet evenzeer discriminatie tussen grootschalige professionele windparken en kleinschalige amateuristische zonneparken verboden? In de krant staat dat het windpark na haar aanmelding zijn geplande elektriciteitsleveranties met bijna 20% heeft uitgebreid. Als de aanmelding van de voetbalclub dateert van vóór deze uitbreiding, zou dit dan geen verboden discriminatie opleveren? Bovendien: zou een netbeheerder anno 2018 bij het maken van afspraken met grootschalige initiatiefnemers niet gewoon rekening moeten houden met de mogelijkheid dat veel kleinschalige initiatieven in de pipeline zitten?

ACM Ten derde moet Enexis de weigering van vv Nieuw Buinen melden bij de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en bij deze organisatie aangeven welke maatregelen worden genomen om dergelijke weigeringen in de toekomst te voorkomen.

BRONNEN:

”TenneT”

Artikel 1 lid 1 van de Electriciteitswet 1998 luidt (gedeeltelijk): In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: net: één of meer verbindingen voor het transport van elektriciteit en de daarmee verbonden transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations en andere hulpmiddelen, behoudens voor zover deze verbindingen en hulpmiddelen onderdeel uitmaken van een directe lijn of liggen binnen de installatie van een producent of van een afnemer;

Artikel 1 lid 1 luidt (gedeeltelijk): In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: landelijk hoogspanningsnet: het net, bedoeld in artikel 10, eerste lid;

Artikel 10 eerste lid luidt: Het landelijk hoogspanningsnet omvat de netten die bestemd zijn voor transport van elektriciteit op een spanningsniveau van 110 kV of hoger en die als zodanig worden bedreven, met uitzondering van het net op zee, en landsgrensoverschrijdende netten met wisselstroom.

Artikel 1 lid 1 luidt (gedeeltelijk): In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: k. netbeheerder: een vennootschap die op grond van artikel 10, 13, 14 of 15a is aangewezen voor het beheer van een of meer netten;

”Wet verplicht tot aansluiten”

Artikel 1 lid 1 luidt (gedeeltelijk): In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: b. aansluiting: één of meer verbindingen tussen een net en een onroerende zaak (..)

Artikel 23 van de Electriciteitswet 1998 luidt (gedeeltelijk): Lid 1. De netbeheerder is verplicht degene die daarom verzoekt te voorzien van een aansluiting op het door hem beheerde net (..). Lid 2. De netbeheerder onthoudt zich van iedere vorm van discriminatie tussen degenen jegens wie de verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt. Lid 3. Een aansluiting wordt door de netbeheerder gerealiseerd binnen een redelijke termijn.

‘Wet verplicht ook tot afname”

Artikel 24 van de Electriciteitswet 1998 luidt (gedeeltelijk): Lid 1. De netbeheerder is verplicht aan degene die daarom verzoekt een aanbod te doen om met gebruikmaking van het door hem beheerde net ten behoeve van de verzoeker transport van elektriciteit uit te voeren (..).

”Maar met uitzondering”

Artikel 24 van de Electriciteitswet 1998 luidt (gedeeltelijk): Lid 1. De netbeheerder is verplicht aan degene die daarom verzoekt een aanbod te doen om met gebruikmaking van het door hem beheerde net ten behoeve van de verzoeker transport van elektriciteit uit te voeren (..).

Artikel 16 lid 1 luidt (gedeeltelijk): De netbeheerder heeft in het kader van het beheer van de netten in het voor hem (..) vastgestelde gebied tot taak: de netten aan te leggen, te herstellen, te vernieuwen of uit te breiden, waarbij in overweging worden genomen maatregelen op het gebied van duurzame elektriciteit, energiebesparing en vraagsturing of decentrale elektriciteitsproductie waardoor de noodzaak van vervanging of vergroting van de productiecapaciteit ondervangen kan worden; voldoende reservecapaciteit voor het transport van elektriciteit aan te houden;

”Motiveren”

Artikel 24 van de Electriciteitswet 1998 luidt (gedeeltelijk): Lid 1. De netbeheerder is verplicht aan degene die daarom verzoekt een aanbod te doen om met gebruikmaking van het door hem beheerde net ten behoeve van de verzoeker transport van elektriciteit uit te voeren (..). Lid 2. De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor zover de netbeheerder voor het gevraagde transport redelijkerwijs geen capaciteit ter beschikking heeft.

”Niet discrimineren”

Artikel 24 van de Electriciteitswet 1998 luidt (gedeeltelijk): Lid 1. De netbeheerder is verplicht aan degene die daarom verzoekt een aanbod te doen om met gebruikmaking van het door hem beheerde net ten behoeve van de verzoeker transport van elektriciteit uit te voeren (..). Lid 3. De netbeheerder onthoudt zich van iedere vorm van discriminatie tussen degenen jegens wie de verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt.

Artikel 1 van de Algemene wet gelijke behandeling luidt: Lid 1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. onderscheid: direct en indirect onderscheid, alsmede de opdracht daartoe; b. direct onderscheid: indien een persoon op een andere wijze wordt behandeld dan een ander in een vergelijkbare situatie wordt, is of zou worden behandeld, op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat; c. indirect onderscheid: indien een ogenschijnlijk neutrale bepaling, maatstaf of handelwijze personen met een bepaalde godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat in vergelijking met andere personen bijzonder treft. Lid 2. Onder direct onderscheid op grond van geslacht wordt mede verstaan onderscheid op grond van zwangerschap, bevalling en moederschap.

Artikel 7 luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Onderscheid is verboden bij het aanbieden van of verlenen van toegang tot goederen of diensten en bij het sluiten, uitvoeren of beëindigen van overeenkomsten ter zake, indien dit geschiedt: a. in de uitoefening van een beroep of bedrijf; b. door de openbare dienst; c.

Artikel 1 Grondwet luidt: Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

”ACM”

Artikel 24 van de Electriciteitswet 1998 luidt (gedeeltelijk): Lid 1. De netbeheerder is verplicht aan degene die daarom verzoekt een aanbod te doen om met gebruikmaking van het door hem beheerde net ten behoeve van de verzoeker transport van elektriciteit uit te voeren (..). Lid 2. De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor zover de netbeheerder voor het gevraagde transport redelijkerwijs geen capaciteit ter beschikking heeft. Indien ten aanzien van duurzame elektriciteit een weigering transport uit te voeren als bedoeld in de eerste volzin plaatsvindt, meldt de netbeheerder dit aan de Autoriteit Consument en Markt, waarbij de netbeheerder aangeeft welke maatregelen worden genomen om toekomstige weigeringen te voorkomen.

Artikel 1 lid 1 luidt (gedeeltelijk): 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:u. duurzame elektriciteit: elektriciteit, opgewekt in productie-installaties die uitsluitend gebruikmaken van hernieuwbare energiebronnen, alsmede elektriciteit die is opgewekt met hernieuwbare energiebronnen in hybride productie-installaties die ook met conventionele energiebronnen werken, met inbegrip van elektriciteit die is opgewekt met hernieuwbare energiebronnen en die wordt gebruikt voor accumulatiesystemen, en met uitzondering van elektriciteit die afkomstig is van accumulatiesystemen;

Artikel 1 lid 1 luidt (gedeeltelijk): 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:t. hernieuwbare energiebronnen: wind, zonne-energie, omgevingslucht-, oppervlaktewater- en aardwarmte, energie uit de oceanen, waterkracht, biomassa, stortgas, rioolwaterzuiveringsgas en biogas;

Roemenië voorzitter van de EU

VRIJDAG 11 JANUARI 2019 Sinds 1 januari is Roemenië voorzitter van de Raad van de Europese Unie. Dat voorzitterschap is een inhoudelijk voorzitterschap – met allerhande extra mogelijkheden tot beïnvloeding van nieuw EU beleid. Het is dus zeker geen technisch voorzitterschap. Maar waarvan is Roemenië eigenlijk voorzitter geworden? En wie besloot daartoe? En hoe lang gaat het duren? En wat is het verschil met de Europese Raad?

Raad versus Europese Raad: de deelnemers De Raad van de Europese Unie wordt ook wel Raad van Ministers genoemd of kortweg aangeduid met Raad. De Raad bestaat meestal uit gewone ministers of staatssecretarissen, van elk land één. De Europese Raad bestaat daarentegen uit regeringsleiders. Zo ”stuurt” Nederland premier Mark Rutte, Duitsland bondskanselier Angela Merkel, Frankrijk president Emmanuel Macron en Groot-Brittannië Prime MinisterTheresa May. De Europese Raad wordt ook wel Europese Top genoemd.

Raad versus Europese Raad: de taken De Raad is samen met het Europees Parlement de wetgever van de Europese Unie. De Europese Raad is dat niet, is geen wetgever, maar bepaalt de algemene politieke beleidslijnen en prioriteiten.

Raad versus Europese Raad: de voorzitter De voorzitter van de Europese Raad wordt steeds voor tweeënhalf jaar gekozen, en is herverkiesbaar voor nog zo’n periode. De voorzitter mag geen regeringsleider of minister zijn. De Pool Donald Tusk is sinds eind 2014 voorzitter; eind dit jaar loopt zijn voorzitterschap dus definitief af. Vóór hem was de Belg Herman van Rompuy voorzitter. Hoe verschillend is dit alles bij de voorzitter van de Raad. Dat voorzitterschap duurt slechts een half jaar, niet langer en niet korter. Deze voorzitter is geen mens van vlees en bloed maar een land. Alle landen – groot of klein – komen even vaak aan de beurt voor het voorzitterschap. Nu is dus Roemenië aan de beurt. Roemenië heeft het stokje op 1 januari overgenomen van Oostenrijk en zal het op 1 juli weer doorgeven aan Finland. De landenvolgorde wordt bepaald door de Europese Raad. Voor Roemenië is het nu de eerste keer; het land is ook pas sinds 2007 lid van de EU. Nederland was onder andere al in 2016 en 2004 voorzitter en is weer aan de beurt in 2029.

10 Raden Men spreekt van de Raad van Ministers, maar eigenlijk zijn het er tien. Men kan ook zeggen dat de Raad in tien verschillende formaties vergadert. Elk van die tien heeft een eigen beleidsterrein, verschillend van de andere negen. Zo is er onder andere een Raad voor Milieu, voor Justitie en Binnenlandse Zaken, voor Landbouw en Visserij en een voor Buitenlandse Zaken. Elk land stuurt één minister of staatssecretaris naar elke Raad; in het algemeen is dat degene die het geagendeerde onderwerp in zijn of haar portefeuille houdt. Roemenië zal hetzelfde doen, met dit verschil dat de Roemeense portefeuillehouder altijd de voorzitter is van de Raad in kwestie.

Raad voor Buitenlandse Zaken Daarop is één uitzondering: de Raad voor Buitenlandse Zaken. Deze Raad – waaraan meestal de ministers voor Buitenlandse Zaken deelnemen, in Nederland Stef Blok – wordt voorgezeten door de Hoge vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid, ook wel de minister van Buitenlandse Zaken van de EU genoemd. Hij of zij wordt benoemd door de Europese Raad en de voorzitter van de Commissie gezamenlijk. Sinds eind 2014 is de Italiaanse Federica Mogherini in de functie benoemd.

Boekarest Gisteren vond de ceremonie plaats waarmee het voorzitterschap van Roemenië werd geopend, uiteraard in hoofdstad Boekarest. Roemenië wil haar voorzitterschap onder andere aanwenden voor betere sociale rechten binnen de EU, zoals kleinere verschillen in de beloning tussen mannen en vrouwen. Uiteraard is dit maar een enkel puntje uit de Roemeense Agenda Priorities.

BRONNEN:

Raad versus Europese Raad: deelnemers

Artikel 16 Verdrag betreffende de Europese Unie luidt (gedeeltelijk): De Raad bestaat uit een vertegenwoordiger van iedere lidstaat op ministerieel niveau, die gemachtigd is om de regering van de lidstaat die hij vertegenwoordigt, te binden en om het stemrecht uit te oefenen.

Artikel 15 luidt (gedeeltelijk): De Europese Raad bestaat uit de staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten, zijn voorzitter en de voorzitter van de Commissie. De hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid neemt deel aan de werkzaamheden van de Europese Raad.

”Raad versus Europese Raad: de taken ”

Artikel 16 Verdrag betreffende de Europese Unie luidt (gedeeltelijk): De Raad oefent samen met het Europees Parlement de wetgevingstaak en de begrotingstaak uit. Hij oefent onder de bij de Verdragen bepaalde voorwaarden beleidsbepalende en coördinerende taken uit.

Artikel 15 luidt (gedeeltelijk): De Europese Raad geeft de nodige impulsen voor de ontwikkeling van de Unie en bepaalt de algemene politieke beleidslijnen en prioriteiten. Hij oefent geen wetgevingstaak uit.

”Raad versus Europese Raad: de voorzitter”

Artikel 15 Verdrag betreffende de Europese Unie luidt (gedeeltelijk): De Europese Raad kiest zijn voorzitter met gekwalificeerde meerderheid van stemmen voor een periode van tweeënhalf jaar. De voorzitter is eenmaal herkiesbaar. Indien de voorzitter verhinderd is of op ernstige wijze tekortschiet, kan de Europese Raad volgens dezelfde procedure zijn mandaat beëindigen. De voorzitter van de Europese Raad kan geen nationaal mandaat uitoefenen.

Artikel 16 luidt (gedeeltelijk): Het voorzitterschap van de andere Raadsformaties dan de formatie Buitenlandse Zaken wordt volgens een toerbeurtsysteem op basis van gelijkheid uitgeoefend door de vertegenwoordigers van de lidstaten in de Raad, onder de overeenkomstig artikel 236 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vastgestelde voorwaarden.

Artikel 236 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie luidt (gedeeltelijk): De Europese Raad stelt met gekwalificeerde meerderheid van stemmen: een besluit betreffende het voorzitterschap van de andere Raadsformaties dan die van buitenlandse zaken, overeenkomstig 16 van het Verdrag betreffende de Europese Unie vast.

‘Raad voor Buitenlandse Zaken”

Artikel 16 Verdrag betreffende de Europese Unie luidt (gedeeltelijk): De Raad komt in verschillende formaties bijeen; de lijst ervan wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 236 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Artikel 18 luidt (gedeeltelijk): De Europese Raad benoemt met instemming van de voorzitter van de Commissie met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid. De Europese Raad kan zijn mandaat volgens dezelfde procedure beëindigen. De hoge vertegenwoordiger zit de Raad Buitenlandse Zaken voor.

De inspraakverordening van waterschappen (2): waarover inspraak en hoe?

DONDERDAG 10 JANUARI 2019 Over twee maanden zijn er weer verkiezingen voor de waterschappen. Waterschappen worden ook wel hoogheemraadschappen genoemd. Wekelijks staat hier een bijdrage over waterschappen of de verkiezingen daarvoor. De bijdrage van deze week gaat over inspraak bij het algemeen bestuur, niet te verwarren met inspreken in een vergadering van het algemeen bestuur. Inspraak kan per waterschap verschillen. Hoe is dat geregeld in het (Zuid-Hollandse) hoogheemraadschap Delfland en in het (grotendeels) Gelderse Rivierenland? Gisteren ging het over de personen die inspraak hebben, vandaag over omvang van en regels voor de inspraak. Naar volledigheid is niet gestreefd.

Algemeen bestuur Het algemeen bestuur bestaat niet alleen uit vertegenwoordigers van de (meerderjarige) mensen die in het waterschap wonen (de ingezetenen), maar ook uit vertegenwoordigers van andere belanghebbenden. Die andere belanghebbenden zijn de bezitters van land- of tuinbouwgronden en van natuurterreinen en het bedrijfsleven (de ondernemers), die hun onderneming of bezit (o.a.) in het waterschap hebben. Het algemeen bestuur is tot op zekere hoogte vergelijkbaar met de gemeenteraad in de gemeente. In Delfland heet het algemeen bestuur verenigde vergadering (VV). In Rivierenland heet het algemeen bestuur.

Taken Het algemeen bestuur maakt onder andere verordeningen, waaronder de keur en de belastingverordening, stelt de jaarlijkse begroting en rekening vast, heft belastingen, stelt peilbesluiten en tal van plannen vast, waaronder de projectplannen uit de Waterwet.

Inspraak Ingezetenen en belanghebbenden hebben op grond van de Waterschapswet recht op inspraak bij het algemeen bestuur, dat wil zeggen dat zij er recht op hebben om bij de voorbereiding van zijn beleid betrokken te worden. Voor hun inspraakrechten moet elk waterschap een verordening maken, de inspraakverordening. Soms heeft men trouwens ook via andere wegen inspraakrechten, maar die blijven hier buiten beschouwing. Het algemeen bestuur stelt zelf de inspraakverordening vast. Daarin legt het regels voor de inspraak vast. Voor zover die regels niet alles regelen wat nodig is, zijn de wettelijke regels voor de openbare uniforme voorbereidingsprocedure toepasselijk; deze ouv-procedure is geregeld in de Algemene wet bestuursrecht.

Voorbereiding van beleid van het algemeen bestuur. Wat is dat in algemene zin? In de inspraakverordening van Delfland is sprake van te nemen besluiten (ontwerpbesluiten). In die van Rivierenland is sprake van beleidsvoornemens en voorgenomen besluiten. Ik denk niet dat te nemen besluiten en voorgenomen besluiten in de praktijk uiteenlopen. Maar Rivierenland creëert met zijn toevoeging beleidsvoornemens ruimere inspraak dan Delfland. Rivierenland sluit met ruimere inspraakmogelijkheden beter aan bij wat de Waterschapswet verlangt, namelijk: betrokkenheid bij de voorbereiding van beleid.

Uitzonderingen Beide waterschappen hebben geregeld dat het dagelijks bestuur kan afzien van inspraak als aard of belang van het (voorgenomen) beleid of besluit in kwestie zich daartegen verzetten. In Rivierenland is dat altijd het geval met beleidsvoornemens over begroting en belastingtarieven en met voorgenomen besluiten over belastingverordeningen en subsidieverordeningen. In Delfland is dat altijd het geval met te nemen besluiten die slechts interne werking hebben of die slechts een beperkte groep personen raken. Wat is eigenlijk de juridische basis voor deze uitzonderingen? Ik laat het hier bij een vraag.

Ongeregeld hebben beide waterschappen hoe men kan inspreken: of dat mondeling of schriftelijk moet danwel of de inspreker de keuze heeft. Dan zijn de regels uit de aov-procedure toepasselijk. Volgens die regels kan men zijn zienswijze naar keuze schriftelijk of mondeling geven. Ook ongeregeld is hoe lang men zienswijzen kan indienen. Dan geldt weer de termijn uit de aov-procedure: zes weken. De overheid moet in de aov-procedure ook een schriftelijk verslag maken van een mondelinge zienswijze. Weliswaar hebben zowel Delfland als Rivierenland geregeld dat het dagelijks bestuur schriftelijk reageert op de ingebrachte zienswijzen, maar betekent dit automatisch dat er ook een schriftelijk verslag wordt gemaakt van de mondelingen zienswijzen?

Andere inspraakprocedure Beide waterschappen regelen dat het dagelijks bestuur een andere inspraakprocedure kan vaststellen, die afwijkt van de ouv-procedure.

BRONNEN:

”Algemeen bestuur”

Artikel 12 Waterschapswet luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Het algemeen bestuur is samengesteld uit vertegenwoordigers van categorieën van belanghebbenden bij de uitoefening van de taken van het waterschap. Lid 2. In het algemeen bestuur zijn de volgende categorieën van belanghebbenden vertegenwoordigd: a. de ingezetenen; b. degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van ongebouwde onroerende zaken, niet zijnde natuurterreinen als bedoeld in artikel 116, onder c; c. degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van natuurterreinen als bedoeld in artikel 116, onder c; d. degenen die krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebouwde onroerende zaken in gebruik hebben als bedrijfsruimte.

Artikel B 2a van de Kieswet luidt (gedeeltelijk): De leden van het algemeen bestuur worden gekozen door degenen die op de dag van de kandidaatstelling ingezetenen zijn van het waterschap en op de dag van de stemming de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt.

Artikel B 4 luidt (gedeeltelijk): Onder ingezetenen van Nederland, van de provincie, van het waterschap en van de gemeente verstaat deze wet hen die onderscheidenlijk in Nederland, in de provincie, in het waterschap en in de gemeente werkelijke woonplaats hebben.

”Taken”

Artikel 78 van de Waterschapswet luidt: Lid 1. Het algemeen bestuur maakt de verordeningen die het nodig oordeelt voor de behartiging van de taken die het waterschap zijn opgedragen. Lid 2. Tevens stelt het algemeen bestuur vast de legger waarin onderhoudsplichtigen of onderhoudsverplichtingen worden aangewezen.

Artikel 83 luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur bevoegdheden van het algemeen bestuur overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich tegen overdracht verzet. Lid 2 Het algemeen bestuur kan het dagelijks bestuur niet overdragen de bevoegdheid tot: a. het vaststellen of wijzigen van de begroting;b. het vaststellen van de rekening; d. het heffen van belastingen of rechten; e. het vaststellen van verordeningen, behoudens het bepaalde in het derde lid; f. het vaststellen van peilbesluiten; g. het vaststellen van plannen krachtens bijzondere wetten, met uitzondering van projectplannen als bedoeld in hoofdstuk 5 van de Waterwet. Lid 3. De bevoegdheid tot het maken van keuren kan het algemeen bestuur slechts overdragen voorzover het betreft de vaststelling van nadere regels met betrekking tot bepaalde door het algemeen bestuur in zijn verordeningen aangewezen onderwerpen.

‘Inspraak”

Artikel 79 van de Waterschapswet luidt:Lid 1. Het algemeen bestuur stelt een verordening vast waarin regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van het beleid van dat bestuur worden betrokken. Lid 2. De in het eerste lid bedoelde inspraak wordt verleend door toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, voorzover in de verordening niet anders is bepaald.

Inspraakverordening Delfland 2011:

http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Actueel/Hoogheemraadschap%20van%20Delfland/CVDR271735.html

Inspraakverordening Waterschap Rivierenland 2010: http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/actueel/Waterschap%20Rivierenland/CVDR272798.html

‘Voorbereiding van beleid”

Artikel 79 van de Waterschapswet luidt:Lid 1. Het algemeen bestuur stelt een verordening vast waarin regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van het beleid van dat bestuur worden betrokken. Lid 2. De in het eerste lid bedoelde inspraak wordt verleend door toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, voorzover in de verordening niet anders is bepaald.

”Ongeregeld en Andere inspraakprocedure”

Artikel 3:10 Algemene wet bestuursrecht luidt: Deze afdeling (3.4) is van toepassing op de voorbereiding van besluiten indien dat bij wettelijk voorschrift of bij besluit van het bestuursorgaan is bepaald.

Artikel 1:3 luidt (gedeeltelijk): Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

Artikel 3:11 luidt (gedeeltelijk): Het bestuursorgaan legt het ontwerp van het te nemen besluit, met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van het ontwerp, ter inzage. De stukken liggen ter inzage gedurende de in artikel 3:16, eerste lid, bedoelde termijn.

Artikel 3:12 luidt (gedeeltelijk): Voorafgaand aan de terinzagelegging geeft het bestuursorgaan in een of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze kennis van het ontwerp. Volstaan kan worden met het vermelden van de zakelijke inhoud.

Artikel 3:13 luidt (gedeeltelijk): Indien het besluit tot een of meer belanghebbenden zal zijn gericht, zendt het bestuursorgaan voorafgaand aan de terinzagelegging het ontwerp toe aan hen, onder wie begrepen de aanvrager.

Artikel 3:15 luidt (gedeeltelijk): Belanghebbenden kunnen bij het bestuursorgaan naar keuze schriftelijk of mondeling hun zienswijze over het ontwerp naar voren brengen.

Artikel 3:16 luidt (gedeeltelijk): De termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen (..) bedraagt zes weken, tenzij bij wettelijk voorschrift een langere termijn is bepaald. De termijn vangt aan met ingang van de dag waarop het ontwerp ter inzage is gelegd.

Artikel 3:17 luidt (gedeeltelijk): Van hetgeen overeenkomstig artikel 3:15 mondeling naar voren is gebracht, wordt een verslag gemaakt.

De inspraakverordening van waterschappen (1): wie krijgt inspraak?

WOENSDAG 9 JANUARI 2019 Over twee maanden zijn er weer verkiezingen voor de waterschappen. Waterschappen worden ook wel hoogheemraadschappen genoemd. Wekelijks staat hier een bijdrage over waterschappen of de verkiezingen daarvoor. De bijdrage van deze week gaat over inspraak bij het algemeen bestuur, niet te verwarren met inspreken in een vergadering van het algemeen bestuur. Inspraak kan per waterschap verschillen. Hoe is dat geregeld in het (Zuid-Hollandse) hoogheemraadschap Delfland en in het (grotendeels) Gelderse Rivierenland? Vandaag beperk ik me tot de personen die inspraak hebben. Morgen komen ook andere aspecten van de inspraak ter sprake.

Algemeen bestuur Het algemeen bestuur bestaat niet alleen uit vertegenwoordigers van de (meerderjarige) mensen die in het waterschap wonen (de ingezetenen), maar ook uit vertegenwoordigers van andere belanghebbenden. Die andere belanghebbenden zijn de bezitters van land- of tuinbouwgronden en van natuurterreinen en het bedrijfsleven (de ondernemers), die hun onderneming of bezit (o.a.) in het waterschap hebben. Het algemeen bestuur is tot op zekere hoogte vergelijkbaar met de gemeenteraad in de gemeente. In Delfland heet het algemeen bestuur verenigde vergadering (VV). In Rivierenland heet het algemeen bestuur.

Taken Het algemeen bestuur maakt onder andere verordeningen, waaronder de keur en de belastingverordening, stelt de jaarlijkse begroting en rekening vast, heft belastingen, stelt peilbesluiten en tal van plannen vast, waaronder de projectplannen uit de Waterwet.

Inspraak Ingezetenen en belanghebbenden hebben recht op inspraak bij het algemeen bestuur, dat wil zeggen dat zij er recht op hebben om bij zijn beleidsvoorbereiding betrokken te worden. Voor hun inspraakrechten moet elk waterschap een verordening maken, de inspraakverordening. Soms heeft men trouwens ook via andere wegen inspraakrechten, maar die blijven hier buiten beschouwing. Het algemeen bestuur stelt zelf de inspraakverordening vast.

Waterschapswet Het is de Waterschapswet die ingezetenen en belanghebbenden recht geven op inspraak. Wie zijn dat hier? De wet is hierover niet expliciet, maar ik neem aan dat belanghebbenden hier dezelfde zijn als de belanghebbenden die stemrecht hebben bij de verkiezingen voor het algemeen bestuur. Dat zijn dus de bezitters van land- of tuinbouwgronden, het bedrijfsleven (de ondernemers), de bezitters van natuurterreinen en de meerderjarigen. De wet geeft inspraak aan belanghebbenden én ingezetenen. Ik neem aan dat daarom ook de ingezetenen zonder stemrecht inspraak hebben, waaronder – in beginsel – de minderjarigen.

Waterschapswet en Awb Mogen waterschappen ook aan anderen een recht op inspraak geven? Ik denk van niet, tenminste niet in de inspraakverordening. Degenen aan wie het waterschap hierin inspraak moet geven, zijn dus ook meteen de enigen aan wie het hierin inspraak mag geven. Nu is het zo dat er in de Waterschapswet staat dat het waterschap op deze inspraak de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van toepassing mag verklaren. De uniforme openbare voorbereidingsprocedure is een inspraakprocedure uit een andere wet, namelijk de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De overheid mag volgens deze laatste procedure aan iedereen inspraak geven. Ik denk echter dat de regels die gaan over wie inspraakrecht heeft niet toepasselijk mogen worden verklaard in de inspraakverordening. Dat lees ik zo in de Waterschapswet.

Rivierenland Aan wie is in de inspraakverordeningen van Delfland en Rivierenland inspraak gegeven? Ik begin met Rivierenland. Dit waterschap verleent in zijn verordening inspraak aan ”ingezetenen en belanghebbenden”. In de verordening staat niet wie daartoe worden gerekend. We kunnen er daarom van uitgaan dat het de ondernemers en bezitters van land- of tuinbouwgronden of natuurterreinen en bewoners (al dan niet meerderjarig) zijn. De groep personen aan wie inspraak wordt verleend, is in Rivierenland dus in overeenstemming met de wet.

Delfland: ingezetenen In de inspraakverordening van Delfland staat wel een omschrijving van wie tot ingezetenen en tot belanghebbenden worden gerekend. Laat ik beginnen met de ingezetenen. Voor hun omschrijving wordt in de verordening verwezen naar een wetsartikel uit de Waterschapswet. Een beetje onzorgvuldig, want dat wetsartikel bestaat niet meer. In dat wetsartikel was vroeger de ingezetene gedefinieerd als degene die in het waterschap woont. Uitgaande van deze vroegere wettekst is de omschrijving van ingezetenen in overeenstemming met de wet.

Delfland: belanghebbenden De omschrijving van belanghebbenden in de inspraakverordening zou echter wel eens strijdig met de wet kunnen zijn. Ten eerste wordt in Delfland namelijk tot de belanghebbenden gerekend iedereen van wie het belang rechtstreeks is betrokken bij een voorgenomen besluit van het algemeen bestuur. Niet uitgesloten is dat hieronder óók een persoon valt die geen ingezetene is en evenmin ondernemer of bezitter van land- of tuinbouwgrond of natuurterrein is. Ten tweede worden in Delfland bovendien tot de belanghebbenden gerekend andere overheden. Andere overheden zijn hier nimmer ingezetene of ondernemer of bezitter van land- of tuinbouwgrond of natuurterrein. Ten derde ten slotte worden in Delfland tot de belanghebbenden gerekend rechtspersonen (zoals stichtingen en verenigingen) die algemene en collectieve belangen behartigen, zoals bijvoorbeeld een milieuorganisatie, een vakbond of een huurdersvereniging. Ook deze rechtspersonen hoeven geen ingezetene, ondernemer of bezitter van land- en tuinbouwgrond of natuurterrein te zijn. Mijn conclusie is daarom dat de omschrijving die Delfland aan belanghebbenden geeft te ruim is en niet in overeenstemming is met de wet. Ik moet hieraan wel toevoegen dat in de inspraakverordening weliswaar een omschrijving wordt gegeven van belanghebbenden maar er nergens expliciet staat aan wie inspraak wordt verleend. Evenmin zorgvuldig!

BRONNEN:

”Algemeen bestuur”

Artikel 12 Waterschapswet luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Het algemeen bestuur is samengesteld uit vertegenwoordigers van categorieën van belanghebbenden bij de uitoefening van de taken van het waterschap. Lid 2. In het algemeen bestuur zijn de volgende categorieën van belanghebbenden vertegenwoordigd: a. de ingezetenen; b. degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van ongebouwde onroerende zaken, niet zijnde natuurterreinen als bedoeld in artikel 116, onder c; c. degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van natuurterreinen als bedoeld in artikel 116, onder c; d. degenen die krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebouwde onroerende zaken in gebruik hebben als bedrijfsruimte.

Artikel B 2a van de Kieswet luidt (gedeeltelijk): De leden van het algemeen bestuur worden gekozen door degenen die op de dag van de kandidaatstelling ingezetenen zijn van het waterschap en op de dag van de stemming de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt.

Artikel B 4 luidt (gedeeltelijk): Onder ingezetenen van Nederland, van de provincie, van het waterschap en van de gemeente verstaat deze wet hen die onderscheidenlijk in Nederland, in de provincie, in het waterschap en in de gemeente werkelijke woonplaats hebben.

”Taken”

Artikel 78 van de Waterschapswet luidt: Lid 1. Het algemeen bestuur maakt de verordeningen die het nodig oordeelt voor de behartiging van de taken die het waterschap zijn opgedragen. Lid 2. Tevens stelt het algemeen bestuur vast de legger waarin onderhoudsplichtigen of onderhoudsverplichtingen worden aangewezen.

Artikel 83 luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur bevoegdheden van het algemeen bestuur overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich tegen overdracht verzet. Lid 2 Het algemeen bestuur kan het dagelijks bestuur niet overdragen de bevoegdheid tot: a. het vaststellen of wijzigen van de begroting;b. het vaststellen van de rekening; d. het heffen van belastingen of rechten; e. het vaststellen van verordeningen, behoudens het bepaalde in het derde lid; f. het vaststellen van peilbesluiten; g. het vaststellen van plannen krachtens bijzondere wetten, met uitzondering van projectplannen als bedoeld in hoofdstuk 5 van de Waterwet. Lid 3. De bevoegdheid tot het maken van keuren kan het algemeen bestuur slechts overdragen voorzover het betreft de vaststelling van nadere regels met betrekking tot bepaalde door het algemeen bestuur in zijn verordeningen aangewezen onderwerpen.

”Inspraak”

Artikel 79 luidt (gedeeltelijk): Het algemeen bestuur stelt een verordening vast waarin regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van het beleid van dat bestuur worden betrokken.

”Waterschapswet”

Artikel 12 Waterschapswet luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Het algemeen bestuur is samengesteld uit vertegenwoordigers van categorieën van belanghebbenden bij de uitoefening van de taken van het waterschap. Lid 2. In het algemeen bestuur zijn de volgende categorieën van belanghebbenden vertegenwoordigd: a. de ingezetenen; b. degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van ongebouwde onroerende zaken, niet zijnde natuurterreinen als bedoeld in artikel 116, onder c; c. degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van natuurterreinen als bedoeld in artikel 116, onder c; d. degenen die krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebouwde onroerende zaken in gebruik hebben als bedrijfsruimte.

Artikel B 2a van de Kieswet luidt (gedeeltelijk): De leden van het algemeen bestuur worden gekozen door degenen die op de dag van de kandidaatstelling ingezetenen zijn van het waterschap en op de dag van de stemming de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt.

Artikel B 4 luidt (gedeeltelijk): Onder ingezetenen van Nederland, van de provincie, van het waterschap en van de gemeente verstaat deze wet hen die onderscheidenlijk in Nederland, in de provincie, in het waterschap en in de gemeente werkelijke woonplaats hebben.

Waterschapswet en Awb”

Artikel 79 van de Waterschapswet luidt:Lid 1. Het algemeen bestuur stelt een verordening vast waarin regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van het beleid van dat bestuur worden betrokken. Lid 2. De in het eerste lid bedoelde inspraak wordt verleend door toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, voorzover in de verordening niet anders is bepaald.

Artikel 3:15 (uit afdeling 3.4) van de Algemene wet bestuursrecht luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Belanghebbenden kunnen bij het bestuursorgaan naar keuze schriftelijk of mondeling hun zienswijze over het ontwerp naar voren brengen. Lid 2. Bij wettelijk voorschrift of door het bestuursorgaan kan worden bepaald dat ook aan anderen de gelegenheid moet worden geboden hun zienswijze naar voren te brengen.

”Rivierenland”

Artikel 4 van de Inspraakverordening waterschap Rivierenland 2010 luidt: Inspraakgerechtigden. Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden.

”Delfland: ingezetenen”

Artikel 1 van de Inspraakverordening Delfland 2011 luidt: Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. inspraak: een door of namens het college van dijkgraaf en hoogheemraden geboden gelegenheid voor ingezetenen en belanghebbenden om hun mening over te nemen besluiten van de verenigde vergadering van het Hoogheemraadschap van Delfland kenbaar te maken; b. ingezetenen: ingezeten als bedoeld in artikel 11 Waterschapswet; c. belanghebbenden: belanghebbenden als bedoeld in artikel 1:2 Algemene wet bestuursrecht.

”Delfland: belanghebbenden”

Artikel 1 van de Inspraakverordening Delfland 2011 luidt: Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. inspraak: een door of namens het college van dijkgraaf en hoogheemraden geboden gelegenheid voor ingezetenen en belanghebbenden om hun mening over te nemen besluiten van de verenigde vergadering van het Hoogheemraadschap van Delfland kenbaar te maken; b. ingezetenen: ingezeten als bedoeld in artikel 11 Waterschapswet; c. belanghebbenden: belanghebbenden als bedoeld in artikel 1:2 Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht luidt: Lid 1. Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Lid 2. Ten aanzien van bestuursorganen worden de hun toevertrouwde belangen als hun belangen beschouwd. Lid 3. Ten aanzien van rechtspersonen worden als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.