Partijbonzen in de massamedia

VRIJDAG 2 OKTOBER 2020 De Eerste Kamer buigt zich momenteel over aanpassing van de Mediawet. De Mediawet wet gaat over de televisie- en radio-omroepen. Onderdeel van de aanpassing is de invoering van een verbod voor landelijke bestuurders van politieke partijen om bestuurder of commissaris van een publieke omroeporganisatie te worden. Wat is hier aan de hand?

PUBLIEK Niet alle omroeporganisaties in Nederland zijn publieke omroeporganisaties. Zo zijn bijvoorbeeld SBS6, Net5 en Veronica geen publieke maar commerciële omroeporganisaties. Het verbod uit het wetsvoorstel betreft alleen de publieke omroep. AVROTROS, BNNVARA, KRO-NCRV, EO, VPRO en MAX zijn wél publieke omroeporganisaties.

TWEEDE KAMER De Tweede Kamer heeft vorig jaar ingestemd met aanpassing van de Mediawet, officieel Mediawet 2008 geheten. Hoewel het wetsvoorstel daarvoor van de regering kwam, was daarin geen verbod opgenomen voor bestuurders van politieke partijen om bestuurder of commissaris van een publieke omroeporganisatie te zijn. Dat verbod is er pas in opgenomen door een amendement van de Tweede Kamer.

AMENDEMENT Een amendement is een wijziging van een wetsvoorstel. Het amendement was voorgesteld door de Tweede Kamerleden Thierry Aartsen (VVD) en Harry van der Molen (CDA). Zij vonden het onwenselijk dat bestuurdersleden van politieke partijen invloed mogen uitoefenen bij een publieke omroeporganisatie, omdat een vrije pers gevrijwaard dient te blijven van politieke bemoeienis, en vermenging van politiek en media onwenselijk is. De Tweede Kamer heeft het amendement (unaniem) aangenomen.

EERSTE KAMER Een wetsvoorstel dat door de Tweede Kamer is aangenomen, gaat geamendeerd naar de Eerste Kamer. Voor de totstandkoming van een wet is namelijk instemming van Tweede én Eerste Kamer nodig. Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer bleek dat een grote meerderheid van de Eerste Kamer moeite had met het amendement Aartsen/Van der Molen. Met de rest van het wetsvoorstel had zij geen moeite. De Eerste Kamer deed daarom een beroep op de Raad van State. Zij wilde van de Raad van State horen of het amendement schending van de (grondwettelijke) verenigingsvrijheid oplevert.

VERENIGINGSVRIJHEID Alle publieke omroeporganisaties zijn verenigingen volgens het burgerlijk recht. Verenigingsvrijheid is een mensenrecht en een grondrecht. In de Grondwet is het geregeld in artikel 8. Dat artikel luidt als volgt: Het recht tot vereniging wordt erkend. Bij de wet kan dit recht worden beperkt in het belang van de openbare orde. De Raad van State gaf het volgende oordeel. Het amendement Aartsen/Van der Molen beperkt de mogelijkheid om te worden gekozen tot lid van een orgaan van een vereniging, zoals het bestuur en de raad van toezicht. Beperkt wordt zowel de mogelijkheid om tot bestuurder van een politiek partij te worden gekozen als de mogelijkheid om tot bestuurder of interne toezichthouder van een publieke omroeporganisatie te worden gekozen. Daardoor is het amendement een beperking van de verenigingsvrijheid. Nu is het niet zo dat elke beperking van de verenigingsvrijheid ook altijd een schending van die verenigingsvrijheid oplevert. Net als veel andere grondrechten kan de verenigingsvrijheid namelijk rechtmatig worden beperkt. Voor de verenigingsvrijheid mag dat echter alleen gebeuren in het belang van de openbare orde. De beperkingen uit het amendement zijn niet in het belang van de openbare orde. De Raad van State concludeert dan ook dat het amendement in strijd is met (het grondrecht van) de verenigingsvrijheid.

LEDEN De Raad van State kijkt voor wat betreft de verenigingsvrijheid naar het recht om gekozen (en benoemd) te worden in het bestuur of de raad van toezicht van een vereniging. Maar wie kiest eigenlijk die bestuurders en die commissarissen? Commissarissen zijn de leden van de raad van toezicht van een vereniging. In beginsel is dat de Algemene (Leden) Vergadering; dat staat zo in het Burgerlijk Wetboek. Dat is de vergadering waar elk lid zijn (ene) stem mag uitbrengen en besluiten worden genomen met meerderheid van stemmen, bijvoorbeeld de benoeming van het bestuur. In beginsel, want in de statuten van de vereniging mag hiervan tot op zekere hoogte worden afgeweken, bijvoorbeeld door daarin te regelen dat alleen afgevaardigden mogen stemmen op de Algemene Vergadering. Een Algemene Vergadering die uit afgevaardigden bestaat heet dan ook geen Algemene Leden Vergadering, maar bijvoorbeeld verenigingsraad of ledenraad. Die afgevaardigden moeten op hun beurt trouwens wél door de leden zijn gekozen. In de statuten mag zelfs geregeld zijn dat de helft van de bestuurders en de helft van de commissarissen door anderen dan de leden (of hun afgevaardigden) wordt gekozen.

GEEN AMENDEMENTSRECHT Waarschijnlijk zou voor de Eerste Kamer het oordeel van de Raad van State over de schending van de verenigingsvrijheid reden zijn geweest om het wetsvoorstel te verwerpen. De Eerste Kamer mag een wetsvoorstel namelijk alleen aannemen of verwerpen. Het mag dus niet slechts het geamendeerde deel van het wetsvoorstel verwerpen en de rest van het wetsvoorstel aannemen. Dat zou een verkapt amendementsrecht opleveren. De Eerste Kamer heeft geen amendementsrecht; alleen de Tweede Kamer heeft dat. De regering heeft het niet zo ver willen laten komen dat de Eerste Kamer het wetsvoorstel verwerpt.

NOVELLE Zij heeft namelijk bij de Tweede Kamer een novelle ingediend. Wat is een novelle? Een novelle is een wetsvoorstel dat een door de Tweede Kamer aangenomen wetsvoorstel wil verbeteren of aanvullen. De Eerste Kamer mag zelf geen novelle indienen. De regering dient een novelle in om te voorkomen dat de Eerste Kamer een wetsvoorstel verwerpt. Nadat de Tweede Kamer met een novelle heeft ingestemd, wordt die aan de Eerste Kamer voorgelegd. Normaliter neemt de Eerste Kamer vervolgens zowel die novelle aan als het wetsvoorstel zoals dat door de Tweede Kamer is aangenomen. De combinatie van novelle en wetsvoorstel levert de wet op die de Eerste Kamer graag ziet. Novelles komen niet vaak voor. Jaarlijks gaat het volgens Wikipedia om twee tot drie. Een novelle lijkt op een verkapt amendementsrecht voor de Eerste Kamer. Zoals gezegd ontbreekt het de Eerste Kamer aan dat recht. Staatsrechtelijk zou de novelle dus problematisch zijn. In de juridische literatuur wordt echter verwezen naar een oordeel van de Raad van State uit 1975 waarin staat dat novelles staatsrechtelijk geoorloofd zijn, als ze slechts af en toe worden ingediend.

PARTIJBONZEN De novelle die de regering voor de aangepaste Mediawet heeft ingediend, houdt in dat het amendement Aartsen/Van der Molen zal worden geschrapt uit het door de Tweede Kamer aangenomen wetsvoorstel. Daardoor zal het oorspronkelijke regeringsvoorstel weer in ere worden hersteld. Met die novelle is inmiddels door de Tweede Kamer ingestemd. Dat gebeurde unaniem. De Eerste Kamer moet zich er nog over buigen. De Eerste Kamer moet zich nu buigen over twee voorstellen: het wetsvoorstel voor een aangepaste Mediawet (inclusief het amendement Aartsen/Van der Molen) én de novelle die dit amendement weer schrapt uit dit wetsvoorstel. Zodra de Eerste Kamer met beide heeft ingestemd, komt de aangepaste Mediawet 2008 tot stand. Dat wil zeggen: exclusief het amendement Aartsen/Van der Molen. Partijbonzen kunnen dan opgelucht adem halen.

UNANIEM Novelle en amendement Aartsen/Van der Molen regelen het tegenovergestelde: óf een landelijke bestuurder van een politieke partij mag bestuurder of commissaris van een omroeporganisatie worden (novelle) of hij mag dat niet (amendement). Dat dezelfde Tweede Kamer beide heeft aangenomen, is niet zo vreemd. Anders zou een novelle nooit succesvol die Kamer kunnen passeren. Beetje vreemd is wél de unanimiteit waarmee de Tweede Kamer met beide akkoord is gegaan.

(Mr. Leon)

Doet de VNG straks nog wel mee?

DONDERDAG 24 SEPTEMBER 2020 Morgen houdt de VNG – de Vereniging van Nederlandse Gemeenten – haar jaarlijkse Algemene Leden Vergadering. Wat is de VNG en hoe neemt haar Algemene Leden Vergadering besluiten?

VERENIGING De VNG is een vereniging. Het is een vereniging die volgens het Burgerlijk Wetboek is opgericht. Dus een privaatrechtelijke vereniging. Sportclubs, fanfares en bijvoorbeeld politieke partijen zijn ook zulke verenigingen. Zij allen hebben o.a. leden, bestuur en statuten.

BELANGENORGANISATIE De VNG is de belangenorganisatie van de gemeenten. Belangenbehartiging gebeurt bijvoorbeeld door het voeren van overleggen met de rijksoverheid. De VNG is ook de werkgeversorganisatie die namens de gemeenten met de vakbonden onderhandelt over nieuwe cao’s voor gemeenteambtenaren. De VNG handelt via haar bestuur; het bestuur is de officiële vertegenwoordiger van de VNG.

ALV In verenigingsstatuten mogen voorwaarden worden gesteld aan het lidmaatschap, zodat alleen leden worden toegelaten die hieraan voldoen. In de VNG-statuten is zo’n kwaliteitseis gesteld. Daarin staat namelijk dat alleen gemeenten lid kunnen worden. Alle gemeenten in Nederland zijn er trouwens lid van. Leden van een vereniging hebben er wettelijk recht op dat minstens één keer per jaar een Algemene Leden Vergadering wordt gehouden, ook wel Algemene Vergadering genoemd en vaak afgekort tot ALV. In de VNG gebeurt dat normaliter in juni, maar dit jaar is dat vanwege Corona pas morgen het geval. In de rechtswetenschap wordt de ALV gezien als het belangrijkste orgaan van een vereniging. In beginsel heeft ieder lid het wettelijk recht om bij de ALV aanwezig te zijn, er het woord te voeren en er zijn stem uit te brengen.

STEMMEN De gemeenten die aan de ALV van de VNG willen meedoen, wijzen iemand aan die er als officiële vertegenwoordiger namens haar het woord mag voeren en mag stemmen. Die vertegenwoordiger kan bijvoorbeeld de burgemeester, een wethouder of een raadslid zijn. In de VNG-statuten staat dat het aantal stemmen dat de vertegenwoordiger uitbrengt per gemeente kan verschillen. Voor gemeenten met 75.000 inwoners of meer zijn dat namelijk 75 stemmen, terwijl dat voor gemeenten met een lager inwonertal net zoveel stemmen zijn als ze duizendtallen aan inwoners hebben. Zo brengt de vertegenwoordiger van een gemeente met 30.000 inwoners 30 stemmen uit en die van een gemeente met 50.000 inwoners 50 stemmen.

MEER GELD Op de agenda van de ALV van morgen wordt o.a. gestemd over motie 3b. Deze motie is genaamd: Gemeenten hebben acuut meer structureel geld nodig. Meer geld is o.a. nodig voor jeugdzorg. Daaraan schortte het al vóór de Corona, maar nu lopen de tekorten helemaal uit de hand. Daarom wordt het VNG-bestuur in de motie opgeroepen om tot actie over te gaan als het Rijk niet gauw met (veel) meer geld over de brug komt. Bij die acties gaat het bijvoorbeeld om voorbereiding van juridische acties en opschorting van overleggen met de rijksoverheid. Wellicht doet de VNG straks dus niet meer mee!

BESLUITEN De motie is ingediend door Zoetermeer. Deze Zuid-Hollandse gemeente heeft 125.000 inwoners. Haar officiële vertegenwoordiger brengt dus 75 stemmen uit, net als medeondertekenaar Lelystad (79.000 inwoners). Enkele andere medeondertekenaars zijn Vijfheerenlanden (57.000 inwoners) met 57 stemmen, Maassluis (33.000 inwoners) met 33 stemmen en Blaricum (11.000 inwoners) met 11 stemmen. Het aantal stemmen is bij benadering, want voor de inwonertallen is 1 januari 2019 de peildatum, terwijl de hier gehanteerde inwonertallen van recentere of vroegere datum kunnen zijn. In beginsel worden besluiten zoals het al dan niet aannemen van een motie genomen met een gewone meerderheid van stemmen van de aanwezige gemeenten, dus de helft plus een. Het maakt daarbij niet uit hoeveel gemeenten aanwezig zijn, maar afwezige gemeenten mogen geen andere gemeente machtigen om namens haar te stemmen.

RAADSLEDEN, wethouders en burgemeesters die niet de officiële vertegenwoordiger van hun gemeente zijn, mogen op grond van de VNG-statuten wél aanwezig zijn in de ALV én er het woord voeren. Dat kan bijvoorbeeld zinvol zijn voor raadsleden die het niet eens zijn met wat de officiële vertegenwoordiger van zijn gemeente in de vergadering zegt en stemt.

STIEFMOEDER Het bestuur van de VNG wordt op grond van de statuten benoemd door de ALV. Weliswaar draagt een adviescommissie kandidaten voor, maar dit is geen bindende voordracht. Alleen burgemeesters, wethouders, raadsleden, raadgriffiers en secretarissen mogen bestuurslid worden. Het bestuur van de VNG bestaat momenteel uit 24 personen. Voorzitter is Jan van Zanen, burgemeester van Den Haag. Vicevoorzitter is Hubert Bruls, burgemeester van Nijmegen en in Coronatijd landelijk bekend geworden als voorzitter van het Veiligheidsberaad (club van voorzitters van de 25 Veiligheidsregio’s). Van de resterende 22 bestuursleden van de VNG zijn er drie raadslid, één secretaris en één griffier. De overige 17 bestuursleden zijn burgemeester of wethouder, onderling zo goed als fiftyfifty verdeeld. Op grond van de statuten moeten er minstens drie raadsleden, drie wethouders en drie burgemeesters in het bestuur zitten. Raadsleden zijn in het huidige bestuur dus nogal stiefmoederlijk bedeeld.

(Mr. Leon)

De politieke jongerenorganisatie

DONDERDAG 18 JUNI 2020 Wat opvalt aan de recente demonstraties tegen racisme en de iets langer geleden betogingen voor een beter klimaatbeleid (scholierenstakingen) is dat er zoveel jongeren aan meedoen. Hun maatschappelijk engagement kan ook dichterbij een politieke partij, bijvoorbeeld als lid van een politieke jongerenorganisatie. Welke politieke jongerenorganisaties zijn er en wanneer kunnen zij voor hun kosten een beroep doen op overheidssubsidies?

PINK! Bijna alle politieke partijen hebben een politieke jongerenorganisatie. Zo hebben SGP, CDA, Forum voor Democratie, VVD (JOVD), PvdA (JS), GroenLinks (DWARS), D66 (JD), Denk (OPPOSITIE), ChristenUnie (PerspectieF), SP (ROOD) en Partij voor de Dieren (PINK!) een jongerenorganisatie. Hun ledentallen lopen uiteen van enkele honderden tot enkele duizenden.

ACTIVITEITEN De overheid subsidieert politieke jongerenorganisaties. Uiteraard worden daaraan voorwaarden verbonden waaraan de organisatie moet voldoen. Die staan in de Wet financiering politieke partijen. De jongerenorganisatie moet hoofdzakelijk activiteiten verrichten waarmee de politieke participatie van jongeren wordt gestimuleerd. Zo heeft DWARS afgelopen maandag een (online) zomercongres gehouden, houdt PerspectieF aanstaande zaterdag de Online Focusdag en zal de JOVD begin juli een bijeenkomst hebben over de toekomst van de luchtvaart in Nederland.

VERENIGING Verder moet de jongerenorganisatie een zelfstandige vereniging zijn. Er moet dus o.a. een bestuur zijn, leden, de meeste bestuursleden gekozen door de leden en minstens een keer per jaar een algemene ledenvergadering. ROOD was volgens Wikipedia in haar eerste jaren geen zelfstandige vereniging, maar een werkgroep van de SP. Ook moeten er minstens honderd betalende leden zijn die tussen de 14 en 28 jaar oud zijn. Oudere en jongere leden mogen er ook zijn, zolang zij hooguit een derde van het ledental vormen. Van JS kan iemand op zijn twaalfde lid worden; van CDJA kan iemand tot haar 31e lid blijven.

AANWIJZING De wet stelt geen hoge eisen aan de banden tussen partij en jongerenorganisatie. Er wordt slechts een geaccepteerde aanwijzing geëist: de politieke partij heeft de jongerenorganisatie officieel aangewezen en de jongerenorganisatie heeft die aanwijzing officieel aanvaard. Een politieke partij mag slechts één jongerenorganisatie hebben aangewezen en een jongerenorganisatie mag slechts de aanwijzing van één politieke partij accepteren. De ene jongerenorganisatie zal in haar politieke standpunten dichter bij die van de partij staan dan de andere organisatie. Hoe groot die afstand is, is volgens de wet alléén aan de jongerenorganisatie. 

HOEVEEL SUBSIDIE? De ene politieke jongerenorganisatie krijgt meer overheidssubsidie dan de andere. Hoeveel subsidie zo’n organisatie krijgt, hangt van twee criteria af: het aantal Kamerzetels van de politieke partij en het aantal betalende leden in de jongerenorganisatie tussen de 14 en 28 jaar. Dat laatste aantal moet blijken uit een accountantsverklaring. De subsidiebedragen zullen behoorlijk uiteenlopen, terwijl een deel van de kosten even groot zijn. Daarom wil het kabinet een derde subsidiecriterium gaan toevoegen: een vast basisbedrag per organisatie. Dat zal het verschil in subsidie tussen een kleine Kamerfractie met kleine jongerenorganisatie en een grote Kamerfractie met grote jongerenorganisatie iets minder groot maken. 

(Mr. Leon)

Gezamenlijke lijst GroenLinks en PvdA

VRIJDAG 13 MAART 2020! Afgelopen weekend heeft veertig procent van de PvdA-leden zich op het partijcongres uitgesproken voor een gezamenlijke lijst met GroenLinks bij de volgende Tweede Kamerverkiezingen, in 2021. Deze motie is dus verworpen. Bestuur en fractie zullen het niet erg vinden, want zij zijn geen voorstander van zo’n lijst, zo staat in de krant van afgelopen maandag te lezen. Maar wat als er toch een gezamenlijke lijst zou komen? En, is er eigenlijk een alternatief voor een gezamenlijke lijst, een alternatief dat minder ver gaat?

LIJST Alle politieke partijen die aan Tweede Kamerverkiezingen meedoen staan met hun kandidatenlijst op het stembiljet. Dat kan met een eigen lijst of een gezamenlijke lijst. De meeste partijen doen mee met een eigen lijst. Van de dertig partijen die bij de vorige Tweede Kamerverkiezingen in 2017 meededen, hadden er slechts drie een gezamenlijke lijst, met elkaar. Hun gezamenlijke lijst heeft geen zetel gekregen. Het was lijst 27: MenS en Spirit / Basisinkomen Partij / V-R. Bij de verkiezingen van 2012 en 2010 was er geen enkele gezamenlijke lijst.

LIJSTNUMMER Elke kandidatenlijst krijgt van de overheid een nummer. Die overheid is hier de Kiesraad, een onafhankelijke instelling. De lijst die bij de vorige verkiezingen de meeste stemmen heeft gekregen, krijgt nummer 1. De lijst met de op één na meeste stemmen, krijgt nummer 2. En zo verder. Welk nummer krijgt een gezamenlijke lijst van twee partijen die bij de vorige verkiezingen hun eigen lijsten hadden? Dat kan heel goed een hoger nummer zijn dan de nummers die ze met eigen lijsten zouden krijgen. Daarvoor worden namelijk de stemmen die op beide lijsten werden uitgebracht bij elkaar opgeteld. De gezamenlijke lijst van PvdA en GroenLinks krijgt daarom nummer 2, tenzij ook andere partijen gezamenlijke lijsten aangaan. Met een eigen lijst zouden ze respectievelijk de nummers 7 en 5 krijgen!

LIJSTNAAM? Normaliter staat boven de kandidatenlijst de naam van de politieke partij. Welke naam staat er boven een gezamenlijke lijst? Dat mogen die partijen zelf bepalen. Ze kunnen er bijvoorbeeld voor kiezen om de namen van alle partijen te vermelden, of in plaats daarvan een nieuwe naam. Aannemelijk is dat PvdA en GroenLinks zouden kiezen voor hun beider namen.

GROENLINKS/PvdA? Maar welke partijnaam wordt dan als eerste genoemd? Wordt het PvdA/GroenLinks of GroenLinks/PvdA? Het is een belangrijke eerste stap voor partijen om tot een gezamenlijke kandidatenlijst te besluiten, maar daarna moeten nog tal van andere belangrijke besluiten genomen worden!

LIJSTTREKKER? Zo ook bijvoorbeeld over wie de officiële lijsttrekker wordt. Dat is de eerste kandidaat op de lijst, de kandidaat die nummer 1 op de gezamenlijke lijst heeft. Wordt dat Lodewijk Asscher of Jesse Klaver?

LIJSTVOLGORDE? En bijvoorbeeld ook over de volgorde van de overige kandidaten op de lijst. Die volgorde is belangrijk, want hoe hoger de plek op een lijst hoe groter de kans op een Kamerzetel. Dat werkt als volgt. De meeste kiezers brengen hun stem uit op de lijsttrekker, de nummer 1 van een lijst. Deze kandidaat krijgt daardoor veel meer stemmen dan nodig om Kamerlid te worden. Wat gebeurt er met de overige stemmen, de stemmen die hij niet nodig heeft? Die stemmen gaan naar de andere kandidaten: eerst krijgt de nummer 2 op de lijst al die overige stemmen, de stemmen die deze kandidaat niet nodig heeft voor een Kamerzetel gaan vervolgens naar de nummer 3 op de lijst. En zo verder tot er geen stemmen meer over zijn. Weliswaar kan de volgorde op de kandidatenlijst worden doorbroken, namelijk doordat een kandidaat heel veel voorkeursstemmen krijgt. Maar in de praktijk gebeurt het nauwelijks dat daardoor de lijstvolgorde doorbroken wordt. De lijstvolgorde is dus belangrijk, en het zijn de partijen die besluiten wat de volgorde is. Wordt besloten dat PvdA- en GroenLinks-kandidaten elkaar steeds afwisselen op de hele lijst? Of wordt bijvoorbeeld besloten dat er meer GroenLinks-kandidaten op de hogere plekken van de lijst staan, bijvoorbeeld omdat GroenLinks bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen de helft meer zetels haalde dan PvdA, respectievelijk veertien en negen?

LIJSTVERBINDING? Zoals gezegd, de PvdA wil (vooralsnog) geen gezamenlijke lijst met GroenLinks. Is er wellicht een minder vergaand (kiesrechtelijk) alternatief? Bij de vorige Tweede Kamerverkiezing, in 2017, was dat nog wel het geval: het aangaan van een lijstverbinding. Officieel heette lijstverbinding trouwens lijstencombinatie. Bij zo’n lijstverbinding gaan twee of meer kandidatenlijsten een officiële verbinding aan met elkaar. Op het stembiljet wordt duidelijk gemaakt welke lijsten met elkaar zo’n verbinding zijn aangegaan. GroenLinks en PvdA hebben dat bij de afgelopen drie Kamerverkiezingen gedaan, die van 2017, 2010 en 2012. In 2012 waren er vervroegde verkiezingen na de val van het kabinet Rutte I. Toen was het een lijstverbinding van drie partijen, want ook SP maakte ervan deel uit. Waarom ging men lijstverbindingen aan? Omdat het extra zetels kon opleveren. Dan bestond er namelijk een grotere kans om restzetels te krijgen. In de praktijk zijn er altijd restzetels te vergeven; bij de laatste Kamerverkiezingen waren er zelfs acht te vergeven. Partijen die al sinds jaar en dag aan verkiezingen deelnamen, zoals PvdA en GroenLinks, gingen natuurlijk niet zomaar een verbinding aan met een andere lijst. Met zo’n verbinding werd uiting gegeven aan een zekere sympathie voor elkaar, een belangrijk signaal aan de kiezer. Ook ChristenUnie en SGP zijn bij de laatste drie Kamerverkiezingen lijstverbindingen met elkaar aangegaan. Bij de volgende Kamerverkiezing in 2021 kan dat allemaal niet meer, want eind 2017 is de Kieswet aangepast om de lijstverbinding te schrappen. Ondanks tegenstemmen van GroenLinks, ChristenUnie en SGP; PvdA stemde in elk geval in de Eerste Kamer tegen.

(Mr. Leon)

Arbitrage voor Facebook

VRIJDAG 14 FEBRUARI 2020 Facebook verwijdert berichten die er volgens haar niet op thuis horen. Op die manier zijn in de eerste drie maanden van vorig jaar ruim 3 miljoen berichten verwijderd. Vaak wordt zo’n verwijdering als onrechtvaardig beschouwd, maar het maken van bezwaar was praktisch onmogelijk. Twee weken geleden heeft Facebook arbitrage geïntroduceerd. De arbiters gaan toetsen of een verwijdering terecht was, en Facebook moet hun beslissingen naleven. Wie gaat over de aanstelling van de arbiters en hoe ziet hun toetsing eruit?

VAGE NORMEN Voor de verwijdering hanteert Facebook zelfgemaakte en bovendien nogal vage normen. Zo verwijdert Facebook berichten die volgens haar “onrechtmatig, misleidend, discriminerend of frauduleus” zijn. Zo staat het in de Servicevoorwaarden. Facebook heeft die Servicevoorwaarden zelf gemaakt, net als de Richtlijnen voor de community. Daarin staat dat een bericht dat de echtheid, veiligheid, waardigheid of privacy aantast verwijderd wordt. Maar ook dat zo’n bericht weer niet wordt verwijderd “als de inhoud opmerkelijk is en het openbaar belang dient”. En van wie vaker berichten worden verwijderd, kan zélf van Facebook worden verwijderd. De arbiters gaan toetsen aan diezelfde vage normen. In de Charter bij de arbitrage wordt daaraan toegevoegd dat zij daarbij “pay particular attention to the impact of removing content in light of human rights norms protecting free expression”. Dit Charter is net als de hierna volgende Bylaws door Facebook opgesteld.

OVERSIGHT BOARD: TOT ELF Er komt niet één arbiter maar een college van arbiters: de zogenaamde Oversight Board. Dit college moet volgens de Bylaws uit minstens elf arbiters bestaan. Pas daarna kan het gaan functioneren; het zal in de loop der tijd worden uitgebreid tot veertig arbiters. Wie benoemt hen? De eerste drie arbiters worden door Facebook zelf benoemd. Zij worden tevens de drie voorzitters van het college, de zogenaamde co-chairs.

CO-CHAIRS Deze drie voorzitters kiezen acht andere leden. Facebook is nauw betrokken bij de werving en selectie van deze acht, maar uiteindelijk maken de drie voorzitters een eigen keuze. De drie beslissen bij meerderheid. Hun beslissing levert nog geen daadwerkelijke benoeming op, want daarvoor is goedkeuring nodig van de zogenaamde Trustees.

TRUSTEES Deze Trustees worden door Facebook benoemd. Als de Trustees hun goedkeuring hebben gegeven en het college van arbiters haar minimale omvang van elf heeft bereikt, dan kan het van start gaan.

OVERSIGHT BOARD: VANAF TWAALF Daarna wordt het college in de loop der tijd geleidelijk uitgebreid tot veertig leden. De keuze van deze nieuwe arbiters is niet meer een beslissing van de drie voorzitters alleen, maar van het hele college. Het voltallige college beslist daarover bij gewone meerderheid. Voorzitters en gewone leden hebben elk één stem. Ook voor deze keuzes geldt dat voor een daadwerkelijke benoeming van nieuwe leden de goedkeuring van de Trustees nodig blijft. Benoemingen zijn steeds voor een periode van drie jaar, met de mogelijkheid van verlenging. Leden en voorzitters worden bekendgemaakt zodat iedereen weet wie zij zijn.

Een arbiter kan tussentijds worden ontslaan. Het college kan daartoe beslissen, maar voor zo’n beslissing is een versterkte meerderheid nodig. Ook hier geldt weer: een ontslag is alleen geldig als de Trustees dat goedkeuren

PANEL De beslissing of een verwijdering van een bericht al dan niet terecht is wordt in twee stappen genomen. De eerste stap is de voorlopige beslissing. De voorlopige beslissing wordt genomen door een arbitragecommissie, een panel. Die bestaat uit enkele arbiters en een voorzitter. Elke arbiter maakt hiervan enige tijd deel uit. De tweede stap is de definitieve beslissing. De arbiters die geen deel uitmaken van de arbitragecommissie – dat is steeds het overgrote deel – kunnen namelijk bezwaar maken tegen de voorlopige beslissing. Als dit bezwaar uitblijft, wordt de voorlopige beslissing automatisch de definitieve beslissing. Die laatste beslissing wordt gepubliceerd. Wie in de arbitragecommissie zaten, wordt niet gepubliceerd.

3 MILLION Weekblad The Economist schreef op 1 februari dat Facebook in het eerste kwartaal van vorig jaar ruim drie miljoen berichten heeft verwijderd. Aannemelijk is dat veel gedupeerden hun zaak aan de arbiters zullen willen voorleggen; Facebook mag ook zelf verwijderingen voorleggen. Waarschijnlijk kunnen de arbiters slechts een (kleine) fractie daarvan behandelen. Wie bepaalt welke verwijdering wordt beoordeeld? Een tweede arbitragecommissie gaat selectiecriteria opstellen voor de keuze van de zaken die behandeld worden. Het voltallige college kan hiervan afwijken en kiezen voor andere selectiecriteria. Op basis van de selectiecriteria wordt een keuze gemaakt voor de concrete verwijdering die het college gaat beoordelen; aannemelijk is dat er ook dan nog een ruime keuze zal zijn. Het is mij niet helemaal duidelijk wie die laatste keuze maakt: de voorzitters of de meerderheid van het college. Uiteraard zal hierin ook een belangrijke rol zijn weggelegd voor het ondersteunende personeel, dat door de voorzitters wordt aangesteld en aangestuurd.

PIE Arbitrage voor de verwijdering van berichten is een verbetering, maar Facebook heeft een dikke vinger in de pap wie de arbiters worden en waaraan zij toetsen.

(Mr. Leon)

Het Ledenparlement van de FNV gaat over het Pensioenakkoord

DINSDAG 11 JUNI 2019 Vorige week is het principe-akkoord over de toekomst van het pensioenstelsel tot stand gekomen, tussen onder andere kabinet (minister Koolmees), vakbonden en werkgevers, hieronder pensioenakkoord genoemd. De handtekeningen van FNV en CNV zijn nog niet definitief, want hun achterbannen mogen zich er nog over uitspreken. Dat wordt spannend, want het ziet er naar uit dat het FNV-bestuur haar onderhandelingsmandaat – zoals AOW op 66 jaar en geen dag meer – heeft overschreden. Achterban bij de FNV zijn de leden maar vooral het Ledenparlement. Wat is dit eigenlijk, het Ledenparlement van het FNV?

FNV: bonden en sectoren De FNV bestaat uit 26 zogenaamde sectorale afdelingen. Sommige zijn bonden, zoals de Onderwijsbond, andere zijn dat niet, zoals Zorg & Welzijn. Elk van de miljoen FNV-leden is lid van een sectorale afdeling. Welke sectorale afdeling dat is, hangt af van de werksituatie van het lid. Hieronder zal blijken dat de regels die voor de bonden gelden in het Ledenparlement nogal eens verschillen van die welke voor de andere sectorale afdelingen gelden.

Ledenparlement De FNV heeft een Ledenparlement. Het bestaat uit 105 parlementariërs. Ze moeten alle 105 FNV-lid zijn en mogen niet in dienst zijn van de FNV of een bond. Het is geen parlement dat permanent in zitting is; het komt slechts enkele keren per jaar bijeen. Het heeft alle bevoegdheden, die niet aan andere organen zijn gegeven. Het belangrijkste andere orgaan is het FNV-bestuur. Het parlement benoemt én ontslaat de bestuursleden. Voor sommige besluiten heeft het bestuur goedkeuring van het parlement nodig, zoals voor onderhandelingsmandaten en onderhandelingsresultaten. Het parlement mag trouwens van het bestuur eisen dat élk besluit aan haar goedkeuring wordt onderworpen. Een voorbeeld van een bestuursbesluit waarvoor goedkeuring nodig is van het Ledenparlement is de ondertekening door het FNV-bestuur van het pensioenakkoord.

Gekozen Ledenparlement De parlementariërs worden benoemd door de sectorale afdelingen; twaalf van de 26 sectorale afdelingen zijn bonden. Elke sectorale afdeling benoemt haar eigen parlementariërs. Dat zijn er één of meer. Hoeveel dat er precies zijn, kan per sectorale afdeling verschillen, want het hangt af van het aantal FNV-leden dat daar lid van is. De grootste vier zijn Senioren (zeventien parlementariërs), Zorg & Welzijn (dertien) en Overheid en Onderwijsbond met elk acht parlementariërs. Slechts één parlementariër hebben bijvoorbeeld de Kunstenbond, Zelfstandigen, Jong en de Vrouwenbond. Aan die benoemingen gaat een verkiezing vooraf. Daaraan moeten alle FNV-leden die lid zijn van de sectorale afdeling kunnen deelnemen, zo staat het in de statuten. Wat hier kunnen deelnemen aan de verkiezing precies inhoudt, is echter niet in de statuten geregeld, behalve dan dat de twaalf bonden het zo mogen regelen dat er een getrapte verkiezing wordt gehouden. Hierbij geven bondsleden hun stem aan een van de kiesmannen, waarna de kiesmannen die genoeg stemmen hebben gekregen de parlementariërs kiezen.

Het stemmen Het Ledenparlement neemt haar besluiten met een gewone meerderheid van stemmen (de helft plus één). Elke parlementariër heeft één stem en elke stem weegt even zwaar. Hij moet zijn stem uitbrengen zonder last, maar ze mag wel ruggespraak houden. De parlementariërs van eenzelfde bond hoeven hun stemgedrag niet op elkaar af te stemmen. Ze hoeven dus niet allemaal hetzelfde te stemmen. Dat mág overigens wel. Uit de statuten wordt niet duidelijk wie daarover gaat: de individuele parlementariër of het bondsbestuur. Aannemelijk is dat dit het bondsbestuur is. In dat geval lijkt bij bondsparlementariërs stemmen mét last toch toegestaan. Trouwens, de twaalf bonden hebben samen slechts 22 parlementariërs (van de 105). De voorzitter van het Ledenparlement beslist hoe een stem wordt uitgebracht en wat de uitkomst is van de stemming. De voorzitter wordt door het Ledenparlement zelf gekozen. Het hoeft geen parlementariër te zijn. De bonden mogen net als het FNV-bestuur de vergaderingen van het Ledenparlement bijwonen; in elk geval het FNV-bestuur mag er ook het woord voeren.

Leden raadplegen Voordat het pensioenakkoord ter goedkeuring aan het Ledenparlement wordt voorgelegd, zullen de FNV-leden eerst de kans krijgen om er zich in een ledenraadpleging over uit te spreken, aldus heeft het FNV-bestuur besloten. Die ledenraadpleging – of ledenreferendum – wordt van de week gehouden, namelijk van morgen tot en met zaterdagochtend. Per post krijgt elk lid een brief waarin een unieke code staat die haar of hem in staat stelt om via internet te stemmen. Wat de impact van de uitslag ook moge zijn, het is niet juridisch bindend: het Ledenparlement is dus niet verplicht om er rekening mee te houden, laat staan om het over te nemen. Trouwens, een vereniging zoals de FNV kan een bindende ledenraadpleging alleen dan houden als dit zo in haar statuten is geregeld. In de FNV-statuten is dat niet gebeurd. Daarin wordt overigens wel gesproken over een bindende ledenraadpleging voor de benoeming van de voorzitter van het FNV-bestuur. Het Ledenparlement moet de uitslag daarvan in beginsel overnemen, ze mag er alleen met een versterkte (2/3) meerderheid van afwijken.

BRONNEN

FNV: bonden en sectoren: Statuten FNV artikel 12

Ledenparlement: Statuten FNV artikelen 8, 9, 26, 31, 32 en 33

Gekozen Ledenparlement: Statuten FNV artikel 32

Het stemmen: Statuten FNV artikelen 23, 35, 36 en 37

Leden raadplegen:

Artikel 39 lid 2 BW (Boek 2):De statuten kunnen bepalen dat bepaalde besluiten van de algemene vergadering aan een referendum zullen worden onderworpen. De statuten regelen de gevallen waarin, de tijd waarbinnen, en de wijze waarop het referendum zal worden gehouden. Hangende de uitslag van het referendum wordt de uitvoering van het besluit geschorst.

Statuten FNV: artikel 21

Herenboeren Wilhelminapark: consument is de baas

DINSDAG 7 MEI 2019 Enkele weken geleden stond er in de Volkskrant een reportage over Herenboeren Wilhelminapark. Dit agrarisch bedrijf is ongeveer 20 ha groot en ligt in de buurt van de Brabantse gemeenten Boxtel en Vught. Wat deze boerderij zo bijzonder maakt, is dat ze niet levert aan de supermarkt maar rechtstreeks aan de consument én dat niet de boer maar deze consumenten de baas zijn. Hoe ziet die samenwerking er juridisch uit?

Coöperatie Herenboeren Wilhelminapark – hieronder: Wilhelminapark – is een coöperatie. Een coöperatie is een vereniging die bij de notaris is opgericht. Elke coöperatie heeft als doel te voorzien in bepaalde stoffelijke behoeften van de leden. Hiertoe wordt een bedrijf uitgeoefend en met elk lid een overeenkomst gesloten. Dit alles moet blijken uit de statuten. Een fanfare of voetbalclub is weliswaar een vereniging maar geen coöperatie, want voorziet in onstoffelijke behoeften van de leden, namelijk het plezier van musiceren of voetballen. Anders dan een gewone vereniging, mag een coöperatie eventueel gemaakte winst onder de leden verdelen. Wilhelminapark is volgens de statuten niet gericht op winst; dat sluit natuurlijk niet uit dat er toch winst wordt gemaakt. Dan mag die winst onder de leden worden verdeeld.

Behoefte In de statuten van Wilhelminapark staat onder andere dat wordt voorzien in de behoefte van de leden aan aardappelen, groenten, fruit, eieren en vlees van runderen, varkens en kippen. Daartoe wordt een eigen boerenbedrijf uitgeoefend dat lokaal, eerlijk en puur voedsel produceert.

Leden Zowel natuurlijke personen als rechtspersonen kunnen lid worden. Natuurlijke personen zijn mensen van vlees en bloed. Met rechtspersonen worden hier bedrijven en hun kantines bedoeld. Nieuwe leden binden zich voor drie jaar, en daarna per jaar.

2000,- Nieuwe leden moeten zich inkopen door de aanschaf van een ledencertificaat. Hiervan wordt de nieuwe prijs elk jaar opnieuw vastgesteld. Momenteel is dat 2000 euro. Een alleenstaande die zich aanmeldt, mag soms volstaan met de aanschaf van een half certificaat. Een bedrijf dat zich aanmeldt, mag soms meer dan één certificaat kopen.

12,- Wilhelminapark sluit met elk lid een individuele overeenkomst over het aantal porties voedsel dat wekelijks wordt gekocht; deze overeenkomst wordt steeds voor een jaar aangegaan. Per certificaat geldt een minimum (2) en een maximum aantal (5) porties. Bij een half certificaat is het minimum één portie. Prijs per portie bedraagt nu 12 euro per week. Trouwens, de coöperatie spreekt in dit verband niet van porties maar van monden. Er moet dus 12 euro per mond per week betaald worden. Wie gedurende het jaar voor kortere of langere tijd minder wil afnemen, betaalt toch het volle pond. Volgens het Huishoudelijk Reglement moet zelfs voor het volle pond betaald worden als de coöperatie tijdelijk minder aanbod heeft dan overeengekomen, bijvoorbeeld door een slechte oogst. Volgens het Burgerlijk Wetboek mag een coöperatie overeenkomsten alleen wijzigen als dit duidelijk in die overeenkomst zelf staat; een bepaling in het reglement is daarvoor dus niet genoeg.

U.A. De coöperatie heet voluit Herenboeren Wilhelminapark Coöperatie U.A. Die laatste twee letters – U.A. – betekenen volgens het Burgerlijk Wetboek dat leden en oud-leden niet hoeven bij te dragen in een eventueel tekort, dat er na ontbinding van de coöperatie blijkt te zijn. U.A. is de wettelijke afkorting voor uitsluiting van aansprakelijkheid.

Monden Een lid dat opzegt, heeft niet zonder meer recht op teruggave van zijn inleg, de 2000 euro. Recht op teruggave is er pas bij een wachtlijst én iemand hierop daadwerkelijk lid. Zonder wachtlijst is er alleen recht op teruggave als de opzegger zelf een nieuw lid aanbrengt. De boerderij van de coöperatie kan volgens eigen zeggen maximaal 500 monden voeden. Wie zich hierna aanmeldt, komt op de wachtlijst.

ALV Elk jaar moet er minstens één algemene (leden) vergadering worden gehouden. Elk lid mag in deze ALV het woord voeren en een stem uitbrengen; de levenspartner mag ook aanwezig zijn. De meeste leden hebben één heel certificaat, en daarmee één stem. Wie een half certificaat heeft, heeft slechts een halve stem. Wie meer certificaten heeft, heeft evenzoveel meer stemmen: wie drie certificaten heeft, heeft dus drie stemmen. Juridisch is dat in orde.

1/10 Gezinnen zullen één stem of een halve stem hebben terwijl bedrijven meer stemmen kunnen hebben. De coöperatie wil voorkomen dat één of enkele leden te veel zeggenschap krijgen. Daarom mag hooguit 1/10 van alle uit te geven (hele) certificaten in handen zijn van leden met meer dan één heel certificaat, bedrijven dus. Als er slechts één bedrijf dat meer dan één certificaat heeft, dan mag dit bedrijf 10% van de certificaten bezitten. Als er meerdere bedrijven zijn met elk meer dan één certificaat, dan mogen zij samen 10% van de certificaten bezitten. Daarbij gaat het om 10% van het maximaal uit te geven (hele) certificaten: zolang nog niet alle uit te geven certificaten daadwerkelijk zijn uitgegeven, mogen deze bedrijven meer dan 10% van de certificaten bezitten!

Reglement Deze regeling waarbij hooguit 10% van alle stemmen in handen is van leden met meer stemmen, is niet opgenomen in de Statuten. Wel in het Huishoudelijk Reglement. Wijziging van de regeling is mogelijk, bijvoorbeeld door haar helemaal af te schaffen zodat leden met meer stemmen voortaan de meerderheid van alle stemmen mogen hebben. Voor wijziging is slechts een reglementswijziging nodig, geen statutenwijziging en dus evenmin medewerking van de notaris. Wat is wél nodig om de 10%-regeling te wijzigen/af te schaffen? Ten eerste medewerking van het bestuur: zonder hun medewerking is een voorstel voor reglementswijziging onmogelijk. Ten tweede moet uit de vooraf toegestuurde agenda voor de ALV duidelijk blijken dat wordt voorgesteld om het reglement te wijzigen en wat dit voorstel inhoudt.

Referendum Ten derde kan alleen tot reglementswijziging worden besloten met een versterkte meerderheid van 2/3 van de ALV. Er worden geen eisen gesteld aan het aantal leden dat op die vergadering aanwezig is. Dat is weliswaar heel praktisch, maar waarom is er niet voor gekomen om reglementswijzigingen die grote gevolgen kunnen hebben voor de interne machtsverhoudingen per referendum aan de leden voor te leggen? Dan zullen er veel meer leden zijn die daadwerkelijk hun stem uitbrengen dan de leden die aanwezig zijn op de ALV.

Statuten Ook na reglementswijziging heeft een lid/bedrijf geen recht op aanschaf van meer certificaten (en dus meer stemmen): het bestuur beslist volgens de Statuten namelijk óf zo’n verzoek al dan niet wordt gehonoreerd. Een reglementswijziging kan dit niet veranderen.

Teeltplan De ALV besluit niet alleen over eventuele reglementswijzigingen. Maar bijvoorbeeld ook over de prijs die nieuwe leden voor een certificaat moeten betalen. En over de wekelijkse bijdrage die in het nieuwe kalenderjaar per mond moet worden betaald. En over het jaarplan en bijbehorende begroting: wat de boer in het volgende jaar gaat telen. De ALV kiest bovendien het bestuur van de coöperatie. Men moet lid zijn om bestuurslid te kunnen worden. De voorzitter wordt in functie benoemd. Bestuursleden worden voor drie jaar benoemd, maar ze kunnen tussentijds worden ontslagen of geschorst door de ALV.

Bestuur Het bestuur gaat er bijvoorbeeld over wie de boer wordt. De boer hoeft geen lid te zijn. Hij doet zijn werk onder toezicht en verantwoordelijkheid van het bestuur. Daartoe geeft het hem een schriftelijke instructie die weer in lijn is met het jaarplan dat op de ALV is vastgesteld. Het bestuur neemt haar besluiten met meerderheid van stemmen; alleen als de meerderheid present is, kunnen geldige besluiten genomen worden. Bestuursleden zijn allemaal vrijwilligers.

De boer De boer is geen vrijwilliger: hij wordt beloond voor zijn werk. Op verzoek moet hij de bestuursvergaderingen en ALV’s bijwonen.

BRONNEN:

”Coöperatie”

Artikel 53 van het (Tweede Boek van het) Burgerlijk Wetboek luidt (gedeeltelijk): De coöperatie is een bij notariële akte als coöperatie opgerichte vereniging. Zij moet zich blijkens de statuten ten doel stellen in bepaalde stoffelijke behoeften van haar leden te voorzien krachtens overeenkomsten, anders dan van verzekering, met hen gesloten in het bedrijf dat zij te dien einde te hunnen behoeve uitoefent of doet uitoefenen.

Artikel 26 lid 3 luidt: Een vereniging mag geen winst onder haar leden verdelen.

Artikel 53a luidt (gedeeltelijk): De bepalingen van de vorige titel zijn, met uitzondering van (artikel) 26 lid 3, op de coöperatie van toepassing, voor zover daarvan in deze titel niet wordt afgeweken

12,-”

Artikel 59 van het Tweede Boek van het Burgerlijk Wetboek luidt: Lid 1. Coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen zijn niet bevoegd door een besluit wijzigingen in de met haar leden in de uitoefening van haar bedrijf aangegane overeenkomsten aan te brengen, tenzij zij zich deze bevoegdheid in de overeenkomst op duidelijke wijze hebben voorbehouden. Een verwijzing naar statuten, reglementen, algemene voorwaarden of dergelijke, is daartoe niet voldoende. Lid 2. Op een wijziging als in het vorige lid bedoeld kan de rechtspersoon zich tegenover een lid slechts beroepen indien de wijziging schriftelijk aan het lid was medegedeeld.

”U.A.”

Artikel 56 van het Tweede Boek van het Burgerlijk Wetboek luidt: Een coöperatie of een onderlinge waarborgmaatschappij kan in afwijking van het in het vorige artikel bepaalde in haar statuten iedere verplichting van haar leden of oud-leden om in een tekort bij te dragen, uitsluiten of tot een maximum beperken. De leden kunnen hierop slechts een beroep doen, indien de rechtspersoon aan het slot van zijn naam in het eerste geval de letters U.A. (uitsluiting van aansprakelijkheid), en in het tweede geval de letters B.A. (beperkte aansprakelijkheid) heeft geplaatst. Een rechtspersoon waarop de eerste zin niet is toegepast, plaatst de letters W.A. (wettelijke aansprakelijkheid) aan het slot van zijn naam. De genoemde rechtspersonen zijn, behoudens in telegrammen en reclames, verplicht haar naam volledig te voeren.

Artikel 55 luidt (gedeeltelijk): Zij die bij de ontbinding leden waren, of minder dan een jaar te voren hebben opgehouden leden te zijn, zijn tegenover de rechtspersoon naar de in de statuten aangegeven maatstaf voor een tekort aansprakelijk; wordt een coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij ontbonden door haar insolventie nadat zij in staat van faillissement is verklaard, dan wordt de termijn van een jaar niet van de dag der ontbinding, maar van de dag der faillietverklaring gerekend. De statuten kunnen een langere termijn dan een jaar vaststellen.

”ALV”

Artikel 38 van het Tweede Boek van het Burgerlijk Wetboek luidt (gedeeltelijk): Behoudens het in het volgende artikel bepaalde, hebben alle leden die niet geschorst zijn, toegang tot de algemene vergadering en hebben daar ieder één stem; een geschorst lid heeft toegang tot de vergadering waarin het besluit tot schorsing wordt behandeld, en is bevoegd daarover het woord te voeren. De statuten kunnen aan bepaalde leden meer dan één stem toekennen.

”Referendum”

Artikel 39 van het Tweede Boek van het Burgerlijk Wetboek luidt (gedeeltelijk): De statuten kunnen bepalen dat bepaalde besluiten van de algemene vergadering aan een referendum zullen worden onderworpen. De statuten regelen de gevallen waarin, de tijd waarbinnen, en de wijze waarop het referendum zal worden gehouden. Hangende de uitslag van het referendum wordt de uitvoering van het besluit geschorst.

Nieuwe fractie in Brits Lagerhuis: The Independent Group

DINSDAG 26 FEBRUARI 2019 Vorige week hebben enkele Members of Parliament uit het Britse Lagerhuis een nieuwe fractie opgericht: The Independent Group of Members of Parliament (TIG). De fractieleden komen uit de fracties van de Labour Party en de Conservative Party, respectievelijk 246 en 310 MP’s. De TIG-fractie bestaat momenteel uit elf MP’s, maar staat open voor nieuwkomers en voor samenwerking met bijvoorbeeld de even grote Liberal Democrats. Wat de elf TIG MP’s onder andere verbindt, is dat ze bij de Europese Unie willen blijven, maar deze pro-EU houding is zeker niet het enige.

Leader of the Party TIG is geen politieke partij. Daarvoor is namelijk registratie nodig bij de Electoral Commission. Zonder zo’n registratie staat de naam TIG – of een andere partijnaam – niet op het stembiljet bij verkiezingen voor het Lagerhuis. Registratie mag niet zonder dat er een officiële Leader of the Party is. Officieel is er nog geen, al is Chuka Umunna (ex Labour) een groot kanshebber. Leader of the Party is bij de Labour Party, de Conservative Party en de Liberal Democrats de politiek leider van de partij. Umunna zegt in The Guardian dat hij liefst al eind van dit jaar een politieke partij zou willen oprichten.

Statuten In de statuten van deze drie politieke partijen wordt onder andere geregeld wie zich kandidaat mag stellen als Leader (of the Party) en wie beslist welke kandidaat het wordt.

Conservative Party In de Conservative Party wordt de Leader gekozen door degenen die al enige tijd – enkele maanden – lid zijn. Ik heb geen lidmaatschapseisen zoals minimumleeftijd of nationaliteit gevonden, maar wel dat het partijbestuur iemand mag weigeren als lid. Niet alleen mensen (individuals) maar ook lokale afdelingen en verwante organisaties kunnen lid worden. Maar alleen individuals mogen hun stem uitbrengen bij de verkiezing van de Leader. De kandidaat die meer dan de helft van de uitgebrachte stemmen krijgt, is de winnaar. Als er maar één kandidaat is, heeft zij of hij automatisch gewonnen. Een kandidaat moet in elk geval fractielid zijn van de Conservative Party in het Lagerhuis. Trouwens, de statutaire naam van de Conservative Party luidt Conservative and Unionist Party.

Labour Party In de Labour Party wordt de Leader niet alleen gekozen door de leden, maar ook door de affiliated supporters en registered supporters: in totaal meer dan een half miljoen! Iedereen vanaf 14 jaar mag lid worden; wie geen Brit is, mag na een jaar (rechtmatig) verblijf lid worden. Affiliated supporters zijn de leden van sommige vakbonden; ik weet niet wat nodig is om registered supporter te worden. De stemgerechtigde mag op meer kandidaten een stem uitbrengen, maar dan moet hij wel een rangorde aanbrengen tussen de kandidaten. Winnaar is de kandidaat die bij meer dan de helft van de uitgebrachte stemmen bovenaan staat. Alleen een lid van de fractie in het Lagerhuis mag zich kandidaat stellen; de kandidaat moet bovendien steunverklaringen hebben van 1/10 van de fractieleden in Lagerhuis en Europees Parlement. De Party Conference speelt ook een rol bij deze verkiezing, maar het is mij niet duidelijk welke dat is. De Party Conference is de vergadering van afgevaardigden, van onder andere vakbonden, partijafdelingen, vrouwenorganisaties en jongerenorganisaties. Trouwens, vier van de acht parlementariërs die uit de fractie stapten, waren óók MP’s voor de Co-operative Party. Dat is een andere partij dan de Labour Party. Beide werken wel intensief samen; zo maken alle MP’s van de Co-operative Party deel uit van de Labour Party fractie.

Liberal Democrats Hierin wordt de Leader gekozen door de huidige leden en degenen die tot voor kort – drie maanden geleden – lid waren. Iedereen kan lid worden; uitdrukkelijk worden er geen leeftijdseisen gesteld aan het lidmaatschap, tenminste niet om te stemmen voor de Leader. Ook hier kan een lid zijn stem op meerdere kandidaten uitbrengen, als hij een rangorde tussen hen aanbrengt. Alleen een partijlid dat lid is van de fractie van het Lagerhuis kan zich kandidaat stellen. De kandidaat moet de steun hebben van 1/10 van zijn fractiegenoten en bovendien van 200 gewone leden verdeeld over 20 lokale partijafdelingen en jongeren- en studentenorganisaties binnen de partij.

BRONNEN:

Onderstaande Britse wetgeving is overgenomen van legislation.gov.uk.

Contains public sector information licensed under the Open Government Licence v3.0.

”Leader of the Party”

Section 22 van de Political Parties, Elections and Referendums Act 2000 luidt (gedeeltelijk): (1) Subject to subsection (4), no nomination may be made in relation to a relevant election unless the nomination is in respect of (a) a person who stands for election in the name of a qualifying registered party; or (b) a person who does not purport to represent any party; or (c) a qualifying registered party, where the election is one for which registered parties may be nominated.

Section 24 luidt (gedeeltelijk): (1) For each registered party there shall be— (a) a person registered as the party’s leader; (b) a person registered as the party’s nominating officer; and (c) a person registered as the party’s treasurer; but the person registered as leader may also be registered as nominating officer or treasurer (or both). (2) The person registered as a party’s leader must be—(a) the overall leader of the party; or(b) where there is no overall leader of the party, a person who is the leader of the party for some particular purpose.

Section 28 luidt (gedeeltelijk): (1) A party may apply to be registered under this Part by sending to the Commission an application which (a) complies with the requirements of Part I of Schedule 4,

”Conservative Party”

Artikelen 1, 4, 10 en 17 van de Constitution (2009) plus artikelen 1, 4, 5 en 6 van Schedule 2 en artikel 3 van Schedule 6

”Labour Party”

Clauses I onder 3, VII onder 1 en VI onder 1 en 2 van Chapter One, Clause I onder 1, 2 en 3 van Chapter Two, Clause II onder 2 van Chapter Four en Clause II van Chapter Five, uit het Labour Party Rule Book 2018

”Liberal Democrats”

Artikelen 1.1, 2.9, 3.1, 3.2 en 17.1 van de Federal Constitution of the Liberal Democrats (September 2018) en artikelen 2, 7 en 15 van de Leadership Election Regulations.

CDA-congres en de regeling van het kinderpardon

DINSDAG 12 FEBRUARI 2019 Het CDA heeft afgelopen zaterdag haar partijcongres – ledenvergadering – gehouden in de Amsterdamse Kromhouthal. Op de agenda stond onder andere de regeling van het kinderpardon. CDA is een regeringspartij met 19 zetels in de Tweede Kamer. Wat is er besloten?

Pardon De regeling van het kinderpardon is een regeling waardoor iemand in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning als hij of zijn ouders op of voor zijn 13e asiel hebben aangevraagd en daarna ons land niet meer hebben verlaten. In de afgelopen jaren hebben maar weinig asielzoekers daadwerkelijk zo’n verblijfsvergunning gekregen. De IND heeft hun aanvraag veelal geweigerd, omdat ouders zich na de asielprocedure enige tijd aan het toezicht van de overheid hebben onttrokken of niet genoeg hebben meegewerkt aan vertrek uit Nederland.

Congres Elk partijlid mag volgens de CDA-statuten het partijcongres bezoeken en er zijn stem uitbrengen; ieder heeft één stem. Dit lidmaatschap staat open voor iedereen vanaf 14 jaar (!) die de Nederlandse nationaliteit bezit. Ik weet niet hoeveel leden het congres van afgelopen zaterdag hebben bezocht, maar voor geldige besluitvorming voldoet de aanwezigheid van 75 leden. Een besluit wordt genomen met een gewone meerderheid van stemmen, dus de helft plus één.

Resoluties Het congres van afgelopen zaterdag heeft zich onder andere gebogen over resoluties. Die resoluties gaan bijvoorbeeld over de proeftijd in het arbeidsrecht, studieschuld, AOW, asbest, energietransitie en over de regeling van het kinderpardon. 25 leden mogen gezamenlijk een resolutie voorleggen aan het partijcongres, die het vervolgens bespreekt en ten slotte over besluit om hem al dan niet aan te nemen. Niet alleen (25) leden maar ook elke provinciale of gemeentelijke afdeling mag een resolutie voorleggen. Ook het jongeren- en het vrouwennetwerk van de partij mogen dat doen, tenzij het bestuur bezwaar maakt. Afgelopen zaterdag zijn er 17 resoluties voorgelegd. Elke resolutie wordt samen met een preadvies van het partijbestuur voorgelegd; dat preadvies kan luiden overnemen, gewijzigd overnemen of niet overnemen.

Geworteld 4 van die 17 resoluties zijn ingediend door individuele leden. Dat is ook het geval met de twee resoluties over de regeling van het kinderpardon. De ene heet Oplossing voor in Nederland gewortelde kinderen; deze is ingediend door ruim 100 individuele leden plus enkele provinciale en gemeentelijke afdelingen en het vrouwennetwerk. De andere Snelle oplossing voor met uitzetting bedreigde gewortelde kinderen is ingediend door ongeveer 30 individuele leden. Het preadvies luidt voor beide overnemen.

Tweede Kamer Uit de krant heb ik begrepen dat de eerstgenoemde resolutie is aangenomen, per acclamatie. Ik beperk me nu in deze bijdrage tot deze resolutie. In Oplossing voor in Nederland gewortelde kinderen worden twee oproepen gedaan aan de eigen Tweede Kamerfractie. Ten eerste: de regeling moet voor bestaande gevallen aanzienlijk worden versoepeld; gevallen waarin de vergunning is geweigerd moeten worden heroverwogen. Die regeling is opgenomen in de Vreemdelingencirculaire, dat is een beleidsregel. Ten tweede: de oproep dat in 2019 nieuwe, uitvoerbare wetgeving wordt uitgewerkt waardoor toekomstige verblijfsrechtelijke procedures voor gezinnen met kinderen binnen vijf jaar worden afgerond. Met andere woorden: ervoor zorgen dat dit jaar een wet met zekere inhoud tot stand komt.

Statuten Het partijcongres mag op grond van de statuten het politieke beleid van de Tweede Kamerfractie bespreken en toetsen, en het mag ook resoluties aannemen over vraagstukken van politiek beleid.

Grondwet Maar zou deze statutaire bevoegdheid in strijd kunnen komen met de Grondwet? In de resolutie wordt de Tweede Kamerfractie opgeroepen om (zich in te spannen) een nieuwe wet met een zekere inhoud tot stand te brengen. Hoe verhoudt zich deze oproep tot het lastverbod van Kamerleden? Kamerleden moeten volgens de Grondwet namelijk stemmen zonder last! Kamerleden moeten hun stem dus in elk geval uitbrengen zonder opdracht van het partijbestuur of de ledenvergadering/partijcongres. Dat geldt natuurlijk niet alleen voor het uitbrengen van hun stem, maar voor al hun werkzaamheden in de Kamer, inclusief de indiening van wetsvoorstellen en de mondelinge of schriftelijk bijdrage die aan wetsvoorstellen wordt geleverd. De (leden van de) Tweede Kamerfractie zijn dus niet juridisch gebonden aan de oproep uit de resolutie om een wet met zekere inhoud tot stand te brengen. Echter, de Grondwet laat eenieder vrij – zeker ook het partijcongres – om bij Kamerleden zo’n oproep te doen. Bovendien: Kamerleden mogen er natuurlijk wel gevolg aan geven.

Staatssecretaris Resoluties moeten geruime tijd voor de dag van het partijcongres worden ingediend bij het partijbestuur. De Tweede Kamerfractie moet daarom al in januari op de hoogte zijn geweest van de resolutie. De fractie heeft al in de loop van januari binnen de coalitie aangedrongen op aanzienlijke versoepeling van de regeling van het kinderpardon op bestaande gevallen; ze heeft dus niet de stemming van afgelopen zaterdag afgewacht. Eind januari heeft dit ertoe geleid dat de staatssecretaris de regeling van het kinderpardon in de Vreemdelingencirculaire heeft herzien. Tot zover de eerste oproep. Ik weet niet of er in verband met de tweede oproep (bij de fractie) plannen zijn om stappen te maken.

BRONNEN:

pardon

De oude regeling van het kinderpardon in de Vreemdelingencirculaire (tot 29 januari):

https://wetten.overheid.nl/BWBR0012289/2019-01-01/#Circulaire.divisieB9_Circulaire.divisie6

Vindplaatsen Statuten en Huishoudelijk Reglement (2018) van het CDA:

https://d2vry01uvf8h31.cloudfront.net/CDA/Documenten/2018/Diverse/CDA%20Statuten%20%26%20Huishoudelijk%20Reglement%20%282018%29.pdf

”Congres”

Zie achtereenvolgens de artikelen 33, 7, 102 van de CDA-statuten en artikel 22 van het Huishoudelijk Reglement en de artikelen 5, 104 en 103 van weer de statuten.

”Resoluties”

Zie artikel 23 Huishoudelijk Reglement van het CDA.

”Statuten”

Artikel 34 van de CDA-statuten

”Grondwet”

Artikel 67 Grondwet luidt (gedeeltelijk): De (Kamer)leden stemmen zonder last.

”Staatssecretaris”

De nieuwe regeling van het kinderpardon in de Vreemdelingencirculaire (vanaf 29 januari):

https://ind.nl/over-ind/Paginas/Alles-over-de-Regeling-langdurig-verblijvende-kinderen.aspx

Energiecoöperatie Betuwewind

MAANDAG 21 JANUARI 2019 Vorige week stond er een interview in de krant met de voorzitter van energiecoöperatie Betuwewind. Het interview ging over problemen met de energietransitie in Nederland, zoals dat sommige regionale netbeheerders onvoldoende capaciteit hebben om alle lokale initiatieven voor teruggeleverde stroom uit zonneweiden en windparken af te nemen (zie http://staatsrechtpraktijk.nl/?p=609). Wat doet energiecoöperatie Betuwewind en hoe is het (juridisch) ingericht?

Burgerwind Energiecoöperatie Burgerwind – dat is de officiële naam – gaat zeven windmolens bouwen in (de buurt van) het Gelderse Geldermalsen. De molens gaan naar verwachting eind dit jaar stroom leveren. Overigens is Geldermalsen sinds begin dit jaar deel gaan uitmaken van de nieuwe gemeente West Betuwe.

Coöperatie Burgerwind is een coöperatie. Dat is een vereniging. De coöperatie heeft als elke vereniging leden. Burgerwind heeft 900 leden. Een coöperatie is een bijzondere vereniging. Het heeft namelijk een bedrijf dat met elk lid een overeenkomst sluit en op die manier voorziet in een stoffelijke behoefte van hen. De stoffelijke behoefte waarin Burgerwind voorziet bij haar leden is het leveren van door de molens opgewekte windenergie. De eventuele winst wordt onder de leden verdeeld.

Lenen De overeenkomst die Burgerwind met leden tekent, is een overeenkomst van geldlening: een lid leent (aan) Burgerwind minstens 50 euro en ontvangt daarover (van Burgerwind) jaarlijks een rentevergoeding. Leden mogen ook (veel) meer dan 50 euro lenen, al dan niet verspreid over een langere periode. De rentevergoeding is een bepaald percentage van het geleende bedrag. Dat kan nul zijn: geen rentevergoeding dat jaar dan!

Leden Zowel particulieren als ondernemingen kunnen lid worden. Het bestuur beslist over hun aanvraag. Dit zijn de leden die spreekrecht én stemrecht hebben in de algemene vergadering. Elk van hen heeft één stem, ongeacht het geleende bedrag; of een lid 5.000 euro of 50 euro heeft geleend, hij heeft maar één stem.

ALV Leden oefenen hun stemrecht uit in de algemene vergadering, de ALV. Besluiten worden genomen met een gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Er geldt geen quorumeis. Voldoende is dat van de aanwezige leden de helft plus een vóór een voorstel stemt. De algemene vergadering besluit bijvoorbeeld wat het te vergoeden rentepercentage is van het voorbije jaar. Ook mag het voor de toekomst een maximum leenbedrag per lid instellen. Het besluit tevens over het geleende bedrag dat op korte termijn gaat worden afgelost. Én natuurlijk kiest en benoemt het het bestuur van de coöperatie. Bestuursleden moeten lid zijn. Het bestuur doet de ALV voorstellen voor het te vergoeden rentepercentage en voor het bedrag dat gaat worden afgelost.

B.A. Leden van een coöperatie zijn op grond van het Burgerlijk Wetboek aansprakelijk voor de eventuele financiële tekorten van de coöperatie. Zij kunnen na faillissement worden aangesproken om de resterende schulden uit hun privégelden te voldoen. Ze lopen dus niet alleen het risico dat ze hun lening niet terugkrijgen! Deze privé-aansprakelijkheid is in beginsel onbeperkt. Echter, in de statuten van de coöperatie kan ze worden beperkt. De leden mogen daarop t.z.t. bij faillissement een beroep doen, mits in de naam van de coöperatie de letters B.A. voorkomen. Dat is de afkorting voor beperkte aansprakelijkheid. Burgerwind heeft de ledenaansprakelijkheid statutair beperkt én haar officiële naam is Burgerwindcoöperatie West-Betuwe B.A. Particulieren zijn statutair aansprakelijk tot 1.000 euro en ondernemingen zijn het tot 10.000 euro. Het maakt daarbij niet uit hoeveel een particulier (of onderneming) heeft geleend: de aansprakelijkheid is altijd tot 1.000 euro (of 10.000 euro).

BRONNEN:

”Coöperatie ”

Artikel 53 van het Burgerlijk Wetboek (Tweede Boek) luidt (gedeeltelijk): De coöperatie is een bij notariële akte als coöperatie opgerichte vereniging. Zij moet zich blijkens de statuten ten doel stellen in bepaalde stoffelijke behoeften van haar leden te voorzien krachtens overeenkomsten, anders dan van verzekering, met hen gesloten in het bedrijf dat zij te dien einde te hunnen behoeve uitoefent of doet uitoefenen.

Zie verder artikel 2.3 van de Statuten van de Burgerwindcoöperatie West-Betuwe.

”Lenen”

Zie artikelen 1 en 2 van het Leningreglement van de Burgerwindcoöperatie West-Betuwe.

‘Leden”

Zie artikelen 4.1 en 4.3 en 4.4 en 16.1 van de Statuten van de Burgerwindcoöperatie West-Betuwe.

”ALV”

Zie artikelen 1 en 2 en 3 en 4 en 7 en 8 en 9 en 10 en 12 van het Leningreglement van de Burgerwindcoöperatie West-Betuwe.

Zie artikel 16.3 van de Statuten van de Burgerwindcoöperatie West-Betuwe..

Artikel 37 van het Burgerlijk Wetboek (Tweede Boek) luidt (gedeeltelijk): Het bestuur wordt uit de leden benoemd, De statuten kunnen echter bepalen dat bestuurders ook buiten de leden kunnen worden benoemd.

Artikel 53a luidt (gedeeltelijk): De bepalingen van de vorige titel zijn (..) op de coöperatie van toepassing, voor zover daarvan in deze titel niet wordt afgeweken.

Zie verder artikel 10 van de Burgerwindcoöperatie West-Betuwe.

”B.A.”

Artikel 55 van het Burgerlijk Wetboek (Tweede Boek) luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Zij die bij de ontbinding leden waren, of minder dan een jaar te voren hebben opgehouden leden te zijn, zijn tegenover de rechtspersoon naar de in de statuten aangegeven maatstaf voor een tekort aansprakelijk; wordt een coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij ontbonden door haar insolventie nadat zij in staat van faillissement is verklaard, dan wordt de termijn van een jaar niet van de dag der ontbinding, maar van de dag der faillietverklaring gerekend. De statuten kunnen een langere termijn dan een jaar vaststellen. Lid 2. Bevatten de statuten niet een maatstaf voor ieders aansprakelijkheid, dan zijn allen voor gelijke delen aansprakelijk. Lid 3. Kan op een of meer van de leden of oud-leden het bedrag van zijn aandeel in het tekort niet worden verhaald, dan zijn voor het ontbrekende de overige leden en oud-leden, ieder naar evenredigheid van zijn aandeel, aansprakelijk. Deze aansprakelijkheid bestaat ook, indien de vereffenaars afzien van verhaal op een of meer leden of oud-leden, op grond dat door de uitoefening van het verhaalsrecht een bate voor de boedel niet zou worden verkregen. Indien de vereffening geschiedt onder toezicht van personen, door de wet met dat toezicht belast, kunnen de vereffenaars van dat verhaal slechts afzien met machtiging van deze personen.

Artikel 56 luidt (gedeeltelijk): Een coöperatie of een onderlinge waarborgmaatschappij kan in afwijking van het in het vorige artikel bepaalde in haar statuten iedere verplichting van haar leden of oud-leden om in een tekort bij te dragen, uitsluiten of tot een maximum beperken. De leden kunnen hierop slechts een beroep doen, indien de rechtspersoon aan het slot van zijn naam in het eerste geval de letters U.A. (uitsluiting van aansprakelijkheid), en in het tweede geval de letters B.A. (beperkte aansprakelijkheid) heeft geplaatst. Een rechtspersoon waarop de eerste zin niet is toegepast, plaatst de letters W.A. (wettelijke aansprakelijkheid) aan het slot van zijn naam.

Zie verder artikelen 1.1 en 9.1 en 9.3 van de Statuten van de Burgerwindcoöperatie West-Betuwe: De Coöperatie draagt de naam: Burgerwindcoöperatie West-Betuwe B.A.

Statuten

https://www.betuwewind.nl/wp-content/uploads/2018/04/20180404-Statuten-BBC-W-B-B.A.-publiek-.pdf

Leningreglement

https://www.betuwewind.nl/wp-content/uploads/2018/05/Leenreglement-BWCWB-ALV-20180220-1.pdf