Het demissionaire kabinet Rutte III

DINSDAG 20 APRIL 2021Hoewel er sinds de Tweede Kamerverkiezingen van 17 maart dit jaar intensief overlegd is over de vorming van een nieuw kabinet, is dit nog niet in zicht. In de tussentijd is het evenmin zo dat Nederland zonder kabinet is. Het kabinet dat na de voorlaatste verkiezingen – in 2017 – is gevormd is er namelijk nog steeds. Dat is het kabinet Rutte III. Al is dat nu wel een demissionair kabinet geworden. Wat is een demissionair kabinet?

ONTSLAG Een demissionair kabinet is een kabinet dat collectief zijn ontslag heeft aangeboden aan de Koning. Zo’n aangeboden ontslag is nog geen aftreden. Een afgetreden kabinet is een kabinet dat er niet meer is, en dat dus niet meer vergadert, besluiten neemt of in het parlement spreekt. Een demissionair kabinet is (nog) niet afgetreden, en gaat zolang door met vergaderen, besluiten nemen en in het parlement spreken. Een demissionair kabinet treedt pas af als er een nieuw kabinet is gevormd.

CONTROVERSIËLE EN LOPENDE ZAKEN Wat is het verschil tussen een demissionair kabinet en een gewoon (missionair) kabinet? Een demissionair kabinet zou geen omstreden of controversiële zaken mogen behandelen. Het zou alleen lopende zaken mogen afhandelen. Maar wat is een controversiële zaak en wat is een lopende zaak?

LOPENDE ZAKEN Zelf verklaarde premier Rutte op 15 januari – de dag dat het kabinet demissionair werd – dat het kabinet ‘in elk geval doorgaat met de strijd tegen het coronavirus en met het opvangen van de economische en maatschappelijke gevolgen daarvan door middel van bestaande en aangekondigde steunpakketten. En ook dat het kabinet blijft werken aan snelle compensatie voor de getroffen ouders in de (kinderopvang)toeslagenaffaire.’ Dat zouden dan geen controversiële zaken betreffen maar slechts de afhandeling van lopende zaken.

CONTROVERSIËLE ZAKEN De Tweede Kamer en de Eerste Kamer hebben elk een lijst vastgesteld waarop o.a. wetsvoorstellen staan die zij controversieel hebben verklaard. De Kamer zal die wetsvoorstellen niet verder behandelen zolang het kabinet demissionair is. Pas na de officiële installatie van een nieuw kabinet wordt de parlementaire behandeling van die wetsvoorstellen weer opgepakt. De Kamers mogen zulke lijsten zelfstandig vaststellen, want (alleen) zijzelf gaan over hun agenda. Het is de meerderheid die beslist wat er op de lijst komt te staan. Het voornaamste criterium dat de Tweede Kamer voor het al dan niet controversieel verklaren tussen 1994 en 2012 blijkt te hanteren is behoud van keuzevrijheid voor het nieuwe kabinet. De Tweede Kamer heeft op 11 februari jl. een lange lijst van controversiële wetsvoorstellen vastgesteld. Dat was dus de oude Tweede Kamer, die van vóór de verkiezingen. Op die lijst staat bijvoorbeeld een wetsvoorstel om het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering te wijzigen. In dit wetboek wordt o.a. de wijze van procederen in civiele zaken geregeld, dat zijn zaken waarin de ene burger de andere burger voor de rechter daagt. In het wetsvoorstel worden voorstellen gedaan om de bewijsregels te vereenvoudigen en te moderniseren. De Tweede Kamer heeft dat wetsvoorstel dus controversieel verklaard.

LOPENDE ZAAK? Is het dan niet merkwaardig dat het kabinet zo’n twee weken geleden een wetsvoorstel voor een geheel nieuw Wetboek van Strafvordering voor advies naar de Raad van State heeft gestuurd? Het nieuwe wetboek zal in de plaats komen van het huidige Wetboek van Strafvordering, dat bestaat uit meer dan elfhonderd wetsartikelen. Daarin worden onderwerpen geregeld als de bevoegdheden van politie en justitie en de rechten van verdachten, advocaten en slachtoffers. In het voorstel voor een nieuw wetboek worden o.a. de opsporingsbevoegdheden van de politie uitgebreid. Kan zo’n voorstel voor een nieuw wetboek nog worden gezien als het afdoen van een lopende zaak, zou het echt niet controversieel zijn? Het kabinet vindt het blijkbaar niet controversieel. Na het advies van de Raad van State gaat een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer. De lijst die de oude Tweede Kamer op 11 februari heeft vastgesteld kan natuurlijk worden aangepast. We zullen zien of de Kamer dit wetsvoorstel aan haar lijst zal toevoegen. De meerderheid van de (nieuwe) Tweede Kamer beslist hierover. Na de verkiezingen van maart zijn de politieke verhoudingen veranderd. Weliswaar heeft de oude coalitie haar meerderheid behouden, maar daarbinnen zijn de onderlinge krachtverhoudingen veranderd (zo heeft de VVD het CDA nu minder zetels en D66 veel meer) en bovendien is het nog maar zeer de vraag of de huidige coalitie überhaupt zal worden voortgezet (een andere coalitie impliceert een andere parlementaire meerderheid). Daardoor zal het nieuwe kabinet waarschijnlijk heel andere keuzes willen maken dan het huidige kabinet, bijvoorbeeld voor een nieuw Wetboek van Strafvordering. Daarom zouden we kunnen verwachten dat de Tweede Kamer ook dat wetsvoorstel controversieel verklaart.

DEMISSIONAIR OP VERZOEK Het kabinet Rutte III heeft op 15 januari zijn ontslag aangeboden aan de Koning, omdat ‘’op alle niveaus, door het hele politiek-bestuurlijk-juridische systeem, fouten zijn gemaakt die ertoe hebben geleid dat duizenden ouders groot onrecht is aangedaan’’. Het gaat hier uiteraard over de toeslagenaffaire.

DEMISSIONAIR OMDAT HET MOET In sommige gevallen moet een kabinet zijn ontslag aanbieden. Bijvoorbeeld op de dag vóór Tweede Kamerverkiezingen. Elk zittend kabinet wordt dus na de verkiezingen demissionair. Een kabinet kan ook al (ruim) vóór verkiezingen zijn ontslag moeten aanbieden, bijvoorbeeld als het niet langer het vertrouwen krijgt van een meerderheid in de Tweede Kamer. Zo’n vertrouwensbreuk is er o.a. als de Kamer een motie van wantrouwen aanneemt.

AFTREDEN Het demissionaire kabinet Rutte III treedt in beginsel pas af als er een nieuw kabinet is gevormd. Op eigen verzoek kunnen demissionaire ministers eerder aftreden. Eric Wiebes heeft dat op 15 januari gedaan in verband met de toeslagenaffaire. Op 1 april is in de Tweede Kamer een motie van wantrouwen ingediend tegen de premier. Die motie werd net niet aangenomen: ze kreeg steun van 73 van de 150 Kamerleden (de hele oppositie). Wat als de motie wél was aangenomen? Volgens de regels van het staatsrecht moet een minister zijn ontslag aanbieden aan de Koning als de Kamer zo’n motie tegen hem aanneemt. De premier had echter net als de andere ministers al op 15 januari zijn ontslag aangeboden. Wat de motie wilde bereiken, was dat de premier daadwerkelijk zou aftreden. Trouwens, op diezelfde dag is er met ruime meerderheid wél een motie van afkeuring aangenomen. Wat deze motie leek te willen bereiken, was dat de premier op eigen verzoek zou aftreden. Maar dat heeft hij dus niet gedaan.

(Mr. Leon)

Volgend blog: donderdag 29 april

Kabinetsformatie in Duitsland en België

DONDERDAG 8 APRIL 2021 Het vorige blog ging over de kabinetsformatie in Nederland. In dit blog wordt de Nederlandse kabinetsformatie vergeleken met die bij onze zuider- en oosterburen: België en Duitsland.

BONDSDAG De Tweede Kamer heet in België Kamer van Volksvertegenwoordigers; die Kamer heeft net als bij ons land 150 leden. In Duitsland heet de Tweede Kamer Bundestag (Bondsdag). De Bondsdag heeft ruim 700 leden. België is net als Nederland een monarchie; het staatshoofd is een koning. Duitsland is een republiek; het staatshoofd is een president. In België is de ‘’regeringsleider’’ net als in Nederland de premier. In Duitsland is de bondskanselier de regeringsleider.

INFORMATEUR In Nederland wijst de Tweede Kamer de informateur aan, die in kaart brengt welke coalitie mogelijk is. In België wijst de Koning de informateur aan. Net als in ons land kan iedereen informateur worden. De Koning der Belgen is Filip. In Duitsland wordt geen informateur aangewezen. De (nieuwgekozen) lijsttrekkers en de voorzitters van hun politieke partijen (!) gaan om de tafel zitten met de andere (nieuwgekozen) lijsttrekkers en hun partijvoorzitters om te onderhandelen over een nieuwe regeringscoalitie.

FORMATEUR In Nederland wijst de Tweede Kamer (ook) de formateur aan, die de ministers uitzoekt. In België is het de Koning die (ook) de formateur aanwijst. Meestal wordt de formateur daar net als hier de nieuwe premier. In Nederland wordt de premier ook wel minister-president genoemd, in België ook wel Eerste minister. In Duitsland wordt de bondskanselier de formateur. Men wordt daar dus eerst bondskanselier en pas daarna formateur. In Nederland en België is de volgorde omgekeerd: hier wordt men eerst formateur en pas daarna premier.

NIEUWE PREMIER In Nederland ondertekenen Koning en beoogd premier het besluit waarmee de premier wordt benoemd. In België ondertekenen Koning en demissionair premier dat besluit. Belgisch premier is nu Alexander de Croo; zijn benoemingsbesluit is destijds ondertekend door Sophie Wilmès. In Duitsland wordt het besluit waarmee de bondskanselier wordt benoemd (alleen) ondertekend door de president. De huidige kanselier is Angela Merkel.

MINISTERS In Nederland ondertekenen Koning en de nieuwe premier de besluiten waarmee de ministers worden benoemd. In België gaat het net zo. In Duitsland worden de besluiten waarmee de ministers worden benoemd (alleen) ondertekend door de president. President is nu Frank-Walter Steinmeier.

In België mag een kabinet uit hooguit 15 ministers bestaan, dat is inclusief de premier. De huidige regering bestaat uit dat maximale aantal. Bovendien moeten er evenveel Nederlandstalige als Franstalige ministers zijn, de premier niet meegeteld. Nederland en Duitsland kennen dit soort eisen niet.

KAMER In Nederland kan de Tweede Kamer het hele (nieuwe) kabinet heenzenden door duidelijk te maken dat ze er geen vertrouwen in heeft, bijvoorbeeld door een motie van wantrouwen aan te nemen. In België mag een nieuw kabinet pas aan het werk gaan nadat de Kamer een motie van vertrouwen heeft aangenomen. In Duitsland is het zo dat de president altijd tot bondskanselier benoemt degene die de (meerderheid van de) Bondsdag heeft gekozen.

VERKENNER In Nederland wijst de voorzitter van de oude Tweede Kamer de verkenner(s) aan na overleg met de gekozen lijsttrekkers. In België is de Koning (zelf) die verkenner. Duitsland heeft geen (officiële) verkenner.

DE PRESIDENT in Duitsland wordt gekozen door de Bondsdag en door vertegenwoordigers van de parlementen van de deelstaten. Het koningschap in België is net als in ons land erfelijk bepaald.

(Mr. Leon)

Volgende blog: dinsdag 20 april

De kabinetsformatie

DINSDAG 30 MAART 2021 Het is twee weken geleden dat er Tweede Kamerverkiezingen waren. Morgen worden de 150 nieuwe Tweede Kamerleden beëdigd. Dan is de nieuwe Kamer geïnstalleerd. Hoe verloopt daarna de vorming van het nieuwe kabinet?

INFORMATEUR De nieuwe Tweede Kamer vergadert over de verkiezingsuitslag en wijst vervolgens een informateur aan. Informateur kan een Kamerlid zijn, maar dat hoeft niet. Het kan één informateur zijn, maar het kunnen er ook meerdere zijn. De informateur moet in kaart brengen welke kabinetten allemaal mogelijk zijn. Hij of zij krijgt daarvoor een opdracht mee, die meer of minder precies is. De Kamer beslist bij (gewone) meerderheid over de inhoud van die opdracht en wie informateur wordt.

IN 2017? Hoe ging dat bij de voorlaatste verkiezingen, die van 2017? Toen heeft de Tweede Kamer één informateur aangewezen. Dat was Edith Schippers, destijds demissionair minister (van Volksgezondheid!). Haar opdracht was nogal precies omschreven, namelijk de mogelijkheden onderzoeken van een stabiel kabinet met VVD, CDA, D66 en GroenLinks. Na twee maanden concludeerde Schippers dat zo’n kabinet niet mogelijk was. De Kamer wees toen een nieuwe informateur aan: Herman Tjeenk Willink, minister van Staat. Zijn opdracht was minder specifiek, namelijk om de mogelijkheden te onderzoeken van een kabinet dat op voldoende steun kan rekenen in de Eerste en Tweede Kamer. Na een maand concludeerde Tjeenk Willink dat (alleen) VVD, CDA, D66 en ChristenUnie bereid waren om gezamenlijk de vorming van een kabinet te onderzoeken. De Kamer wees daarop Gerrit Zalm aan als informateur, oud minister. Hij moest onderzoeken of zo’n kabinet inderdaad mogelijk was. En dat bleek het geval! Zijn onderzoek duurde trouwens even lang als dat van zijn twee voorgangers tezamen.

FORMATEUR Als de informatie is gelukt, wijst de Tweede Kamer een formateur aan. De formateur moet de ministers uitzoeken. Informatie en formatie zijn trouwens geregeld in het Reglement van Orde van de Tweede Kamer.

IN 2017? Hoe ging dat in 2017? Toen wees de Kamer Mark Rutte aan als formateur, toen net als nu ook (demissionair) minister-president. Hij moest een kabinet vormen van ministers van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie. Dat lukte binnen enkele weken. Rutte werd zelf de nieuwe minister-president: Rutte III was geboren. Het gaat sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw trouwens steeds zo dat de formateur minister-president wordt van het nieuwe kabinet. Zo was Mark Rutte ook de formateur van de kabinetten Rutte II en Rutte I. Hij zal het dus ook wel worden van Rutte IV.

MINISTERS Als de formatie is gelukt kunnen de ministers (en staatssecretarissen) worden benoemd. Wie benoemt hen? Een minister wordt volgens de Grondwet benoemd door een besluit dat zowel door de Koning als door de nieuwe minister-president wordt ondertekend.

NIEUWE MINISTER-PRESIDENT Maar wie ondertekent – naast de Koning – het besluit waarbij de nieuwe minister-president wordt benoemd? Dat is volgens de Grondwet de nieuwe minister-president zelf. Hij (of zij) wordt echter pas minister-president door het benoemingsbesluit, door de ondertekening dus. Feitelijk is hij dus ten tijde van die ondertekening nog niet de nieuwe minister-president! Hij is dan slechts de beoogde minister-president.

DEMISSIONAIRE MINISTER-PRESIDENT Als Mark Rutte straks voor de vierde keer minister-president zou worden, is hij feitelijk bij ondertekening van zijn (eigen) benoemingsbesluit wél demissionair minister-president. Dat was ook het geval toen hij minister-president werd van Rutte III en van Rutte II. Maar dat was het niet toen hij in 2010 voor de eerste keer minister-president werd. Toen was hij geen demissionair minister-president, zelfs geen demissionair minister (in het kabinet Balkenende IV).

TWEEDE KAMER Het besluit waarbij een minister wordt benoemd, is niet ondertekend door de Tweede Kamer. Heeft de Tweede Kamer dan geen invloed op wie er minister wordt? Alleszins wel! Een minister moet haar ontslag aanbieden aan de Koning, zodra blijkt dat ze niet langer het vertrouwen heeft van de (meerderheid van de) Tweede Kamer. Er zal daarom geen minister worden benoemd waarvan op voorhand duidelijk is dat zij (of hij) dat vertrouwen niet krijgt.

BORDESFOTO Nadat alle ministers zijn benoemd volgt de beëdiging van het nieuwe kabinet. Direct na de beëdiging is er gewoonlijk de bordesfoto: een officiële foto van de Koning met het volledige nieuwe kabinet op (de trappen van) het bordes naar het paleis. Laten we hopen dat tegen die tijd men daarop tegen niet meer anderhalve meter van elkaar hoeft te staan!

VERKENNER Zover is het echter nog niet, ook niet met de vorming van een nieuw kabinet. Vandaag vergadert de oude Tweede Kamer over de geloofsbrieven van de nieuwe Tweede Kamerleden (zie ook het vorige blog). Morgen wordt de nieuwe Tweede Kamer beëdigd. Die zal dan binnen een week de (eerste) informateur aanwijzen. Voorafgaand zal ze echter nog debatteren over het verslag van de verkenners. De eerste verkenners zijn al de dag na de verkiezingen aangewezen: Annemarie Jorritsma en Kajsa Ollongren, respectievelijk fractieleider van de VVD in de Eerste Kamer en demissionair minister voor D66. Verkenners verkennen de coalitiemogelijkheden door gesprekken te houden met o.a. alle fractieleiders. Jorritsma en Ollongren zijn aangewezen door de voorzitter van de Tweede Kamer, Khadija Arib, na overleg met de (voorlopig) gekozen lijsttrekkers. Zij hebben hun werkzaamheden beëindigd voordat ze alle fractieleiders hebben gesproken (‘’Positie Omtzigt. Functie elders’’). Arib heeft daarna Wouter Koolmees en Tamara van Ark aangewezen, beiden (demissionair) minister voor respectievelijk ook weer D66 en VVD. De verkenning is anders dan de informatie en de formatie niet geregeld in het Reglement van Orde van de Tweede Kamer (en evenmin ergens anders).

(Mr. Leon)

Volgende blog: donderdag 8 april

Hoe wordt de verkiezingsuitslag voor de Tweede kamer vastgesteld?

DONDERDAG 18 MAART 2021 Gisterenavond zijn rond negen uur (!) de laatste stemmen uitgebracht voor de Tweede Kamerverkiezing. Over twee weken – op woensdag 31 maart – worden de (150) leden van de nieuwe Tweede Kamer beëdigd. Wat wordt er in de tussentijd gedaan met de uitgebrachte stemmen?

GISTERENAVOND is kort ná negen uur begonnen met het tellen van de stemmen. In elk stembureau worden de stemmen geteld die daar zijn uitgebracht. De stembureaus van de gemeente Schiermonnikoog hadden gisterenavond als eerste de telling afgerond. Vanwege coronamaatregelen kan het gebeuren dat in sommige gemeenten de stemmen elders worden geteld en/of pas vandaag worden geteld. Van het tellen wordt een verslag gemaakt in de vorm van een proces-verbaal. De stembiljetten worden daarna verpakt en verzegeld.

AANSTAANDE MAANDAG stellen hoofdstembureaus vast hoeveel stemmen elke kandidaat heeft gekregen; dat gebeurt op basis van de verslagen van de stembureaus. Alle stembureaus zijn ingedeeld bij een van de twintig hoofdstembureaus. De grote steden hebben elk een eigen hoofdstembureau. Die vaststelling van een hoofdstembureau gebeurt in een vergadering. Voorzitter is de burgemeester van de gemeente waar wordt vergaderd. De andere (vier) leden zijn benoemd door de minister van Binnenlandse Zaken. Van de vergadering wordt een verslag gemaakt.

VOLGENDE WEEK VRIJDAG stelt de Kiesraad in een vergadering de officiële verkiezingsuitslag vast. Dat wil zeggen: aan welke 150 van de (veel) meer dan 1000 kandidaten een Kamerzetel is toegewezen. Deze toewijzing gebeurt op basis van de verslagen van de hoofdstembureaus. Van de vergadering wordt een verslag gemaakt. De (zeven) leden van de Kiesraad zijn benoemd door de regering.

OPENBAAR Het tellen op de stembureaus, de vergaderingen van de hoofdstembureaus en de vergadering van de Kiesraad zijn ingevolge de Kieswet openbaar. Dat betekent dat kiezers daarbij aanwezig mogen zijn. Ook politici en actieve partijleden zijn kiezers.

BEZWAAR MAKEN Een aanwezige kiezer mag tijdens de vergadering bezwaren inbrengen, bijvoorbeeld als er volgens hem sprake is van onregelmatigheden. De vergaderingen van de hoofdstembureaus en van de Kiesraad mogen volgens de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19 ook digitaal worden gehouden. In dat geval moet elke geïnteresseerde zo’n vergadering live via internet kunnen volgen en er mondeling bezwaren kunnen inbrengen.

VERKIEZINGSGESCHILLEN (1) Bezwaar maken is nog geen gelijk hebben of gelijk krijgen. Wel moeten alle bezwaren in het verslag van de betreffende vergadering worden opgenomen. Tijdens de vergadering van de Kiesraad kan de kiezer zijn bezwaar combineren met een verzoek om de stembiljetten van een of meer stembureaus opnieuw te laten tellen. De Kiesraad kan daartoe ook zonder zo’n verzoek besluiten. Bij de vorige Tweede Kamerverkiezingen in 2017 en 2012 heeft de Kiesraad geen hertelling laten uitvoeren. In 2017 had een kiezer daar wel om verzocht. Bezwaarmakers die geen gelijk krijgen, kunnen hun bezwaar echter niet aan een rechter voorleggen!

VOLGENDE WEEK ZATERDAG krijgt de kandidaat aan wie een Kamerzetel is toegewezen hiervan schriftelijk bericht. Zij moet dan laten weten of ze haar zetel al dan niet aanvaardt. Wie aanvaardt, is daarmee tot Kamerlid is benoemd.

TWEEDE KAMER Wie is benoemd tot Kamerlid heeft echter nog niet het recht gekregen om aan vergaderingen van de Tweede Kamer deel te nemen, bijvoorbeeld door daar over wetsvoorstellen het woord te voeren of te stemmen. Daarvoor moet hij eerst worden toegelaten tot de Kamer. Dat geldt voor alle 150 benoemde Kamerleden, niet alleen voor de nieuwe Kamerleden, maar ook voor de zittende Kamerleden die opnieuw zijn benoemd. Over toelating beslist de Tweede Kamer zelf. Dat is Tweede Kamer in oude samenstelling.

GELOOFSBRIEVEN Aan elke toelating gaat per Kamerlid een onderzoek vooraf: het onderzoek van de geloofsbrieven. Een speciale Tweede Kamercommissie voert dat onderzoek uit: de Commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven. Wat wordt dan onderzocht? Ten eerste of het nieuwe Kamerlid aan de (grondwettelijke) vereisten voor het Kamerlidmaatschap voldoet, zoals het hebben van de Nederlandse nationaliteit en dat ze minstens 18 jaar oud is. Ten tweede of ze geen betrekking vervult die met het Kamerlidmaatschap onverenigbaar is.

VERKIEZINGSGESCHILLEN (2) Ten derde onderzoekt deze Tweede Kamercommissie eventuele verkiezingsgeschillen, bijvoorbeeld naar aanleiding van door kiezers ingebrachte bezwaren bij (hoofd)stembureaus of Kiesraad. Dat onderzoek gebeurt op basis van de verslagen van de Kiesraad, de hoofdstembureaus en de stembureaus. In totaal meer dan 9000 verslagen! De Tweede Kamer is de instantie die deze geschillen beslecht, in plaats van de rechter. De Tweede Kamer mag opdracht geven om het tellen van de stemmen bij een of meer stembureaus over te doen (hertelling), net als de Kiesraad. Bovendien mag de Tweede Kamer opdracht geven om de stemming in een of meer stembureaus over te doen (herbestemming). Herbestemming betekent dat de kiezers in dat stembureau opnieuw kunnen gaan stemmen. Wat de Tweede Kamer uiteindelijk ook besluit, daarmee zijn de geschillen definitief beslecht: een gang naar de rechter is niet mogelijk.

WOENSDAG 31 MAART Een nieuw Kamerlid dat door de oude Tweede Kamer is toegelaten hoeft daarna alleen nog maar beëdigd te worden om met haar of zijn feitelijke werkzaamheden te kunnen beginnen, zoals het woord voeren en stemmen over wetsvoorstellen. Alle 150 Kamerleden worden op woensdag 31 maart beëdigd. Dat gebeurt in een speciale vergadering. De oude Tweede Kamerleden zijn dan inmiddels allemaal afgetreden.

(Mr. Leon)

Amerikaanse presidentsverkiezingen: kiezerskeuze of keuze kiesmannen?

DONDERDAG 12 NOVEMBER 2020 Vorige week dinsdag was de laatste dag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Er is nog geen officiële winnaar aangewezen, ook al hebben diverse kranten en omroepen in de VS Democraat Joe Biden tot winnaar uitgeroepen. Hoe vindt de officiële aanwijzing van de winnaar plaats en welke rol spelen kiesmannen hierbij?

VICE PRESIDENT Ook de zittende vicepresident heeft een rol in de officiële aanwijzing van de nieuwe president. In de Amerikaanse grondwet – de Constitution of the United States of America – staat namelijk dat de voorzitter van de Senaat de documenten (Certificates) opent waarin de uitgebrachte stemmen van de kiesmannen staan. Voorzitter van de Senaat is volgens diezelfde grondwet de vicepresident; Mike Pence is de huidige Vice President. De Senaat is een van de twee Kamers waaruit het Amerikaanse parlement bestaat; de andere Kamer is het Huis van Afgevaardigden.

STEMMEN TELLEN Hoe gaat de officiële aanwijzing van de nieuwe president verder in zijn werk? Door het tellen van de stemmen die de kiesmannen hebben uitgebracht. Die stemmen staan in de Certificates. Dit alles gebeurt in aanwezigheid van het voltallige Amerikaanse parlement. Wie de meerderheid van (de stemmen van) de kiesmannen heeft, is de officiële winnaar van de verkiezingen. Hij (of zij) is de President-Elect.

KIESMANNEN De kiesmannen kiezen de president, maar op hun beurt worden zij zelf ook gekozen. Wie kiest hen? Dat doen de deelstaten van de VS. Elke deelstaat kiest haar eigen kiesmannen, Electors genaamd. Dat gebeurt in verkiezingen waaraan alle kiezers in die deelstaat kunnen deelnemen. De Amerikaanse grondwet geeft elke Amerikaan vanaf zijn 18e kiesrecht. Een kandidaat kiesman wordt aangewezen door de politieke partijen. Daarmee is meteen duidelijk welke presidentskandidaat zijn voorkeur heeft. De kiezer brengt zijn stem op een kandidaat kiesman uit door middel van een stembiljet. Op dat stembiljet staat altijd de naam van de presidentskandidaat die de kiesman graag ziet winnen. In de meeste deelstaten wordt de naam van de kiesman zelf niet op het stembiljet vermeld. Daardoor zijn veel kiezers zich er niet van bewust dat ze eigenlijk op een kandidaat kiesman stemmen en niet op een presidentskandidaat.

DEELSTATEN Elke verkozen kiesman brengt één stem uit op een presidentskandidaat, maar het aantal verkozen kiesmannen verschilt per deelstaat. Het loopt uiteen van slechts 3 tot 55, bijna een factor twintig verschil! Het daadwerkelijke aantal is afhankelijk van het aantal afgevaardigden dat de deelstaat in het Huis van Afgevaardigden heeft, en dat hangt op zijn beurt weer af van het inwonertal van de deelstaat. Daarom kiest bijvoorbeeld het aan de oostkust gelegen Delaware – de woonplaats van Joe Biden – met heel weinig inwoners slechts drie kiesmannen, terwijl het aan de westkust gelegen California met heel veel inwoners er 55 kiest.

KIESMANNEN VOLGEN POPULAR VOTE In bijna alle deelstaten brengen de kiesmannen hun stem uit op dezelfde presidentskandidaat. Dat is de kandidaat die van de kiezers in die deelstaat de meeste stemmen heeft gekregen. Die kandidaat heeft met andere woorden de popular vote gekregen. Eigenlijk hebben de kiezers niet op presidentskandidaten gestemd, want zij hebben op kandidaat kiesmannen gestemd (zie hierboven onder kiesman). Zo hebben bijvoorbeeld in California de meeste kiezers op kiesmannen gestemd die Biden als president willen. Onder de 55 kiesmannen in deze deelstaat zijn er echter ook die Trump willen. Toch zullen ze allemaal op Biden stemmen, ook al doen sommigen dat dan contre coeur. Dat is de vaste praktijk in alle deelstaten, maar het schijnt niet overal even goed geregeld in de grondwetten van de deelstaten. Hoe groot de popular vote is – een kleine meerderheid of een grote meerderheid – is irrelevant. De kleinste meerderheid is genoeg om de stemmen van alle kiesmannen te krijgen. Daarom voeren presidentskandidaten vooral campagne in deelstaten waar het onzeker is hoe de popular vote zal uitvallen, de Swing States geheten. Alleen in Maine en Nebraska kan het voorkomen dat sommige kiesmannen op de ene presidentskandidaat stemmen en andere kiesmannen op de andere.

KIESMANNEN VERSUS POPULAR VOTE Er zijn in de hele VS 538 kiesmannen. De meerderheid daarvan is 270. De presidentskandidaat die de stem van 270 kiesmannen heeft, is de winnaar van de verkiezingen. Dat hoeft niet te betekenen dat de meeste Amerikaanse kiezers ook op (kiesmannen voor) die kandidaat hebben gestemd. Deze kandidaat hoeft met andere woorden niet de popular vote van het hele land te hebben. Dat was bijvoorbeeld in 2016 het geval, toen op Donald Trump de meeste kiesmannen hadden gestemd (namelijk 304) terwijl de meeste kiezers op (kiesmannen voor) Hillary Clinton hadden gestemd. En zo was het ook in 2000, toen Republikein George W. Bush de stemmen kreeg van 271 kiesmannen terwijl Democraat Al Gore de popular vote van het land had gekregen. Trouwens: hoewel Bush veel minder stemmen van kiesmannen had gekregen dan Trump zestien jaar later, hadden er toch (relatief) méér kiezers op (kiesmannen voor) Bush gestemd dan op Trump.

WASHINGTON D.C. De 538 kiesmannen zijn verdeeld over de 50 deelstaten waaruit de Verenigde Staten is opgebouwd. Washington D.C. – waar de Amerikaanse regering zetelt – maakt geen deel uit van een Amerikaanse deelstaat. Evenmin is het op zichzelf een deelstaat. De stad vormt op zichzelf een ‘’district’’. Toch heeft dit district, genaamd District Columbia (D.C.), drie kiesmannen.

35+ Niet iedereen kan trouwens tot president worden gekozen. Alleen iemand die als Amerikaan is geboren en die er langer dan veertien jaar heeft gewoond komt daarvoor in aanmerking. Bovendien moet hij bij zijn verkiezing ouder zijn dan 35 jaar. Alle presidenten waren ouder dan 40 jaar. Ook Biden is dat half januari.

LAME DUCK PRESIDENCY De nieuwe president zal pas vanaf 20 januari om twaalf uur ‘s middags in functie zijn. Normaliter is begin november al zeker wie de President-Elect zal zijn. In de tussentijd blijft de zittende President, die vier jaar geleden is verkozen, in functie. Zo staat het sinds 1933 in de Amerikaans grondwet. Daarvoor duurde die tussentijd twee keer zo lang. Tot de 20e januari behoudt de zittende President volgens mij al zijn bevoegdheden, maar feitelijk beschouwt men het presidentschap dan als vleugellam, als een lame duck presidency.

(Mr. Leon)

Gemeenteraadsverkiezingen in Frankrijk

DONDERDAG 2 JULI 2020Afgelopen weekend waren er in Frankrijk gemeenteraadsverkiezingen. Het lijkt erop dat regerings- en presidentspartij La République En Marche (LREM) het er niet zo goed van af heeft gebracht. De belangrijkste oppositiepartij Les Républicains heeft in elk geval enkele grote steden verloren, zoals Marseille en Bordeaux waar de Groenen (EELV) hebben gewonnen. De verkiezingsuitslagen zijn niet alleen belangrijk voor de gemeentepolitiek, maar ook voor de Franse senaat. Hoe beïnvloeden gemeenteraadsverkiezingen de samenstelling van de senaat in Frankrijk?Het wordt een cijferrijk stukje.

KIESMANNEN In Nederland zijn het de leden van alle provinciale staten die de Eerste Kamer (senaat) kiezen. In Frankrijk zijn dat hoofdzakelijk de leden van alle gemeenteraden, de conseillers municipaux. Alle raadsleden zijn zelf kiesmannen en/of de gemeenteraad kiest bij meerderheid kiesmannen die op hun beurt de senatoren kiezen. In gemeenten met minder dan 9000 inwoners zijn niet alle raadsleden kiesmannen, maar kiest de gemeenteraad uit zijn midden één tot vijftien kiesmannen (délégués). In gemeenten met meer dan 9000 inwoners is elk raadslid kiesman. In gemeenten met meer dan 30.000 inwoners komen daar nog extra kiesmannen bovenop, de délégués supplémentaires. Het is dan weer de raadsmeerderheid die die extra kiesmannen kiest. Meestal zijn het medewerkers, vrienden of familieleden van die meerderheid. Voor elke 800 extra inwoners is er één kiesman.

BORDEAUX Bordeaux is een gemeente met iets meer dan 250.000 inwoners. De 65 gemeenteraadsleden zijn dus allemaal kiesmannen. Bovendien worden hier nog ongeveer 275 extra kiesmannen gekozen door de gemeenteraad.

KLEINE GEMEENTEN In kleine gemeenten behalen oppositiepartij Les Républicains of politici die haar gedachtegoed delen traditiegetrouw goede verkiezingsresultaten. In Frankrijk zijn er nog heel veel kleine gemeenten. Slechts 0,1% van de gemeenten heeft volgens Wikipedia meer dan honderdduizend inwoners, terwijl 90% minder dan drieduizend inwoners heeft (en 70% minder dan duizend).

KLEINE GEMEENTEN MEER KIESMANNEN Elke gemeente heeft een gemeenteraad en heeft dus een of meer kiesmannen. Elke kiesman heeft bij de senaatsverkiezingen één stem, ongeacht het inwonertal van de gemeente. Kleine gemeenten hebben relatief gezien veel kiesmannen. Zo heeft een gemeente met minder dan honderd inwoners – 10% van alle gemeenten – één kiesman, terwijl een gemeente van 28.000 inwoners met vijfendertig raadsleden slechts vijfendertig kiesmannen heeft. Gemeenten met meer dan 30.000 inwoners worden tot op zekere hoogte gecompenseerd dankzij de extra kiesmannen.

BONUS Het is in Frankrijk niet zo dat raadszetels op basis van de uitgebrachte stemmen over de lijsten worden verdeeld. Ter illustratie het volgende voorbeeld. In Bordeaux zijn er vijfenzestig raadszetels. De kiezer kon zijn stem uitbrengen op drie lijsten. 46% stemde op de lijst met Groenen (EELV) en 44% op de lijst met Les Républicains. In Nederland zou het zo zijn dat dan ongeveer 46% van de raadszetels naar de lijst EELV gaat en 44% naar de lijst Les Républicains; dat zou erop neerkomen dat beide lijsten ongeveer evenveel zetels krijgen. In Frankrijk gaat het anders. Hier krijgt de lijst met de meeste stemmen een bonus: die lijst krijgt sowieso de helft van alle zetels. De andere helft van de zetels wordt verdeeld op basis van de uitgebrachte stemmen. De bonushouder doet daar ook aan mee. Lijst EELV krijgt daarom in Bordeaux 48 zetels, dat is 75% van de hele gemeenteraad en heeft daarmee een zeer riante absolute meerderheid. Terwijl lijst Les Républicains slechts 14 zetels krijgt, dat is 20% van de hele gemeenteraad en dus een kleine minderheid! Overigens stonden op beide lijsten kandidaten van meerdere politieke partijen, maar die waren dan wel weer politiek aan elkaar verwant.

BORDEAUX Bordeaux heeft straks 65 kiesmannen die raadslid zijn, plus 277 extra kiesmannen. Dat zijn er in totaal 342. Daarvan zullen er 325 op de hand van lijst EELV hun stem uitbrengen.

SENAAT Er zijn 348 senatoren in Frankrijk en dus is 175 hier de absolute meerderheid. Momenteel vormt oppositiepartij Les Républicains met 142 senatoren de grootste fractie. De fractie heeft dus geen absolute meerderheid, maar komt met 40% wel in de buurt. De grootste regeringspartij La République En Marche (LREM) heeft slechts 23 senatoren.

ASSEMBLÉE In de andere Kamer van het parlement – de Assemblée nationale, de Franse Tweede Kamer – begon LREM in 2017 met een riante absolute meerderheid, namelijk met 308 van de 577 zetels. Inmiddels telt de fractie 281 leden, waardoor ze de absolute meerderheid heeft verloren. Overigens is de Franse regering een coalitieregering, en dankzij de coalitiegenoot heeft ze haar absolute meerderheid in de Assemblée nationale behouden. Oppositiefractie Les Républicains heeft in deze Kamer 104 leden; relatief gezien is ze hier dus veel minder groot dan in de senaat. 

VERKIEZING HALVE SENAAT Senatoren worden net als gemeenteraadsleden voor zes jaar gekozen. Anders is dat per senaatsverkiezing niet alle senatoren worden gekozen maar ongeveer de helft. Daarom zijn er om de drie jaar senaatsverkiezingen. Over drie maanden zijn de eerstvolgende senaatsverkiezingen.

(Mr. Leon)

Gezamenlijke lijst GroenLinks en PvdA

VRIJDAG 13 MAART 2020! Afgelopen weekend heeft veertig procent van de PvdA-leden zich op het partijcongres uitgesproken voor een gezamenlijke lijst met GroenLinks bij de volgende Tweede Kamerverkiezingen, in 2021. Deze motie is dus verworpen. Bestuur en fractie zullen het niet erg vinden, want zij zijn geen voorstander van zo’n lijst, zo staat in de krant van afgelopen maandag te lezen. Maar wat als er toch een gezamenlijke lijst zou komen? En, is er eigenlijk een alternatief voor een gezamenlijke lijst, een alternatief dat minder ver gaat?

LIJST Alle politieke partijen die aan Tweede Kamerverkiezingen meedoen staan met hun kandidatenlijst op het stembiljet. Dat kan met een eigen lijst of een gezamenlijke lijst. De meeste partijen doen mee met een eigen lijst. Van de dertig partijen die bij de vorige Tweede Kamerverkiezingen in 2017 meededen, hadden er slechts drie een gezamenlijke lijst, met elkaar. Hun gezamenlijke lijst heeft geen zetel gekregen. Het was lijst 27: MenS en Spirit / Basisinkomen Partij / V-R. Bij de verkiezingen van 2012 en 2010 was er geen enkele gezamenlijke lijst.

LIJSTNUMMER Elke kandidatenlijst krijgt van de overheid een nummer. Die overheid is hier de Kiesraad, een onafhankelijke instelling. De lijst die bij de vorige verkiezingen de meeste stemmen heeft gekregen, krijgt nummer 1. De lijst met de op één na meeste stemmen, krijgt nummer 2. En zo verder. Welk nummer krijgt een gezamenlijke lijst van twee partijen die bij de vorige verkiezingen hun eigen lijsten hadden? Dat kan heel goed een hoger nummer zijn dan de nummers die ze met eigen lijsten zouden krijgen. Daarvoor worden namelijk de stemmen die op beide lijsten werden uitgebracht bij elkaar opgeteld. De gezamenlijke lijst van PvdA en GroenLinks krijgt daarom nummer 2, tenzij ook andere partijen gezamenlijke lijsten aangaan. Met een eigen lijst zouden ze respectievelijk de nummers 7 en 5 krijgen!

LIJSTNAAM? Normaliter staat boven de kandidatenlijst de naam van de politieke partij. Welke naam staat er boven een gezamenlijke lijst? Dat mogen die partijen zelf bepalen. Ze kunnen er bijvoorbeeld voor kiezen om de namen van alle partijen te vermelden, of in plaats daarvan een nieuwe naam. Aannemelijk is dat PvdA en GroenLinks zouden kiezen voor hun beider namen.

GROENLINKS/PvdA? Maar welke partijnaam wordt dan als eerste genoemd? Wordt het PvdA/GroenLinks of GroenLinks/PvdA? Het is een belangrijke eerste stap voor partijen om tot een gezamenlijke kandidatenlijst te besluiten, maar daarna moeten nog tal van andere belangrijke besluiten genomen worden!

LIJSTTREKKER? Zo ook bijvoorbeeld over wie de officiële lijsttrekker wordt. Dat is de eerste kandidaat op de lijst, de kandidaat die nummer 1 op de gezamenlijke lijst heeft. Wordt dat Lodewijk Asscher of Jesse Klaver?

LIJSTVOLGORDE? En bijvoorbeeld ook over de volgorde van de overige kandidaten op de lijst. Die volgorde is belangrijk, want hoe hoger de plek op een lijst hoe groter de kans op een Kamerzetel. Dat werkt als volgt. De meeste kiezers brengen hun stem uit op de lijsttrekker, de nummer 1 van een lijst. Deze kandidaat krijgt daardoor veel meer stemmen dan nodig om Kamerlid te worden. Wat gebeurt er met de overige stemmen, de stemmen die hij niet nodig heeft? Die stemmen gaan naar de andere kandidaten: eerst krijgt de nummer 2 op de lijst al die overige stemmen, de stemmen die deze kandidaat niet nodig heeft voor een Kamerzetel gaan vervolgens naar de nummer 3 op de lijst. En zo verder tot er geen stemmen meer over zijn. Weliswaar kan de volgorde op de kandidatenlijst worden doorbroken, namelijk doordat een kandidaat heel veel voorkeursstemmen krijgt. Maar in de praktijk gebeurt het nauwelijks dat daardoor de lijstvolgorde doorbroken wordt. De lijstvolgorde is dus belangrijk, en het zijn de partijen die besluiten wat de volgorde is. Wordt besloten dat PvdA- en GroenLinks-kandidaten elkaar steeds afwisselen op de hele lijst? Of wordt bijvoorbeeld besloten dat er meer GroenLinks-kandidaten op de hogere plekken van de lijst staan, bijvoorbeeld omdat GroenLinks bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen de helft meer zetels haalde dan PvdA, respectievelijk veertien en negen?

LIJSTVERBINDING? Zoals gezegd, de PvdA wil (vooralsnog) geen gezamenlijke lijst met GroenLinks. Is er wellicht een minder vergaand (kiesrechtelijk) alternatief? Bij de vorige Tweede Kamerverkiezing, in 2017, was dat nog wel het geval: het aangaan van een lijstverbinding. Officieel heette lijstverbinding trouwens lijstencombinatie. Bij zo’n lijstverbinding gaan twee of meer kandidatenlijsten een officiële verbinding aan met elkaar. Op het stembiljet wordt duidelijk gemaakt welke lijsten met elkaar zo’n verbinding zijn aangegaan. GroenLinks en PvdA hebben dat bij de afgelopen drie Kamerverkiezingen gedaan, die van 2017, 2010 en 2012. In 2012 waren er vervroegde verkiezingen na de val van het kabinet Rutte I. Toen was het een lijstverbinding van drie partijen, want ook SP maakte ervan deel uit. Waarom ging men lijstverbindingen aan? Omdat het extra zetels kon opleveren. Dan bestond er namelijk een grotere kans om restzetels te krijgen. In de praktijk zijn er altijd restzetels te vergeven; bij de laatste Kamerverkiezingen waren er zelfs acht te vergeven. Partijen die al sinds jaar en dag aan verkiezingen deelnamen, zoals PvdA en GroenLinks, gingen natuurlijk niet zomaar een verbinding aan met een andere lijst. Met zo’n verbinding werd uiting gegeven aan een zekere sympathie voor elkaar, een belangrijk signaal aan de kiezer. Ook ChristenUnie en SGP zijn bij de laatste drie Kamerverkiezingen lijstverbindingen met elkaar aangegaan. Bij de volgende Kamerverkiezing in 2021 kan dat allemaal niet meer, want eind 2017 is de Kieswet aangepast om de lijstverbinding te schrappen. Ondanks tegenstemmen van GroenLinks, ChristenUnie en SGP; PvdA stemde in elk geval in de Eerste Kamer tegen.

(Mr. Leon)

Kabinetsformatie in België

DONDERDAG 27 FEBRUARI 2020 In mei vorig jaar waren er in België parlementaire verkiezingen. Sindsdien wordt geprobeerd om een nieuwe regering te vormen. Negen maanden later is dat nog niet gelukt, en de geboorte van een nieuwe regering ligt evenmin in het verschiet.

LOPENDE ZAKEN Uiteraard heeft België ook nu een regering. Net als in Nederland blijft de oude regering van vóór de verkiezingen aan tijdens de formatie van een nieuwe. In Nederland wordt dan van een demissionaire regering gesproken, in België van een regering van lopende zaken.

VIJFTIEN MAX En net als in Nederland bestaat een Belgische regering uit ministers en staatssecretarissen, en is de premier regeringsleider. Maar anders dan in Nederland is het aantal ministers in België gemaximeerd: het mogen er niet meer zijn dan vijftien. Bovendien moeten er net zoveel Franstalige als Nederlandstalige ministers zijn. Hun premier wordt ook wel Eerste Minister genoemd; de Eerste Minister hoeft trouwens niet te worden meegeteld voor de verhouding Frans- en Nederlandstalige ministers.  

VROUWEN De huidige regering van België bestaat uit dertien ministers. De Eerste Minister is Franstalig, net als zes andere. De overige zes zijn Nederlandstalig. Sophie Wilmès is sinds enkele maanden Eerste Minister. Zij is de eerste vrouwelijke premier van België. Daarmee is Nederland in dit deel van Europa het enige land dat nog nooit een vrouw als regeringsleider heeft gehad. Duitsland heeft natuurlijk Angela Merkel, het Verenigd Koninkrijk had tot voor kort Theresa May en al wat langer geleden Margaret Thatcher, en Denemarken heeft nu Mette Frederiksen.

VERTROUWEN Net als in Nederland is het de koning die de ministers en staatssecretarissen benoemt, maar is het wél nodig dat de regering steunt op een parlementaire meerderheid. Anders dan in Nederland moet die steun bij het aantreden van een nieuwe regering heel uitdrukkelijk blijken: het parlement moet  namelijk een motie van vertrouwen aannemen. Als een motie van vertrouwen wordt verworpen, moet de regering haar ontslag aanbieden aan de koning.

MINDERHEID De huidige regering van België steunt op drie partijen: de Waalse MR en de Vlaamse CD&V en Open Vld. Deze partijen hebben nu geen meerderheid in het parlement, maar ook vóór de verkiezingen was dit al een minderheidsregering. Oorspronkelijk was het Vlaamse N-VA de vierde coalitiepartij waardoor de regering op een parlementaire meerderheid steunde, maar deze partij is een half jaar vóór de verkiezingen eruit gestapt. Al snel moest de regering toen haar ontslag aanbieden aan de koning.

KONING In België heeft de koning een belangrijke rol bij de formatie. Hij is degene die de informateurs en de formateur benoemt. In Nederland was dit tot zo’n tien jaar geleden ook het geval, maar sindsdien is het de Tweede Kamer die bij meerderheid informateurs en formateur aanwijst. Koning Filip heeft in deze formatie inmiddels tien informateurs, preformateurs en koninklijke opdrachthouders benoemd, meestal als duo. Sinds enkele weken is dat de Franstalige Sabine Laruelle en de Nederlandstalige Patrick Dewael.  

SENAAT Er zijn veel omstandigheden die een kabinetsformatie in België moeilijker maken dan in Nederland. Wat het daarentegen makkelijker maakt, is de rol van de senaat. In Nederland is de senaat – de Eerste Kamer – een volwaardige medewetgever: om wet te worden moet elk wetsvoorstel zowel door de Tweede Kamer als door de Eerste Kamer zijn aangenomen. Sinds de coalitiepartijen niet meer automatisch een meerderheid hebben in de Eerste Kamer, zijn formaties moeilijker geworden. In België is de senaat geen volwaardige medewetgever: veel belangrijke wetsvoorstellen kunnen wet worden zonder dat ze zijn aangenomen in de senaat. Voldoende is dat ze zijn aangenomen in de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Een voorbeeld is de jaarlijkse regeringsbegroting.

ED NIJPELS De formatie duurt nu al negen maanden in België, zonder uitzicht op succes. Hoe nu verder? Afgelopen maandag berichtte dagblad De Standaard dat in kringen van regeringspartijen serieus wordt nagedacht over een zakenkabinet, oftewel “expertenkabinet”. Journalisten van deze krant zoeken een andere uitweg uit de impasse. Zij vragen zich af of de Nederlandse Klimaattafels als model zouden kunnen dienen. Daarom zijn ze afgereisd naar Den Haag voor een interview met Ed Nijpels, de voorzitter van de Klimaattafels. Daarvan is gisteren verslag gedaan, in een paginagroot artikel. Nijpels’ antwoord was kort en krachtig: neen.

(Mr. Leon)

In Frankrijk verklaart de regering hoe links of rechts een politieke partij is

DONDERDAG 9 JANUARI 2020 In Nederland komt het voor dat kranten en televisie politieke partijen indelen in links en rechts. Een politieke partij krijgt bijvoorbeeld het etiket links, centrumrechts of extreemrechts. Wat het verschil is tussen deze etiketten, en waarom een partij het ene etiket krijgt en niet het andere, is vaak voor discussie vatbaar. Het hangt ook af van de politieke kleur die de krant zelf heeft. Maar zo’n etiket leidt er in elk geval toe dat de krantenlezer meer duidelijkheid krijgt over waar een politieke partij voor staat, volgens zijn krant. Anders dan in ons land is het echter in Frankrijk zo dat de overheid alle politieke partijen indeelt in rechts of links; daar geldt dus een indeling van overheidswege! Hoe zit dat in elkaar?

VERKIEZINGEN Het gebeurt bij elke verkiezing. Enige tijd vóór een verkiezing worden alle politieke partijen die aan die verkiezing meedoen van overheidswege ingedeeld. De eerstvolgende verkiezingen in Frankrijk zijn die voor de gemeenteraden; ze worden in maart van dit jaar gehouden. De minister van Binnenlandse Zaken maakte begin december per circulaire duidelijk of hij een partij het etiket extreemlinks, links, centrum, rechts of extreemrechts geeft dan wel dat van de restcategorie. In het Frans: extrême gauche, gauche, centre, droite, extrême droite en divers.

ETIKET Een partij die het etiket links krijgt is bijvoorbeeld de Parti socialiste/PS, vergelijkbaar met de PvdA in Nederland. Ook de Europe Écologie Les Verts/EELV, vergelijkbaar met GroenLinks, krijgt dit etiket. Net als La France insoumise/LFI. de partij van Jean-Luc Mélenchon. Het etiket centrum krijgt onder andere de veruit belangrijkste regeringspartij. Dat is La République en Marche/LREM, de partij van president Macron. Deze partij bezit een ruime meerderheid in de Franse Tweede Kamer, Assemblée nationale. Een partij die het etiket rechts krijgt, is bijvoorbeeld Les Républicains/LR. Deze partij is de belangrijkste oppositiepartij. In de Franse Eerste Kamer, Sénat, is het met stip de grootste. Tot de restcategorie hoort bijvoorbeeld Parti animaliste.

ANDERE ETIKETTEN Deze officiële etikettering van politieke partijen gebeurt om de verkiezingsuitslag beter te kunnen duiden. Natuurlijk wordt er ook het stemgedrag van de kiezer door beïnvloed. Het etiket dat een partij krijgt, kan per verkiezing verschillen. Bij elke verkiezing wordt namelijk een nieuwe indeling gemaakt. Per verkiezing kunnen er ook andere etiketten zijn. Zo waren er in 2019 bij de verkiezingen voor het Europees Parlement andere etiketten dan bij die voor de komende gemeenteraadsverkiezingen. Etiketten waren toen extreemlinks tot radicaal links, links tot centrumlinks, centrum, centrumrechts tot rechts en tenslotte radicaal rechts tot extreemrechts. Parti socialiste/PS en EELV kregen het etiket links tot centrumlinks, terwijl La France insoumise/LFI van Jean-Luc Mélenchon het etiket extreemlinks tot radicaal links kreeg.

SENAAT In Frankrijk zijn de gemeenteraadsverkiezingen niet alleen belangrijk voor de politiek in de gemeenten en als opiniepeiling voor de landelijke politiek. Ze zijn ook van belang voor de Franse Eerste Kamer, de senaat. Hoofdzakelijk zijn het namelijk gemeenteraadsleden die de senaat kiezen. In elk departement worden een of meer senatoren gekozen. In gemeenten met minder dan 9 duizend inwoners gebeurt dat doordat de gemeenteraadsleden uit hun midden enkele kiesmannen kiezen; alle kiesmannen in een departement kiezen vervolgens hun senatoren. In de grotere gemeenten, met meer dan 9 duizend inwoners, kiest elk gemeenteraadslid rechtstreeks de senatoren in zijn departement. De volgende senaatsverkiezingen zijn in september van dit jaar. Voor de helft van alle senatoren zijn er dan verkiezingen; voor de andere helft is dat over drie jaar. Een senator wordt voor zes jaar gekozen.

CIRCULAIRE? In het Franse Dagblad Le Monde van 23 december staat een groot artikel over de circulaire van de minister van Binnenlandse Zaken. In deze blog is alle informatie over die circulaire gebaseerd op dit krantenartikel, want ik heb de circulaire zelf niet kunnen vinden.

(Mr. Leon)

Kabinetsformatie in België

VRIJDAG 20 SEPTEMBER 2019 Eind mei zijn in België verkiezingen geweest voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers, zeg maar hun Tweede Kamer. Sinds die tijd wordt er gewerkt aan de vorming van een nieuw kabinet. In België spreekt men van regeringsvorming, in Nederland van kabinetsformatie. Welke procedure wordt daarbij gevolgd en wat zijn de verschillen met Nederland?

INFORMATEUR In Nederland beraadslaagt de Tweede Kamer over de verkiezingsuitslag en wijst vervolgens een of meer informateurs aan. De informateur krijgt een opdracht mee van de Tweede Kamer en onderzoekt aan de hand daarvan welke coalities mogelijk zijn. Hij voert daarvoor gesprekken met de fractieleiders in de Tweede Kamer. De Kamer kan besluiten dat hij haar moet inlichten over de voortgang. In België vervult de koning een belangrijke rol. Hij wijst de informateur aan na een gesprek met de Kamervoorzitter, de voorzitters van de politieke partijen en enkele anderen. De informateur krijgt van de koning een opdracht mee en onderzoekt aan de hand daarvan welke coalities mogelijk zijn. Hij voert onder andere gesprekken met de partijvoorzitters. Verslag brengt hij uit aan de koning.

INFORMATEUR 2019 Koning Filip heeft eind mei twee politici tot informateur aangewezen: Johan Vande Lanotte en Didier Reynders. Vande Lanotte is van de Socialistische Partij Anders (SP.A), een Nederlandstalige partij. Reynders is van Mouvement Réformateur (MR), een Franstalige partij. Volgens de Belgische krant De Standaard van 9 september jl. is hun opdracht de mogelijkheid van een paars-gele coalitie te onderzoeken, omdat zo’n coalitie een meerderheid vertegenwoordigt in Vlaanderen en in Wallonië. Dat wordt dan een coalitie van vijf partijen: de Franstalige Parti Socialiste (PS) en MR en de Nederlandstalige SP.A, Open Vlaamse Liberalen en Democraten (Open VLD) en Nieuw-Vlaamse Alliantie (N-VA). PS en N-VA zijn de grootste partijen in deze coalitie. De informateurs hebben gesproken met onder andere de partijvoorzitters. De informateurs willen dat de partijvoorzitters van PS en N-VA met elkaar gaan praten. Dat zijn respectievelijk Elio Di Rupo en Bart de Wever. Tot nu toe heeft Di Rupo deze boot afgehouden. De informateurs hebben al diverse malen verslag uitgebracht aan de koning.

FORMATEUR We gaan in deze bijdrage verder met de procedure voor regeringsvorming, hoewel men in België nog (lang?) niet zover is. Zodra duidelijk is welke partijen met elkaar een coalitie willen vormen, wordt op zoek gegaan naar een premier en andere ministers. Dat gebeurt door een formateur. In Nederland wijst de Tweede Kamer de formateur aan. In België is het de koning die de formateur aanwijst. De formateur doet een voorstel tot benoeming.

DEMISSIONAIR Tijdens de kabinetsformatie/regeringsvorming zit het land niet zonder regering. De oude regering is blijven zitten, maar is wel demissionair/doet alleen nog maar lopende zaken. De huidige regering van België is de regering van premier Charles Michel (MR).

BENOEMING VAN PREMIER EN MINISTERS De premier en de overige ministers worden in Nederland én in België benoemd per koninklijk besluit. De premier wordt in Nederland ook wel minister-president genoemd, in België ook wel Eerste minister. Het besluit waarbij de premier wordt benoemd is ondertekend door de koning en door de premier. In Nederland is dat de handtekening van de premier die wordt benoemd; hij ondertekent dus zijn eigen benoemingsbesluit. In België is dat de demissionaire premier. Na die ondertekening treedt hij af; zijn aftredingsbesluit wordt ondertekend door de koning en de zojuist benoemde nieuwe premier. Ook de benoeming van de overige ministers gebeurt per koninklijk besluit. In Nederland is het – naast de handtekening van de koning – de handtekening van de nieuwe premier die onder dit besluit staat. In België wordt de nieuwe premier met de aanvaarding van zijn benoeming verantwoordelijk voor wat de koning tijdens de regeringsvorming heeft gedaan, zoals voor de aanwijzing van de informateurs en voor hun opdracht.

VERTROUWEN Net als in Nederland kan de nieuwe Belgische regering niet zonder het vertrouwen van de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Maar anders dan in Nederland heeft de Belgische regering niet het vertrouwen nodig van de Senaat. De vijfpartijencoalitie waar de informateurs naar streven heeft 79 Kamerleden. Dat is de meerderheid, want de Kamer van Volksvertegenwoordigers bestaat uit 150 leden, net als de Tweede Kamer in Nederland. In België is trouwens in het algemeen geen medewerking nodig van de Senaat voor de totstandkoming van wetten, heel anders dan in Nederland het geval is.

MINISTER én MINISTRE Wat de regeringsvorming in België extra moeilijk maakt, is dat de Grondwet eist dat de regering uit evenveel Franstalige als Nederlandstalige ministers bestaat. Bovendien mag een regering hooguit veertien ministers tellen, exclusief de premier.

MICHEL I EN II Na de vorige verkiezingen (2014) duurde het vierenhalve maand voordat de nieuwe regering aantrad. Dat was de regering Michel I. Deze regering bestond uit vier partijen en telde naast de premier dertien ministers van MR, Open VLD, N-VA en CD&V (Christen-Democratisch & Vlaams). Deze regering is in december 2018 ten val gekomen, omdat de ministers van N-VA opstapten. De ministers van de overige drie partijen gingen – aangevuld met enkele partijgenoten – verder als demissionaire regering Michel II. Deze drie partijen hadden (en hebben) geen meerderheid in de Kamer van Volksvertegenwoordigers.

(Mr. Leon)