Kabinetsformatie in Duitsland en België

DONDERDAG 8 APRIL 2021 Het vorige blog ging over de kabinetsformatie in Nederland. In dit blog wordt de Nederlandse kabinetsformatie vergeleken met die bij onze zuider- en oosterburen: België en Duitsland.

BONDSDAG De Tweede Kamer heet in België Kamer van Volksvertegenwoordigers; die Kamer heeft net als bij ons land 150 leden. In Duitsland heet de Tweede Kamer Bundestag (Bondsdag). De Bondsdag heeft ruim 700 leden. België is net als Nederland een monarchie; het staatshoofd is een koning. Duitsland is een republiek; het staatshoofd is een president. In België is de ‘’regeringsleider’’ net als in Nederland de premier. In Duitsland is de bondskanselier de regeringsleider.

INFORMATEUR In Nederland wijst de Tweede Kamer de informateur aan, die in kaart brengt welke coalitie mogelijk is. In België wijst de Koning de informateur aan. Net als in ons land kan iedereen informateur worden. De Koning der Belgen is Filip. In Duitsland wordt geen informateur aangewezen. De (nieuwgekozen) lijsttrekkers en de voorzitters van hun politieke partijen (!) gaan om de tafel zitten met de andere (nieuwgekozen) lijsttrekkers en hun partijvoorzitters om te onderhandelen over een nieuwe regeringscoalitie.

FORMATEUR In Nederland wijst de Tweede Kamer (ook) de formateur aan, die de ministers uitzoekt. In België is het de Koning die (ook) de formateur aanwijst. Meestal wordt de formateur daar net als hier de nieuwe premier. In Nederland wordt de premier ook wel minister-president genoemd, in België ook wel Eerste minister. In Duitsland wordt de bondskanselier de formateur. Men wordt daar dus eerst bondskanselier en pas daarna formateur. In Nederland en België is de volgorde omgekeerd: hier wordt men eerst formateur en pas daarna premier.

NIEUWE PREMIER In Nederland ondertekenen Koning en beoogd premier het besluit waarmee de premier wordt benoemd. In België ondertekenen Koning en demissionair premier dat besluit. Belgisch premier is nu Alexander de Croo; zijn benoemingsbesluit is destijds ondertekend door Sophie Wilmès. In Duitsland wordt het besluit waarmee de bondskanselier wordt benoemd (alleen) ondertekend door de president. De huidige kanselier is Angela Merkel.

MINISTERS In Nederland ondertekenen Koning en de nieuwe premier de besluiten waarmee de ministers worden benoemd. In België gaat het net zo. In Duitsland worden de besluiten waarmee de ministers worden benoemd (alleen) ondertekend door de president. President is nu Frank-Walter Steinmeier.

In België mag een kabinet uit hooguit 15 ministers bestaan, dat is inclusief de premier. De huidige regering bestaat uit dat maximale aantal. Bovendien moeten er evenveel Nederlandstalige als Franstalige ministers zijn, de premier niet meegeteld. Nederland en Duitsland kennen dit soort eisen niet.

KAMER In Nederland kan de Tweede Kamer het hele (nieuwe) kabinet heenzenden door duidelijk te maken dat ze er geen vertrouwen in heeft, bijvoorbeeld door een motie van wantrouwen aan te nemen. In België mag een nieuw kabinet pas aan het werk gaan nadat de Kamer een motie van vertrouwen heeft aangenomen. In Duitsland is het zo dat de president altijd tot bondskanselier benoemt degene die de (meerderheid van de) Bondsdag heeft gekozen.

VERKENNER In Nederland wijst de voorzitter van de oude Tweede Kamer de verkenner(s) aan na overleg met de gekozen lijsttrekkers. In België is de Koning (zelf) die verkenner. Duitsland heeft geen (officiële) verkenner.

DE PRESIDENT in Duitsland wordt gekozen door de Bondsdag en door vertegenwoordigers van de parlementen van de deelstaten. Het koningschap in België is net als in ons land erfelijk bepaald.

(Mr. Leon)

Volgende blog: dinsdag 20 april

Amerikaanse presidentsverkiezingen: kiezerskeuze of keuze kiesmannen?

DONDERDAG 12 NOVEMBER 2020 Vorige week dinsdag was de laatste dag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Er is nog geen officiële winnaar aangewezen, ook al hebben diverse kranten en omroepen in de VS Democraat Joe Biden tot winnaar uitgeroepen. Hoe vindt de officiële aanwijzing van de winnaar plaats en welke rol spelen kiesmannen hierbij?

VICE PRESIDENT Ook de zittende vicepresident heeft een rol in de officiële aanwijzing van de nieuwe president. In de Amerikaanse grondwet – de Constitution of the United States of America – staat namelijk dat de voorzitter van de Senaat de documenten (Certificates) opent waarin de uitgebrachte stemmen van de kiesmannen staan. Voorzitter van de Senaat is volgens diezelfde grondwet de vicepresident; Mike Pence is de huidige Vice President. De Senaat is een van de twee Kamers waaruit het Amerikaanse parlement bestaat; de andere Kamer is het Huis van Afgevaardigden.

STEMMEN TELLEN Hoe gaat de officiële aanwijzing van de nieuwe president verder in zijn werk? Door het tellen van de stemmen die de kiesmannen hebben uitgebracht. Die stemmen staan in de Certificates. Dit alles gebeurt in aanwezigheid van het voltallige Amerikaanse parlement. Wie de meerderheid van (de stemmen van) de kiesmannen heeft, is de officiële winnaar van de verkiezingen. Hij (of zij) is de President-Elect.

KIESMANNEN De kiesmannen kiezen de president, maar op hun beurt worden zij zelf ook gekozen. Wie kiest hen? Dat doen de deelstaten van de VS. Elke deelstaat kiest haar eigen kiesmannen, Electors genaamd. Dat gebeurt in verkiezingen waaraan alle kiezers in die deelstaat kunnen deelnemen. De Amerikaanse grondwet geeft elke Amerikaan vanaf zijn 18e kiesrecht. Een kandidaat kiesman wordt aangewezen door de politieke partijen. Daarmee is meteen duidelijk welke presidentskandidaat zijn voorkeur heeft. De kiezer brengt zijn stem op een kandidaat kiesman uit door middel van een stembiljet. Op dat stembiljet staat altijd de naam van de presidentskandidaat die de kiesman graag ziet winnen. In de meeste deelstaten wordt de naam van de kiesman zelf niet op het stembiljet vermeld. Daardoor zijn veel kiezers zich er niet van bewust dat ze eigenlijk op een kandidaat kiesman stemmen en niet op een presidentskandidaat.

DEELSTATEN Elke verkozen kiesman brengt één stem uit op een presidentskandidaat, maar het aantal verkozen kiesmannen verschilt per deelstaat. Het loopt uiteen van slechts 3 tot 55, bijna een factor twintig verschil! Het daadwerkelijke aantal is afhankelijk van het aantal afgevaardigden dat de deelstaat in het Huis van Afgevaardigden heeft, en dat hangt op zijn beurt weer af van het inwonertal van de deelstaat. Daarom kiest bijvoorbeeld het aan de oostkust gelegen Delaware – de woonplaats van Joe Biden – met heel weinig inwoners slechts drie kiesmannen, terwijl het aan de westkust gelegen California met heel veel inwoners er 55 kiest.

KIESMANNEN VOLGEN POPULAR VOTE In bijna alle deelstaten brengen de kiesmannen hun stem uit op dezelfde presidentskandidaat. Dat is de kandidaat die van de kiezers in die deelstaat de meeste stemmen heeft gekregen. Die kandidaat heeft met andere woorden de popular vote gekregen. Eigenlijk hebben de kiezers niet op presidentskandidaten gestemd, want zij hebben op kandidaat kiesmannen gestemd (zie hierboven onder kiesman). Zo hebben bijvoorbeeld in California de meeste kiezers op kiesmannen gestemd die Biden als president willen. Onder de 55 kiesmannen in deze deelstaat zijn er echter ook die Trump willen. Toch zullen ze allemaal op Biden stemmen, ook al doen sommigen dat dan contre coeur. Dat is de vaste praktijk in alle deelstaten, maar het schijnt niet overal even goed geregeld in de grondwetten van de deelstaten. Hoe groot de popular vote is – een kleine meerderheid of een grote meerderheid – is irrelevant. De kleinste meerderheid is genoeg om de stemmen van alle kiesmannen te krijgen. Daarom voeren presidentskandidaten vooral campagne in deelstaten waar het onzeker is hoe de popular vote zal uitvallen, de Swing States geheten. Alleen in Maine en Nebraska kan het voorkomen dat sommige kiesmannen op de ene presidentskandidaat stemmen en andere kiesmannen op de andere.

KIESMANNEN VERSUS POPULAR VOTE Er zijn in de hele VS 538 kiesmannen. De meerderheid daarvan is 270. De presidentskandidaat die de stem van 270 kiesmannen heeft, is de winnaar van de verkiezingen. Dat hoeft niet te betekenen dat de meeste Amerikaanse kiezers ook op (kiesmannen voor) die kandidaat hebben gestemd. Deze kandidaat hoeft met andere woorden niet de popular vote van het hele land te hebben. Dat was bijvoorbeeld in 2016 het geval, toen op Donald Trump de meeste kiesmannen hadden gestemd (namelijk 304) terwijl de meeste kiezers op (kiesmannen voor) Hillary Clinton hadden gestemd. En zo was het ook in 2000, toen Republikein George W. Bush de stemmen kreeg van 271 kiesmannen terwijl Democraat Al Gore de popular vote van het land had gekregen. Trouwens: hoewel Bush veel minder stemmen van kiesmannen had gekregen dan Trump zestien jaar later, hadden er toch (relatief) méér kiezers op (kiesmannen voor) Bush gestemd dan op Trump.

WASHINGTON D.C. De 538 kiesmannen zijn verdeeld over de 50 deelstaten waaruit de Verenigde Staten is opgebouwd. Washington D.C. – waar de Amerikaanse regering zetelt – maakt geen deel uit van een Amerikaanse deelstaat. Evenmin is het op zichzelf een deelstaat. De stad vormt op zichzelf een ‘’district’’. Toch heeft dit district, genaamd District Columbia (D.C.), drie kiesmannen.

35+ Niet iedereen kan trouwens tot president worden gekozen. Alleen iemand die als Amerikaan is geboren en die er langer dan veertien jaar heeft gewoond komt daarvoor in aanmerking. Bovendien moet hij bij zijn verkiezing ouder zijn dan 35 jaar. Alle presidenten waren ouder dan 40 jaar. Ook Biden is dat half januari.

LAME DUCK PRESIDENCY De nieuwe president zal pas vanaf 20 januari om twaalf uur ‘s middags in functie zijn. Normaliter is begin november al zeker wie de President-Elect zal zijn. In de tussentijd blijft de zittende President, die vier jaar geleden is verkozen, in functie. Zo staat het sinds 1933 in de Amerikaans grondwet. Daarvoor duurde die tussentijd twee keer zo lang. Tot de 20e januari behoudt de zittende President volgens mij al zijn bevoegdheden, maar feitelijk beschouwt men het presidentschap dan als vleugellam, als een lame duck presidency.

(Mr. Leon)

Gemeenteraadsverkiezingen in Frankrijk

DONDERDAG 2 JULI 2020Afgelopen weekend waren er in Frankrijk gemeenteraadsverkiezingen. Het lijkt erop dat regerings- en presidentspartij La République En Marche (LREM) het er niet zo goed van af heeft gebracht. De belangrijkste oppositiepartij Les Républicains heeft in elk geval enkele grote steden verloren, zoals Marseille en Bordeaux waar de Groenen (EELV) hebben gewonnen. De verkiezingsuitslagen zijn niet alleen belangrijk voor de gemeentepolitiek, maar ook voor de Franse senaat. Hoe beïnvloeden gemeenteraadsverkiezingen de samenstelling van de senaat in Frankrijk?Het wordt een cijferrijk stukje.

KIESMANNEN In Nederland zijn het de leden van alle provinciale staten die de Eerste Kamer (senaat) kiezen. In Frankrijk zijn dat hoofdzakelijk de leden van alle gemeenteraden, de conseillers municipaux. Alle raadsleden zijn zelf kiesmannen en/of de gemeenteraad kiest bij meerderheid kiesmannen die op hun beurt de senatoren kiezen. In gemeenten met minder dan 9000 inwoners zijn niet alle raadsleden kiesmannen, maar kiest de gemeenteraad uit zijn midden één tot vijftien kiesmannen (délégués). In gemeenten met meer dan 9000 inwoners is elk raadslid kiesman. In gemeenten met meer dan 30.000 inwoners komen daar nog extra kiesmannen bovenop, de délégués supplémentaires. Het is dan weer de raadsmeerderheid die die extra kiesmannen kiest. Meestal zijn het medewerkers, vrienden of familieleden van die meerderheid. Voor elke 800 extra inwoners is er één kiesman.

BORDEAUX Bordeaux is een gemeente met iets meer dan 250.000 inwoners. De 65 gemeenteraadsleden zijn dus allemaal kiesmannen. Bovendien worden hier nog ongeveer 275 extra kiesmannen gekozen door de gemeenteraad.

KLEINE GEMEENTEN In kleine gemeenten behalen oppositiepartij Les Républicains of politici die haar gedachtegoed delen traditiegetrouw goede verkiezingsresultaten. In Frankrijk zijn er nog heel veel kleine gemeenten. Slechts 0,1% van de gemeenten heeft volgens Wikipedia meer dan honderdduizend inwoners, terwijl 90% minder dan drieduizend inwoners heeft (en 70% minder dan duizend).

KLEINE GEMEENTEN MEER KIESMANNEN Elke gemeente heeft een gemeenteraad en heeft dus een of meer kiesmannen. Elke kiesman heeft bij de senaatsverkiezingen één stem, ongeacht het inwonertal van de gemeente. Kleine gemeenten hebben relatief gezien veel kiesmannen. Zo heeft een gemeente met minder dan honderd inwoners – 10% van alle gemeenten – één kiesman, terwijl een gemeente van 28.000 inwoners met vijfendertig raadsleden slechts vijfendertig kiesmannen heeft. Gemeenten met meer dan 30.000 inwoners worden tot op zekere hoogte gecompenseerd dankzij de extra kiesmannen.

BONUS Het is in Frankrijk niet zo dat raadszetels op basis van de uitgebrachte stemmen over de lijsten worden verdeeld. Ter illustratie het volgende voorbeeld. In Bordeaux zijn er vijfenzestig raadszetels. De kiezer kon zijn stem uitbrengen op drie lijsten. 46% stemde op de lijst met Groenen (EELV) en 44% op de lijst met Les Républicains. In Nederland zou het zo zijn dat dan ongeveer 46% van de raadszetels naar de lijst EELV gaat en 44% naar de lijst Les Républicains; dat zou erop neerkomen dat beide lijsten ongeveer evenveel zetels krijgen. In Frankrijk gaat het anders. Hier krijgt de lijst met de meeste stemmen een bonus: die lijst krijgt sowieso de helft van alle zetels. De andere helft van de zetels wordt verdeeld op basis van de uitgebrachte stemmen. De bonushouder doet daar ook aan mee. Lijst EELV krijgt daarom in Bordeaux 48 zetels, dat is 75% van de hele gemeenteraad en heeft daarmee een zeer riante absolute meerderheid. Terwijl lijst Les Républicains slechts 14 zetels krijgt, dat is 20% van de hele gemeenteraad en dus een kleine minderheid! Overigens stonden op beide lijsten kandidaten van meerdere politieke partijen, maar die waren dan wel weer politiek aan elkaar verwant.

BORDEAUX Bordeaux heeft straks 65 kiesmannen die raadslid zijn, plus 277 extra kiesmannen. Dat zijn er in totaal 342. Daarvan zullen er 325 op de hand van lijst EELV hun stem uitbrengen.

SENAAT Er zijn 348 senatoren in Frankrijk en dus is 175 hier de absolute meerderheid. Momenteel vormt oppositiepartij Les Républicains met 142 senatoren de grootste fractie. De fractie heeft dus geen absolute meerderheid, maar komt met 40% wel in de buurt. De grootste regeringspartij La République En Marche (LREM) heeft slechts 23 senatoren.

ASSEMBLÉE In de andere Kamer van het parlement – de Assemblée nationale, de Franse Tweede Kamer – begon LREM in 2017 met een riante absolute meerderheid, namelijk met 308 van de 577 zetels. Inmiddels telt de fractie 281 leden, waardoor ze de absolute meerderheid heeft verloren. Overigens is de Franse regering een coalitieregering, en dankzij de coalitiegenoot heeft ze haar absolute meerderheid in de Assemblée nationale behouden. Oppositiefractie Les Républicains heeft in deze Kamer 104 leden; relatief gezien is ze hier dus veel minder groot dan in de senaat. 

VERKIEZING HALVE SENAAT Senatoren worden net als gemeenteraadsleden voor zes jaar gekozen. Anders is dat per senaatsverkiezing niet alle senatoren worden gekozen maar ongeveer de helft. Daarom zijn er om de drie jaar senaatsverkiezingen. Over drie maanden zijn de eerstvolgende senaatsverkiezingen.

(Mr. Leon)

Kabinetsformatie in België

DONDERDAG 27 FEBRUARI 2020 In mei vorig jaar waren er in België parlementaire verkiezingen. Sindsdien wordt geprobeerd om een nieuwe regering te vormen. Negen maanden later is dat nog niet gelukt, en de geboorte van een nieuwe regering ligt evenmin in het verschiet.

LOPENDE ZAKEN Uiteraard heeft België ook nu een regering. Net als in Nederland blijft de oude regering van vóór de verkiezingen aan tijdens de formatie van een nieuwe. In Nederland wordt dan van een demissionaire regering gesproken, in België van een regering van lopende zaken.

VIJFTIEN MAX En net als in Nederland bestaat een Belgische regering uit ministers en staatssecretarissen, en is de premier regeringsleider. Maar anders dan in Nederland is het aantal ministers in België gemaximeerd: het mogen er niet meer zijn dan vijftien. Bovendien moeten er net zoveel Franstalige als Nederlandstalige ministers zijn. Hun premier wordt ook wel Eerste Minister genoemd; de Eerste Minister hoeft trouwens niet te worden meegeteld voor de verhouding Frans- en Nederlandstalige ministers.  

VROUWEN De huidige regering van België bestaat uit dertien ministers. De Eerste Minister is Franstalig, net als zes andere. De overige zes zijn Nederlandstalig. Sophie Wilmès is sinds enkele maanden Eerste Minister. Zij is de eerste vrouwelijke premier van België. Daarmee is Nederland in dit deel van Europa het enige land dat nog nooit een vrouw als regeringsleider heeft gehad. Duitsland heeft natuurlijk Angela Merkel, het Verenigd Koninkrijk had tot voor kort Theresa May en al wat langer geleden Margaret Thatcher, en Denemarken heeft nu Mette Frederiksen.

VERTROUWEN Net als in Nederland is het de koning die de ministers en staatssecretarissen benoemt, maar is het wél nodig dat de regering steunt op een parlementaire meerderheid. Anders dan in Nederland moet die steun bij het aantreden van een nieuwe regering heel uitdrukkelijk blijken: het parlement moet  namelijk een motie van vertrouwen aannemen. Als een motie van vertrouwen wordt verworpen, moet de regering haar ontslag aanbieden aan de koning.

MINDERHEID De huidige regering van België steunt op drie partijen: de Waalse MR en de Vlaamse CD&V en Open Vld. Deze partijen hebben nu geen meerderheid in het parlement, maar ook vóór de verkiezingen was dit al een minderheidsregering. Oorspronkelijk was het Vlaamse N-VA de vierde coalitiepartij waardoor de regering op een parlementaire meerderheid steunde, maar deze partij is een half jaar vóór de verkiezingen eruit gestapt. Al snel moest de regering toen haar ontslag aanbieden aan de koning.

KONING In België heeft de koning een belangrijke rol bij de formatie. Hij is degene die de informateurs en de formateur benoemt. In Nederland was dit tot zo’n tien jaar geleden ook het geval, maar sindsdien is het de Tweede Kamer die bij meerderheid informateurs en formateur aanwijst. Koning Filip heeft in deze formatie inmiddels tien informateurs, preformateurs en koninklijke opdrachthouders benoemd, meestal als duo. Sinds enkele weken is dat de Franstalige Sabine Laruelle en de Nederlandstalige Patrick Dewael.  

SENAAT Er zijn veel omstandigheden die een kabinetsformatie in België moeilijker maken dan in Nederland. Wat het daarentegen makkelijker maakt, is de rol van de senaat. In Nederland is de senaat – de Eerste Kamer – een volwaardige medewetgever: om wet te worden moet elk wetsvoorstel zowel door de Tweede Kamer als door de Eerste Kamer zijn aangenomen. Sinds de coalitiepartijen niet meer automatisch een meerderheid hebben in de Eerste Kamer, zijn formaties moeilijker geworden. In België is de senaat geen volwaardige medewetgever: veel belangrijke wetsvoorstellen kunnen wet worden zonder dat ze zijn aangenomen in de senaat. Voldoende is dat ze zijn aangenomen in de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Een voorbeeld is de jaarlijkse regeringsbegroting.

ED NIJPELS De formatie duurt nu al negen maanden in België, zonder uitzicht op succes. Hoe nu verder? Afgelopen maandag berichtte dagblad De Standaard dat in kringen van regeringspartijen serieus wordt nagedacht over een zakenkabinet, oftewel “expertenkabinet”. Journalisten van deze krant zoeken een andere uitweg uit de impasse. Zij vragen zich af of de Nederlandse Klimaattafels als model zouden kunnen dienen. Daarom zijn ze afgereisd naar Den Haag voor een interview met Ed Nijpels, de voorzitter van de Klimaattafels. Daarvan is gisteren verslag gedaan, in een paginagroot artikel. Nijpels’ antwoord was kort en krachtig: neen.

(Mr. Leon)

In Frankrijk verklaart de regering hoe links of rechts een politieke partij is

DONDERDAG 9 JANUARI 2020 In Nederland komt het voor dat kranten en televisie politieke partijen indelen in links en rechts. Een politieke partij krijgt bijvoorbeeld het etiket links, centrumrechts of extreemrechts. Wat het verschil is tussen deze etiketten, en waarom een partij het ene etiket krijgt en niet het andere, is vaak voor discussie vatbaar. Het hangt ook af van de politieke kleur die de krant zelf heeft. Maar zo’n etiket leidt er in elk geval toe dat de krantenlezer meer duidelijkheid krijgt over waar een politieke partij voor staat, volgens zijn krant. Anders dan in ons land is het echter in Frankrijk zo dat de overheid alle politieke partijen indeelt in rechts of links; daar geldt dus een indeling van overheidswege! Hoe zit dat in elkaar?

VERKIEZINGEN Het gebeurt bij elke verkiezing. Enige tijd vóór een verkiezing worden alle politieke partijen die aan die verkiezing meedoen van overheidswege ingedeeld. De eerstvolgende verkiezingen in Frankrijk zijn die voor de gemeenteraden; ze worden in maart van dit jaar gehouden. De minister van Binnenlandse Zaken maakte begin december per circulaire duidelijk of hij een partij het etiket extreemlinks, links, centrum, rechts of extreemrechts geeft dan wel dat van de restcategorie. In het Frans: extrême gauche, gauche, centre, droite, extrême droite en divers.

ETIKET Een partij die het etiket links krijgt is bijvoorbeeld de Parti socialiste/PS, vergelijkbaar met de PvdA in Nederland. Ook de Europe Écologie Les Verts/EELV, vergelijkbaar met GroenLinks, krijgt dit etiket. Net als La France insoumise/LFI. de partij van Jean-Luc Mélenchon. Het etiket centrum krijgt onder andere de veruit belangrijkste regeringspartij. Dat is La République en Marche/LREM, de partij van president Macron. Deze partij bezit een ruime meerderheid in de Franse Tweede Kamer, Assemblée nationale. Een partij die het etiket rechts krijgt, is bijvoorbeeld Les Républicains/LR. Deze partij is de belangrijkste oppositiepartij. In de Franse Eerste Kamer, Sénat, is het met stip de grootste. Tot de restcategorie hoort bijvoorbeeld Parti animaliste.

ANDERE ETIKETTEN Deze officiële etikettering van politieke partijen gebeurt om de verkiezingsuitslag beter te kunnen duiden. Natuurlijk wordt er ook het stemgedrag van de kiezer door beïnvloed. Het etiket dat een partij krijgt, kan per verkiezing verschillen. Bij elke verkiezing wordt namelijk een nieuwe indeling gemaakt. Per verkiezing kunnen er ook andere etiketten zijn. Zo waren er in 2019 bij de verkiezingen voor het Europees Parlement andere etiketten dan bij die voor de komende gemeenteraadsverkiezingen. Etiketten waren toen extreemlinks tot radicaal links, links tot centrumlinks, centrum, centrumrechts tot rechts en tenslotte radicaal rechts tot extreemrechts. Parti socialiste/PS en EELV kregen het etiket links tot centrumlinks, terwijl La France insoumise/LFI van Jean-Luc Mélenchon het etiket extreemlinks tot radicaal links kreeg.

SENAAT In Frankrijk zijn de gemeenteraadsverkiezingen niet alleen belangrijk voor de politiek in de gemeenten en als opiniepeiling voor de landelijke politiek. Ze zijn ook van belang voor de Franse Eerste Kamer, de senaat. Hoofdzakelijk zijn het namelijk gemeenteraadsleden die de senaat kiezen. In elk departement worden een of meer senatoren gekozen. In gemeenten met minder dan 9 duizend inwoners gebeurt dat doordat de gemeenteraadsleden uit hun midden enkele kiesmannen kiezen; alle kiesmannen in een departement kiezen vervolgens hun senatoren. In de grotere gemeenten, met meer dan 9 duizend inwoners, kiest elk gemeenteraadslid rechtstreeks de senatoren in zijn departement. De volgende senaatsverkiezingen zijn in september van dit jaar. Voor de helft van alle senatoren zijn er dan verkiezingen; voor de andere helft is dat over drie jaar. Een senator wordt voor zes jaar gekozen.

CIRCULAIRE? In het Franse Dagblad Le Monde van 23 december staat een groot artikel over de circulaire van de minister van Binnenlandse Zaken. In deze blog is alle informatie over die circulaire gebaseerd op dit krantenartikel, want ik heb de circulaire zelf niet kunnen vinden.

(Mr. Leon)

Kabinetsformatie in België

VRIJDAG 20 SEPTEMBER 2019 Eind mei zijn in België verkiezingen geweest voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers, zeg maar hun Tweede Kamer. Sinds die tijd wordt er gewerkt aan de vorming van een nieuw kabinet. In België spreekt men van regeringsvorming, in Nederland van kabinetsformatie. Welke procedure wordt daarbij gevolgd en wat zijn de verschillen met Nederland?

INFORMATEUR In Nederland beraadslaagt de Tweede Kamer over de verkiezingsuitslag en wijst vervolgens een of meer informateurs aan. De informateur krijgt een opdracht mee van de Tweede Kamer en onderzoekt aan de hand daarvan welke coalities mogelijk zijn. Hij voert daarvoor gesprekken met de fractieleiders in de Tweede Kamer. De Kamer kan besluiten dat hij haar moet inlichten over de voortgang. In België vervult de koning een belangrijke rol. Hij wijst de informateur aan na een gesprek met de Kamervoorzitter, de voorzitters van de politieke partijen en enkele anderen. De informateur krijgt van de koning een opdracht mee en onderzoekt aan de hand daarvan welke coalities mogelijk zijn. Hij voert onder andere gesprekken met de partijvoorzitters. Verslag brengt hij uit aan de koning.

INFORMATEUR 2019 Koning Filip heeft eind mei twee politici tot informateur aangewezen: Johan Vande Lanotte en Didier Reynders. Vande Lanotte is van de Socialistische Partij Anders (SP.A), een Nederlandstalige partij. Reynders is van Mouvement Réformateur (MR), een Franstalige partij. Volgens de Belgische krant De Standaard van 9 september jl. is hun opdracht de mogelijkheid van een paars-gele coalitie te onderzoeken, omdat zo’n coalitie een meerderheid vertegenwoordigt in Vlaanderen en in Wallonië. Dat wordt dan een coalitie van vijf partijen: de Franstalige Parti Socialiste (PS) en MR en de Nederlandstalige SP.A, Open Vlaamse Liberalen en Democraten (Open VLD) en Nieuw-Vlaamse Alliantie (N-VA). PS en N-VA zijn de grootste partijen in deze coalitie. De informateurs hebben gesproken met onder andere de partijvoorzitters. De informateurs willen dat de partijvoorzitters van PS en N-VA met elkaar gaan praten. Dat zijn respectievelijk Elio Di Rupo en Bart de Wever. Tot nu toe heeft Di Rupo deze boot afgehouden. De informateurs hebben al diverse malen verslag uitgebracht aan de koning.

FORMATEUR We gaan in deze bijdrage verder met de procedure voor regeringsvorming, hoewel men in België nog (lang?) niet zover is. Zodra duidelijk is welke partijen met elkaar een coalitie willen vormen, wordt op zoek gegaan naar een premier en andere ministers. Dat gebeurt door een formateur. In Nederland wijst de Tweede Kamer de formateur aan. In België is het de koning die de formateur aanwijst. De formateur doet een voorstel tot benoeming.

DEMISSIONAIR Tijdens de kabinetsformatie/regeringsvorming zit het land niet zonder regering. De oude regering is blijven zitten, maar is wel demissionair/doet alleen nog maar lopende zaken. De huidige regering van België is de regering van premier Charles Michel (MR).

BENOEMING VAN PREMIER EN MINISTERS De premier en de overige ministers worden in Nederland én in België benoemd per koninklijk besluit. De premier wordt in Nederland ook wel minister-president genoemd, in België ook wel Eerste minister. Het besluit waarbij de premier wordt benoemd is ondertekend door de koning en door de premier. In Nederland is dat de handtekening van de premier die wordt benoemd; hij ondertekent dus zijn eigen benoemingsbesluit. In België is dat de demissionaire premier. Na die ondertekening treedt hij af; zijn aftredingsbesluit wordt ondertekend door de koning en de zojuist benoemde nieuwe premier. Ook de benoeming van de overige ministers gebeurt per koninklijk besluit. In Nederland is het – naast de handtekening van de koning – de handtekening van de nieuwe premier die onder dit besluit staat. In België wordt de nieuwe premier met de aanvaarding van zijn benoeming verantwoordelijk voor wat de koning tijdens de regeringsvorming heeft gedaan, zoals voor de aanwijzing van de informateurs en voor hun opdracht.

VERTROUWEN Net als in Nederland kan de nieuwe Belgische regering niet zonder het vertrouwen van de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Maar anders dan in Nederland heeft de Belgische regering niet het vertrouwen nodig van de Senaat. De vijfpartijencoalitie waar de informateurs naar streven heeft 79 Kamerleden. Dat is de meerderheid, want de Kamer van Volksvertegenwoordigers bestaat uit 150 leden, net als de Tweede Kamer in Nederland. In België is trouwens in het algemeen geen medewerking nodig van de Senaat voor de totstandkoming van wetten, heel anders dan in Nederland het geval is.

MINISTER én MINISTRE Wat de regeringsvorming in België extra moeilijk maakt, is dat de Grondwet eist dat de regering uit evenveel Franstalige als Nederlandstalige ministers bestaat. Bovendien mag een regering hooguit veertien ministers tellen, exclusief de premier.

MICHEL I EN II Na de vorige verkiezingen (2014) duurde het vierenhalve maand voordat de nieuwe regering aantrad. Dat was de regering Michel I. Deze regering bestond uit vier partijen en telde naast de premier dertien ministers van MR, Open VLD, N-VA en CD&V (Christen-Democratisch & Vlaams). Deze regering is in december 2018 ten val gekomen, omdat de ministers van N-VA opstapten. De ministers van de overige drie partijen gingen – aangevuld met enkele partijgenoten – verder als demissionaire regering Michel II. Deze drie partijen hadden (en hebben) geen meerderheid in de Kamer van Volksvertegenwoordigers.

(Mr. Leon)

Hoe word je Prime Minister?

DINSDAG 20 AUGUSTUS 2019 Vorige maand is Boris Johnson tot de nieuwe Prime Minister van buurland het Verenigd Koninkrijk benoemd. Wat is de Prime Minister en wat is er aan de benoeming voorafgegaan?

PM De Prime Minister is veruit de belangrijkste minister in de regering. Hij of zij kiest de andere ministers, stelt voor hun een gedragscode op en kan hen ook weer ontslaan of een ander ministerie toewijzen. Ministers moeten lid zijn van het parlement, dat wil zeggen het Lagerhuis (House of Commons) of het Hogerhuis (House of Lords). De Prime Minister moet lid zijn van het Lagerhuis.

LAGERHUIS Het Lagerhuis komt bijeen in (het Paleis van) Westminster, Londen. Het bestaat uit 650 leden. Elk lid komt uit een kiesdistrict. Het Verenigd Koninkrijk is verdeeld in 650 kiesdistricten, verdeeld over Engeland, Schotland, Wales en Noord-Ierland. In elk kiesdistrict wordt één Lagerhuislid gekozen. Gekozen is de kandidaat die de meeste stemmen krijgt. Men wordt voor vijf jaar gekozen.

VERTROUWEN Ministers hebben het vertrouwen nodig van (de meerderheid in het) Lagerhuis. De regering kan alleen vervroegde verkiezingen houden als het Lagerhuis daarmee instemt. Voor de totstandkoming van wetten is medewerking van Lagerhuis (én Hogerhuis) noodzakelijk.

CONSERVATIVE & UNIONIST PARTY Na de laatste Lagerhuisverkiezingen (2017) is de Conservative & Unionist Party – vaak Conservative Party genoemd – de grootste geworden, op afstand gevolgd door de Labour Party. De koningin benoemt de leider van de grootste partij tot Prime Minister als zij of hij het vertrouwen heeft van de meerderheid van het Lagerhuis. Dat vertrouwen is er sowieso als de grootste partij de absolute meerderheid der zetels houdt. In 2017 was Theresa May weliswaar leider van de grootste partij maar had deze partij niet de absolute meerderheid in het Lagerhuis. De Lagerhuisfractie bestond namelijk slechts uit 317 (van de 650) leden. Het akkoord met de Noord-Ierse Democatic Unionist Party (10 zetels) garandeerde wel een absolute meerderheid. Inmiddels bestaat de fractie uit 311 leden. Enkele leden zijn uit onvrede over May’s Brexit-politiek uit de fractie gestapt. Sinds vorige maand is er een nieuwe partijleider, Boris Johnson. De koningin heeft hem tot nieuwe Prime Minister benoemd. Maar nu garandeert het akkoord met de Democratic Unionist Party geen absolute meerderheid meer.

CONSERVATIVE PARTY Die 311 fractieleden zijn niet alleen van de Conservative & Unionist Party. Er zitten ook Lagerhuisleden in van twee andere partijen: de Scottish Conservative & Unionist Party en de Welsh Conservative Party. Schotland heeft namelijk zijn eigen Conservative Party. Van Wales weet ik niet zeker of het een zelfstandige partij is of een afdeling van de Conservative & Unionist Party. Zowel Prime Minister Boris Johnson als zijn voorganger Theresa May zijn Lagerhuisleden uit Engeland.

VERENIGING Hoe zijn Johnson en May partijleider geworden? Dat is geregeld in de partijstatuten. Politieke partijen in het Verenigd Koninkrijk zijn verenigingen. Verenigingen hebben statuten. Politieke partijen die aan de verkiezingen voor het Lagerhuis willen meedoen, moeten daarin regelen hoe iemand partijleider wordt.

STATUTEN Volgens de statuten van de Conservative & Unionist Party moet een fractielid de steun hebben van acht fractiegenoten om zich kandidaat te stellen voor het partijleiderschap. Als er meer dan twee kandidaten zijn, gaat de voltallige fractie stemmen. Elk fractielid brengt dan een stem uit op een kandidaat. Er volgen net zoveel stemronden totdat slechts twee kandidaten overblijven. Na elke stemronde vallen er automatisch een of meer kandidaten af en uiteraard kan iemand zich ook vrijwillig terugtrekken. Boris Johnson had dit jaar negen concurrenten, Theresa May had er in 2016 vier. Toen waren er twee stemronden nodig om tot twee kandidaten te komen; nu vijf. May haalde beide ronden de absolute meerderheid der stemmen, bij Johnson was dat alleen in de twee laatste ronden het geval.

GEWONE LEDEN Ten slotte zijn de (gewone) partijleden aan de beurt. Zij mogen hun stem uitbrengen op één van de twee overgebleven kandidaten. Daarbij heeft elk partijlid dat meer dan enkele maanden lid is een stem. De kandidaat die de meeste stemmen heeft gekregen, is de nieuwe partijleider. Stemrecht hebben zowel de leden van de Conservative & Unionist Party als de leden van de Scottisch Conservative Party. In de statuten heb ik niet gevonden dat ook de leden van de Welsh Conservative Party mogen stemmen, maar als het een afdeling is (zie hierboven) hebben de leden waarschijnlijk sowieso dit stemrecht. Johnson heeft met 65% ongeveer net zoveel stemmen gekregen als David Cameron, hij was de partijleider en Prime Minister vóór Theresa May. May zelf is partijleider geworden zonder ledenreferendum; de andere kandidaat had zich namelijk teruggetrokken. David Cameron is de Prime Minister die heeft besloten tot het houden van het referendum over de Brexit.

In Luxemburg heeft de kiezer niet 1 maar 23 stemmen

DONDERDAG 1 NOVEMBER 2018 Iets meer dan twee weken geleden – zondag 14 oktober – zijn er in Luxemburg parlementsverkiezingen geweest. De coalitiepartijen hebben weliswaar één zetel verloren maar hun meerderheid behouden. Coalitiepartijen zijn de (liberale) DP, de (sociaal-democratische) LSAP en de (groene) Dei Greng.

Groot-hertogdom Luxemburg is een groothertogdom: een monarchie met een groothertog als monarch. Het land heeft zo’n 600.000 inwoners waarvan iets minder dan de helft buitenlander is (en dus niet de Luxemburgse nationaliteit bezit).

Chambre des Députés Het parlement bestaat uit één Kamer: Chambre des Députés. De Kamer heeft zestig Kamerleden; zij worden voor vijf jaar gekozen. De coalitiepartijen hadden in 2013 32 zetels en hebben er nu nog 31.

Parlementsverkiezingen Zondag 14 oktober waren er dus verkiezingen. Iedereen die meerderjarig is en de Luxemburgse nationaliteit bezit mag én moet gaan stemmen. Voor mensen die ouder zijn dan 75 jaar geldt evenwel geen stemplicht. De helft van de inwoners is buitenlander en mag dus niet aan de verkiezingen deelnemen. Van de andere helft alleen de mensen ouder dan 18 jaar.

Districtenstelsel Bij de parlementsverkiezingen wordt gestemd in kiesdistricten. Er zijn vier districten. In elk district worden een aantal Kamerleden gekozen. In district Oost worden 7 Kamerleden gekozen; in Noord 9; in Centrum 21 en in Zuid 23. Dat is samen 60. Zijn woonplaats bepaalt in welk kiesdistrict de kiezer gaat stemmen.

23 stemmen De kiezer kan net zoveel stemmen uitbrengen als het aantal zetels van zijn kiesdistrict. De kiezer in Noord kan dus 23 stemmen uitbrengen, die van Oost ”slechts” 7. De kiezer mag ook minder stemmen uitbrengen. Hij brengt zijn stem uit op een kandidaat die op een kandidatenlijst (politieke partij) staat. De kiezer in Noord kan dus aan 23 kandidaten een stem geven. Dat hoeven geen kandidaten op dezelfde lijst te zijn: hij kan op elke kandidatenlijst een of meer kandidaten een stem geven of dat slechts doen op enkele kandidatenlijsten. De kiezer heeft dus veel vrijheid. Hij mag bovendien een en dezelfde kandidaat twee stemmen geven. Als hij dat doet, heeft hij er nog 21 over voor de andere kandidaten. Hij kan natuurlijk ook al zijn stemmen geven aan kandidaten die op een en dezelfde lijst staan. Ook dan kan hij een of meer van hen twee stemmen geven. Ten slotte kan hij zijn stem uitbrengen op een lijst (dus niet op een kandidaat van die lijst). In dat geval krijgt elke kandidaat op die lijst één stem. Het aantal kandidaten op een lijst is namelijk nooit groter dan het aantal zetels van het kiesdistrict. De stemmen van een kiezer die meer stemmen uitbrengt dan waarover hij beschikt, zijn allemaal ongeldig.

Voorkeursstem Als een lijst voldoende stemmen heeft gekregen voor een of meer Kamerzetels gaan die zetels naar de kandidaten die de meeste stemmen hebben gekregen. De volgorde op de lijst is dus van geen enkel belang, zelfs niet als twee kandidaten hetzelfde aantal stemmen hebben gekregen. De keuzen die de kiezer met zijn stemmen uitbrengt, worden dus maximaal overgenomen.

BRONNEN

Artikel 1 van de Loi électorale luidt (gedeeltelijk): Pour être électeur aux élections législatives il faut: 1° être Luxembourgeois ou Luxembourgeoise; 2° être âgé de dix-huit ans accomplis au jour des élections; 3° jouir des droits civils et politiques; 4° être domicilié dans le Grand-Duché de Luxembourg; les Luxembourgeois domiciliés à l’étranger sont admis aux élections législatives par la voie du vote par correspondance.

Artikel 89 luidt (gedeeltelijk): Le vote est obligatoire pour tous les électeurs inscrits sur les listes électorales. Les électeurs empêchés de prendre part au scrutin doivent faire connaître au procureur d’Etat territorialement compétent leurs motifs, avec les justifications nécessaires.» Si celui-ci admet le fondement de ces excuses, il n’y a pas lieu à poursuite. Sont excusés de droit: 1. les électeurs qui au moment de l’élection habitent une autre commune que celle où ils sont appelés à voter; 2. les électeurs âgés de plus de 75 ans.

Artikel 117 luidt (gedeeltelijk): Le nombre des députés, par application de l’article 51, alinéa 3 de la Constitution, est fixé comme suit: circonscription Sud: 23 députés; circonscription Est: 7 députés; circonscription Centre: 21 députés; circonscription Nord: 9 députés.

Artikel 121 luidt (gedeeltelijk): Les députés sont élus pour cinq ans.

Artikel 133 luidt (gedeeltelijk): Les députés sont élus au scrutin de liste, avec répartition des députés aux différentes listes, proportionnellement au nombre des suffrages qu’elles ont recueillis

Artikel 135 luidt (gedeeltelijk): Une liste ne peut comprendre un nombre de candidats supérieur à celui des députés à élire dans la circonscription.

Artikel 143 luidt (gedeeltelijk): Chaque électeur dispose d’autant de suffrages qu’il y a de députés à élire dans la circonscription. Il peut attribuer deux suffrages à chacun des candidats jusqu’à concurrence du total des suffrages dont il dispose. L’électeur qui, à l’aide d’un crayon, d’une plume, d’un stylo à bille ou d’un instrument analogue, remplit le cercle blanc de la case placée en tête d’une liste ou qui y inscrit une croix ( + ou x ) adhère à cette liste en totalité et attribue ainsi un suffrage à chacun des candidats de cette liste.

Artikel 145 luidt (gedeeltelijk): Les suffrages donnés à une liste en totalité (suffrages de liste) ou aux candidats individuellement (suffrages nominatifs) comptent tant à la liste pour le calcul de la répartition proportionnelle des sièges entre les listes qu’aux candidats pour l’attribution des sièges dans les listes. Le suffrage exprimé dans la case figurant en tête d’une liste compte pour autant de suffrages de liste qu’il y figure de candidats.

Artikel 147 luidt (gedeeltelijk): Les bulletins nuls n’entrent point en compte pour fixer le nombre des voix. Sont nuls: 2° les bulletins qui expriment plus de suffrages qu’il n’y a de membres à élire;

Artikel 161 luidt (gedeeltelijk): Les sièges sont attribués, dans chaque liste, aux candidats ayant obtenu le plus grand nombre de suffrages. En cas d’égalité de suffrages, est proclamé élu le candidat qui est désigné par tirage au sort par le président du bureau principal de la circonscription.

Broederstrijd in Waalse burgemeestersverkiezing

11 OKTOBER 2018 Afgelopen dinsdag stond er een groot artikel in de krant over twee broers die met elkaar strijden voor het burgemeesterschap van het Belgische Bastogne (of Bastenaken). Bastogne is een Waalse gemeente van 15000 inwoners dichtbij de grens met Luxemburg. Het maakte in de koude decembermaand van 1944 deel uit van het Ardennenoffensief. Nu in 2018 wordt er om iets anders – en bovendien zonder geweld – gestreden: het burgemeesterschap. De gemeenteraadsverkiezingen van komende zondag spelen een belangrijke rol bij wie burgemeester wordt. De partij van de ene broer is de Centre democrate humaniste (cdH); de partij van de andere broer is de Citoyens Positifs. De eerstgenoemde is de zittende burgemeester. Deze bijdrage gaat over de eisen waaraan iemand moet voldoen om burgemeester te kunnen worden en wie haar of hem kiezen. Dat betreft dan de bourgmestre in Wallonië, want in Vlaanderen is het anders geregeld.

Belg Het burgemeesterschap staat alleen open voor mensen met de Belgische nationaliteit. Een burgemeester in Nederland moet evenzo de Nederlandse nationaliteit bezitten.

Gemeenteraadslid De burgemeester móet gekozen worden uit de gemeenteraadsleden, uitzonderingen daargelaten. In Nederland mág een burgemeester zelfs geen gemeenteraadslid zijn.

Collegepartij De burgemeester moet gekozen zijn als gemeenteraadslid voor een collegepartij. Een collegepartij is een partij die het collegeakkoord – pacte de majorité – heeft ondertekend en minstens één wethouder of de burgemeester levert. In het collegeakkoord is onder andere afgesproken wie de wethouders – échevins – worden. Uiteraard wordt het collegeakkoord pas na de verkiezingen gesloten. Ook wethouders worden in de regel uit de gemeenteraad gekozen; althans in beginsel, want als hierdoor een slechte man/vrouw verhouding ontstaat, wordt deze regel doorbroken. Nog even een puntje op de i gezet: het zijn niet de collegepartijen die het collegeakkoord tekenen, maar de gemeenteraadsfracties van die partijen. De absolute meerderheid van elk van die fracties moet het akkoord tekenen.

Grootste collegepartij De collegepartij die bij de verkiezingen de meeste stemmen heeft gehaald, levert de burgemeester. Het gaat dus niet om de grootste partij, maar om de grootste collegepartij.

Meeste voorkeurstemmen Burgemeester wordt het gemeenteraadslid van de grootste collegepartij die de meeste voorkeursstemmen heeft gekregen. In de praktijk zal dat de lijsttrekker zijn. Als die persoon dat niet wil, dan mag het gemeenteraadslid dat na hem of haar de meeste voorkeurstemmen heeft gehaald burgemeester worden (en zo voort). De vechtende broers in Bastogne zijn beiden lijsttrekker van hun partij.

Nederland In Nederland wordt de burgemeester benoemd door de regering nadat de gemeenteraad een aanbeveling met daarop twee personen heeft gedaan. Ik weet niet in hoeverre bij de benoeming rekening wordt gehouden met de politieke verhoudingen in de gemeente.

BRONNEN

Artikel L1123-4 van de (Waalse) Code de la démocratie locale et de la décentralisation luidt (gedeeltelijk): §1er. Est élu de plein droit bourgmestre, le conseiller de nationalité belge qui a obtenu le plus de voix de préférence sur la liste qui a obtenu le plus de voix parmi les groupes politiques qui sont parties au pacte de majorité

§2. Si le conseiller visé au §1er renonce à exercer cette fonction ou s’il doit cesser définitivement d’exercer celle-ci, est élu de plein droit bourgmestre le conseiller de nationalité belge qui, après lui, a obtenu, dans le même groupe politique, le nombre le plus important de voix lors des dernières élections, et ainsi de suite.

Artikel L1123-1 van de (Waalse) Code de la démocratie locale et de la décentralisation luidt (gedeeltelijk): §2. Le projet de pacte comprend l’indication des groupes politiques qui y sont parties, l’identité du bourgmestre, des échevins ainsi que celle du président du conseil de l’action sociale pressenti si la législation qui lui est applicable prévoit sa présence au sein du collège communal. Il présente des personnes de sexe différent. Le projet de pacte est signé par l’ensemble des personnes y désignées et par la majorité des membres de chaque groupe politique dont au moins un membre est proposé pour participer au collège. §5. Si, en cours de législature, tous les membres du collège démissionnent, le pacte de majorité est considéré comme rompu. Le bourgmestre peut également être désigné hors conseil.

Art. L1123-8 van de (Waalse) Code de la démocratie locale et de la décentralisation luidt (gedeeltelijk): §2. Les échevins sont élus parmi les membres du conseil.

Il est dérogé à la règle prévue à l’alinéa précédent pour l’un des échevins si tous les conseillers des groupes politiques liés par le pacte de majorité sont du même sexe.

Artikel 63 (Nederlandse) Gemeentewet luidt: Voor de benoembaarheid tot burgemeester is het Nederlanderschap vereist.

Artikel 68 (Nederlandse) Gemeentewet luidt (gedeeltelijk): De burgemeester is niet tevens lid van een raad.

Artikel 61 (Nederlandse) Gemeentewet luidt (gedeeltelijk): De burgemeester wordt bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister benoemd voor de tijd van zes jaar. De raad zendt Onze Minister binnen vier maanden nadat de gelegenheid tot sollicitatie voor de functie is gegeven een aanbeveling inzake de benoeming. Deze aanbeveling omvat twee personen. In een bijzonder, door de raad te motiveren geval, kan worden volstaan met een aanbeveling waarop één persoon vermeld staat. Onze Minister slaat geen acht op een enkelvoudige aanbeveling, indien naar zijn oordeel geen sprake is van een bijzonder geval. Onze Minister volgt in zijn voordracht in beginsel de aanbeveling, met inbegrip van de daarop gehanteerde volgorde, tenzij zwaarwegende gronden aanleiding tot afwijking geven. Een afwijking wordt gemotiveerd.

(Van) wie (men) schrijft, die blijft: Lisa Murkowski en ”write in”

DINSDAG 9 OKTOBER 2018 In een Nederlandse krant stond eind september een groot artikel over twee vrouwelijke Republikeinse senatoren wiens stem waarschijnlijk beslissend zou worden voor het al dan niet benoemen van Brett Kavanaugh tot rechter in het Amerikaanse Hooggerechtshof: Lisa Murkowski en Susan Collins. De senaat heeft afgelopen vrijdag en zaterdag Kavanaugh gekozen, met een minieme meerderheid. Collins heeft vóór gestemd maar Murkowski heeft als enige Republikein vrijdag tegen gestemd. Murkowski is senator voor Alaska. Zij is dat al sinds 2004. Ook in 2010 heeft ze de verkiezingen gewonnen. Dat was heel bijzonder, want de officiële kandidaat van de Republican Party was iemand anders (namelijk de Tea Party-kandidaat)

Senate De Senaat bestaat uit 100 leden. De burgers van elke Amerikaanse (deel)staat kiezen twee senatoren. Een senator wordt gekozen voor zes jaar.

Primaries Murkowski was bij de verkiezingen van 2010 niet de officiële kandidaat van de Republican Party (en ook niet van een andere partij). Zij had de voorverkiezingen in de Republican Party verloren van de Tea Party-kandidaat. Daardoor stond ze niet op het stembiljet. Alleen de winnaren van de voorverkiezingen – primaries geheten – in de Republican Party en de Democratic Party staan namelijk op het stembiljet. Er is altijd maar één winnaar bij primaries: dat is de kandidaat die de meeste stemmen heeft gekregen. Republican Party en Democratic Party hebben dus elk één kandidaat op het stembiljet. Er kunnen daarnaast nog andere kandidaten op het stembiljet staan, maar die zijn dan niet verbonden met één van deze twee politieke partijen.

General elections ballot De kiezer geeft op het stembiljet – general election ballot – aan op welke kandidaat hij zijn stem uitbrengt. Hij doet dat door in de daarvoor bestemde (ovale) ruimte naast de naam van die kandidaat bijvoorbeeld een streep, kruis of cirkel te maken. In Alaska is er wat betreft het stemmen op een kandidaat dus meer ”handelingsvrijheid” dan in Nederland waar hij alleen een daarvoor bestemd wit stipje rood mag kleuren!

Write in De Amerikaanse kiezer mag er in het stemhokje ook voor kiezen om de naam van een ander op het stembiljet te schrijven, een ander iemand dan de kandidaten dan de namen van de kandidaten die op het stembiljet gedrukt staan. Daarvoor is een speciale plek gereserveerd op het stembiljet. De kiezer die hiervoor kiest moet bovendien een streep, kruis of cirkel maken in de daarvoor bestemde (ovale) ruimte ernaast. De kiezer die dit doet, maakt een write in vote. Eigenlijk moet de opgeschreven naam volledig zijn en helemaal juist zijn gespeld, maar als dit niet het geval is en toch duidelijk is wie de kiezer bedoelt, dan telt zijn stem gewoon mee. Het is evenwel expliciet verboden om een sticker met daarop de volledige naam op het stembiljet te plakken! Voor de volledigheid: write in votes kunnen alleen (geldig) worden uitgebracht op mensen die hebben verklaard dat ze daarvoor open staan.

Senator De persoon die de meeste stemmen heeft gekregen, heeft de senaatsverkiezingen gewonnen. Dat kan dus iemand zijn wiens naam als kandidaat was voorgedrukt op het stembiljet. Maar het kan ook een ander iemand zijn wiens naam op het stembiljet door de kiezer in het stemhokje is bijgeschreven. Dat is Lisa Murkowski overkomen in 2010. Haar naam stond niet voorgedrukt op het stembiljet maar ze heeft dankzij write in votes toch de meeste stemmen gekregen. Dat lijkt me een bijzondere prestatie!

BRONNEN

Section 3 van de Constitution of the United States luidt (gedeeltelijk): The Senate of the United States shall be composed of two Senators from each State, chosen by the Legislature thereof, for six Years; and each Senator shall have one Vote.

Article XVII (Amendment 17) luidt gedeeltelijk: The Senate of the United States shall be composed of two Senators from each State, elected by the people thereof, for six years; and each Senator shall have one vote. The electors in each State shall have the qualifications requisite for electors of the most numerous branch of the State legislatures.

Artikel 15.25.100 van de Alaska Statutes luidt: The director shall place the name of the candidate receiving the highest number of votes for an office by a political party on the general election ballot.

Artikel 15.25.010 luidt (gedeeltelijk): Candidates for the elective national legislative offices shall be nominated in a primary election by direct vote of the people in the manner prescribed by this chapter. A voter registered as affiliated with a political party may vote that party’s ballot. A voter registered as nonpartisan or undeclared rather than as affiliated with a particular political party may vote the political party ballot of the voter’s choice unless prohibited from doing so under AS 15.25.014. A voter registered as affiliated with a political party may not vote the ballot of a different political party unless permitted to do so under AS 15.25.014.

Artikel 15.15.360 luidt: (a) The election board shall count ballots according to the following rules:

(1) A voter may mark a ballot only by filling in, making “X” marks, diagonal, horizontal, or vertical marks, solid marks, stars, circles, asterisks, checks, or plus signs that are clearly spaced in the oval opposite the name of the candidate, proposition, or question that the voter desires to designate.

(5) The mark specified in (1) of this subsection shall be counted only if it is substantially inside the oval provided, or touching the oval so as to indicate clearly that the voter intended the particular oval to be designated.

(b) The rules set out in this section are mandatory and there are no exceptions to them. A ballot may not be counted unless marked in compliance with these rules.

(d) Write-in votes shall be counted according to the following rules:

(2) in order to vote for a write-in candidate, the voter must write in the candidate’s name in the space provided and fill in the oval opposite the candidate’s name in accordance with (a)(1) of this section;

(3) a vote for a write-in candidate shall be counted if the oval is filled in for that candidate and if the name of the candidate, as it appears on the write-in declaration of candidacy, or the last name of the candidate is written in the space provided;

(5) in counting votes for a write-in candidate, the director shall disregard any abbreviation, misspelling, or other minor variation in the form of the name of a candidate if the intention of the voter can be ascertained.

Artikel J 26 (Nederlandse) Kieswet luidt (gedeeltelijk): De kiezer gaat na ontvangst van het stembiljet naar een stemhokje en stemt aldaar door een wit stipje, geplaatst vóór de kandidaat van zijn keuze, rood te maken.

Artikel 15.15.361 Alaska Statutes luidt: Affixing stickers on a ballot in an election to vote for a write-in candidate is prohibited.

Artikel 15.15.365 luidt: (a) Write-in votes on a general election ballot shall be counted for a candidate only if the aggregate of all votes cast for all write-in candidates for the particular office is

(1) the highest number of votes received by any candidate for the office; or

(2) the second highest number of votes received by any candidate and the difference between the total number of votes received by the candidate having the highest number of votes and the aggregate of all votes cast for all write-in candidates for the office is less than the percentage necessary for a recount at the state’s cost under AS 15.20.450.

(b) Write-in votes that do not meet the requirements of this section may not be individually counted under this section.