Regeringsverklaring

Vrijdag 3 november 2017. In de afgelopen dagen presenteerde premier Rutte het nieuwe kabinet aan de Kamer en gaf hij een toelichting op het regeerakkoord. Deze regeringsverklaring vloeit voort uit de ministeriële verantwoordelijkheid die in de Grondwet is vastgelegd. Vervolgens vond er een debat plaats tussen Kamer en premier, waarin zowel de ministerskeuze als het regeerakkoord aan de orde kwamen. Zo was Geert Wilders (PVV) kritisch over de dubbele nationaliteit van sommige ministers en waren Jesse Klaver (GroenLinks), Emile Roemer (SP) en Lodewijk Asscher (PvdA) kritisch over de afschaffing van de dividendbelasting. Het debat had kunnen leiden tot het aanvaarden van een motie van wantrouwen, maar dat is niet gebeurd. De coalitiepartijen VVD, D66, CDA en CU zijn (nog) niet kritisch. In zo’n motie van wantrouwen spreekt een Kamermeerderheid uit dat het onvoldoende vertrouwen heeft in het kabinet. Een kabinet kan niet functioneren zonder het vertrouwen van de Kamermeerderheid, niet alleen bij aanvang van haar werkzaamheden maar gedurende de hele ”rit”. Deze zogenaamde vertrouwensregel is niet in de Grondwet terug te vinden. Het is een van de weinige voorbeelden van ongeschreven staatsrecht in ons land. Wat de regels van ongeschreven staatsrecht zijn, is terug te vinden in boeken over staatsrecht.

Artikel 42 lid 2 Grondwet: De Koning is onschendbaar; de ministers zijn verantwoordelijk.

             : vertrouwensregel.

Fracties van SP, GL en PvdA gaan samenwerken

Dinsdag 31 oktober 2017. In de Tweede Kamer gaan de fracties van SP, GroenLinks en PvdA met elkaar samenwerken. Zo presenteren zij onder andere een gezamenlijk alternatief regeerakkoord. Meer dan samenwerking is niet de bedoeling: een fusie tussen de fracties ligt niet in het verschiet. Wat zegt het Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal over fracties, samenwerking en fusies?

Artikel 11 lid 1 luidt: De leden, die door het centraal stembureau op dezelfde lijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd.

Artikel 11 lid 4 luidt: Andere fracties dan die bedoeld in het eerste lid kunnen gedurende een zitting niet worden gevormd, tenzij door samenvoeging van twee of meer van die fracties (..).

Referendumuitslag en politici

Maandag 30 oktober 2017. De krant van vandaag staat vol over referenda: in buitenland (Spanje/Catalonië) én in binnenland. In binnenland komt het referendum over de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten eraan. Sommige politici hebben al op voorhand aangegeven dat zij de uitslag hiervan sowieso negeren. Andere politici zijn het met dit standpunt uitdrukkelijk niet eens. Wat zegt de wet?

Het referendum is geregeld in de Wet raadgevend referendum.

Artikel 11 luidt: Indien onherroepelijk is vastgesteld dat een referendum heeft geleid tot een raadgevende uitspraak tot afwijzing, wordt zo spoedig mogelijk een voorstel van wet ingediend dat uitsluitend strekt tot intrekking van de wet of tot regeling van de inwerkingtreding van de wet.

Artikel 3 luidt: De uitslag van een referendum geldt als een raadgevende uitspraak tot afwijzing, indien een meerderheid zich in afwijzende zin uitspreekt en de opkomst bij het referendum ten minste dertig procent van het totale aantal kiesgerechtigden bedraagt.

Er moet dus een wetsvoorstel worden ingediend dat in Tweede en Eerste Kamer wordt behandeld. Kamerleden mogen zich daarbij uitspreken tot óf intrekking van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten óf invoering van die wet, in het laatste geval inclusief de datum van inwerkingtreding. Parlementaire behandeling is dus hoe dan ook noodzakelijk. De uitkomst van die behandeling is evenwel (nog) ongewis.