Verlaging aantal leden Franse parlement: deel I

VENDREDI LE 13 AVRIL 2018. De Franse regering heeft vorige week haar plannen voor staatsrechtelijke hervormingen, réforme des institutions, verder uiteengezet. Ze gaan onder andere over de invoering van een kiesstelsel met beperkte evenredige vertegenwoordiging en over minder parlementariërs. De wetsvoorstellen hiervoor worden in mei ingediend (1). Hoeveel parlementariërs zijn er nu en welke parlementaire steun nodig is om dat aantal te verlagen?

Parlement Het Franse parlement zetelt in Parijs en bestaat uit twee kamers: Assemblée nationale en Sénat (2). Voor parlementaire wetswijzigingen is altijd steun nodig in de Assemblée nationale maar niet altijd in de Sénat. In de Assemblée nationale heeft de grootste regeringspartij La République En Marche (LREM) de absolute meerderheid. De wetsvoorstellen kunnen hier dus waarschijnlijk op voldoende steun rekenen. In de Sénat is LREM een kleine partij, terwijl oppositiepartij Les Républicains met stip de grootste is; het is afwachten of en in hoeverre de wetsvoorstellen hier op voldoende steun kunnen rekenen (3).

Ook het Nederlandse parlement te Den Haag bestaat uit twee kamers: Tweede Kamer en Eerste Kamer (4a). Een wetsvoorstel in Nederland heeft altijd de steun nodig van beide kamers (4b).

Sénat: aantal leden Deze kamer bestaat uit 348 leden; een Kamerlid heet sénateur. In de Franse grondwet is slechts het maximum aantal senatoren geregeld. Ook dat is 348 (5). Er is voor een verlaging van het aantal leden dus geen grondwetswijziging nodig. Voor een grondwetswijziging is namelijk altijd de steun van beide kamers nodig (6a). Het aantal van 348 leden (niet meer maar ook niet minder) is echter vastgelegd in de Franse Kieswet, Code électoral (6b). Deze wetsbepaling is niet afkomstig uit een gewone wet maar uit een zogenaamde loi organique. Dat is belangrijk, want voor parlementaire wijziging van een loi organique is ook de steun van de senaat nodig, mits die wetsbepaling mede betrekking heeft op de senaat (7). Een parlementaire wetswijziging waardoor het aantal senatoren wordt verlaagd, heeft (mede) betrekking op de senaat. Daarvoor is dus de steun van beide kamers nodig.

De Nederlandse Eerste Kamer bestaat uit 75 leden; dat aantal (niet meer en niet minder) is in de Grondwet vastgelegd (8a). Voor grondwetswijziging is steun van beide Kamers nodig (8b).

Assemblée nationale: aantal leden Deze kamer bestaat uit 577 leden; een Kamerlid heet député. In de Franse grondwet is ook nu weer slechts het maximum aantal geregeld. Ook dat is 577 (9). Er is voor een verlaging van het aantal députés dus geen grondwetswijziging nodig. Het aantal van 577 (niet meer maar ook niet minder) is ook weer geregeld in de Franse Kieswet (10). Ook die wetsbepaling is afkomstig uit een loi organique. Echter, het aantal députés heeft geen betrekking op de senaat. Daarom neem ik aan dat daarvoor uiteindelijk geen steun nodig is in de senaat; bespreking in de senaat is echter wel nodig (11).

De Nederlandse Tweede Kamer bestaat uit 150 leden. In de Nederlandse grondwet is dat aantal vastgelegd (niet meer en niet minder) (12). Voor grondwetswijziging is steun van beide Kamers nodig.

NOTEN

1: dagblad Le Figaro, 5 april 2018

2: artikel 24 Constitution

3: dagblad Le Figaro, 5 april 2018

4a: artikel 51 Grondwet

4b: artikel 81 Grondwet

5: artikel 24 Constitution

6a: artikel 89 Constitution

6b: artikel LO 119 Code électoral: daarin staat het aantal van 326 senatoren, maar dit aantal is exclusief de senatoren gekozen door de overzeese gebiedsdelen en de Fransen in het buitenland

7: artikel 46 en 45 Constitution

8a: artikel 51 Grondwet

8b: artikel 137 en 81 Grondwet

9: artikel 24 Constitution

10: artikel LO119 Code électoral

11: artikel 46 en 45 Constitution

12: artikel 51 Grondwet

Het amendementsrecht van het Franse parlement: deel I

Jeudi, le 29 mars 2018. De Franse regering bereidt een wetsvoorstel voor waarin het amendementsrecht van het parlement aanzienlijk wordt beperkt; dit wetsvoorstel zal waarschijnlijk begin mei worden ingediend (1). In dit deel van mijn bijdrage gaat het over het geldend amendementsrecht. In het tweede deel gaat het over het wetsvoorstel.

Parlement Het nationale Franse parlement bestaat net als de Nederlandse Staten-Generaal uit twee kamers: Assemblée nationale (Tweede Kamer) en Sénat (Eerste Kamer) (2).

Totstandkoming van een wet Zowel in Frankrijk als in Nederland moeten beide kamers worden betrokken bij de vaststelling van wetten (3). De Franse regering mag een wetsvoorstel bij elke kamer indienen (4); de Nederlandse regering mag een wetsvoorstel alleen bij de Tweede Kamer indienen (5).

Amendement Een amendement is een wijziging van het wetsvoorstel zoals dat door de regering is ingediend. In het Franse parlement hebben beide kamers een amendementsrecht (6), terwijl dat recht in het Nederlandse parlement is voorbehouden aan de Tweede Kamer (7).

Frans amendement Beide kamers in Frankrijk kunnen het wetsvoorstel van de regering wijzigen. Elke kamer kan andere wijzigingen aanbrengen. Daardoor kan het wetsvoorstel dat in de ene kamer wordt aangenomen verschillen van het wetsvoorstel dat in de andere kamer is aangenomen. Ter illustratie: de regering dient het wetsvoorstel in bij de Assemblée nationale; deze kamer wijzigt artikel 3; vervolgens gaat het gewijzigde wetsvoorstel naar de Sénat; de Sénat wijzigt artikel 4 en neemt de wijziging van artikel 3 al dan niet over. De artikelen 3 en 4 verschillen daardoor in de aangenomen versies van het wetsvoorstel. In dat geval wordt het wetsvoorstel zoals het door de Sénat is aangenomen, nogmaals behandeld in de Assemblée nationale. Enzovoorts. Als beide kamers twee keer verschillende versies hebben aangenomen, wordt een commissie ingesteld die bestaat uit leden van beide kamers, van elke kamer evenveel: commission mixte paritaire. Taak van deze commissie is om tot een gemeenschappelijke versie van het wetsvoorstel te komen. Vervolgens wordt in beide kamers over die versie gestemd. Nu kan het gebeuren dat het de commissie niet lukt om tot een gemeenschappelijke versie te komen of dat die versie vervolgens niet in beide kamers wordt aangenomen. De regering mag in dat geval de Sénat buiten spel zetten en het aannemen van het wetsvoorstel alleen van de Assemblée nationale laten afhangen (8). Er zijn uitzonderingen op het recht van de regering om de Sénat buiten spel te zetten (9). De Nederlandse regering kan de Eerste Kamer nooit buiten spel zetten (10).

Beperkingen aan het geldend amendementsrecht Het Frans amendementsrecht is in het geldend recht niet onbeperkt. Ontoelaatbaar is ten eerste het amendement dat leidt tot minder belastinginkomsten of tot meer overheidstaken (charge publique) (11). Ontoelaatbaar is ook het amendement dat geen onderwerp is dat door een parlementaire moet worden geregeld (n’est pas du domaine de la loi), hetzij nooit (12) hetzij na parlementaire goedkeuring (13), dit ter beoordeling van de Kamervoorzitter en de regering (14). Ook ontoelaatbaar is het amendement als er geen verband bestaat tussen de materie van het amendement en die van het wetsvoorstel; een indirect verband voldoet (15). Ten slotte is ontoelaatbaar het amendement dat na opening van het plenaire debat wordt ingediend (16). Verder mag de regering verlangen dat alleen wordt gestemd over de amendementen die de regering heeft overgenomen; in dat geval wordt evenmin over de afzonderlijke artikelen van het wetsvoorstel gestemd en wordt in plaats daarvan het hele wetsvoorstel in een keer in stemming gebracht (17). Een amendement moet schriftelijk worden ingediend en zijn voorzien van een summiere motivering (18).

Het Nederlandse amendementsrecht is ook niet onbeperkt, maar wel veel minder beperkt dan het Franse nu al is. Het amendement is in Nederland slechts ontoelaatbaar, indien het een strekking heeft tegengesteld aan die van het voorstel van wet, of indien er tussen de materie van het amendement en die van het voorstel geen rechtstreeks verband bestaat, dit ter beoordeling van de Kamer (19). Deze beperking staat bovendien niet in de Grondwet of in een parlementaire wet, maar is opgenomen in een regeling die de Tweede Kamer zelf heeft vastgesteld (20).

NOTEN

1: Dagblad Le Monde 14 maart 2018

2: Artikel 24 Constitution en artikel 51 Grondwet

3: Artikel 45 Constitution en artikel 81 Grondwet

4: Artikel 45 Constitution

5: Artikel 83 Grondwet

6: Artikel 44 Constitution

7: Artikelen 84 en 85 Grondwet

8: Artikel 45 Constitution

9: Artikel 46 Constitution

10: Artikel 81 Grondwet

11: Artikel 40 Constitution

12: Artikel 41 Constitution

13: Artikel 41 juncto 38 Constitution; zie over ”met parlementaire goedkeuring” ook mijn eerdere bijdrage Veel slechtere arbeidsvoorwaarden voor treinpersoneel buiten Frans parlement om

14: En bij geschil tussen regering en Kamervoorzitter door de Conseil constitutionnel, artikel 41 Constitution

15: Artikel 45 Constitution

16: Artikel 13 Loi organique 2009/403 du 15 avril 2009 relative à l’application des articles 34-1, 39 et 44 de la Constitution; zie ook artikel 44 Constitution

17: Artikel 44 Constitution

18: Artikel 13 Loi organique 2009/403 du 15 avril 2009 relative à l’application des articles 34-1, 39 et 44 de la Constitution

19: Artikel 97 Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

20: Artikel 72 Grondwet

Veel slechtere arbeidsvoorwaarden voor treinpersoneel buiten Frans parlement om

Jeudi le 15 mars 2018. De Franse regering wil ingrijpende veranderingen doorvoeren bij de nationale spoorwegen, de SNCF. Hierbij wil zij een weg volgen die het Franse parlement zoveel mogelijk buiten spel zet. Alle oppositiepartijen hebben daarop felle kritiek geuit (1). De ingrijpende veranderingen bestaan onder andere uit verslechtering van de arbeidsvoorwaarden voor nieuwe SNCF werknemers.

SNCF SNCF is een afkorting voor Société nationale des chemins de fers français.

Huidige arbeidsvoorwaarden Het overgrote deel van de machinisten, conducteurs en andere werknemers bij SNCF heeft in vergelijking met de marktsector veel gunstigere arbeidsvoorwaarden: op hun is het zogenaamde statut de cheminot van toepassing (2). Het betekent bijvoorbeeld dat ze heel moeilijk kunnen worden ontslaan: praktisch gesproken hebben ze net als ambtenaren in Frankrijk een contract voor het leven. Het betekent bijvoorbeeld ook dat machinisten en conducteurs al op hun 52e met pensioen mogen gaan.

Ordonnance Deze ingrijpende verandering gaat over een onderwerp dat eigenlijk door middel van een parlementaire wet zou moeten worden geregeld. Het zal echter worden geregeld door middel van een ordonnance. Een ordonnance is een regeringswet; het is geen parlementaire wet. De regering mag niet zomaar gebruik maken van de ordonnance. In elk geval moet ze twee wetsvoorstellen bij het parlement indienen en is nodig dat het parlement beide uiteindelijk aanneemt (3).

Eerste wetsvoorstel (vooraf) Ten eerste heeft de regering voor wetgeving bij ordonnance de goedkeuring van het parlement nodig, zowel vooraf als achteraf (4). De regering dient een eerste wetsvoorstel in om die goedkeuring vooraf te verkrijgen. Dat wetsvoorstel heet projet de loi d” habilitation. In dat wetsvoorstel wordt duidelijk gemaakt waarover de ordonnance zal gaan en waarom niet voor een gewone wet wordt gekozen. Het parlement moet dat wetsvoorstel aannemen; pas dan is de parlementaire goedkeuring vooraf gegeven. Beide kamers – Assemblée nationale en Sénat – kunnen het wetsvoorstel amenderen, maar uiteindelijk moeten beide kamers dezelfde versie aannemen. Zo nodig wordt een werkgroep ingesteld die bestaat uit leden van beide Kamers. Die werkgroep heet Commission mixte paritaire. Als ook dat niet helpt, is uiteindelijk voldoende dat de Assemblée nationale het wetsvoorstel aanneemt. Een wet die op zo’n wijze wordt aangenomen, noemt men ”petite loi”. De partij van Emmanuel Macron – La République en Marche – heeft in de Assemblée nationale een ruime absolute meerderheid, maar in de senaat is het een van de kleinere fracties (met 21 van de 348 zetels). Aannemen van een petite loi is getalsmatig gezien dus geen enkel probleem.

Eerste wetsvoorstel SNCF (vooraf) Het wetsvoorstel dat de ingrijpende veranderingen bij de SNCF wil regelen met een ordonnance heet: le projet de loi pour un nouveau pacte ferroviaire. Dat is gisteren bij de Assemblée nationale ingediend (ingeschreven onder nummer 2018-764). Uit artikel 1 van het wetsvoorstel volgt dat (per ordonnance zal worden geregeld dat) het statut de cheminot voor nieuwe werknemers komt te vervallen, zodat de kosten van SNCF omlaag gaan. Lagere personeelskosten betekent hogere efficiency van SNCF. Hogere efficiency wordt voor SNCF van levensbelang, omdat uit onderzoek is gebleken dat die kosten nu relatief hoog zijn (5) en Europese richtlijnen binnenkort gaan eisen dat (ook) Frankrijk concurrentie op het spoor toelaat. De implementatietermijn voor deze richtlijnen verloopt eind 2018. Dat is kort dag, en dat is dan ook de motivering van de regering voor de keuze voor een ordonnance in plaats van een gewone wet (6).

Eerder voorbeeld (en behandeling) van zo’n eerste wetsvoorstel Ruim een half jaar geleden heeft dezelfde regering ook gebruik gemaakt van wetgeving per ordonnance: dat ging toen ook over arbeidsrecht, maar dan voor alle werknemers (niet beperkt tot SNCF werknemers). Het eerste wetsvoorstel heette hier: projet de loi d’habilitation à prendre par ordonnances les mesures pour le renforcement du dialogue social. Beide kamers hebben dat wetsvoorstel vervolgens (verschillend) geamendeerd. Een werkgroep (Commission mixte paritaire) bleek noodzakelijk maar ook voldoende om de verschillen eruit te halen. Uiteindelijk namen beide kamers dezelfde versie van het wetsvoorstel aan. Dat was voor de Assemblée nationale niet zo vreemd. Maar ook in de senaat werd het wetsvoorstel met een ruime meerderheid op 2 augustus 2017 aangenomen (7). Die meerderheid werd onder andere gevormd door de met stip grootste fractie in de Sénat: Les Républicains (met 146 van de 348 zetels). Deze fractie is een oppositiepartij. Of zij ook zal meewerken aan het eerste wetsvoorstel SNCF, is echter nog maar de vraag. Wellicht zal die wet uiteindelijk als ”petite loi” moeten worden aangenomen door alleen de Assemblée nationale.

Tweede wetsvoorstel (achteraf) Ten tweede moet de regering na verloop van tijd een tweede wetsvoorstel indienen (8): projet de loi de ratification of projet de non-caducité. Door het aannemen van dit tweede wetsvoorstel bekrachtigt het parlement de inmiddels uitgevaardigde ordonnances. Aanneming van dit wetsvoorstel is alleen mogelijk als het uitdrukkelijk gebeurt. Indiening van het tweede wetsvoorstel moet gebeuren voor een bepaalde datum; die datum moet zijn genoemd in de wet waarmee het eerste wetsvoorstel is aangenomen. Als het wetsvoorstel te laat wordt ingediend, vervallen de ordonnances van rechtswege! Datzelfde geldt als het parlement het tweede wetsvoorstel uiteindelijk niet aanneemt.

Tweede wetsvoorstel SNCF (achteraf) Zover is het natuurlijk nog niet. In het gisteren indiende eerste wetsvoorstel SNCF is in artikel 8 echter wel een (uiterste) datum genoemd, namelijk 3 maanden na publicatie van de ordonnance. Het tweede wetsvoorstel in mijn bovengenoemde eerdere voorbeeld is trouwens op tijd ingediend en door beide kamers aangenomen.

Strike naleving Aan naleving van onder andere deze twee voorwaarden wordt strikt de hand gehouden. Parlementariërs kunnen zo nodig de hulp inroepen van de Conseil constitutionnel om de naleving af te dwingen (over de conseil constitutionnel in het algemeen: zie mijn eerdere blog hyperlink).

NOTEN

1: dagblad Le Monde 1 maart 2018

2: dagblad Le Monde 28 februari 2018

3: artikel 38 Constitution

4: artikel 45 Constitution

5: Rapport Spinetta van 15 februari 2018, geschreven in opdracht van de regering

6: zie de exposé des motifs in het Projet de loi pour un nouveau pacte ferrovaire

7: officieel verslag van de senaatsvergadering

8: artikel 45 Constitution

Frankrijk, Europese verkiezingen en nationale kandidatenlijsten

Woensdag 28 februari 2018. In mei volgend jaar zijn er Europese verkiezingen in alle landen van de Europese Unie. De verkiezingen worden om de vijf jaar gehouden. Volgend jaar telt de Europese Unie 28 lidstaten.

Europees Parlement. Er zijn momenteel 751 zetels in het Europees Parlement. Frankrijk heeft er daarvan 74 en Nederland 26. Het Europees Parlement stelt voor dat Frankrijk na de brexit vijf extra zetels krijgt en Nederland 3. De leden van het Europees Parlement worden in elk land rechtstreeks verkozen in algemene verkiezingen. De burgers van dat land kiezen dus dus hun eigen Europarlementariërs. Bij het kiesstelsel mag geen afbreuk worden gedaan aan het beginsel van evenredige vertegenwoordiging (1).

Voorkeursstemmen en kiesdrempel. Een lidstaat mag voorkeursstemmen uitsluiten en een kiesdrempel hanteren (Artikel 3 Europese Akte). Nederland heeft beide niet gedaan; net als voor de Tweede Kamer verkiezingen kan een voorkeursstem worden uitgebracht en geldt er geen kiesdrempel (2). Frankrijk heeft beide wel gedaan. De Franse kiesdrempel bedraagt 5% van alle stemmen die zijn uitgebracht (3). De Franse burger kan geen voorkeursstem uitbrengen (4).

Regionale lijsten. Een lidstaat mag de kiezers verdelen over regionale kiesdistricten (5). Nederland heeft dat niet gedaan: hier gelden nationale lijsten (6). Frankrijk heeft dat wel gedaan: hier zijn acht kiesdistricten. De 74 zetels voor Frankrijk worden kort voor de verkiezingen verdeeld over deze kiesdistricten (7). Die verdeling gebeurt op basis van de bevolkingsomvang; het ene kiesdistrict kan dus meer zetels toebedeeld krijgen dan het andere.

President Macron en nationale lijsten. De Franse president Macron wil graag nationale kandidatenlijsten in plaats van regionale kandidatenlijsten. Hij hoopt dat dit resulteert in twee lijsten, een lijst met pro Europa kandidaten en een lijst met anti Europa kandidaten. Zijn partij La République en Marche (LREM) is een uitgesproken voorstander van de Europese Unie. Een partij als Front national is een uitgesproken tegenstander. Veel andere partijen zijn in meer of mindere mate intern verdeeld, zoals het meer linkse Parti socialiste en het meer rechtse Les Républicains. Een nationale lijst met uitgesproken voorstanders en een met uitgesproken tegenstanders zou voor deze laatste partijen tot grote problemen kunnen leiden. Zij staan dan ook niet bepaald te juichen voor twee nationale lijsten. Voor de invoering van nationale lijsten is hun instemming uiteindelijk niet nodig, omdat LREM de meerderheid heeft in de Assemblée nationale en voor wetswijziging instemming van de senaat uiteindelijk niet nodig is (8). Voor de samenstelling van een lijst met pro Europa kandidaten afkomstig van alle partijen, is in de praktijk wel de instemming van alle betrokken fracties in de Assemblée nationale en Sénat nodig.

NOTEN

1: artikelen 1 en 2 Europese Akte 1976

2: artikel Y 2 Kieswet

3: artikel 3 Loi n° 77-729 du 7 juillet 1977 relative à l’élection des représentants au Parlement européen

4: artikel 3 Loi n° 77-729 du 7 juillet 1977 relative à l’élection des représentants au Parlement européen

5: artikel 2 Europese Akte 1976

6: artikel Y 12 Kieswet

7: artikel 4 Loi n° 77-729 du 7 juillet 1977 relative à l’élection des représentants au Parlement européen

8: artikel 45 Constitution.

Grondwettelijk hof in Frankrijk: de Conseil constitutionnel

Woensdag 31 januari 2018 Frankrijk heeft sinds 1958 een grondwettelijk hof (Conseil constitutionnel). Dat is de rechter die toetst aan de Grondwet (Constitution) en aan bijvoorbeeld de Kieswet (Code électoral).

Nederland heeft geen grondwettelijk hof. Geen enkele rechter in ons land mag parlementaire wetten toetsen aan de Grondwet. De Nederlandse rechter mag wel andere wetten, zoals gemeentelijke verordeningen, toetsen aan de grondrechten in de Grondwet (1).

Gekozen leden De Conseil constitutionnel bestaat uit gekozen en niet gekozen leden. Er zijn negen gekozen leden. Een lid wordt gekozen voor negen jaar; hij kan tussentijds niet worden ontslaan. Driejaarlijks worden drie van hen vervangen. De voorzitters van de senaat en de Assembleé nationale kiezen ieder drie leden, net als de president van Frankrijk (2). Zij maken hun keuze in alle vrijheid; echter, een specifieke commissie uit senaat en uit Assemblée nationale kan de keuze van haar eigen Kamervoorzitter overrulen (3). De keuze van de president van Frankrijk kan door beide commissies worden overruled.

Politieke benoemingen De keuze valt vaak op personen die politiek verwant zijn aan de ambtsdrager die de keuze maakt. Zo heeft François Hollande tijdens zijn presidentschap de oud-premiers Laurent Fabius en Lionel Jospin gekozen, alle drie (destijds) lid van de Parti socialiste.

Niet-gekozen leden De Conseil constitutionnel bestaat verder uit de oud-presidenten van Frankrijk zolang als zij er deel van willen uitmaken (4). Velen kiezen daar voor langere of kortere tijd voor. Zo hebben Jacques Chirac en Nicolas Sarcozy er enkele jaren deel van uitgemaakt. Giscard d’Estaing is momenteel de enige oud-president.

Afschaffing niet-gekozen leden Sinds tien jaar worden er voorstellen gedaan om het lidmaatschap van oud-presidenten af te schaffen, maar tot nu toe zonder resultaat. Ook Emmanuel Macron wil dat afschaffen. Daarvoor is een wijziging van de Grondwet nodig; het ziet ernaar uit dat daarvoor in de loop van dit jaar voorstellen worden ingediend. In Frankrijk kan één parlement de Grondwet wijzigen (5).

Anders dan in Nederland is dus niet nodig dat er verkiezingen worden gehouden en dat ook het nieuwe parlement met de voorgestelde Grondwetswijziging instemt (6).

Ongeldig verklaren verkiezingen De Conseil constitutionnel waakt over de gang van zaken bij de presidentsverkiezingen (7), de Kamerverkiezingen (8) en de referenda (9). Op 16 november van het afgelopen jaar heeft zij de verkiezingen voor de Assemblée nationale van juni 2017 in het eerste kiesdistrict van Val-d’Oise ongeldig verklaard, omdat ze in strijd met de Kieswet waren verlopen (10). Die toetsing is gebeurd op verzoek van de verliezende kandidaten. Er moesten nieuwe verkiezingen worden gehouden. Dat is afgelopen zondag gebeurd. Net als in juni vorig jaar heeft geen kandidaat de absolute meerderheid gehaald (11), zodat ook nu een tweede verkiezingsronde nodig is. Die wordt aanstaande zondag gehouden. Val-d’Oise ligt in Ile-de-France (regio rond Parijs).

Oppositie Wetten kunnen voor hun inwerkingtreding worden voorgelegd aan de Conseil constitutionnel die ze dan zal toetsen aan de grondwettelijke grondrechten; alleen de president, een Kamervoorzitter of 60 Kamerleden kunnen wetten voorleggen (12). Wetten die de grondwettelijke toetsing niet doorstaan, treden niet in werking (13). Een oppositiepartij als Les Républicains in de Assemblée nationale is met bijna honderd Kamerleden groot genoeg om elke wet voor te leggen. De meeste wetten doorstaan zo’n grondwettelijke toetsing. Zo hebben ongeveer zeventig Kamerleden – merendeels Les Républicains – eind 2017 La loi pour la confiance dans la politique voorgelegd. Volgens deze wet mogen Kamerleden hun vaste levenspartner of hun familieleden niet meer als medewerker met salaris aanstellen. Emmanuel Macron heeft deze wet in zijn verkiezingscampagne aangekondigd, mede naar aanleiding van de gebeurtenissen rondom andere kandidaat François Fillon. Volgens de zeventig Kamerleden was de wet onverenigbaar met het gelijkheidsbeginsel, de contracteervrijheid, de huwelijksvrijheid en de privacy. De Conseil constitutionnel was het daarmee niet eens (14). Sommige wetten moeten altijd voor hun inwerkingtreding aan de Conseil constitutionnel worden voorgelegd ter grondwettelijke toetsing (15).

Burger Ook de rechtzoekende burger kan een grondwettelijke toets voorleggen, maar wel slechts indirect. Dat kan namelijk alleen gebeuren in het kader van een rechtszaak waarin hij partij is: een geschil met de overheid, een strafzaak of een civiele zaak. Als hij namelijk in zo’n rechtszaak stelt dat een toepasselijke wetsbepaling strijdig is met de grondrechten in de Grondwet, dan kunnen de hoogste rechters (Conseil d’État en Cour de cassation) de Conseil constitutionnel vragen om die wetsbepaling te toetsen (16). Wetsbepalingen die deze toets niet doorstaan, gelden niet meer (17). Een voorbeeld is een beslissing van 24 januari 2017 (18). Een mevrouw is verdachte in een strafzaak omdat zij met een veroordeelde gevangene heeft gecommuniceerd op een wijze die in strijd was met het gevangenisreglement. Dat gevangenisreglement is gebaseerd op artikel 434-35 Wetboek van Strafrecht (Code pénal). Daarin staat onder andere dat strafbaar is ”communiquer par tout moyen avec une personne détenue, en dehors des cas autorisés par les règlements”. De Conseil constitutionnel besliste dat artikel 434-35 ongrondwettig is, omdat de delictsomschrijving te vaag is en daarmee in strijd met artikel 34 van de Grondwet en artikel 8 van de Declaration des droits de l’homme et du citoyen uit 1789 (waaraan in dit kader dus ook wordt getoetst).

NOTEN

1: artikel 120 Grondwet

2: artikel 56 Constitution (1958)

3: artikel 56 juncto artikel 13 laatste alinea Constitution

4: artikel 56 Constitution

5: artikel 89 Constitution

6: artikel 137 Grondwet

7: artikel 58 Constitution

8: artikel 59 Constitution

9 artikel 60 Constitution

10: Conseil constitutionnel 2017-4999, AN, 16 november 2017

11 : Le Figaro 30 januari 2018

12: artikel 61 Constitution

13: artikel 62 Constitution

14: Conseil constitutionnel 2017-752, DC, 8 september 2017

15: namelijk les lois organiques: artikel 61 Constitution

16: artikel 61 Constitution

17: artikel 62 Constitution

18: Conseil constitutionnel 2016-608, QPC, 24 januari 2017

Gemeentelijke samenwerking in Frankrijk: syndicat de communes

Maandag 15 januari 2018. Twee of meer gemeenten kunnen op basis van vrijwilligheid besluiten om voor een of meer gemeentelijke werken of diensten met elkaar samen te werken in een syndicat de communes (1). Samenwerking is in beginsel mogelijk voor elke gemeentelijke taak, zoals voor de energievoorziening aan de inwoners en bedrijven. Gemeenten kunnen tot samenwerking worden gedwongen (2).

SIVU en SIVOM Samenwerking voor één gemeentelijke taak heet een SIVU: syndicat intercommunal à vocation unique. Een voorbeeld van een SIVU is Le SIVU de la Vallée du Cousin. Daarin werken tien gemeenten in het departement Yonne samen aan een schone rivier (L’Yonne). Samenwerking voor meer gemeentelijke taken heet een SIVOM: syndicat intercommunal à vocation multiple. Een voorbeeld van een SIVOM is Le SIVOM du Gatinais en Bourgogne. Daarin werken vijfentwintig gemeenten in Yonne samen op het gebied van onder andere brandweer, energievoorziening, drinkwatervoorziening en muziekscholen.

Comité syndical Het algemeen bestuur van het samenwerkingsverband heet comité syndical. In de regel heeft elke deelnemende gemeente daarin twee afgevaardigden; de gemeenten kunnen onderling anders overeenkomen (3). De gemeenteraden kiezen de afgevaardigden, elke raad kiest er dus twee. Niet per se uit zijn midden: elke kiezer in de gemeente kan zich als afgevaardigde verkiesbaar stellen, met uitzondering van hen die werken bij de gemeente of de samenwerking (4). Gekozen is de kandidaat die meer dan de helft van de stemmen krijgt; als dat na twee stemrondes geen enkele kandidaat is gelukt, dan is degene met de meeste stemmen gekozen (5). Als een gemeenteraad geen afgevaardigden heeft gekozen, is de eerste zetel voor de burgemeester en de tweede zetels voor een wethouder. Die gemeente heeft dan nooit meer dan twee zetels (6). De zittingsduur van de afgevaardigden is gekoppeld aan die van de gemeenteraad, maar de gemeenteraad mag zijn afgevaardigden tussentijds ontslaan en vervangen (7). Het algemeen bestuur van een SIVOM hoeft slechts 4 keer per jaar bij een te komen; dat van een SIVU slechts twee keer per jaar (8).

Président Het dagelijks bestuur bestaat uit de président, een of meer viceprésidents, en eventueel enkele andere leden (10a). Het algemeen bestuur kiest hen uit zijn midden (10b). De président heeft net als de burgemeester in de gemeente alle bevoegdheden die bij het dagelijks bestuur horen, ter voorbereiding en uitvoering van de beslissingen van het algemeen bestuur. De vicepresidenten hebben alleen de bevoegdheden die ze van de president hebben gekregen (11). Hun zittingsduur is net zolang als die van het algemeen bestuur (12).

Financiering en uittreding Elke deelnemende gemeente moet bijdragen aan de financiering (13). Het syndicat de communes heeft geen eigen belastinggebied. Uittreding mag in beginsel niet zonder instemming van het algemeen bestuur en van de meerderheid van de gemeenteraden (14).

Syndicat de communes en andere EPCI’s Het syndicat de communes is een van de vijf soorten EPCI’s. EPCI staat voor Etablissement public de coopération intercommunale (15). Het syndicat de communes is de oudste gemeentelijke samenwerking en het SIVU gaat zelfs terug tot het eind van de negentiende eeuw. De andere vier soorten zijn: communauté de communes, communauté d’agglomération (voor meer dan 50.000 inwoners), communauté urbaine (voor meer dan 250.000 inwoners) en ten slotte de metropoles de droit commun voor de grote steden zoals Bordeaux, Lille en Toulouse. Daarnaast heeft Parijs en omgeving een eigen statuut, net als Marseille en omgeving. Bij deze andere soorten EPCI’s zijn de gemeentelijke taken waarop wordt samengewerkt grotendeels wettelijk voorgeschreven. Zij bezitten een eigen belastinggebied en de burger kiest de leden van hun algemene besturen rechtstreeks.

NOTEN

1: artikel L5212-1 Code général des collectivités territoriales (CGCT)

2:: artikel L5212-2 CGCT

3: artikelen L5212-7 en L5212-7-1 CGCT

4: artikel L5211-7 CGCT

5: artikel L5211-8 juncto L2122-7 CGCT

6: artikel L5211-8 CGCT

7:: artikel L5211-8 juncto L2121-33 CGCT

8:: artikel L5211-11 CGCT

10a: artikel L5211-10 CGCT

10b: artikel L5211-2 juncto L2122-1 en 2122-4 eerste alinea CGCT

11: artikel L2115-9 CGCT; zie over de burgemeester/maire Maire en adjoints au maire in de Franse gemeenteraad

12: artikel L5211-2 juncto L2122-10

13: artikel L5212-20

14: artikelen L5211-19 en L5212-29

15: artikel L5212-1

Maire en adjoints au maire in de Franse gemeenteraad

Woensdag 13 december 2017. Een van de eerste dingen die de nieuwe gemeenteraad doet, is het kiezen van de nieuwe burgemeester (maire) en wethouders (adjoints au maire) (1). Burgemeester en wethouders moeten raadslid zijn en zij blijven dit ook (2). Alleen raadsleden met de Franse nationaliteit komen in aanmerking (3). Anders dan in Frankrijk is het in Nederland de regering die de burgemeester benoemt; wel volgt de regering in beginsel de aanbeveling van de gemeenteraad (5). Net als in Frankrijk is het in Nederland de gemeenteraad die de wethouders benoemt (6). Burgemeester en wethouders hoeven geen raadslid te zijn en mogen het niet blijven (7). De burgemeester moet Nederlander zijn (8). Een wethouder niet (9).

Winner takes it all In beginsel is voor de keuze van de raad een een absolute meerderheid nodig. Na twee stemrondes voldoet echter de relatieve meerderheid (10). Voor wat betreft de burgemeester stemmen de raadsleden op personen. De persoon die de meeste stemmen heeft, wordt burgemeester. Voor wat betreft de wethouders stemmen de raadsleden op lijsten. Op een lijst staan verschillende personen. De lijst die de meeste stemmen heeft, levert de wethouders. Alle personen die op die lijst staan, worden wethouder. Alle personen die op een van de andere lijsten staan, worden geen wethouder (11). In de praktijk wordt burgemeester de lijsttrekker van de lijst die bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste stemmen van de burger heeft gekregen. Ook alle nieuwe wethouders stonden op deze lijst. Die lijst is bij de raadsverkiezingen beloond met de prime majoritaire Prime majoritaire en het weren van kleine partijen bij gemeenteraadsverkiezingen en heeft dus altijd de absolute meerderheid in de gemeenteraad (zie mijn blog van 30 november 2017). Kortom: the winner takes it all. De lijst bestaat in de praktijk meestal uit kandidaten van verschillende politieke partijen, zodat er toch verschillende politieke partijen zijn vertegenwoordigd in het dagelijks bestuur. De burgemeester kan een of meer andere raadsleden taken en bevoegdheden van een wethouder geven (12). Sommige wethouders zijn dus door de raad gekozen; anderen door de burgemeester.

Besançon In de Oost-Franse gemeente Besançon heeft bij de gemeenteraadsverkiezingen de lijst met linkse partijen gewonnen (Prime majoritaire en het weren van kleine partijen bij gemeenteraadsverkiezingen). Deze lijst was een alliantie van de sociaal-democratische PS, de communistische PCF en de groene EELV. Lijsttrekker Jean-Louis Fosseret is burgemeester geworden. Alle 16 (!) wethouders die de raad heeft gekozen, stonden op zijn lijst. Fosseret heeft daarnaast 24 (!) andere raadsleden tot feitelijk wethouder gemaakt. Daardoor zijn nu 41 kandidaten op de winnende lijst bij de raadsverkiezingen burgemeester of wethouder geworden. Burgemeester en sommige wethouders zijn in de tussentijd overigens van politieke partij geswitcht en lid geworden van een partij die niet aan de raadsverkiezingen heeft meegedaan, namelijk Macron’s LREM.

Grotere politieke houdbaarheid wethouders Burgemeester en wethouders worden gekozen voor de hele termijn van de gemeenteraad (13), voor zes jaar dus. De gemeenteraad kan hen niet tussentijds ontslaan. Alleen de regering kan een wethouder of burgemeester ontslaan (14). Ook in Nederland kan alleen de regering een burgemeester ontslaan, maar de aanbeveling van de gemeenteraad telt daarbij wel zwaar mee (15). Echter, in Nederland kan de gemeenteraad een wethouder tussentijds zonder meer ontslaan in wie hij geen vertrouwen meer heeft (16). Dat gebeurt ook en daardoor is de politieke houdbaarheid van wethouders in Nederland kleiner dan in Frankrijk.

Burgemeester is veel meer de baas De burgemeester is voorzitter van de gemeenteraad (17), net als in Nederland (18). En net als in Nederland (20), heeft de burgemeester diverse bevoegdheden op het gebied van de openbare orde (19). Anders dan in Nederland, is het echter de burgemeester die alle bevoegdheden heeft voor het dagelijks bestuur van de gemeente. Alle uitvoerende macht rust op grond van de wet bij hem. Een wethouder heeft alleen maar bevoegdheden en taken indien en voor zover hij die van de burgemeester heeft gekregen. De burgemeester blijft ook dan verantwoordelijk en de wethouder is hiërarchisch ondergeschikt aan hem. Hij kan de wethouder de bevoegdheden weer afnemen (21). Niet voor niets heten de wethouders in Frankrijk dan ook toegevoegden aan de burgemeester. Hoe anders is dat in Nederland geregeld. Andere bevoegdheden voor het dagelijks bestuur dan op het gebied van de openbare orde rusten bij burgemeester en wethouders gezamenlijk (22). Burgemeester en wethouders zijn gezamenlijk, als college, verantwoordelijk. Zij kunnen een of meer van hen machtigen tot uitoefening van hun bevoegdheden (23). In de praktijk gebeurt dat ook: wethouders en soms ook burgemeester hebben in de praktijk een eigen portefeuille. Die wethouder oefent dan bevoegdheden uit namens en onder verantwoordelijkheid van het hele college (24). Het college kan hem daarbij aanwijzingen geven (25).

Noten

1:artikel L2121-7 Code général des collectivités territoriales, afgekort tot CGCT

2:artikel 2122-1 CGCT

3:artikel LO 2122-4-1 CGCT

5:artikel 61 Gemeentewet

6:artikel 35 Gemeentewet

7:artikel 68 en 36b Gemeentewet

8:artikel 63 Gemeentewet

9:artikel 36a juncto 10 Gemeentewet

10:artikel L2122-7 en L2122-7-2 CGCT

11:artikel L2122-7-2 CGCT

12:artikel 2122-18 CGCT

13:artikel L2122-10 CGCT

14:artikel L2122-16CGCT

15:artikel 61b Gemeentewet

16:artikel 49 Gemeentewet

17:artikel 2121-14

18:artikel 9 Gemeentewet. CGCT

19:artikel 2221-1 e.v. CGCT)

20:artikel 172 e.v. Gemeentewet

21:artikel L2122-18 CGCT

22:artikel 160 Gemeentewet

23:artikel 168 lid 1 Gemeentewet

24:artikel 168 lid 2 Gemeentewet

25:artikel 168 lid 3 Gemeentewet

Recente ontwikkelingen bij Franse politieke partijen

Vrijdag 22 december 2017. Welke ontwikkelingen hebben zich in de afgelopen maanden bij politieke partijen in Frankrijk voorgedaan? De lijst is niet volledig! Tussen haakjes staan hun afkortingen.

Les Républicains (LR) Na interne verkiezingen heeft deze partij heeft begin december een nieuwe partijvoorzitter gekozen: Laurent Wauquiez, de meest rechtse kandidaat. Hij won de verkiezingen al in de eerste ronde met ¾ van de stemmen. Wauquiez wordt politiek geïnspireerd door (oud-president van Frankrijk) Nicolas Sarkozy. Voor de twee andere kandidaten vormden respectievelijk François Fillon en Alain Juppé de politieke inspiratiebron. Oppositiepartij.

Agir – La Droite constructive (Agir) Dit is een nieuwe partij. Zij is begin december opgericht door parlementariërs die in de Assemblée nationale (een deel van) de groepering Les Constructifs vormen. Ze zijn Kamerleden in de Assemblée nationale die voor Les Républicains zijn gekozen en die in juli uit de LR fractie zijn gestapt, omdat zij zich constructief wilden opstellen tegenover de regering.

La république en marche (LREM of LRM) Deze partij van Emmanuel Macron heeft eind november een délégué général gekozen: Christophe Castaner. Dat is een soort van partijvoorzitter. Hoewel op democratische wijze gekozen, heeft Macron hem al in een vroeg stadium als zijn (gewenste) opvolger aangewezen. Coalitiepartij.

Mouvement démocrate (MoDem) Het partijvoorzitterschap van oprichter François Bayrou is onlangs verlengd. Coalitiepartij.

Parti socialiste (PS) In april 2018 wordt de nieuwe partijvoorzitter gekozen (premier secrétaire). Er zijn nog geen officiële kandidaten, maar het ziet er naar uit dat er een groot aantal kandidaten zal komen. Op dit moment is de functie vacant; Jean-Christophe Cambadélis heeft in juni ontslag genomen in verband met de nederlaag bij de verkiezingen voor de Assemblée nationale. Oppositie in Assemblée nationale; neutraal in Sénat.

Génération-s le mouvement Deze beweging is afgelopen zomer opgericht door Benoît Hamon, de presidentskandidaat van de parti socialiste in mei, onder de naam Mouvement du 1er Juillet (afgekort tot M1717). Begin december is het als politieke partij opgericht onder de nieuwe naam.

Mouvement radical Deze beweging is opgericht in december, maar vormt eigenlijk het begin van de fusie tussen de rechtse Parti radical valoisien en de linkse Parti radical de gauche. Beide vormden tot 1972 al één partij (Parti radical geheten) maar hebben zich toen gesplitst. Daarna heeft Parti radical valoisien zich bij (de voorlopers van) Les Républicains aangesloten en Parti radical de gauche bij de Parti socialiste. De oorspronkelijke Parti radical is opgericht in 1901, een oude partij dus; de Parti radical valoisien is daarvan officieel de opvolger. Het woord radicaal in de namen van de partijen heeft niets met radicaal-links of radicaal-rechts te maken. Neutraal, terwijl de Parti radical de gauche zelfs coalitiepartij is.

Prime majoritaire en het weren van kleine partijen bij gemeenteraadsverkiezingen

Vrijdag 30 november 2017. In Frankrijk stemt men bij gemeenteraadsverkiezingen op lijsten. Op een lijst kunnen de kandidaten staan van een enkele politieke partij of van verschillende politieke partijen die meestal wel aan elkaar verwant zijn. Bijvoorbeeld een gezamenlijke lijst van enkele gematigd linkse partijen of een gezamenlijke lijst van enkele gematigd rechtse partijen. De lijst die de meeste stemmen krijgt van de kiezers wordt altijd fors beloond. In gemeenten met meer dan 1000 inwoners bestaat die beloning uit de helft van de gemeenteraadszetels! Deze premie heet prime majoritaire. De andere helft van de raadszetels wordt naar evenredigheid verdeeld over alle lijsten die meededen aan de verkiezingen. Alle lijsten, dat is inclusief de lijst die de premie ontving. Die lijst beschikt daardoor automatisch over een riante meerderheid in de gemeenteraad. Zelfs als de kiezers niet in meerderheid op haar hebben gestemd, beschikken de partijen op die lijst over een riante meerderheid. Dat is zo geregeld in de Franse Kieswet, de Code électoral (1: zie hieronder). In Nederland is er geen premie voor de lijst met de meeste stemmen: elke lijst krijgt het zetelaantal dat evenredig is aan het aantal stemmen dat op die lijst is uitgebracht (2). Frankrijk kiest voor zo’n prime majoritaire omdat men vreest dat gemeenten anders onbestuurbaar worden.

Verkiezingsrondes

Gemeenteraadsverkiezingen verlopen in een of twee rondes. Als een lijst in de eerste ronde meer dan de helft van de stemmen krijgt, is er slechts een ronde nodig. Anders volgt nog een tweede ronde. Bij een tweede ronde krijgt de lijst met de meeste stemmen de premie. Meerderheid van de stemmen is dan niet meer nodig. De andere helft van de raadszetels wordt – zoals gezegd – naar evenredigheid van de uitgebrachte stemmen over alle lijsten verdeeld, inclusief de lijst die de prime majoritaire kreeg.

Weren van kleine partijen

Als ik zeg verdeling over ”alle lijsten” is dat niet helemaal juist. Ten eerste: bij een tweede ronde alleen de lijsten die aan die tweede ronde hebben meegedaan en een lijst mag alleen aan de tweede ronde meedoen als hij in de eerste ronde minstens 10% van de stemmen heeft gekregen (3). Ten tweede: een lijst moet minstens 5% van de stemmen hebben gekregen. Een lijst die in de eerste en enige ronde of in de tweede ronde 4% van de stemmen heeft gekregen, krijgt dus geen enkele raadszetel. Een lijst die in de eerste ronde 8% van de stemmen heeft gekregen, krijgt zetels als er geen tweede ronde volgt. Maar hij krijgt geen enkele raadszetel als er wel een tweede ronde volgt. Heel soms kan zo’n lijst in gewijzigde samenstelling toch weer wel meedoen aan de tweede ronde (4).

Zittingsduur en omvang gemeenteraden

De laatste gemeenteraadsverkiezingen dateren uit (maart) 2014. Overal in Frankrijk werden toen raadsverkiezingen gehouden. De zittingsduur bedraagt zes jaar (5), zodat de volgende verkiezingen pas weer in 2020 zijn. In Nederland is dat vier jaar (6). De volgende verkiezingen zijn in 2018, ook in maart trouwens. Het aantal raadsleden in een gemeente is net als in Nederland afhankelijk van het aantal inwoners. Gemeenten tussen 100.000 en 150.000 inwoners hebben 55 raadsleden (7), dat is inclusief burgemeester (maire) en wethouders (adjoints). In Nederland heeft zo’n gemeente 39 raadsleden (8), maar dat is dan exclusief burgemeester en wethouders.

Orléans

Besançon en Orléans zijn gemeenten met 55 raadsleden. In Orléans heeft een lijst bij de eerste ronde in 2014 de meerderheid van de stemmen gekregen. Op deze lijst stonden de kandidaten van twee gematigd rechtse partijen. Met 53% van de stemmen kregen deze twee partijen 80% van de raadszetels, namelijk 44 zetels. De gezamenlijke lijst van twee gematigd linkse partijen kreeg met 23% van de stemmen 10% van de zetels, namelijk 6 zetels. Een derde lijst met 8% van de stemmen kreeg slechts 3% van de zetels, namelijk 2 zetels. Dat is ook weinig, maar als een tweede verkiezingsronde nodig was geweest, had deze lijst geen enkele raadszetel gehad. In Nederland zou de zetelverdeling niet 44, 6 en 2 zijn geweest maar 29, 12 en 4 (en bovendien nog zetels voor heel kleine partijen)!

Besançon

In het Oost-Franse Besançon haalde geen enkele lijst de meerderheid en was dus een twee ronde nodig. Twee lijsten hadden in de eerste ronde 7% en 6% van de stemmen gehaald. In Nederland zouden zij elk tussen de 3 en 4 raadszetels hebben gekregen. In Frankrijk kregen zij geen enkele raadszetel, want ze hadden te weinig stemmen gekregen om aan de tweede ronde te mogen meedoen. Van de lijsten die wel mochten meedoen in de tweede ronde haalde de gezamenlijke lijst van gematigd linkse partijen met 47% de meeste stemmen. Die partijen kregen daarmee 74% van de raadszetels, namelijk 41. De gezamenlijke lijst van gematigd rechtse partijen kreeg met 44% van de stemmen (slechts 3% minder stemmen) slechts 21% van de raadszetels, namelijk 12. In Nederland zou de zetelverdeling niet 41 en 12 maar 25 en 24 zijn geweest! Ook hier nog daarbovenop zetels voor heel kleine partijen.

De volgorde op de lijst bepaalt in Frankrijk welke kandidaat op de lijst een raadszetel krijgt. De kiezer kan dus geen voorkeursstem uitbrengen (9). In Nederland kan dat wel (10).

1 artikel L 262 Code électoral

2 artikel 129 lid 2 Grondwet juncto artikel P6 Kieswet

3 artikel L 264 Code électoral

4 artikel L 264 Code électoral

5 artikel L 227 Code électoral

6 artikel 129 Grondwet en artikel C4 Kieswet

7 artikel L225 Code électoral juncto artikel L2121-2 Code général des collectivités territoriales

8 artikel 8 Gemeentewet

9 artikel L 273-8 Code électoral

10 artikel P 15 Kieswet

Verkiezingen op Corsica

Woensdag 15 november 2017. Het streven naar meer regionale autonomie komt niet alleen voor in Spanje. Ook Frankrijk heeft daarmee te maken. Een voorbeeld is Corsica, eiland van 300.000 inwoners in de Middellandse Zee en geboorteplaats van Napoleon. Het eiland bezit nu al relatief veel autonomie. Over enkele weken zijn er verkiezingen voor de volksvertegenwoordiging op het eiland. De partijen die streven naar onafhankelijkheid hebben nu al een grote stem in de politiek van het eiland en verwacht wordt dat die stem alleen maar groter wordt bij de verkiezingen begin december. Daarop vooruitlopend hebben Kamerleden die namens het eiland zitting hebben in de Franse Assemblée nationale de regering in Parijs gevraagd of die openstaat voor onafhankelijkheid. Minister Gérard Collomb heeft daarop diplomatiek geantwoord dat de regering openstaat voor meer autonomie maar dat Corsica wel deel van Frankrijk moet blijven (Le Figaro 4 november 2017).

In het Franse staatsrecht is Corsica een collectivité territoriale. De meeste collectivités territoriales zijn gemeenten, departementen of regio’s in de zin van artikel 74 Constitution de la République française. Corsica is geen van drieën. De Collectivité territoriale de Corse dankt haar bestaan aan een bijzondere wet uit begin jaren negentig. De CTC heeft een eigen parlement en dagelijks bestuur.

De inwoners kiezen om de zes jaar een nieuw parlement (assemblée). Niet alle politieke partijen op Corsica streven naar onafhankelijkheid: alleen Femu a Corsica en Corsica Libera doen dat. Deze twee partijen hebben nu 47% van de zetels in het parlement in handen, namelijk 24 van de 51 zetels. Hoewel op Corsica het kiesstelsel van evenredige vertegenwoordiging geldt en net als in Nederland het hele eiland een enkel kiesdistrict is, is dit succes behaald met slechts 35% van de stemmen. Dat komt doordat de grootste partij een bonus krijgt van negen extra zetels (de zogenaamde prime majoritaire). Toch had het allemaal anders kunnen lopen: op de tweede plaats stond met 28,5 % namelijk Divers Gauche. Die partij is geen voorstander van een onafhankelijk Corsica. Divers Gauche doet echter niet mee bij de aanstaande verkiezingen. Femu a Corsica en Corsica Libera doen uiteraard wel mee, onder de nieuwe gemeenschappelijke naam Pè a Corsica (Voor Corsica). Bij de laatste verkiezingen hebben 60% van alle potentiële kiezers hun stem uitgebracht.

Het parlement kiest uit haar midden het dagelijks bestuur (conseil exécutif). Eerst wordt de president gekozen en daarna enkele vice-presidenten. President is nu Jean-Guy Talamoni van de partij Corsica Libera. De twee vice-presidenten zijn van de andere onafhankelijkheidspartij Femu a Corsica. Het parlement kan het dagelijks bestuur ontslaan als het daarin geen vertrouwen meer heeft. In Nederland kennen wij ook deze vertrouwensregel. Verschil met ons land is wel dat het Corsicaans parlement alleen het hele dagelijks bestuur kan ontslaan en bovendien alleen als zij tegelijkertijd een nieuw dagelijks bestuur kiest (artikel L4422-31 Code électoral).

Corsica heeft meer overheidstaken en bevoegdheden dan de regio’s, zoals op het gebied van ruimtelijke ordening, economie, cultuur en onderwijs. Erkenning van buitenlandse staten hoort daar evenwel niet bij. Toch heeft President Talamoni begin november de geboorte van de republiek Catalonië erkend! (Le Figaro 4 november 2017).

Vanaf 1 januari aanstaande krijgen parlement en dagelijks bestuur nog meer verantwoordelijkheid, want dan verdwijnen de departementen op Corsica. Alle departementale taken en bevoegdheden gaan over op parlement en dagelijks bestuur van Corsica. Bovendien groeit het aantal parlementszetels dan van 51 naar 63.