Verkiezingsprogramma’s over democratie, rechtsstaat en overheid

DONDERDAG 19 NOVEMBER 2020 De meeste politieke partijen die in de Tweede Kamer zijn vertegenwoordigd hebben hun (concept) verkiezingsprogramma’s gepubliceerd voor de Tweede Kamerverkiezingen van maart volgend jaar. Wat staat er zoal in over democratie, rechtsstaat en overheid?

GRONDWET De SGP wil een preambule bij de Grondwet waarin uitdrukkelijk wordt verwezen naar de christelijke waarden. De SP wil de onderwijsvrijheid gaan beperken zodat een beroep erop nooit in strijd met het gelijkheidsbeginsel kan komen. De SGP wil een opwaardering van de godsdienstvrijheid zodat dit grondrecht ook in de praktijk niet meer ondergeschikt is aan het gelijkheidsbeginsel. Verder wil de SGP dat in de Grondwet het recht op leven voor het ongeboren kind wordt erkend. Tenslotte wil de Partij voor de Dieren (PvdD) dat de rechten van dieren in de Grondwet worden erkend en vastgelegd.

WETGEVENDE MACHT: KIESRECHT D66, GroenLinks, PvdA en PvdD willen kiesrecht voor 16- en 17-jarigen. CDA wil een regionaal kiesstelsel, SGP wil wel meer aandacht voor regionale kandidaten maar wil geen regionaal kiesstelsel. PvdA en D66 willen meer gewicht voor voorkeurstemmen. 50+ wil een kiesdrempel van 3%. SGP wil de mogelijkheid van een lijstverbinding.

WETGEVENDE MACHT: REFERENDA D66, GroenLinks en PvdA willen een (juridisch) bindend correctief referendum om nieuwe wetten tegen te kunnen houden. 50+ wil dat evenals PvdD alleen voor verstrekkende wetten. PvdD geeft daarbij als voorbeeld vrijhandelsverdragen van de Europese Unie. VVD en SGP willen uitdrukkelijk geen referendum, bindend noch raadgevend. PvdA wil dat burgers ook een volksinitiatief kunnen nemen om een wet af te kunnen dwingen. D66 wil dat burgers een amendement kunnen indienen op een wetsvoorstel. De VVD wil wél een raadgevend preferendum (geen schrijffout) waarin burgers zich over een wetsvoorstel kunnen uitspreken dat in de Kamer wordt behandeld, maar de Kamer mag daaraan niet juridisch of politiek gebonden worden. CDA en GroenLinks willen burger(be)raden voor lastige en ingrijpende vraagstukken; de participerende burgers worden bij loting aangewezen. SGP wil alleen burgerfora voor de eigen leefomgeving.

WETGEVENDE MACHT: EERSTE KAMER D66 en GroenLinks willen de Eerste Kamer (op termijn) afschaffen.

UITVOERENDE MACHT: KONING D66 en PvdD willen dat de Koning geen deel meer is van de regering en de Raad van State, en dat hij geen politieke rol meer vervult in de kabinetsformatie. PvdD wil alleen nog een ceremonieel koningschap. GroenLinks en SP willen de monarchie helemaal afschaffen. SGP wil juist een grotere politieke rol voor de Koning bij de kabinetsformatie.

UITVOERENDE MACHT: MINISTERS D66 wil dat de premier/kabinetsformateur rechtstreeks door de kiezers wordt gekozen en dat de Tweede Kamer kandidaat-ministers gaat horen in een openbare vergadering. SGP wil geen rechtstreeks gekozen formateur.

UITVOERENDE MACHT: AMBTENAREN Het CDA wil tuchtrecht voor ambtenaren. De SP wil dat de top van een uitvoeringsorganisatie persoonlijk aansprakelijk wordt gesteld voor ernstig falen van hun organisatie. D66 wil dat kandidaat-directeuren voor bestuursorganen in het openbaar worden gehoord door de Tweede Kamer.

UITVOERENDE MACHT: PVV Het CDA wil een Planbureau voor de Veiligheid. De VVD wil een toezichthouder op het gebruik van algoritmen, zowel door ondernemingen als door de overheid. Voor het gebruik van algoritmen door de overheid wil het CDA meer rechtsbescherming.

RECHTERLIJKE MACHT: TOETSINGSRECHT CDA, D66, GroenLinks en PvdA willen dat de rechter wetten aan de Grondwet mag gaan toetsen. Het grondwettelijk toetsingsverbod moet dan ook worden geschrapt. Daarentegen wil de VVD dat er ook een toetsingsverbod komt voor wetten aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Wetten die volgens de rechter strijdig zijn met dit EVRM zouden om die reden niet meer buiten toepassing mogen worden verklaard. In plaats daarvan zou de wetgever sterker moeten gaan toetsen aan het EVRM. Ook SGP wil een sterkere toetsing door de wetgever, maar dan aan de Grondwet.

RECHTERLIJKE MACHT: MILIEUORGANISATIES De PvdA wil proefprocessen door o.a. milieuorganisaties stimuleren. Daarentegen wil de VVD dat het milieuorganisaties wordt verboden om te procederen uit naam van het algemeen belang.

RECHTERLIJKE MACHT: ALTERNATIEVEN PvdA en D66 willen dat er meer alternatieven komen voor de rechtbanken, zoals een vrederechter, een buurtrechter en een spreekuurrechter.

GEMEENTE 50+ wil dat gemeenteraadsverkiezingen niet overal in het land op dezelfde dag worden gehouden, maar verspreid over het jaar op 26 dagen en in alfabetische volgorde. GroenLinks en PvdD willen meer geld voor onafhankelijke lokale en regionale journalistiek. De VVD wil tussentijdse raadsverkiezingen bij slecht functioneren van een gemeentebestuur. D66 wil kleine gemeenten kunnen dwingen om te fuseren. SGP wil alleen fusiedwang bij structurele financiële problemen. CDA wil nooit fusiedwang. Bovendien wil deze partij dat er verkiezingen worden gehouden, en dat zowel de oude als de nieuwe gemeenteraad de fusie willen. CDA en SGP willen dat de burgemeester benoemd blijft worden door de regering, de zogenaamde kroonbenoeming. D66 en 50+ willen dat juist niet.

PROVINCIE D66 wil op termijn de provincies afschaffen. SGP wil daarentegen juist een grotere rol voor de provincies.

VAN DE partijen die hierboven niet besproken zijn heb ik het nieuwe (concept) verkiezingsprogramma niet kunnen vinden, bijvoorbeeld omdat het er nog niet was.

(Mr. Leon)

Amerikaanse presidentsverkiezingen: kiezerskeuze of keuze kiesmannen?

DONDERDAG 12 NOVEMBER 2020 Vorige week dinsdag was de laatste dag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Er is nog geen officiële winnaar aangewezen, ook al hebben diverse kranten en omroepen in de VS Democraat Joe Biden tot winnaar uitgeroepen. Hoe vindt de officiële aanwijzing van de winnaar plaats en welke rol spelen kiesmannen hierbij?

VICE PRESIDENT Ook de zittende vicepresident heeft een rol in de officiële aanwijzing van de nieuwe president. In de Amerikaanse grondwet – de Constitution of the United States of America – staat namelijk dat de voorzitter van de Senaat de documenten (Certificates) opent waarin de uitgebrachte stemmen van de kiesmannen staan. Voorzitter van de Senaat is volgens diezelfde grondwet de vicepresident; Mike Pence is de huidige Vice President. De Senaat is een van de twee Kamers waaruit het Amerikaanse parlement bestaat; de andere Kamer is het Huis van Afgevaardigden.

STEMMEN TELLEN Hoe gaat de officiële aanwijzing van de nieuwe president verder in zijn werk? Door het tellen van de stemmen die de kiesmannen hebben uitgebracht. Die stemmen staan in de Certificates. Dit alles gebeurt in aanwezigheid van het voltallige Amerikaanse parlement. Wie de meerderheid van (de stemmen van) de kiesmannen heeft, is de officiële winnaar van de verkiezingen. Hij (of zij) is de President-Elect.

KIESMANNEN De kiesmannen kiezen de president, maar op hun beurt worden zij zelf ook gekozen. Wie kiest hen? Dat doen de deelstaten van de VS. Elke deelstaat kiest haar eigen kiesmannen, Electors genaamd. Dat gebeurt in verkiezingen waaraan alle kiezers in die deelstaat kunnen deelnemen. De Amerikaanse grondwet geeft elke Amerikaan vanaf zijn 18e kiesrecht. Een kandidaat kiesman wordt aangewezen door de politieke partijen. Daarmee is meteen duidelijk welke presidentskandidaat zijn voorkeur heeft. De kiezer brengt zijn stem op een kandidaat kiesman uit door middel van een stembiljet. Op dat stembiljet staat altijd de naam van de presidentskandidaat die de kiesman graag ziet winnen. In de meeste deelstaten wordt de naam van de kiesman zelf niet op het stembiljet vermeld. Daardoor zijn veel kiezers zich er niet van bewust dat ze eigenlijk op een kandidaat kiesman stemmen en niet op een presidentskandidaat.

DEELSTATEN Elke verkozen kiesman brengt één stem uit op een presidentskandidaat, maar het aantal verkozen kiesmannen verschilt per deelstaat. Het loopt uiteen van slechts 3 tot 55, bijna een factor twintig verschil! Het daadwerkelijke aantal is afhankelijk van het aantal afgevaardigden dat de deelstaat in het Huis van Afgevaardigden heeft, en dat hangt op zijn beurt weer af van het inwonertal van de deelstaat. Daarom kiest bijvoorbeeld het aan de oostkust gelegen Delaware – de woonplaats van Joe Biden – met heel weinig inwoners slechts drie kiesmannen, terwijl het aan de westkust gelegen California met heel veel inwoners er 55 kiest.

KIESMANNEN VOLGEN POPULAR VOTE In bijna alle deelstaten brengen de kiesmannen hun stem uit op dezelfde presidentskandidaat. Dat is de kandidaat die van de kiezers in die deelstaat de meeste stemmen heeft gekregen. Die kandidaat heeft met andere woorden de popular vote gekregen. Eigenlijk hebben de kiezers niet op presidentskandidaten gestemd, want zij hebben op kandidaat kiesmannen gestemd (zie hierboven onder kiesman). Zo hebben bijvoorbeeld in California de meeste kiezers op kiesmannen gestemd die Biden als president willen. Onder de 55 kiesmannen in deze deelstaat zijn er echter ook die Trump willen. Toch zullen ze allemaal op Biden stemmen, ook al doen sommigen dat dan contre coeur. Dat is de vaste praktijk in alle deelstaten, maar het schijnt niet overal even goed geregeld in de grondwetten van de deelstaten. Hoe groot de popular vote is – een kleine meerderheid of een grote meerderheid – is irrelevant. De kleinste meerderheid is genoeg om de stemmen van alle kiesmannen te krijgen. Daarom voeren presidentskandidaten vooral campagne in deelstaten waar het onzeker is hoe de popular vote zal uitvallen, de Swing States geheten. Alleen in Maine en Nebraska kan het voorkomen dat sommige kiesmannen op de ene presidentskandidaat stemmen en andere kiesmannen op de andere.

KIESMANNEN VERSUS POPULAR VOTE Er zijn in de hele VS 538 kiesmannen. De meerderheid daarvan is 270. De presidentskandidaat die de stem van 270 kiesmannen heeft, is de winnaar van de verkiezingen. Dat hoeft niet te betekenen dat de meeste Amerikaanse kiezers ook op (kiesmannen voor) die kandidaat hebben gestemd. Deze kandidaat hoeft met andere woorden niet de popular vote van het hele land te hebben. Dat was bijvoorbeeld in 2016 het geval, toen op Donald Trump de meeste kiesmannen hadden gestemd (namelijk 304) terwijl de meeste kiezers op (kiesmannen voor) Hillary Clinton hadden gestemd. En zo was het ook in 2000, toen Republikein George W. Bush de stemmen kreeg van 271 kiesmannen terwijl Democraat Al Gore de popular vote van het land had gekregen. Trouwens: hoewel Bush veel minder stemmen van kiesmannen had gekregen dan Trump zestien jaar later, hadden er toch (relatief) méér kiezers op (kiesmannen voor) Bush gestemd dan op Trump.

WASHINGTON D.C. De 538 kiesmannen zijn verdeeld over de 50 deelstaten waaruit de Verenigde Staten is opgebouwd. Washington D.C. – waar de Amerikaanse regering zetelt – maakt geen deel uit van een Amerikaanse deelstaat. Evenmin is het op zichzelf een deelstaat. De stad vormt op zichzelf een ‘’district’’. Toch heeft dit district, genaamd District Columbia (D.C.), drie kiesmannen.

35+ Niet iedereen kan trouwens tot president worden gekozen. Alleen iemand die als Amerikaan is geboren en die er langer dan veertien jaar heeft gewoond komt daarvoor in aanmerking. Bovendien moet hij bij zijn verkiezing ouder zijn dan 35 jaar. Alle presidenten waren ouder dan 40 jaar. Ook Biden is dat half januari.

LAME DUCK PRESIDENCY De nieuwe president zal pas vanaf 20 januari om twaalf uur ‘s middags in functie zijn. Normaliter is begin november al zeker wie de President-Elect zal zijn. In de tussentijd blijft de zittende President, die vier jaar geleden is verkozen, in functie. Zo staat het sinds 1933 in de Amerikaans grondwet. Daarvoor duurde die tussentijd twee keer zo lang. Tot de 20e januari behoudt de zittende President volgens mij al zijn bevoegdheden, maar feitelijk beschouwt men het presidentschap dan als vleugellam, als een lame duck presidency.

(Mr. Leon)

De Tijdelijke coronawet

DONDERDAG 5 NOVEMBER 2020 De Eerste Kamer heeft vorige week dinsdag (27 oktober) de Tijdelijke coronawet aangenomen. Daarmee is deze wet, officieel Tijdelijke wet maatregelen covid-19, tot stand gekomen. Wat staat er zoal in?

WET PUBLIEKE GEZONDHEID De Tijdelijke coronawet is vooral een uitbreiding van de Wet publieke gezondheid. Deze wet bestaat al vele jaren. Daaraan zijn nu enkele tientallen nieuwe wetsartikelen toegevoegd. Daarnaast brengt de Tijdelijke coronawet kleine wijzigingen aan in enkele andere wetten, zoals in de Wet kinderopvang en de Wegenverkeerswet. Zonder instemming van Tweede en Eerste Kamer waren deze uitbreidingen en wijzigingen van bestaande wetten niet mogelijk geweest.

MINISTERIËLE REGELING Op grond van de (uitgebreide) Wet Publieke Gezondheid kan de minister regelingen vaststellen. Hij kan bijvoorbeeld regelen dat groepjes van twee of meer personen verboden zijn of dat theaters worden gesloten. Die ministeriële regelingen zijn erg belangrijk, omdat bijna alle coronamaatregelen daarin zullen komen te staan. In de Tijdelijke coronawet zelf staan namelijk geen maatregelen. Nou ja, misschien eentje: de anderhalve meter maatregel. Hoewel, daarover staat in de wet alleen maar dat men een veilige afstand tot andere personen moet houden. Wat in dit verband veilig is, gaat de regering in een apart besluit regelen (en uiteraard nadat daarover het RIVM is gehoord).

RAAMWET Voor alle andere maatregelen geeft de Tijdelijke coronawet alleen maar de bevoegdheid. De bevoegdheid om ministeriële regelingen uit te vaardigen waarin corona maatregelen staan. De minister krijgt bijvoorbeeld de bevoegdheid om groepsvorming te verbieden, theaters en musea te sluiten of voor een beperkt publiek open te stellen, evenementen te verbieden, een mondkapjesplicht op te leggen, ov-gebruik te beperken en schoolgebouwen te sluiten. Maatregelen hoeven trouwens niet in elke gemeente gelijk te zijn. Zo kan de minister in de ene gemeente de theaters sluiten terwijl hij ze in andere gemeenten (beperkt) openstelt. De minister kan zelfs in één gemeente het ene theater sluiten terwijl hij de andere open houdt. Lokaal en regionaal maatwerk is dus mogelijk, niet alleen voor theatersluitingen maar voor heel veel maatregelen.

TWEEDE KAMER Zo’n ministeriële regeling geldt pas nadat ze in werking is getreden. Het parlement kan de inwerkingtreding voorkomen. Het parlement, dat wil hier zeggen: alleen de Tweede Kamer. De Eerste Kamer kan dat niet voorkomen. De Tweede Kamer moet dan besluiten dat ze niet instemt met de ministeriële regeling. Dat is trouwens iets anders dan wat de Kamer doet bij de totstandkoming van nieuwe wetten en wijzigingen van bestaande wetten. Daarvoor is namelijk haar instemming nodig. Zonder instemming kan die (wijziging van de) wet niet in werking treden. Voor de inwerkingtreding van ministeriële regelingen op grond van de Tijdelijke coronawet is echter geen instemming van de Kamer nodig. Als de Tweede Kamer geen besluit neemt, treedt de ministeriële regeling gewoon in werking. Inwerkingtreding kan alleen worden voorkomen als de Kamer besluit dat ze niet instemt. De Tweede Kamer heeft daarvoor slechts één week de tijd.

2X DRIE MAANDEN De Tijdelijke coronawet en de daarop gebaseerde ministeriële regelingen vervallen drie maanden nadat de wet in werking is getreden. De regering kan tot een verlenging besluiten, met nog eens drie maanden. Voordat verlenging ingaat, moeten zowel de Tweede als de Eerste Kamer daarover hebben kunnen debatteren. Maar hun instemming is voor verlenging niet nodig.

MINISTER Welke minister is het eigenlijk die de ministeriële regelingen op grond van de Tijdelijke coronawet maakt? Dat is er niet slechts één. Het zijn er in elk geval drie: de minister van Justitie en Veiligheid (Grapperhaus), die van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Ollongren) en die van Volksgezondheid (De Jonge). Bovendien moet elke ministeriële regeling ‘in overeenstemming zijn met het gevoelen van de ministerraad’; dus ook de minister-president (Rutte) is betrokken.

NOODVERORDENING In het afgelopen half jaar stonden bijna alle coronamaatregelen in noodverordeningen. Deze noodverordeningen waren uitgevaardigd door de voorzitters van de 25 veiligheidsregio’s. Elke voorzitter maakte een noodverordening voor zijn of haar eigen veiligheidsregio. De coronamaatregelen waren van kracht, omdát ze in die noodverordeningen stonden. De ministeriële regelingen die op grond van de Tijdelijke coronawet worden uitgevaardigd, gaan deze noodverordeningen vervangen.

BURGEMEESTER Het is trouwens niet zo dat alle coronaverplichtingen straks vanuit Den Haag worden bepaald. Burgemeesters mogen namelijk op grond van de Tijdelijke coronawet soms ontheffingen verlenen van de ministeriële regelingen. De minister kan deze bevoegdheid overdragen aan de voorzitter van de veiligheidsregio; dat is meestal de burgemeester van de grootste gemeente in de regio.

NIET UNANIEM Het wetsvoorstel voor de Tijdelijke coronawet is in oktober aangenomen. In de Tweede Kamer gebeurde dat op 13 oktober en in de Eerste Kamer twee weken later, op 27 oktober. In beide Kamers is dat niet unaniem gebeurd. De fracties die in de Tweede Kamer tegen stemden, deden dat ook in de Eerste Kamer.

STAATSBLAD De Tijdelijke coronawet is weliswaar door het parlement aangenomen maar hij is nog niet in werking getreden. Een wet treedt pas in werking nadat hij is bekendgemaakt in het Staatsblad. Dus kunnen er evenmin al ministeriële regelingen zijn uitgevaardigd. Daarom is ook de ‘tijdelijke verzwaring van de gedeeltelijke lockdown’, die gisterenavond is ingegaan, net als al die andere coronamaatregelen van het afgelopen halfjaar weer in noodverordeningen geregeld. Totdat zij zullen worden vervangen door ministeriële regelingen.

(Mr. Leon)