Onderwijsvrijheid en burgerschap op school

VRIJDAG 17 JANUARI 2020 In een interview in dagblad Trouw van afgelopen maandag zegt een grote belangenorganisatie van protestante en katholieke scholen dat een recent wetsvoorstel over burgerschapsonderwijs op basisscholen en middelbare scholen te ver gaat. Het zou een inbreuk zijn op de grondwettelijke onderwijsvrijheid. Wat staat er in de Grondwet over onderwijsvrijheid?

VRIJHEID Onderwijsvrijheid is een grondrecht. Het is geregeld in artikel 23 van de Grondwet. De onderwijsvrijheid staat er sinds 1848 in. Tot dat jaar was het verboden om protestants, katholiek, islamitisch of ander bijzonder onderwijs te geven. Dat mocht alleen als de overheid vergunning had verleend. Tot dan toe was het geven van openbaar onderwijs de norm. Sindsdien is het geven van bijzonder onderwijs een klassiek grondrecht. Vergunning is niet langer nodig. Daardoor is het oprichten van scholen waarop katholiek, protestants, islamitisch of ander bijzonder onderwijs wordt gegeven vrij geworden.

MAAR MET GRENZEN Het geven van bijzonder onderwijs is vrij. Burgers maar ook bijvoorbeeld verenigingen en stichtingen zijn vrij om zo’n school op te richten en in stand te houden. Uiteraard is die vrijheid niet grenzeloos: het geven van onderwijs is vrij, behoudens het toezicht van de overheid en het onderzoek naar de bekwaamheid en de zedelijkheid van hen die onderwijs geven, zoals de leerkrachten.

GELIJKSTELLING Sinds 1917 is in de grondwet geregeld dat het bijzonder onderwijs financieel gelijkgesteld moet zijn met het openbaar onderwijs: beide mogen rekenen op volledige subsidiëring door de overheid. Aan subsidiëring worden uiteraard wel eisen gesteld, zoals de deugdelijkheidseisen. Sinds lange tijd verstaat men hieronder ook wat leerlingen moeten leren. De overheid mag voorschrijven welke kennis, inzicht en vaardigheden de scholen hun leerlingen moeten meegeven, bijvoorbeeld bij wiskunde of geschiedenis. Zowel openbaar als bijzonder onderwijs moeten hieraan voldoen. Deze eisen staan in kerndoelen en eindtermen.

LEERMIDDELEN De overheid mag het bijzonder onderwijs echter niet voorschrijven welke leermiddelen gebruikt moeten worden. Leermiddelen zijn bijvoorbeeld boeken en methoden. Scholen mogen zelf beslissen welke boeken en methoden gebruikt worden in de klas. Ook deze vrijheid maakt deel uit van de grondwettelijke onderwijsvrijheid. Ook deze vrijheid is natuurlijk niet grenzeloos. Zo is er het discriminatieverbod; ook dat staat in de Grondwet.

BURGERSCHAPSONDERWIJS gaat over kennis en respect voor de basiswaarden van onze democratische rechtsstaat en dus ook de mensenrechten. Burgerschapsonderwijs is niet nieuw. Scholen moeten daar al vijftien jaar voor zorgen. In de praktijk zou daar op veel scholen weinig van terecht komen. Wetsvoorstel 35352 wil daar verandering in brengen. Als ik het goed begrepen heb, richt de kritiek van de belangenorganisatie in het Trouwinterview zich vooral op een passage in de officiële toelichting op het wetsvoorstel. Onderwijsminister Arie Slob (ChristenUnie) schrijft daarin dat basisscholen en middelbare scholen hun leerlingen ook moeten leren over hoe mensen met elkaar dienen om te gaan, en dat in dat verband waarheidsgetrouwheid, sympathie, respect voor de mening van anderen, flexibiliteit en verantwoordelijkheidszin belangrijke waarden en vaardigheden die de school aan leerlingen moet meegeven. Deze passage zou dan neerkomen op het voorschrijven van leermiddelen aan het bijzonder onderwijs (maar die woorden worden in het interview zelf niet gebruikt). Dat leidt tot de vraag: hoe ver reikt de leermiddelenvrijheid en hoe ver reiken de deugdelijkheidseisen?

(Mr. Leon)

In Frankrijk verklaart de regering hoe links of rechts een politieke partij is

DONDERDAG 9 JANUARI 2020 In Nederland komt het voor dat kranten en televisie politieke partijen indelen in links en rechts. Een politieke partij krijgt bijvoorbeeld het etiket links, centrumrechts of extreemrechts. Wat het verschil is tussen deze etiketten, en waarom een partij het ene etiket krijgt en niet het andere, is vaak voor discussie vatbaar. Het hangt ook af van de politieke kleur die de krant zelf heeft. Maar zo’n etiket leidt er in elk geval toe dat de krantenlezer meer duidelijkheid krijgt over waar een politieke partij voor staat, volgens zijn krant. Anders dan in ons land is het echter in Frankrijk zo dat de overheid alle politieke partijen indeelt in rechts of links; daar geldt dus een indeling van overheidswege! Hoe zit dat in elkaar?

VERKIEZINGEN Het gebeurt bij elke verkiezing. Enige tijd vóór een verkiezing worden alle politieke partijen die aan die verkiezing meedoen van overheidswege ingedeeld. De eerstvolgende verkiezingen in Frankrijk zijn die voor de gemeenteraden; ze worden in maart van dit jaar gehouden. De minister van Binnenlandse Zaken maakte begin december per circulaire duidelijk of hij een partij het etiket extreemlinks, links, centrum, rechts of extreemrechts geeft dan wel dat van de restcategorie. In het Frans: extrême gauche, gauche, centre, droite, extrême droite en divers.

ETIKET Een partij die het etiket links krijgt is bijvoorbeeld de Parti socialiste/PS, vergelijkbaar met de PvdA in Nederland. Ook de Europe Écologie Les Verts/EELV, vergelijkbaar met GroenLinks, krijgt dit etiket. Net als La France insoumise/LFI. de partij van Jean-Luc Mélenchon. Het etiket centrum krijgt onder andere de veruit belangrijkste regeringspartij. Dat is La République en Marche/LREM, de partij van president Macron. Deze partij bezit een ruime meerderheid in de Franse Tweede Kamer, Assemblée nationale. Een partij die het etiket rechts krijgt, is bijvoorbeeld Les Républicains/LR. Deze partij is de belangrijkste oppositiepartij. In de Franse Eerste Kamer, Sénat, is het met stip de grootste. Tot de restcategorie hoort bijvoorbeeld Parti animaliste.

ANDERE ETIKETTEN Deze officiële etikettering van politieke partijen gebeurt om de verkiezingsuitslag beter te kunnen duiden. Natuurlijk wordt er ook het stemgedrag van de kiezer door beïnvloed. Het etiket dat een partij krijgt, kan per verkiezing verschillen. Bij elke verkiezing wordt namelijk een nieuwe indeling gemaakt. Per verkiezing kunnen er ook andere etiketten zijn. Zo waren er in 2019 bij de verkiezingen voor het Europees Parlement andere etiketten dan bij die voor de komende gemeenteraadsverkiezingen. Etiketten waren toen extreemlinks tot radicaal links, links tot centrumlinks, centrum, centrumrechts tot rechts en tenslotte radicaal rechts tot extreemrechts. Parti socialiste/PS en EELV kregen het etiket links tot centrumlinks, terwijl La France insoumise/LFI van Jean-Luc Mélenchon het etiket extreemlinks tot radicaal links kreeg.

SENAAT In Frankrijk zijn de gemeenteraadsverkiezingen niet alleen belangrijk voor de politiek in de gemeenten en als opiniepeiling voor de landelijke politiek. Ze zijn ook van belang voor de Franse Eerste Kamer, de senaat. Hoofdzakelijk zijn het namelijk gemeenteraadsleden die de senaat kiezen. In elk departement worden een of meer senatoren gekozen. In gemeenten met minder dan 9 duizend inwoners gebeurt dat doordat de gemeenteraadsleden uit hun midden enkele kiesmannen kiezen; alle kiesmannen in een departement kiezen vervolgens hun senatoren. In de grotere gemeenten, met meer dan 9 duizend inwoners, kiest elk gemeenteraadslid rechtstreeks de senatoren in zijn departement. De volgende senaatsverkiezingen zijn in september van dit jaar. Voor de helft van alle senatoren zijn er dan verkiezingen; voor de andere helft is dat over drie jaar. Een senator wordt voor zes jaar gekozen.

CIRCULAIRE? In het Franse Dagblad Le Monde van 23 december staat een groot artikel over de circulaire van de minister van Binnenlandse Zaken. In deze blog is alle informatie over die circulaire gebaseerd op dit krantenartikel, want ik heb de circulaire zelf niet kunnen vinden.

(Mr. Leon)

Statuut voor het Koninkrijk wordt 65!

WOENSDAG 18 DECEMBER 2019 Eind deze maand is het 65 jaar geleden dat het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden in werking is getreden. Dat was op 29 december 1954. Wat is het Koninkrijk der Nederlanden? En wat houdt dit Statuut in?

NEDERLANDEN Het Koninkrijk der Nederlanden omvat meer dan Nederland. Het omvat namelijk ook Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Deze eilanden liggen in het Caribisch gebied. In dit gebied ligt bovendien Caribisch Nederland. Dat zijn de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Ten tijde van de ondertekening van het Statuut omvatte het Koninkrijk ook Suriname en Nieuw-Guinea. De zes Caribische eilanden heetten toentertijd de Nederlandse Antillen en hun verhouding tot Nederland was in het Statuut anders geregeld dan nu het geval is.

ZELFSTANDIG Het Koninkrijk bestaat nu dus uit vier landen: Aruba, Curaçao, Nederland en Sint Maarten. Elk land behartigt zijn eigen aangelegenheden zelfstandig, maar het Koninkrijk mag wel ingrijpen bij ondeugdelijk bestuur. Elk land heeft zijn eigen grondwet, regering en parlement. In Caribisch gebied heet de grondwet Staatsregeling en het parlement heet Staten. Regering en Staten maken daar hun eigen wetten. Zo gelden voor de Venezolanen die naar Curaçao zijn gevlucht de asielwet die regering en Staten van Curaçao hebben gemaakt.

GEZAMENLIJK Er zijn natuurlijk ook aangelegenheden die geen eigen aangelegenheden van een land zijn maar aangelegenheden van het hele Koninkrijk. Gemeenschappelijke aangelegenheden zijn bijvoorbeeld defensie, buitenlandse betrekkingen en Nederlanderschap. De vier landen behartigen deze aangelegenheden gezamenlijk.

VETO Die gezamenlijke behartiging van Koninkrijksaangelegenheden gebeurt op voet van gelijkwaardigheid, althans volgens de preambule bij het Statuut. Feit is echter dat de regering van het Koninkrijk bestaat uit alle ministers van Nederland plus een vertegenwoordiger van de regeringen van de drie Caribische landen, dat wil zeggen van elke regering één gevolmachtigde minister. De drie Caribische ministers vormen dus een kleine minderheid in de regering van het Koninkrijk! In de regering van het Koninkrijk worden besluiten genomen bij meerderheid. Elke minister heeft daarin één stem, ongeacht het land waaruit hij komt. Wel is het zo dat een gevolmachtigde Caribische minister tot op zekere hoogte een vetorecht heeft waarmee hij kan voorkomen dat maatregelen in zijn land gaan gelden. Maar dat is slechts een vetorecht tot op zekere hoogte.

RIJKSWET Koninkrijksaangelegenheden kunnen worden behartigd door middel van wetgeving. Bijvoorbeeld door een rijkswet. Een rijkswet moet zijn aangenomen door de parlementen van alle vier de landen. De wet waarin het Nederlanderschap is geregeld is zo’n rijkswet: de Rijkswet op het Nederlanderschap geheten. De woorden rijkswet of rijk komen altijd voor in de officiële naam van zo’n wet. Een ander soort wet van het Koninkrijk is een algemene maatregel van rijksbestuur. Voor zo’n algemene maatregel is geen medewerking nodig van de nationale parlementen. Die maatregel kan zelfstandig worden vastgesteld door de regering van het Koninkrijk, de regering dus waarin de Nederlandse ministers veruit in de meerderheid zijn.

Over onderwerpen die geen aangelegenheid van het Koninkrijk zijn, maar die een eigen aangelegenheid zijn van een land, kunnen de vier landen op vrijwillige basis rijkswetten maken. Dat is bijvoorbeeld gebeurd met het octrooirecht op uitvindingen. Dat is namelijk wettelijk geregeld in de Rijksoctrooiwet. Die wet geldt in alle vier landen.

ONDERLINGE HULP De vier landen moeten elkander hulp en bijstand verlenen. Nederland heeft Sint Maarten hulp en bijstand verleend in verband met de verwoestende gevolgen die orkaan Irma in 2017 heeft aangericht. Dat is onder andere gebeurd in de vorm van een fonds waarmee de wederopbouw kan worden gefinancierd. Volgens een bericht in de Volkskrant van vandaag werkt dit fonds echter niet.

KONINKRIJK Het Koninkrijk der Nederlanden is een koninkrijk. Koning is Willem-Alexander, met Maxima als Koningin. Zij zijn dus ook koning en koningin van Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Bovendien heeft de Koning in deze landen een vaste vertegenwoordiger: de gouverneur. Elk land heeft een eigen gouverneur. Bonaire, Sint Eustatius en Saba hebben geen gouverneur, want zij zijn Nederlandse gemeenten.

(Mr. Leon)

De klimaattoppen in Madrid

DONDERDAG 12 DECEMBER 2019 Deze week en afgelopen week worden in Madrid drie toppen van de Verenigde Naties gehouden: de COP, de CMP en de CMA. Alle drie gaan over het klimaat. Morgen is de slotdag. Wat zijn dit voor conferenties? Hoe zijn ze georganiseerd?

COP25 Het is de 25e keer dat de COP wordt gehouden. Dat is de jaarlijkse vergadering van de landen die het Klimaatverdrag uit 1992 hebben ondertekend. Dit Klimaatverdrag heet voluit het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering. De vergadering heet Conferentie van Partijen, of in het Engels Conference of the Parties (COP). De conferentie is twee weken bijeen, van 2 tot en met 13 december. Het is de 15e keer dat ook de CMP wordt gehouden. Dat is de jaarlijkse vergadering over het Kyoto Protocol uit 1997, voluit het Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering. Ook hier heet de vergadering Conferentie van Partijen, in het Engels voluit Conference of the Parties Serving as the Meeting of Parties to the Kyoto Protocol (CMP). Het is ten slotte de 2e keer dat een conferentie over het Akkoord van Parijs uit 2015 wordt gehouden, CMA geheten; ik zal het Akkoord van Parijs verder niet bespreken.

MADRID COP en CMP worden dus jaarlijks gehouden. Vorig jaar waren ze in het Poolse Katowice en volgend jaar zal het in het Schotse Glasgow zijn. Ze zijn ook een keer in ons land gehouden, dat was in 2006, in Den Haag. Volgens de afspraken worden ze in Bonn gehouden als geen andere plaats is aangewezen. In Bonn is namelijk het secretariaat gevestigd. In de afgelopen 25 jaar werden ze slechts twee keer daadwerkelijk in Bonn gehouden. De laatste keer was in 2017. Met uitzondering van Oceanië is elk werelddeel aan de beurt geweest. Ze zouden dit jaar eigenlijk in Rio de Janeiro zijn, daarna werd het Santiago (Chili) maar uiteindelijk is het dus Madrid geworden.

BIJNA TWEE HONDERD partijen hebben zich bij het Klimaatverdrag aangesloten. Dat zijn allemaal landen. Plus de Europese Unie, de EU. Daarmee hebben bijna alle landen in de wereld zich bij het Klimaatverdrag aangesloten, ook de landen in Afrika en Azië. En ook de VS. De meeste landen hebben zich ook bij het Kyoto Protocol aangesloten. Opvallende uitzondering is de VS.

PRESIDENT Al die landen zijn lid van de Conferentie van Partijen. Jaarlijks kiest de conferentie uit haar midden een President. De keuze is dit jaar op Chili gevallen; de Chileense minister van Milieuzaken Carolina Schmidt is daardoor president geworden. In 2000 was Jan Pronk de president, toen de conferentie in Den Haag werd gehouden; Pronk was toen minister van Milieuzaken. Een van de taken van de President is het voorzitten van de plenaire vergaderingen. Elke conferentie kiest een president, maar ik neem aan dat Schmidt niet alleen president van de COP is geworden maar ook van de CMP/Kyoto.

ZEE De conferenties stellen hun eigen agenda’s vast. Daarbij heeft de President echter een flinke vinger in de pap. Het agendavoorstel wordt namelijk door het secretariaat in overeenstemming met de President gemaakt. Volgens het Franse dagblad Le Monde is het dankzij Schmidt dat dit jaar de zeeën zo prominent op de agenda staan.

QUORUM De vergaderingen van de conferenties zijn openbaar, uitzonderingen daargelaten.Vergaderingen kunnen alleen plaatsvinden als tenminste een derde van de leden aanwezig is. Besluiten kunnen alleen genomen worden als tenminste twee derde van de leden aanwezig is.

STEMMEN In die vergaderingen heeft elke partij één stem. Het maakt dus niet uit of een land groot of klein is, rijk of arm. In tegenstelling tot besluiten die over procedures gaan, is voor het nemen van besluiten die over de inhoud gaan een gewone meerderheid der stemmen niet voldoende. Daarvoor is altijd een versterkte meerderheid nodig, namelijk van twee derde van de uitgebrachte stemmen. Bovendien moet het streven zijn om inhoudelijke besluiten unaniem te nemen. Zowel de Europese Unie als haar 28 lidstaten hebben stemrecht. Maar als de EU stemt, dan mogen die lidstaten niet stemmen. En vice versa. Als de EU stemt, heeft ze als enige niet één stem, maar 28 stemmen. Ik neem aan dat de Europese Unie inderdaad gaat stemmen. De nieuwe voorzitter van de Europese Raad – Charles Michel – vertegenwoordigt de EU op de conferenties. Michel was tot voor kort premier van België. De normale manier van stemmen is door hand op steken.

(Mr. Leon)

De Navo

WOENSDAG 4 DECEMBER 2019 De Navo bestaat 70 jaar en dat wordt vandaag officieel gevierd met een belangrijke Navo-bijeenkomst. Maar wat is dat eigenlijk, de Navo?

VERDRAG De Navo is een afkorting voor Noord-Atlantische Verdragsorganisatie. De organisatie is in het leven geroepen met het Noord-Atlantisch Verdrag. Dit verdrag is in twee officiële talen opgesteld, het Engels en het Frans. Navo heet in het Engels North Atlantic Treaty Organisation (Nato) en in het Frans Organisation du traité de l’Atlantique nord (Otan).

IN 1949 is de Navo opgericht. Nederland behoorde samen met de Verenigde Staten en Canada bij de eerste twaalf landen die er lid van werden. Inmiddels zijn er 29 lidstaten. Al onze buurlanden zijn bij de Navo. EU-landen hoeven niet per se Navo-lid te zijn. Zo zijn Finland, Zweden, Oostenrijk en Ierland geen lid. Bovendien hoeft een Europees land geen EU-land te zijn. Zo zijn ook Turkije en Montenegro Navo-lid.

MILITAIR BONDGENOOTSCHAP In het verdrag is afgesproken dat alle lidstaten bij een gewapende aanval op één van hen die lidstaat zullen bijstaan, zo nodig met ”gebruik van gewapende macht” (artikel 5). De Navo is dus een militair bondgenootschap. Maar wat betekent dit bij cyberaanvallen en aanvallen op een satelliet? Dat is nog niet duidelijk. Tegelijkertijd is trouwens afgesproken dat elke lidstaat werkt aan haar militaire defensie door ”voortdurend en op doelmatige wijze zich zelf te versterken”. De Amerikanen vinden dat veel Europese landen, waaronder Nederland, dat niet genoeg doen.

DE NOORD-ATLANTISCHE RAAD is het hoogste bestuursorgaan van de Navo. De raad bestaat uit vertegenwoordigers van de lidstaten. Elke lidstaat stuurt één vertegenwoordiger. De vergaderingen worden op het Navo-hoofdkwartier gehouden; sinds enkele jaren ligt dat in Brussel. Vergaderd wordt aan een ronde tafel, de tafelschikking is in alfabetische volgorde van lidstaten.

GEEN VRIJ MANDAAT Er wordt minstens een keer per week vergaderd. Meestal zijn dat vergaderingen van de vaste vertegenwoordigers, ambassadeurs genaamd. De vaste vertegenwoordiger van Nederland heet Marisa Gerards. Deze vertegenwoordigers stemmen mét last en mét ruggespraak van hun regering. Anders dan Tweede Kamerleden en gemeenteraadsleden hebben ze dus geen vrij mandaat.

TOP Enkele keren per jaar bestaat de raad uit de ministers van de lidstaten, ministers van Buitenlandse Zaken of van Defensie. Heel af en toe zijn het de premiers of presidenten van de lidstaten die de raad vormen, een Navo-top. Zo’n Navo-top is er er vandaag. Trump, Trudeau, Rutte, Johnson, Merkel, Frederiksen, Wilmès, Erdogan, Djukanovic en vele anderen – waaronder Macron – zullen er bij zijn. De top wordt dit keer bij wijze van uitzondering in Londen gehouden; Londen was het ook het eerste Navo-hoofdkwartier.

VETO Maar hoe de raad ook is samengesteld, besluiten kan de raad alleen nemen als iedereen het ermee eens is. Elke lidstaat kan dus een besluit tegenhouden. Elke lidstaat heeft met andere woorden het recht van veto, ongeacht haar grootte of militaire kracht.

DE SECRETARIS-GENERAAL is de voorzitter van de raad. Dat is tegenwoordig Jens Stoltenberg, uit Noorwegen. Drie Nederlanders zijn hem voorgegaan; de laatste was Jaap de Hoop Scheffer, van 2004 tot 2009.

MILITAIR OPPERBEVEL van de Navo is altijd in handen van een Amerikaanse generaal. De eerste opperbevelhebber was Dwight Eisenhower, later president van de VS. Een andere bekende opperbevelhebber was in de jaren zeventig Alexander Haig, later minister van Buitenlandse Zaken onder Ronald Reagan.

(Mr. Leon)

Parttime wethouders en gedeputeerden

DONDERDAG 28 NOVEMBER 2019 In de Volkskrant van afgelopen maandag stond een groot artikel over een gedeputeerde in de provincie Flevoland en twee wethouders in de gemeenten Veldhoven en Krimpenerwaard die gedeeltelijk wachtgeld kunnen ontvangen omdat ze voor hun werkzaamheden parttime beloond worden. Het krantenbericht gaat er vooral over of ze al dan niet recht op wachtgeld hebben. Mij gaat het hier om iets anders. In het artikel komen twee redenen ter sprake voor de aanwezigheid van parttimers in de dagelijkse besturen van gemeenten en provincies. Ten eerste: de wethouder of gedeputeerde wil om persoonlijke redenen niet fulltime werken. Ten tweede: de volksvertegenwoordigers van gemeente of provincie, dat zijn gemeenteraad respectievelijk provinciale staten, stellen te weinig geld beschikbaar om al hun dagelijkse bestuurders fulltime te belonen. Er had ook nog een derde reden kunnen zijn, en daarover gaat deze bijdrage.

DE WET Die derde reden hangt net als de tweede reden samen met de versplintering in de politiek, de veelheid aan partijen met volksvertegenwoordigers. Daardoor zijn voor het smeden van een meerderheidscoalitie veel partijen nodig, en elke coalitiepartij wil een eigen wethouder hebben (of gedeputeerde). De derde reden staat echter in de wet. Zowel in de Provinciewet als in de Gemeentewet staan namelijk maxima voor het aantal wethouders of gedeputeerden. Het aantal wethouders in het college van burgemeester en wethouders en het aantal gedeputeerden in gedeputeerde staten mag dit wettelijk maximum niet overschrijden. In beide wetten worden twee maxima genoemd: een maximum als er alleen maar fulltimers zijn en een maximum als er ook parttimers zijn. Het laatste maximum is hoger.

GEDEPUTEERDEN IN DE PROVINCIE Een provinciebestuur mag maximaal zeven gedeputeerden hebben, als er alleen fulltimers zijn. Maximaal negen, als er ook parttimers zijn. Daarbij maakt het niet uit hoe groot de provincie is en hoeveel Statenleden er zijn. Zowel kleine als grote provincies moeten zich aan deze maxima houden. Flevoland is een kleine provincie, want heeft maar zo’n 400.000 inwoners. De coalitie bestaat hier uit zes partijen: VVD, CDA, D66, PvdA, GroenLinks en ChristenUnie. Elke coalitiepartij heeft een eigen gedeputeerde. Met deze zes gedeputeerden blijft Flevoland dus onder het wettelijk maximum. Wettelijk gezien hadden ze alle zes fulltimers kunnen zijn.

WETHOUDERS IN DE GEMEENTE Het maximumaantal wethouders is wél afhankelijk van de grootte van de gemeente. Het is namelijk afhankelijk van het aantal gemeenteraadsleden, en dat hangt op zijn beurt weer af van het inwonertal. Het maximumaantal is 1/5 van het aantal raadsleden in de gemeente. Tenminste als er alleen fulltime wethouders zijn. Als er ook parttimers zijn, is het maximumaantal ¼. Gemeenten met vijf duizend inwoners hebben slechts elf raadsleden. Zij mogen maximaal twee wethouders hebben, want dat is afgerond 1/5 van elf. Er moet altijd worden ”afgerond tot het dichtstbijgelegen gehele getal”. Mét parttimers is het maximum voor deze gemeenten drie wethouders, want ¼ van elf is ”afgerond tot het dichtstbijgelegen gehele getal” drie. Eén wethouder meer dus. Een voorbeeld is het Utrechtse Renswoude, met drie wethouders. De grootste gemeenten zijn gemeenten met meer dan 200.000 inwoners en zij hebben daardoor 45 raadsleden. In hun college van burgemeester en wethouders mogen hooguit negen wethouders zitting hebben. Als er ook parttimers zijn, mogen dat er hooguit elf zijn, want ¼ van 45 is afgerond elf. Twee wethouders meer dus. Rotterdam heeft zo’n 640.000 inwoners en tien wethouders. Minstens één ervan moet dus parttimer zijn.

KRIMPENERWAARD is een Zuid-Hollandse gemeente met ongeveer 56.000 inwoners en de gemeenteraad bestaat daarom uit 31 leden. Er zijn elf fracties in de raad en vijf daarvan vormen de coalitie. Krimpenerwaard mag zes fulltime wethouders hebben. Het college van B&W bestaat uit zes wethouders. Vanuit de Gemeentewet gezien hadden ze allen fulltimer mogen zijn.

VELDHOVEN is een gemeente in Noord-Brabant met (nu) iets meer dan 45.000 inwoners. In het jaar voorafgaand aan de laatste gemeenteraadsverkiezingen waren dat er iets minder dan 45.000. Daarom heeft Veldhoven 27 gemeenteraadsleden. De gemeenteraad bestaat uit negen fracties en drie daarvan vormen de coalitie. Veldhoven mag dus hooguit vijf fulltime wethouders hebben. Het college van B&W bestaat uit vijf wethouders. Vanuit de Gemeentewet gezien hadden ze allen fulltimer mogen zijn.

SCHIERMONNIKOOG De kleinste gemeente van ons land is Schiermonnikoog, met nog geen duizend inwoners. Gemeenten met minder dan drieduizend inwoners hebben negen raadsleden. Het waddeneiland heeft dus negen raadsleden. Er mogen dan maximaal twee fulltime wethouders zijn. Ook mét parttimers mogen het er niet meer zijn, want afgerond is ¼ van negen nog steeds twee. Had het eiland ook voor één wethouder mogen opteren? Nee. De wet eist namelijk minimaal twee wethouders, hoe klein of groot een gemeente ook is.

MINISTERS Anders dan het aantal wethouders en gedeputeerden is het aantal ministers in de regering niet wettelijk gemaximeerd.

(Mr. Leon)

Facebook weigert advertentie voor biografie over burgemeester Aboutaleb

DONDERDAG 21 NOVEMBER 2019 Uitgeverij De Bezige Bij wilde op Facebook een advertentie plaatsen van de onlangs verschenen biografie over de burgemeester van Rotterdam, Ahmed Aboutaleb – Overal de eerste geschreven door Elisa Hermanides en Ruben Koops. Afgelopen maandag stond in de Volkskrant dat Facebook de advertentie heeft geweigerd, omdat het gaat over maatschappelijke kwesties, verkiezingen of politiek. Wat is hier aan de hand?

DE KLEINE LETTERTJES Wie Facebook gebruikt moet zich houden aan diverse algemene voorwaarden, zoals de Servicevoorwaarden. Tot voor kort geheten Verklaring van rechten en verantwoordelijkheden. Facebook mag berichten, foto’s, video’s en andere inhoud die met deze voorwaarden in strijd is verwijderen en blokkeren. Die voorwaarden zijn gemaakt door Facebook zelf. Overheden, wetgevers en consumentenorganisaties zijn daarbij – voor zover ik weet – niet betrokken geweest. Facebook kan ook commercieel worden gebruikt. Daarvoor kunnen dan extra voorwaarden gelden; ook deze aanvullende voorwaarden zijn weer alleen door Facebook zelf gemaakt.

ADVERTENTIES Wie bijvoorbeeld als uitgeverij een advertentie voor een nieuw verschenen boek wil plaatsen moet zich ook houden aan de Commerciële voorwaarden en aan het Advertentiebeleid. Daarbij geldt dat advertenties over maatschappelijke kwesties, verkiezingen of politiek pas mogen worden geplaatst nadat Facebook zijn akkoord heeft gegeven. Dat gebeurt door middel van het zogenaamde verificatieproces. Dit proces kan van land tot land verschillen.

VERIFICATIEPROCES Voor de meeste EU-landen – waaronder Nederland – is het proces als volgt. Verificatie is een combinatie van mensenwerk en kunstmatige intelligentie (algoritmen). Eerst wordt vastgesteld wie achter de advertentie zit. Daarna wordt de advertentie inhoudelijk beoordeeld. Daarbij wordt niet alleen gelet op tekst en afbeeldingen in de advertentie maar ook op de pagina waar de advertentie geplaatst wordt. Zonder hier op die inhoudelijke beoordeling verder in te gaan, is het in elk geval zo dat advertenties over politiek dus pas geplaatst mogen worden nadat ze door Facebook zijn geverifieerd en akkoord bevonden. Als zulke advertenties zonder verificatie zijn geplaatst, maakt Facebook ze “inactief”. Van een politieke advertentie is sprake als de advertentie gaat over een “politieke partij”, “politiek kandidaat”, “voormalige politicus” of “huidige politicus”.

ADVERTENTIE OVER EEN POLITICUS? In de advertentie van De Bezige Bij zou het dan moeten gaan om een “advertentie over een huidige politicus”. Volgens de Volkskrant is het verificatieproces voor deze advertentie negatief verlopen: Facebook heeft de advertentie geweigerd. Waarom is niet helemaal duidelijk. Of liever gezegd: is helemaal niet duidelijk. Afgezien van deze negatieve uitkomst van het verificatieproces, kun je je afvragen waarom deze advertentie überhaupt moest worden onderworpen aan het verificatieproces. Je zou namelijk het Advertentiebeleid zo kunnen uitleggen dat een advertentie voor een boek dat een biografie is over een politicus – een voormalig wethouder en staatssecretaris en nu de burgemeester van Rotterdam – helemaal geen “advertentie over een politicus” is. Of dat nu een geautoriseerde biografie is of niet. En een advertentie die niet over een politicus gaat, hoeft niet aan het verificatieproces van Facebook te worden onderworpen. (Tenzij daarvoor volgens het Advertentiebeleid weer een andere reden is.)

GOING TO THE USA Wat kan De Bezige Bij doen als ze zich niet bij de weigering van Facebook wil neerleggen? Een optie is om naar de rechter te stappen. De rechter kan er zich bijvoorbeeld over uitspreken of de commerciële advertentie van De Bezige Bij (redelijkerwijs) kan worden gezien als “een advertentie over een politicus. Maar de rechter kan er zich ook over uitspreken of het Advertentiebeleid van Facebook wel in overeenstemming is met het recht, zoals de vrijheid van meningsuiting. De Bezige Bij loopt dan echter tegen een extra obstakel op. De Amsterdamse rechtbank – de uitgeverij is in Amsterdam gevestigd – is namelijk geen optie. Volgens de Commerciële voorwaarden van Facebook is alleen een rechter in Californië bevoegd. De uitgever zal dus in Californië een rechtszaak moeten aanspannen. Bovendien is het ook nog eens zo dat niet het Nederlandse recht maar het recht van Californië van toepassing is. Ook dat staat namelijk in de Commerciële voorwaarden. Een heel gedoe dus om in rechte Facebook’s weigering de advertentie te plaatsen aan te vechten!

Mr. Leon

CDA-gedeputeerden in Brabant opgestapt door stikstofcrisis

DONDERDAG 14 NOVEMBER 2019 Protesterende boeren en bouwvakkers. Stilliggende woningbouwprojecten. Niet meer mogen scheuren over onze snelwegen. En last maar zeker niet least: ernstige aantasting van onze natuur. Voorlopig komt er nog geen einde aan het drama van de stikstofcrisis. Ook de eerste politici zijn er nu over gevallen. In Noord-Brabant is dat met twee gedeputeerden gebeurd: CDA’ers Renze Bergsma en Marianne van der Sloot zijn afgelopen zaterdag opgestapt, omdat hun eigen fractie in provinciale staten vond dat het provinciaal stikstofbeleid te streng was voor veehouders. Hoe ziet het Brabants provinciebestuur eruit? En wat is hier aan de hand?

COALITIE Het Brabantse parlement – de provinciale staten – bestaat uit 55 leden. Deze 55 volksvertegenwoordigers zijn sinds de laatste verkiezingen (maart van dit jaar) verdeeld over twaalf fracties. Vijf daarvan hebben begin juni een coalitieakkoord gesloten: VVD, CDA, PvdA, D66 en GroenLinks. Tezamen bezetten ze 31 zetels. Dat is genoeg, want voor de absolute meerderheid zijn er 28 nodig. De grootste partij VVD heeft tien Statenleden, CDA acht, D66 en GroenLinks elk vijf en PvdA heeft er drie.

GEDEPUTEERDEN Elke coalitiepartij kreeg een of twee gedeputeerden, de dagelijkse bestuurders van de provincie. Gedeputeerde Staten bestond uit twee gedeputeerden van VVD en CDA en een gedeputeerde van de andere drie partijen, zeven in totaal, plus de commissaris van de Koning. Zonder de CDA-gedeputeerden bestaat gedeputeerde staten dus nog slechts uit vijf gedeputeerden. Bovendien dreigt de huidige coalitie die begin juni is gevormd haar absolute meerderheid in provinciale staten te verliezen. Maar de CDA-fractie is ondanks het opstappen van haar gedeputeerden nog niet uit de coalitie gestapt.

MOTIE De CDA-fractie diende tijdens de Statenvergadering van vorige week vrijdag een motie in. Dat gebeurde bij de behandeling van de provinciale begroting voor 2020. Dat is de motie Pas op de plaats. Daarin wordt gedeputeerde staten onder andere opgedragen om bestaande veehouderijen meer tijd te geven om een vergunningaanvraag voor de bouw van een milieuvriendelijkere stal te doen. Momenteel geldt daarvoor de deadline van 1 april 2020. Die deadline moet volgens de motie van de baan.

ONTSLAGNAME De motie haalde het niet, maar voor de twee CDA-gedeputeerden was het genoeg reden om aan het einde van de vergadering – in de kleine uurtjes – ontslag in te dienen: de motie maakt volgens hen duidelijk dat de eigen fractie afstand heeft genomen van het coalitieakkoord.

COALITIEAKKOORD Dat coalitieakkoord heet Kiezen voor kwaliteit voor de Brabanders van nu en van de toekomst, en is begin juni van dit jaar gesloten. Daarin staat dat de strenge maatregelen die de vorige coalitie voor veehouders heeft genomen van kracht moeten blijven. De vorige coalitie is de coalitie die tussen 2015 en 2019 aan de macht was in Brabant. Een van die strenge maatregelen is de deadline voor bestaande veehouderijen om uiterlijk in het eerste kwartaal van 2020 een vergunning aan te vragen voor de bouw van een milieuvriendelijkere stal.

DEADLINES Oorspronkelijk stond die deadline op 1 januari 2020, dus drie maanden vroeger dan nu het geval is. Tweeënhalf jaar lang heeft hij op die datum gestaan. Het is pas twee weken geleden dat hij officieel op 1 april 2020 gezet. Een deadline (ergens) in het eerste kwartaal van 2020 was dus geen nieuw beleid van de huidige coalitie, maar bestaand beleid dat al onder de vorige coalitie is ingezet. Dus ook lang voordat de Raad van State haar bekende stikstofuitspraak deed. Niet alleen bestaat die deadline nu al tweeënhalf jaar, maar bovendien is hij al die tijd in een provinciale verordening opgenomen geweest.

Trouwens, de huidige coalitie heeft kort na het sluiten van het coalitieakkoord aanvullende afspraken gemaakt, ”ter uitwerking” van het akkoord. Ze lijken echter de maatregelen van de vorige coalitie minder streng te maken. Over uitstel van de deadline (tot 1 april) gaan ze echter niet. Toch heeft gedeputeerde staten een maand later besloten om de deadline uit te stellen tot 1 april. Begin november is de nieuwe deadline opgenomen in een provinciale verordening.

COALITIE 2015 – 2019 De vorige coalitie had een andere politieke samenstelling dan de huidige. Tussen 2015 en 2019 was er een vierpartijencoalitie, die bestond uit VVD, PvdA, SP en D66. CDA maakte er dus geen deel van uit.

BRIEF Twee gedeputeerden hebben nu hun werkzaamheden dus beëindigd. Aan het functioneren van een gedeputeerde kan op verschillende manieren een einde komen. Zo kunnen provinciale staten het vertrouwen in hem of haar opzeggen, anders gezegd de gedeputeerde naar huis sturen. De gedeputeerde moet dan onmiddellijk ontslag nemen. Een gedeputeerde kan ook om andere redenen ontslag nemen. Bergsma en Van der Sloot hebben om dit soort andere redenen ontslag genomen. In dat geval moet een gedeputeerde daarvan schriftelijk mededeling doen aan provinciale staten. Bergsma en Van der Sloot hebben een brief gestuurd waarin ze hun ontslagname motiveren. Het ontslag is voor hen onmiddellijk ingegaan, omdat ze dat zelf zo wilden. Anders waren ze nog enige tijd aangebleven, bijvoorbeeld tot een opvolger is benoemd.

OPVOLGERS? Het ziet er niet naar uit dat snel een opvolger zal worden benoemd. De fractieleider van grootste partij VVD wil daar voorlopig niet aan, en wil sowieso eerst afwachten hoe de CDA-fractie met de ontstane situatie gaat omgaan. Wordt hiermee de Provinciewet geen geweld aangedaan? Daarin staat immers dat ontstane vacatures zo spoedig mogelijk moeten worden vervuld, tenzij provinciale staten besluiten om het aantal gedeputeerden te verminderen. Hoe dan ook: ondertussen zijn de bestuurlijke verantwoordelijkheden van de opgestapte gedeputeerden verdeeld onder de overige collegeleden.

RUTTE III De motie van de CDA-fractie gaat niet alleen over deadlines, maar ook over het maken van nieuw provinciaal stikstofbeleid dat in lijn is met het landelijke stikstofbeleid voor veehouderijen. Het is nog niet bekend hoe dat laatste eruit ziet. Daarom is het evenmin onbegrijpelijk dat wordt gevraagd om een provinciale Pas op de plaats.

(Mr. Leon)

Impeachment procedure tegen Donald Trump

VRIJDAG 8 NOVEMBER 2019 Het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden – House of Representatives – heeft vorige week donderdag de regels vastgesteld die gaan gelden tijdens de impeachment procedure voor Donald Trump. Impeachment betekent aanklacht of beschuldiging.

DEMOCRATEN en REPUBLIKEINEN Een ruime meerderheid in het Huis is vorige week akkoord gegaan met deze regels. Vrijwel alle Democratische afgevaardigden zijn akkoord gegaan, tegelijkertijd is geen enkele Republikeinse afgevaardigde akkoord gegaan, aldus een bericht in USA Today van afgelopen maandag. De Democraten bezetten een ruime meerderheid van de zetels in het Huis.

CONGRESS Het vaststellen van deze regels betekent nog niet dat de president al is afgezet. Voor afzetting van een president is namelijk steun nodig van het Huis van Afgevaardigden én van de Senaat. Congress, dat is het Amerikaanse parlement, bestaat net als de Nederlandse Staten-Generaal uit twee kamers. Wij hebben op het Haagse Binnenhof de Tweede Kamer en de Eerste Kamer; de Amerikanen hebben op Capitol Hill in Washington het Huis van Afgevaardigden en de Senaat. Zowel de leden van het Huis als die van de Senaat zijn door het volk gekozen.

HOUSE OF REPRESENTATIVES Het Huis gaat nu onderzoeken of de president officieel in staat van beschuldiging zal worden gesteld. Bij dat onderzoek gelden de regels die vorige week zijn vastgesteld. Trump zou bijvoorbeeld druk hebben uitgeoefend op de Oekraïense regering om een onderzoek in te stellen naar (de zoon van) Joe Biden; vader Biden is kandidaat voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen van volgende jaar, net als de zittende president. Daardoor zou de president een ambtsdelict hebben begaan. Na afloop van het onderzoek zal het Huis beslissen of de president daadwerkelijk in staat van beschuldiging wordt gesteld. Daarvoor is een gewone meerderheid van de afgevaardigden nodig, dat wil zeggen de helft plus een. Het Huis functioneert hier als een soort van officier van justitie.

SENATE Daarna is de Senaat aan de beurt. De Senaat gaat te zijner tijd beslissen of het Huis de president terecht in staat van beschuldiging heeft gesteld. Daarvoor is meer nodig dan een gewone meerderheid van de senatoren. Er is namelijk een 2/3 meerderheid nodig. In de Senaat bezetten de Republikeinen nu de meerderheid van de zetels. Trump is Republikein. De vergadering waarin de Senaat deze beslissing neemt, wordt voorgezeten door de opperrechter van het Amerikaanse Hooggerechtshof. Als de Senaat beslist dat de beschuldiging terecht is, wordt de president afgezet. Waar hier het Huis van Afgevaardigden als een soort van officier van justitie functioneert, functioneert de Senaat als een soort van rechter. De Senaat kan de president wel afzetten, maar kan hem geen (gevangenis)straf opleggen. Een eventuele strafrechtelijke vervolging is namelijk overgelaten aan de rechterlijke macht.

BINNENHOF In Nederland kennen wij geen vergelijkbare afzettingsprocedure. Als de premier of een andere minister een ambtsdelict gaat, dan kunnen zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer het vertrouwen in hem opzeggen; daarna moet hij zijn ontslag aanbieden aan de koning. In ons land kunnen de kamers om elke reden het vertrouwen opzeggen in de premier (of een andere minister), bijvoorbeeld omdat het regeringsbeleid te veel verschilt van wat de kamer wil. De kamer kan haar vertrouwen met een gewone meerderheid opzeggen. In Nederland kan een premier dus veel eenvoudiger en veel vaker door de volksvertegenwoordiging naar huis worden gestuurd dan in de Verenigde Staten het geval is. Dat is ook niet zo vreemd: anders dan de Amerikaanse president is onze premier niet door het volk gekozen. Trouwens, in ons land is geen enkele premier vanwege een ambtsdelict naar huis gestuurd.

(Mr. Leon)

Voorzitterschap van de Tweede Kamer (en van het Britse Lagerhuis)

VRIJDAG 1 NOVEMBER 2019 De voorzitter van het Britse Lagerhuis – tot gisteren John Bercow – was de laatste jaren vaak in het nieuws, ook in Nederland. Een voorzitter leidt de vergaderingen van het Lagerhuis en zorgt ervoor dat de interne regels worden nageleefd. Hij wordt genoemd Speaker of the House of Commons. Speaker Bercow is wereldwijd bekend geworden door de opvallende manier waarop hij met het uitspreken van de woorden Order! Order! Kamerleden tot de orde roept. In het Verenigd Koninkrijk is hij bovendien beroemd (bij remainers) en berucht (bij brexiteers) vanwege het gebruik van zijn voorzittersbevoegdheden als het over de brexit gaat. Ook de Tweede Kamer in Nederland heeft een vaste voorzitter: mevrouw Khadij Arib. Er zullen niet veel Britten zijn die weten wie hier te lande Kamervoorzitter is.

WIE KIEST DE VOORZITTER? Zowel in Nederland als in het Verenigd Koninkrijk is het de kamer zelf die haar voorzitter kiest. In beide landen kan alleen een Kamerlid tot voorzitter worden gekozen. Dat kan zowel een Kamerlid voor een regeringspartij zijn als voor een oppositiepartij. Bercow was bij zijn verkiezing in 2009 – tijdens de Labourregering van Gordon Brown – Kamerlid voor oppositiepartij Conservative Party. Arib was bij haar verkiezing in 2016 – tijdens Rutte II VVD/PvdA – Kamerlid voor regeringspartij PvdA. Anno 2019 is het in beide landen omgekeerd.

ONDERVOORZITTERS Zowel in het Verenigd Koninkrijk als in Nederland wordt de Kamervoorzitter ondersteund door enkele ondervoorzitters. Het Lagerhuis heeft drie ondervoorzitters, deputy speakers genaamd. De Tweede Kamer bezit er acht. Een ondervoorzitter neemt het voorzitterschap waar als de voorzitter niet beschikbaar is. Het ligt in beide landen op voorhand vast wie van hen dat doet. Er is namelijk een (vaste) eerste ondervoorzitter, tweede ondervoorzitter, derde ondervoorzitter enzovoorts.

In het Verenigd Koninkrijk is er de regel dat als een Kamerlid voor een regeringspartij tot voorzitter is gekozen, dan moet de eerste ondervoorzitter worden gekozen uit de Kamerleden voor een oppositiepartij, de tweede ondervoorzitter weer regeringspartij en de derde ondervoorzitter weer oppositiepartij zijn. De eerste ondervoorzitter is nu Lindsay Hoyle (Labour Party). In ons land is de eerste ondervoorzitter mevrouw Tellegen (VVD), tweede ondervoorzitter is de heer Bosma (PVV) en derde ondervoorzitter is mevrouw Van Toorenburg (CDA). Momenteel is de situatie in Nederland dus zo dat de Kamervoorzitter Kamerlid is voor een oppositiepartij, de eerste ondervoorzitter dat is voor een regeringspartij, de tweede ondervoorzitter voor een oppositiepartij en de derde ondervoorzitter voor een regeringspartij. De situatie is daardoor in overeenstemming met de regel die in het Verenigd Koninkrijk geldt. Maar in Nederland bestaat deze regel niet. Zo waren tijdens het vorige kabinet (Rutte II VVD-PvdA) zowel voorzitter als eerste ondervoorzitter Kamerlid voor een regeringspartij. Momenteel zijn de overige vijf ondervoorzitters Kamerlid voor achtereenvolgens D66, GroenLinks, SP, Partij voor de Dieren en PvdA.

VOORZITTER ÉN KAMERLID? De Speaker of the House of Commons is alleen nog maar Kamervoorzitter: hij mag niet meer het woord voeren als Kamerlid en hij mag ook niet meer zijn stem uitbrengen over wetsvoorstellen en zo. Hij moet zelfs zijn lidmaatschap van de politieke partij opzeggen. John Bercow is dus al tien jaar geen lid meer van de Conservative Party. Ook deputy speakers mogen niet meer het woord voeren als Kamerlid of hun stem uitbrengen over wetsvoorstellen. Zij hoeven echter niet het lidmaatschap van de politieke partij op te zeggen.

In Nederland is dit heel anders geregeld. Zowel de Kamervoorzitter als de ondervoorzitters mogen het woord blijven voeren als Kamerlid en hun stem uitbrengen over wetsvoorstellen. Maar wie dat bij een onderwerp wil doen, mag niet de voorzittershamer hanteren. De Kamervoorzitter die over een onderwerp het woord wil voeren als Kamerlid, moet tijdens de hele behandeling van dat onderwerp worden waargenomen door een ondervoorzitter. Het uitbrengen van een stem over wetsvoorstellen en zo kan zelfs gebeuren vanuit de voorzittersstoel. Voorzitter en ondervoorzitters behouden in ons land dus hun rechten als Kamerlid. Ze blijven uiteraard ook lid van een politieke partij.

BEVOEGDHEDEN VAN DE VOORZITTER De bevoegdheden van Speaker of the House of Commons en waarnemende deputy speakers gaan heel wat verder dan het roepen van Order! Zij nemen beslissingen met vergaande gevolgen. Dat blijkt wel uit de beslissingen die Speaker Berlow en eerste deputy speaker Lindsay Hoyle in de afgelopen weken hebben genomen over het al dan niet in stemming mogen brengen van voorstellen die met de brexit te maken hebben. Dat zijn beslissingen waarmee niet iedereen het eens was, to put it mildly. Voorzittersbeslissingen berusten op bevoegdheden die ruimte geven voor eigen beoordeling (beoordelingsruimte) en eigen beleid (beleidsruimte) van de voorzitter. Ook de voorzitter van de Nederlandse Tweede Kamer neemt beslissingen bij het leiden van de vergaderingen en bij het ervoor zorgen dat de interne regels worden nageleefd. Kunnen dat ook beslissingen zijn die rusten op bevoegdheden met beoordelingsruimte en beleidsruimte? Jazeker, al lijken ze wel minder vergaand dan bij onze westerburen.

BEVOEGDHEDEN VAN DE VOORZITTER VAN DE TWEEDE KAMER Enkele voorbeelden daarvan. De (beleids)beslissing om interrupties van een Kamerlid toe te laten. Een interruptie mag alleen een korte opmerking zijn of een vraag zonder inleiding. De (beoordelings)beslissing of een schriftelijke vraag die een Kamerlid aan de minister wil stellen kort en duidelijk genoeg is. De (beleids)beslissing die de volgorde bepaalt van de onderwerpen die tijdens het wekelijkse mondelinge vragenuur met de minister aan de orde kunnen komen. Elk Kamerlid mag een onderwerp aandragen, maar het vragenuur duurt te kort om alle onderwerpen te behandelen! De (beoordelings)beslissing dat een Kamerlid die daarom vraagt het woord zittend in plaats van staand mag voeren. De (beleids)beslissing op welke dag een dertigledendebat wordt gehouden. De (beoordelings)beslissing om een Kamerlid het woord te ontnemen als hij ondanks waarschuwing blijft afwijken van het onderwerp dat aan de orde is of beledigende taal blijft gebruiken.

(Mr. Leon)