De Amerikaanse vicepresident in de Senaat

MAANDAG 18 JANUARI 2021 Opvolging van de president van de Verenigde Staten bij zijn overlijden, aftreding of afzetting (impeachment!) is niet de enige staatsrechtelijke bevoegdheid van de vicepresident. De vicepresident kan volgens de Amerikaanse grondwet ook een belangrijke rol spelen in de Senaat. Het ziet ernaar uit dat Kamala Harris die rol gaat krijgen. Wat is er aan de hand?

KAMALA HARRIS wordt de nieuwe Democratische vicepresident van de VS, naast Joe Biden als president. Ze wordt de eerste Madam Vice President. Mike Pence is nog enkele dagen de huidige Republikeinse Mr. Vice President, naast president Donald Trump. De vicepresident is altijd van dezelfde politieke partij als de president.

U.S. SENATE De Senaat vormt samen met het Huis van Afgevaardigden (House of Representatives) het Amerikaanse parlement (U.S. Congress). Alleen het parlement kan wetten maken. Ook de overheidsbegroting wordt per wet vastgesteld. Zowel Senaat als Huis moeten dan het wetsvoorstel (bill) aannemen. Dat gebeurt met een gewone meerderheid van de aanwezige volksvertegenwoordigers. De Senaat bestaat uit honderd senatoren, als alle zetels vervuld zijn. De bevolking van elke deelstaat kiest twee senatoren, of het nou een grote deelstaat is zoals Californië of kleine zoals Maine. Elke senator heeft één stem. Voor een gewone meerderheid is de yeah-stem van 51 senatoren nodig, als alle zetels zijn vervuld én alle senatoren aanwezig zijn.

SENATOR Een senator wordt voor zes jaar gekozen. Maar het is niet zo dat er om de zes jaar verkiezingen zijn. Verkiezingen zijn er elke twee jaar. Dan wordt een derde van de Senaat vernieuwd. Na de voorlaatste verkiezingen van eind 2018 bestond de Senaat uit 47 Democraten en 53 Republikeinen. Na de laatste verkiezingen van eind 2020 zal de Senaat bestaan uit vijftig Democraten en vijftig Republikeinen. De eerstvolgende verkiezingen worden eind 2022 gehouden. In de komende twee jaar is de verdeling van Republikeinse en Democratische senatoren dus fifty-fifty.

VICE PRESIDENT De vicepresident is volgens de Amerikaanse Grondwet ook voorzitter van de Senaat. In de praktijk wordt de voorzittershamer meestal door een ander vervuld (een gekozen senator). De vicepresident heeft geen stemrecht in de Senaat, tenzij de Senaat – in de woorden van de Amerikaanse grondwet – ‘’equally divided’’ is. Dat wil zeggen: bij het staken der stemmen. Met andere woorden: als er bij de stemming over een wetsvoorstel net zoveel ‘yeas’ als ‘nays’ worden geteld. Dat zal zich vaak voordoen als Republikeinen en Democraten ieder precies de helft van het aantal zetels bezetten, zoals in de komende twee jaar het geval zal zijn. Kamala Harris heeft dan de doorslaggevende stem. Zij mag zelf bepalen hoe ze stemt, maar het is aannemelijk dat ze steeds de Democraten aan een meerderheid zal helpen.

MIKE PENCE VERSUS JOE BIDEN Maar de doorslaggevende stem van de vicepresident is dus niet beperkt tot een Senaat waar Democraten en Republikeinen elk precies vijftig zetels hebben. Het gaat er maar om dat de uitgebrachte stemmen staken, al is het weer wel zo dat volgens het reglement van orde van de Senaat elke senator in principe moet stemmen. Zo heeft Mike Pence minstens acht keer zijn stem uitgebracht in de Senaat, hoewel de Republikeinen de meerderheid van de Senaatszetels in handen hadden in de afgelopen jaren. Een vicepresident is niet verplicht om zijn stem uit te brengen. Joe Biden heeft als vicepresident onder Obama nimmer gestemd.

DE NEDERLANDSE SENAAT – onze Eerste Kamer – bestaat uit 75 leden, als ie compleet is. De Kamer wordt om de vier jaar helemaal vernieuwd, vooralsnog. Dit is een oneven aantal en dus is het onmogelijk dat twee partijen ieder de helft van het aantal zetels bezetten. In de praktijk zijn de zetels trouwens altijd over (beduidend) meer dan twee partijen verdeeld. Momenteel zijn er vijftien partijen vertegenwoordigd. De grootste partij – de VVD – heeft twaalf zetels. Bij het staken der stemmen – niet alle senatoren hoeven hun stem uit te brengen, voldoende is dat 38 van hen dat doen – volgt eerst uitstel tot een volgende vergadering en – als de stemmen dan weer staken – wordt het voorstel volgens het Reglement van Orde geacht te zijn verworpen. Een Nederlandse vicepremier heeft nooit stemrecht in de Eerste Kamer of in de Tweede Kamer. In het huidige (demissionaire) kabinet is er trouwens niet één vicepremier maar zijn er drie: Hugo de Jonge, Kajsa Ollongren en Carola Schouten. Van elke coalitiepartij een, terwijl de VVD de premier levert.

(Mr. Leon)

Toeslagaffaire en de wetgever

VRIJDAG 8 JANUARI 2021 Conform haar opdracht heeft de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag kort voor kerstmis haar eindrapport uitgebracht. Acht Kamerleden hebben deze (kortlopende) parlementaire enquête in opdracht van de Tweede Kamer uitgevoerd. Het rapport heeft (veel) kritiek op wat ministers en staatssecretarissen, rechters en ambtenaren (zoals de Belastingdienst) ten onrechte hebben gedaan of nagelaten. De titel van het rapport – Ongekend onrecht – laat over haar conclusies geen misverstand bestaan. In het rapport wordt ook veel kritiek geuit op de wetgever, en daarover gaat dit blog.

WETGEVER In Nederland wordt een wet gemaakt door regering en parlement samen. Parlement oftewel Staten-Generaal bestaat uit Tweede Kamer en Eerste Kamer.

KINDEROPVANGTOESLAG De kritiek gaat over de terugvordering van de kinderopvangtoeslag. Die toeslag is een financiële bijdrage van de overheid. Hoe groot die bijdrage is, hangt o.a. af van het inkomen en het aantal uren dat (werkende) ouders voor hun kind opvang hebben. Hoe lager het inkomen, hoe hoger de toeslag. Voor lage inkomens kan hij oplopen tot meer dan 8 euro per uur per kind. Op jaarbasis kan het dus om grote bedragen gaan, helemaal als het om meer dan één kind gaat. Terugvordering kan betrekking hebben op een heel jaar of zelfs op meerdere jaren. Dat heeft veel ouders in de afgelopen in grote problemen gebracht, en niet alleen in financiële zin.

BELASTEND BESLUIT Aan elke terugvordering ligt een apart besluit ten grondslag. Voor de ouders die toeslag moeten terugbetalen, is dat altijd een besluit waaraan voor hen alleen maar nadelen zijn verbonden. Terugvordering is dan ook zonder meer een zogenaamd belastend besluit. De instantie die tot terugvordering besluit is de Belastingdienst.

EVENREDIGHEIDSBEGINSEL In het algemeen geldt voor belastende besluiten dat de nadelen ervan in verhouding moeten staan tot de doelen die met het besluit worden gediend. Dat is het evenredigheidsbeginsel. Bij terugvordering kan dit betekenen dat niet het hele bedrag mag worden teruggevorderd, maar slechts een deel ervan. De schuld wordt dan met andere woorden gematigd. Bij elke terugvordering moet worden beoordeeld of er sprake is van evenredigheid of onevenredigheid.

ALGEMENE WET BESTUURSRECHT Het evenredigheidsbeginsel is een beginsel van behoorlijk bestuur. Het is ook opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht (in artikel 4 van hoofdstuk 3). Het geldt voor alle belastende besluiten, ongeacht op grond van welke wet zo’n besluit wordt genomen. Het geldt, tenzij de wet op grond waarvan dat besluit wordt genomen dit evenredigheidsbeginsel opzij zet.

AWIR Het besluit om kinderopvangtoeslag terug te vorderen, wordt genomen op grond van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (afgekort tot AWIR). Kinderopvangtoeslag is een inkomensafhankelijke regeling. In artikel 26 van deze wet is de terugvordering geregeld. Daarin staat dat de schuldenaar het bedrag van de terugvordering in zijn geheel verschuldigd is. Met andere woorden: het evenredigheidsbeginsel wordt hierin opzij gezet.

GEBONDEN BESLUIT De wetgever heeft dat bewust gedaan: bij de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel in 2004 en 2005 is er bewust voor gekozen om matiging uit te sluiten. De Belastingdienst mocht de terug te vorderen schuld niet kunnen matigen, ook niet in onvoorziene en schrijnende gevallen. De Belastingdienst kreeg geen ruimte om een eigen afweging te maken in dit soort gevallen en de terugvordering te matigen. Altijd moest alles worden teruggevorderd. Waarom? Omdat de dienst vanwege de grote hoeveelheid uit te keren toeslagen als een machine moest kunnen werken en het kunnen maken van uitzonderingen dan alleen maar zou zorgen voor zand in de raderen. Terugvordering moest met andere woorden een zogenaamd gebonden besluit worden.

AWIR NIEUW Inmiddels – precies één week geleden! – is toch evenredigheid aan artikel 26 van de AWIR toegevoegd. In de officiële toelichting staat hierover dat o.a. van onevenredigheid sprake zal zijn als de kinderopvangorganisatie heeft gefraudeerd zonder medeweten en betrokkenheid van de ouders. Maar er staat ook dat in het algemeen geen sprake zal zijn van onevenredigheid als vanwege de financiële situatie of financiële problemen van de ouders terugbetaling wordt verhinderd. Volgens de officiële toelichting is dit een uitwerking van het evenredigheidsbeginsel uit de Algemene wet bestuursrecht.

(Mr. Leon)

Brievenbus

DINSDAG 22 DECEMBER 2020 Het is december en dat is een zeer drukke maand voor post: pakketjes, kerstkaartjes en nieuwjaarskaartjes. Dit jaar is het extra druk. Vanwege corona en de strenge lockdown die vorige week inging. Al die post moet uiteindelijk bij de bedrijven en de mensen thuis worden bezorgd, en wel via hun brievenbussen. Worden er eigenlijk eisen gesteld aan een brievenbus?

BRIEVENBUS Een brievenbus is hier niet alleen een kastje met een opening (gleuf) waardoor brieven, briefkaarten, tijdschriften, pakketjes en andere poststukken bezorgd kunnen worden: de brievenbus in enge zin. De meeste woningen hebben namelijk niet zo’n brievenbus. In plaats daarvan hebben ze een gleuf in de voordeur; na inwerpen valt de post op de vloer van het halletje achter de voordeur.

POSTWET Poststukken moeten door PostNL – het landelijke postvervoerbedrijf – op minstens vijf dagen per week bezorgd worden. Deze verplichting staat in de Postwet 2009. Dit is een parlementaire wet. Zo’n wet wordt ook wel wet in formele zin genoemd, want regering en parlement hebben hem gezamenlijk vastgesteld. Post kan praktisch alleen bezorgd worden bij een geadresseerde die over een geschikte brievenbus beschikt. Anders zou de postbode steeds moeten aanbellen – Always Twice! – en dat kost te veel extra tijd en dus geld. De wettelijke bezorgplicht geldt daardoor alleen bij geadresseerden die over een geschikte brievenbus beschikken. Bij ontbreken daarvan mag de post op grond van artikel 20 als onbestelbaar worden aangemerkt.

POSTREGELING Wat is een geschikte brievenbus? Hierover staat in de officiële toelichting op de Postwet 2009 o.a. dat de postbezorger makkelijk bij de brievenbus moet kunnen komen, dat de brievenbus dus bijvoorbeeld niet te hoog of te laag mag zitten. Hoe hoog dat dan moet zijn, staat weer niet in de Postwet 2009. Dat staat in een ministeriële regeling. Een ministeriële regeling is een regeling van een minister of staatssecretaris. Een ministeriële regeling mag niet in strijd zijn met een parlementaire wet. De staatssecretaris van Economische Zaken heeft geregeld dat een brievenbus geschikt is als de gleuf op een hoogte zit van 1 meter en 10 cm. Dit is de Postregeling 2009.

OMVANG GLEUF In die Postregeling 2009 worden ook eisen gesteld aan de breedte en de lengte van de gleuf: minstens 3,2 cm breed en 26,5 cm lang. In de officiële toelichting op de Postwet 2009 staat hierover alleen dat een gleuf niet te klein mag zijn.

RUIMTE ACHTER GLEUF Verder moet er voldoende ruimte achter de gleuf zijn om de ingeworpen poststukken te bewaren: minstens 27 x 15 x 38 cm. Als het een gleuf in een voordeur is en de post na inwerpen op de vloer van het halletje valt, dan is zonder meer aan deze eis voldaan. Brievenbussen in enge zin kunnen vol raken; bij een te kleine is dat al vrij snel het geval.

PAKJE EN PAKKET Er zijn veel poststukken die te groot zijn voor zulke gleuven of voor de ruimte achter die gleuven. Dat wil niet zeggen dat ze automatisch als onbestelbaar mogen worden aangemerkt. Dat is alleen het geval als daarvoor slechts het gewone posttarief is betaald. Voor zogenaamde brievenbuspakjes wordt het gewone posttarief voor pakjes betaald. Zoals deze naam al duidelijk maakt, is het de bedoeling dat zulke pakjes door een (geschikte) brievenbus kunnen gaan. De grotere ‘’pakketten’’ mogen niet als onbestelbaar worden aangemerkt als daarvoor het hogere posttarief is betaald. Voor dat extra tarief wordt dan aangebeld.

SCHERP Ten slotte wordt hier nog vermeld dat een brievenbus geen scherpe kantjes of randjes mag hebben of door andere oorzaken de postbode kan verwonden.

POSTNL is geen overheid. Het is een Naamloze Vennootschap (NV), met als organen o.a. een raad van bestuur, een raad van commissarissen en een aandeelhoudersvergadering. Het Staatsbedrijf der PTT is verleden tijd. Hoewel dat nog niet zo heel lang geleden is (jaren tachtig van de vorige eeuw). Tot begin jaren negentig waren alle aandelen trouwens nog in handen van de overheid, maar ook dat is verleden tijd. Bovendien zijn de aandelen nu op de beurs verhandelbaar.

(Mr. Leon)

Gerechtshof Den Haag over bestrijdingsmiddelen

DONDERDAG 10 DECEMBER 2020 De rechter heeft twee weken geleden – op 24 november – een belangrijke uitspraak gedaan over het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen door (bijvoorbeeld) gemeenten. Onkruid op stoep en straat kan worden bestreden met pesticiden, zoals herbiciden en fungiciden. Sinds 2016 heeft de regering het gemeentelijk gebruik van bestrijdingsmiddelen verboden. Wat houdt de rechterlijke uitspraak in? En vanwaar deze uitspraak?

BESLUIT WGB Maar eerst: wat is de precieze inhoud van het verbod van de regering uit 2016 en waar is het te vinden? Het is te vinden in artikel 27b van het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden, het Besluit WGB. Daarin staat dat het professioneel gebruik van (chemische) bestrijdingsmiddelen buiten de land- en tuinbouw verboden is, uitzonderingen daargelaten. Professioneel gebruik is beroepsmatig of bedrijfsmatig gebruik. Particulier gebruik valt dus niet onder het verbod. Evenmin valt er gebruik in land- en tuinbouw (gewasbeschermingsmiddelen) onder. Maar wat er bijvoorbeeld wél onder valt is – zoals de Volkskrant schrijft – het spuiten van landbouwgif door gemeenten om onkruid op wegen en stoepen aan te pakken.

HOGER BEROEP De rechter die de uitspraak deed was het Gerechtshof Den Haag. Bijna twee jaar eerder deed ook een andere Haagse rechter uitspraak in deze zaak. Dat was de rechtbank. Het hof oordeelde in hoger beroep over de uitspraak van de rechtbank. Het oordeel was een vernietiging van dit vonnis. In beide rechtszaken was de (Nederlandse) Staat partij, verweerder bij de rechtbank en eiser bij het hof.

RECHTSSTAAT! Beide uitspraken gaan in wezen over de rechtsstaat. Tenminste over één van de elementen waaraan een rechtsstaat moet voldoen. Een rechtsstaat moet namelijk voldoen aan verschillende elementen, zoals dat er scheiding is van overheidsmachten, dat er onafhankelijke rechtspraak is en dat het legaliteitsbeginsel wordt nageleefd. Over dat laatste element gaan deze uitspraken. Volgens het legaliteitsbeginsel mag de regering iets alleen verbieden als ze daartoe bevoegd is en moet die bevoegdheid duidelijk in de wet staan. Daarom mocht de regering het professioneel gebruik van (chemische) bestrijdingsmiddelen buiten de land- en tuinbouw alleen verbieden als ze daartoe bevoegd was en die bevoegdheid in een wet staat.

WET? Staat die bevoegdheid in een wet? Een wet is hier in elk geval een parlementaire wet. Dat is een wet die door regering en parlement gezamenlijk is vastgesteld. Wet in formele zin is daarvoor de officiële benaming. Het Besluit WGB is geen wet in formele zin! De enige parlementaire wet die daarvoor geschikt zou kunnen zijn is de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, de WGB. Daarin zou dan dus die bevoegdheid moeten staan. Maar dat is volgens zowel hof als rechtbank niet het geval. De bevoegdheid staat volgens beide rechters met name niet in de artikelen 78 en 80a van deze wet.

EUROPEES RECHT? Dus is bedoeld verbod volgens het hof niet verbindend. Wat onverbindend is, is niet geldig. Artikel 27b van het Besluit WGB geldt dus niet. Desondanks was volgens de rechtbank dit artikel toch verbindend, en dus gewoon wél geldig. Hoe kan dit? Dat kan omdat een parlementaire wet niet de enige plek is waar een bevoegdheid in kan staan. Een bevoegdheid kan bijvoorbeeld ook in Europees recht staan. En volgens de rechtbank staat de bevoegdheid van de regering om het professioneel gebruik van (chemische) bestrijdingsmiddelen buiten de land- en tuinbouw te verbieden inderdaad in het Europees recht. Maar het hof is het met dat laatste niet eens: die bevoegdheid staat er volgens haar niet in. En een hof uitspraak gaat boven een rechtbank uitspraak.

EN NU? De natuur zal teleurgesteld zijn over de uitkomst: Spring could become more Silent! De uitspraak is echter een mooie illustratie van rechtsstaat Nederland. Niet alleen van het legaliteitsbeginsel, maar ook van de onafhankelijke rechtspraak. Wat kan de regering nu doen? Ze kan bij de Tweede Kamer een voorstel indienen om de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden te veranderen/te verbeteren opdat in die wet voortaan wel de bevoegdheid staat voor een verbod. Met andere woorden: ervoor zorgen dat artikel 27b van het Besluit WGB verbindend wordt. Zonder parlementaire medewerking kan de regering een wet echter niet veranderen (machtenscheiding!). Uiteraard zou zo’n verbeterde wet artikel 27b alleen voor de toekomst verbindend en geldig maken. Als de regering dat ook voor het verleden wil realiseren, dan zal ze moeten verder procederen, bij de Hoge Raad, opdat de uitspraak van het hof kan worden teruggedraaid.

(Mr. Leon)

Regels voor regionale omroepen

DINSDAG 1 DECEMBER 2020 Naast landelijke omroepen zoals AVROTROS, VPRO, Veronica en MAX zijn er ook regionale omroepen. Aan welke regels moeten de regionale omroepen zich houden?

MEDIAWET 2008 Regionale omroepen kunnen net als landelijke omroepen publiek of commercieel zijn. Er zijn geen commerciële; er zijn wel publieke. Elke provincie heeft er een. Voor hun financiering zijn ze gedeeltelijk aangewezen op advertenties en sponsoren. De Rijksoverheid springt financieel bij. Ze moeten zich aan verplichtingen houden die o.a. in de Mediawet 2008 staan. Zo’n regionale omroep mag bijvoorbeeld niet worden opgestart zonder aanwijzing van het Commissariaat voor de Media. In een provincie mag hooguit één omroep actief zijn; alleen voor Zuid-Holland mogen dat er twee zijn. Er zijn er in het hele land dertien aangewezen, waaronder Omroep Gelderland, Omroep Brabant, RTV Drenthe en Omroep West. Omroep West is een van de twee Zuid-Hollandse omroepen. Het Commissariaat voor de Media is een zelfstandig bestuursorgaan, net als dat bijvoorbeeld uitkeringsinstantie UWV is. Haar commissarissen zijn benoemd door de minister voor Media. Dat is sinds 2017 Arie Slobs.

ONAFHANKELIJK Elk van de dertien omroepen gaat onafhankelijk te werk. Een omroep moet daarom een redactiestatuut hebben waarmee de redactionele onafhankelijkheid t.o.v. bijvoorbeeld adverteerders en sponsors wordt gewaarborgd. De journalisten die bij de omroep werken moeten bij het opstellen van dit statuut zijn betrokken. Ook moet voor alle journalisten die bij de dertien regionale omroepen werken één cao worden afgesloten. Aan werkgeverszijde mag die cao alleen worden ondertekend door een landelijke stichting, die dit doet namens de dertien regionale omroepen. Het bestuur van die landelijke stichting is benoemd door de minister voor Media. Onlangs is een nieuwe cao afgesloten; dat is trouwens dezelfde cao die ook geldt voor de journalisten die bij landelijke publieke omroepen werken.

MEDIARAAD Voor een aanwijzing van het Commissariaat moet elke regionale omroep beschikken over een eigen zogenaamde regionale mediaraad. Deze mediaraad heeft o.a. als taak om het beleid voor het media-aanbod van de omroep te bepalen. De wet eist dat de mediaraad representatief is samengesteld: de belangrijkste maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen uit de provincie moeten erin vertegenwoordigd zijn. Provinciale Staten geven hierover advies.

STROMINGEN Bij Omroep Gelderland, Omroep West, RTV Drenthe en Omroep Brabant bestaan de regionale mediaraden uit ongeveer tien mensen. Bij alle vier zijn er vertegenwoordigers voor de ‘’stromingen’’ sport en cultuur. Wat de godsdienstige en geestelijke stromingen betreft, heeft Gelderland een vertegenwoordiger voor levensbeschouwing, West en Drenthe voor kerkgenootschappen en andere genootschappen/organisaties op geestelijke grondslag, terwijl de vertegenwoordiger in Omroep Brabant er alleen is voor kerkgenootschappen.

WERKGEVERS EN WERKNEMERS De stromingen natuur, werkgevers, werknemers, recreatie, welzijn en minderheden zijn meestal vertegenwoordigd. Meestal hebben zij geen eigen vertegenwoordiger, maar moeten zij met een andere stroming dezelfde vertegenwoordiger delen. Soms kan dat goed samengaan, zoals kunst en cultuur (West) en onderwijs en educatie (Brabant). Maar soms ligt dat minder voor de hand, zoals werkgevers en werknemers (Drenthe). Bij Omroep Brabant en Omroep Gelderland zijn ook jongeren en ouderen vertegenwoordigd, elk met een eigen vertegenwoordiger. RTV Drenthe is de enige bij wie ook de kleine dorpen zijn vertegenwoordigd.

GEHANDICAPTEN Wat opvalt is dat gehandicapten bij geen enkele omroep zijn vertegenwoordigd. Dat lijkt me een gemis, nog even los van de vraag wat het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap hiervan vindt. Overigens zijn gehandicapten volgens de Handleiding van het Commissariaat voor de Media over het algemeen juist wél vertegenwoordigd bij regionale omroepen.

PROVINCIALE POLITIEK Elke omroep bepaalt zelf vorm en inhoud van haar aanbod op de radio, televisie en het internet. Zolang minstens de helft van informatieve, culturele en educatieve aard is én in het bijzonder betrekking heeft op de eigen provincie. Wat de berichtgeving over politiek betreft, wordt in de jaarverslagen over 2019 expliciet de lokale en de regionale politiek genoemd. Dat is een goede zaak. Maar de provinciale politiek wordt niet genoemd, terwijl er vorig jaar zelfs provinciale verkiezingen waren. Ook provinciale politiek kan niet zonder goede politieke verslaglegging! Hopelijk is het zo dat de omroepen er los van hun jaarverslagen toch genoeg aandacht aan besteden. In het jaarverslag van RTV Drenthe worden de provinciale verkiezingen trouwens wel genoemd.

(Mr. Leon)

Verkiezingsprogramma’s over democratie, rechtsstaat en overheid

DONDERDAG 19 NOVEMBER 2020 De meeste politieke partijen die in de Tweede Kamer zijn vertegenwoordigd hebben hun (concept) verkiezingsprogramma’s gepubliceerd voor de Tweede Kamerverkiezingen van maart volgend jaar. Wat staat er zoal in over democratie, rechtsstaat en overheid?

GRONDWET De SGP wil een preambule bij de Grondwet waarin uitdrukkelijk wordt verwezen naar de christelijke waarden. De SP wil de onderwijsvrijheid gaan beperken zodat een beroep erop nooit in strijd met het gelijkheidsbeginsel kan komen. De SGP wil een opwaardering van de godsdienstvrijheid zodat dit grondrecht ook in de praktijk niet meer ondergeschikt is aan het gelijkheidsbeginsel. Verder wil de SGP dat in de Grondwet het recht op leven voor het ongeboren kind wordt erkend. Tenslotte wil de Partij voor de Dieren (PvdD) dat de rechten van dieren in de Grondwet worden erkend en vastgelegd.

WETGEVENDE MACHT: KIESRECHT D66, GroenLinks, PvdA en PvdD willen kiesrecht voor 16- en 17-jarigen. CDA wil een regionaal kiesstelsel, SGP wil wel meer aandacht voor regionale kandidaten maar wil geen regionaal kiesstelsel. PvdA en D66 willen meer gewicht voor voorkeurstemmen. 50+ wil een kiesdrempel van 3%. SGP wil de mogelijkheid van een lijstverbinding.

WETGEVENDE MACHT: REFERENDA D66, GroenLinks en PvdA willen een (juridisch) bindend correctief referendum om nieuwe wetten tegen te kunnen houden. 50+ wil dat evenals PvdD alleen voor verstrekkende wetten. PvdD geeft daarbij als voorbeeld vrijhandelsverdragen van de Europese Unie. VVD en SGP willen uitdrukkelijk geen referendum, bindend noch raadgevend. PvdA wil dat burgers ook een volksinitiatief kunnen nemen om een wet af te kunnen dwingen. D66 wil dat burgers een amendement kunnen indienen op een wetsvoorstel. De VVD wil wél een raadgevend preferendum (geen schrijffout) waarin burgers zich over een wetsvoorstel kunnen uitspreken dat in de Kamer wordt behandeld, maar de Kamer mag daaraan niet juridisch of politiek gebonden worden. CDA en GroenLinks willen burger(be)raden voor lastige en ingrijpende vraagstukken; de participerende burgers worden bij loting aangewezen. SGP wil alleen burgerfora voor de eigen leefomgeving.

WETGEVENDE MACHT: EERSTE KAMER D66 en GroenLinks willen de Eerste Kamer (op termijn) afschaffen.

UITVOERENDE MACHT: KONING D66 en PvdD willen dat de Koning geen deel meer is van de regering en de Raad van State, en dat hij geen politieke rol meer vervult in de kabinetsformatie. PvdD wil alleen nog een ceremonieel koningschap. GroenLinks en SP willen de monarchie helemaal afschaffen. SGP wil juist een grotere politieke rol voor de Koning bij de kabinetsformatie.

UITVOERENDE MACHT: MINISTERS D66 wil dat de premier/kabinetsformateur rechtstreeks door de kiezers wordt gekozen en dat de Tweede Kamer kandidaat-ministers gaat horen in een openbare vergadering. SGP wil geen rechtstreeks gekozen formateur.

UITVOERENDE MACHT: AMBTENAREN Het CDA wil tuchtrecht voor ambtenaren. De SP wil dat de top van een uitvoeringsorganisatie persoonlijk aansprakelijk wordt gesteld voor ernstig falen van hun organisatie. D66 wil dat kandidaat-directeuren voor bestuursorganen in het openbaar worden gehoord door de Tweede Kamer.

UITVOERENDE MACHT: PVV Het CDA wil een Planbureau voor de Veiligheid. De VVD wil een toezichthouder op het gebruik van algoritmen, zowel door ondernemingen als door de overheid. Voor het gebruik van algoritmen door de overheid wil het CDA meer rechtsbescherming.

RECHTERLIJKE MACHT: TOETSINGSRECHT CDA, D66, GroenLinks en PvdA willen dat de rechter wetten aan de Grondwet mag gaan toetsen. Het grondwettelijk toetsingsverbod moet dan ook worden geschrapt. Daarentegen wil de VVD dat er ook een toetsingsverbod komt voor wetten aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Wetten die volgens de rechter strijdig zijn met dit EVRM zouden om die reden niet meer buiten toepassing mogen worden verklaard. In plaats daarvan zou de wetgever sterker moeten gaan toetsen aan het EVRM. Ook SGP wil een sterkere toetsing door de wetgever, maar dan aan de Grondwet.

RECHTERLIJKE MACHT: MILIEUORGANISATIES De PvdA wil proefprocessen door o.a. milieuorganisaties stimuleren. Daarentegen wil de VVD dat het milieuorganisaties wordt verboden om te procederen uit naam van het algemeen belang.

RECHTERLIJKE MACHT: ALTERNATIEVEN PvdA en D66 willen dat er meer alternatieven komen voor de rechtbanken, zoals een vrederechter, een buurtrechter en een spreekuurrechter.

GEMEENTE 50+ wil dat gemeenteraadsverkiezingen niet overal in het land op dezelfde dag worden gehouden, maar verspreid over het jaar op 26 dagen en in alfabetische volgorde. GroenLinks en PvdD willen meer geld voor onafhankelijke lokale en regionale journalistiek. De VVD wil tussentijdse raadsverkiezingen bij slecht functioneren van een gemeentebestuur. D66 wil kleine gemeenten kunnen dwingen om te fuseren. SGP wil alleen fusiedwang bij structurele financiële problemen. CDA wil nooit fusiedwang. Bovendien wil deze partij dat er verkiezingen worden gehouden, en dat zowel de oude als de nieuwe gemeenteraad de fusie willen. CDA en SGP willen dat de burgemeester benoemd blijft worden door de regering, de zogenaamde kroonbenoeming. D66 en 50+ willen dat juist niet.

PROVINCIE D66 wil op termijn de provincies afschaffen. SGP wil daarentegen juist een grotere rol voor de provincies.

VAN DE partijen die hierboven niet besproken zijn heb ik het nieuwe (concept) verkiezingsprogramma niet kunnen vinden, bijvoorbeeld omdat het er nog niet was.

(Mr. Leon)

Amerikaanse presidentsverkiezingen: kiezerskeuze of keuze kiesmannen?

DONDERDAG 12 NOVEMBER 2020 Vorige week dinsdag was de laatste dag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Er is nog geen officiële winnaar aangewezen, ook al hebben diverse kranten en omroepen in de VS Democraat Joe Biden tot winnaar uitgeroepen. Hoe vindt de officiële aanwijzing van de winnaar plaats en welke rol spelen kiesmannen hierbij?

VICE PRESIDENT Ook de zittende vicepresident heeft een rol in de officiële aanwijzing van de nieuwe president. In de Amerikaanse grondwet – de Constitution of the United States of America – staat namelijk dat de voorzitter van de Senaat de documenten (Certificates) opent waarin de uitgebrachte stemmen van de kiesmannen staan. Voorzitter van de Senaat is volgens diezelfde grondwet de vicepresident; Mike Pence is de huidige Vice President. De Senaat is een van de twee Kamers waaruit het Amerikaanse parlement bestaat; de andere Kamer is het Huis van Afgevaardigden.

STEMMEN TELLEN Hoe gaat de officiële aanwijzing van de nieuwe president verder in zijn werk? Door het tellen van de stemmen die de kiesmannen hebben uitgebracht. Die stemmen staan in de Certificates. Dit alles gebeurt in aanwezigheid van het voltallige Amerikaanse parlement. Wie de meerderheid van (de stemmen van) de kiesmannen heeft, is de officiële winnaar van de verkiezingen. Hij (of zij) is de President-Elect.

KIESMANNEN De kiesmannen kiezen de president, maar op hun beurt worden zij zelf ook gekozen. Wie kiest hen? Dat doen de deelstaten van de VS. Elke deelstaat kiest haar eigen kiesmannen, Electors genaamd. Dat gebeurt in verkiezingen waaraan alle kiezers in die deelstaat kunnen deelnemen. De Amerikaanse grondwet geeft elke Amerikaan vanaf zijn 18e kiesrecht. Een kandidaat kiesman wordt aangewezen door de politieke partijen. Daarmee is meteen duidelijk welke presidentskandidaat zijn voorkeur heeft. De kiezer brengt zijn stem op een kandidaat kiesman uit door middel van een stembiljet. Op dat stembiljet staat altijd de naam van de presidentskandidaat die de kiesman graag ziet winnen. In de meeste deelstaten wordt de naam van de kiesman zelf niet op het stembiljet vermeld. Daardoor zijn veel kiezers zich er niet van bewust dat ze eigenlijk op een kandidaat kiesman stemmen en niet op een presidentskandidaat.

DEELSTATEN Elke verkozen kiesman brengt één stem uit op een presidentskandidaat, maar het aantal verkozen kiesmannen verschilt per deelstaat. Het loopt uiteen van slechts 3 tot 55, bijna een factor twintig verschil! Het daadwerkelijke aantal is afhankelijk van het aantal afgevaardigden dat de deelstaat in het Huis van Afgevaardigden heeft, en dat hangt op zijn beurt weer af van het inwonertal van de deelstaat. Daarom kiest bijvoorbeeld het aan de oostkust gelegen Delaware – de woonplaats van Joe Biden – met heel weinig inwoners slechts drie kiesmannen, terwijl het aan de westkust gelegen California met heel veel inwoners er 55 kiest.

KIESMANNEN VOLGEN POPULAR VOTE In bijna alle deelstaten brengen de kiesmannen hun stem uit op dezelfde presidentskandidaat. Dat is de kandidaat die van de kiezers in die deelstaat de meeste stemmen heeft gekregen. Die kandidaat heeft met andere woorden de popular vote gekregen. Eigenlijk hebben de kiezers niet op presidentskandidaten gestemd, want zij hebben op kandidaat kiesmannen gestemd (zie hierboven onder kiesman). Zo hebben bijvoorbeeld in California de meeste kiezers op kiesmannen gestemd die Biden als president willen. Onder de 55 kiesmannen in deze deelstaat zijn er echter ook die Trump willen. Toch zullen ze allemaal op Biden stemmen, ook al doen sommigen dat dan contre coeur. Dat is de vaste praktijk in alle deelstaten, maar het schijnt niet overal even goed geregeld in de grondwetten van de deelstaten. Hoe groot de popular vote is – een kleine meerderheid of een grote meerderheid – is irrelevant. De kleinste meerderheid is genoeg om de stemmen van alle kiesmannen te krijgen. Daarom voeren presidentskandidaten vooral campagne in deelstaten waar het onzeker is hoe de popular vote zal uitvallen, de Swing States geheten. Alleen in Maine en Nebraska kan het voorkomen dat sommige kiesmannen op de ene presidentskandidaat stemmen en andere kiesmannen op de andere.

KIESMANNEN VERSUS POPULAR VOTE Er zijn in de hele VS 538 kiesmannen. De meerderheid daarvan is 270. De presidentskandidaat die de stem van 270 kiesmannen heeft, is de winnaar van de verkiezingen. Dat hoeft niet te betekenen dat de meeste Amerikaanse kiezers ook op (kiesmannen voor) die kandidaat hebben gestemd. Deze kandidaat hoeft met andere woorden niet de popular vote van het hele land te hebben. Dat was bijvoorbeeld in 2016 het geval, toen op Donald Trump de meeste kiesmannen hadden gestemd (namelijk 304) terwijl de meeste kiezers op (kiesmannen voor) Hillary Clinton hadden gestemd. En zo was het ook in 2000, toen Republikein George W. Bush de stemmen kreeg van 271 kiesmannen terwijl Democraat Al Gore de popular vote van het land had gekregen. Trouwens: hoewel Bush veel minder stemmen van kiesmannen had gekregen dan Trump zestien jaar later, hadden er toch (relatief) méér kiezers op (kiesmannen voor) Bush gestemd dan op Trump.

WASHINGTON D.C. De 538 kiesmannen zijn verdeeld over de 50 deelstaten waaruit de Verenigde Staten is opgebouwd. Washington D.C. – waar de Amerikaanse regering zetelt – maakt geen deel uit van een Amerikaanse deelstaat. Evenmin is het op zichzelf een deelstaat. De stad vormt op zichzelf een ‘’district’’. Toch heeft dit district, genaamd District Columbia (D.C.), drie kiesmannen.

35+ Niet iedereen kan trouwens tot president worden gekozen. Alleen iemand die als Amerikaan is geboren en die er langer dan veertien jaar heeft gewoond komt daarvoor in aanmerking. Bovendien moet hij bij zijn verkiezing ouder zijn dan 35 jaar. Alle presidenten waren ouder dan 40 jaar. Ook Biden is dat half januari.

LAME DUCK PRESIDENCY De nieuwe president zal pas vanaf 20 januari om twaalf uur ‘s middags in functie zijn. Normaliter is begin november al zeker wie de President-Elect zal zijn. In de tussentijd blijft de zittende President, die vier jaar geleden is verkozen, in functie. Zo staat het sinds 1933 in de Amerikaans grondwet. Daarvoor duurde die tussentijd twee keer zo lang. Tot de 20e januari behoudt de zittende President volgens mij al zijn bevoegdheden, maar feitelijk beschouwt men het presidentschap dan als vleugellam, als een lame duck presidency.

(Mr. Leon)

De Tijdelijke coronawet

DONDERDAG 5 NOVEMBER 2020 De Eerste Kamer heeft vorige week dinsdag (27 oktober) de Tijdelijke coronawet aangenomen. Daarmee is deze wet, officieel Tijdelijke wet maatregelen covid-19, tot stand gekomen. Wat staat er zoal in?

WET PUBLIEKE GEZONDHEID De Tijdelijke coronawet is vooral een uitbreiding van de Wet publieke gezondheid. Deze wet bestaat al vele jaren. Daaraan zijn nu enkele tientallen nieuwe wetsartikelen toegevoegd. Daarnaast brengt de Tijdelijke coronawet kleine wijzigingen aan in enkele andere wetten, zoals in de Wet kinderopvang en de Wegenverkeerswet. Zonder instemming van Tweede en Eerste Kamer waren deze uitbreidingen en wijzigingen van bestaande wetten niet mogelijk geweest.

MINISTERIËLE REGELING Op grond van de (uitgebreide) Wet Publieke Gezondheid kan de minister regelingen vaststellen. Hij kan bijvoorbeeld regelen dat groepjes van twee of meer personen verboden zijn of dat theaters worden gesloten. Die ministeriële regelingen zijn erg belangrijk, omdat bijna alle coronamaatregelen daarin zullen komen te staan. In de Tijdelijke coronawet zelf staan namelijk geen maatregelen. Nou ja, misschien eentje: de anderhalve meter maatregel. Hoewel, daarover staat in de wet alleen maar dat men een veilige afstand tot andere personen moet houden. Wat in dit verband veilig is, gaat de regering in een apart besluit regelen (en uiteraard nadat daarover het RIVM is gehoord).

RAAMWET Voor alle andere maatregelen geeft de Tijdelijke coronawet alleen maar de bevoegdheid. De bevoegdheid om ministeriële regelingen uit te vaardigen waarin corona maatregelen staan. De minister krijgt bijvoorbeeld de bevoegdheid om groepsvorming te verbieden, theaters en musea te sluiten of voor een beperkt publiek open te stellen, evenementen te verbieden, een mondkapjesplicht op te leggen, ov-gebruik te beperken en schoolgebouwen te sluiten. Maatregelen hoeven trouwens niet in elke gemeente gelijk te zijn. Zo kan de minister in de ene gemeente de theaters sluiten terwijl hij ze in andere gemeenten (beperkt) openstelt. De minister kan zelfs in één gemeente het ene theater sluiten terwijl hij de andere open houdt. Lokaal en regionaal maatwerk is dus mogelijk, niet alleen voor theatersluitingen maar voor heel veel maatregelen.

TWEEDE KAMER Zo’n ministeriële regeling geldt pas nadat ze in werking is getreden. Het parlement kan de inwerkingtreding voorkomen. Het parlement, dat wil hier zeggen: alleen de Tweede Kamer. De Eerste Kamer kan dat niet voorkomen. De Tweede Kamer moet dan besluiten dat ze niet instemt met de ministeriële regeling. Dat is trouwens iets anders dan wat de Kamer doet bij de totstandkoming van nieuwe wetten en wijzigingen van bestaande wetten. Daarvoor is namelijk haar instemming nodig. Zonder instemming kan die (wijziging van de) wet niet in werking treden. Voor de inwerkingtreding van ministeriële regelingen op grond van de Tijdelijke coronawet is echter geen instemming van de Kamer nodig. Als de Tweede Kamer geen besluit neemt, treedt de ministeriële regeling gewoon in werking. Inwerkingtreding kan alleen worden voorkomen als de Kamer besluit dat ze niet instemt. De Tweede Kamer heeft daarvoor slechts één week de tijd.

2X DRIE MAANDEN De Tijdelijke coronawet en de daarop gebaseerde ministeriële regelingen vervallen drie maanden nadat de wet in werking is getreden. De regering kan tot een verlenging besluiten, met nog eens drie maanden. Voordat verlenging ingaat, moeten zowel de Tweede als de Eerste Kamer daarover hebben kunnen debatteren. Maar hun instemming is voor verlenging niet nodig.

MINISTER Welke minister is het eigenlijk die de ministeriële regelingen op grond van de Tijdelijke coronawet maakt? Dat is er niet slechts één. Het zijn er in elk geval drie: de minister van Justitie en Veiligheid (Grapperhaus), die van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Ollongren) en die van Volksgezondheid (De Jonge). Bovendien moet elke ministeriële regeling ‘in overeenstemming zijn met het gevoelen van de ministerraad’; dus ook de minister-president (Rutte) is betrokken.

NOODVERORDENING In het afgelopen half jaar stonden bijna alle coronamaatregelen in noodverordeningen. Deze noodverordeningen waren uitgevaardigd door de voorzitters van de 25 veiligheidsregio’s. Elke voorzitter maakte een noodverordening voor zijn of haar eigen veiligheidsregio. De coronamaatregelen waren van kracht, omdát ze in die noodverordeningen stonden. De ministeriële regelingen die op grond van de Tijdelijke coronawet worden uitgevaardigd, gaan deze noodverordeningen vervangen.

BURGEMEESTER Het is trouwens niet zo dat alle coronaverplichtingen straks vanuit Den Haag worden bepaald. Burgemeesters mogen namelijk op grond van de Tijdelijke coronawet soms ontheffingen verlenen van de ministeriële regelingen. De minister kan deze bevoegdheid overdragen aan de voorzitter van de veiligheidsregio; dat is meestal de burgemeester van de grootste gemeente in de regio.

NIET UNANIEM Het wetsvoorstel voor de Tijdelijke coronawet is in oktober aangenomen. In de Tweede Kamer gebeurde dat op 13 oktober en in de Eerste Kamer twee weken later, op 27 oktober. In beide Kamers is dat niet unaniem gebeurd. De fracties die in de Tweede Kamer tegen stemden, deden dat ook in de Eerste Kamer.

STAATSBLAD De Tijdelijke coronawet is weliswaar door het parlement aangenomen maar hij is nog niet in werking getreden. Een wet treedt pas in werking nadat hij is bekendgemaakt in het Staatsblad. Dus kunnen er evenmin al ministeriële regelingen zijn uitgevaardigd. Daarom is ook de ‘tijdelijke verzwaring van de gedeeltelijke lockdown’, die gisterenavond is ingegaan, net als al die andere coronamaatregelen van het afgelopen halfjaar weer in noodverordeningen geregeld. Totdat zij zullen worden vervangen door ministeriële regelingen.

(Mr. Leon)

Van wie is eigenlijk de natuur in Nederland?

DONDERDAG 29 OKTOBER 2020 Natuurgebieden zijn vaak in het nieuws. Vanwege de neergeslagen stikstofverbindingen. Of de sterk afgenomen biodiversiteit. Of omdat het er zo heerlijk wandelen, fietsen, varen of zitten is. Van wie zijn die gebieden eigenlijk? Zijn ze van de overheid?

NATUURGEBIEDEN in Nederland zijn volgens Wikipedia bijna allemaal van Staatsbosbeheer, de Vereniging Natuurmonumenten, een provinciaal landschap of een drinkwaterbedrijf.

RECHTSPERSONEN Deze organisaties bezitten allemaal rechtspersoonlijkheid. Een rechtspersoon kan net als een natuurlijk persoon (een mens) eigenaar zijn van onroerend goed, zoals een natuurgebied. De vier organisaties zijn wél heel verschillende rechtspersonen.

STAATSBOSBEHEER heeft overal in het land natuurgebieden, zoals in de Maasvallei in Limburg en het Land van Maas en Waal in Gelderland. Staatsbosbeheer is op grond van de Wet verzelfstandiging staatsbosbeheer een publiekrechtelijke rechtspersoon. Overheid dus. Publiekrechtelijke rechtspersonen komen voor in heel verschillende soorten en maten. Ook gemeenten en provincies zijn dat bijvoorbeeld. Staatsbosbeheer is van de soort zelfstandig bestuursorgaan, vaak afgekort tot zbo. Het is niet de enige zbo. Andere zbo’s zijn bijvoorbeeld uitkeringsinstantie de UWV en voor rijbewijzen het CBR, waarnaar trouwens momenteel een parlementair onderzoek loopt. Staatsbosbeheer heeft o.a. een directeur en een raad van toezicht. Beide worden benoemd door de minister van LNV; de directeur op voordracht van de raad. De minister draagt daarvoor natuurlijk politieke verantwoordelijkheid. Verder is de minister volgens de officiële toelichting op de wet politiek gezien alleen verantwoordelijk voor wezenlijke aangelegenheden van Staatsbosbeheer, zoals haar bedrijfsvoering op hoofdlijnen.

NATUURMONUMENTEN heet officieel Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland. Ook deze organisatie heeft overal in het land natuurgebieden, zoals de Loosdrechtse Plassen en de Brabantse Kesselse Waard. Natuurmonumenten is op grond van haar statuten een vereniging. Een privaatrechtelijke rechtspersoon dus, die geen overheid is. Iedereen kan er lid van worden; inmiddels zijn er meer dan 700.000 leden en donateurs. Het heeft o.a. een bestuur en een ledenraad. De ledenraad kiest en benoemt het bestuur. De leden kiezen op regionale bijeenkomsten de ledenraad.

PROVINCIALE LANDSCHAPPEN zijn er in alle provincies. Iedere provincie heeft haar eigen provinciaal landschap. In Utrecht is dat het Utrechts Landschap, dat bijvoorbeeld over het Amerongse Bos gaat. Utrechts Landschap is net als de andere provinciale landschappen een stichting. Ook dit is een privaatrechtelijke rechtspersoon, die geen overheid is. Het is echter geen vereniging maar een stichting. Voor stichtingen geldt een wettelijk ledenverbod. Utrechts Landschap heeft op grond van haar statuten een directie die wordt benoemd door een raad van toezicht. Wie deel uitmaakt van de raad van toezicht, bepaalt deze raad zelf.

DRINKWATERBEDRIJVEN zorgen er allereerst voor dat overal in Nederland drinkwater wordt geleverd. Er zijn tien van zulke bedrijven; elk heeft een eigen verzorgingsgebied. Dunea doet dat voor (delen van) Zuid-Holland. Maar het heeft ook natuurgebieden, zoals Meijendel tussen Den Haag en Wassenaar. Vitens verzorgt het drinkwater in Friesland, Overijssel, Flevoland, Utrecht en Gelderland. Het heeft o.a. natuurgebied Heumensoord in Gelderland. Vitens en Dunea zijn op grond van hun statuten – net als de meeste andere waterbedrijven – naamloze vennootschappen, NV’s dus. Ook dat zijn privaatrechtelijke rechtspersonen. NV’s hebben o.a. een directie, een raad van commissarissen en aandeelhouders. Bij Vitens en Dunea zijn het de aandeelhouders die de directie en de commissarissen benoemen.

INTERNE STRIJD Vitens heeft tientallen aandeelhouders. Dat zijn tal van gemeenten in het gebied en de vijf provincies. Dunea heeft alleen (zeventien) gemeenten als aandeelhouder. Eigenlijk zijn deze drinkwaterbedrijven dus overheid, ondanks dat ze een NV zijn. Bij Dunea zijn de aandelen ongelijk verdeeld. De grootste aandeelhouder is Den Haag, met meer dan 1/3 van alle aandelen. Ik weet niet wat de verdeling bij Vitens is. Voor de benoeming van een nieuwe commissaris of een nieuwe directeur doet de raad van commissarissen een voordracht. De aandeelhouders kunnen besluiten om die voordracht over te nemen. Zo’n besluit kan per meerderheid genomen worden. Dat is niet de meerderheid van de aanwezige aandeelhouders, maar de meerderheid van de aanwezige aandelen. De aandeelhouders kunnen ook besluiten om die voordracht niet over te nemen, maar dan is er meer nodig dan deze meerderheid. Zo’n besluit moet dan een groter draagvlak bij de aandeelhouders hebben. Hoeveel groter dat draagvlak moet zijn, verschilt tussen Dunea en Vitens. Dunea is strenger, want daar is er voor een alternatieve directeursbenoeming een (nog) groter draagvlak nodig dan voor een alternatieve commissarisbenoeming. Dat is bij Vitens niet het geval.

(Mr. Leon)

Het Beneluxparlement

DONDERDAG 15 OKTOBER 2020 Begin oktober vergaderde het Beneluxparlement in Luxemburg. Wat is het Beneluxparlement?

BENELUX België, Nederland en Luxemburg hebben met elkaar een samenwerkingsverband. Dat is de Benelux. Over hun samenwerking zijn al tijdens de oorlogsjaren afspraken gemaakt, toen de regeringen van de drie landen in ballingschap waren in Londen.

STEEDS MEER UNIE Aan de huidige samenwerking ligt een verdrag uit 2008 ten grondslag: het Benelux Unie Verdrag. Daarin staat dat de drie landen samenwerken op het gebied van economie, financiën, sociale zaken, duurzame ontwikkeling, justitie en binnenlandse zaken. Dat zijn ook gebieden waarop de drie landen in het verband van de Europese Unie met 25 andere samenwerken, maar in Beneluxverband gaat die samenwerking net iets verder. Het verdrag uit 2008 is een herziening van een verdrag uit 1958. De samenwerking is nu uitgebreider. In het verdrag van 1958 beperkte de samenwerking zich tot economische samenwerking. Dat kwam ook in de naam van het toenmalige samenwerkingsverband tot uiting, namelijk Benelux Economische Unie. Sinds 2008 is de naam gewijzigd in Benelux Unie. Al in 1944 gold op basis van de afspraken die in ballingschap waren gemaakt een douane-unie. Sinds die tijd bestaan er geen grenscontroles meer tussen de landen, enkele periodes uitgezonderd (zoals afgelopen voorjaar).

COMITÉ VAN MINISTERS Vorige week was er een Benelux-top van de drie premiers: Mark Rutte, Xavier Bettel (Luxemburg) en Alexander de Croo (België). Vanzelfsprekend was corona een belangrijk gespreksonderwerp. Een ander gespreksonderwerp was het nieuwe meerjarenplan, dat gaat lopen van 2021 tot en met 2024. Daarin staat bijvoorbeeld dat de digitale transportbrief voor het wegvervoer wordt uitgebreid. De premiers kwamen bij elkaar als Comité van Ministers. Dit comité is een van de vijf officiële instellingen van de Benelux Unie die in het verdrag worden genoemd. Het comité moet minstens eens per jaar vergaderen. Vaak gebeurt dat zonder premiers: waar het om gaat is dat elk land (minstens) één vertegenwoordiger op ministerieel niveau stuurt. Welke minister naar de vergadering wordt gestuurd, hangt af van het onderwerp dat op de agenda staat. De top van vorige week is trouwens door middel van een videoconferentie gehouden. Het comité heeft geen vaste voorzitter; elk jaar vervult een ander land die rol. Dit jaar is dat Nederland. Het comité kan alleen besluiten nemen als geen enkel land bezwaar maakt.

BENELUXPARLEMENT Een andere officiële instelling van de Benelux Unie is het Beneluxparlement, ook wel Benelux Interparlementaire Assemblee genoemd of Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad. De drie landen hebben er een apart verdrag voor gesloten. Het Beneluxparlement bestaat uit 49 leden. Ze moeten allemaal parlementariër zijn in een van de drie landen. 21 Belgische, 21 Nederlandse en 7 Luxemburgse mogen erin. De 21 Nederlandse parlementariërs zijn gekozen uit en door de Tweede en Eerste Kamer. Twaalf zijn Tweede Kamerleden, negen zijn senatoren.

VAKER NIET DAN WEL BIJEEN Meestal vergadert het parlement drie keer per jaar: in maart, juni en eind november of begin december. Dit jaar is de vergadering van maart vanwege corona niet doorgegaan. Wel is er vergaderd in juni en begin oktober, en staat er een in december gepland. Een vergadering duurt twee dagen (vrijdag en zaterdag) en is openbaar. Het parlement is dus vaker niet dan wél bijeen. Het parlement kiest uit haar midden een voorzitter. De vergaderlocatie wisselt en is steeds in het land waaruit de voorzitter komt. Dit jaar is dat een Luxemburger en dus worden dit jaar alle vergaderingen in Luxemburg gehouden. Overigens, vanwege corona konden de parlementariërs hun vergadering ook thuis achter hun laptop bijwonen. De vergadering is in het Frans en Nederlands.

FRACTIES Bijna alle leden van het Beneluxparlement zijn lid van een politieke fractie in dat parlement. Zo vormen de Nederlandse Beneluxparlementariërs van CDA en ChristenUnie samen met hun Luxemburgse en Belgische geestverwanten de Christelijke fractie. De Christelijke fractie is een van de drie grote fracties. De Liberale fractie (o.a. VVD en D66) en de Socialistische fractie (o.a. GroenLinks, SP en PvdA) zijn de andere twee; die laatste heet trouwens officieel SGD/SVD-fractie. De Nederlandse Beneluxparlementariërs zijn in het Nederlandse parlement lid van negen verschillende politieke partijen, waaronder de vier coalitiepartijen. Niet elke politieke partij heeft dus iemand in het Beneluxparlement, al is het dan weer wél zo dat elke Beneluxparlementariër een officiële plaatsvervanger heeft en de officiële plaatsvervangers ook van andere politieke partijen komen.

BERAADSLAGEN Het parlement beraadslaagt. Iedere parlementariër heeft spreekrecht; ook ministers uit de drie landen hebben dat. Interrupties zijn niet geoorloofd volgens het reglement van orde. Iedere parlementariër mag schriftelijke vragen stellen aan het Comité van Ministers en aan de gezamenlijke regeringen van de drie landen, en heeft recht op antwoord. Uiteraard zijn er agendapunten. Iedere parlementariër kan daarvoor trouwens voorstellen doen. Op de vergadering van begin oktober waren o.a. de gevolgen van de Brexit en de mensenrechten in Wit-Rusland geagendeerd. Voor het laatste onderwerp waren ook parlementariërs van de Baltische Assemblee uitgenodigd. De Baltische Assemblee is vergelijkbaar met het Beneluxparlement, maar bestaat uit parlementariërs van Letland, Estland en Litouwen.

AANBEVELING De beraadslaging kan leiden tot het nemen van een besluit, zoals het geven van een advies en het doen van een aanbeveling. Die zijn dan gericht aan het Comité van Ministers of aan de (gezamenlijke) regeringen van de drie landen. Tot welke adviezen of aanbevelingen op de vergadering van begin oktober is besloten, is nog niet gepubliceerd op de website. Maar in de afgelopen jaren zijn o.a. aanbevelingen gedaan over waterstofeconomie, aanpak van mensenhandel in de virtuele wereld, arbeidsmobiliteit, zelf rijdende auto’s en circulaire economie. Aanbevelingen en adviezen krijgen enige tijd later een schriftelijk antwoord van het Comité van Ministers.

PARLEMENT? Het Beneluxparlement heet dan wel parlement, maar eigenlijk is het geen echt parlement, want anders dan bijvoorbeeld de parlementen in België, Nederland en Luxemburg is ze o.a. geen wetgever, gaat ze niet over de begroting van (het Comité van) Ministers en heeft ze niet het recht om (het Comité van) Ministers naar huis te sturen.

(Mr. Leon)