Politiewapens

VRIJDAG 8 FEBRUARI 2019 De burgemeester van Amsterdam heeft besloten om de buitengewone opsporingsambtenaren (boa’s) geen wapenstok en pepperspray te geven. De boa’s zijn geen politieambtenaren. Vooral vanwege de problemen in de binnenstad hadden de boa’s om deze wapens gevraagd. Wel komen er in de Amsterdamse binnenstad meer politieambtenaren voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde. Er komt dus meer blauw op straat. Die politieambtenaren hebben wel een wapenstok en pepperspray bij zich. Welke wapens hebben politieambtenaren zoal bij zich?

Pepperspray De politieambtenaar draagt altijd een korte wapenstok, pepperspray, een pistool en handboeien bij zich. De wapenstok wordt gummiknuppel genoemd; sinds enige tijd heeft de politie uitschuifbare wapenstokken. Pepperspray is een spray met een sterk prikkelende stof; hij wordt meegenomen in een spuitbus. Een politieambtenaar heeft ook altijd een nazorgset bij zich, voor het geval hij iemand heeft bespoten met pepperspray. Zijn pistool is semiautomatisch. De korpschef (de landelijke baas van de politie) kan daaraan een lange wapenstok, tiewraps (soort handboeien), (beschermings)schild en helm toevoegen. Handboeien en schild zijn wettelijk gezien trouwens geen wapens maar uitrusting.

Bovendien heeft de Mobiele eenheid ook altijd een lange wapenstok bij zich, een granaatwerper en een waterkanon. De granaatwerper is een geweer dat wordt gebruikt om traangasgranaten af te schieten. Het waterkanon heet officieel waterwerper.

Arrestatieteams hebben naast traangasgranaten ook altijd andere granaten bij zich, namelijk rookgranaten en lawaaigranaten. Het team draagt naast de gummiknuppel ook het stroomstootwapen, de elektrische wapenstok. Wat de vuurwapens betreft, wordt niet alleen een handwapen (pistool) gedragen maar ook schoudervuurwapens en repeteervuurwapens. Ook heeft het team de beschikking over explosieven.

Wapengebruik Natuurlijk betekent het dragen van een wapen niet dat de politieambtenaar het onder alle omstandigheden mag gebruiken. Wapengebruik mag alleen als dat redelijk is en een ander middel om het beoogde doel te bereiken niet mogelijk is.

Marechaussees zijn onder andere de politieambtenaren op Schiphol en (op andere plaatsen) aan de grens. De Marechaussees kunnen beschikken over alle wapens waarover de politieambtenaar kan beschikken. Ze kunnen echter over veel meer wapens beschikken, zoals stiletto’s, katapulten, alle soorten vuurwapens, degens en sabels en niet te vergeten kruisbogen en harpoenen.

BRONNEN:

”Vrijdag 8 februari 2019”

Artikel 2 Politiewet: Ambtenaren van politie in de zin van deze wet zijn:

a. ambtenaren die zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak;

b. ambtenaren die zijn aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie;

c. vrijwillige ambtenaren die zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, onderscheidenlijk voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie;

d. ambtenaren van de rijksrecherche die zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, onderscheidenlijk voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de rijksrecherche.

Artikel 3 luidt: De politie heeft tot taak in ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag en in overeenstemming met de geldende rechtsregels te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven.

”Pepperspray”

Artikel 22 Politiewet 2012: Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de bewapening, de uitrusting en de kleding van de ambtenaren van politie.

Artikel 1 van het Besluit bewapening en uitrusting politie luidt: In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. ambtenaar: de ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de Politiewet 2012, met de rang hoger dan die van surveillant van politie

b. pistool: semi-automatisch pistool, kaliber 9 millimeter maal 19 millimeter;

g. pepperspray: spuitbus met Oleoresin Capsicum (OC);

Artikel 2 luidt:

Lid 1. De bewapening van de ambtenaar bestaat tijdens de uitoefening van de dienst uit:

a. een korte wapenstok;

b. pepperspray;

c. het pistool.

Lid 2. De korpschef kan bepalen dat de bewapening van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede bestaat uit een lange wapenstok.

Lid 3. De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit:

a. handboeien;

b. een koppel;

c. een veiligheidsvest;

d. nazorgmiddelen bij het gebruik van pepperspray.

Lid 4. Indien de korpschef dit noodzakelijk acht, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede worden uitgerust met tie-wraps.

Lid 5. De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, kan mede bestaan uit:

a. een tactisch vest;

b. een kogelwerende helm;

c. een gasmasker;

d. een schild.

Artikel 14 luidt: Onverminderd de artikelen 2 tot en met 13 kan Onze Minister aan door hem aangewezen ambtenaren andere dan de in dit besluit genoemde wapens en munitie toekennen.

”Mobiele eenheid”

Artikel 26 van het Besluit beheer politie luidt (gedeeltelijk): De regionale eenheden beschikken ieder over een organisatie van mobiele eenheden ten behoeve van (..)

Artikel 11 van het Besluit bewapening en uitrusting politie luidt: De bewapening van de ambtenaar die behoort tot de mobiele eenheid, bedoeld in artikel 26 van het Besluit beheer politie, kan tijdens de uitoefening van de dienst mede bestaan uit:

a. een lange wapenstok;

b. de granaatwerper en CS-traangasgranaten;

c. een waterwerper.

Artikel 1 luidt: In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: e. granaatwerper: een granaatwerper, kaliber 40 mm;

”Arrestatieteams”

Artikel 11, onder a, van het Besluit beheer politie luidt (gedeeltelijk): De Dienst speciale interventies heeft in ieder geval tot taak: a. het in stand houden van aanhoudings- en ondersteuningsteams die, indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat levensbedreigende omstandigheden tegen de politie of anderen dreigen,

Artikel 1 van het Besluit bewapening en uitrusting politie luidt: In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: c. semi-automatisch schoudervuurwapen: semi-automatisch schoudervuurwapen, kaliber 9 millimeter maal 19 millimeter; d. automatisch schoudervuurwapen: automatisch schoudervuurwapen, kaliber 9 millimeter maal 19 millimeter;

f. repeteervuurwapen: een repeteervuurwapen, kaliber 12; h. aanhoudings- en ondersteuningsteam: een aanhoudings- en ondersteuningsteam als bedoeld in artikel 11, onder a, van het Besluit beheer politie

Artikel 13 luidt (gedeeltelijk): Lid 1. De bewapening van de ambtenaar die behoort tot een aanhoudings- en ondersteuningsteam, kan tijdens de uitoefening van de dienst mede bestaan uit:

a. rook- en lawaaigranaten;

b. een elektrische wapenstok;

c. de granaatwerper en CS-traangasgranaten;

d. het semi-automatisch schoudervuurwapen;

e. het automatisch schoudervuurwapen;

f. het repeteervuurwapen;

g. het stroomstootwapen.

Lid 2. De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat mede uit explosieven.

”Wapengebruik”

Artikel 7 Politiewet luidt (gedeeltelijk): De ambtenaar van politie die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, is bevoegd in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening geweld of vrijheidsbeperkende middelen te gebruiken, wanneer het daarmee beoogde doel dit, mede gelet op de aan het gebruik hiervan verbonden gevaren, rechtvaardigt en dat doel niet op een andere wijze kan worden bereikt. Aan het gebruik van geweld gaat zo mogelijk een waarschuwing vooraf.

Dit is verder uitgewerkt in de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren (een KB).

”Marechaussees”

Artikel 4 van de Politiewet 2012luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Aan de Koninklijke marechaussee, die onder het beheer van Onze Minister van Defensie staat, zijn, onverminderd het bepaalde bij of krachtens andere wetten, de volgende politietaken opgedragen:

c. de uitvoering van de politietaak op de luchthaven Schiphol en op de andere door Onze Minister en Onze Minister van Defensie aangewezen luchtvaartterreinen, alsmede de beveiliging van de burgerluchtvaart;

f. de uitvoering van de bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000 opgedragen taken, waaronder begrepen de bediening van de daartoe door Onze Minister voor Immigratie en Asiel aangewezen doorlaatposten en het, voor zover in dat verband noodzakelijk, uitvoeren van de politietaak op en nabij deze doorlaatposten, alsmede het verlenen van medewerking bij de aanhouding of voorgeleiding van een verdachte of veroordeelde;

Artikel 17 van het Besluit bewapening en uitrusting politie luidt (gedeeltelijk): De bewapening van (..) de Koninklijke marechaussee bestaat uit:

a. de wapens, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 14;

b. andere wapens van de categorieën I, II, III en IV en munitie van de categorieën II en III, zoals bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie.

Artikel 2 van de Wet wapens en munitie luidt (gedeeltelijk): Wapens in de zin van deze wet zijn de hieronder vermelde of overeenkomstig dit artikellid aangewezen voorwerpen, onderverdeeld in de volgende categorieën.

Categorie I

1°. stiletto’s, valmessen en vlindermessen;

2°. andere opvouwbare messen (..)

3°. boksbeugels, ploertendoders, wurgstokken, werpsterren, vilmessen, ballistische messen en geluiddempers voor vuurwapens;

4°. blanke wapens die uiterlijk gelijken op een ander voorwerp dan een wapen;

5°. pijlen en pijlpunten bestemd om door middel van een boog te worden afgeschoten, die zijn voorzien van snijdende delen met de kennelijke bedoeling daarmee ernstig letsel te kunnen veroorzaken;

6°. katapulten;

7°. andere door Onze Minister aangewezen voorwerpen die een ernstige bedreiging van personen kunnen vormen of die zodanig op een wapen gelijken, dat zij voor bedreiging of afdreiging geschikt zijn.

Categorie II

1°. vuurwapens die niet onder een van de andere categorieën vallen;

2°. vuurwapens, geschikt om automatisch te vuren;

3°. vuurwapens die zodanig zijn vervaardigd of gewijzigd dat het dragen niet of minder zichtbaar is dan wel dat de aanvalskracht wordt verhoogd;

4°. vuurwapens die uiterlijk gelijken op een ander voorwerp dan een wapen;

5°. voorwerpen waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, met uitzondering van medische hulpmiddelen;

6°. voorwerpen, bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen, met uitzondering van medische hulpmiddelen en van vuurwapens in de vorm van geweren, revolvers en pistolen, bestemd voor het afschieten van munitie met weerloosmakende of traanverwekkende stof;

7°. voorwerpen bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing, met uitzondering van explosieven voor civiel gebruik indien met betrekking tot deze explosieven erkenning is verleend overeenkomstig de Wet explosieven voor civiel gebruik.

Categorie III

1°. vuurwapens in de vorm van geweren, revolvers en pistolen voor zover zij niet vallen onder categorie II sub 2°, 3° of 6°;

2°. toestellen voor beroepsdoeleinden die geschikt zijn om projectielen af te schieten;

3°. werpmessen;

4°. alarm- en startpistolen en -revolvers, met uitzondering van alarm- en startpistolen die:

a. geen loop of een kennelijk verkorte, geheel gevulde loop hebben;

b. zodanig zijn ingericht dat zij uitsluitend knalpatronen van een kaliber niet groter dan 6 mm kunnen bevatten; en

c. waarvan de ligplaats van de patronen en de gasuitlaat loodrecht staan op de loop of op de lengterichting van het wapen.

Categorie IV

1°. blanke wapens waarvan het lemmet meer dan een snijkant heeft, voor zover zij niet vallen onder categorie I;

2°. degens, zwaarden, sabels en bajonetten;

3°. wapenstokken;

4°. lucht-, gas- en veerdrukwapens, behoudens zulke door Onze Minister overeenkomstig categorie I, sub 7°, aangewezen die zodanig gelijken op een vuurwapen dat zij voor bedreiging of afdreiging geschikt zijn;

5°. kruisbogen en harpoenen;

6°. bij regeling van Onze Minister aangewezen voorwerpen die geschikt zijn om daarmee personen ernstig lichamelijk letsel toe te brengen;

7°. Voorwerpen waarvan, gelet op hun aard of de omstandigheden waaronder zij worden aangetroffen, redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij zijn bestemd om letsel aan personen toe te brengen of te dreigen en die niet onder een van de andere categorieën vallen.

Krokodillen in Queensland

DONDERDAG 7 FEBRUARI 2019 In Australië is er de laatste tijd zoveel regen gevallen dat de straten blank staan en de autoriteiten waarschuwen om kinderen daarin niet te laten spelen omdat er ook krokodillen in zwemmen. Dit noodweer doet zich vooral in het noordoosten voor, in Queensland. Hoe verhoudt Queensland zich tot Australië?

Commonwealth Australië heet officieel Commonwealth of Australia. Het is een koninkrijk; koningin is Elizabeth II van Groot-Brittannië. Het bestaat uit deelstaten (states) en territories. New South Wales, Tasmania en Queensland zijn enkele van de deelstaten.

States Australië is een federatie. Zowel Australië als elke deelstaat heeft een eigen regering en parlement met wetgevende bevoegdheden. In de grondwet zijn de onderwerpen opgesomd waarvoor de nationale wetgever wetten mag maken; voor de andere onderwerpen is de deelstaat bevoegd. De nationale wetgever gaat bijvoorbeeld over defensie, vreemdelingenbeleid en buitenlandse zaken.

Parlement Queensland Niet alleen Australië heeft een grondwet, maar ook de deelstaten. In de grondwet van Queensland staat dat haar parlement bestaat uit 93 leden en dat voor de verkiezingen een districtenstelsel geldt: elk district stuurt één parlementariër. De bevolking van het kiesdistrict stemt op één van de kandidaat volksvertegenwoordigers.

Executive government De regering van Queensland bestaat uit de Premier en 17 Ministers, plus enkele Assistant Ministers. In de grondwet staat een maximum van 19 Ministers. Zij zijn collectively responsible jegens het parlement. De koningin wordt vertegenwoordigd door de governor of Queensland.

BRONNEN:

https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/
https://www.legislation.gov.au/

”States”

Artikel 51 The Constitution luidt (gedeeltelijk): The Parliament shall, subject to this Constitution, have power12 to make laws for the peace, order, and good government of the Commonwealth with respect to: vi the naval and military defence of the Commonwealth and of the several States, and the control of the forces to execute and maintain the laws of the Commonwealth; xix naturalization and aliens xxvii immigration and emigration; xxix external affairs;

”Parlement Queensland”

Artikel 106 van The Constitution luidt: The Constitution of each State of the Commonwealth shall, subject to this Constitution, continue as at the establishment of the Commonwealth, or as at the admission or establishment of the State, as the case may be, until altered in accordance with the Constitution of the State.

Artikel 11 Constitution of Queensland luidt: The Legislative Assembly is to consist of 93 members.

Artikel 12 luidt: The State is to be divided into the same number of electoral districts as there are members of the Legislative Assembly.

Artikel 13 luidt: Each member of the Legislative Assembly is to represent 1 of the electoral districts.

Artikel 14 luidt (gedeeltelijk): The Parliament under an Act may—(a) vary the number of members to be elected to the Legislative Assembly; and (b) vary the electoral districts of the State that are to be represented in the Legislative Assembly; and (c) establish new and other electoral districts; and (d) ..

Dat is echter niet gebeurd:

Artikel 34 Electoral Act Q ueensland luidt: There are 93 electoral districts for the State.

”Executive governement”

Artikel 42 Constitution of Queensland luidt: There must be a Cabinet consisting of the Premier and a number of other Ministers appointed under section 43. (2) The Cabinet is collectively responsible to the Parliament.

Artikel 43 luidt (gedeeltelijk): The maximum number of Ministers at any time is 19.

Artikel 29 luidt: There must be a Governor of Queensland. The Governor must be appointed by commission under the Royal Sign Manual.

Artikel 28 luidt: In this part Royal Sign Manual means the signature or royal hand of the Sovereign.

Is scholierenstaking voor beter klimaatbeleid geoorloofd?

DINSDAG 5 FEBRUARI 2019 Aanstaande donderdag is de eerste (landelijke) scholierenstaking voor het klimaat in Nederland. Veel leerlingen uit het voortgezet onderwijs (VWO, HAVO, MAVO, VMBO) gaan overmorgen niet naar school. Ze kunnen op het Malieveld in Den Haag demonstreren voor een beter klimaatbeleid. In België zijn afgelopen maand al verschillende scholierenstakingen geweest. Wat zegt de wet over schoolverzuim, als dat gebeurt om te betogen voor een beter klimaatbeleid van de overheid?

Leerplicht Scholieren hebben een wettelijke leerplicht. Dat houdt in dat leerlingen van bijvoorbeeld middelbare scholen geen enkele les of praktijktijd mogen verzuimen. Naleving van deze wettelijke verplichting is de verantwoordelijkheid van scholier én ouders.

Straf Schoolverzuim is een strafbaar feit. De leerling hangt een taakstraf of geldboete boven het hoofd terwijl de ouders zelfs een gevangenisstraf kan worden opgelegd.

100.000 De schooldirecteur moet het melden bij het ministerie als een leerling binnen vier weken 16 uur verzuimt. Hij of zij riskeert een boete die kan oplopen tot 100.000 euro per jaar, als die meldplicht niet wordt nagekomen.

Dwang De politie mag een verzuimende scholier die zich op een voor het publiek toegankelijke plaats bevindt onder dwang terug naar school brengen. Het Malieveld in Den Haag is zo’n plaats.

Goede redenen Uiteraard geldt de wettelijke leerplicht niet altijd. Er zijn omstandigheden waaronder schoolverzuim is toegestaan. In die gevallen plegen scholier en zijn ouders geen strafbare feiten. Zo’n geval doet zich bijvoorbeeld voor als de leerling ziek is of als de school een dag dicht is in verband met een studiedag voor de docenten. De leerlingen zijn dan vrijgesteld van hun leerplicht. Uiteraard moet de school er wel fatsoenlijk van op de hoogte worden gebracht als een leerling ziek is.

Andere goede redenen Het hangt dus van de verzuimreden af of schoolverzuim geoorloofd is. Demonstreren voor een beter klimaatbeleid is geen reden die in de wet wordt genoemd, tenminste het is niet één van de redenen die de wet heel duidelijk noemt. In de wet staat namelijk ook een restcategorie voor vrijstelling: andere gewichtige omstandigheden.

Zoals Wat zijn andere gewichtige omstandigheden? Enkele jaren geleden heeft de minister van Onderwijs uitgelegd wat dat voor hem zijn, en daarmee ook wat dat zijn voor de ambtenaren op het ministerie. Daarin wordt bijvoorbeeld heel duidelijk uitgelegd dat bij de bruiloft van een oudere broer of zus, bij de koperen bruilof van de ouders (of gouden bruiloft van de grootouders) en bij een verhuizing sprake is van zo’n andere gewichtige omstandigheid voor verlof, en dus van geoorloofd verzuim. Verlof om te gaan demonstreren – al dan niet voor een beter klimaatbeleid – staat er echter niet in.

Wil Gelukkig zijn dit voor de minister slechts voorbeelden van gevallen waarin schoolverzuim is geoorloofd is. Hij zegt namelijk dat verlof bovendien is geoorloofd als er volgens de schooldirecteur sprake is van gewichtige omstandigheden, tenzij er sprake is van omstandigheden die niet buiten de wil of invloedssfeer van de ouders of leerling zijn gelegen. Een directeur mag dus alleen verlof geven voor omstandigheden die buiten de wil of invloedssfeer van ouders of leerling liggen. Vindt de scholierenstaking voor een beter klimaatbeleid niet juist plaats omdát de leerling dit wil? Hoe dan ook: misschien legt de minister de wet niet goed uit. De uitleg van de rechter gaat hier boven die van de minister!

Grondrecht In elk geval moet het verlof worden aangevraagd. De directeur mag aan het geven van verlof voorwaarden stellen. Zou de directeur als voorwaarde mogen stellen dat de leerling erbij moet zijn op het Malieveld? Het is zo dat demonstreren (betogen) een recht is van eenieder, ook van minderjarigen. Het is zelfs een grondrecht, een mensenrecht dus. Een mensenrecht is een recht, nimmer een plicht: het houdt ook het recht in om niet te demonstreren. Oké, de leerling vraagt verlof aan om te demonstreren. Hij wil dus sowieso gaan demonstreren. Toch legt zo’n voorwaarde van de directeur iets op wat de leerling niet sowieso al zou doen, want is zijn schoolstaking/schoolverzuim van aanstaande donderdag op zichzelf niet al een vorm van demonstreren voor een beter klimaatbeleid? Ik zou zeggen: van wel. Zou de directeur mogen eisen dat een leerling (ook) gaat demonstreren op het Malieveld? Ik zou zeggen: van niet.

BRONNEN:

”Leerplicht”

Artikel 2 van de Leerplichtwet 1969 luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Degene die het gezag over een jongere uitoefent, en degene die zich met de feitelijke verzorging van een jongere heeft belast, zijn verplicht overeenkomstig de bepalingen van deze wet te zorgen, dat de jongere als leerling van een school staat ingeschreven en deze school na inschrijving geregeld bezoekt. Lid 2. De in het eerste lid bedoelde verplichtingen gelden niet voor zover de daarin bedoelde personen kunnen aantonen dat zij daarvoor niet verantwoordelijk kunnen worden geacht. Lid 3. De jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt, is verplicht overeenkomstig de bepalingen van deze wet de school waaraan hij als leerling staat ingeschreven, geregeld te bezoeken, onverminderd het bepaalde in het eerste lid.

Artikel 4 luidt (gedeeltelijk): Het schoolbezoek vindt geregeld plaats, zolang geen les of praktijktijd wordt verzuimd.

Artikel 4c luidt: Lid 1. De jongere die als leerling of deelnemer van een school of instelling staat ingeschreven op grond van artikel 4a, eerste lid, is verplicht het volledige onderwijsprogramma, het volledige programma van de combinatie leren en werken, het onderwijsprogramma, bedoeld in artikel 25a, derde lid, onderdeel d, van de Wet op het voortgezet onderwijs, respectievelijk het onderwijsprogramma, bedoeld in artikel 58a, derde lid, onderdeel d, van de Wet op het voortgezet onderwijs, te volgen dat door die school of instelling wordt aangeboden. Lid 2. De jongere voldoet aan de verplichting, bedoeld in artikel 4a, eerste lid, om de school of instelling na inschrijving geregeld te bezoeken, zolang hij geen les of praktijktijd verzuimt anders dan op een van de gronden, bedoeld in artikel 11.

Artikel 1 luidt (gedeeltelijk): Deze wet verstaat onder:

b. “school”: 1. een openbare of een uit de openbare kas bekostigde bijzondere basisschool, speciale school voor basisonderwijs, school voor speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of dagschool voor voortgezet onderwijs, dan wel een openbare of een uit de openbare kas bekostigde bijzondere instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs; 2. een ingevolge artikel 56 van de Wet op het voortgezet onderwijs aangewezen bijzondere dagschool voor voortgezet onderwijs

d. “hoofd”: 1. hij die met de leiding van de school is belast; 2. hij die met de leiding van de instelling is belast; e. “de ambtenaar”: de ambtenaar, bedoeld in artikel 16;

h. meldingsregister relatief verzuim: meldingsregister relatief verzuim als bedoeld in artikel 24h van de Wet op het onderwijstoezicht;

”Straf”

Artikel 26 van de Leerplichtwet 1969 luidt: Strafbedreiging verantwoordelijke personen. Lid 1. De in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen die de in artikel 2, eerste lid, of artikel 4a opgelegde verplichtingen niet nakomen, worden gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie. Lid 2. De leerplichtige jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt of de jongere die kwalificatieplichtig is, die de verplichting tot geregeld volgen van het onderwijs niet nakomt, wordt gestraft met een hoofdstraf als genoemd in artikel 77h, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafrecht, met dien verstande dat de geldboete een geldboete van de tweede categorie is.

Artikel 28 luidt: De bij deze wet strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als overtredingen.

Artikel 77h, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van Strafrecht luidt: De hoofdstraffen zijn: b. in geval van overtreding: taakstraf of geldboete.

”100.000”

Artikel 21a van de Leerplichtwet 1969 luidt (gedeeltelijk): Indien een ingeschreven leerling van een school als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, subonderdelen 1 en 2, zonder geldige reden les- of praktijktijd heeft verzuimd en dit verzuim gedurende een periode van vier opeenvolgende lesweken in totaal zestien uren les- of praktijktijd bedraagt, geeft het hoofd van de school hiervan onverwijld kennis aan Onze minister, zo mogelijk onder opgave van de reden die naar zijn oordeel ten grondslag ligt aan het verzuim

Artikel 27 luidt (gedeeltelijk): Onze minister dan wel, voor zover het betreft het onderwijs op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, kan een bestuurlijke boete van ten hoogste 1 000 euro per overtreding, met een maximum van 100 000 euro per schooljaar, opleggen aan het hoofd dat: b. niet voldoet aan een der verplichtingen, opgelegd in de artikelen 18, 21 en 21a.

”Dwang”

Artikel 24 van de Leerplichtwet 1969 luidt: Ambtenaren van politie, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, zijn bevoegd een jongere die zij onder schooltijd op een voor het publiek toegankelijke plaats aantreffen, te brengen naar het hoofd van de school waarop de jongere als leerling staat ingeschreven. Afdeling 5.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

”Goede redenen”

Artikel 11 van de Leerplichtwet 1969 luidt (gedeeltelijk): De in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen zijn vrijgesteld van de verplichting te zorgen dat de jongere de school waarop hij staat ingeschreven, geregeld bezoekt, en de leerplichtige jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt alsmede de jongere die kwalificatieplichtig is, zijn vrijgesteld van de verplichting de school of de instelling geregeld te bezoeken, indien

a. de school onderscheidenlijk de instelling is gesloten of het onderwijs is geschorst;

b. bij of op grond van algemeen verbindende voorschriften het bezoeken van de school onderscheidenlijk de instelling is verboden;

c. de jongere bij wijze van tuchtmaatregel tijdelijk de toegang tot de school onderscheidenlijk de instelling is ontzegd;

d. de jongere wegens ziekte verhinderd is de school onderscheidenlijk de instelling te bezoeken;

e. de jongere wegens vervulling van plichten voortvloeiend uit godsdienst of levensovertuiging verhinderd is de school onderscheidenlijk de instelling te bezoeken;

f. de jongere vanwege de specifieke aard van het beroep van één van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen slechts buiten de schoolvakanties met hen op vakantie kan gaan;

Artikel 13 luidt: Een beroep op vrijstelling wegens vervulling van plichten voortvloeiend uit godsdienst of levensovertuiging kan slechts worden gedaan indien daarvan uiterlijk twee dagen vóór de verhindering aan het hoofd kennis is gegeven.

Artikel 13b luidt: Een beroep op vrijstelling wegens ziekte van de jongere, wegens vervulling van plichten voortvloeiend uit godsdienst of levensovertuiging wordt gedaan door middel van kennisgeving aan het hoofd door de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen, tenzij de leerplichtige jongere of de jongere die kwalificatieplichtig is niet meer woonachtig is bij deze personen, in welk geval de kennisgeving wordt gedaan door de jongere zelf.

”Andere goede redenen”

Artikel 11 van de Leerplichtwet 1969 luidt: De in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen zijn vrijgesteld van de verplichting te zorgen dat de jongere de school waarop hij staat ingeschreven, geregeld bezoekt, en de leerplichtige jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt alsmede de jongere die kwalificatieplichtig is, zijn vrijgesteld van de verplichting de school of de instelling geregeld te bezoeken, indien g. de jongere door andere gewichtige omstandigheden verhinderd is de school onderscheidenlijk de instelling te bezoeken.

”Zoals”

Artikel 2 van de Beleidsregel uitleg ‘specifieke aard van het beroep’ en ‘andere gewichtige omstandigheden’ bedoeld in de Leerplichtwet 1969 luidt (gedeeltelijk): Andere gewichtige omstandigheden (…) In de hierna te noemen gevallen kan, zolang het totaal aan een jongere te verlenen verlof het aantal van 10 verlofdagen in een schooljaar niet te boven gaat, verlof worden gegeven voor de hierna genoemde periode: Voor verhuizing: maximaal 1 schooldag; voor het bijwonen van het huwelijk van bloed- of aanverwant tot en met de 3e graad: in Nederland maximaal 2 schooldagen indien er ver gereisd moet worden, anders maximaal 1 dag, in het buitenland maximaal 5 schooldagen. Soort bewijs: trouwkaart (indien twijfelachtig kopie trouwakte); bij 25, 40 of 50 jarig ambtsjubileum en het 12 ½, 25, 40, 50 en 60 jarig huwelijksjubileum van ouder(s)/verzorger(s) of grootouders: maximaal 1 schooldag;

”Wil”

Artikel 2 van de Beleidsregel uitleg ‘specifieke aard van het beroep’ en ‘andere gewichtige omstandigheden’ bedoeld in de Leerplichtwet 1969 luidt (gedeeltelijk): Andere gewichtige omstandigheden. Op grond van artikel 11, onderdeel g, en artikel 14 van de Leerplichtwet zijn in bepaalde situaties bijzondere vormen van verlof toegestaan voor maximaal tien dagen per schooljaar. Het gaat hier om zogenaamde ‘andere gewichtige omstandigheden’. Dit zijn omstandigheden die niet eerder in de limitatieve opsomming van artikel 11 van de Leerplichtwet zijn genoemd en die veelal buiten de wil of invloedsfeer van de ouders of leerling zijn gelegen. Het hoofd van de school of instelling kan verlof verlenen voor afwezigheid als gevolg van een dergelijke andere gewichtige omstandigheid. In de hierna te noemen gevallen kan, zolang het totaal aan een jongere te verlenen verlof het aantal van 10 verlofdagen in een schooljaar niet te boven gaat, verlof worden gegeven voor de hierna genoemde periode: (…) voor andere naar het oordeel van het hoofd van de school/instelling gewichtige omstandigheden: maximaal 10 dagen.

”Grondrecht”

Artikel 2 van de Beleidsregel uitleg ‘specifieke aard van het beroep’ en ‘andere gewichtige omstandigheden’ bedoeld in de Leerplichtwet 1969 luidt (gedeeltelijk): Andere gewichtige omstandigheden. In de hierna te noemen gevallen kan, zolang het totaal aan een jongere te verlenen verlof het aantal van 10 verlofdagen in een schooljaar niet te boven gaat, verlof worden gegeven voor de hierna genoemde periode: (…) voor andere naar het oordeel van het hoofd van de school/instelling gewichtige omstandigheden: maximaal 10 dagen.

Daarbij geldt het volgende:

. Verlofaanvragen dienen schriftelijk en binnen een redelijke termijn bij het hoofd van de school/instelling te worden ingediend. Indien de aanvraag niet binnen een redelijke termijn is ingediend, moet door de aanvrager worden beargumenteerd waarom dit niet is gebeurd;

. er kunnen voorwaarden gesteld worden aan het toekennen van verlof, bijvoorbeeld het achteraf tonen van bepaalde bescheiden;

. de toestemming of afwijzing moet schriftelijk worden vastgelegd en in geval van afwijzing goed worden gemotiveerd door het hoofd van de school/instelling;

Artikel 9 Grondwet luidt (gedeeltelijk): Het recht tot vergadering en betoging wordt erkend, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.

De Europese verkiezingen zijn niet overal op zondag en de kiezer is niet per se meerderjarig

VRIJDAG 1 FEBRUARI 2019 Over enkele maanden – eind mei – zijn er Europese verkiezingen. Het Europees Parlement heeft vorige week vrijdag een nieuwe website gelanceerd die per lidstaat praktische uitleg geeft over het uitbrengen van je stem voor de Europese verkiezingen. Die verkiezingen worden gehouden in 28 landen. De uitleg op de website gebeurt in de eigen taal van het land. Hieronder volgt een vergelijking van Nederland, Duitsland, Oostenrijk, Frankrijk, België, Ierland, Luxemburg en Malta. Alleen in deze landen is Engels, Duits, Frans of Nederlands een eigen taal.

Rechtstreeks De wijze waarop er wordt gestemd hoeft namelijk niet in alle landen dezelfde te zijn. Die kan tot op zekere hoogte per land verschillen. In een Europese regeling staat wat overal hetzelfde moet zijn en wat dat niet hoeft te zijn. Voor de Europese verkiezingen moet in elk land het stelsel van evenredige vertegenwoordiging gelden. Dat is het stelsel dat hier in Nederland voor alle verkiezingen geldt. Verder dient in elk land te gelden dat de Europese verkiezingen rechtstreeks, algemeen, vrij en geheim zijn. Bovendien mag elke kiezer slechts één keer zijn stem uitbrengen.

16 jaar Tot zover de overeenkomsten. Er zijn er meer, maar die blijven hier buiten beschouwing. Wat ten eerste verschilt, is de leeftijd waarop gestemd mag worden. In de meeste landen is dat 18 jaar, maar in Oostenrijk en Malta is dat 16 jaar.

Kiesdistrict Alleen België en Ierland hebben meerdere kiesdistricten; in de andere landen is het hele land één kiesdistrict.

Voorkeursstemmen kunnen in de meeste landen worden uitgebracht, behalve in Duitsland en Frankrijk.

Drempel Praktisch heeft alleen Frankrijk een kiesdrempel (van 5%).

Dag In elk land mag er slechts één verkiezingsdag zijn. Die dag moet zijn donderdag 23 mei, vrijdag de 24e, zaterdag de 25e of zondag 26 mei (2019). De meeste landen kiezen net als Nederland voor zondag 26 mei. Nederland kiest echter voor de donderdag, Ierland voor vrijdag de 24e en Malta zaterdag de 25e. (Bijgewerkt 05.02.19)

Aantal Het Europees Parlement telt straks 705 leden. Daarvan zijn er 29 in Nederland gekozen. 96 in Duitsland, 79 in Frankrijk, 21 in België, 19 in Oostenrijk en in Ierland, en 6 in zowel Malta als Luxemburg.

Groot-Brittannië doet vanwege de Brexit op 29 maart niet mee aan de Europese verkiezingen. Uiteraard staat de Brexit vaak op de agenda van het Europees Parlement. Zo heeft een parlementaire commissie afgelopen dinsdag besloten dat Britse burgers na de Brexit geen visum nodig hebben om de EU korte tijd te bezoeken, zie over dit soort visums https://staatsrechtpraktijk.nl/?p=627 . Dit besluit moet wel nog worden bekrachtigd door het hele parlement en de Raad van Ministers. De parlementaire commissie heeft er trouwens een voorwaarde aan verbonden: Groot-Brittannië moet hetzelfde toestaan aan burgers van de Europese Unie.

BRONNEN:

De website van het Europees Parlement die vorige week vrijdag is gelanceerd:

https://www.europese-verkiezingen.eu/

Artikel 1 van de Akte betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen luidt (gedeeltelijk): In alle lidstaten worden de leden van het Europees Parlement volgens een stelsel van evenredige vertegenwoordiging, hetzij volgens het lijstenstelsel, hetzij volgens het stelsel van één overdraagbare stem, gekozen. De leden van het Europees Parlement worden gekozen door middel van rechtstreekse, algemene, vrije en geheime verkiezingen

Artikel 9 luidt: Bij de verkiezing van de leden van het Europees Parlement in het Europees Parlement mag niemand meer dan eenmaal zijn stem uitbrengen

Artikel 8 luidt: Behoudens de bepalingen van deze akte gelden voor de verkiezingsprocedure in elke lidstaat de nationale bepalingen. Die nationale bepalingen, die eventueel rekening kunnen houden met de eigenheden van de lidstaten, mogen echter over het geheel genomen geen afbreuk doen aan het beginsel van evenredige vertegenwoordiging

Artikel 1 luidt (gedeeltelijk): De lidstaten kunnen het uitbrengen van voorkeurstemmen toestaan, overeenkomstig de bepalingen die zij vastleggen.

Artikel 2 luidt: Afhankelijk van de specifieke nationale kenmerken kunnen de lidstaten kiesdistricten voor de verkiezing van het Europees Parlement instellen of voorzien in andere kiesindelingen, evenwel zonder dat over het geheel genomen afbreuk wordt gedaan aan het beginsel van evenredige vertegenwoordiging.

Artikel 3 luidt: De lidstaten kunnen bepalen dat er een minimumdrempel voor de verdeling van de zetels wordt vastgesteld. Die drempel mag niet hoger dan 5 % van de op nationaal niveau uitgebrachte stemmen zijn.

Artikel 10 luidt (gedeeltelijk): De verkiezingen voor het Europees Parlement vinden plaats op de door elke Lid-Staat vastgestelde datum en uren, die voor alle Lid-Staten gelegen moet zijn binnen een zelfde periode die aanvangt op donderdagochtend en afloopt op de daaropvolgende zondag.

De gerechtsdeurwaarder

DONDERDAG 31 JANUARI 2019 Uit krantenberichten in de afgelopen weken blijkt dat het niet goed gaat met (gerechts)deurwaarders in ons land. Ondanks toename van de schuldenaren. De voorzitter van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders zegt in een interview dat dit vooral komt door de verhoogde griffierechten. Wat is de rechtspositie van de deurwaarder en wat mag en moet hij zoal doen?

Beslag De deurwaarder overhandigt de dagvaarding aan iemand die door een ander is gedagvaard om voor de rechtbank te verschijnen. De deurwaarder legt beslag op zaken van de schuldenaar als die zijn schuld niet op tijd betaalt. Als de huur voor een woning niet op tijd is betaald, kan de deurwaarder (soms) tot ontruiming overgaan. Hij doet dit achtereenvolgens in opdracht van de eisende partij, de schuldeiser en de verhuurder.

Ambtenaar De deurwaarder is een ambtenaar. Hij wordt benoemd per koninklijk besluit. Het gebruik van de gerechtsdeurwaarderstitel is wettelijk beschermd. Wat zijn taken zijn, is vastgelegd in de wet.

Nederlander De deurwaarder moet onder andere de opleiding tot deurwaarder hebben gevolgd en de Nederlandse nationaliteit hebben of de nationaliteit van een ander land van de EU.

Eed Hij heeft ook een eed of belofte afgelegd, waarin hij bijvoorbeeld getrouwheid aan de Koning en de Grondwet zweert of belooft.

Mag of Moet De deurwaarder werkt in opdracht. Zonder opdrachtgever doet hij (of zij) niets. Hij mag overal in Nederland opdrachten uitvoeren. Hij moet alle opdrachten uitvoeren in zijn arrondissement. Het arrondissement is het deel van Nederland waarin zijn vestigingsplaats is gelegen. Bij benoeming wordt hem een vestigingsplaats toegewezen. De omvang van het arrondissement verschilt per arrondissement. Soms valt het samen met een provincie, zoals het arrondissement Gelderland. Soms valt het samen met meer dan één provincie, zoals het arrondissement Noord-Nederland, dat de drie noordelijke provincies omvat. Maar soms omvat het slechts een deel van een provincie, zoals het arrondissement Den Haag. Als zijn arrondissement meer dan één provincie omvat, moet hij alleen de opdrachten uitvoeren in de provincie van zijn vestigingsplaats.

Dreverhaven De deurwaarder mag geen opdrachten uitvoeren voor zichzelf en zijn familie. Hij mag evenmin opdrachten uitvoeren tégen hen. Hij mag bijvoorbeeld geen beslag leggen op zaken van zichzelf of zijn familie. Dat alles geldt ook voor kinderen waarvan hij niet de juridische vader is maar wel de biologische verwekker. In de Nederlandse speelfilm Karakter uit 1997 van Mike van Diem (naar een boek van Ferdinand Bordewijk uit 1928) legt de Rotterdamse deurwaarder Dreverhaven beslag op boeken van Johan Katadreuffe, het door hem verwekte kind dat woont bij zijn moeder. Bovendien is het beslag het gevolg van een schuld die Katadreuffe eigenlijk aan Dreverhaven zélf heeft, dat wil zeggen hij heeft geld geleend van de bank waarvan Dreverhaven eigenaar is. Anno 2019 had Dreverhaven dat beslag niet mogen leggen.

Rechtshulp De deurwaarder is ook aan allerlei gedragsregels gebonden die niet in de wet staan, bijvoorbeeld regels die de Koninklijke Organisatie van Gerechtsdeurwaarders heeft opgesteld, een organisatie waarvan elke deurwaarder lid moet zijn. Zo´n regel is bijvoorbeeld dat hij schuldenaren er soms op moet wijzen dat ze gefinancierde rechtshulp kunnen inroepen.

Geweld Voor het leggen van beslag mag de deurwaarder elke plaats betreden. Als hij beslag gaat leggen op de zaken die een schuldenaar in zijn woning heeft, dan mag hij ook die woning binnengaan. Ook als de schuldenaar dat weigert of niet thuis is. In diet laatste twee gevallen moet de deurwaarder de hulp inroepen van de politie en kan hij vervolgens de woning zo nodig met geweld binnengaan.

Pensioen Deurwaarders moeten uiterlijk op hun zeventigste van hun welverdiende pensioen gaan genieten.

BRONNEN:

Beslag”

Artikel 2 van de Gerechtsdeurwaarderswet luidt (gedeeltelijk): Lid 1. De gerechtsdeurwaarder is in het bijzonder belast met: a. het doen van dagvaardingen en andere betekeningen, behorende tot de rechtsingang of de instructie van gedingen; b. het doen van gerechtelijke aanzeggingen, bekendmakingen, protesten en verdere exploten; c. ontruimingen, beslagen, executoriale verkopingen, gijzelingen en andere handelingen, behorende tot of vereist voor de uitvoering van executoriale titels dan wel voor de bewaring van rechten; d. het doen van protesten van non-acceptatie of non-betaling van wissels, orderbiljetten en dergelijke en het opmaken van een akte van interventie aan de voet van het protest; e. het ambtelijk toezicht bij vrijwillige openbare verkopingen van roerende lichamelijke zaken bij opbod, bij opbod en afslag, of bij afslag. Lid 4. De hoofdstukken 3 en 4 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing op ambtshandelingen en de weigering deze te verrichten.

Ambtenaar”

Artikel 2 Gerechtsdeurwaarderswet luidt (gedeeltelijk): De gerechtsdeurwaarder is een openbaar ambtenaar belast met de taken die bij of krachtens de wet, al dan niet bij uitsluiting van ieder ander, aan deurwaarders onderscheidenlijk gerechtsdeurwaarders zijn opgedragen of voorbehouden.

Artikel 4 luidt (gedeeltelijk): Een gerechtsdeurwaarder wordt benoemd bij koninklijk besluit. In het besluit wordt de plaats van vestiging aangegeven. Hij mag zijn werkzaamheden als gerechtsdeurwaarder eerst aanvangen nadat hij is ingeschreven in het gerechtsdeurwaardersregister. Tot het voeren van de titel van gerechtsdeurwaarder is uitsluitend bevoegd degene die als zodanig is ingeschreven in het gerechtsdeurwaardersregister en die niet geschorst of ontslagen is.

Nederlander”

Artikel 5 Gerechtsdeurwaarderswet luidt (gedeeltelijk): Tot gerechtsdeurwaarder is slechts benoembaar degene die: a. de Nederlandse nationaliteit bezit of de nationaliteit van een andere lidstaat van de Europese Unie, van een overige staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of van de Zwitserse Bondsstaat; b. met goed gevolg een door Onze Minister erkende opleiding ter voorbereiding op het beroep van gerechtsdeurwaarder heeft doorlopen.

Eed”

Artikel 9 Gerechtsdeurwaarderswet luidt (gedeeltelijk): De gerechtsdeurwaarder legt binnen twee maanden na de dagtekening van zijn benoeming ter openbare terechtzitting voor de rechtbank van het arrondissement waarin de plaats van vestiging is gelegen de navolgende eed of belofte af:

«Ik zweer (beloof) getrouwheid aan de Koning en de Grondwet.»

«Ik zweer (beloof), dat ik mij zal gedragen naar de wetten en voorschriften op mijn ambt van toepassing en dat ik mijn taak eerlijk en nauwgezet zal uitvoeren.»

«Voorts zweer (verklaar) ik, dat ik, om tot gerechtsdeurwaarder te worden benoemd, direct of indirect aan niemand, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige giften of gaven beloofd of afgegeven heb, noch beloven of afgeven zal».

Mag of Moet”

Artikel 3 Deurwaarderswet luidt (gedeeltelijk): De gerechtsdeurwaarder is bevoegd tot het verrichten van ambtshandelingen op het grondgebied van Nederland.

Artikel 4 luidt (gedeeltelijk): Een gerechtsdeurwaarder wordt benoemd bij koninklijk besluit. In het besluit wordt de plaats van vestiging aangegeven.

Artikel 11 luidt: De gerechtsdeurwaarder is te allen tijde verplicht in het gehele arrondissement waarin zijn plaats van vestiging is gelegen dan wel, indien het arrondissement meer dan één provincie omvat, in het deel van het arrondissement dat is gelegen in de provincie waarin zijn plaats van vestiging is gelegen de ambtshandelingen waartoe hij bevoegd is, te verrichten wanneer hierom wordt verzocht, tenzij: a. met het oog op zijn persoonlijke omstandigheden dit redelijkerwijs niet van hem kan worden verlangd, of b. de verzoeker niet bereid is het krachtens deze wet door de gerechtsdeurwaarder aan hem gevraagde voorschot voor het verrichten van ambtshandelingen te voldoen.

Artikel 5a Wet op de rechterlijke indeling luidt: Het arrondissement Gelderland omvat het grondgebied van de provincie Gelderland.

Artikel 9 luidt: Het arrondissement Noord-Nederland omvat het grondgebied van de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen.

Artikel 5 luidt: Het arrondissement Den Haag omvat het grondgebied van de gemeenten Alphen aan den Rijn, Bodegraven-Reeuwijk, Delft, Gouda, ’s-Gravenhage, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Krimpenerwaard, Leiden, Leiderdorp, Leidschendam-Voorburg, Lisse, Midden-Delfland, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Teylingen, Voorschoten, Waddinxveen, Wassenaar, Westland, Zoetermeer, Zoeterwoude en Zuidplas.

Karakter”

Artikel 3 Gerechtsdeurwaarderswet luidt (gedeeltelijk): De gerechtsdeurwaarder is bevoegd tot het verrichten van ambtshandelingen op het grondgebied van Nederland. De gerechtsdeurwaarder is niet bevoegd tot het verrichten van ambtshandelingen ten behoeve van of gericht tegen: a. zichzelf, zijn echtgenoot, geregistreerde partner of een persoon met wie hij een duurzame relatie onderhoudt en samenwoont; b. zijn bloed- of aanverwanten, in rechte lijn onbepaald en in de zijlijn tot en met de derde graad; Lid 4. Ambtshandelingen, verricht in strijd met het tweede of derde lid, zijn nietig.

Artikel 3 Burgerlijk Wetboek (Eerste Boek) luidt (gedeeltelijk): De graad van bloedverwantschap wordt bepaald door het getal der geboorten, die de bloedverwantschap hebben veroorzaakt. Hierbij telt een erkenning, een gerechtelijke vaststelling van het ouderschap of een adoptie als een geboorte.

Rechtshulp”

Artikel 13 Verordening beroeps- en gedragsregels gerechtsdeurwaarders luidt: Indien de gerechtsdeurwaarder goede gronden heeft om aan te nemen dat zijn cliënt in aanmerking komt voor gefinancierde rechtsbijstand, wijst hij deze cliënt op de mogelijkheid daartoe

Geweld”

Artikel 444 Wetboek Burgerlijke Rechtsvordering luidt: De deurwaarder heeft ter inbeslagneming toegang tot elke plaats, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is. Indien de deuren gesloten zijn, of de opening daarvan geweigerd wordt, gelijk mede indien geweigerd wordt enige kamer of stuk huisraad te openen, alsmede wanneer bij niet-tegenwoordigheid van de geëxecuteerde er niemand gevonden wordt om hem te vertegenwoordigen, zal de deurwaarder zich vervoegen bij de burgemeester der gemeente in wiens tegenwoordigheid de opening van de deuren en van het huisraad zal worden gedaan voor zover dat redelijkerwijs nodig is. De burgemeester kan zich doen vertegenwoordigen door een ambtenaar van politie die tevens hulpofficier van justitie is. Van de tegenwoordigheid van deze ambtenaar en van hetgeen in zijn bijzijn, uit kracht van dit en de volgende drie artikelen, is verricht, zal melding gemaakt worden in het proces-verbaal van beslag. Bij het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner zijn de artikelen 10 en 11, tweede lid, van de Algemene wet op het binnentreden op het proces-verbaal van beslag van overeenkomstige toepassing. Deze artikelen gelden eveneens in het geval dat na het binnentreden geen beslag wordt gelegd.

Pensioen”

Artikel 52 Gerechtsdeurwaarderswet luidt (gedeeltelijk): De gerechtsdeurwaarder is met ingang van de eerstvolgende maand na het bereiken van de leeftijd van zeventig jaar van rechtswege ontslagen.

IPO, wolvenplan en de provincie

DINSDAG 29 JANUARI 2019 Afgelopen donderdag is het Interprovinciaal wolvenplan vastgesteld. Dat gaat over de wettelijke bescherming die de wolf in Nederland geniet, over de schade die hij kan aanrichten (aan reeën en schapen, aan honden) en de vergoeding en/of preventie van die schade, over de bedreiging die de wolf voor de mens vormt en over de (onwenselijke) kruising tussen wolf en hond (hybridisatie). Wie heeft dit wolvenplan gemaakt?

Beschermen Het zijn de provincies die wettelijk verantwoordelijk zijn voor behoud en herstel van de in het wild levende wolf in ons land, de Canis lupus. Deze diersoort geniet een wettelijke bescherming: hij mag daarom niet gedood of verstoord worden. De provincie mag van dit verbod soms vrijstelling of ontheffing verlenen.

Provincie Elke provincie is daarvoor in eigen gebied verantwoordelijk. Het Interprovinciaal wolvenplan richt zich echter op het hele land. De keuze voor een landelijk plan heeft ermee te maken dat het leefgebied zich meestal niet beperkt tot het gebied van één provincie.

IPO Het Interprovinciaal wolvenplan is vastgesteld door het IPO: IPO is de afkorting voor Interprovinciaal Overleg. Het IPO wil beleidscoördinatie en gemeenschappelijke standpuntbepaling/besluitvorming tussen de provincies stimuleren. Het wolvenplan is daarvan een voorbeeld: het wil richting geven aan gezamenlijke beleidsuitvoering van provinciale taken rondom de wolf en de afzonderlijke provincies de basis bieden om beleid formeel te verankeren in verordeningen of beleidsregels.

Zangvereniging Het IPO is een vereniging volgens het Burgerlijk Wetboek, zoals ook de voetbalvereniging en de zangvereniging privaatrechtelijke verenigingen zijn. Het IPO is geen gemeenschappelijke regeling, want dat is publiekrechtelijk.

Twaalf ledenHet IPO is een vereniging volgens het Burgerlijk Wetboek die aan dezelfde wettelijke eisen moet voldoen als al die andere verenigingen die bij de notaris zijn opgericht. Het IPO zal dus onder anderen leden moeten hebben, een algemene vergadering (de ledenvergadering), een bestuur en statuten. IPO-leden kunnen volgens de statuten alleen maar Nederlandse provincies zijn. Het IPO is dus een vereniging van (en voor) de provincies. Elk van de twaalf provincies is er lid van. Het IPO heeft dus twaalf leden.

Stem Iedere provincie kiest twee personen die namens haar de lidmaatschapsrechten uitoefenen, in de algemene vergadering (ledenvergadering). Elke provincie – groot of klein – heeft dus evenveel vertegenwoordigers. Deze vertegenwoordigers worden gekozen door Provinciale Staten. Vertegenwoordigers moeten zelf ook Statenleden zijn. De algemene vergadering neemt allerlei besluiten. Besluiten worden genomen doordat de vertegenwoordigers hun stem uitbrengen. Elke vertegenwoordiger heeft één stem. Elke provincie – groot of klein – heeft dus evenveel stemmen. Een gewone meerderheid van stemmen is in principe genoeg voor het nemen van een besluit.

Voordracht De algemene vergadering besluit er onder andere over wie in het bestuur van het IPO zitten. Dat bestuur bestaat uit dertien personen. Bestuursleden moeten gedeputeerde of commissaris zijn. Het college van Gedeputeerde Staten van iedere provincie mag voor één bestuurder een voordracht doen. Als de algemene vergadering al die voordrachten overneemt, heeft elke provincie dus haar eigen bestuurslid. De algemene vergadering kan zo’n voordracht alleen weigeren, maar dat kan alleen met minstens twee derden van de uitgebrachte stemmen; bovendien geldt een quorumeis. Het gaat hier dus om bindende voordrachten. Het huidige bestuur is politiek als volgt samengesteld: CDA (4), VVD (3), PvdA (3), D66 (2) en SP (1).

Wolvenplan Het Interprovinciaal wolvenplan is een besluit van het bestuur van het IPO. Het bestuur neemt besluiten met een gewone meerderheid van stemmen. Elk bestuurslid heeft één stem. Het bestuurslid van een grote provincie brengt dus evenveel stemmen uit als het bestuurslid van een kleine provincie. Wat elke bestuurder stemt, is niet openbaar.

Gebonden? Is een provincie juridisch gebonden aan bestuursbesluiten? In de statuten staat dat de provincies in beginsel juridisch gebonden zijn aan cao-afspraken die het bestuur met de vakbonden maakt. Het wolvenplan bevat dit soort afspraken natuurlijk niet. In de statuten staat ook dat de algemene vergadering kan besluiten dat de provincies ook door andere bestuursbesluiten worden gebonden, tenminste voor zover het gaat om privaatrechtelijke rechtshandelingen. Het wolvenplan lijkt niet te gaan over privaatrechtelijke rechtshandelingen. Besluiten van de algemene vergadering zijn trouwens – voor zover ik weet – niet openbaar. Conclusie: provincies zijn juridisch niet op grond van de statuten gebonden aan het Interprovinciaal wolvenplan. Provincies kunnen jegens het IPO alleen verplichtingen hebben als dit uit de statuten volgt.

Ten slotte ”Een wolf is een roofdier, geen knuffel, die met respect behandeld moet worden, maar vormt niet op voorhand een bedreiging voor mensen. Menselijke activiteiten in het buitengebied als wandelen, trimmen, mountainbiken, paardrijden, jagen, vissen, kamperen enzovoort zijn in een wolventerritorium gewoon mogelijk.” Gelukkig maar!

Bronnen:

”Beschermen” en ”Provincie”

Artikel 3.5 Wet natuurbescherming luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Lid 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Lid 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.

Artikel 3.8 luidt (gedeeltelijk): Gedeputeerde staten kunnen ontheffing verlenen van een of meer van de verboden, bedoeld in de artikelen 3.5 (…), ten aanzien van dieren of planten van daarbij aangewezen soorten, dan wel ten aanzien van de voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren van daarbij aangewezen soorten. Provinciale staten kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van een of meer van de verboden, bedoeld in de artikelen 3.5 (..), ten aanzien van dieren of planten van daarbij aangewezen soorten, dan wel ten aanzien van de voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren van daarbij aangewezen soorten. Een ontheffing of een vrijstelling wordt uitsluitend verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a. er bestaat geen andere bevredigende oplossing; b. zij is nodig (..); c. er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.

Bijlage IV onderdeel a van de Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (Habitatrichtlijn) luidt (gedeeltelijk):

DIER- EN PLANTESOORTEN VAN COMMUNAUTAIR BELANG DIE STRIKT MOETEN WORDEN BESCHERMD

a) DIERSOORTEN

GEWERVELDE DIEREN

ZOOGDIEREN

CARNIVORA

Canidae

Canis lupus (uitgezonderd de Spaanse populaties ten noorden van de Duero en de Griekse populaties benoorden de 39e breedtegraad)

”IPO”

Artikel 3 Statuten van het IPO :Statuten december 2017 van het IPO: https://ipo.nl/files/6615/4176/8219/afschrift_akte_statutenwijziging.pdf

”Vereniging”

Artikel 1 van de IPO-statuten:

https://ipo.nl/files/6615/4176/8219/afschrift_akte_statutenwijziging.pdf

Artikel 40 Wet gemeenschappelijke regelingen luidt (gedeeltelijk): Provinciale staten, gedeputeerde staten en de commissarissen van de Koning van twee of meer provincies kunnen afzonderlijk of tezamen, ieder voor zover zij voor de eigen provincie bevoegd zijn, een gemeenschappelijke regeling treffen ter behartiging van een of meer bepaalde belangen van die provincies.

”Twaalf leden”

Artikel 5 van de IPO-statuten: 

https://ipo.nl/files/6615/4176/8219/afschrift_akte_statutenwijziging.pdf

Artikel 27 van het Burgerlijk Wetboek (Tweede Boek) luidt gedeeltelijk: Wordt een vereniging opgericht bij een notariële akte, dan moeten de volgende bepalingen in acht worden genomen. De akte bevat de statuten van de vereniging. De statuten houden in: a. de naam van de vereniging en de gemeente in Nederland waar zij haar zetel heeft; b. het doel van de vereniging; c. de verplichtingen die de leden tegenover de vereniging hebben, of de wijze waarop zodanige verplichtingen kunnen worden opgelegd; d. de wijze van bijeenroeping van de algemene vergadering; e. de wijze van benoeming en ontslag van de bestuurders; f. de bestemming van het batig saldo van de vereniging in geval van ontbinding, of de wijze waarop de bestemming zal worden vastgesteld.

”Stem”

Artikelen 5, 18 en 20 van de IPO-statuten:

https://ipo.nl/files/6615/4176/8219/afschrift_akte_statutenwijziging.pdf

”Voordracht”

Artikel 10 van de IPO-statuten:

https://ipo.nl/files/6615/4176/8219/afschrift_akte_statutenwijziging.pdf

”Wolvenplan”

Artikelen 14 en 20 van de IPO-statuten:

https://ipo.nl/files/6615/4176/8219/afschrift_akte_statutenwijziging.pdf

”Gebonden?”

Artikel 9 van de IPO-statuten:

https://ipo.nl/files/6615/4176/8219/afschrift_akte_statutenwijziging.pdf

Artikel 27 van het Burgerlijk Wetboek (Tweede Boek) luidt gedeeltelijk: Wordt een vereniging opgericht bij een notariële akte, dan moeten de volgende bepalingen in acht worden genomen. De akte bevat de statuten van de vereniging. De statuten houden in: c. de verplichtingen die de leden tegenover de vereniging hebben, of de wijze waarop zodanige verplichtingen kunnen worden opgelegd.

Demonstratievrijheid van Franse Gele hesjes wordt beperkt

VENDREDI LE 25 JANVIER 2019 Op tal van zaterdagen in de afgelopen maanden zijn er in Frankrijk demonstraties geweest van de gele hesjes, les gilets jaunes. Die protesten van mensen die een geel hesje dragen ging op veel plaatsen gepaard met vernielingen, brandstichtingen en geweld tegenover de politie. De Franse Tweede Kamer – Assemblée nationale – heeft deze week een wetsvoorstel in behandeling genomen dat de vrijheid om te betogen (demonstreren) beperkt. Deze bijdrage is op 28 januari aangepast.

Doel van het wetsvoorstel is om gewelddadigheden bij demonstraties te voorkomen en de daders te straffen, prévenir les violences lors des manifestations et à sanctionner leurs auteurs. Diverse maatregelen worden voorgesteld. Bijvoorbeeld om de demonstranten te omringen met politie zodanig dat ze (de demonstranten) geen vernielingen kunnen aanrichten.

Deelnameverbod Een andere maatregel – en alleen daarover gaat mijn verdere bijdrage – die wordt voorgesteld is het opleggen van een verbod aan een of meer mensen om aan een demonstratie deel te gaan nemen, interdire de prendre part à une manifestation. Het is de prefect van het departement waar zal worden gedemonstreerd die dit verbod kan opleggen, want hij is de vertegenwoordiger van de Staat aldaar; en in Parijs is het de politieprefect. Hij mag dit verbod opleggen aan iedereen van wie er een redelijk vermoeden bestaat dat zijn gedrag een ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde, à toute personne à l’égard de laquelle il existe des raisons sérieuses de penser que son comportement constitue une menace d’une particulière gravité pour l’ordre public. De prefect kan het deelnameverbod combineren met een meldplicht.

Contacten Tenminste, als iemand die daarvan wordt verdacht zich  al eens schuldig heeft gemaakt aan bepaalde strafbare feiten of als zoiemand die daarvan wordt verdacht in contact staat met anderen die aanzetten tot of gelegenheid geven tot (of daadwerkelijk plegen van) bepaalde strafbare feiten, et qui appartient à un groupe ou entre en relation de manière régulière avec des individus incitant, facilitant ou participant à la commission de ces mêmes faits.

Welke strafbare feiten Bij die strafbare feiten gaat het dan niet alleen om het bij demonstraties plegen van gewelddadigheden tegen personen, om vernielingen en om vandalisme, des infractions mentionnées aux articles 222-7 à 222-13, 222-14-2, 322-1 à 322-3, 322-6 à 322-10 (..) du code pénal. De prefect mag namelijk ook een verbod opleggen aan mensen mensen van wie wordt vermoed dat hun gedrag een ernstige bedreiging voor de openbare orde is en die contacten onderhouden met anderen die niet anders misdoen dan aanzetten tot of gelegenheid geven tot het zonder vergunning organiseren van een demonstratie, et des infractions mentionnées aux articles 431-9 (..) du code pénal. De burgemeester – le maire – gaat over de vergunningverlening. Dat verbod mag de prefect ook opleggen aan mensen van wie wordt vermoed dat hun gedrag een ernstige bedreiging voor de openbare orde is en die contacten onderhouden met anderen die aanzetten of gelegenheid geven tot een (legale) demonstratie waar een deelnemer een wapen bij zich draagt, et des infractions mentionnées aux articles (..) 431-10 du code pénal.

Kortom: het wetsvoorstel gaat best ver in het beperken van de vrijheid om te demonstreren. Wie ondanks zo’n verbod toch gaat demonstreren, riskeert een gevangenisstraf van een half jaar en een boete. De vrijheid om te protesteren en te betogen valt onder de vrijheid van meningsuiting, en daarmee onder de wettelijke en verdragsrechtelijke bescherming die deze vrijheid geniet. Het is dan ook niet zo vreemd dat zelfs in de fractie van regeringspartij La République En Marche (LREM) kritische geluiden hoorbaar zijn over dit wetsvoorstel, zoals blijkt uit dagblad Le Monde van afgelopen dinsdag.

Regering bepaalt agenda Kamer Het is de Franse regering die het wetsvoorstel op de agenda van de Franse Tweede Kamer heeft geplaatst. In Frankrijk gaat de regering namelijk over een deel van de Kameragenda. In zoverre mag de regering de wetsvoorstellen agenderen waarover de Kamer vervolgens moet debatteren en uiteindelijk stemmen.

Commissie Afgelopen woensdag is het wetsvoorstel over de beperking van de demonstratievrijheid voor het eerst behandeld in de vaste Kamercommissie, la commission des lois constitutionnelles, de la législation et de l’administration générale de la République.

Senaat Zowel de regering als het parlement mogen wetsvoorstellen indienen. Het wetsvoorstel over de beperking van de demonstratievrijheid is geen wetsvoorstel van de regering. Het is een parlementair voorstel – een initiatiefwetsvoorstel – en bovendien is het een initiatief van die andere Kamer in het Franse parlement, Le Sénat. De Franse senaat heeft namelijk – anders dan onze senaat – het recht van initiatief. Initiatiefwetsvoorstellen heten in Frankrijk propositions de loi, regeringswetsvoorstellen heten projets de loi. Het was oppositiepartij Les Républicains die het wetsvoorstel beperking demonstratievrijheid vorig jaar juni indiende. In oktober nam de Sénat het aan. Dat gebeurde trouwens zonder steun van regeringspartij LREM. Maar de LREM-fractie in de Sénat is klein, dit in tegenstelling tot die in de Assemblée nationale waar de fractie over een riante meerderheid beschikt. Vervolgens is het wetsvoorstel naar deze Franse Tweede Kamer gestuurd. Hier lag het een half jaartje op de planken, tot de regering het afgelopen week op de agenda van deze Kamer plaatste. Het parlementaire wetgevingsproces in Frankrijk hoeft dus niet per se van deze Kamer naar Sénat te lopen, maar kan ook – anders dan in ons land – andersom verlopen!

Gele hesjes De timing van agendering is niet zo heel vreemd: het nieuwe jaar heeft geen einde gemaakt aan de vernielingen en schermutselingen bij de demonstraties van de gele hesjes. Overigens: de procedure die het wetsvoorstel in de Sénat doorliep, was vóór hun eerste demonstraties plaatsvonden (dat was in de herfst van vorig jaar).

Assemblée nationale De Kamer mag het wetsvoorstel niet alleen aannemen of verwerpen maar ook amenderen. Dit amendementsrecht komt trouwens ook de Sénat toe, anders dan in Nederland waar de Eerste Kamer dit recht ontbeert. Als de Assemblée nationale het wetsvoorstel inderdaad geamendeerd aanneemt, zal het daarna weer terug worden gestuurd naar de Sénat. Immers, beide Kamers moeten dezelfde wettekst aannemen.

BRONNEN:

Onderstaande Franse wetsbepalingen zijn afkomstig van DILA. Constitution Version consolidée au 8 mars 2018 https://www.legifrance.gouv.fr/Droit-francais/Constitution. Code pénal Version consolidée 25 novembre 2018https://www.legifrance.gouv.fr/affichCode.do?cidTexte=LEGITEXT000006070719. Code de la sécurité intérieure   https://www.legifrance.gouv.fr/affichCode.do?cidTexte=LEGITEXT000025503132&dateTexte=20120618. Onderstaand wetsvoorstel is afkomstig van http://assemblee-nationale.fr/.

”Doel” en ”Deelnameverbod” en ”Contacten”

Artikel 2 van het voorstel PROPOSITION DE LOI visant à prévenir les violences lors des manifestations et à sanctionner leurs auteurs luidt (gedeeltelijk):

La section 1 du chapitre Ier du titre Ier du livre II du code de la sécurité intérieure est complétée par un article L. 211-4-1 ainsi rédigé:

« Art. L. 211-4-1. – Le représentant de l’État dans le département ou, à Paris, le préfet de police peut, par arrêté motivé, interdire de prendre part à une manifestation déclarée ou dont il a connaissance à toute personne à l’égard de laquelle il existe des raisons sérieuses de penser que son comportement constitue une menace d’une particulière gravité pour l’ordre public et qui soit s’est rendue coupable, à l’occasion d’une ou plusieurs manifestations sur la voie publique, des infractions mentionnées aux articles 222-7 à 222-13, 222-14-2, 322-1 à 322-3, 322-6 à 322-10 et 431-9 à 431-10 du code pénal, soit appartient à un groupe ou entre en relation de manière régulière avec des individus incitant, facilitant ou participant à la commission de ces mêmes faits.

« Le représentant de l’État dans le département ou, à Paris, le préfet de police peut imposer, par l’arrêté mentionné au premier alinéa du présent article, à la personne concernée par cette mesure de répondre, au moment de la manifestation, aux convocations de toute autorité ou de toute personne qualifiée qu’il désigne. Cette obligation doit être proportionnée au comportement de la personne.

« L’arrêté précise la manifestation concernée ainsi que l’étendue géographique de l’interdiction, qui doit être proportionnée aux circonstances et qui ne peut excéder les lieux de la manifestation et leurs abords immédiats ni inclure le domicile ou le lieu de travail de la personne intéressée. La durée de l’interdiction ne peut excéder celle de la manifestation concernée.

« L’arrêté est notifié à la personne concernée au plus tard quarante-huit heures avant son entrée en vigueur.

”Kortom”

Artikel 2 van het voorstel PROPOSITION DE LOI visant à prévenir les violences lors des manifestations et à sanctionner leurs auteurs luidt (gedeeltelijk): La section 1 du chapitre Ier du titre Ier du livre II du code de la sécurité intérieure est complétée par un article L. 211-4-1 ainsi rédigé:

« Le fait pour une personne de participer à une manifestation en méconnaissance de l’interdiction prévue au premier alinéa est puni de six mois d’emprisonnement et de 7 500 € d’amende.

« Le fait pour une personne de méconnaître l’obligation mentionnée au deuxième alinéa est puni de trois mois d’emprisonnement et de 3 750 € d’amende. »

Article 431-9 van de Code pénal luidt (gedeeltelijk): Est puni de six mois d’emprisonnement et de 7 500 euros d’amende le fait: 1° D’avoir organisé une manifestation sur la voie publique n’ayant pas fait l’objet d’une déclaration préalable dans les conditions fixées par la loi ;

Article 431-10 luidt: Le fait de participer à une manifestation ou à une réunion publique en étant porteur d’une arme est puni de trois ans d’emprisonnement et de 45 000 euros d’amende.

”Welke strafbare feiten”

Artikel L211-1 Code de la securite interieure luidt (gedeeltelijk): Sont soumis à l’obligation d’une déclaration préalable tous cortèges, défilés et rassemblements de personnes, et, d’une façon générale, toutes manifestations sur la voie publique.
Toutefois, sont dispensées de cette déclaration les sorties sur la voie publique conformes aux usages locaux.

Artikel L211-2 luidt: La déclaration est faite à la mairie de la commune ou aux mairies des différentes communes sur le territoire desquelles la manifestation doit avoir lieu, trois jours francs au moins et quinze jours francs au plus avant la date de la manifestation.

”Regering bepaalt agenda Kamer”

Artikel 48 van de Constitution luidt (gedeeltelijk): (..) l’ordre du jour est fixé par chaque assemblée. Deux semaines de séance sur quatre sont réservées par priorité, et dans l’ordre que le Gouvernement a fixé, à l’examen des textes et aux débats dont il demande l’inscription à l’ordre du jour.

”Commissie”

Artikel 43 Constitution luidt (gedeeltelijk): Les projets et propositions de loi sont envoyés pour examen à l’une des commissions permanentes dont le nombre est limité à huit dans chaque assemblée.

”Senaat”

Artikel 39 Constitution luidt (gedeeltelijk): L’initiative des lois appartient concurremment au Premier ministre et aux membres du Parlement.

Artikel 24 luidt (gedeeltelijk): Le Parlement vote la loi. Il contrôle l’action du Gouvernement. Il évalue les politiques publiques. Il comprend l’Assemblée nationale et le Sénat.

”Assemblée nationale”

Artikel 44 luidt (gedeeltelijk): Les membres du Parlement et le Gouvernement ont le droit d’amendement.

Artikel 45 luidt (gedeeltelijk): Tout projet ou proposition de loi est examiné successivement dans les deux Assemblées du Parlement en vue de l’adoption d’un texte identique.

De visumplichtige cineast op het IFFR

WOENSDAG 23 JANUARI 2019 Vandaag is het International Film Festival Rotterdam (IFFR) begonnen. Het filmfestival dat films uit de hele wereld vertoont, is er niet alleen voor het publiek, maar ook voor de makers.Vorige week stond een groot interview in de krant met de artistiek directeur, Bero Beyer. Beyer zegt daarin dat cineasten van wie de film zijn (internationale) première beleeft op het festival, een officiële uitnodiging ontvangen om daarbij aanwezig te zijn. Sommige genodigden kunnen Nederland evenwel niet binnenkomen zonder een visum. Wat is een visum? En wat zijn de visumregels?

Visum Het visum waar het hierover gaat, geeft toegang tot Nederland en daarna recht op kort verblijf in ons land. Men komt er dus mee langs de douane en mag vervolgens korte tijd ons land bezoeken.

Sticker Het visum moet worden aangevraagd bij het consulaat in het land waar de aanvrager woont. Als daar geen Nederlands consulaat is, dan kan het meestal bij het consulaat van een ander EU-land worden aangevraagd. In uitzonderlijke gevallen kan een aanvraag ook aan de grens gebeuren. De afgifte van het visum blijkt uit een (ingevulde) sticker die in het paspoort wordt geplakt.

Doel Uiteraard kan een visum ook worden geweigerd, bijvoorbeeld als de aanvrager het doel en de omstandigheden van zijn verblijf in Nederland niet genoeg heeft aangetoond. Dat doel moet uit documenten blijken. Het doel van een filmmaker die het IFFR wil bezoeken kan bijvoorbeeld blijken uit een officiële uitnodiging van het IFFR. Men mag hier ook komen voor een heel ander doel, bijvoorbeeld een zakenreis. Of een toeristisch doel, zoals een bezoek aan de Keukenhof.

Duur Het visum wordt voor hooguit drie maanden (90 dagen) verleend, maar het kan ook voor een (veel) kortere periode worden verleend.

Paspoort Een visum is nodig maar niet voldoende voor een kort verblijf hier te lande. Men heeft daarvoor bijvoorbeeld ook een geldig paspoort nodig. Het paspoort wordt afgegeven door het land waarvan men de nationaliteit heeft.

EU Bovenstaande regels voor het visum zijn regels van de EU. De EU heeft deze regels gemaakt. Ze zijn gedeeltelijk overigens wel terug te vinden in nationale regels. Diezelfde EU-regels gelden ook in de meeste andere EU-landen. Ze gelden in alle EU-landen die deel uitmaken van de zogenaamde Schengenzone, zoals Duitsland, België en Frankrijk. Groot-Brittannië en Ierland maken geen deel uit van de Schengenzone. Zij kunnen dus hun eigen visumregels maken.

Visumplichtige landen Niet elke buitenlandse bezoeker van ons land (of een ander Schengenland) heeft een visum nodig. Uiteraard is er geen visumplicht voor mensen met de nationaliteit van een ander Schengenland en evenmin voor Britten en Ieren. Er zijn echter nog veel meer landen waarvoor geen visumplicht geldt. Zo hebben ook Amerikanen (VS), Canadezen, Australiërs en Nieuw-Zeelanders geen visum nodig voor een kort verblijf aan ons land. Datzelfde geldt voor mensen met de nationaliteit van Bosnië-Herzegovina, Servië, Oekraïne, Japan of Singapore. Russen zijn wel visumplichtig. Ook Chinezen, Indonesiërs, Surinamers, (mensen met de nationaliteit van) Papoea-Nieuw-Guinea, Zuid-Afrikanen, Marokkanen en Turken zijn dat. De geïnterviewde artistiek directeur van het IFFR vertelde over een Bengaalse cineast; ook voor hem geldt een visumplicht.

Olympische Spelen Voor landen die de Olympische Spelen (of de Paralympische Spelen) organiseren, gelden andere regels. Dat zijn soepelere regels. Deelnemers aan de Spelen kunnen gemakkelijker een visum krijgen. Frankrijk zal deze soepelere regels moeten toepassen in 2024, als het de Olympische Zomerspelen organiseert. Ik weet niet welke regels Groot-Brittannië in 2012 heeft gehanteerd; de EU-visumregels golden hier in elk geval niet.

BRONNEN:

”Visum”

Artikel 1a Vreemdelingenwet luidt (gedeeltelijk): visum: elk der visa voor toegang tot Nederland met het oog op verblijf van niet langer dan 90 dagen, afgegeven door of vanwege een bevoegde autoriteit als bedoeld in een bindend besluit van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, alsmede de onder b en c bedoelde visa.

”Sticker”

Artikel 6 van de VERORDENING (EG) Nr. 810/2009 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 13 juli 2009 tot vaststelling van een gemeenschappelijke visumcode (Visumcode) luidt (gedeeltelijk): Een aanvraag wordt onderzocht en er wordt over beslist door het consulaat van de bevoegde lidstaat in het ambtsgebied waarvan de aanvrager legaal woonachtig is.

Artikel 8 luidt (gedeeltelijk): Een lidstaat kan ermee instemmen een andere lidstaat die op grond van artikel 5 bevoegd is, te vertegenwoordigen voor het onderzoeken van aanvragen voor en de afgifte van visa namens die lidstaat.

Artikel 35 luidt (gedeeltelijk): In uitzonderlijke gevallen kan een visum aan een grensdoorlaatpost worden afgegeven indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

Artikel 20 luidt (gedeeltelijk): Indien een aanvraag ontvankelijk is, stempelt het bevoegde consulaat het reisdocument van de aanvrager af. Het stempel komt overeen met het model als omschreven in bijlage III en wordt in overeenstemming met de bepalingen van die bijlage aangebracht.

Artikel 27 luidt : Bij het invullen van de visumsticker worden de verplichte vermeldingen als omschreven in bijlage VII ingevuld en wordt tevens het machineleesbare gedeelte ingevuld dat wordt omschreven in ICAO-document 9303, deel 2.

Artikel 29 luidt (gedeeltelijk): De geprinte visumsticker met de gegevens als bedoeld in artikel 27 en bijlage VII wordt in het reisdocument aangebracht overeenkomstig de voorschriften van bijlage VIII.

”Doel”

Artikel 32 van de Visumcode luidt (gedeeltelijk): (…) wordt een visum geweigerd: a) indien de aanvrager: i) een vals, nagemaakt of vervalst reisdocument heeft overgelegd; ii) het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf niet heeft aangetoond; (..)

Artikel 14 luidt (gedeeltelijk): Van aanvragers van een (..) visum wordt verlangd dat zij het volgende verstrekken:

a) documenten waaruit het doel van de reis blijkt; (..)

Bijlage II van de Visumcode luidt (gedeeltelijk): De in artikel 14 bedoelde bewijsstukken die door visumaanvragers dienen te worden verstrekt, kunnen onder meer zijn:

A. DOCUMENTEN WAARUIT HET DOEL VAN DE REIS BLIJKT

4. voor reizen met het oog op politieke, wetenschappelijke, culturele, sportieve of religieuze evenementen of om andere redenen:

uitnodigingen, toegangsbewijzen, inschrijvingen of programma’s, (zo mogelijk) met vermelding van de naam van de uitnodigende instantie en de duur van het verblijf dan wel enig ander geschikt document waaruit het doel van het bezoek blijkt;

Bijlage II luidt (gedeeltelijk): De in artikel 14 bedoelde bewijsstukken die door visumaanvragers dienen te worden verstrekt, kunnen onder meer zijn:

A. DOCUMENTEN WAARUIT HET DOEL VAN DE REIS BLIJKT

1. bij zakenreizen: (..)

3. voor reizen in het kader van toerisme of met een privékarakter: (..)

”Duur”

Artikel 1a van de Vreemdelingenwet luidt (gedeeltelijk): visum: elk der visa voor toegang tot Nederland met het oog op verblijf van niet langer dan 90 dagen, afgegeven door of vanwege een bevoegde autoriteit als bedoeld in een bindend besluit van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, alsmede de onder b en c bedoelde visa.

”Paspoort”

Artikel 6 van de VERORDENING (EU) 2016/399 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) luidt (gedeeltelijk): Voor een voorgenomen verblijf op het grondgebied van de lidstaten van ten hoogste 90 dagen binnen een periode van 180 dagen, waarbij voor iedere dag van het verblijf de 180 voorafgaande dagen in aanmerking worden genomen, gelden voor onderdanen van derde landen de volgende toegangsvoorwaarden:

a) in het bezit zijn van een geldig reisdocument of van een document dat de houder recht geeft op grensoverschrijding en dat aan de volgende criteria voldoet:

i) het is geldig tot minstens drie maanden na de voorgenomen datum van vertrek uit het grondgebied van de lidstaten. In gemotiveerde spoedeisende gevallen mag echter van deze verplichting worden afgezien;

ii) het is afgegeven in de voorafgaande tien jaar;

”Visumplichtige landen”

Artikel 4 van de VERORDENING (EU) 2018/1806 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 14 november 2018 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld luidt (gedeeltelijk): De onderdanen van de in de lijst van bijlage II opgenomen derde landen zijn van de in artikel 3, lid 1, bedoelde visumplicht vrijgesteld voor een verblijf van maximaal 90 dagen binnen een periode van 180 dagen.

BIJLAGE II LIJST VAN DERDE LANDEN WAARVAN DE ONDERDANEN BIJ OVERSCHRIJDING VAN DE BUITENGRENZEN VAN DE LIDSTATEN VAN DE VISUMPLICHT ZIJN VRIJGESTELD VOOR EEN VERBLIJF VAN MAXIMAAL 90 DAGEN BINNEN EEN PERIODE VAN 180 DAGEN luidt (gedeeltelijk):

Australië

Bosnië-Herzegovina

Canada

Japan

Mexico

Nieuw-Zeeland

Servië

Singapore

Oekraïne

Verenigde Staten

Heilige Stoel

Venezuela

Artikel 3 luidt (gedeeltelijk): De onderdanen van de in de lijst van bijlage I opgenomen derde landen dienen bij overschrijding van de buitengrenzen van de lidstaten in het bezit te zijn van een visum.

BIJLAGE I LIJST VAN DERDE LANDEN WAARVAN DE ONDERDANEN BIJ OVERSCHRIJDING VAN DE BUITENGRENZEN VAN DE LIDSTATEN IN HET BEZIT MOETEN ZIJN VAN EEN VISUM luidt (gedeeltelijk):

Bangladesh

China

Indonesië

Papoea-Nieuw-Guinea

Marokko

Rusland

Suriname

Turkije

Zuid-Afrika

”Olympische Spelen”

Artikel 49 van de Visumcode luidt: Lidstaten die optreden als gastland voor de Olympische of de Paralympische Spelen passen de bijzondere procedures en voorwaarden van bijlage XI toe, die de afgifte van visa vergemakkelijken.

Energiecoöperatie Betuwewind

MAANDAG 21 JANUARI 2019 Vorige week stond er een interview in de krant met de voorzitter van energiecoöperatie Betuwewind. Het interview ging over problemen met de energietransitie in Nederland, zoals dat sommige regionale netbeheerders onvoldoende capaciteit hebben om alle lokale initiatieven voor teruggeleverde stroom uit zonneweiden en windparken af te nemen (zie https://staatsrechtpraktijk.nl/?p=609). Wat doet energiecoöperatie Betuwewind en hoe is het (juridisch) ingericht?

Burgerwind Energiecoöperatie Burgerwind – dat is de officiële naam – gaat zeven windmolens bouwen in (de buurt van) het Gelderse Geldermalsen. De molens gaan naar verwachting eind dit jaar stroom leveren. Overigens is Geldermalsen sinds begin dit jaar deel gaan uitmaken van de nieuwe gemeente West Betuwe.

Coöperatie Burgerwind is een coöperatie. Dat is een vereniging. De coöperatie heeft als elke vereniging leden. Burgerwind heeft 900 leden. Een coöperatie is een bijzondere vereniging. Het heeft namelijk een bedrijf dat met elk lid een overeenkomst sluit en op die manier voorziet in een stoffelijke behoefte van hen. De stoffelijke behoefte waarin Burgerwind voorziet bij haar leden is het leveren van door de molens opgewekte windenergie. De eventuele winst wordt onder de leden verdeeld.

Lenen De overeenkomst die Burgerwind met leden tekent, is een overeenkomst van geldlening: een lid leent (aan) Burgerwind minstens 50 euro en ontvangt daarover (van Burgerwind) jaarlijks een rentevergoeding. Leden mogen ook (veel) meer dan 50 euro lenen, al dan niet verspreid over een langere periode. De rentevergoeding is een bepaald percentage van het geleende bedrag. Dat kan nul zijn: geen rentevergoeding dat jaar dan!

Leden Zowel particulieren als ondernemingen kunnen lid worden. Het bestuur beslist over hun aanvraag. Dit zijn de leden die spreekrecht én stemrecht hebben in de algemene vergadering. Elk van hen heeft één stem, ongeacht het geleende bedrag; of een lid 5.000 euro of 50 euro heeft geleend, hij heeft maar één stem.

ALV Leden oefenen hun stemrecht uit in de algemene vergadering, de ALV. Besluiten worden genomen met een gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Er geldt geen quorumeis. Voldoende is dat van de aanwezige leden de helft plus een vóór een voorstel stemt. De algemene vergadering besluit bijvoorbeeld wat het te vergoeden rentepercentage is van het voorbije jaar. Ook mag het voor de toekomst een maximum leenbedrag per lid instellen. Het besluit tevens over het geleende bedrag dat op korte termijn gaat worden afgelost. Én natuurlijk kiest en benoemt het het bestuur van de coöperatie. Bestuursleden moeten lid zijn. Het bestuur doet de ALV voorstellen voor het te vergoeden rentepercentage en voor het bedrag dat gaat worden afgelost.

B.A. Leden van een coöperatie zijn op grond van het Burgerlijk Wetboek aansprakelijk voor de eventuele financiële tekorten van de coöperatie. Zij kunnen na faillissement worden aangesproken om de resterende schulden uit hun privégelden te voldoen. Ze lopen dus niet alleen het risico dat ze hun lening niet terugkrijgen! Deze privé-aansprakelijkheid is in beginsel onbeperkt. Echter, in de statuten van de coöperatie kan ze worden beperkt. De leden mogen daarop t.z.t. bij faillissement een beroep doen, mits in de naam van de coöperatie de letters B.A. voorkomen. Dat is de afkorting voor beperkte aansprakelijkheid. Burgerwind heeft de ledenaansprakelijkheid statutair beperkt én haar officiële naam is Burgerwindcoöperatie West-Betuwe B.A. Particulieren zijn statutair aansprakelijk tot 1.000 euro en ondernemingen zijn het tot 10.000 euro. Het maakt daarbij niet uit hoeveel een particulier (of onderneming) heeft geleend: de aansprakelijkheid is altijd tot 1.000 euro (of 10.000 euro).

BRONNEN:

”Coöperatie ”

Artikel 53 van het Burgerlijk Wetboek (Tweede Boek) luidt (gedeeltelijk): De coöperatie is een bij notariële akte als coöperatie opgerichte vereniging. Zij moet zich blijkens de statuten ten doel stellen in bepaalde stoffelijke behoeften van haar leden te voorzien krachtens overeenkomsten, anders dan van verzekering, met hen gesloten in het bedrijf dat zij te dien einde te hunnen behoeve uitoefent of doet uitoefenen.

Zie verder artikel 2.3 van de Statuten van de Burgerwindcoöperatie West-Betuwe.

”Lenen”

Zie artikelen 1 en 2 van het Leningreglement van de Burgerwindcoöperatie West-Betuwe.

‘Leden”

Zie artikelen 4.1 en 4.3 en 4.4 en 16.1 van de Statuten van de Burgerwindcoöperatie West-Betuwe.

”ALV”

Zie artikelen 1 en 2 en 3 en 4 en 7 en 8 en 9 en 10 en 12 van het Leningreglement van de Burgerwindcoöperatie West-Betuwe.

Zie artikel 16.3 van de Statuten van de Burgerwindcoöperatie West-Betuwe..

Artikel 37 van het Burgerlijk Wetboek (Tweede Boek) luidt (gedeeltelijk): Het bestuur wordt uit de leden benoemd, De statuten kunnen echter bepalen dat bestuurders ook buiten de leden kunnen worden benoemd.

Artikel 53a luidt (gedeeltelijk): De bepalingen van de vorige titel zijn (..) op de coöperatie van toepassing, voor zover daarvan in deze titel niet wordt afgeweken.

Zie verder artikel 10 van de Burgerwindcoöperatie West-Betuwe.

”B.A.”

Artikel 55 van het Burgerlijk Wetboek (Tweede Boek) luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Zij die bij de ontbinding leden waren, of minder dan een jaar te voren hebben opgehouden leden te zijn, zijn tegenover de rechtspersoon naar de in de statuten aangegeven maatstaf voor een tekort aansprakelijk; wordt een coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij ontbonden door haar insolventie nadat zij in staat van faillissement is verklaard, dan wordt de termijn van een jaar niet van de dag der ontbinding, maar van de dag der faillietverklaring gerekend. De statuten kunnen een langere termijn dan een jaar vaststellen. Lid 2. Bevatten de statuten niet een maatstaf voor ieders aansprakelijkheid, dan zijn allen voor gelijke delen aansprakelijk. Lid 3. Kan op een of meer van de leden of oud-leden het bedrag van zijn aandeel in het tekort niet worden verhaald, dan zijn voor het ontbrekende de overige leden en oud-leden, ieder naar evenredigheid van zijn aandeel, aansprakelijk. Deze aansprakelijkheid bestaat ook, indien de vereffenaars afzien van verhaal op een of meer leden of oud-leden, op grond dat door de uitoefening van het verhaalsrecht een bate voor de boedel niet zou worden verkregen. Indien de vereffening geschiedt onder toezicht van personen, door de wet met dat toezicht belast, kunnen de vereffenaars van dat verhaal slechts afzien met machtiging van deze personen.

Artikel 56 luidt (gedeeltelijk): Een coöperatie of een onderlinge waarborgmaatschappij kan in afwijking van het in het vorige artikel bepaalde in haar statuten iedere verplichting van haar leden of oud-leden om in een tekort bij te dragen, uitsluiten of tot een maximum beperken. De leden kunnen hierop slechts een beroep doen, indien de rechtspersoon aan het slot van zijn naam in het eerste geval de letters U.A. (uitsluiting van aansprakelijkheid), en in het tweede geval de letters B.A. (beperkte aansprakelijkheid) heeft geplaatst. Een rechtspersoon waarop de eerste zin niet is toegepast, plaatst de letters W.A. (wettelijke aansprakelijkheid) aan het slot van zijn naam.

Zie verder artikelen 1.1 en 9.1 en 9.3 van de Statuten van de Burgerwindcoöperatie West-Betuwe: De Coöperatie draagt de naam: Burgerwindcoöperatie West-Betuwe B.A.

Statuten

https://www.betuwewind.nl/wp-content/uploads/2018/04/20180404-Statuten-BBC-W-B-B.A.-publiek-.pdf

Leningreglement

https://www.betuwewind.nl/wp-content/uploads/2018/05/Leenreglement-BWCWB-ALV-20180220-1.pdf

Jeremy Corbyn’s motie van wantrouwen

WOENSDAG 16 JANUARI 2019 Gisterenavond heeft het Britse lagerhuis May’s Brexit-deal weggevaagd. Even later diende Jeremy Corbyn een motie van wantrouwen in. Die wordt vandaag in stemming gebracht. Wat is een Britse motie van wantrouwen?

House of Commons Het voltallige Britse Lagerhuis bestaat uit 650 leden, Members of Parliament (MP’s) geheten. De zittingsduur is vijf jaar. De huidige zittingsperiode loopt af in mei 2020.

Mays Brexit-deal 432 MP’s stemden gisterenavond rond half acht tégen de European Union Withdrawal Act; 202 MP’s stemden vóór. Met deze 432 Noes en 202 Ayes is Mays Brexit-deal verworpen.

Motie van wantrouwen Jeremy Corbyn – fractieleider van de Labour Party en Leader of the Opposition – diende enkele minuten na de stemming een motie van wantrouwen in. Stemming over de motie staat vandaag op de agenda. Bij mijn weten is er nog niet gestemd.

Gevolg Het aannemen van een motie van wantrouwen leidt altijd tot vervroegde verkiezingen voor het Lagerhuis; daarna wordt een nieuw kabinet gevormd. In Nederland leidt het aannemen van een motie van wantrouwen meestal niet tot vervroegde verkiezingen, ook niet als de aangenomen motie gevolgen heeft voor het hele kabinet. Het leidt er dan toe dat het kabinet ontslag aanbiedt aan de Koning (en demissionair wordt).

Niet één maar twee Een Britse motie van wantrouwen – motion of no confidence – komt voor in twee soorten, met verschillende consequenties. De consequentie van het aannemen van de ene motie – ik noem hem gemakshalve motie A – is dat er zonder meer vervroegde verkiezingen worden gehouden. De consequentie van de andere motie – gemakshalve hier motie B genoemd – is dat hij kan worden overruled, namelijk als binnen twee weken een motie van vertrouwen wordt aangenomen (motion of confidence). Vervroegde verkiezingen blijven dan uit; dan leidt de eerder aangenomen motie van wantrouwen (motion of no confidence) toch niet tot vervroegde verkiezingen! Voor het aannemen van motie A is een gekwalificeerde meerderheid nodig: minstens 434 Lagerhuisleden (van de 650) moeten altijd vóór stemmen. Voor het aannemen van motie B voldoet een gewone meerderheid: slechts 326 Lagerhuisleden hoeven vóór te stemmen en dat mogen er zelfs nog minder zijn als niet alle Lagerhuisleden stemmen.

Woorden Hoe is duidelijk wat voor motie van wantrouwen is ingediend: motie A of motie B? Welnu, dat wordt duidelijk aan de hand van de formulering. In motie A moet staan That there shall be an early parliamentary general election. In motie B moet staan That this House has no confidence in Her Majesty’s government.

Corbyn’s motie van wantrouwen De motie van wantrouwen die Jeremy Corbyn gisteren heeft ingediend en waarover dus vandaag wordt gestemd is een motie B. Oppositieleider Corbyn zei gisteren namelijk tegen de Kamervoorzitter: Mr Speaker, that I have now tabled a motion of no confidence in this Government. Voor het aannemen ervan voldoet een gewone meerderheid. Als deze motion of no confidence vandaag wordt aangenomen, kan hij tot eind januari worden overruled door een motion of confidence als die wordt aangenomen. Als Corbyn de andere motie van wantrouwen zou hebben ingediend – door mij motie A genoemd – waren minstens 434 vóór stemmers nodig. May’s Brexit-deal is gisteren afgewezen door 432 Lagerhuisleden, terwijl het Lagerhuis niet voltallig (aanwezig) was. Dat zijn er weliswaar slechts twee minder, maar een stem uitgebracht tegen of voor May’s Brexit-deal betekent niet automatisch een stem uitbrengen voor respectievelijk tegen Corbyn’s motie van wantrouwen.

BRONNEN:

”House of Commons”

Artikel 1 van de Fixed-term Parliaments Act 2011 luidt (gedeeltelijk): The polling day for the next parliamentary general election after the passing of this Act is to be 7 May 2015. The polling day for each subsequent parliamentary general election is to be the first Thursday in May in the fifth calendar year following that in which the polling day for the previous parliamentary general election fell.

”Motie van wantrouwen”

Voorlopig verslag van de zitting van het Lagerhuis van 15 januari 2019:

https://hansard.parliament.uk/Commons/2019-01-15/debates/2504FA7B-45BE-423D-8971-E451EF0594A9/EuropeanUnion(Withdrawal)Act

”Gevolg”, ”Niet een maar twee” en ”woorden”

Artikel 2 van de Fixed-term Parliaments Act 2011 luidt (gedeeltelijk): (Section 1) Early parliamentary general elections

(Subsection 1)An early parliamentary general election is to take place if—

(a) the House of Commons passes a motion in the form set out in subsection (2), and

(b) if the motion is passed on a division, the number of members who vote in favour of the motion is a number equal to or greater than two thirds of the number of seats in the House (including vacant seats).

(Subsection 2)The form of motion for the purposes of subsection (1)(a) is—

That there shall be an early parliamentary general election.”

(Subsection 3) An early parliamentary general election is also to take place if—

(a) the House of Commons passes a motion in the form set out in subsection (4), and

(b) the period of 14 days after the day on which that motion is passed ends without the House passing a motion in the form set out in subsection (5).

(Subsection 4)The form of motion for the purposes of subsection (3)(a) is—

That this House has no confidence in Her Majesty’s Government.”

(Subsection 5)The form of motion for the purposes of subsection (3)(b) is—

That this House has confidence in Her Majesty’s Government.”

(Subsection 7) If a parliamentary general election is to take place as provided for by subsection (1) or (3), the polling day for the election is to be the day appointed by Her Majesty by proclamation on the recommendation of the Prime Minister (and, accordingly, the appointed day replaces the day which would otherwise have been the polling day for the next election determined under section 1).

Artikel 3 luidt (gedeeltelijk): (Section 1) The Parliament then in existence dissolves at the beginning of the 17th working day before the polling day for the next parliamentary general election as determined under section 1 or appointed under section 2(7). (Section 2) Parliament cannot otherwise be dissolved.

”Corbyn’s motie van wantrouwen”

Uit het voorlopig verslag van de zitting van 15 januari 2019: Jeremy Corbyn: The Prime Minister’s governing principle of delay and denial has reached the end of the line. She cannot seriously believe that after two years of failure, she is capable of negotiating a good deal for the people of this country. The most important issue facing us is that the Government have lost the confidence of this House and this country. I therefore inform you, Mr Speaker, that I have now tabled a motion of no confidence in this Government, and I am pleased that that motion will be debated tomorrow so that this House can give its verdict on the sheer incompetence of this Government and pass that motion of no confidence in the Government.