VRIJDAG 30 OKTOBER 2026 Vorige week heeft de rechter uitspraak gedaan over wat het Rotterdams gemeenteraadslid Kevin van Eijkeren in een uitzending van Radio Rijnmond heeft gezegd over de ondernemer van het onlangs geopende Rotterdamse pretpark Spelen bij Beelen (Wim Beelen). Beelen had Van Eijkeren voor de rechter gedaagd en rectificatie van zijn uitlatingen geëist, omdat ze voor hem o.a. aantasting van zijn eer en goede naam waren. Op dinsdag stelde de Rotterdamse rechtbank Beelen in het gelijk, maar op vrijdag gaf het Haagse gerechtshof hem ongelijk. Had Beelen Van Eijkeren ook voor de rechter kunnen dagen als Van Eijkeren zijn uitspraken in een raadsvergadering had gedaan?
ONRECHTMATIGE DAAD Beide rechterlijke uitspraken waren gisterenochtend nog niet gepubliceerd, maar ik neem aan dat Beelen zijn eis bij de rechter heeft gebaseerd op onrechtmatige daad, want aantasting van eer en goede naam is civielrechtelijk een onrechtmatige daad in de zin van artikel 162 van het Burgerlijk Wetboek (Boek 6). Als een burger (Beelen) een andere burger (Van Eijkeren) terecht aanspreekt op grond van artikel 162, dan kan sprake zijn van civielrechtelijke aansprakelijkheid van die andere burger. Hadden de uitlatingen van Van Eijkeren ook tot civielrechtelijke aansprakelijkheid kunnen leiden als hij ze alleen maar in een raadsvergadering had gedaan?
IMMUNITEIT Nee. Artikel 22 van de Gemeentewet sluit dat namelijk uit. Daarin staat namelijk voor zover hier relevant: (Gemeenteraadsleden) kunnen niet in rechte worden vervolgd of aangesproken voor hetgeen zij in de vergadering van de raad hebben gezegd. Met de woorden ‘niet in rechte worden aangesproken’ wordt tot uitdrukking gebracht dat raadsleden niet civielrechtelijk aansprakelijk kunnen zijn voor wat zij in een raadsvergadering hebben gezegd. Met de woorden ‘niet in rechte worden vervolgd’ wordt tot uitdrukking gebracht dat raadsleden daarvoor evenmin strafrechtelijk aansprakelijk kunnen zijn. Aantasting van eer en goede naam kan namelijk ook strafbaar zijn volgens het Wetboek van Strafrecht, zie de artikelen 261 (smaad) en 266 (eenvoudige belediging). Deze uitsluiting van civielrechtelijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid wordt immuniteit genoemd.
GEMEENTEWET Gemeenteraadsleden hebben niet alleen immuniteit voor wat ze hebben gezegd in een raadsvergadering, maar ook voor wat ze aan de raad schriftelijk hebben overgelegd, zie artikel 22 Gemeentewet. Bovendien hebben ze in beginsel ook immuniteit voor wat ze hebben gezegd in een commissievergadering van de raad of schriftelijk hebben overgelegd aan zo’n commissie, zie artikelen 82 en 83 Gemeentewet. Het moet dan wel gaan om raadscommissies die een bestuurscommissie zijn of om raadscommissies waarin besluitvorming van de raad wordt voorbereid, zie hiervoor ook artikel 84 Gemeentewet.
RvO Deze immuniteit van gemeenteraadsleden betekent echter niet dat beledigende uitlatingen die mondeling zijn gedaan in een vergadering of die schriftelijk zijn gedaan aan raad of commissie altijd zonder gevolgen zijn voor het gemeenteraadslid in kwestie. Dat hangt namelijk van de voorzitter van de vergadering en van het reglement van orde af. Elke gemeenteraad moet een reglement van orde hebben vastgesteld voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden, zie artikel 16 Gemeentewet. Ook de gemeenteraad van Rotterdam heeft dat gedaan en daarin staat bijvoorbeeld dat de voorzitter van een vergadering de spreker tot de orde roept als deze beledigende uitdrukkingen gebruikt, en dat wanneer de spreker desondanks daarmee doorgaat de voorzitter hem (of haar) het woord ontneemt, zie artikel 41 Reglement van Orde voor de vergaderingen van de raad 2025 (afgekort tot RVO). Voorzitter van een raadsvergadering is meestal de burgemeester.
PLAATSELIJK Terug naar de immuniteit. De immuniteit van raadsleden is beperkt naar plaats: het reikt niet verder dan de vergaderingen van raad en raadscommissie en wat schriftelijk daaraan wordt overlegd. De immuniteit van raadsleden is dus een plaatselijke immuniteit. De immuniteit van raadsleden is dus geen persoonlijke immuniteit in de zin dat het overal geldt. Het geldt bijvoorbeeld niet in een interview met een krant of met een radiostation, in een podcast, tijdens een toespraak op een partijbijeenkomst of een verkiezingsbijeenkomst, op de eigen website. Ook al zegt of schrijft het raadslid daar iets dat nauw verband houdt met zijn of haar raadslidmaatschap. De immuniteit geldt daar niet.
CONCLUSIE De uitlatingen van het Rotterdams gemeenteraadslid Van Eijkeren over de ondernemer Beelen werden gedaan in een interview met Radio Rijnmond. De immuniteit van de artikelen 22, 82 en 83 van de Gemeentewet gelden daar niet. Ook al hielden de uitlatingen nauw verband met zijn raadslidmaatschap. Uiteraard geldt de vrijheid van meningsuiting (zoals bijvoorbeeld vastgelegd in artikel 7 Grondwet) daar wel, maar dat grondrecht heeft in dit verband een minder absolute werking dan de immuniteit uit de Gemeentewet. Als Van Eijkeren zijn uitlatingen over Beelen alleen in een raadsvergadering zou hebben gedaan, dan had Beelen Van Eijkeren niet voor de rechter kunnen dagen, omdat artikel 22 Gemeentewet dan van toepassing was geweest.
BRONNEN Naast Grondwet, Gemeentewet en Reglement van Orde voor de vergaderingen van de raad 2025 zijn geraadpleegd A.J. Nieuwenhuis, Tussen grondrechtelijke vrijheid en parlementaire onschendbaarheid: de vrijheid van meningsuiting van de parlementariër, Tijdschrift voor Constitutioneel Recht, nummer 1, 2010, bladzijden 4 e.v.; J.A. Peters, Immuniteit ook buiten het parlementair debat, Tijdschrift voor Constitutioneel Recht, nummer 2, 2010 bladzijden 327 e.v.: E.C.M. Jurgens, Een gedurfde stelling, Tijdschrift voor Constitutioneel Recht, nummer 2, 2010, bladzijden 322 e.v. en 331; Jip Stam, Mogen ze nu meer of minder zeggen? Over de wankele positie van volksvertegenwoordigers met betrekking tot de vrijheid van meningsuiting, Ars Aequi, juni 2020, bladzijden 524 e.v.; uitspraak van de Hoge Raad van 24 juni 1983, te vinden op rechtspraak.nl (ECLI:NL:HR:1983:AD2221), P.P.T. Bovend’eert, Tekst en Commentaar Grondwet en Statuut, artikel 71 Grondwet.
Mr. Leon
Volgende blogbijdrage op vrijdag 13 (!) november.