Minister Eelco Heinen

VRIJDAG 20 MAART 2026 Minister van Financiën Eelco Heinen verklaarde op woensdag 25 februari jl – twee dagen na de installatie van het kabinet Jetten – tegenover de pers dat het wetsvoorstel voor de nieuwe Box 3-wet ‘terug moet naar de tekentafel’. Dit wetsvoorstel was half februari door de Tweede Kamer aangenomen en vervolgens naar de Eerste Kamer gestuurd. Die persverklaring van minister Heinen (VVD) was niet alleen een daad waarmee hij ‘zijn staatssecretaris passeerde’ en ‘voor de troepen uitliep’, zoals de kranten schreven. Zijn daad had tot zijn ontslag kunnen leiden! Waarom is dat zo?

TEKENTAFEL Wat betekent hier ‘terug naar de tekentafel’?  Dat komt er staatsrechtelijk gezien op neer dat de regering het wetsvoorstel intrekt waardoor de Eerste Kamer het niet meer kan behandelen. Daardoor kan het ook geen wet meer worden, want daarvoor moet een wetsvoorstel door Tweede én Eerste Kamer zijn aangenomen, zie artikel 81 van de Grondwet. Om welk wetsvoorstel gaat het eigenlijk? Het gaat om het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3. Kort gezegd gaat dit wetsvoorstel over de wijziging van een belasting op inkomsten uit vermogen, dat wil zeggen uit spaargelden en beleggingen. Een nieuw wetsvoorstel zal – nadat dit op zijn beurt de tekentafel heeft verlaten – eerst weer moeten worden aangenomen door de Tweede Kamer, zie artikel 82 van de Grondwet.

MINISTERRAAD Pas eerder die week was het kabinet Jetten geïnstalleerd door de koning, namelijk op maandagochtend 23 februari. In de middag na de installatie had de ministerraad zijn eerste vergadering gehouden; dat was dus op maandagmiddag 23 februari. De tweede vergadering van de ministerraad vond aan het eind van die week plaats, namelijk op vrijdag 27 februari. Wat had de ministerraad van 23 februari besloten over het wetsvoorstel?   

REGEERAKKOORD Uit de besluitenlijst van de ministerraad van 23 februari kan beslist niet worden afgeleid dat het wetsvoorstel volgens de ministerraad terug moest naar de tekentafel. In de (gepubliceerde) besluitenlijst van die vergadering staat namelijk onder agendapunt 2 dat ‘de raad instemt met de conclusies ten aanzien van de volgende onderwerpen: 1. Coalitieakkoord’. In dit coalitieakkoord staat over deze belasting dat ‘wordt gestimuleerd dat het nieuwe Box 3 stelsel op werkelijk rendement wordt doorontwikkeld naar een vermogenswinstsystematiek’ (zie bladzijde 28). Die woorden hebben er alle schijn van dat de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel gewoon doorgang moet vinden, en het wetsvoorstel dus niet wordt ingetrokken. Kort na de persverklaring van minister Heinen legde minister-president Jetten op diezelfde woensdag in de Tweede Kamer de regeringsverklaring af. Uiteraard is ook die regeringsverklaring besproken in de ministerraad van de maandag daarvoor, zie de besluitenlijst. Die regeringsverklaring bevat geen enkele aanwijzing dat de ministerraad iets anders wilde dan dat de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel gewoon doorgang vindt.

BESLUIT Uit de besluitenlijst van de ministerraad van maandag 23 februari kan dus worden geconcludeerd dat volgens de ministerraad het wetsvoorstel niet terug moet naar de tekentafel en dat de parlementaire behandeling daarvan wél moet worden voortgezet. De volgende ministerraadsvergadering werd pas op vrijdag 27 februari gehouden, zodat de besluitenlijst van 23 februari in elk geval op 25 februari nog geldig was.

HANDELEN TEGEN BESLUIT Toen minister Heinen op 25 februari tegen de pers verklaarde dat het wetsvoorstel wél terug moest naar de tekentafel, handelde hij dus tegen een besluit van de ministerraad.

EENHEID Is het dan verboden dat een minister tegen een besluit van de ministerraad handelt? Ja, dat is het. Dat staat namelijk in artikel 12 lid 2 van het Reglement van Orde voor de ministerraad: ‘In geen geval handelt een minister of staatssecretaris tegen een besluit van de raad’. De ‘raad’ is hier de ministerraad. ‘Handelen’ is bijvoorbeeld een verklaring aan de pers afleggen waaruit blijkt dat de minister het niet eens is met een besluit van de ministerraad. Een minister is niet ondergeschikt aan de ministerraad, maar als zij of hij het niet eens is met een besluit van de ministerraad en zich er ook niet bij neer wil leggen, dan moet hij of zij ontslag aanbieden (en dus opstappen als minister). Wat een minister niet mag doen is aanblijven en ‘handelen’ tegen het besluit van de ministerraad. Waarom is dat verboden? Dat is verboden omdat het kabinet met één mond moet spreken. Anders gezegd: er moet eenheid van regeringsbeleid zijn. Dat wordt de homogeniteitsregel genoemd. De homogeniteitsregel volgt niet alleen uit artikel 12 Reglement van Orde voor de ministerraad maar bijvoorbeeld ook uit artikel 11 van dat reglement en uit artikel 45 lid 3 van de Grondwet.  

ONTSLAG Maar minister Heinen heeft zijn ontslag niet aangeboden. Daarom had minister-president Jetten hem kunnen ontslaan, zie artikel 48 Grondwet. De minister-president mag een minister echter pas ontslaan nadat de ministerraad daar toestemming voor heeft gegeven, zie artikel 4 lid 2 sub k Reglement van Orde voor de ministerraad. Uit de besluitenlijst van de ministerraad van vrijdag 27 februari blijkt dat het ontslag van minister Heinen niet op de agenda stond en zelfs niet ter sprake is gekomen. Minister Heinen is dan ook minister gebleven. Zou dit wellicht iets zeggen over de verhoudingen in het kabinet Jetten?

BRONNEN Naast grondwet en reglement ministerraad, besluitenlijsten ministerraad en dagblad NRC van 8 en 12 maart zijn geraadpleegd P.P.T. Bovend’Eert, De Ministerraad en de betekenis van het Regeringsprogramma, in: Ministers en Ministerraad, redactie: R.B. Andeweg, SDU uitgeverij: 1990; P.P.T. Bovend’Eert, Grondwet en Statuut, Wolters Kluwer: 2018, toelichting bij artikelen 45 en 48 Grondwet; Wim Voermans, Onze constitutie, Prometheus Amsterdam: 2023, bladzijden 399 e.v.; H.G. Hoogers, Een doolhof van spiegels? De betekenis van artikel 57 lid 3 Grondwet en artikel 4 Reglement van Orde voor de ministerraad in het licht van de kabinetsformatie van 2021, in Tijdschrift voor Constitutioneel Recht, 2022 (eerste nummer), bladzijden 27 e.v.

Mr. Leon

Volgend blog op vrijdag 3 april!

De ministers die opstapten

VRIJDAG 19 JANUARI 2024 Een half jaar geleden is het kabinet gevallen. In die tijd zijn vier bewindslieden opgestapt, o.a. omdat ze een functie elders ambieerden. Hoe verliep hun ontslag staatsrechtelijk? 

MINISTERS Het gaat om drie ministers (Hoekstra, Kaag en Kuipers) en een staatssecretaris (Uslu). Staatsrechtelijk verloopt een ontslag van een staatssecretaris op dezelfde manier als dat van een minister. Hieronder heb ik het daarom gemakshalve alleen over ministers.

KB Een minister wordt ontslagen bij koninklijk besluit, zie artikel 43 Grondwet. Een koninklijk besluit wordt ondertekend door de Koning en door de minister-president, zie artikelen 47 en 48 Grondwet. Koninklijk besluit wordt vaak afgekort tot KB.

CONTRASEIGN Het ontslag van een minister gebeurt dus schriftelijk. Bij het ontslagbesluit staat de handtekening van de Koning en van de minister-president. De handtekening van de minister-president heet hier contraseign of medeondertekening. Zonder dit contraseign is een ontslagbesluit ongeldig.

FUNCTIE ELDERS Er gelden geen andere vormvereisten voor het ontslagbesluit. De handtekening van de ontslagen minister staat dus niet onder dit besluit. Zelfs niet als de minister op eigen verzoek wordt ontslagen, bijvoorbeeld vanwege een gewenste functie elders.

OPZEGGING Een minister kán geen ontslag nemen zonder zo’n ontslagbesluit. Hij of zij kán haar ministerschap dus niet beëindigen door het alleen maar op te zeggen.

VOORDRACHT Het initiatief voor zo’n ontslagbesluit ligt bij de minister-president. Hij doet voor dit besluit de voordracht aan de Koning die het vervolgens ondertekent.

MINISTERRAAD De minister-president beslist niet eigenmachtig over het al dan niet doen van zo’n voordracht. In artikel 4 lid 2 sub k van het Reglement voor de ministerraad staat hierover namelijk dat de ministerraad beraadslaagt en besluit over voordrachten tot ontslag van ministers.  

ALLE MINISTERS Met de ministerraad worden hier alle ministers bedoeld, terwijl de staatssecretarissen geen stemrecht hebben, zie artikel 1 reglement. De ministers die in de vergadering van de raad aanwezig zijn, kunnen het ontslagverzoek van een collega dus tegenhouden.

DEMISSIONAIR De vier bewindslieden waarvoor in het afgelopen half jaar een ontslagbesluit is genomen waren al sinds 7 juli demissionair. Het kabinet is namelijk op 7 juli 2023 gevallen omdat men het niet eens kon worden over maatregelen op de terreinen van arbeid-, studie- en asielmigratie. Daarom heeft minister-president Mark Rutte op die dag ‘het ontslag van alle ministers en staatssecretarissen aangeboden aan de Koning. De Koning heeft deze ontslagaanvraag in overweging genomen en de minister-president, ministers en staatssecretarissen verzocht al datgene te blijven verrichten, wat zij in het belang van het Koninkrijk noodzakelijk achten’, zo staat te lezen op de website van de rijksoverheid. We kunnen dagelijks in de krant lezen en op televisie zien dat het demissionair kabinet een heel actief kabinet is. Een demissionaire minister of staatssecretaris is dus zeker geen ontslagen bewindspersoon!

DUBBELE VOORDRACHT De minister-president had de drie ministers en staatssecretaris dus al in juli vorig jaar bij de Koning voorgedragen voor ontslag. Zij zijn toen echter net als hun collega’s niet ontslagen, want er is toen geen ontslagbesluit genomen. Dat is pas gebeurd toen zij in de maanden daarna op eigen verzoek ontslagen wilden worden. Minister-president Rutte heeft daarvoor in het afgelopen half jaar opnieuw een voordracht gedaan aan de Koning.  

BRONNEN Zie behalve bovenstaande grondwetsartikelen ook het commentaar van professor Paul Bovend’Eert in het boek Grondwet en Statuut, Tekst & Commentaar, vijfde druk (2018).

Mr. Leon

Volgend blog hier: op of voor vrijdag 16 februari.

Er is ook het blog privaatrechtpraktijk.nl