Is vergoeding voor Statenleden en commissieleden goed genoeg?

VRIJDAG 7 DECEMBER 2018 Op woensdag 20 maart worden de provinciale verkiezingen gehouden. Het zijn de verkiezingen voor de provinciale staten. De verschillende partijen zijn momenteel druk bezig met de samenstelling van hun kandidatenlijsten of hebben ze al officieel vastgesteld. Wat zal er in financiële zin tegenover staan voor de kandidaat die Statenlid of commissielid wordt in Zuid-Holland en Gelderland?

1163 Statenleden zullen voor hun werkzaamheden recht hebben op een maandelijkse vergoeding van €1.163,75. Dat bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd. Het is een bruto bedrag: er gaat dus nog belasting vanaf.

 20%  Deze vergoeding is in beginsel onafhankelijk van het aanwezig zijn bij vergaderingen. Een provincie mag hiervan afwijken en 1/5 deel van de vergoeding afhankelijk maken van aanwezig zijn bij vergaderingen;dat moet dan wel gebeuren in een verordening. Zuid-Holland noch Gelderland hebben dat gedaan.

 70+Fractievoorzitters hebben recht op een hogere maandelijkse vergoeding, toelage genaamd. De toelage ligt tussen de 70 en 150 euro; voorzitters van grotere fracties zitten dichter bij de 150 euro.

170 Statenleden hebben bovendien recht op een maandelijkse onkostenvergoeding voor de aan hun functie verbonden kosten van €170,17; hiervoor zijn geen declaraties nodig.

112 Commissieleden die geen Statenlid zijn, hebben geen recht op de maandelijkse vergoeding voor werkzaamheden en evenmin op de maandelijkse onkostenvergoeding. Zij hebben wel recht op een vergoeding per vergadering die ze daadwerkelijk hebben bijgewoond. De vergoeding daarvoor bedraagt € 112,25, dat is exclusief jaarlijkse indexering maar ook weer een bruto bedrag.

112+: PS of GS?  Provinciale Staten mogen per verordening regelen dat sommige commissieleden die geen Statenlid zijn onder bepaalde omstandigheden een hogere vergoeding krijgen. Provinciale Staten van Gelderland hebben deze bevoegdheid in een verordening aan gedeputeerde staten overgedragen. Ik vraag mij af of het niet zo is dat alleen Provinciale Staten zelf per verordening zo’n hogere vergoeding mogen regelen. In het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers staat in artikel 2.4.2 immers alleen dat provinciale staten dat mogen regelen. Nu gaat deze algemene maatregel van bestuur pas gelden vanaf 28 maart 2019. Echter, in de huidige algemene maatregel van bestuur, het Rechtspositiebesluit staten-en commissieleden, staat in artikel 13 hetzelfde. Volgens de Provinciewet mogen provinciale staten een bevoegdheid niet overdragen als de aard van die bevoegdheid zich daartegen verzet. Ik zou zeggen dat dit het geval is met de bevoegdheid om een hogere vergoeding te regelen voor leden van Statencommissies die geen Statenlid zijn.

In Zuid-Holland moeten alle commissieleden Statenlid zijn. Statenleden mogen voor hun commissielidmaatschap geen extra vergoeding krijgen; dat is zo in de Provinciewet geregeld.

Andere kosten Zowel commissieleden als Statenleden hebben recht op een reiskostenvergoeding en een verblijfskostenvergoeding. Een provincie mag in principe geen andere of hogere vergoedingen geven.

 Geen vetpot De vergoedingen voor Staten- en commissieleden zijn dusniet bepaald riant, en, gelet op de tijdsinvestering en verantwoordelijkheid, eerder aan de lage kant, vind ik. En dan is het ook nog grotendeels een bruto bedrag. Waarom niet de belasting erop geschrapt?

BRONNEN:

Artikel 93 van de Provinciewet luidt(gedeeltelijk): Lid 1. De leden van provinciale staten ontvangen een bij verordening van provinciale staten vast te stellen vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten. Lid 4. De verordeningen, bedoeld in het eerste lid, worden vastgesteld overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels.

Artikel 94 luidt (gedeeltelijk): Lid 1. De leden van een door provinciale staten of gedeputeerde staten ingestelde commissie ontvangen, voor zover zij geen lid zijn van provinciale staten of gedeputeerde staten, een bij provinciale verordening vast te stellen vergoeding: a. voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie en b. van reis- en verblijfskosten in verband met reizen binnen de provincie. Lid 3. Ten aanzien van een vergoeding, bedoeld in het eerste lid, onder a, worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels gesteld. Ten aanzien van de overige vergoedingen, bedoeld in dit artikel, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld.

Artikel 96 luidt: Lid 1. Buiten hetgeen hun bij of krachtens de wet is toegekend, ontvangen de leden van provinciale staten, en vaneen door provinciale staten of gedeputeerde staten ingestelde commissie als zodanig geen andere vergoedingen en tegemoetkoming en ten laste van de provincie. Lid 2. Voordelen ten laste van de provincie, anders dan in de vorm van vergoedingen en tegemoetkomingen, genieten zij slechts voor zover dat is bepaald bij of krachtens de wet dan wel bij verordening van provinciale staten.De verordening behoeft de goedkeuring van Onze Minister.

Artikel2.1.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers(gaat pas in vanaf 28 maart volgend jaar) luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Een statenlid ontvangt met ingang van de dag van zijn beëdiging gedurende zijn lidmaatschap van provinciale staten een vergoeding voor de werkzaamheden van €1.163,75 per maand. Lid 3. Het bedrag, genoemd in het eerste lid,wordt per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde indexcijfer CAO-lonen overheid, inclusief bijzondere beloningen, geldend voor de maand september van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan die datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer geldend voor de maand september van het daaraan voorafgaande kalenderjaar. Lid 4. Provinciale staten kunnen bij verordening bepalen dat ten hoogste 20% van de vergoeding voor de werkzaamheden wordt uitgekeerd, berekend naar het aantal gehouden vergaderingen. In dat geval geschiedt de uitkering aan het statenlid op basis van het aantal bijgewoonde vergaderingen.

Artikel 5.3 luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2019. Lid 2. In afwijking van het eerste lid,treden de hoofdstukken 2 en 4 en de artikelen 5:1, eerste en tweede lid, en 5:2, eerste, tweede, derde, vierde, vijfde en tiende lid, inwerking met ingang van 28 maart 2019.

 Artikel 2.1.5 luidt (gedeeltelijk): De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2.1.1, eerste lid, wordt voor de fractievoorzitters voor de duur van de uitoefening van het fractievoorzitterschap verhoogd met een toelage van €70 per maand,vermeerderd met €10 voor elk statenlid dat de fractie telt, de fractievoorzitter zelf niet meegerekend. De toelage bedraagt ten hoogste €150 per maand.

 Artikel2.1.6 luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Een statenlid ontvangt met ingang van de dag van zijn beëdiging gedurende zijn lidmaatschap van provinciale staten een onkostenvergoeding voor de aan de uitoefening van het statenlidmaatschap verbonden kosten van €170,17 per maand.Lid 3. Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan die datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer geldend voor de maand september van het daaraan voorafgaande kalenderjaar.

Artikel 2.1.7 luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Een statenlid heeft ten laste van de provincie aanspraak op vergoeding van: a. reiskosten voor het bijwonen van vergaderingen van provinciale staten en commissies, en b. reis- en verblijfkosten voor reizen zowel binnen de provincie als daarbuiten, gemaakt voor de uitoefening van de functie.

 vergaderingen van de commissie toegekend van €112,25 per vergadering. Lid 2. Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt per1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde indexcijfer CAO-lonen overheid, inclusief bijzondere beloningen, geldend voor de maand september van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan die datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer geldend voor de maand september van het daaraan voorafgaande kalenderjaar.

Artikel 2.4.2 luidt (gedeeltelijk): Provinciale staten kunnen bij verordening bepalen dat de vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie naar boven afwijkt van het bedrag, genoemd in artikel 2.4.1, eerste lid, ten aanzien van: a. een commissielid dat op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie voor deelneming aan haar werkzaamheden is aangetrokken; en b. een commissielid ten aanzien waarvan de vergoeding niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en de omvang van de door hem te verrichten arbeid.

Artikel 2.4.3 luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Een commissielid heeft ten laste van de provincie aanspraak op vergoeding van: a. reiskosten voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie, en b. reis- en verblijfkosten voor reizen binnen de provincie gemaakt voor de uitoefening van de functie.

Artikel2.1 van het Reglement van Orde Provinciale Staten van Gelderland 2017 luidt (gedeeltelijk): In dit hoofdstuk ende daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. statenlid: lid van provinciale staten; c. fractievoorzitter: statenlid waarvan door de voorzitter is vastgesteld dat dit lid fractievoorzitter is dan wel enig lid van een fractie; d. commissielid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 80, 81 en 82 van de Provinciewet, dat niet tevens statenlid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd.

Artikel 6 luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Fracties kunnen fractievolgers benoemen. Provinciale Staten besluiten over het maximaal aantal te benoemen fractievolgers. Lid 2. Een fractievolger dient tijdens de laatste verkiezingen voor Provinciale Staten geplaatst te zijn op de kandidatenlijst van de partij, die hij als fractievolger vertegenwoordigt. Op hem zijn de artikelen 10, 11, 12,13 en 15 van de Provinciewet van overeenkomstige toepassing. Lid 3.Een fractievolger kan zijn fractie vertegenwoordigen in commissies als bedoeld in hoofdstukken 8 en 9.

Artikel 1 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen van Provinciale Staten van Zuid-Holland, e.a. luidt(gedeeltelijk): Commissielid: een lid van Provinciale Staten dat als lid van een commissie fungeert.

Artikel 65 luidt: Reservering t.b.v. Fractievertegenwoordigers

Artikel31 Verordening rechtspositie gedeputeerden, staten- en commissieleden Gelderland 2007 luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Het lid van een commissie ontvangt voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie en haar subcommissies een vergoeding die gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 13 van het Rechtspositiebesluit staten- en commissieleden,zoals dit bedrag jaarlijks ingevolge artikel 13 voornoemd wordt herzien. Indien een fractievolger, als bedoeld in art. 6 van het Reglement van Orde Provinciale Staten van Gelderland 2017, op dezelfde dag meerdere vergaderingen van één of meerdere commissies bijwoont, bestaat de vergoeding voor alle vergaderingen tezamen uit twee maal het hiervoor genoemde bedrag. Lid 4. Gedeputeerde Staten kunnen in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een hogere vergoeding vaststellen ten aanzien van: a. een lid van een commissie die op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie voor deelname aan haar werkzaamheden is aangetrokken, en b. een lid van een commissie ten aanzien van wie de vergoeding niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en de omvang van de door hem te verrichten arbeid.

Artikel13 van het Rechtspositiebesluit staten- en commissieleden(vervalt op 28 maart 2019) luidt (gedeeltelijk): Aan een lid van een commissie wordt ten laste van de provincie een vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie toegekend van €112,25 per vergadering. Artikel 14 luidt (gedeeltelijk): Ten aanzien van: a. een lid van een commissie die op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie voordeelneming aan haar werkzaamheden is aangetrokken, en b. een lid vaneen commissie ten aanzien waarvan de vergoeding niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en de omvang van de door hem te verrichten arbeid, kunnen provinciale staten bij verordening bepalen dat de vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie naar boven afwijkt van het bedrag, genoemd in artikel 13.

Artikel152 Provinciewet luidt (gedeeltelijk):Provinciale staten kunnen aan gedeputeerde staten bevoegdheden overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *