Motie op partijcongres ChristenUnie

WOENSDAG 13 JUNI 2018. Ik lees in de krant dat op het landelijke congres van coalitiepartij de ChristenUnie afgelopen zaterdag in Lunteren (Gelderland) een motie is aangenomen waarin staat dat de Tweede Kamerfractie zich moet verzetten tegen het kabinetsplan om de arbeidsvoorwaarden voor gehandicapten te beperken. Wie mag stemmen op het partijcongres? Wie mag een motie indienen? Op grond van de statuten mag elk individueel lid dat aanwezig is een stem uitbrengen. Voor een lidmaatschap komt iedereen vanaf 14 jaar in aanmerking. Afgevaardigden van lokale afdelingen hebben meer dan één stem; hoeveel stemmen een afgevaardigde heeft, is afhankelijk van de afdelingsgrootte. Op grond van het Reglement partijcongres kan een motie worden ingediend door een lokale afdeling, de jongerenorganisatie of door tien individuele leden gezamenlijk. Ik heb niet kunnen vinden wie de indiener was van de motie.

Zie: www.christenunie.nl/reglementen 

en in het bijzonder artikelen 17, 19 en 7 van de Statuten en artikelen 10 en 11 van het Partijcongresreglement

 

Verkiezing partijvoorzitter 50PLUS

DINSDAG 5 JUNI 2018. Sinds vorige week zaterdag heeft 50PLUS een nieuwe landelijke partijvoorzitter: Geert Dales. Het partijcongres heeft hem gekozen. Wie heeft toegang tot het partijcongres? Dat is geregeld in de statuten. Het partijcongres heet daarin Algemene Vergadering. Een Algemene Vergadering moet worden bijeengeroepen op een bepaalde plaats en een bepaald tijdstip. Elk lid dat minstens twee weken lid is, mag daar dan zijn stem uitbrengen, bijvoorbeeld over wie de nieuwe partijvoorzitter wordt. Een lid heeft één stem; geen enkel lid heeft er meer. Voor een lidmaatschap moet men 18PLUS (!) zijn en Nederlander of in Nederland wonen. In beginsel kan alleen iemand die al een jaar lid is zich kandidaat stellen voor het partijvoorzitterschap. Bovendien is op grond van het Huishoudelijk Reglement voor zo’n kandidatuur de expliciete steun nodig van tien leden of van de voordracht van het Hoofdbestuur.

Zie voor de statuten: https://50pluspartij.nl/statuten-2 (2016)

en in het bijzonder artikelen 8, 6, 7, 4.

Zie  voor het huishoudelijk reglement: https://50pluspartij.nl/huishoudelijk-regelement

en in het bijzonder artikelen 3.1 en 3.3.

 

Mag politieke partij of fractie Kamerlid ontslaan?

Dinsdag 2 januari 2018. Tweede Kamerlid William Moorlag is niet bereid om zonder meer op te stappen. Het bestuur van de PvdA dringt daar wel op aan. De PvdA-fractie doet dat niet. Kan de PvdA hem ontslaan? Nee. Kan de fractie hem ontslaan? Nee. Partij noch fractie kunnen een Kamerlid ontslaan. Iemand anders evenmin trouwens, althans tot aan de volgende verkiezingen natuurlijk. In de Grondwet en Kieswet zijn wel enkele formele eisen aan het Kamerlidmaatschap gesteld, zoals Nederlanderschap, meerderjarigheid en geen minister zijn. Wie volgens de Kamervoorzitter daaraan niet meer voldoet, is volgens het Reglement van Orde voor de Tweede Kamer geen Kamerlid meer. Moorlag is in oktober Jeroen Dijsselbloem opgevolgd. Dijsselbloem heeft zelf ontslag genomen: dat maakt de Kieswet mogelijk. PvdA noch fractie noch iemand anders konden evenmin voorkomen dat Moorlag in oktober Kamerlid werd. Op grond van de Kieswet wordt de vacature namelijk automatisch vervuld door de eerstvolgende kandidaat op de kandidatenlijst van de PvdA bij de laatste Tweede Kamer verkiezingen, tenzij die kandidaat dat weigert of er een lager geplaatste kandidaat is met voldoende voorkeursstemmen. Dat laatste was alleen het geval bij Lilianne Ploumen, maar zij is al Kamerlid.

Artikel C1 van de Kieswet luidt: De leden van de Tweede Kamer worden gekozen voor vier jaren. Zij treden tegelijk af op de donderdag op een door de Voorzitter van de Tweede Kamer te bepalen tijdstip in de periode van 23 tot en met 29 maart.

Artikel C5 van deze wet luidt: Degene die ter vervulling van een opengevallen plaats tot lid is benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden.

Artikel X1 van deze wet luidt: Zodra onherroepelijk is komen vast te staan dat een lid van een vertegenwoordigend orgaan een van de vereisten voor het lidmaatschap niet bezit of dat hij een met het lidmaatschap onverenigbare betrekking vervult, houdt hij op lid te zijn.

Artikel 56 van de Grondwet luidt: Om lid van de Staten-Generaal te kunnen zijn is vereist dat men Nederlander is, de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en niet is uitgesloten van het kiesrecht.

Artikel X3 van de Kieswet luidt: Wanneer een lid van de Tweede of van de Eerste Kamer wordt benoemd in een ambt als bedoeld in artikel 57, tweede lid, van de Grondwet, houdt zijn lidmaatschap van de Kamer van rechtswege op.

Artikel 57 lid 2 Grondwet luidt (gedeeltelijk): Een lid van de Staten-Generaal kan niet tevens zijn minister.

Artikel 3 lid 1 Reglement van Orde voor de Tweede Kamer der Staten-Generaal luidt (gedeeltelijk): Indien een lid het oordeel van de Voorzitter dat dit lid heeft opgehouden lid te zijn, wegens hetzij het niet bezitten van een van de vereisten voor het lidmaatschap hetzij het vervullen van een met het lidmaatschap onverenigbare betrekking, aan het oordeel van de Kamer onderwerpt, doet de Kamer over de zaak geen uitspraak dan nadat een daartoe door haar uit haar midden benoemde commissie van onderzoek verslag heeft uitgebracht. De commissie hoort het desbetreffende lid, indien die de wens daartoe te kennen geeft.

Artikel X2 lid 1 van de Kieswet luidt (gedeeltelijk): Een lid van een vertegenwoordigend orgaan, tot wiens toelating is besloten, kan te allen tijde zijn ontslag nemen.

Artikel P15 lid 1 van deze wet luidt (gedeeltelijk): In de volgorde van de aantallen op hen uitgebrachte stemmen zijn gekozen die kandidaten die een aantal stemmen hebben verkregen, groter dan 25% van de kiesdeler.

Artikel W1 lid 1 van deze wet luidt (gedeeltelijk): Wanneer, anders dan bij de vaststelling van de uitslag van een verkiezing, in een opengevallen plaats moet worden voorzien, verklaart de voorzitter van het centraal stembureau benoemd de daarvoor in aanmerking komende kandidaat die in de volgorde, bedoeld in artikel P19, het hoogst is geplaatst op de lijst waarop degene die moet worden opgevolgd, is gekozen.

Artikel P19 lid 2 en 3 van deze wet luiden (gedeeltelijk): Vervolgens worden, in de volgorde van de aantallen op hen uitgebrachte stemmen, gerangschikt de op de lijst voorkomende kandidaten die een aantal stemmen hebben verkregen, groter dan 25% van de kiesdeler die niet zijn gekozen verklaard. Tenslotte worden, in de volgorde van de lijst, gerangschikt de overige op de lijst voorkomende kandidaten.

Motie op partijcongres

Maandag 27 november 2017. De leden van de ChristenUnie – een van de regeringspartijen – hebben op hun landelijk partijcongres van afgelopen zaterdag in Nijkerk een motie aangenomen waarin partijbestuur en Tweede Kamerfractie worden opgeroepen om het asielbeleid van de regering zoveel mogelijk bij te sturen in christelijke zin. Aannemelijk is dat de Tweede Kamerleden van de ChristenUnie de motie die met overgrote meerderheid is aangenomen ter harte zullen nemen. Aannemelijk is ook dat partijbestuur en Kamerleden hierover met elkaar zullen overleggen. De Kamerleden zijn echter ingevolge de Grondwet juridisch op generlei wijze gebonden aan de motie: ze zijn ongebonden en vrij in wat ze zeggen en stemmen in de Kamer. In Grondwettelijke woorden: zij stemmen zonder last. Overleg met het partijbestuur (en anderen, bijvoorbeeld indieners van de motie) is wel toegestaan. Een ander woord voor dit overleg is ruggespraak. Tot 1983 was ook ruggespraak verboden in de Grondwet.

Artikel 67 lid 3 Grondwet in het hoofdstuk over de Staten-Generaal luidt nu: De leden stemmen zonder last.

Artikel 96 Grondwet in hetzelfde hoofdstuk luidde tot 1983: De leden stemmen zonder last van of ruggespraak met hen, die benoemen.