Zetelverdeling in algemeen bestuur van waterschap

WOENSDAG 22 AUGUSTUS 2018 Over ruim een half jaar zijn er weer verkiezingen voor de waterschappen (maart 2019). Waterschappen worden ook wel hoogheemraadschappen genoemd. Wekelijks is er een nieuwe bijdrage in de categorie Waterschapsverkiezingen 2019. Mijn bijdrage van deze week gaat over de vraag die ik vorige week opwierp maar niet beantwoordde: de verdeling in het algemeen bestuur van de zetels over de (vertegenwoordigers van) ingezetenen, bedrijfsleven, landbouwgronden en natuurterreinen

Algemeen bestuur Het algemeen bestuur bestaat niet alleen uit vertegenwoordigers van de mensen die in het waterschap wonen (de ingezetenen), maar ook uit vertegenwoordigers van de bezitters van in het waterschap gelegen landbouwgronden en natuurterreinen en uit vertegenwoordigers van het bedrijfsleven in het waterschap. Er zitten dus vier categorieën vertegenwoordigers in het algemeen bestuur. De positie van het algemeen bestuur in het waterschap is enigszins vergelijkbaar met die van de gemeenteraad in de gemeente.

Provinciaal reglement De provincie maakt een reglement voor haar waterschappen. Daarin moet bijvoorbeeld geregeld zijn uit hoeveel leden het algemeen bestuur bestaat en hoe die zetels zijn verdeeld over de vier categorieën.

Waterschapswet (1) De provincie heeft daarin geen totale vrijheid. In de Waterschapswet zijn namelijk grenzen gesteld aan die vrijheid. In de eerste plaats moet volgens deze wet het aantal leden van het algemeen bestuur liggen tussen 18 en 30. Dus niet lager zijn dan 18 en niet hoger dan 30. Bovendien moeten de vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en van de bezitters van landbouwgronden en natuurterreinen gezamenlijk 7, 8 of 9 zetels krijgen. De overige zetels zijn voor de vertegenwoordigers van de ingezetenen.

Ingezetenen altijd meerderheid Met andere woorden: bij 30 leden zijn er minstens 21 zetels voor de ingezetenen en minstens 7 voor de andere categorieën gezamenlijk. Bij 19 leden zijn er minstens 10 zetels voor de ingezetenen en minstens 7 voor de andere categorieën gezamenlijk. Voor 18 leden geeft de wet een bijzondere regeling: dan zijn er minstens 10 zetels voor de ingezetenen en 7 of 8 voor de andere categorieën gezamenlijk. De ingezetenen hebben dus altijd de meerderheid van de zetels in handen!

Waterschapswet (2) In de tweede plaats stelt de Waterschapswet een grens aan de provinciale vrijheid om de 7, 8 of 9 zetels te verdelen over de categorieën bedrijfsleven en bezitters van landbouwgronden en natuurterreinen. De provincie moet bij die verdeling namelijk aard en omvang van het belang dat een categorie heeft bij de uitoefening van de waterschapstaken in aanmerking nemen. Deze grens is niet erg concreet.

Hoogheemraadschap Delfland: Zuid-Holland tussen Nieuwe Waterweg en Wassenaar/Zoetermeer/Berkel en Rodenrijs. Het algemeen bestuur heet hier Verenigde Vergadering. Het bestaat uit 30 leden; dat is dus het wettelijk maximaal aantal. De ingezetenen hebben hier 21 zetels en de andere categorieën 9; dat zijn dus respectievelijk de wettelijke minimum- en maximumaantallen. Die 9 zetels zijn als volgt verdeeld: bedrijfsleven en bezitters van landbouwgronden elk 4 en de bezitters van natuurterreinen heeft er 1.

Waterschap Rivierenland: land van Maas en Waal (en Nederrijn en Lek). Het waterschap ligt in vier provincies. Ook in dit waterschap bestaat het algemeen bestuur uit 30 leden. De ingezetenen hebben hier 22 zetels en de andere categorieën 8; dat is dus respectievelijk meer dan het wettelijk minimum- en minder dan het wettelijk maximumaantal. Die 8 zetels zijn als volgt verdeeld: bezitters van landbouwgronden 4, bedrijfsleven 3 en bezitters van natuurterreinen 1.

Artikel 12 Waterschapswet luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Het algemeen bestuur is samengesteld uit vertegenwoordigers van categorieën van belanghebbenden bij de uitoefening van de taken van het waterschap. Lid 2. In het algemeen bestuur zijn de volgende categorieën van belanghebbenden vertegenwoordigd: a. de ingezetenen; b. degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van ongebouwde onroerende zaken, niet zijnde natuurterreinen als bedoeld in artikel 116, onder c; c. degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van natuurterreinen als bedoeld in artikel 116, onder c; d. degenen die krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebouwde onroerende zaken in gebruik hebben als bedrijfsruimte.

Artikel 2 Waterschapswet luidt (gedeeltelijk): De bevoegdheid tot regeling van (de) samenstelling van hun bestuur en tot de verdere reglementering van waterschappen behoort aan provinciale staten. De uitoefening van deze bevoegdheid geschiedt bij provinciale verordening.

Artikel 13 luidt: Lid 1. Het algemeen bestuur bestaat uit een bij reglement vastgesteld aantal leden van ten minste achttien en ten hoogste dertig leden. Lid 2. Voor de bepaling van het aantal vertegenwoordigers van elk van de in artikel 12 bedoelde categorieën wordt in aanmerking genomen de aard en de omvang van het belang of de belangen die de categorie heeft bij de uitoefening van de taken van het waterschap. Lid 3. Het totaal aantal vertegenwoordigers van de in artikel 12, tweede lid, onderdelen b, c en d, bedoelde categorieën bedraagt ten minste zeven en ten hoogste negen, met dien verstande dat het totaal aantal ten hoogste acht is, indien het algemeen bestuur uit achttien leden bestaat.

Artikel 8 Reglement van Bestuur voor het Hoogheemraadschap van Delfland (2015) luidt (gedeeltelijk): Het bestuur van het hoogheemraadschap bestaat uit een Algemeen Bestuur, aangeduid onder de benaming van Verenigde Vergadering.

Artikel 9 luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Het algemeen bestuur bestaat uit 30 leden. Van deze leden vertegenwoordigen:

  • a. eenentwintig leden de categorie ingezetenen als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onder de letter a van de Waterschapswet; 
  • b. vier leden de categorie ongebouwd als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onder de letter b van de Waterschapswet;
  • c. één lid de categorie natuurterreinen als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onder de letter c van de Waterschapswet;
  • d. vier leden de categorie bedrijven als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onder de letter d van de Waterschapswet.

Artikel 6 Reglement voor waterschap Rivierenland luidt: Het algemeen bestuur bestaat uit dertig leden. Hiervan vertegenwoordigen:

  • a. tweeëntwintig leden de categorie ingezetenen;
  • b. vier leden de categorie ongebouwd;
  • c. één lid de categorie natuurterreinen;
  • d. drie leden de categorie bedrijven.

Het algemeen waterschapsbestuur dat u niet kiest

WOENSDAG 15 AUGUSTUS 2018 Over ruim een half jaar zijn er weer verkiezingen voor de waterschappen (maart 2019). Waterschappen worden ook wel hoogheemraadschappen genoemd. Wekelijks volgt er een bijdrage in de categorie Waterschapsverkiezingen 2019. De bijdrage van deze week gaat over de vraag die ik vorige week opwierp maar niet beantwoordde, een vraag over het algemeen bestuur.

Algemeen bestuur Het algemeen bestuur bestaat niet alleen uit vertegenwoordigers van de mensen die in het waterschap wonen (de ingezetenen), maar ook uit vertegenwoordigers van de bezitters van in het waterschap gelegen landbouwgronden en natuurterreinen en uit vertegenwoordigers van het bedrijfsleven in het waterschap. Het algemeen bestuur is enigszins vergelijkbaar met de gemeenteraad.

Kiezen vertegenwoordigers In de vorige bijdrage is besproken dat in de waterschapsverkiezingen de vertegenwoordigers van de ingezetenen worden gekozen. Maar wie kiest de vertegenwoordigers van de bezitters van landbouwgronden en natuurterreinen en van het bedrijfsleven in het algemeen bestuur van het waterschap?

Bedrijfsleven De vertegenwoordigers van het bedrijfsleven in het waterschap worden gekozen door de Kamer van Koophandel.

Landbouwgronden De vertegenwoordigers van de bezitters van in het waterschap gelegen landbouwgronden worden gekozen door organisaties. Welke organisaties dat zijn, staat in het reglement dat de provincie voor het waterschap heeft vastgesteld. Elke provincie heeft reglementen vastgesteld voor de waterschappen die in de provincie zijn gelegen. Zoals de provincie Zuid-Holland die in haar reglement voor het waterschap Delfland heeft geregeld dat die organisatie LTO Noord is, Land- en Tuinbouworganisatie Noord. De provincie Limburg heeft in haar reglement voor het waterschap Limburg geregeld dat die organisatie de Limburgse Land- en Tuinbouwbond is (LLTB).

Natuurterreinen Ook de vertegenwoordigers van de bezitters van natuurterreinen in het waterschap worden gekozen door organisaties. Provincies mogen in hun waterschapsreglement regelen welke organisaties dat zijn. Noch in het reglement voor het Zuid-Hollandse Delfland noch in dat voor Limburg is dat gebeurd. In zo’n geval mag de minister een organisatie aanwijzen. De minister heeft daartoe voor alle waterschappen dezelfde organisatie aangewezen: de Vereniging van Bos- en natuurterreineigenaren (VBNE).

Verdeling Niet beantwoord is de vraag hoe de zetels in het algemeen bestuur worden verdeeld over ingezetenen, bedrijfsleven, landbouwgronden en natuurterreinen. Dat gebeurt in een volgende bijdrage.

Artikel 12 Waterschapswet luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Het algemeen bestuur is samengesteld uit vertegenwoordigers van categorieën van belanghebbenden bij de uitoefening van de taken van het waterschap. Lid 2. In het algemeen bestuur zijn de volgende categorieën van belanghebbenden vertegenwoordigd: a. de ingezetenen; b. degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van ongebouwde onroerende zaken, niet zijnde natuurterreinen als bedoeld in artikel 116, onder c; c. degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van natuurterreinen als bedoeld in artikel 116, onder c; d. degenen die krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebouwde onroerende zaken in gebruik hebben als bedrijfsruimte.

Artikel 14 Waterschapswet luidt (gedeeltelijk): Lid 1. De vertegenwoordigers van de categorieën van belanghebbenden, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdelen b en c, worden benoemd door de daartoe bij reglement aangewezen organisaties of, voor zover daarin bij reglement nog niet is voorzien, een door Onze Minister aangewezen organisatie. Lid 2. De vertegenwoordigers van de categorie van belanghebbenden, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel d, worden benoemd door de Kamer van Koophandel.

Artikel 2 Waterschapswet luidt (gedeeltelijk): De bevoegdheid tot regeling van (de) samenstelling van hun bestuur en tot de verdere reglementering van waterschappen behoort aan provinciale staten. De uitoefening van deze bevoegdheid geschiedt bij provinciale verordening.

Artikel 9 Reglement van Bestuur voor het Hoogheemraadschap van Delfland (2015) luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Het algemeen bestuur bestaat uit (..); b. leden (van) de categorie ongebouwd als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onder de letter b van de Waterschapswet. Lid 2. a. De leden bedoeld in het eerste lid, onder b worden benoemd door de Land- en Tuinbouworganisatie Noord.

Artikel 6 Reglement voor het waterschap Limburg luidt: Voor de categorie ongebouwd worden de vertegenwoordigers benoemd door de Limburgse Land- en Tuinbouwbond.

Regeling benoeming waterschapsbestuursleden Natuurterreinen. Regeling als bedoeld in (..) de Waterschapswet inzake de selectie en de benoeming door de Vereniging van Bos- en natuurterreineigenaren (VBNE) van vertegenwoordigers van de categorie ‘Natuurterreinen’ in algemene besturen van waterschappen. Vastgesteld door het bestuur van de VBNE op 9 oktober 2017. De VBNE dient, als door de Minister aangewezen benoemende organisatie, op grond van de Waterschapswet tijdig te voorzien in een regeling omtrent de selectie en de benoeming van de vertegenwoordigers van de categorie Natuurterreinen

Het waterschapsbestuur

WOENSDAG 8 AUGUSTUS 2018 Over ruim een half jaar zijn er weer verkiezingen voor de waterschappen (maart 2019). Waterschappen worden ook wel hoogheemraadschappen genoemd. Wekelijks volgt er een bijdrage in de categorie Waterschapsverkiezingen 2019. De bijdrage van deze week gaat over het waterschapsbestuur.

Drie bestuursorganen Het waterschapsbestuur bestaat uit drie organen: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

Dijkgraaf De voorzitter heet ook wel dijkgraaf of watergraaf. Die laatste naam wordt gebruikt als er geen dijken in zijn waterschap gelegen zijn. Hij is voorzitter van het algemeen bestuur, van het dagelijks bestuur en van het waterschap. Hij is enigszins vergelijkbaar met de burgemeester in een gemeente. De dijkgraaf wordt voor zes jaar door de regering benoemd. Dat gebeurt niet out of the blue. Het gebeurt namelijk pas na een aanbeveling van het algemeen bestuur. De regering kan de dijkgraaf schorsen en ontslaan.

(Hoog)heemraden Het dagelijks bestuur bestaat uit de (voorzittende) dijkgraaf en de heemraden. Soms heten de heemraden anders, zoals hoogheemraden of gezworenen. Ze zijn enigszins vergelijkbaar met de wethouders in een gemeente. De heemraden worden gekozen door en uit het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur kan hen ook weer tussentijds ontslaan.

Algemeen bestuur Het algemeen bestuur bestaat niet alleen uit vertegenwoordigers van de mensen die in het waterschap wonen (de ingezetenen), maar ook uit vertegenwoordigers van de bezitters van in het waterschap gelegen landbouwgronden en natuurterreinen en uit vertegenwoordigers van het bedrijfsleven in het waterschap. Het algemeen bestuur is enigszins vergelijkbaar met de gemeenteraad.

Benoemen algemeen bestuur Wie de vertegenwoordigers van de bezitters van landbouwgronden en natuurterreinen en het bedrijfsleven kiest, daarop kom ik in een volgende bijdrage terug. Voor de vertegenwoordigers van de ingezetenen worden verkiezingen gehouden waarbij alle volwassenen die in het gebied wonen hun stem mogen uitbrengen: dat zijn de waterschapsverkiezingen. De eerstvolgende waterschapsverkiezingen zijn – zoals gezegd – in maart 2019. Die verkiezingen betreffen dus slechts een deel van het algemeen bestuur. Wel is het zo dat in diezelfde maand ook de andere leden van het algemeen bestuur worden gekozen. Het hele algemeen bestuur wordt dus in maart volgend jaar volledig vernieuwd, voor een periode van vier jaar.

Artikel 10 Waterschapswet luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Het bestuur van een waterschap bestaat uit een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter. Lid 2. De voorzitter is voorzitter van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.

Artikel 46 Waterschapswet luidt (gedeeltelijk): Lid 1. De voorzitter van het waterschap wordt benoemd en herbenoemd bij koninklijk besluit. Hij kan bij koninklijk besluit worden geschorst en ontslagen. Lid 2. De benoeming geschiedt voor de tijd van zes jaar. Lid 3. Voor de benoeming maakt het algemeen bestuur een aanbeveling op. Lid 5. Een voordracht van een niet op de aanbeveling geplaatste persoon geschiedt niet alvorens het algemeen bestuur en gedeputeerde staten zijn gehoord.

Artikel 41 Waterschapswet luidt (gedeeltelijk): Lid 1. De leden van het dagelijks bestuur, met uitzondering van de voorzitter, worden door het algemeen bestuur benoemd. Lid 2. De benoeming vindt plaats uit de leden van het algemeen bestuur. Lid 5. Het algemeen bestuur kan een of meer leden van het dagelijks bestuur, met uitzondering van de voorzitter, ontslag verlenen, indien deze het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezitten.

Artikel 12 Waterschapswet luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Het algemeen bestuur is samengesteld uit vertegenwoordigers van categorieën van belanghebbenden bij de uitoefening van de taken van het waterschap. Lid 2. In het algemeen bestuur zijn de volgende categorieën van belanghebbenden vertegenwoordigd: a. de ingezetenen; b. degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van ongebouwde onroerende zaken, niet zijnde natuurterreinen als bedoeld in artikel 116, onder c; c. degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van natuurterreinen als bedoeld in artikel 116, onder c; d. degenen die krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebouwde onroerende zaken in gebruik hebben als bedrijfsruimte.

Artikel 16 Waterschapswet luidt: Lid 1. De vertegenwoordigers van de categorieën van belanghebbenden, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdelen b, c en d, worden benoemd voor vier jaren. Lid 2. Zij treden tegelijk af met ingang van de donderdag in de periode van 23 tot en met 29 maart.

De wettelijke taken van het waterschap

DINSDAG 31 JULI 2018. Over ruim een half jaar zijn er weer verkiezingen voor de waterschappen (maart 2019), ook wel hoogheemraadschappen geheten. Daarom ga ik daarover regelmatig schrijven. Vandaag over de taken en welke waterschappen er in ons land zijn.

Waterschapswet Er is voor waterschappen een speciale wet gemaakt: de Waterschapswet. Deze wet uit 1991 bestaat momenteel uit meer dan 160 artikelen die tezamen zo’n 50 bladzijden beslaan.

Openbaar lichaam Een waterschap is een openbaar lichaam. Net als een gemeente en een provincie.

Taken Elk waterschap moet in elk geval zorgen voor het watersysteem, de afvalwaterzuivering en de muskusrattenbestrijding. Rol provincie De provincie waarin het waterschap is gelegen mag de taken uitbreiden, mits de minister het goedkeurt.

Welke waterschappen Er zijn momenteel ongeveer 20 waterschappen, elk met een eigen gebied. Ik noem hier Delfland (in delen van Zuid-Holland) en Rijnland (in andere delen van Zuid-Holland en Noord-Holland), Brabantse Delta, Rivierenland (in o.a. Gelderland), Fryslan en Limburg. Rol provincie De provincie waarin het waterschap is gelegen mag het gebied van een waterschap uitbreiden of beperken. In het verlengde daarvan mag de provincie een waterschap opheffen of een nieuw waterschap instellen. Mits de minister het goedkeurt.

Artikel 1 Waterschapswet luidt (gedeeltelijk): Lid 1. Waterschappen zijn openbare lichamen welke de waterstaatkundige verzorging van een bepaald gebied ten doel hebben. Lid 2. De taken die tot dat doel aan waterschappen zijn of worden opgedragen betreffen de zorg voor het watersysteem en de zorg voor het zuiveren van afvalwater. Daarnaast kan de zorg voor een of meer andere waterstaatsaangelegenheden zijn of worden opgedragen. Lid 3. De zorg voor het watersysteem, bedoeld in het tweede lid, omvat mede het voorkomen van schade aan waterstaatswerken veroorzaakt door muskus- en beverratten.

Artikel 2 Waterschapswet luidt (gedeeltelijk): Lid 1. De bevoegdheid tot het opheffen en het instellen van waterschappen, tot regeling van hun gebied, taken behoort aan provinciale staten.

Artikel 5 Waterschapswet luidt: Een besluit van provinciale staten tot het opheffen of instellen van een waterschap dan wel tot vaststelling of wijziging van de taak of het gebied van een waterschap behoeft de goedkeuring van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu. De goedkeuring kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.

Illegale grondwateronttrekking en de waterschappen

DINSDAG 10 JULI 2018. In de krant staat dat een landbouwer in Boxtel een boete heeft gekregen van 2000 euro omdat hij grondwater uit een gemeentelijke waterput heeft gebruikt voor zijn aardappels. De boete is opgelegd door een waterschap: waterschap De Dommel.

Keur Het waterschap heeft hem daarvoor beboet, omdat grondwateronttrekking verboden is op grond van een wet die het waterschap zelf heeft gemaakt. Die wet is hier de Keur Waterschap De Dommel 2015. Daarin is een bepaling opgenomen die grondwateronttrekking verbiedt, bijvoorbeeld door een aardappelboer, tenzij hij daarvoor een vergunning heeft gekregen.

Waterschapswet Een waterschap heeft de bevoegdheid gekregen om dergelijke verboden uit te vaardigen (en bij overtreding te beboeten). Dat is gebeurd in de Waterschapswet, een wet die regering, Tweede en Eerste Kamer gezamenlijk hebben gemaakt.

Algemeen bestuur Een waterschap bestaat op grond van diezelfde Waterschapswet uit een algemeen bestuur en een dagelijks bestuur. Alleen het algemeen bestuur mag een keur met bijvoorbeeld een verbodsbepaling zoals hier aan de orde uitvaardigen. Het algemeen bestuur van het waterschap bestaat uit vertegenwoordigers van grondeigenaren (zoals agrariërs), eigenaren van natuurgebieden, ondernemers en ingezetenen. De ingezetenen zijn de mensen die wonen in het gebied van het waterschap.

Kieswet De vertegenwoordigers van die ingezetenen worden op grond van de Kieswet bepaald door het houden van verkiezingen waarin (in beginsel) alle ingezetenen hun stem mogen uitbrengen. Zij worden voor vier jaar gekozen in het algemeen bestuur. Volgend jaar maart zijn er weer verkiezingen.

Artikel 3.10 Keur Waterschap De Dommel 2015 luidt: In andere gevallen dan bedoeld in artikel 6.4 van de Waterwet is het verboden zonder vergunning van het bestuur grondwater te onttrekken of te infiltreren.

Artikel 56 Waterschapswet luidt (gedeeltelijk): Het waterschapsbestuur is bevoegd tot regeling en bestuur ter behartiging van de taken die het waterschap zijn opgedragen.

Artikel 78 luidt (gedeeltelijk): Het algemeen bestuur maakt de verordeningen die het nodig oordeelt voor de behartiging van de taken die het waterschap zijn opgedragen.

Artikel 83 luidt (gedeeltelijk): De bevoegdheid tot het maken van keuren kan het algemeen bestuur slechts overdragen voorzover het betreft de vaststelling van nadere regels met betrekking tot bepaalde door het algemeen bestuur in zijn verordeningen aangewezen onderwerpen

Artikel 12 luidt: Lid 1. Het algemeen bestuur is samengesteld uit vertegenwoordigers van categorieën van belanghebbenden bij de uitoefening van de taken van het waterschap. Lid 2. In het algemeen bestuur zijn de volgende categorieën van belanghebbenden vertegenwoordigd:

    • a. de ingezetenen;
    • b. degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van ongebouwde onroerende zaken, niet zijnde natuurterreinen als bedoeld in artikel 116, onder c;
    • c. degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van natuurterreinen als bedoeld in artikel 116, onder c;
    • d. degenen die krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebouwde onroerende zaken in gebruik hebben als bedrijfsruimte.

Artikel B 2a Kieswet luidt (gedeeltelijk): De leden van het algemeen bestuur worden gekozen door degenen die op de dag van de kandidaatstelling ingezetenen zijn van het waterschap en op de dag van de stemming de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt

Artikel C 4 luidt (gedeeltelijk): De leden van de algemene besturen worden gekozen voor vier jaren.