Cabinet members van Donald Trump

VRIJDAG 24 JANUARI 2025 Sinds afgelopen maandag is Donald Trump opnieuw president van de Verenigde Staten. Ook de leden van zijn regering zijn nu in functie: members of his cabinet. Wie gaat over hún benoeming en ontslag?

SECRETARY De leden van de Amerikaanse regering zijn vergelijkbaar met onze ministers. De functie van de meeste leden van de regering wordt aangeduid met Secretary. Zo is daar bijvoorbeeld de Secretary of State (minister van Buitenlandse Zaken), de Secretary of the Treasury (minister van Financiën) en de Secretary of Defense (minister van Defensie). De minister van Justitie heet dan weer Attorney General.

APPOINTMENT Een Amerikaanse minister wordt benoemd door de President, zie article II Section 2 van de Constitution of the United States: The President shall appoint public Ministers. De Constitution of the United States is de Grondwet van de Verenigde Staten. In ons land wordt een minister benoemd door een besluit dat is ondertekend door de koning en de minister-president, zie artikelen 47 en 48 van de Grondwet.

BY CONSENT De Amerikaanse President mag een minister echter niet benoemen zonder dat de Senaat daarin heeft toegestemd: The President shall by Consent of the Senate appoint public Ministers, zie article II Section 2 van de Constitution. Toestemming van het Huis van Afgevaardigden is dus niet nodig.

CONGRESS Huis van Afgevaardigden en Senaat vormen samen het Amerikaanse parlement (Congress): All legislative Powers herein granted shall be vested in a Congress of the United States, which shall consist of a Senate and House of Representatives, zie article I Section I van de Constitution. In ons land vormen de Eerste Kamer en de Tweede Kamer samen het parlement (Staten-Generaal), zie artikel 51 Grondwet.

COALITIEFRACTIEVOORZITTERS In ons land wordt een minister volgens de letterlijke tekst van de Grondwet zonder toestemming van de Tweede Kamer of de Eerste Kamer benoemd. Ook al staan onder zo’n benoemingsbesluit alleen de handtekeningen van koning en minister-president, al lange tijd is de feitelijke gang van zaken echter anders. De benoeming van onze ministers staat namelijk niet op zichzelf: het is de afronding van de kabinetsformatie. In de praktijk beslissen bij de vorming van een nieuw kabinet de formateur en de voorzitters van de Tweede Kamerfracties van de beoogde coalitie over wie minister wordt in het nieuwe kabinet. Eenmaal benoemd zitten die ministers er ook voor de oppositie; ik vind het daarom een goede ontwikkeling dat er sinds de laatste kabinetsformatie voorafgaande aan hun benoeming hoorzittingen worden gehouden waarop álle Tweede Kamerfracties kunnen kennismaken met en vragen kunnen stellen aan de kandidaat-ministers.    

REMOVAL Een Amerikaanse minister mag worden ontslagen door de President. Die bevoegdheid tot ontslag staat echter niet in de Amerikaanse Grondwet; daarin staat alleen de bevoegdheid van de President om iemand te benoemen tot minister. Toch is de President ook bevoegd om een minister te ontslaan; hij mag dat zelfs doen zonder dat de Senaat daarin heeft toegestemd. Dat wordt afgeleid uit de rechtspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof. Het Hooggerechtshof heeft die rechtspraak al begin 20e eeuw ingezet, zie de uitspraak inzake Shurtleff tegen de VS die het Hooggerechtshof deed op 6 april 1903. Shurtleff was trouwens geen minister, maar wel een door de President met toestemming van de Senaat benoemde functionaris.   

MINISTERRAAD In ons land kan een minister worden ontslagen door een besluit dat is ondertekend door de koning en de minister-president, zie de artikelen 47 en 48 van de Grondwet. Toestemming van het parlement of van de fractievoorzitters van de coalitiepartijen is hiervoor niet nodig. Wel eist het Reglement voor de ministerraad dat de minister-president dit eerst bespreekt in de ministerraad en dat die ministerraad vervolgens toestemming heeft gegeven voor het voorgenomen ontslag, zie artikel 4 lid 2 sub k. Voor het nemen van een besluit in de ministerraad is nodig dat de meerderheid van de ministers daarmee instemt, zie artikel 11.   

VERTROUWENSREGEL In ons land kan een minister echter ook naar huis worden gestuurd doordat de Tweede Kamer of de Eerste Kamer het vertrouwen opzegt in die minister, bijvoorbeeld door een motie van wantrouwen aan te nemen. Toestemming van de ministerraad is daarvoor niet nodig. Deze vertrouwensregel staat niet in de Grondwet; hij geldt omdat het een regel is van ongeschreven recht. Een Kamer kan het vertrouwen opzeggen in een minister, bijvoorbeeld omdat ze het niet eens is met het beleid van die minister (maar elke reden voldoet, en eigenlijk is er niet eens een reden nodig).

PARLEMENTAIR STELSEL? Het Amerikaanse parlement kan dat niet doen. Het Amerikaanse parlement kan een minister niet naar huis sturen; ook als het Huis van Afgevaardigden of de Senaat geen vertrouwen meer heeft in een minister, kan ze die niet naar huis sturen. De Verenigde Staten hebben dus geen parlementair stelsel.

IMPEACHMENT Het Amerikaanse parlement kan een minister weer wel naar huis sturen via de impeachment procedure. Een impeachment procedure is alleen mogelijk als bij die minister sprake is van een conviction of, Treason, Bribery, or other high Crimes and Misdemeanors, zie Article II Section 4 van the Constitution. Het is dezelfde impeachment procedure die de President zelf kan overkomen.

BRONNEN Naast bovenstaande grondwetsartikelen is geraadpleegd P.P.T. Bovend’Eert, T&C Grondwet en Statuut, artikel 48 Grondwet, 5e druk, Deventer: Wolters Kluwer: 2018; P.P.T. Bovend’Eert & H.R.B.M. Kummeling, Het Nederlands Parlement, 13e druk, Deventer: Wolters Kluwer 2024, p 607; Eric Janse de Jonge, Amerikaans Staatsrecht: Beschouwingen over de rule of law, staatsinstellingen en politiek in de Verenigde Staten van Noord-Amerika, Nijmegen: Wolf Legal Publishers 2012, p 153 e.v. en 163 e.v.; Wikipedia (Federal_impeachment_in_the_United_States; Officer_of_the_United_States; Cabinet_of_the_United_States).

Mr. Leon

Volgend stuk verschijnt op vrijdag 7 februari.

Gemeentelijk vuurwerkverbod

DONDERDAG 9 JANUARI 2025 In een klein aantal gemeenten in ons land gold tijdens de jaarwisseling in de hele gemeente een verbod voor consumenten om (legaal) vuurwerk af te steken. Waarin was dit lokale vuurwerkverbod geregeld?

APV Dit verbod gold bijvoorbeeld in Amsterdam, Eindhoven, Nijmegen en Utrecht. In deze gemeenten was dit verbod opgenomen in de algemene plaatselijke verordening. Elke gemeente heeft een algemene plaatselijke verordening. Die verordening wordt vaak afgekort tot APV.

VERBODEN In een APV staan vooral verboden (en in mindere mate geboden) die gelden voor burgers en bedrijven in het openbaar. De verboden gaan over de meest uiteenlopende onderwerpen. Elke gemeente bepaalt zelf welke onderwerpen dat zijn. In de APV van Amsterdam zijn bijvoorbeeld verboden opgenomen over samenscholen, bezit van messen, gebruik van drugs, prostitutie, hinderlijk gedrag, evenementen, straatmuziek, horecaterrassen, aanplakken (al dan niet van reclame), barbecueën en wildplassen, en bijvoorbeeld een aanlijngebod voor honden.

ARTIKELEN De Amsterdamse APV is verdeeld in zeven hoofdstukken en sommige hoofdstukken bestaan weer uit paragrafen. In elk hoofdstuk en paragraaf staan artikelen. Deze artikelen bevatten de verboden en geboden. De Nijmeegse APV is verdeeld in zes hoofdstukken en die weer in afdelingen, met daarin de artikelen. Datzelfde geldt ook voor de APV’s van Eindhoven en Utrecht.       

AMSTERDAM In de Amsterdamse APV staat het verbod voor consumenten om vuurwerk af te steken in hoofdstuk 5. De naam van dit hoofdstuk is Milieu, en het verbod staat in paragraaf 2 van dit hoofdstuk. De naam van deze paragraaf is Vuurwerk en explosieven. Artikel 5.3 luidt: Het is verboden vuurwerk, anders dan bedrijfsmatig, tot ontbranding te brengen. Met uitzondering van fop- en schertsvuurwerk

NIJMEGEN In de Nijmeegse APV staat het verbod in hoofdstuk 2 (‘Openbare orde en veiligheid; volksgezondheid en milieu’), en wel in afdeling 10 (‘Consumentenvuurwerk’). Artikel 2:73 luidt: Het is verboden om consumentenvuurwerk tot ontbranding te brengen. Onder consumentenvuurwerk wordt in dit artikel verstaan vuurwerk van categorie F2 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.

EINDHOVEN Ook in de Eindhovense APV staat het verbod in hoofdstuk 2 met deze naam. Het verbod staat nu echter in afdeling 12 (‘Consumentenvuurwerk’). Ook hier is het trouwens artikel 2:73, dat dit keer luidt: Het is verboden om tussen 31 december 18:00 uur en 1 januari 02:00 uur van het daaropvolgende jaar consumentenvuurwerk met uitzondering van fop- en schertsvuurwerk, tot ontbranding te brengen.

UTRECHT Ook in de Utrechtse APV staat het verbod in hoofdstuk 2 (‘Openbare orde’), en wel in afdeling 11 (‘Vuurwerk’). Artikel 2:44 luidt: Het is verboden om consumentenvuurwerk tussen 31 december 18.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daaropvolgende jaar tot ontbranding te brengen, met uitzondering van fop- en schertsvuurwerk.

AFSTEEKVERBOD Hoewel de formulering in deze vier APV’s niet helemaal hetzelfde is, komt de strekking ervan in al deze gemeenten op hetzelfde neer: een afsteekverbod voor consumenten tijdens de jaarwisseling, met uitzondering van het afsteken van fop- en schertsvuurwerk.

VUURWERKBESLUIT Hoe is het afsteken eigenlijk geregeld vóór 31 december 18.00 uur en ná 02.00 uur op 1 januari? Mag het dan wél soms? Nee, dan mag het nergens in ons land, want dan geldt er een landelijk verbod. Dit landelijk verbod geldt namelijk op alle dagen en tijdstippen, maar de tijd tussen 31 december 18.00 uur en 1 januari 02.00 uur is hierin uitdrukkelijk uitgezonderd. Het landelijk verbod is opgenomen in het Vuurwerkbesluit, en wel in artikel 2.3.6. Het Vuurwerkbesluit is een Algemene Maatregel van Bestuur en dat betekent dat het door de regering is vastgesteld. 

BOVENGRENS Als de regering het in een landelijke regeling uitdrukkelijk niet verbiedt dat consumenten tijdens de jaarwisseling vuurwerk afsteken, mag een gemeente dat dan vervolgens wel gaan verbieden in een APV? Ja dat mag. Dat mag, zolang zo’n lokaal verbod niet in strijd is met de landelijke regeling, zie artikel 121 van de Gemeentewet. Is het lokale vuurwerkverbod in de artikelen 5.3, 2.73 en 2.44 van de APV’s van Amsterdam, Nijmegen, Eindhoven en Utrecht in strijd met het Vuurwerkbesluit? Uit rechterlijke uitspraken van enkele jaren geleden kan worden afgeleid dat APV-artikelen met deze strekking niet in strijd zijn met het Vuurwerkbesluit, zie hierover een uitspraak van de Raad van State van 14 december 2016 en een uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 9 november 2020. En daarom is een lokaal afsteekverbod voor consumenten in deze gemeenten ook tijdens de jaarwisseling een geldig verbod.  

Mr. Leon

Volgend blog op vrijdag 24 januari!