De Rijksbegroting

VRIJDAG 18 SEPTEMBER 2026 Afgelopen dinsdag was het Prinsjesdag. Zoals altijd op de derde dinsdag van september. Dan dient de minister van Financiën de begroting van de ontvangsten en de uitgaven voor het volgende kalenderjaar in bij de Tweede Kamer. Uiteraard heeft de hele ministerraad ingestemd met die begroting. De minister van Financiën is persoonlijk aanwezig bij de indiening in de Tweede Kamer. Hij houdt een korte toespraak in aanwezigheid van alle Tweede Kamerleden en overhandigt een schriftelijke toelichting op de begroting; die toelichting is de Miljoenennota. Is het daarmee klaar met de rijksbegroting?

Nee.

VOORSTEL Ten eerste is het niet een begroting, maar een begrotingsvoorstel, zie artikel 105 lid 2 Grondwet. Het is slechts een voorstel, omdat het parlement er nog mee akkoord moet gaan. In de grondwet staat namelijk dat de begroting bij wet wordt vastgesteld, zie artikel 105 lid 1. De rijksbegroting is dus een begrotingswet. Voor de vaststelling van een wet is nodig dat zowel Tweede Kamer als Eerste Kamer daarmee akkoord zijn gegaan, zie artikelen 81 e.v. Grondwet.

VOORSTELLEN Er is weliswaar één rijksbegroting, maar die bestaat uit verschillende begrotingen. Zo heeft elk ministerie haar eigen begroting, zie artikel 2.1 Comptabiliteitswet 2016. Zo hebben bijvoorbeeld het ministerie van Defensie, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap elk een eigen begroting. Voor elke begroting wordt een apart wetsvoorstel ingediend. De minister van Financiën dient op Prinsjesdag dus niet één begrotingsvoorstel in maar meer begrotingsvoorstellen.  

BEHANDELING Enkele weken na Prinsjesdag begint de parlementaire behandeling plaats van al die afzonderlijke begrotingsvoorstellen, (eerst) in de Tweede Kamer en (daarna) in de Eerste Kamer. De minister van Financiën is daarbij niet aanwezig; de minister van het ministerie waarop het begrotingsvoorstel betrekking heeft is daarbij wel aanwezig. Het is mogelijk dat het begrotingsvoorstel voor het ene ministerie wél wordt aangenomen, maar voor het andere ministerie wordt verworpen. De Tweede Kamer kan een begrotingsvoorstel niet alleen aannemen of verwerpen, maar kan het ook wijzigen. De Tweede Kamer heeft namelijk bij alle wetsvoorstellen het recht van amendement, zie artikel 84 Grondwet.

1 JANUARI Het is de bedoeling dat het parlement zich over alle begrotingsvoorstellen vóór 1 januari heeft uitgesproken, zie artikelen 2.24 en 2.25 Comptabiliteitswet 2016. Maar niet elk jaar lukt dat voor alle begrotingsvoorstellen. Elke begrotingswet bevat evenwel een wetsartikel waarin staat dat die begrotingswet in dat geval terugwerkt tot 1 januari, zie ook artikel 2.24 Comptabiliteitswet.  

SUPPLETOIR Ook als álle begrotingsvoorstellen die op Prinsjesdag zijn ingediend door het parlement zijn aangenomen, is het echter nog niet klaar met de rijksbegroting. Tijdens het kalenderjaar waarop de rijksbegroting betrekking heeft dient de regering namelijk nog allerlei wijzigingen in op die aangenomen rijksbegroting. Dat zijn dan suppletoire begrotingen. Uiteraard behelzen ook die wijzigingen slechts voorstellen. Ook voor de wijzigingsvoorstellen geldt dat zij als wetsvoorstellen worden behandeld. De wijzigingsvoorstellen (suppletoire begrotingsvoorstellen) worden in het algemeen gebundeld ingediend. Dat gebeurt op drie momenten in het jaar.

VOORJAARSNOTA Het eerste moment is bij de Voorjaarsnota. De Voorjaarsnota behelst een schriftelijke toelichting op de wijzigingsvoorstellen. Voorjaarsnota en wijzigingsvoorstellen moeten vóór 1 juni worden ingediend bij de Tweede Kamer, zie artikel 2.26 Comptabiliteitswet 2016.  

NAJAARSNOTA Het tweede moment is bij de Najaarsnota. Najaarsnota en suppletoire begrotingsvoorstellen moeten vóór 1 december worden ingediend bij de Tweede Kamer, zie artikel 2.26 Comptabiliteitswet 2016. In de loop van december van het jaar waarop de rijksbegroting betrekking heeft en mogelijk ook nog in de eerste maanden van het daaropvolgende nieuwe jaar beslist het parlement dus om wijzigingsvoorstellen van de rijksbegroting aan te nemen of te verwerpen!

SLOTWET In mei van het nieuwe jaar volgt het derde en laatste moment: de procedure waarmee de slotwetten beginnen, zie artikel 2.39 Comptabiliteitswet. Een slotwet is een wet waarmee de (in de begroting) geraamde uitgaven en ontvangsten formeel in overeenstemming worden gebracht met de werkelijke uitgaven en ontvangsten. Er zijn dus uitgaven gedaan waarvoor geen suppletoire begroting is ingediend. Voor elke begroting wordt een (apart) voorstel voor een slotwet ingediend bij de Tweede Kamer, zie artikel 2.36 Comptabiliteitswet.

BRONNEN Naast bovenstaande wetsartikelen zijn geraadpleegd P.P.T. Bovend’Eert en H.R.B.M. Kummeling, Het Nederlandse parlement, Wolters Kluwer: 2024, bladzijde 444 e.v.; T.C. Borman, De begrotingswet: een wet als iedere andere? (Tijdschrift) Regelmaat 2015, nummer 2, bladzijde 144 e.v.  

Mr. Leon

Volgend blog op vrijdag 2 oktober!