Président de la République française

VRIJDAG 1 APRIL 2022 Volgende week zondag worden in Frankrijk de presidentsverkiezingen gehouden. Wat is de positie van een Franse president en hoe wordt hij of zij gekozen?

REPUBLIEK Frankrijk is een republiek en republieken hebben tegenwoordig een president als staatshoofd. De huidige Franse president is Emmanuel Macron. Hij is chef d’état.

MONARCHIE Nederland is geen republiek, maar een monarchie. In een monarchie is een monarch het staatshoofd. De monarch is meestal een koning; zo’n monarchie heet dan koninkrijk. In ons land is koning Willem-Alexander het staatshoofd. Ook België, het Verenigd Koninkrijk en Denemarken zijn koninkrijken. Ook daar is het staatshoofd dus een koning, respectievelijk koning Filip, koningin Elizabeth II en koningin Margrethe II.

OEKRAÏNE, Duitsland en de Verenigde Staten zijn net als Frankrijk republieken en hebben dus een president als staatshoofd. Dat zijn nu Volodymyr Zelenski, Frank-Walter Steinmeier en Joe Biden.

ERFELIJK? Het koningschap is erfelijk. Een president wordt echter gekozen. Wie hem of haar kiest, kan per land verschillen. In Duitsland zijn het de leden van de Bondsdag (Duitse Tweede Kamer) aangevuld met afgevaardigden van de deelstaatparlementen. Zij kiezen de bondspresident bij meerderheid. In de Verenigde Staten kiezen de burgers van elke deelstaat twee of meer kiesmannen en alle kiesmannen kiezen bij meerderheid de president. In Frankrijk zijn het de burgers die bij meerderheid hun president kiezen; hier wordt de president dus rechtstreeks verkozen.

REGERINGSLEIDER? In Amerika is het staatshoofd tevens regeringsleider. Biden is dus zowel staatshoofd als leider van de regering. Een regering bestaat verder uit ministers en staatssecretarissen. Elders in de wereld is het meestal zo geregeld dat staatshoofd en regeringsleider twee verschillende personen zijn. Dat is bijvoorbeeld zo in Nederland, België, het Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Duitsland, Oekraïne en ook in Frankrijk. In deze landen wordt de regeringsleider meestal premier genoemd. Zo is er de Prime Minister in het Verenigd Koninkrijk (nu Boris Johnson), de premier in Nederland (nu Mark Rutte) en de Eerste minister in Frankrijk (nu Jean Castex). In Duitsland is er de bondskanselier (nu Olaf Scholz).

REGERINGSINVLOED? Het is zeker niet uitgesloten dat een staatshoofd dat geen regeringsleider is wél invloed heeft in de regering. Zo hebben veel koningen in elk geval het recht om door ministers te worden geraadpleegd, het recht om hen aan te moedigen en het recht om hen te waarschuwen. Dit is een adviesrecht van de koning.

LID VAN DE REGERING? Ook in Nederland heeft de koning dat adviesrecht; hij kan dat recht bijvoorbeeld uitoefenen tijdens het wekelijkse gesprek met de premier. Bovendien maakt de koning in ons land deel uit van de regering, met andere woorden hij is lid van de regering (artikel 42 Grondwet). Dat betekent niet dat de koning mee vergadert in de ministerraad, laat staan dat hij leider is van de regering. In onze Grondwet staat verder dat de benoeming van de premier en de andere ministers gebeurt per koninklijk besluit (artikel 43). Dat betekent dat voor hun benoeming ook de handtekening van de koning nodig is. Tegenwoordig is dat een louter ceremoniële aangelegenheid.   

PREMIER MINISTRE De president van Frankrijk is zoals gezegd geen regeringsleider, althans niet volgens de Franse grondwet. Hij is chef d’état, maar geen chef du gouvernement. Dat laatste is de premier, tegenwoordig is Jean Castex de Premier ministre. De Franse president kan echter wel veel invloed hebben op de regering. Zo is het de president die de premier kiest en benoemt. De president benoemt ook de overige ministers, al moet dat steeds op voordracht van de premier gebeuren.

TOTALE LIBERTÉ DE CHOIX Volgens de Franse grondwet is de president helemaal vrij in wie hij tot premier en dus tot regeringsleider benoemt. De president kan via zijn premier invloed hebben op het regeringsbeleid. Feitelijk is de keuzevrijheid om een premier te benoemen echter afhankelijk van de politieke verhoudingen in de Franse Tweede Kamer (Assemblée nationale). Die Tweede Kamer  kan namelijk een motie van wantrouwen aannemen waardoor de premier zijn ontslag zal moeten indienen bij de president. Als de meerderheid in die Kamer tot dezelfde politieke partij behoort als de president, dan zal de Kamer de door de president gekozen premier niet snel naar huis sturen; een president is namelijk ook partijleider. In zo’n situatie heeft de president heel veel keuzevrijheid. De president zal dan een premier kiezen die het regeringsbeleid gaat uitvoeren dat hij/de president heeft bedacht. Dan heeft de president veel invloed op het regeringsbeleid. Daar komt nog bij dat de president volgens de grondwet niet alleen de regeringsleider benoemt, maar ook de voorzitter is van de regering.

COHABITATION Als daarentegen de meerderheid in de Assemblée nationale bestaat uit andere politieke partijen, heeft de president (veel) minder vrijheid bij de keuze van een premier. En des te minder naarmate die partijen politiek inhoudelijk verder afstaan van zijn eigen partij. Men spreekt dan van een situatie van ‘cohabitation’. In zo’n situatie kiest de president een premier die kan steunen op een meerderheid in de Kamer, ook al zal het beleid van die regeringsleider dan ver afstaan van wat de president voor wenselijk houdt. Zou hij een andere premier kiezen, dan zou de Assemblée nationale de regeringsleider zo snel mogelijk weer naar huis sturen. De president heeft in geval van cohabitation dus nauwelijks invloed op het regeringsbeleid.

PRÉSIDENT MACRON ‘begon’ zijn termijn met een absolute meerderheid aan Kamerzetels voor zijn eigen partij (54%), La République en marche (LREM). Bij die meerderheid moet ook nog een andere partij worden opgeteld die nauw verwant is met de zijne en die ook ministers levert in de regering, MoDem. Daardoor kwam die meerderheid zelfs boven de 60% uit. Een flink aantal Kamerleden van zijn eigen partij heeft zich echter in de afgelopen jaren van de fractie afgesplitst. Daardoor heeft die partij de absolute meerderheid verloren. Echter, samen met MoDem heeft LREM nog steeds een riante meerderheid. Er is daarom ook nu geen sprake van cohabitation en heeft president Macron zijn hele termijn veel invloed gehad op het regeringsbeleid.

ÉLECTION PRÉSIDENTIELLE Volgende week zondag worden in Frankrijk de presidentsverkiezingen gehouden. Er zijn twaalf kandidaten. De grote kanshebbers zijn volgens dagblad Le Figaro Emmanuel Macron, Marine Le Pen, Jean-Luc Mélenchon, Éric Zemmour en Valérie Pécresse. De president wordt rechtstreeks gekozen door de bevolking. Iedereen van 18 jaar of ouder met de Franse nationaliteit mag stemmen; dat zijn er bijna 50 miljoen. De kandidaat die meer dan de helft van de stemmen krijgt wordt president. Als geen enkele kandidaat zoveel stemmen krijgt – het is nog nooit voorgekomen dat een kandidaat in de eerste ronde de absolute meerderheid behaalt – wordt twee weken later de tweede verkiezingsronde gehouden. Daaraan mogen alleen de twee kandidaten meedoen die de meeste stemmen hebben gekregen. Volgens recente peilingen zullen dat waarschijnlijk Macron en Le Pen zijn. Le Pen is de kandidate van Rassemblement national (heette vroeger Front national). Macron is de zittende president.

(Mr. Leon)

Volgend blog: vrijdag 22 april

Reacties? staatsrechtpraktijk@outlook.com


 

De bondskanselier van Duitsland

VRIJDAG 17 SEPTEMBER 2021 In de afgelopen weken is er op televisie en in de krant veel aandacht besteed aan de drie kandidaten die een reële kans maken om binnenkort Angela Merkel op te volgen als bondskanselier van Duitsland. Dit zijn Olaf Scholz van het sociaaldemocratische SPD, Annalena Baerbock van het groenlinkse Bündnis 90/Die Grünen en Armin Laschet van het christendemocratische CDU. Wat is een bondskanselier en wie kiest hem (of haar)?

BOND De bondskanselier is kanselier van de bond. Van welke bond? Van de bond Duitsland. Bundesrepublik Deutschland is namelijk een bondsstaat oftewel een federatie. Bondsstaat Duitsland bestaat uit zestien deelstaten én de bond. Länder worden ze bij onze oosterburen genoemd, of Land als het over één deelstaat gaat. Länder zijn bijvoorbeeld Beieren en Saksen, en het aan Nederland grenzende Noordrijn-Westfalen (in het zuiden) en Nedersaksen (in het noorden). Kandidaat Laschet is momenteel actief in de Landspolitiek: als minister-president van Noordrijn-Westfalen. De bond is het staatsrechtelijk verband tússen de deelstaten. Scholz en Baerbock zijn nu actief in de bond; Scholz als minister en Baerbock als volksvertegenwoordiger.

GRUNDGESETZ Overheidsmacht bestaat uit wetgeving, bestuur en rechtspraak. In een federatie is die macht verdeeld over deelstaten en bond. Deze verdeling is in de nationale grondwet verankerd: in het Grundgesetz für die Bundesrepublik Deutschland. In deze grondwet is ook de staatsrechtelijke inrichting van de bond vastgelegd; zo is er een bondsdag, een bondsregering en een bondspresident. De inrichting van een deelstaat mag elke deelstaat zelf regelen, tot op zekere hoogte. Die regeling staat in de grondwet van die deelstaat. Duitsland heeft dus zeventien grondwetten.

EENHEIDSSTAAT Ons eigen land is geen bondsstaat of federatie. Het is een eenheidsstaat. De twaalf provincies zijn geen deelstaten; hoeveel anders was dat in de zeventiende en achttiende eeuw. In de Nederlandse grondwet is de overheidsmacht dan ook niet verdeeld over ‘Binnenhof’ en provincies. Provincies hebben alleen overheidsmacht als en voor zover het ‘Binnenhof’ dat toelaat, tot op zekere hoogte. Nederland heeft maar één grondwet, en daarin is niet alleen de inrichting van de Staat maar ook de inrichting van de provincies verankerd. En de inrichting van provincies is uitgewerkt in nationale wetten, zoals de Provinciewet.

BONDSKANSELIER BRD Duitsland heeft een bondskanselier en een bondspresident. Dat zijn twee verschillende ambten. Bondspresident is het staatshoofd, terwijl bondskanselier de regeringsleider is. Hun posities zijn tot op zekere hoogte vergelijkbaar met die van Koning en minister-president in ons land. Frank-Walter Steinmeier is bondspresident, sinds 2017. Angela Merkel is bondskanselier, sinds 2005.

BONDSDAG De bondskanselier wordt gekozen door de bondsdag. De bondsdag is de nationale volksvertegenwoordiging, zeg maar de Tweede Kamer van Duitsland. De leden van de bondsdag worden rechtstreeks gekozen door de bevolking, dat wil zeggen door dat deel van de bevolking dat 18 jaar of ouder is en de Duitse nationaliteit heeft. De volksvertegenwoordigers worden voor vier jaar gekozen. Er zijn bij de laatste verkiezingen in 2017 ruim 700 volksvertegenwoordigers gekozen. De grootste fractie bestaat uit CDU en CSU. Dit zijn twee verschillende partijen, maar in de bondsdag vormen ze één fractie. Nummer twee volgt op grote afstand: SPD-fractie. Daarna volgt AfD (Alternative für Deutschland), het liberale FDP, Die Linke en de kleinste fractie is Bündnis 90/Die Grünen. Bündnis 90/Die Grünen is één partij, anders dan haar naam wellicht doet vermoeden. CDU/CSU staat weliswaar met stip bovenaan, maar heeft geen absolute meerderheid in de bondsdag. Een coalitieregering was in 2017 dus noodzakelijk; dat is trouwens (vrijwel) altijd het geval in Duitsland.

KEUZE BONDSKANSELIER Het is dus de bondsdag die de bondskanselier kiest. De bondspresident benoemt vervolgens de persoon die door de meerderheid van de bondsdag is gekozen. Aan die meerderheidskeuze gaan natuurlijk onderhandelingen vooraf tussen de fracties in de bondsdag. Die onderhandelingen gaan niet alleen over wie de nieuwe bondskanselier wordt, maar ook over het nieuwe regeerakkoord. Wat gebeurt er als geen enkele kandidaat de steun krijgt van de meerderheid? Die situatie heeft zich nog niet voorgedaan. Na de laatste verkiezingen dreigde dat wél te gebeuren. Er werd toen in eerste instantie ingezet op een meerderheidscoalitie van drie fracties (en vier partijen): CDU/CSU, FDP en Bündnis 90/Die Grünen. Dat mislukte. Vervolgens werd ingezet op de meerderheidscoalitie van CDU/CSU en SPD; dat is lange tijd tegengehouden door de SPD, maar uiteindelijk ging die partij toch akkoord. Voortzetting van deze coalitie na de verkiezingen van volgende week zondag is niet waarschijnlijk, want volgens recente opiniepeilingen zullen die twee fracties straks nog slechts een minderheid in de bondsdag vormen.

BONDSPRESIDENT Wat als de onderhandelingen voor een nieuw kabinet ertoe leiden dat een kandidaat bondskanselier slechts door een minderheid wordt gesteund? Wat er dan politiek gaat gebeuren, weet ik niet. Wat ik wel weet, is dat de bondspresident dan een veel belangrijkere rol gaat spelen in de kabinetsformatie. Hij moet dan namelijk (politieke) keuzes gaan maken: óf hij benoemt de minderheidskandidaat tot bondskanselier, óf hij schrijft nieuwe bondsdagverkiezingen uit.

KONING Ook in Nederland kan het staatshoofd een belangrijkere rol krijgen in de formatie als een meerderheidskabinet niet lijkt te lukken. Al is dat wél een andere rol dan de Duitse bondspresident heeft. Ten eerste kan er een minderheidskabinet tot stand komen. De benoeming van ministers en staatssecretarissen gebeurt per koninklijk besluit. Dat wil zeggen: onder het benoemingsbesluit staan de handtekeningen van de beoogde/nieuwe minister-president en de Koning. Dat is zo bij alle kabinetten, minderheids- of meerderheidskabinet. Maar bij een minderheidskabinet werkt de parlementaire vertrouwensregel minder goed: het is dan namelijk minder zeker dat dit nieuwe kabinet niet meteen wordt heengezonden, omdat een parlementaire meerderheid meteen bij aanvang van het nieuwe kabinet duidelijk maakt dat ze er geen vertrouwen in heeft. Ten tweede: in plaats van de vorming van een minderheidskabinet kunnen de formatieonderhandelingen ook worden voortgezet, maar nu op zo’n manier dat het staatshoofd wordt verzocht om een formateur aan te wijzen en de opdracht mee te geven om een kabinet samen te stellen. Tot 2012 werden alle formateurs en informateurs aangewezen door de Koning(in). Sindsdien is in het reglement van de Tweede Kamer geregeld dat die Kamer zelf de informateurs en formateur aanwijst en een opdracht meegeeft. In de afgelopen maanden is het niet ondenkbaar gebleken dat deze weg dit keer niet tot de vorming van een kabinet gaat leiden. Dan is het juridisch mogelijk dat de Koning alsnog wordt verzocht om een formateur (of informateur) aan te wijzen. Zo lees ik in het rapport van een commissie van staatsrechtgeleerden die op verzoek van de Tweede Kamer de kabinetsformatie van 2012 heeft geëvalueerd. De commissie benadrukt echter wél dat aan deze ‘terugvaloptie’ ‘gelet op de constitutionele positie van de Koning zeker bezwaren (zijn) verbonden’.

(Mr. Leon)

Volgend blog: woensdag 6 oktober

Kabinetsformatie in Duitsland en België

DONDERDAG 8 APRIL 2021 Het vorige blog ging over de kabinetsformatie in Nederland. In dit blog wordt de Nederlandse kabinetsformatie vergeleken met die bij onze zuider- en oosterburen: België en Duitsland.

BONDSDAG De Tweede Kamer heet in België Kamer van Volksvertegenwoordigers; die Kamer heeft net als bij ons land 150 leden. In Duitsland heet de Tweede Kamer Bundestag (Bondsdag). De Bondsdag heeft ruim 700 leden. België is net als Nederland een monarchie; het staatshoofd is een koning. Duitsland is een republiek; het staatshoofd is een president. In België is de ‘’regeringsleider’’ net als in Nederland de premier. In Duitsland is de bondskanselier de regeringsleider.

INFORMATEUR In Nederland wijst de Tweede Kamer de informateur aan, die in kaart brengt welke coalitie mogelijk is. In België wijst de Koning de informateur aan. Net als in ons land kan iedereen informateur worden. De Koning der Belgen is Filip. In Duitsland wordt geen informateur aangewezen. De (nieuwgekozen) lijsttrekkers en de voorzitters van hun politieke partijen (!) gaan om de tafel zitten met de andere (nieuwgekozen) lijsttrekkers en hun partijvoorzitters om te onderhandelen over een nieuwe regeringscoalitie.

FORMATEUR In Nederland wijst de Tweede Kamer (ook) de formateur aan, die de ministers uitzoekt. In België is het de Koning die (ook) de formateur aanwijst. Meestal wordt de formateur daar net als hier de nieuwe premier. In Nederland wordt de premier ook wel minister-president genoemd, in België ook wel Eerste minister. In Duitsland wordt de bondskanselier de formateur. Men wordt daar dus eerst bondskanselier en pas daarna formateur. In Nederland en België is de volgorde omgekeerd: hier wordt men eerst formateur en pas daarna premier.

NIEUWE PREMIER In Nederland ondertekenen Koning en beoogd premier het besluit waarmee de premier wordt benoemd. In België ondertekenen Koning en demissionair premier dat besluit. Belgisch premier is nu Alexander de Croo; zijn benoemingsbesluit is destijds ondertekend door Sophie Wilmès. In Duitsland wordt het besluit waarmee de bondskanselier wordt benoemd (alleen) ondertekend door de president. De huidige kanselier is Angela Merkel.

MINISTERS In Nederland ondertekenen Koning en de nieuwe premier de besluiten waarmee de ministers worden benoemd. In België gaat het net zo. In Duitsland worden de besluiten waarmee de ministers worden benoemd (alleen) ondertekend door de president. President is nu Frank-Walter Steinmeier.

In België mag een kabinet uit hooguit 15 ministers bestaan, dat is inclusief de premier. De huidige regering bestaat uit dat maximale aantal. Bovendien moeten er evenveel Nederlandstalige als Franstalige ministers zijn, de premier niet meegeteld. Nederland en Duitsland kennen dit soort eisen niet.

KAMER In Nederland kan de Tweede Kamer het hele (nieuwe) kabinet heenzenden door duidelijk te maken dat ze er geen vertrouwen in heeft, bijvoorbeeld door een motie van wantrouwen aan te nemen. In België mag een nieuw kabinet pas aan het werk gaan nadat de Kamer een motie van vertrouwen heeft aangenomen. In Duitsland is het zo dat de president altijd tot bondskanselier benoemt degene die de (meerderheid van de) Bondsdag heeft gekozen.

VERKENNER In Nederland wijst de voorzitter van de oude Tweede Kamer de verkenner(s) aan na overleg met de gekozen lijsttrekkers. In België is de Koning (zelf) die verkenner. Duitsland heeft geen (officiële) verkenner.

DE PRESIDENT in Duitsland wordt gekozen door de Bondsdag en door vertegenwoordigers van de parlementen van de deelstaten. Het koningschap in België is net als in ons land erfelijk bepaald.

(Mr. Leon)

Volgende blog: dinsdag 20 april

De Amerikaanse vicepresident in de Senaat

MAANDAG 18 JANUARI 2021 Opvolging van de president van de Verenigde Staten bij zijn overlijden, aftreding of afzetting (impeachment!) is niet de enige staatsrechtelijke bevoegdheid van de vicepresident. De vicepresident kan volgens de Amerikaanse grondwet ook een belangrijke rol spelen in de Senaat. Het ziet ernaar uit dat Kamala Harris die rol gaat krijgen. Wat is er aan de hand?

KAMALA HARRIS wordt de nieuwe Democratische vicepresident van de VS, naast Joe Biden als president. Ze wordt de eerste Madam Vice President. Mike Pence is nog enkele dagen de huidige Republikeinse Mr. Vice President, naast president Donald Trump. De vicepresident is altijd van dezelfde politieke partij als de president.

U.S. SENATE De Senaat vormt samen met het Huis van Afgevaardigden (House of Representatives) het Amerikaanse parlement (U.S. Congress). Alleen het parlement kan wetten maken. Ook de overheidsbegroting wordt per wet vastgesteld. Zowel Senaat als Huis moeten dan het wetsvoorstel (bill) aannemen. Dat gebeurt met een gewone meerderheid van de aanwezige volksvertegenwoordigers. De Senaat bestaat uit honderd senatoren, als alle zetels vervuld zijn. De bevolking van elke deelstaat kiest twee senatoren, of het nou een grote deelstaat is zoals Californië of kleine zoals Maine. Elke senator heeft één stem. Voor een gewone meerderheid is de yeah-stem van 51 senatoren nodig, als alle zetels zijn vervuld én alle senatoren aanwezig zijn.

SENATOR Een senator wordt voor zes jaar gekozen. Maar het is niet zo dat er om de zes jaar verkiezingen zijn. Verkiezingen zijn er elke twee jaar. Dan wordt een derde van de Senaat vernieuwd. Na de voorlaatste verkiezingen van eind 2018 bestond de Senaat uit 47 Democraten en 53 Republikeinen. Na de laatste verkiezingen van eind 2020 zal de Senaat bestaan uit vijftig Democraten en vijftig Republikeinen. De eerstvolgende verkiezingen worden eind 2022 gehouden. In de komende twee jaar is de verdeling van Republikeinse en Democratische senatoren dus fifty-fifty.

VICE PRESIDENT De vicepresident is volgens de Amerikaanse Grondwet ook voorzitter van de Senaat. In de praktijk wordt de voorzittershamer meestal door een ander vervuld (een gekozen senator). De vicepresident heeft geen stemrecht in de Senaat, tenzij de Senaat – in de woorden van de Amerikaanse grondwet – ‘’equally divided’’ is. Dat wil zeggen: bij het staken der stemmen. Met andere woorden: als er bij de stemming over een wetsvoorstel net zoveel ‘yeas’ als ‘nays’ worden geteld. Dat zal zich vaak voordoen als Republikeinen en Democraten ieder precies de helft van het aantal zetels bezetten, zoals in de komende twee jaar het geval zal zijn. Kamala Harris heeft dan de doorslaggevende stem. Zij mag zelf bepalen hoe ze stemt, maar het is aannemelijk dat ze steeds de Democraten aan een meerderheid zal helpen.

MIKE PENCE VERSUS JOE BIDEN Maar de doorslaggevende stem van de vicepresident is dus niet beperkt tot een Senaat waar Democraten en Republikeinen elk precies vijftig zetels hebben. Het gaat er maar om dat de uitgebrachte stemmen staken, al is het weer wel zo dat volgens het reglement van orde van de Senaat elke senator in principe moet stemmen. Zo heeft Mike Pence minstens acht keer zijn stem uitgebracht in de Senaat, hoewel de Republikeinen de meerderheid van de Senaatszetels in handen hadden in de afgelopen jaren. Een vicepresident is niet verplicht om zijn stem uit te brengen. Joe Biden heeft als vicepresident onder Obama nimmer gestemd.

DE NEDERLANDSE SENAAT – onze Eerste Kamer – bestaat uit 75 leden, als ie compleet is. De Kamer wordt om de vier jaar helemaal vernieuwd, vooralsnog. Dit is een oneven aantal en dus is het onmogelijk dat twee partijen ieder de helft van het aantal zetels bezetten. In de praktijk zijn de zetels trouwens altijd over (beduidend) meer dan twee partijen verdeeld. Momenteel zijn er vijftien partijen vertegenwoordigd. De grootste partij – de VVD – heeft twaalf zetels. Bij het staken der stemmen – niet alle senatoren hoeven hun stem uit te brengen, voldoende is dat 38 van hen dat doen – volgt eerst uitstel tot een volgende vergadering en – als de stemmen dan weer staken – wordt het voorstel volgens het Reglement van Orde geacht te zijn verworpen. Een Nederlandse vicepremier heeft nooit stemrecht in de Eerste Kamer of in de Tweede Kamer. In het huidige (demissionaire) kabinet is er trouwens niet één vicepremier maar zijn er drie: Hugo de Jonge, Kajsa Ollongren en Carola Schouten. Van elke coalitiepartij een, terwijl de VVD de premier levert.

(Mr. Leon)

Amerikaanse presidentsverkiezingen: kiezerskeuze of keuze kiesmannen?

DONDERDAG 12 NOVEMBER 2020 Vorige week dinsdag was de laatste dag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Er is nog geen officiële winnaar aangewezen, ook al hebben diverse kranten en omroepen in de VS Democraat Joe Biden tot winnaar uitgeroepen. Hoe vindt de officiële aanwijzing van de winnaar plaats en welke rol spelen kiesmannen hierbij?

VICE PRESIDENT Ook de zittende vicepresident heeft een rol in de officiële aanwijzing van de nieuwe president. In de Amerikaanse grondwet – de Constitution of the United States of America – staat namelijk dat de voorzitter van de Senaat de documenten (Certificates) opent waarin de uitgebrachte stemmen van de kiesmannen staan. Voorzitter van de Senaat is volgens diezelfde grondwet de vicepresident; Mike Pence is de huidige Vice President. De Senaat is een van de twee Kamers waaruit het Amerikaanse parlement bestaat; de andere Kamer is het Huis van Afgevaardigden.

STEMMEN TELLEN Hoe gaat de officiële aanwijzing van de nieuwe president verder in zijn werk? Door het tellen van de stemmen die de kiesmannen hebben uitgebracht. Die stemmen staan in de Certificates. Dit alles gebeurt in aanwezigheid van het voltallige Amerikaanse parlement. Wie de meerderheid van (de stemmen van) de kiesmannen heeft, is de officiële winnaar van de verkiezingen. Hij (of zij) is de President-Elect.

KIESMANNEN De kiesmannen kiezen de president, maar op hun beurt worden zij zelf ook gekozen. Wie kiest hen? Dat doen de deelstaten van de VS. Elke deelstaat kiest haar eigen kiesmannen, Electors genaamd. Dat gebeurt in verkiezingen waaraan alle kiezers in die deelstaat kunnen deelnemen. De Amerikaanse grondwet geeft elke Amerikaan vanaf zijn 18e kiesrecht. Een kandidaat kiesman wordt aangewezen door de politieke partijen. Daarmee is meteen duidelijk welke presidentskandidaat zijn voorkeur heeft. De kiezer brengt zijn stem op een kandidaat kiesman uit door middel van een stembiljet. Op dat stembiljet staat altijd de naam van de presidentskandidaat die de kiesman graag ziet winnen. In de meeste deelstaten wordt de naam van de kiesman zelf niet op het stembiljet vermeld. Daardoor zijn veel kiezers zich er niet van bewust dat ze eigenlijk op een kandidaat kiesman stemmen en niet op een presidentskandidaat.

DEELSTATEN Elke verkozen kiesman brengt één stem uit op een presidentskandidaat, maar het aantal verkozen kiesmannen verschilt per deelstaat. Het loopt uiteen van slechts 3 tot 55, bijna een factor twintig verschil! Het daadwerkelijke aantal is afhankelijk van het aantal afgevaardigden dat de deelstaat in het Huis van Afgevaardigden heeft, en dat hangt op zijn beurt weer af van het inwonertal van de deelstaat. Daarom kiest bijvoorbeeld het aan de oostkust gelegen Delaware – de woonplaats van Joe Biden – met heel weinig inwoners slechts drie kiesmannen, terwijl het aan de westkust gelegen California met heel veel inwoners er 55 kiest.

KIESMANNEN VOLGEN POPULAR VOTE In bijna alle deelstaten brengen de kiesmannen hun stem uit op dezelfde presidentskandidaat. Dat is de kandidaat die van de kiezers in die deelstaat de meeste stemmen heeft gekregen. Die kandidaat heeft met andere woorden de popular vote gekregen. Eigenlijk hebben de kiezers niet op presidentskandidaten gestemd, want zij hebben op kandidaat kiesmannen gestemd (zie hierboven onder kiesman). Zo hebben bijvoorbeeld in California de meeste kiezers op kiesmannen gestemd die Biden als president willen. Onder de 55 kiesmannen in deze deelstaat zijn er echter ook die Trump willen. Toch zullen ze allemaal op Biden stemmen, ook al doen sommigen dat dan contre coeur. Dat is de vaste praktijk in alle deelstaten, maar het schijnt niet overal even goed geregeld in de grondwetten van de deelstaten. Hoe groot de popular vote is – een kleine meerderheid of een grote meerderheid – is irrelevant. De kleinste meerderheid is genoeg om de stemmen van alle kiesmannen te krijgen. Daarom voeren presidentskandidaten vooral campagne in deelstaten waar het onzeker is hoe de popular vote zal uitvallen, de Swing States geheten. Alleen in Maine en Nebraska kan het voorkomen dat sommige kiesmannen op de ene presidentskandidaat stemmen en andere kiesmannen op de andere.

KIESMANNEN VERSUS POPULAR VOTE Er zijn in de hele VS 538 kiesmannen. De meerderheid daarvan is 270. De presidentskandidaat die de stem van 270 kiesmannen heeft, is de winnaar van de verkiezingen. Dat hoeft niet te betekenen dat de meeste Amerikaanse kiezers ook op (kiesmannen voor) die kandidaat hebben gestemd. Deze kandidaat hoeft met andere woorden niet de popular vote van het hele land te hebben. Dat was bijvoorbeeld in 2016 het geval, toen op Donald Trump de meeste kiesmannen hadden gestemd (namelijk 304) terwijl de meeste kiezers op (kiesmannen voor) Hillary Clinton hadden gestemd. En zo was het ook in 2000, toen Republikein George W. Bush de stemmen kreeg van 271 kiesmannen terwijl Democraat Al Gore de popular vote van het land had gekregen. Trouwens: hoewel Bush veel minder stemmen van kiesmannen had gekregen dan Trump zestien jaar later, hadden er toch (relatief) méér kiezers op (kiesmannen voor) Bush gestemd dan op Trump.

WASHINGTON D.C. De 538 kiesmannen zijn verdeeld over de 50 deelstaten waaruit de Verenigde Staten is opgebouwd. Washington D.C. – waar de Amerikaanse regering zetelt – maakt geen deel uit van een Amerikaanse deelstaat. Evenmin is het op zichzelf een deelstaat. De stad vormt op zichzelf een ‘’district’’. Toch heeft dit district, genaamd District Columbia (D.C.), drie kiesmannen.

35+ Niet iedereen kan trouwens tot president worden gekozen. Alleen iemand die als Amerikaan is geboren en die er langer dan veertien jaar heeft gewoond komt daarvoor in aanmerking. Bovendien moet hij bij zijn verkiezing ouder zijn dan 35 jaar. Alle presidenten waren ouder dan 40 jaar. Ook Biden is dat half januari.

LAME DUCK PRESIDENCY De nieuwe president zal pas vanaf 20 januari om twaalf uur ‘s middags in functie zijn. Normaliter is begin november al zeker wie de President-Elect zal zijn. In de tussentijd blijft de zittende President, die vier jaar geleden is verkozen, in functie. Zo staat het sinds 1933 in de Amerikaans grondwet. Daarvoor duurde die tussentijd twee keer zo lang. Tot de 20e januari behoudt de zittende President volgens mij al zijn bevoegdheden, maar feitelijk beschouwt men het presidentschap dan als vleugellam, als een lame duck presidency.

(Mr. Leon)

Hongkong en de Britse nationaliteit

VRIJDAG 10 JULI 2020 China heeft onlangs een nieuwe veiligheidswet aangenomen voor Hongkong. Tot zo’n twintig jaar geleden viel het eiland onder het Verenigd Koninkrijk. De Britse regering is erg kritisch over de nieuwe wet. Daarom wil ze emigratie naar het Verenigd Koninkrijk voor de inwoners van Hongkong die een Britse nationaliteit bezitten makkelijker maken. Miljoenen inwoners van Hongkong hebben een Britse nationaliteit. Wat is de betekenis van deze nationaliteit?

ONDERDAAN Iemand die de nationaliteit van land X heeft, is staatsburger van dat land. Een ander woord voor staatsburger is onderdaan. Wie de Duitse nationaliteit heeft, is onderdaan van Duitsland. Dezelfde nationaliteit kan aan verschillende landen zijn verbonden. Een voorbeeld is de Nederlandse nationaliteit. Wie onderdaan is van Aruba, Curaçao, Nederland of Sint Maarten heeft de Nederlandse nationaliteit.

NEDERLANDERSCHAP Aruba, Curaçao, Nederland en Sint Maarten vormen samen het Koninkrijk der Nederlanden: Koning Willem-Alexander is het staatshoofd van alle vier. De nationaliteit is hier een aangelegenheid van het koninkrijk: het Nederlanderschap is voor het hele koninkrijk geregeld in de Rijkswet op het Nederlanderschap.

BRITS Wie onderdaan is van een land van het Verenigd Koninkrijk heeft een Britse nationaliteit. Schotten, Engelsen, Welshmen en Noord-Ieren hebben een Britse nationaliteit. Hun staatshoofd is Koningin Elizabeth II. Ze zijn niet de enige Britse onderdanen. Want over de hele wereld zijn er plaatsen (meestal eilanden) waarvan Elizabeth II staatshoofd is en de onderdanen een Britse nationaliteit hebben, zoals Gibraltar en de Kaaimaneilanden.

CANADEES Het is niet zo dat de onderdanen van elk land met Elizabeth II als staatshoofd de Britse nationaliteit hebben. Zo hebben Canadezen en Australiërs geen Britse nationaliteit. Tenminste: niet meer. Canadezen en Australiërs hadden tot midden jaren zeventig respectievelijk tachtig (ook) een Britse nationaliteit. Voor Hongkong gaat het omgekeerde op: Hongkong heeft Elizabeth II niet als staatshoofd, terwijl veel inwoners wél een Britse nationaliteit bezitten.  

BRITISH CITIZEN Voor de onderdanen van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland is er één en dezelfde nationaliteit: het Nederlanderschap. Voor Britse onderdanen is er niet één Britse nationaliteit, maar zes! Hier wordt in wetgeving een onderdaan citizen genoemd en nationaliteit heet citizenship. De meest gewenste nationaliteit is British citizenship, omdat je daarmee vrij mag wonen en werken in Engeland, Schotland, Wales en Noord-Ierland. British citizen is bijvoorbeeld wie in Engeland is geboren uit een Engelse moeder of vader.

BRITISH SUBJECTS Canadezen en Australiërs waren allemaal (ook) British subjects. Nu komt deze nationaliteit nog maar weinig voor.

BRITISH OVERSEAS TERRITORIES CITIZEN Wie onderdaan is van bijvoorbeeld de Kaaimaneilanden, Maagdeneilanden of Bermuda is een British overseas territories citizen. Het is wél zo dat sinds begin deze eeuw de meesten van hen automatisch (ook) British citizen zijn.

BRITISH NATIONAL OVERSEAS De Britse inwoners van Hongkong zijn geen British overseas territories citizen en evenmin zijn ze British citizen. Zij zijn British overseas citizen of British national overseas; dit zijn twee verschillende Britse nationaliteiten. Men heeft een van beide Britse nationaliteiten. Welke dat is, is afhankelijk van de persoonlijke keuze die bij de overdracht aan China is gemaakt.   

IMMIGRATIEBELEID Wie een van bovenstaande Britse nationaliteiten bezit mag bij verblijf in het buitenland een beroep doen op hulp en bijstand van de ambassade van het Verenigd Koninkrijk. Maar alleen British citizens mogen vrij wonen en werken in Engeland, Schotland, Wales en Noord-Ierland. Voor de andere is wonen en werken niet uitgesloten, maar aan voorwaarden verbonden. Voor hen geldt dus een immigratiebeleid. Voordeel van hun Britse nationaliteit is dat dit beleid (veel) soepeler is dan het beleid dat voor niet-Britten geldt. Ook soepeler dan voor de burgers van de Europese Unie: aan het soepele immigratiebeleid voor de burgers van de Europese Unie is immers door de Brexit een eind gekomen.

(Mr. Leon)

Gemeenteraadsverkiezingen in Frankrijk

DONDERDAG 2 JULI 2020Afgelopen weekend waren er in Frankrijk gemeenteraadsverkiezingen. Het lijkt erop dat regerings- en presidentspartij La République En Marche (LREM) het er niet zo goed van af heeft gebracht. De belangrijkste oppositiepartij Les Républicains heeft in elk geval enkele grote steden verloren, zoals Marseille en Bordeaux waar de Groenen (EELV) hebben gewonnen. De verkiezingsuitslagen zijn niet alleen belangrijk voor de gemeentepolitiek, maar ook voor de Franse senaat. Hoe beïnvloeden gemeenteraadsverkiezingen de samenstelling van de senaat in Frankrijk?Het wordt een cijferrijk stukje.

KIESMANNEN In Nederland zijn het de leden van alle provinciale staten die de Eerste Kamer (senaat) kiezen. In Frankrijk zijn dat hoofdzakelijk de leden van alle gemeenteraden, de conseillers municipaux. Alle raadsleden zijn zelf kiesmannen en/of de gemeenteraad kiest bij meerderheid kiesmannen die op hun beurt de senatoren kiezen. In gemeenten met minder dan 9000 inwoners zijn niet alle raadsleden kiesmannen, maar kiest de gemeenteraad uit zijn midden één tot vijftien kiesmannen (délégués). In gemeenten met meer dan 9000 inwoners is elk raadslid kiesman. In gemeenten met meer dan 30.000 inwoners komen daar nog extra kiesmannen bovenop, de délégués supplémentaires. Het is dan weer de raadsmeerderheid die die extra kiesmannen kiest. Meestal zijn het medewerkers, vrienden of familieleden van die meerderheid. Voor elke 800 extra inwoners is er één kiesman.

BORDEAUX Bordeaux is een gemeente met iets meer dan 250.000 inwoners. De 65 gemeenteraadsleden zijn dus allemaal kiesmannen. Bovendien worden hier nog ongeveer 275 extra kiesmannen gekozen door de gemeenteraad.

KLEINE GEMEENTEN In kleine gemeenten behalen oppositiepartij Les Républicains of politici die haar gedachtegoed delen traditiegetrouw goede verkiezingsresultaten. In Frankrijk zijn er nog heel veel kleine gemeenten. Slechts 0,1% van de gemeenten heeft volgens Wikipedia meer dan honderdduizend inwoners, terwijl 90% minder dan drieduizend inwoners heeft (en 70% minder dan duizend).

KLEINE GEMEENTEN MEER KIESMANNEN Elke gemeente heeft een gemeenteraad en heeft dus een of meer kiesmannen. Elke kiesman heeft bij de senaatsverkiezingen één stem, ongeacht het inwonertal van de gemeente. Kleine gemeenten hebben relatief gezien veel kiesmannen. Zo heeft een gemeente met minder dan honderd inwoners – 10% van alle gemeenten – één kiesman, terwijl een gemeente van 28.000 inwoners met vijfendertig raadsleden slechts vijfendertig kiesmannen heeft. Gemeenten met meer dan 30.000 inwoners worden tot op zekere hoogte gecompenseerd dankzij de extra kiesmannen.

BONUS Het is in Frankrijk niet zo dat raadszetels op basis van de uitgebrachte stemmen over de lijsten worden verdeeld. Ter illustratie het volgende voorbeeld. In Bordeaux zijn er vijfenzestig raadszetels. De kiezer kon zijn stem uitbrengen op drie lijsten. 46% stemde op de lijst met Groenen (EELV) en 44% op de lijst met Les Républicains. In Nederland zou het zo zijn dat dan ongeveer 46% van de raadszetels naar de lijst EELV gaat en 44% naar de lijst Les Républicains; dat zou erop neerkomen dat beide lijsten ongeveer evenveel zetels krijgen. In Frankrijk gaat het anders. Hier krijgt de lijst met de meeste stemmen een bonus: die lijst krijgt sowieso de helft van alle zetels. De andere helft van de zetels wordt verdeeld op basis van de uitgebrachte stemmen. De bonushouder doet daar ook aan mee. Lijst EELV krijgt daarom in Bordeaux 48 zetels, dat is 75% van de hele gemeenteraad en heeft daarmee een zeer riante absolute meerderheid. Terwijl lijst Les Républicains slechts 14 zetels krijgt, dat is 20% van de hele gemeenteraad en dus een kleine minderheid! Overigens stonden op beide lijsten kandidaten van meerdere politieke partijen, maar die waren dan wel weer politiek aan elkaar verwant.

BORDEAUX Bordeaux heeft straks 65 kiesmannen die raadslid zijn, plus 277 extra kiesmannen. Dat zijn er in totaal 342. Daarvan zullen er 325 op de hand van lijst EELV hun stem uitbrengen.

SENAAT Er zijn 348 senatoren in Frankrijk en dus is 175 hier de absolute meerderheid. Momenteel vormt oppositiepartij Les Républicains met 142 senatoren de grootste fractie. De fractie heeft dus geen absolute meerderheid, maar komt met 40% wel in de buurt. De grootste regeringspartij La République En Marche (LREM) heeft slechts 23 senatoren.

ASSEMBLÉE In de andere Kamer van het parlement – de Assemblée nationale, de Franse Tweede Kamer – begon LREM in 2017 met een riante absolute meerderheid, namelijk met 308 van de 577 zetels. Inmiddels telt de fractie 281 leden, waardoor ze de absolute meerderheid heeft verloren. Overigens is de Franse regering een coalitieregering, en dankzij de coalitiegenoot heeft ze haar absolute meerderheid in de Assemblée nationale behouden. Oppositiefractie Les Républicains heeft in deze Kamer 104 leden; relatief gezien is ze hier dus veel minder groot dan in de senaat. 

VERKIEZING HALVE SENAAT Senatoren worden net als gemeenteraadsleden voor zes jaar gekozen. Anders is dat per senaatsverkiezing niet alle senatoren worden gekozen maar ongeveer de helft. Daarom zijn er om de drie jaar senaatsverkiezingen. Over drie maanden zijn de eerstvolgende senaatsverkiezingen.

(Mr. Leon)

Coronavirus in Frankrijk

DONDERDAG 30 APRIL 2020 Burgers in Nederland moeten coronamaatregelen zoals het samenkomstverbod naleven, omdat ze in de noodverordening staan die de voorzitter van hun veiligheidsregio heeft uitgevaardigd. Heel ons land is verdeeld in vijfentwintig veiligheidsregio’s. De opdracht die enkele ministers – waaronder die voor Medische Zorg, van Volksgezondheid en Veiligheid – aan de regiovoorzitters hebben gegeven tot het nemen van maatregelen schiep nog geen verplichting voor de burgers. Zo’n verplichting ontstond pas door de noodverordeningen van die voorzitters. Die moesten zij naleven. De noodverordeningen zijn trouwens niet overal precies hetzelfde; de ministeriële opdracht laat ook ruimte voor verschillen. Tot zover Nederland, tenminste in deze bijdrage. Hoe is het in Frankrijk geregeld? Hoe zijn daar coronamaatregelen zoals het samenkomstverbod geregeld?

MINISTRE DE LA SANTÉ Bij een dreigende epidemie mag de Franse minister van Gezondheid elke maatregel uitvaardigen die nodig is ter bescherming van de volksgezondheid, zo nodig voor heel Frankrijk. Hij mag dat doen op grond van de Wet op de publieke gezondheid, Code de la santé publique. Uiteraard mag zo’n maatregel niet verder gaan dan noodzakelijk is en moet hij zijn afgestemd op omstandigheden van tijd en plaats. Afgelopen maand (maart) heeft de minister diverse malen een ministeriële regeling uitgevaardigd; ze hielden voor heel Frankrijk dezelfde maatregelen in. Daarin werd onder andere samenkomsten verboden. In de vroegste regeling ging het om een samenkomstverbod voor vijfduizend personen, vervolgens om duizend personen en half maart stond de teller op honderd. Burgers waren verplicht om de (meest recente) regeling na te leven.

PREMIER MINISTRE Half maart heeft ook de minister-president – Edouard Philippe – een regeling uitgevaardigd, samen met de ministers van Gezondheid en van Binnenlandse Zaken. In heel Frankrijk wordt daarin alle burgers verboden om zonder goede reden hun woning te verlaten. Men was verplicht om deze regeling na te leven. Goede redenen om je woning te verlaten waren bijvoorbeeld het doen van boodschappen en een bezoek aan de dokter. De bevoegdheid van de minister-president om deze maatregel te nemen stond niet in de Wet op de publieke gezondheid, maar ik neem aan dat hij deze regeling baseerde op de Franse grondwet. Daarin staat in heel algemene bewoordingen dat hij de bevoegdheid heeft om samen met betrokken ministers regelingen (decreten) uit te vaardigen. Men kan zich afvragen of zo’n ingrijpende maatregel op deze basis kan worden genomen.

PARLEMENT In de tweede helft van maart is in het Franse parlement een spoedwet aangenomen die onmiddellijk in werking trad, Loi du 23 mars 2020 d’urgence pour faire face à l’épidémie de covid-19. Deze wet regelt van alles en nog wat. Er wordt bijvoorbeeld een nieuw hoofdstuk toegevoegd aan bovengenoemde Wet op de publieke gezondheid. Daardoor is het mogelijk geworden om een noodtoestand voor de volksgezondheid uit te roepen. Met zo’n état d’urgence sanitaire krijgen de minister-president en de minister van Gezondheid tal van bevoegdheden die ze hiervoor niet hadden, of in elk geval niet zo expliciet. Voordeel van een expliciete wettelijke bevoegdheid is dat geen misverstand kan bestaan over het bestaan van die bevoegdheid. De minister-president krijgt bijvoorbeeld de expliciete bevoegdheid om élke samenkomst te verbieden, ongeacht het aantal personen. En hij krijgt ook de expliciete bevoegdheid om burgers te verbieden om zonder goede reden hun woning te verlaten! Ook kunnen leveranciers worden gedwongen tot afgifte van al hun producten aan de overheid, zoals mondkapjes. Onmiddellijk is de état d’urgence sanitaire uitgeroepen, in eerste instantie voor een periode van twee maanden. Onmiddellijk ook heeft de minister-president een nieuw decreet uitgevaardigd. Niet naleven van de ge- en verboden kan worden bestraft met boetes van tienduizend euro of zes maanden gevangenisstraf.

PRÉSIDENT Tijdens de coronacrisis hebben de minister-president en de minister van Gezondheid dus allerlei bevoegdheden die zij in normale tijden niet hebben. Wat is de rol van de Franse president, Emmanuel Macron? Hij kan in elk geval de minister-president ontslaan, bijvoorbeeld als hij het niet eens is met zijn decreten. Op voordracht van de minister-president kan hij ook de minister van Gezondheid ontslaan.

PRÉFET Het eerste samenkomstverbod vanwege het coronavirus is noch door de minister van Gezondheid noch door de minister-president uitgevaardigd. Dat is uitgevaardigd door een prefect. Dat was de prefect van het departement Morbihan; hij heeft al op 1 maart zo’n verbod uitgevaardigd. Uiteraard gold dat verbod alleen in zijn departement. Morbihan ligt in Bretagne, aan de Atlantische Oceaan; er wonen ongeveer driekwart miljoen mensen. Heel Frankrijk is verdeeld in zo’n honderd departementen. Elk departement omvat verscheidene gemeenten. De prefect van Morbihan baseerde zijn maatregel op enkele artikelen in de Algemene wet voor de lagere overheden, Code général des collectivités territoriales. In die wetsartikelen staat dat hij ter voorkoming en beëindiging van epidemieën en besmettelijke ziekten hygiënische voorschriften kan uitvaardigen. Als motivering voor zijn samenkomstverbod schrijft hij dat er al negen coronapatiënten zijn, verdeeld over diverse gemeenten van zijn departement, dat de ziekte volgens de minister van Gezondheid ernstige gevolgen voor de gezondheid kan hebben en bovendien zeer besmettelijk is.

Wat is eigenlijk een prefect? Een prefect is de officiële vertegenwoordiger van de Staat in het departement. In elk departement is een prefect aangesteld. Hij heeft niet alleen bevoegdheden bij epidemieën of besmettelijke ziekten; hij heeft dat in allerhande situaties, vaak op het gebied van openbare orde en veiligheid. Hij is niet democratisch gekozen, maar benoemd door de president. Elk departement heeft ook een democratisch gekozen volksvertegenwoordiging en dagelijks bestuur, maar de prefect kan zijn bevoegdheden uitoefenen zonder hun instemming of medewerking.

(Mr. Leon)

Kabinetsformatie in België

DONDERDAG 27 FEBRUARI 2020 In mei vorig jaar waren er in België parlementaire verkiezingen. Sindsdien wordt geprobeerd om een nieuwe regering te vormen. Negen maanden later is dat nog niet gelukt, en de geboorte van een nieuwe regering ligt evenmin in het verschiet.

LOPENDE ZAKEN Uiteraard heeft België ook nu een regering. Net als in Nederland blijft de oude regering van vóór de verkiezingen aan tijdens de formatie van een nieuwe. In Nederland wordt dan van een demissionaire regering gesproken, in België van een regering van lopende zaken.

VIJFTIEN MAX En net als in Nederland bestaat een Belgische regering uit ministers en staatssecretarissen, en is de premier regeringsleider. Maar anders dan in Nederland is het aantal ministers in België gemaximeerd: het mogen er niet meer zijn dan vijftien. Bovendien moeten er net zoveel Franstalige als Nederlandstalige ministers zijn. Hun premier wordt ook wel Eerste Minister genoemd; de Eerste Minister hoeft trouwens niet te worden meegeteld voor de verhouding Frans- en Nederlandstalige ministers.  

VROUWEN De huidige regering van België bestaat uit dertien ministers. De Eerste Minister is Franstalig, net als zes andere. De overige zes zijn Nederlandstalig. Sophie Wilmès is sinds enkele maanden Eerste Minister. Zij is de eerste vrouwelijke premier van België. Daarmee is Nederland in dit deel van Europa het enige land dat nog nooit een vrouw als regeringsleider heeft gehad. Duitsland heeft natuurlijk Angela Merkel, het Verenigd Koninkrijk had tot voor kort Theresa May en al wat langer geleden Margaret Thatcher, en Denemarken heeft nu Mette Frederiksen.

VERTROUWEN Net als in Nederland is het de koning die de ministers en staatssecretarissen benoemt, maar is het wél nodig dat de regering steunt op een parlementaire meerderheid. Anders dan in Nederland moet die steun bij het aantreden van een nieuwe regering heel uitdrukkelijk blijken: het parlement moet  namelijk een motie van vertrouwen aannemen. Als een motie van vertrouwen wordt verworpen, moet de regering haar ontslag aanbieden aan de koning.

MINDERHEID De huidige regering van België steunt op drie partijen: de Waalse MR en de Vlaamse CD&V en Open Vld. Deze partijen hebben nu geen meerderheid in het parlement, maar ook vóór de verkiezingen was dit al een minderheidsregering. Oorspronkelijk was het Vlaamse N-VA de vierde coalitiepartij waardoor de regering op een parlementaire meerderheid steunde, maar deze partij is een half jaar vóór de verkiezingen eruit gestapt. Al snel moest de regering toen haar ontslag aanbieden aan de koning.

KONING In België heeft de koning een belangrijke rol bij de formatie. Hij is degene die de informateurs en de formateur benoemt. In Nederland was dit tot zo’n tien jaar geleden ook het geval, maar sindsdien is het de Tweede Kamer die bij meerderheid informateurs en formateur aanwijst. Koning Filip heeft in deze formatie inmiddels tien informateurs, preformateurs en koninklijke opdrachthouders benoemd, meestal als duo. Sinds enkele weken is dat de Franstalige Sabine Laruelle en de Nederlandstalige Patrick Dewael.  

SENAAT Er zijn veel omstandigheden die een kabinetsformatie in België moeilijker maken dan in Nederland. Wat het daarentegen makkelijker maakt, is de rol van de senaat. In Nederland is de senaat – de Eerste Kamer – een volwaardige medewetgever: om wet te worden moet elk wetsvoorstel zowel door de Tweede Kamer als door de Eerste Kamer zijn aangenomen. Sinds de coalitiepartijen niet meer automatisch een meerderheid hebben in de Eerste Kamer, zijn formaties moeilijker geworden. In België is de senaat geen volwaardige medewetgever: veel belangrijke wetsvoorstellen kunnen wet worden zonder dat ze zijn aangenomen in de senaat. Voldoende is dat ze zijn aangenomen in de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Een voorbeeld is de jaarlijkse regeringsbegroting.

ED NIJPELS De formatie duurt nu al negen maanden in België, zonder uitzicht op succes. Hoe nu verder? Afgelopen maandag berichtte dagblad De Standaard dat in kringen van regeringspartijen serieus wordt nagedacht over een zakenkabinet, oftewel “expertenkabinet”. Journalisten van deze krant zoeken een andere uitweg uit de impasse. Zij vragen zich af of de Nederlandse Klimaattafels als model zouden kunnen dienen. Daarom zijn ze afgereisd naar Den Haag voor een interview met Ed Nijpels, de voorzitter van de Klimaattafels. Daarvan is gisteren verslag gedaan, in een paginagroot artikel. Nijpels’ antwoord was kort en krachtig: neen.

(Mr. Leon)

Parlementaire onschendbaarheid in Nederland en in Duitsland

VRIJDAG 7 FEBRUARI 2020 De Bondsdag – dat is de Tweede Kamer van Duitsland – heeft vorige week de onschendbaarheid opgeheven van twee Kamerleden. Het gaat om Alexander Gau van oppositiepartij Alternative für Deutschland (AfD) en Karin Strenz van regeringspartij CDU. Gau wordt door Justitie verdacht van fouten in zijn belastingaangifte en Strenz van betrokkenheid bij een steekpenningenaffaire. Wat betekent deze onschendbaarheid? Kent ook ons land onschendbaarheid voor Tweede Kamerleden?

ONSCHENDBAARHEID heeft iemand die niet strafrechtelijk vervolgd kan worden voor daden waarvoor anderen dat wel kunnen worden. Voorbeelden zijn diplomaten en koningen: zij genieten diplomatieke respectievelijk koninklijke onschendbaarheid. Ook parlementariërs kunnen onschendbaarheid bezitten. Men spreekt dan van parlementaire onschendbaarheid. Ook hun onschendbaarheid staat in de weg aan strafrechtelijke vervolging. Elk land regelt zelf of haar parlementariërs immuniteit bezitten en zo ja voor welke daden. Immuniteit is een synoniem voor onschendbaarheid.

PARLEMENTAIRE ONSCHENDBAARHEID In de Duitse Grondwet staat dat de leden van de Bondsdag  onschendbaar zijn. Ook in onze Grondwet staat dat Tweede Kamerleden onschendbaar zijn. Maar er zijn belangrijke verschillen tussen beide regelingen.

GROTER IN DUITSLAND Aan de ene kant genieten de leden van de Duitse Bondsdag een grotere immuniteit dan de Nederlandse Tweede Kamerleden. De Duitse parlementaire onschendbaarheid strekt zich namelijk uit tot veel meer strafbare feiten dan de Nederlandse. In Duitsland is hij er bijvoorbeeld ook voor strafbare feiten als het maken van fouten bij de belastingaangifte en betrokkenheid bij een steekpenningenaffaire. In ons land is hij beperkt tot wat in een vergadering van de Tweede Kamer of van een Kamercommissie daaruit is gezegd.

Onjuiste belastingaangiften en betrokkenheid bij een steekpenningenaffaire vallen in Nederland dus nimmer onder de parlementaire onschendbaarheid. Strafbare feiten als belediging, smaad, opruiing, aanzetten tot haat of discriminatie, en laster kunnen worden gepleegd door wat men zegt. Dus kunnen deze daden in Nederland wel onder de parlementaire onschendbaarheid vallen, ongeacht voor wie ze beledigend zijn. Ze moeten dan wel gepleegd worden in een vergadering van de Tweede Kamer of een Kamercommissie. Als ze buiten zo’n vergadering worden gepleegd – bijvoorbeeld door een Kamerlid dat in een zaal ergens in het land spreekt of een tweet de wijde wereld instuurt – dan geldt daarvoor geen parlementaire onschendbaarheid. Trouwens, hij geldt niet alleen voor wat Kamerleden in hun vergaderingen zeggen, maar ook voor wat ze schrijven aan Kamer of Kamercommissie.

GROTER IN NEDERLAND Aan de andere kant genieten de leden van de Duitse Bondsdag een geringere onschendbaarheid dan de Tweede Kamerleden. Ook de leden van de Bondsdag kunnen niet in rechte worden vervolgd voor wat ze in de vergadering van de Bondsdag of een commissie daaruit zeggen. Daarop bestaat echter één uitzondering: hun onschendbaarheid kan worden opgeheven für verleumderische Beleidigungen. Dat zijn beledigingen waarvan de spreker weet dat ze onwaar zijn. Voor al het andere dat Bondsdagleden daarin zeggen is opheffing van hun onschendbaarheid niet mogelijk. Wie beslist over die opheffing? Niet justitie maar de Bondsdag zelf beslist daarover. De Bondsdag neemt zo’n beslissing bij meerderheid. In Nederland kan de parlementaire onschendbaarheid nimmer worden opgeheven, dus ook niet für verleumderische Beleidigungen.

KAMERVOORZITTER Dat betekent niet dat er in Nederland niet kan worden opgetreden tegen Kamerleden die beledigingen uiten, of zich schuldig maken aan smaad, laster, opruiing en aanzetten tot discriminatie. Weliswaar mogen justitie en politie daartegen niet optreden, maar de Kamer zelf wel, en in het bijzonder de Kamervoorzitter. De Kamervoorzitter kan het Kamerlid dat zich hieraan schuldig maakt vermanen en in de gelegenheid stellen om de (bijvoorbeeld) beledigende woorden terug te nemen. Als het Kamerlid daartoe niet bereid is of opnieuw beledigende woorden uit, kan de Kamervoorzitter hem of haar het woord ontnemen en zelfs uitsluiten van de vergadering. De Kamervoorzitter kan alleen optreden tegen beledigingen, smaad enzovoorts die in de Kamer worden gedaan, en dus niet als ze gedaan worden in een zaal ergens in het land of in tweets.

(Mr. Leon)