Gerechtshof Den Haag over bestrijdingsmiddelen

DONDERDAG 10 DECEMBER 2020 De rechter heeft twee weken geleden – op 24 november – een belangrijke uitspraak gedaan over het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen door (bijvoorbeeld) gemeenten. Onkruid op stoep en straat kan worden bestreden met pesticiden, zoals herbiciden en fungiciden. Sinds 2016 heeft de regering het gemeentelijk gebruik van bestrijdingsmiddelen verboden. Wat houdt de rechterlijke uitspraak in? En vanwaar deze uitspraak?

BESLUIT WGB Maar eerst: wat is de precieze inhoud van het verbod van de regering uit 2016 en waar is het te vinden? Het is te vinden in artikel 27b van het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden, het Besluit WGB. Daarin staat dat het professioneel gebruik van (chemische) bestrijdingsmiddelen buiten de land- en tuinbouw verboden is, uitzonderingen daargelaten. Professioneel gebruik is beroepsmatig of bedrijfsmatig gebruik. Particulier gebruik valt dus niet onder het verbod. Evenmin valt er gebruik in land- en tuinbouw (gewasbeschermingsmiddelen) onder. Maar wat er bijvoorbeeld wél onder valt is – zoals de Volkskrant schrijft – het spuiten van landbouwgif door gemeenten om onkruid op wegen en stoepen aan te pakken.

HOGER BEROEP De rechter die de uitspraak deed was het Gerechtshof Den Haag. Bijna twee jaar eerder deed ook een andere Haagse rechter uitspraak in deze zaak. Dat was de rechtbank. Het hof oordeelde in hoger beroep over de uitspraak van de rechtbank. Het oordeel was een vernietiging van dit vonnis. In beide rechtszaken was de (Nederlandse) Staat partij, verweerder bij de rechtbank en eiser bij het hof.

RECHTSSTAAT! Beide uitspraken gaan in wezen over de rechtsstaat. Tenminste over één van de elementen waaraan een rechtsstaat moet voldoen. Een rechtsstaat moet namelijk voldoen aan verschillende elementen, zoals dat er scheiding is van overheidsmachten, dat er onafhankelijke rechtspraak is en dat het legaliteitsbeginsel wordt nageleefd. Over dat laatste element gaan deze uitspraken. Volgens het legaliteitsbeginsel mag de regering iets alleen verbieden als ze daartoe bevoegd is en moet die bevoegdheid duidelijk in de wet staan. Daarom mocht de regering het professioneel gebruik van (chemische) bestrijdingsmiddelen buiten de land- en tuinbouw alleen verbieden als ze daartoe bevoegd was en die bevoegdheid in een wet staat.

WET? Staat die bevoegdheid in een wet? Een wet is hier in elk geval een parlementaire wet. Dat is een wet die door regering en parlement gezamenlijk is vastgesteld. Wet in formele zin is daarvoor de officiële benaming. Het Besluit WGB is geen wet in formele zin! De enige parlementaire wet die daarvoor geschikt zou kunnen zijn is de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, de WGB. Daarin zou dan dus die bevoegdheid moeten staan. Maar dat is volgens zowel hof als rechtbank niet het geval. De bevoegdheid staat volgens beide rechters met name niet in de artikelen 78 en 80a van deze wet.

EUROPEES RECHT? Dus is bedoeld verbod volgens het hof niet verbindend. Wat onverbindend is, is niet geldig. Artikel 27b van het Besluit WGB geldt dus niet. Desondanks was volgens de rechtbank dit artikel toch verbindend, en dus gewoon wél geldig. Hoe kan dit? Dat kan omdat een parlementaire wet niet de enige plek is waar een bevoegdheid in kan staan. Een bevoegdheid kan bijvoorbeeld ook in Europees recht staan. En volgens de rechtbank staat de bevoegdheid van de regering om het professioneel gebruik van (chemische) bestrijdingsmiddelen buiten de land- en tuinbouw te verbieden inderdaad in het Europees recht. Maar het hof is het met dat laatste niet eens: die bevoegdheid staat er volgens haar niet in. En een hof uitspraak gaat boven een rechtbank uitspraak.

EN NU? De natuur zal teleurgesteld zijn over de uitkomst: Spring could become more Silent! De uitspraak is echter een mooie illustratie van rechtsstaat Nederland. Niet alleen van het legaliteitsbeginsel, maar ook van de onafhankelijke rechtspraak. Wat kan de regering nu doen? Ze kan bij de Tweede Kamer een voorstel indienen om de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden te veranderen/te verbeteren opdat in die wet voortaan wel de bevoegdheid staat voor een verbod. Met andere woorden: ervoor zorgen dat artikel 27b van het Besluit WGB verbindend wordt. Zonder parlementaire medewerking kan de regering een wet echter niet veranderen (machtenscheiding!). Uiteraard zou zo’n verbeterde wet artikel 27b alleen voor de toekomst verbindend en geldig maken. Als de regering dat ook voor het verleden wil realiseren, dan zal ze moeten verder procederen, bij de Hoge Raad, opdat de uitspraak van het hof kan worden teruggedraaid.

(Mr. Leon)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *