De Zuinige Vier en het Meerjarig financieel kader 2021-2027 van de EU

DONDERDAG 28 MEI 2020 Gisteren heeft de Europese Commissie de Next Generation EU gepresenteerd. Dat is de naam van een herstelfonds om de economische schade van de coronacrisis te verzachten. Er is 750 miljard euro mee gemoeid. Het is nog maar een voorstel. Het bedrag zal worden geleend op de kapitaalmarkt. De kapitaalverstrekkers krijgen het Meerjarig financieel kader 2021-2027 als onderpand. Wat is het Meerjarig financieel kader 2021-2027 en wie gaat daarover?

KADERSTELLEND Eens in de zeven jaar wordt een nieuw meerjarig financieel kader vastgesteld. Dit kader is een kader voor de jaarlijkse begroting. In de jaarlijkse begroting moet dit kader in acht worden genomen. In het kader staat bijvoorbeeld hoe hoog het budget maximaal mag zijn. Dat wil zeggen: hoe hoog het totaal van alle begrotingsuitgaven in die zeven jaar mag zijn. Er mag niet meer worden uitgegeven dan dit budget. Voor de afgelopen zeven jaar was dat 1000 miljard euro. Omgerekend is dat (ongeveer) 1% van de Bruto Nationale Inkomens van alle EU-lidstaten samen. Het huidige meerjarig financieel kader loopt eind dit jaar af. Het geldt sinds 2014. Voor volgend jaar en de daarop volgende zes jaren moet dus een nieuwe worden vastgesteld. Dat wordt het Meerjarig financieel kader 2021-2027. Het moet voor het einde van dit jaar worden vastgesteld. De verplichting om een meerjarig financieel kader vast te stellen (en een jaarlijkse begroting) staat in een verdrag: het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

1% Veel EU-landen willen een hoger budget voor de EU. Zij willen een percentage dat hoger is dan de hier bovengenoemde 1%. Ook de Europese Commissie heeft gisteren een hoger budget voorgesteld, namelijk (ongeveer) 1,1%, dat is 10% hoger. Het Europees Parlement heeft zich al eerder uitgesproken voor 1,3%. Denemarken, Oostenrijk, Zweden en ons land willen echter vasthouden aan die 1%. Daarom worden zij ook wel de zuinige vier of vrekkige vier genoemd.

Wie gaan er eigenlijk over wat in het meerjarig financieel kader staat? Met andere woorden: wie stelt het vast? Dat zijn de Raad, het Europees Parlement en de Europese Raad.

RAAD De Raad wordt ook wel Raad van Ministers of Raad van de Europese Unie genoemd. De Raad bestaat uit de ministers van de lidstaten. Elke lidstaat heeft één of meer ministers in de Raad. Welke ministers dat zijn, hangt af van wat er op de agenda staat. Als dat het meerjarig financieel kader is, dan zijn in elk geval de ministers van Financiën present. De Nederlandse minister voor Financiën is Wopke Hoekstra. Een van de aanwezige ministers is de voorzitter. Het voorzitterschap speelt in de praktijk een belangrijke rol. Er is geen vaste voorzitter. Het rouleert van land tot land. Elk half jaar hanteert een minister van een ander land de voorzittershamer. Momenteel is dat Kroatië, maar in de tweede helft van dit jaar – de periode waarin het nieuwe meerjarig financieel kader zal worden vastgesteld – is dat Duitsland!

EUROPEES PARLEMENT Het Europees Parlement bestaat uit zo’n zeven honderd rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordigers; de laatste verkiezingen waren mei vorig jaar.

EUROPESE RAAD De Europese Raad bestaat uit regeringsleiders en gekozen staatshoofden. Het is een van beide, de regeringsleider of het staatshoofd. Meestal zijn het regeringsleiders, zoals de premiers van Denemarken, Zweden en ons land en de bondskanseliers van Duitsland en Oostenrijk, respectievelijk Merkel en Kurz. Voor Frankrijk is dat het staatshoofd, president Macron. De Europese Raad heeft een vaste voorzitter, vaak EU-president genoemd. Hij is niet één van de aanwezige regeringsleiders of staatshoofden. Sinds een half jaar is Charles Michel de voorzitter; hij is de voormalige premier van België. Ook de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, maakt deel uit van de Europese Raad. Net als Michel heeft zij geen stemrecht, maar een lid zonder stemrecht is geen lid zonder macht!

Is vaststelling van een meerjarig financieel kader onmogelijk zonder toestemming van deze drie instellingen? In theorie niet, in de praktijk wel. In elk geval is altijd toestemming nodig van de Raad van Ministers en van het Europees Parlement. Toestemming van het Europees Parlement is er als de meerderheid van de parlementariërs vóór is. Een gewone meerderheid – de helft plus een – voldoet. In het huidige parlement kan de meerderheid instemmen met een budget van meer dan 1%, zelfs als dat veel meer is.

VETO Er is ook een gewone meerderheid van de Raad van Ministers die geen enkele moeite heeft met een hoger budget. Maar de Raad van Ministers kan per gewone meerderheid geen toestemming geven. De Raad kan alleen toestemmen als álle ministers vóór zijn. Elk land heeft dus vetorecht. Het is niet uitgesloten dat een of meer van de (hierboven genoemde) Vrekkige of Zuinige Vier gebruik zullen maken van het vetorecht. Stel dat dit gebeurt, hoe kan de patstelling dan doorbroken worden? Want er moet een nieuw meerjarig financieel kader komen! Dan krijgt de Europese Raad een rol.

MINDERHEID Als de Europese Raad namelijk wél vóór is, dan mag de Raad van Ministers toestemming geven per gekwalificeerde meerderheid. Een gekwalificeerde meerderheid is een meerderheidsbeslissing, en dus is er geen vetorecht meer. Een gekwalificeerde meerderheid is echter meer dan een gewone meerderheid; dat betekent dat een minderheid een besluit van de gewone meerderheid kan tegenhouden. Zolang die minderheid maar groot genoeg is. Vormen de Vrekkige of Zuinige Vier een minderheid die groot genoeg is? Nee! Zo’n minderheid moet namelijk altijd minstens 35% van de inwoners van de EU vertegenwoordigen. De Europese Unie telt zo’n 450 miljoen inwoners. Nederland, Oostenrijk, Zweden en Denemarken hebben er tezamen hooguit 45 miljoen. Dat is 10%. Als het Verenigd Koninkrijk nog lidstaat was geweest, dan had dit land best wel eens de Vijfde Zuinige kunnen zijn. Maar 64 miljoen Britten erbij was evenmin genoeg geweest om op 35% uit te komen.

COMPROMIS Over enkele weken is er weer een bijeenkomst van de Europese Raad. Op deze EU-top zou patstelling in de Raad van Ministers kunnen worden voorkomen. Nu is het alleen wél zo dat de Europese Raad dat alleen kan doen als álle regeringsleiders of staatshoofden vóór zijn. Ook hier dus een vetorecht voor elk land. Waarom zouden de regeringsleiders van de Zuinige Vier daar dan geen gebruik van maken? Waarom zouden deze regeringsleiders vóór meer dan 1% EU-budget willen stemmen terwijl hun minister van Financiën namens de hele regering tegen is? Omdat hun stem vóór deel uitmaakt van een compromis. Bijvoorbeeld een compromis waarin zij iets binnenhalen op een heel ander gebied. 

(Mr. Leon)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *