In de ministerraad van het kabinet-Schoof

WOENSDAG 19 JUNI 2024 Er lijkt weinig meer in de weg te staan aan de officiële (koninklijke) benoeming van het kabinet-Schoof. Een nieuw kabinet betekent ook een nieuwe ministerraad. Hoe zien de politieke verhoudingen eruit in de nieuwe ministerraad?

HOMOGENITEIT Om te beginnen eerst de vraag: wat doet de ministerraad eigenlijk? De ministerraad beraadslaagt en besluit over het algemeen regeringsbeleid en bevordert de eenheid van dat beleid, artikel 45 Grondwet. Dat klinkt vrij vaag maar betekent o.a. dat in de ministerraad wordt beraadslaagd en besloten over alle wetsvoorstellen voordat een minister ze bij de Tweede Kamer indient, en eventueel nog een keer terwijl ze al in het parlement worden behandeld, artikel 4 Reglement van orde voor de ministerraad. Ook wordt in de ministerraad beraadslaagd en besloten over bijvoorbeeld verdragen en benoeming/ontslag van hoge ambtenaren, hoge rechters en burgemeesters van de grotere gemeenten. En over bijvoorbeeld het Nederlands standpunt dat in de vergaderingen van de Europese Raad en van de Raad van de Europese Unie zal worden ingenomen. De ministerraad is dus heel belangrijk! Er zijn echter ook heel wat besluiten die een minister zelfstandig kan nemen en niet eerst hoeft voor te leggen aan de ministerraad.

MINISTERS Neemt het hele kabinet deel aan de beraadslagingen en het nemen van besluiten in de ministerraad? De ministers wél: de ministerraad bestaat uit de minister-president en de andere ministers, artikel 45 Grondwet. In de vergaderingen van de ministerraad mogen zij het woord nemen en hebben ze stemrecht bij het nemen van besluiten, artikel 11 reglement. In beginsel wordt er tenminste elke vrijdag vergaderd, artikel 8 reglement.

STAATSSECRETARISSEN Staatssecretarissen mogen soms deelnemen aan de vergaderingen van de ministerraad. Maar dan alleen om te adviseren. Ze hebben nooit stemrecht bij het nemen van besluiten, artikel 3 reglement. Ministerraad en kabinet is dus niet hetzelfde!

5/4/4/2/1 Voor de politieke verhoudingen in de ministerraad is het dus belangrijk hoe de ministersposten zijn verdeeld over de vier coalitiepartijen. Het aanstaande kabinet-Schoof bestaat uit zestien ministers (en 13 staatssecretarissen). Er komen vijf PVV-ministers, vier VVD-ministers en vier NSC-ministers, en twee BBB-ministers. De minister-president of te wel premier (Dick Schoof) is partijloos. Gezamenlijk hebben VVD en NSC dus één minister meer dan PVV en BBB.

HELFT PLUS 1 In de ministerraad worden besluiten zoveel mogelijk unaniem genomen zodat alle ministers kunnen instemmen met het voorgestelde besluit, artikel 11 reglement. Maar het kan gebeuren dat er geen eensgezindheid is. Als dat er niet is, wordt er gestemd over het voorstel. Daarbij heeft elke minister één stem. Ook de minister-president. Voor het nemen van een besluit is de gewone meerderheid (de helft plus een) voldoende. Dat is de helft plus een van de stemmen van de ministers die in de vergadering aanwezig zijn. Er geldt bij stemming ook een quorumeis: minstens de helft van de ministers moet present zijn; in het kabinet-Schoof is de quorumeis dus acht ministers. Als er elf ministers aanwezig zijn, dan is voor het aannemen van een voorgesteld besluit voldoende dat zes ministers vóór stemmen.   

1 = 2 Bij het staken van de stemmen volgt er uitstel en wordt in de volgende vergadering opnieuw gestemd. Als uitstel niet mogelijk is of als alle (zestien) ministers aanwezig zijn, is de stem van de minister-president doorslaggevend, artikel 11 reglement. Volgens het Handboek voor bewindspersonen dienen ministers de hele vrijdag beschikbaar te zijn voor het bijwonen van de ministerraadsvergaderingen. In een voltallige vergadering heeft de minister-president bij het staken der stemmen de doorslaggevende stem. In zo’n geval staken de stemmen bijvoorbeeld als de vier VVD-ministers en de vier NSC-ministers anders stemmen dan de vijf PVV-ministers, de twee BBB-ministers en de premier. Dan zal dus worden besloten in overeenstemming met wat de ministers van PVV, BBB en premier hebben gestemd.      

HOMOGENITEIT De minister die tegen een aangenomen voorstel heeft gestemd, mag in geen geval in strijd handelen met dat besluit, artikel 12 reglement. Dat geldt ook voor de staatssecretarissen. Als bijvoorbeeld de vier NSC-ministers zich niet kunnen vinden in een besluit van de ministerraad, dan moeten zij zich er toch bij neerleggen. Ze mogen dan zelfs niet naar buiten toe laten blijken dat ze het er niet mee eens zijn, artikel 26 reglement.

BRONNEN Naast de genoemde artikelen en het Handboek voor bewindspersonen (2022) is geraadpleegd P.P.T. Bovend’Eert e.a., Tekst & Commentaar Grondwet en Statuut, Wolters Kluwer: 2018.

Mr. Leon

Volgende week weer een nieuwe bijdrage!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *