Provincie Zuid-Holland en de buschauffeurs

Vrijdag 12 januari 2018. Vorige week donderdag staakten de buschauffeurs in het hele land, ook in Zuid-Holland. Dat gebeurde onder andere vanwege het hoge werktempo. Als een buschauffeur op zijn ritten vertraging oploopt, gaat die tijd af van zijn lunchpauze en plaspauzes. Een belangrijke rol in het openbaar vervoer per bus is weggelegd voor provincies.

Concessie van de provincie De buschauffeurs zijn weliswaar in dienst van particuliere ondernemingen (zoals Connexxion en Arriva) maar deze vervoerders hebben om busdiensten te rijden een vergunning nodig van de provincie . Dat is zo geregeld in de Wet Personenvervoer 2000 (1). Die vergunning heet in deze wet concessie.

Medebewindstaak voor gedeputeerde staten Het zijn gedeputeerde staten (1a) die besluiten aan welke vervoerder de concessie wordt verleend. Deze wettelijke taak van GS is een voorbeeld van medebewind (2). De gekozen vervoerder is de concessiehouder; gedeputeerde staten zijn de concessieverlener, en daarmee de OV-autoriteit. OV staat hier voor openbaar vervoer.

Concessiegebieden in Zuid-Holland Met uitzondering van Den Haag en Rotterdam en omgeving is Zuid-Holland verdeeld in drie concessiegebieden over land: Zuid-Holland Noord, Drechtsteden/Alblasserwaard/Vijfheerenlanden (DAV) en Hoekschewaard/Goeree-Overflakkee. Gedeputeerde staten mogen in een concessiegebied slechts één vervoerder concessiehouder maken (3). Die vervoerder bezit in dat gebied dus een wettelijk monopolie; daarin rijdt op alle buslijnen dezelfde vervoerder. In de eerste twee gebieden is dat Arriva; in de laatste Connexxion. De concessies zijn voor meerdere jaren verleend.

DAV-concessie Binnenkort loopt de concessie voor DAV af. Hij is in 2007 verleend en loopt tot eind dit jaar. Gedeputeerde staten (GS) hebben nog geen keuze gemaakt uit de drie vervoerders die zich afgelopen zomer hebben ingeschreven voor de race: EBS, Qbuzz en de huidige concessiehouder Arriva.

Programma van Eisen De concessiehouder zal in elk geval het programma van eisen moeten naleven (4). Het programma van eisen (PvE) is vastgesteld door GS. Vaststelling van een PvE is een wettelijke taak voor GS (5); ook hier dus medebewind voor GS. GS van Zuid-Holland hebben het PvE in maart vorig jaar vastgesteld.

Zuid-Hollandse taak voor provinciale staten In de wet is er voor provinciale staten (5a) geen rol weggelegd bij vergunningverlening of vaststelling PvE. Natuurlijk moeten GS aan provinciale staten ook over de uitvoering van medebewindstaken verantwoording afleggen en vragen van individuele statenleden beantwoorden (6). In Zuid-Holland hebben provinciale staten echter van GS afgedwongen dat het PvE wordt gebaseerd op een beleidskader dat provinciale staten hebben vastgesteld. Het beleidskader voor de DAV-concessie is in november 2016 vastgesteld. Provinciale staten konden op die manier toch invloed uitoefenen op het busvervoer. Ik heb in beleidskader of PvE niets kunnen vinden over werktempo en het lijkt erop dat regeling van zo’n onderwerp in PvE of in concessievoorschriften wel degelijk juridisch mogelijk is (7).

Noten:

1: artikelen 19 lid 1 en 22 lid 2 Wet Personenvervoer 2000 (WPV)

1a: zie mijn blog over gedeputeerde staten Gedeputeerde staten

2: artikel. 124 lid 2 Grondwet

3: artikel 1 definitie concessie WPV

4: artikel 34 lid 1 WPV

5: art 44 lid 1 WPV

5a: zie mijn blog over provinciale staten Provinciale staten

6: artikel 176 Provinciewet. Zie ook mijn blog over de verhouding gedeputeerde staten en provinciale staten in het algemeen Gedeputeerde staten

7: artikelen 44 en 32.

Koninkrijksregering op de Benedenwindse Eilanden

Donderdag 11 januari 2018. Venezuela houdt de grens met Aruba, Bonaire en Curacao langer gesloten. Het exportverbod leidt op deze ABC-eilanden tot zorg. Morgen is er overleg tussen de koninkrijksregering en Venezuela. Waaruit bestaat de koninkrijksregering? Op grond van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden zijn de ministers van de koninkrijksregering de Nederlandse ministers plus een minister uit Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Koning Willem-Alexander is ook koning van de ABC-eilanden. Waarom is het overleg van morgen een verantwoordelijkheid voor de koninkrijksregering? Het gaat over buitenlandse betrekkingen en dat is een taak van de koninkrijksregering. Heeft de Nederlandse regering ook eigen taken op de eilanden? Ja, op Bonaire. Bonaire is namelijk deel van Nederland, het is een (bijzondere) Nederlandse gemeente. Dat is ook het geval met de Bovenwindse Eilanden Saba en Sint Eustatius. De drie worden samen ook wel Caribisch Nederland genoemd.

Artikel 7 Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden luidt: De raad van ministers van het Koninkrijk is samengesteld uit de door de Koning benoemde ministers en de door de regering van Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten benoemde Gevolmachtigde Minister.

Artikel 1 luidt: Het Koninkrijk omvat de landen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

Artikel 1a luidt: De Kroon van het Koninkrijk wordt erfelijk gedragen door Hare Majesteit Juliana, Prinses van Oranje-Nassau en bij opvolging door Hare wettige opvolgers.

Artikel 3 lid 1 aanhef en onder b luidt: Onverminderd hetgeen elders in het Statuut is bepaald, zijn aangelegenheden van het Koninkrijk de buitenlandse betrekkingen.

Artikel 41 lid 1: Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten behartigen zelfstandig hun eigen aangelegenheden.

Poepen van loslopende kat in het openbaar bestrijden met Gemeentewet en APV

Dinsdag 9 januari 2018. De SGP in de Zeeuwse gemeente Kapelle en Lijst Smolders in Tilburg pleiten voor een gemeentelijk verbod voor het in het openbaar poepen van katten. De Lijst Smolders denkt daarbij aan een boete van 400 euro. Hoe moet de gemeente zo’n verbod tot stand brengen en hoe hoog mag de boete zijn? Op grond van de Gemeentewet moet zo’n gemeentelijk verbod worden opgenomen in de algemene plaatselijke verordening (APV), een gemeentelijke verordening waarin de gemeenteraad regelt wat hij in het belang van de gemeente nodig oordeelt. Op grond van diezelfde Gemeentewet kan de gemeenteraad aan overtreding van zijn verordeningen een geldboete verbinden van de tweede categorie. Wat een geldboete van de tweede categorie is, is in het Wetboek van Strafrecht geregeld: dat is (maximaal) 4150 euro en minimaal 3 euro. Aan overtreding kan trouwens ook hechtenis worden verboden, van maximaal drie maanden.

Artikel 149 van de Gemeentewet luidt: De raad maakt de verordeningen die hij in het belang van de gemeente nodig oordeelt.

Artikel 154 Gemeentewet luidt (gedeeltelijk): De raad kan op overtreding van zijn verordeningen straf stellen maar geen andere of zwaardere dan hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie, al dan niet met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

Artikel 23 Wetboek van Strafrecht luidt (gedeeltelijk): Het bedrag van de geldboete is ten minste € 3. De geldboete die voor een strafbaar feit ten hoogste kan worden opgelegd, is gelijk aan het bedrag van de categorie die voor dat feit is bepaald. Er zijn zes categorieën: de tweede categorie, € 3 350 [Red: Per 1 januari 2018: € 4.150.]

Drones, cold cases, gevangenissen en huizen van bewaring

Maandag 8 januari 2018. De krant van vandaag bericht over Britse gevangenen bij wie drones mobiele telefoons bezorgen (kunnen tussen de tralies van hun ramen door worden aangenomen) en er staat een bericht in over gevangenen in Nederlandse huizen van bewaring die de politie helpen bij het oplossen van cold cases. Het eerste is uiteraard illegaal; het tweede legaal. Bestaan er eigenlijk wetten voor mensen die van hun vrijheid zijn beroofd door de rechter? Jazeker. Dat is de Penitentiaire beginselenwet. Daarin heten gevangenen gedetineerden die verblijven in penitentiaire inrichtingen. De wet kent verschillende inrichtingen, zoals de gevangenis en het huis van bewaring. Een gevangenis is voor mensen die na een veroordeling hun straf uitzitten. Een huis van bewaring is hoofdzakelijk voor mensen in voorlopige hechtenis, de rechtbank heeft nog geen vonnis uitgesproken. Meestal is de verblijfsduur in een huis van bewaring (veel) korter dan in een gevangenis. Ik vermoed daarom dat bovenstaand krantenbericht ten onrechte van huizen van bewaring spreekt in plaats van gevangenissen. Het opperbeheer van alle penitentiaire inrichtingen berust bij de minister van justitie. Elke inrichting heeft een directeur, benoemd door de minister van justitie.

Artikel 1 aanhef en sub b en e luidt (gedeeltelijk): Voor de toepassing van deze wet en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder inrichting een penitentiaire inrichting (en onder) gedetineerde een persoon ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel in een inrichting plaatsvindt.

Artikel 9 lid 1 luidt (gedeeltelijk): Inrichtingen zijn te onderscheiden in huizen van bewaring, gevangenissen en inrichtingen voor stelselmatige daders.

Artikel 10 lid 1 luidt: Gevangenissen zijn bestemd voor de opneming van personen die, al dan niet onherroepelijk, tot vrijheidsstraf zijn veroordeeld.

Artikel 9 lid 2 aanhef en sub a luidt : Huizen van bewaring zijn bestemd voor de opneming van: personen ten aanzien van wie een bevel tot voorlopige hechtenis is gegeven en die in afwachting zijn van berechting in eerste aanleg;

Artikel 3 lid 2 luidt (gedeeltelijk): Het opperbeheer van de inrichtingen berust bij Onze Minister.

Artikel 3 lid 3 luidt: Het beheer van een inrichting of afdeling berust bij de directeur, die als zodanig door Onze Minister wordt aangewezen.

Moties in provinciale staten zuid-holland: modalshift groene hart

Vrijdag 5 januari 2018. In de vergadering van provinciale staten van 20 december is de motie Modalshift Groene Hart (hieronder afgekort tot Modalshift) ingediend. Zij gaat over de vernieuwing van de Steekterbrug in Alphen aan den Rijn en verzoekt gedeputeerde staten ”erop toe te zien dat bij de aansluiting van de centrumring of andere lokale infrastructuur op de nieuwe Steekterbrug de capaciteitstoename kan worden ingezet om het openbaar vervoer en fietsverkeer te stimuleren en accommoderen”.

Motie versus amendement Een motie is een verklaring over een onderwerp waarmee een opdracht of oordeel wordt uitgesproken (1). In Modalshift wordt een opdracht uitgesproken, en wel voor gedeputeerde staten. Een motie is iets anders dan een amendement. Een amendement is een voorstel tot wijziging van een ontwerpbesluit naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen (2).

Indiening Er is slechts één Statenlid nodig om een motie in te dienen (3). Modalshift is ingediend door GroenLinks Statenlid Berend Potjer. Een motie wordt schriftelijk en ondertekend ingediend bij de voorzitter van provinciale staten; andere Statenleden kunnen indiening ondersteunen door haar mede te ondertekenen (4). Modalshift is mede ondertekend door (Statenleden van) PvdA, D66, SP en CDA.

Na indiening Na indiening wordt een motie behandeld in provinciale staten. Na afloop van deze beraadslaging wordt de motie in stemming gebracht, tenzij de indiener haar intrekt (5) of vraagt om aanhouding van de stemming tot een volgende vergadering (6). Modalshift is in stemming gebracht.

Coalitie stemt verdeeld Bij de stemming kan de motie worden aangenomen (7) of verworpen. Een motie is aangenomen als de meerderheid van de aanwezige Statenleden voor heeft gestemd (8). Als een motie in stemming wordt gebracht en de meerderheid niet voor stemt, dan is de motie verworpen. Wat Modalshift betreft, hebben voor gestemd de fractieleden van PVV, D66, CDA, PvdA, SP, GL, PvdD, 50PLUS. Groep Ellen en Verkoelen Groep Leefbaar Zuid-Holland, in totaal 39 Statenleden (van de 55); tegen hebben gestemd de fractieleden van VVD en SGP-CU, in totaal 16 Statenleden (9). De motie is dus aangenomen. Opvallend is dat de coalitie verdeeld heeft gestemd: CDA, D66 en SP hebben voorgestemd, terwijl VVD tegen heeft gestemd (10). Er zijn die dag vijf moties door een oppositiepartij ingediend; Modalshift is de enige die is aangenomen. De andere moties zijn verworpen of ingetrokken. Bij de verworpen moties stemde geen enkele coalitiepartij voor.

Vreemd aan de orde van de dag Er zijn twee soorten moties: moties over een onderwerp dat op de agenda staat (11a) en moties over een niet geagendeerd onderwerp. De laatstbedoelde motie wordt vreemd aan de orde van de dag genoemd (11b). Zo’n motie is actueel en urgent (12). Modalshift is een motie vreemd aan de orde van de dag, want het onderwerp stond niet op de agenda. Een motie vreemd aan de orde van de dag wordt pas na behandeling van alle geagendeerde onderwerpen behandeld (13).

Aangenomen motie bindt GS niet Gedeputeerde staten zijn niet verplicht om een aangenomen motie uit te voeren, tenzij ze hebben gezegd dat ze de motie overnemen. Zij mogen een motie naast zich neerleggen. Zij hoeven dus ook Modalshift niet uit te voeren; zij hoeven er dus niet op toe te zien dat bij de aansluiting van de centrumring of andere lokale infrastructuur op de nieuwe Steekterbrug de capaciteitstoename kan worden ingezet om het openbaar vervoer en fietsverkeer te stimuleren en accommoderen. Provinciale staten beoordelen of een motie al dan niet is uitgevoerd. De indiener kan daarover advies geven. Een uitgevoerde motie wordt ook wel afgedane motie genoemd (14).

Noten

1:artikel 1 Reglement van Orde voor de vergaderingen van Provinciale Staten, de Statencommissies, het Fractievoorzittersoverleg en de Agendacommissie van de provincie Zuid-Holland (RvO)
2:artikel 1 RvO
3:artikel 54 lid 1 RvO en 54a lid 1 RvO
4:artikel 54 lid 3 RvO
5:artikel 54 lid 7 RvO
6:artikel 54 leden 9 en 10 RvO
7::artikel 54 lid 11 RvO
8:artikel 30 lid 1 Provinciewet
9:zie blog 17 november Provinciale staten
10:zie blog 24 november Gedeputeerde staten
11a:artikel 54 RvO
11b:artikel 54a RvO
12:artikel 54a lid 1 RvO
13:artikel 54a lid 2 RvO
14:artikel 54 lid 11 RvO

Inlevering van de kandidatenlijsten voor de gemeenteraadsverkiezingen

Donderdag 4 januari 2018. Sylvana Simons heeft deze week de kandidatenlijst van haar partij Bij1 gepresenteerd voor de Amsterdamse gemeenteraadsverkiezingen. Die partij heette tot voor kort Artikel 1. De verkiezingen vinden plaats op 21 maart, over ruim twee maanden dus. De kandidatenlijst kan pas officieel worden na inlevering ervan bij het centraal stembureau. Dat is een overheidsinstantie. Voor die inlevering moeten speciale formulieren worden gebruikt. Die formulieren moeten in de eerste week van februari worden ingeleverd. Inlevering mag alleen gebeuren door iemand die mag stemmen in de Amsterdamse gemeenteraadsverkiezingen, samen met dertig handtekeningen van andere mensen die mogen stemmen in de Amsterdamse raadsverkiezingen. Dit alles (en veel meer) staat in de Kieswet.

Artikel F1 lid 1 Kieswet luidt: De kandidaatstelling voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, provinciale staten, het algemeen bestuur en de gemeenteraad vindt plaats op de maandag in de periode van 30 januari tot en met 5 februari of, in een schrikkeljaar, op de maandag in de periode van 31 januari tot en met 6 februari.

Artikel H1 van die wet luidt: Op de dag van de kandidaatstelling kunnen bij het centraal stembureau van negen tot zeventien uur kandidatenlijsten worden ingeleverd. Ten minste drie weken voor de kandidaatstelling brengt het centraal stembureau ter openbare kennis waar en wanneer kandidatenlijsten, alsmede de daarbij horende stukken, kunnen worden ingeleverd. Bij algemene maatregel van bestuur wordt geregeld waar en wanneer de formulieren voor de kandidatenlijsten, kosteloos, voor de kiezers verkrijgbaar zijn. Bij ministeriële regeling wordt voor het formulier een model vastgesteld.

Artikel H3 lid 1 van die wet luidt: De inlevering van de lijst geschiedt persoonlijk door een kiezer, bevoegd tot deelneming aan de desbetreffende verkiezing. De inleveraar identificeert zich met een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. De kandidaten kunnen bij de inlevering aanwezig zijn.

Artikel H4 lid 1 sub d en lid 2 van die wet luidt (gedeeltelijk): Bij de lijst worden, voor iedere kieskring waarvoor de lijst wordt ingeleverd, schriftelijke verklaringen van ondersteuning overgelegd. Het minimum aantal te overleggen verklaringen bedraagt voor iedere andere kieskring: dertig.Verklaringen van ondersteuning voor een kieskring kunnen slechts worden afgelegd door personen die binnen die kieskring als kiezer zijn geregistreerd voor de desbetreffende verkiezing.

Mag politieke partij of fractie Kamerlid ontslaan?

Dinsdag 2 januari 2018. Tweede Kamerlid William Moorlag is niet bereid om zonder meer op te stappen. Het bestuur van de PvdA dringt daar wel op aan. De PvdA-fractie doet dat niet. Kan de PvdA hem ontslaan? Nee. Kan de fractie hem ontslaan? Nee. Partij noch fractie kunnen een Kamerlid ontslaan. Iemand anders evenmin trouwens, althans tot aan de volgende verkiezingen natuurlijk. In de Grondwet en Kieswet zijn wel enkele formele eisen aan het Kamerlidmaatschap gesteld, zoals Nederlanderschap, meerderjarigheid en geen minister zijn. Wie volgens de Kamervoorzitter daaraan niet meer voldoet, is volgens het Reglement van Orde voor de Tweede Kamer geen Kamerlid meer. Moorlag is in oktober Jeroen Dijsselbloem opgevolgd. Dijsselbloem heeft zelf ontslag genomen: dat maakt de Kieswet mogelijk. PvdA noch fractie noch iemand anders konden evenmin voorkomen dat Moorlag in oktober Kamerlid werd. Op grond van de Kieswet wordt de vacature namelijk automatisch vervuld door de eerstvolgende kandidaat op de kandidatenlijst van de PvdA bij de laatste Tweede Kamer verkiezingen, tenzij die kandidaat dat weigert of er een lager geplaatste kandidaat is met voldoende voorkeursstemmen. Dat laatste was alleen het geval bij Lilianne Ploumen, maar zij is al Kamerlid.

Artikel C1 van de Kieswet luidt: De leden van de Tweede Kamer worden gekozen voor vier jaren. Zij treden tegelijk af op de donderdag op een door de Voorzitter van de Tweede Kamer te bepalen tijdstip in de periode van 23 tot en met 29 maart.

Artikel C5 van deze wet luidt: Degene die ter vervulling van een opengevallen plaats tot lid is benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden.

Artikel X1 van deze wet luidt: Zodra onherroepelijk is komen vast te staan dat een lid van een vertegenwoordigend orgaan een van de vereisten voor het lidmaatschap niet bezit of dat hij een met het lidmaatschap onverenigbare betrekking vervult, houdt hij op lid te zijn.

Artikel 56 van de Grondwet luidt: Om lid van de Staten-Generaal te kunnen zijn is vereist dat men Nederlander is, de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en niet is uitgesloten van het kiesrecht.

Artikel X3 van de Kieswet luidt: Wanneer een lid van de Tweede of van de Eerste Kamer wordt benoemd in een ambt als bedoeld in artikel 57, tweede lid, van de Grondwet, houdt zijn lidmaatschap van de Kamer van rechtswege op.

Artikel 57 lid 2 Grondwet luidt (gedeeltelijk): Een lid van de Staten-Generaal kan niet tevens zijn minister.

Artikel 3 lid 1 Reglement van Orde voor de Tweede Kamer der Staten-Generaal luidt (gedeeltelijk): Indien een lid het oordeel van de Voorzitter dat dit lid heeft opgehouden lid te zijn, wegens hetzij het niet bezitten van een van de vereisten voor het lidmaatschap hetzij het vervullen van een met het lidmaatschap onverenigbare betrekking, aan het oordeel van de Kamer onderwerpt, doet de Kamer over de zaak geen uitspraak dan nadat een daartoe door haar uit haar midden benoemde commissie van onderzoek verslag heeft uitgebracht. De commissie hoort het desbetreffende lid, indien die de wens daartoe te kennen geeft.

Artikel X2 lid 1 van de Kieswet luidt (gedeeltelijk): Een lid van een vertegenwoordigend orgaan, tot wiens toelating is besloten, kan te allen tijde zijn ontslag nemen.

Artikel P15 lid 1 van deze wet luidt (gedeeltelijk): In de volgorde van de aantallen op hen uitgebrachte stemmen zijn gekozen die kandidaten die een aantal stemmen hebben verkregen, groter dan 25% van de kiesdeler.

Artikel W1 lid 1 van deze wet luidt (gedeeltelijk): Wanneer, anders dan bij de vaststelling van de uitslag van een verkiezing, in een opengevallen plaats moet worden voorzien, verklaart de voorzitter van het centraal stembureau benoemd de daarvoor in aanmerking komende kandidaat die in de volgorde, bedoeld in artikel P19, het hoogst is geplaatst op de lijst waarop degene die moet worden opgevolgd, is gekozen.

Artikel P19 lid 2 en 3 van deze wet luiden (gedeeltelijk): Vervolgens worden, in de volgorde van de aantallen op hen uitgebrachte stemmen, gerangschikt de op de lijst voorkomende kandidaten die een aantal stemmen hebben verkregen, groter dan 25% van de kiesdeler die niet zijn gekozen verklaard. Tenslotte worden, in de volgorde van de lijst, gerangschikt de overige op de lijst voorkomende kandidaten.

Nieuwjaarsdag en Kerstmis in het staatsrecht

Maandag 1 januari 2018. Vandaag is het maandag, maar ook Nieuwjaarsdag. Vorige week maandag en dinsdag was het Eerste en Tweede Kerstdag. Nieuwjaarsdag en Eerste en Tweede Kerstdag zijn algemeen erkende feestdagen. Welke dagen algemeen erkende feestdagen zijn, is in de wet aangewezen. De wet waarin dat is gebeurd is de Algemene termijnenwet. Andere algemeen erkende feestdagen zijn Goede Vrijdag, Tweede Paasdag en Tweede Pinksterdag, Hemelvaartsdag, Koningsdag en 5 mei. Een algemeen erkende feestdag is van invloed op wettelijke termijnen. Voor een algemeen erkende feestdag geldt hetzelfde als voor een zondag of zaterdag: de wettelijke termijn die volgens berekening op zo’n dag afloopt, loopt pas op de eerstvolgende werkdag af. Wie een woning koopt, krijgt drie dagen bedenktijd. Dat is zo geregeld in het Burgerlijk Wetboek. Wie dus op dinsdag 19 december de koopakte voor zijn nieuwe woning tekende, mocht de koop tot en met vrijdag 22 december ongedaan maken. Wie dat echter een dag later deed, mocht de koop tot en met woensdag 27 december ongedaan maken. Voor een algemeen erkende feestdag geldt niet automatisch dat het een verplichte vrije dag is. Dat is afhankelijk van de arbeidsvoorwaarden en kan per werknemer verschillen.

Artikel 3 lid 1 en 2 van de Algemene termijnenwet luidt: Algemeen erkende feestdagen in de zin van deze wet zijn: de Nieuwjaarsdag, de Christelijke tweede Paas- en Pinksterdag, de beide Kerstdagen, de Hemelvaartsdag, de dag waarop de verjaardag van de Koning wordt gevierd en de vijfde mei. Voor de toepassing van deze wet wordt de Goede Vrijdag met de in het vorige lid genoemde dagen gelijkgesteld.

Artikel 1 lid 1 van deze wet luidt: Een in een wet gestelde termijn die op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag eindigt, wordt verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is.

Artikel 2 lid 1 en 2 van het Burgerlijk Wetboek (boek 7) luidt (gedeeltelijk): De koop van een tot bewoning bestemde onroerende zaak wordt, indien de koper een natuurlijk persoon is die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, schriftelijk aangegaan. De tussen partijen opgemaakte akte of een afschrift daarvan moet aan de koper ter hand worden gesteld, desverlangd tegen afgifte aan de verkoper van een gedateerd ontvangstbewijs. Gedurende drie dagen na deze terhandstelling heeft de koper het recht de koop te ontbinden.

Maire en adjoints au maire in de Franse gemeenteraad

Woensdag 13 december 2017. Een van de eerste dingen die de nieuwe gemeenteraad doet, is het kiezen van de nieuwe burgemeester (maire) en wethouders (adjoints au maire) (1). Burgemeester en wethouders moeten raadslid zijn en zij blijven dit ook (2). Alleen raadsleden met de Franse nationaliteit komen in aanmerking (3). Anders dan in Frankrijk is het in Nederland de regering die de burgemeester benoemt; wel volgt de regering in beginsel de aanbeveling van de gemeenteraad (5). Net als in Frankrijk is het in Nederland de gemeenteraad die de wethouders benoemt (6). Burgemeester en wethouders hoeven geen raadslid te zijn en mogen het niet blijven (7). De burgemeester moet Nederlander zijn (8). Een wethouder niet (9).

Winner takes it all In beginsel is voor de keuze van de raad een een absolute meerderheid nodig. Na twee stemrondes voldoet echter de relatieve meerderheid (10). Voor wat betreft de burgemeester stemmen de raadsleden op personen. De persoon die de meeste stemmen heeft, wordt burgemeester. Voor wat betreft de wethouders stemmen de raadsleden op lijsten. Op een lijst staan verschillende personen. De lijst die de meeste stemmen heeft, levert de wethouders. Alle personen die op die lijst staan, worden wethouder. Alle personen die op een van de andere lijsten staan, worden geen wethouder (11). In de praktijk wordt burgemeester de lijsttrekker van de lijst die bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste stemmen van de burger heeft gekregen. Ook alle nieuwe wethouders stonden op deze lijst. Die lijst is bij de raadsverkiezingen beloond met de prime majoritaire Prime majoritaire en het weren van kleine partijen bij gemeenteraadsverkiezingen en heeft dus altijd de absolute meerderheid in de gemeenteraad (zie mijn blog van 30 november 2017). Kortom: the winner takes it all. De lijst bestaat in de praktijk meestal uit kandidaten van verschillende politieke partijen, zodat er toch verschillende politieke partijen zijn vertegenwoordigd in het dagelijks bestuur. De burgemeester kan een of meer andere raadsleden taken en bevoegdheden van een wethouder geven (12). Sommige wethouders zijn dus door de raad gekozen; anderen door de burgemeester.

Besançon In de Oost-Franse gemeente Besançon heeft bij de gemeenteraadsverkiezingen de lijst met linkse partijen gewonnen (Prime majoritaire en het weren van kleine partijen bij gemeenteraadsverkiezingen). Deze lijst was een alliantie van de sociaal-democratische PS, de communistische PCF en de groene EELV. Lijsttrekker Jean-Louis Fosseret is burgemeester geworden. Alle 16 (!) wethouders die de raad heeft gekozen, stonden op zijn lijst. Fosseret heeft daarnaast 24 (!) andere raadsleden tot feitelijk wethouder gemaakt. Daardoor zijn nu 41 kandidaten op de winnende lijst bij de raadsverkiezingen burgemeester of wethouder geworden. Burgemeester en sommige wethouders zijn in de tussentijd overigens van politieke partij geswitcht en lid geworden van een partij die niet aan de raadsverkiezingen heeft meegedaan, namelijk Macron’s LREM.

Grotere politieke houdbaarheid wethouders Burgemeester en wethouders worden gekozen voor de hele termijn van de gemeenteraad (13), voor zes jaar dus. De gemeenteraad kan hen niet tussentijds ontslaan. Alleen de regering kan een wethouder of burgemeester ontslaan (14). Ook in Nederland kan alleen de regering een burgemeester ontslaan, maar de aanbeveling van de gemeenteraad telt daarbij wel zwaar mee (15). Echter, in Nederland kan de gemeenteraad een wethouder tussentijds zonder meer ontslaan in wie hij geen vertrouwen meer heeft (16). Dat gebeurt ook en daardoor is de politieke houdbaarheid van wethouders in Nederland kleiner dan in Frankrijk.

Burgemeester is veel meer de baas De burgemeester is voorzitter van de gemeenteraad (17), net als in Nederland (18). En net als in Nederland (20), heeft de burgemeester diverse bevoegdheden op het gebied van de openbare orde (19). Anders dan in Nederland, is het echter de burgemeester die alle bevoegdheden heeft voor het dagelijks bestuur van de gemeente. Alle uitvoerende macht rust op grond van de wet bij hem. Een wethouder heeft alleen maar bevoegdheden en taken indien en voor zover hij die van de burgemeester heeft gekregen. De burgemeester blijft ook dan verantwoordelijk en de wethouder is hiërarchisch ondergeschikt aan hem. Hij kan de wethouder de bevoegdheden weer afnemen (21). Niet voor niets heten de wethouders in Frankrijk dan ook toegevoegden aan de burgemeester. Hoe anders is dat in Nederland geregeld. Andere bevoegdheden voor het dagelijks bestuur dan op het gebied van de openbare orde rusten bij burgemeester en wethouders gezamenlijk (22). Burgemeester en wethouders zijn gezamenlijk, als college, verantwoordelijk. Zij kunnen een of meer van hen machtigen tot uitoefening van hun bevoegdheden (23). In de praktijk gebeurt dat ook: wethouders en soms ook burgemeester hebben in de praktijk een eigen portefeuille. Die wethouder oefent dan bevoegdheden uit namens en onder verantwoordelijkheid van het hele college (24). Het college kan hem daarbij aanwijzingen geven (25).

Noten

1:artikel L2121-7 Code général des collectivités territoriales, afgekort tot CGCT

2:artikel 2122-1 CGCT

3:artikel LO 2122-4-1 CGCT

5:artikel 61 Gemeentewet

6:artikel 35 Gemeentewet

7:artikel 68 en 36b Gemeentewet

8:artikel 63 Gemeentewet

9:artikel 36a juncto 10 Gemeentewet

10:artikel L2122-7 en L2122-7-2 CGCT

11:artikel L2122-7-2 CGCT

12:artikel 2122-18 CGCT

13:artikel L2122-10 CGCT

14:artikel L2122-16CGCT

15:artikel 61b Gemeentewet

16:artikel 49 Gemeentewet

17:artikel 2121-14

18:artikel 9 Gemeentewet. CGCT

19:artikel 2221-1 e.v. CGCT)

20:artikel 172 e.v. Gemeentewet

21:artikel L2122-18 CGCT

22:artikel 160 Gemeentewet

23:artikel 168 lid 1 Gemeentewet

24:artikel 168 lid 2 Gemeentewet

25:artikel 168 lid 3 Gemeentewet

Het Onze Vader

Dinsdag 19  december 2017. Miljoenen mensen in Nederland bidden wel eens het Onze Vader, in de kerk, in de privésfeer of in het openbaar. Sommigen wel meerdere keren op een dag. Zij belijden daarmee hun godsdienst. Ze hebben daartoe het volste recht. De Grondwet verleent hen namelijk dit recht met onder andere het grondrecht van de vrijheid van godsdienst. Het Onze Vader is een officieel gebed van de rooms-katholieke kerk; de woorden liggen vast. Paus Franciscus heeft in een interview gezegd dat in sommige vertalingen (waaronder de Nederlandse) enkele woorden uit het Onze Vader onduidelijk zijn en tot misverstand onder de gelovigen kunnen leiden. Hij roept de bisschoppen uit die landen op tot een wijziging van de vertaling te komen. In de rooms-katholieke kerk is het blijkbaar zo geregeld dat de vertaling van het Onze Vader een bisschoppelijke aangelegenheid is. De interne regeling van een godsdienst maakt deel uit van het grondrecht van de vrijheid van godsdienst.  Die godsdienstvrijheid wordt niet alleen in de Grondwet maar ook in verdragen beschermd, zoals het (Europees) Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, afgekort tot EVRM.

Artikel 6 lid 1 Grondwet (gedeeltelijk) luidt: Ieder heeft het recht zijn godsdienst, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden.

Artikel 9 lid 1 EVRM (gedeeltelijk) luidt: Een ieder heeft recht op vrijheid van godsdienst; dit recht omvat de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen, zowel in het openbaar als privé zijn godsdienst te belijden in erediensten, in onderricht, in praktische toepassing ervan en in het onderhouden van geboden en voorschriften.